SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Relestat, oogdruppels, oplossing
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Relestat, 0,5 mg/ml, oogdruppels, oplossing.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Een ml oogdruppels, oplossing, bevat 0,5 mg epinastinehydrochloride (overeenkomend met 0,436 mg epinastine).
Hulpstof(fen) met bekend effect: benzalkoniumchloride 0,1 mg/ml en fosfaat 4,75 mg/ml.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oogdruppels, oplossing (oogdruppels).
Een heldere, kleurloze, steriele oplossing.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van symptomen van seizoensgebonden allergische conjunctivitis.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De aanbevolen dosering voor volwassenen is gedurende de symptomatische periode tweemaal daags één druppel in elk aangetast oog.
Er is, in klinisch onderzoek, geen ervaring met het gebruik van Relestat gedurende meer dan 8 weken.
Ouderen
Relestat werd niet onderzocht bij ouderen. Gegevens over de veiligheid van de tabletformulering van epinastinehydrochloride (tot 20 mg eenmaal daags) afkomstig van het postmarketingonderzoek wijzen erop dat er geen speciale veiligheidsproblemen zijn bij ouderen in vergelijking met volwassenen. Daarom wordt een aanpassing van de dosering niet noodzakelijk geacht.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Relestat bij kinderen in de leeftijd ≥ 12 jaar zijn vastgesteld in klinische studies. Relestat mag bij adolescenten (12 jaar en ouder) in dezelfde dosering worden gebruikt als bij volwassenen.
De veiligheid en werkzaamheid van Relestat bij kinderen in de leeftijd jonger dan 3 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar. Er zijn beperkte gegevens beschikbaar over de veiligheid bij kinderen in de leeftijdsgroep van 3-12 jaar, zie rubriek 5.1.
Patiënten met leverinsufficiëntie
Relestat werd niet onderzocht bij patiënten met leverinsufficiëntie. Gegevens over de veiligheid van de tabletformulering van epinastinehydrochloride (tot 20 mg eenmaal daags) afkomstig van het postmarketingonderzoek wijzen erop dat de incidentie van bijwerkingen hoger was in die groep dan bij volwassen patiënten zonder leverinsufficiëntie. De dagdosering van een tablet van 10 mg epinastinehydrochloride is meer dan 100-maal hoger dan de dagdosering van Relestat. Bovendien is het metabolisme van epinastine bij de mens minimaal (< 10%). Daarom wordt een aanpassing van de dosering niet noodzakelijk geacht.
Patiënten met nierinsufficiëntie
Relestat werd niet onderzocht bij patiënten met nierinsufficiëntie. Gegevens over de veiligheid van de tabletformulering van epinastinehydrochloride (tot 20 mg eenmaal daags) afkomstig van het postmarketingonderzoek wijzen erop dat er geen speciale veiligheidsproblemen zijn bij patiënten met nierinsufficiëntie. Daarom wordt een aanpassing van de dosering niet noodzakelijk geacht.
Wijze van toediening
Relestat is uitsluitend voor uitwendig oogheelkundig gebruik.
Om besmetting van het oog of de oogdruppels te voorkomen, moet worden vermeden dat de druppelaar in aanraking komt met enig oppervlak.
Als er meer dan een uitwendig oogheelkundig geneesmiddel wordt gebruikt, moeten de verschillende geneesmiddelen worden toegediend met een tussenpoos van minstens 10 minuten.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Relestat is alleen bestemd voor uitwendig oogheelkundig gebruik en niet voor injectie of oraal gebruik.
Hulpstoffen met bekend effect
Benzalkoniumchloride
Benzalkoniumchloride wordt vaak gebruikt als conserveermiddel in oogheelkundige producten. Er zijn zeldzame gevallen gerapporteerd van punctata keratopathie en/of toxische ulceratieve keratopathie met benzalkoniumchloride.
Benzalkoniumchloride kan worden geabsorbeerd door zachte contactlenzen en kan de kleur van de contactlenzenveranderen. Patiënten moeten worden geïnstrueerd omhun contactlenzen uit te doen voordat ze dit medicijn gebruiken en deze pas 15 minuten daarna weer in te doen.
Er is gemeld dat benzalkoniumchloride oogirritatie en symptomen van droge ogen veroorzaakt en invloed kan hebben op de traanfilm en het corneaoppervlak. Benzalkoniumchloride moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met droge ogen en bij patiënten bij wie de cornea mogelijk beschadigd is.
In geval van langdurig gebruik moeten patiënten worden gecontroleerd.
Fosfaten
Relestat bevat ook fosfaten. Er is in zeer zeldzame gevallen melding gemaakt van corneacalcificatie bij het gebruik van fosfaathoudende oogdruppels bij sommige patiënten met aanzienlijke beschadiging van het hoornvlies. (zie rubriek 4.8).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd.
Er worden geen geneesmiddelinteracties bij de mens verwacht aangezien de systemische concentraties van epinastine na toediening in de ogen uitermate laag zijn. Bovendien wordt epinastine bij mensen voornamelijk onveranderd uitgescheiden, wat wijst op een geringe metabolisatie.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Gegevens over een beperkt aantal (11) blootgestelde zwangerschappen wijzen niet op nadelige effecten van epinastine op de zwangerschap of de gezondheid van de foetus/het nieuwgeboren kind. Tot op heden zijn er geen andere relevante epidemiologische gegevens beschikbaar. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft de zwangerschap, de embryonale/foetale ontwikkeling, de bevalling of de postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3).
Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen.
Borstvoeding
Epinastine wordt uitgescheiden in de moedermelk van ratten, maar het is niet bekend of epinastine in de humane moedermelk wordt uitgescheiden. Vanwege het gebrek aan ervaring is voorzichtigheid geboden bij het voorschrijven aan vrouwen die borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Er zijn onvoldoende gegevens over het effect van epinastine op de vruchtbaarheid bij de mens.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Zoals blijkt uit het farmacodynamische profiel, de gerapporteerde bijwerkingen en specifieke psychometrische studies heeft Relestat geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
Als het zicht na indruppeling tijdelijk wazig wordt, moet de patiënt wachten tot hij/zij weer helder ziet voordat hij/zij een voertuig bestuurt of machines bedient.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In klinische onderzoeken bedroeg de totale incidentie van bijwerkingen na Relestat minder dan 10%. Er deden zich geen ernstige bijwerkingen voor. De meeste betroffen de ogen en waren mild. De meest voorkomende bijwerking was een branderig gevoel in het oog (meestal mild); alle andere bijwerkingen kwamen soms voor.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt volgens de systeem/orgaanklassen naar afnemende ernst. De volgende terminologie wordt gebruikt om het voorkomen van de bijwerkingen te classificeren: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
De volgende bijwerkingen werden gemeld voor epinastine:
| Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Bijwerking |
|---|---|---|
| Immuