SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Olopatadine Brown & Burk
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Olopatadine Brown & Burk 1 mg/ml oogdruppels, oplossing
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 ml oplossing bevat olopatadinehydrochloride, overeenkomend met 1 mg olopatadine.
Eén druppel oplossing (ongeveer 0,03 ml) bevat 0,03 mg olopatadine.
Hulpstoffen met bekend effect:
Elke ml bevat 0,1 mg benzalkoniumchloride en dinatriumfosfaat, overeenkomend met 3,34 mg fosfaten.
Eén druppel oplossing (ongeveer 0,03 ml) bevat 0,003 mg benzalkoniumchloride en dinatriumfosfaat, overeenkomend met 0,1 mg fosfaten.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oogdruppels, oplossing (oogdruppels)
Heldere, kleurloze oplossing die praktisch vrij is van deeltjes, met een pH van 5,5 tot 7,5 en een osmolaliteit van 260 tot 340 mOsmol/kg.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van oculaire objectieve en subjectieve symptomen van seizoensgebonden allergische conjunctivitis.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De dosis is tweemaal daags (om de 8 uur) 1 druppel Olopatadine Brown & Burk in de conjunctivale zak van het (de) aangedane oog (ogen). De behandeling kan tot 4 maanden worden aangehouden, als dit nodig wordt geacht.
Gebruik bij ouderen
Een aanpassing van de dosering is niet nodig bij oudere patiënten.
Pediatrische patiënten
Olopatadine Brown & Burk kan bij kinderen van 3 jaar en ouder in dezelfde dosering worden gebruikt als bij
volwassenen. De veiligheid en werkzaamheid van Olopatadine Brown & Burk bij kinderen jonger dan 3 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Gebruik bij lever- en nierfunctiestoornissen
Olopatadine in de vorm van oogdruppels (Olopatadine Brown & Burk ) is niet onderzocht bij patiënten met een nier- of leverziekte. Er wordt echter niet verwacht dat een aanpassing van de dosis nodig is bij lever- of nierfunctiestoornissen (zie rubriek 5.2).
Wijze van toediening
Uitsluitend voor oculair gebruik.
Bij gebruik van nasolacrimale occlusie of het sluiten van de oogleden gedurende 2 minuten wordt de systemische absorptie verminderd. Dit kan resulteren in een afname van systemische bijwerkingen en een toename van de lokale werkzaamheid.
Om verontreiniging van de druppelaar en de vloeistof te voorkomen, mogen de oogleden en de omringende gebieden, evenals andere oppervlakken niet in aanraking komen met de druppelaar van de flacon. Houd de flacon goed gesloten als hij niet wordt gebruikt.
Indien er gelijktijdig een behandeling met andere topische geneesmiddelen voor de ogen wordt gegeven, moet er een interval van vijf minuten worden aangehouden tussen de achtereenvolgende toedieningen. Oogzalven moeten het laatst worden toegediend.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Olopatadine Brown & Burk is een anti-allergisch/antihistaminerg geneesmiddel dat, hoewel lokaal toegediend, systemisch wordt geresorbeerd. Als verschijnselen van ernstige reacties of overgevoeligheid zich voordoen, moet het gebruik van deze behandeling worden gestopt
Benzalkoniumchloride
Dit geneesmiddel bevat 0,1 mg benzalkoniumchloride per ml oplossing.
Op basis van beperkte gegevens zijn er geen verschillen in het bijwerkingenprofiel tussen kinderen en volwassenen.
Over het algemeen reageren kinderogen echter sterker op een bepaalde prikkel dan volwassenen.
Irritatie kan de therapietrouw bij kinderen beïnvloeden.
Benzalkoniumchloride is in verband gebracht met oogirritatie, symptomen van droge ogen en kan invloed hebben op de traanfilm en het hoornvliesoppervlak. Het gebruik dient met voorzichtigheid te gebeuren bij patiënten met droge ogen en bij patiënten met een mogelijk aangetast hoornvlies. Patiënten moeten worden gecontroleerd bij langdurig gebruik.
Benzalkoniumchloride en contactlenzen
Benzalkoniumchloride kan worden geabsorbeerd door zachte contactlenzen en kan de kleur van de contactlenzen veranderen. Contactlenzen moeten worden verwijderd voordat dit geneesmiddel wordt gebruikt en mogen pas 15 minuten na toediening opnieuw worden ingezet.
Fosfaatbuffer
Dit geneesmiddel bevat 3,34 mg fosfaten per ml oplossing. (Zie rubriek 4.8 Bijwerkingen, corneale calcificatie).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen onderzoek naar interacties met andere geneesmiddelen uitgevoerd.
Uit in-vitro studies is gebleken dat olopatadine geen metabole reacties remde waarbij de cytochroom- P450-iso-enzymen 1A2, 2C8, 2C9, 2C19, 2D6, 2E1 en 3A4 zijn betrokken. Deze resultaten duiden erop dat olopatadine waarschijnlijk geen metabole interacties heeft met andere, gelijktijdig
toegediende actieve substanties.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het oftalmologisch gebruik van olopatadine oogdruppels bij zwangere vrouwen.
Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken na systemische toediening (zie 5.3).
Olopatadine wordt niet aanbevolen voor gebruik tijdens de zwangerschap en bij vrouwen die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie gebruiken.
Borstvoeding
Uit beschikbare gegevens bij dieren blijkt dat olopatadine in melk wordt uitgescheiden na orale toediening (zie rubriek 5.3 voor de details).
Een risico voor het pasgeboren kind/zuigeling kan niet worden uitgesloten.
Olopatadine Brown & Burk mag niet worden gebruikt in de periode dat borstvoeding wordt gegeven.
Vruchtbaarheid
Er werden geen studies uitgevoerd naar het effect van topisch gebruik van olopatadine oogdruppels op de vruchtbaarheid bij de mens.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen
Olopatadine Brown & Burk heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
Zoals voor alle oogdruppels geldt, kunnen tijdelijk wazig zien of andere visuele stoornissen invloed hebben op de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen. Wanneer wazig zien optreedt bij indruppeling, moet de patiënt wachten tot hij of zij weer helder ziet alvorens een voertuig te besturen of een machine te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Tijdens klinisch onderzoek onder 1680 patiënten werd Olopatadine Brown & Burk één tot vier maal daags gedurende maximaal vier maanden in beide ogen toegediend als monotherapie of als aanvullende therapie met loratadine 10 mg.
Bij ongeveer 4,5% van de patiënten kunnen bijwerkingen worden verwacht die verband houden met het gebruik van Olopatadine Brown & Burk . Echter, bij slechts 1,6% van deze patiënten is het klinisch onderzoek als gevolg van deze bijwerkingen stopgezet. Er werden tijdens het klinische onderzoek geen ernstige oculaire of systemische bijwerkingen gemeld, gerelateerd aan Olopatadine Brown & Burk . De meest gerapporteerde behandelingsgerelateerde bijwerking was oogpijn, gerapporteerd met een totale incidentie van 0,7%.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
De volgende bijwerkingen werden gemeld in klinische studies en postmarketinggegevens en zijn ingedeeld volgens de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥1/1.000, < 1/100), zelden (≥1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000) of niet bekend (kan met
de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
| Systeem/orgaanklassen | Frequentie | Bijwerkingen |
|---|---|---|
| Systeem/orgaanklassen | Frequentie | Bijwerkingen |
Infecties en parasitaire aandoeningen | Soms | rhinitis |
| Immuunsysteemaandoeningen | Niet bekend | overgevoeligheid, zwellen van het gezicht |
| Zenuwstelselaandoeningen | Vaak | hoofdpijn, dysgeusie |
| Soms | duizeligheid, hypoesthesie | |
| Niet bekend | slaperigheid | |
| Oogaandoeningen | Vaak | oogpijn, oogirritatie, droge ogen, abnormaal gevoel in de ogen |
| Soms | cornea-erosie, stoornis van het corneaepitheel, aandoening van de cornea, punctate keratitis, keratitis, cornea- kleuring, oogafscheiding, fotofobie, wazig zicht, verminderde gezichtsscherpte, blefarospasme, oculair ongemak, pruritis aan het oog, conjunctivale follikels, aandoening van de conjunctiva, corpus alienum gevoel in de ogen, verhoogde traanvloed, erytheem van het ooglid, ooglidoedeem, ooglidaandoening, oculaire hyperemie | |
| Niet bekend | cornea-oedeem, ooglidoedeem, zwelling van het oog, conjunctivitis, mydriasis, visuele stoornis, korstvorming op de ooglidrand | |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Vaak | droge neus |
| Niet bekend | dyspneu, sinusitis | |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Niet bekend | misselijkheid, braken, |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Soms | contactdermatitis, branderig gevoel van de huid, droge huid |
| Niet bekend | dermatitis, erytheem | |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Vaak | vermoeidheid |
| Niet bekend | asthenie, malaise |
Er is in zeer zeldzame gevallen melding gemaakt van corneacalcificatie bij het gebruik van fosfaathoudende oogdruppels bij sommige patiënten met aanzienlijke beschadiging van het hoornvlies (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Er zijn geen data beschikbaar met betrekking tot overdosering door accidentele of opzettelijke inname bij de mens. Olopatadine heeft een lage graad van acute toxiciteit bij dieren. Accidentele inname van de hele inhoud van een flesje Olopatadine Brown & Burk zou een maximale systemische blootstelling van 5 mg olopatadine veroorzaken. Deze blootstelling zou bij een kind van 10 kg resulteren in een uiteindelijke dosis van 0,5 mg/kg, aannemende dat de resorptie 100% bedraagt.
Bij honden werd een verlenging van het QTc interval alleen waargenomen bij blootstellingen die beschouwd worden als een ruime overmaat van de maximale blootstelling bij de mens. Dit wijst erop dat er weinig relevantie is voor klinisch gebruik. Een orale dosis van 5 mg werd gedurende 2,5 dagen tweemaal daags toegediend aan 102 jonge en oudere, mannelijke en vrouwelijke gezonde vrijwilligers zonder significante verlenging van het QTc interval in vergelijking met placebo.
Het bereik van de piek steady-state concentraties van olopatadine in plasma (35 tot 127 ng/ml) dat in deze studie werd gezien, geeft een veiligheidsmarge weer van ten minste 70 keer voor lokale olopatadine met betrekking tot effecten op cardiale repolarisatie.
In geval van overdosering moet de patiënt adequaat worden gecontroleerd en behandeld.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: ophthalmologica; decongestiva en anti-allergica; andere antiallergica, ATC-code: S01GX 09
Olopatadine is een potent, selectief anti-allergisch/antihistaminerg middel dat zijn effecten uitoefent via meerdere, afzonderlijke werkingsmechanismen. Het heft de werking van histamine (de primaire mediator van allergische reacties bij de mens) op en het voorkomt de door histamine geïnduceerde inflammatoire cytokineproductie door humane conjunctivale epitheelcellen. Data uit in-vitro studies wijzen erop dat het mogelijk rechtstreeks op humane conjunctivale mestcellen werkt om de afgifte van pro-inflammatoire mediatoren te remmen. Bij patiënten met niet verstopte traanbuizen bleek lokale oculaire toediening van olopatadine de subjectieve en objectieve nasale symptomen, die vaak voorkomen bij seizoensgebonden allergische conjunctivitis, te verminderen. Het veroorzaakt geen klinisch significante verandering van de pupildiameter.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Olopatadine wordt, evenals andere lokaal toegediende geneesmiddelen, systemisch geresorbeerd. De systemische resorptie van lokaal toegediende olopatadine is echter minimaal met plasmaconcentraties variërend van beneden de kwantitatieve bepalingslimiet (<0,5 ng/ml) tot 1,3 ng/ml. Deze concentraties zijn 50 tot 200 keer lager dan de concentraties die voorkomen na goed verdragen orale doses.
Eliminatie
In orale farmacokinetische studies was de halfwaardetijd van olopatadine in plasma ongeveer 8 tot 12 uur, en werd het hoofdzakelijk via renale excretie geëlimineerd. Ongeveer 60-70% van de dosis werd in de urine teruggevonden als actieve substantie. Twee metabolieten, de monodesmethyl- en de N-oxide-metaboliet, werden in lage concentraties in de urine aangetoond.
Omdat olopatadine hoofdzakelijk als onveranderde actieve substantie in de urine wordt uitgescheiden, wordt de farmacokinetiek van olopatadine bij nierfunctiestoornissen veranderd, met piekconcentraties in het plasma die 2,3 keer groter zijn bij patiënten met ernstige nierfunctiestoornissen (gemiddelde creatinineklaring van 13,0 ml/min) in vergelijking met gezonde volwassenen. Na een orale dosis van 10 mg bij patiënten die hemodialyse kregen (zonder urinaire output), waren de concentraties van olopatadine in plasma significant lager op de dag van de hemodialyse dan op de non-hemodialysedag.
Dit wijst erop dat olopatadine door hemodialyse verwijderd kan worden.
Bij studies die de farmacokinetiek van 10 mg orale doses olopatadine bij jongeren (gemiddelde leeftijd 21 jaar) en ouderen (gemiddelde leeftijd 74 jaar) vergeleken, werden geen significante verschillen gezien in plasmaconcentraties (AUC), eiwitbinding, of de uitscheiding van het oorspronkelijke geneesmiddel en zijn metabolieten in de urine.
Een nierfunctiestoornisstudie na orale dosering van olopatadine is uitgevoerd bij patiënten met ernstige nierfunctiestoornissen. De resultaten wijzen erop dat bij deze groep patiënten een iets hogere plasmaconcentratie verwacht kan worden met Olopatadine Brown & Burk. Omdat de plasmaconcentraties na lokale oculaire toediening van olopatadine 50 tot 200 keer lager zijn dan na goedverdragen orale doses, is het niet aannemelijk dat de dosis aangepast moet worden bij ouderen of bij patiënten met een nierfunctiestoornis. Levermetabolisme is een onbelangrijke eliminatieroute. Het is daarom niet te verwachten dat een aanpassing van de dosis nodig is bij patiënten met een leverfunctiestoornis.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel en reproductietoxiciteit.
Studies bij dieren hebben een verminderde groei van zogende jongen aangetoond bij wijfjes die systemische doses van olopatadine kregen die vele malen hoger waren dan het maximale blootstellingsniveau dat voor oculair gebruik bij de mens wordt aanbevolen. Olopatadine werd in de melk van ratten gevonden na orale toediening.
6. Farmaceutische gegevens
6.1. Lijst van hulpstoffen
Benzalkoniumchloride
Natriumchloride
Dinatriumfosfaat (E339)
Zoutzuur, geconcentreerd (E507) (voor pH-aanpassing)
Natriumhydroxide (E524) (voor pH-aanpassing)
Water voor injecties
6.2. Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3. Houdbaarheid
2 jaar
Houdbaarheid na eerste opening: 4 weken
6.4. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn geen speciale bewaarcondities.
6.5. Aard en inhoud van de verpakking
5 ml wit LDPE-flesje met een witte LDPE-druppelaar en een witte HDPE-schroefdop met verzegeling.
Uit een enkel flesje van 5 ml kunnen ongeveer 160 druppels worden toegediend.
Verpakkingsgrootten: 1 x 5 ml
3 x 5 ml
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Brown & Burk IR Limited
22 Northumberland Road,
Ballsbridge, Dublin 4,
Ireland
8. Nummer(s) van de vergunning voor het in de handel brengen
RVG 129960
9. Datum van eerste verlening van de vergunning/verlenging van de vergunning
Datum van eerste verlening van de vergunning: 10 maart 2025
10. Datum van herziening van de tekst
Laatst gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 1 en 7: 19 augustus 2026
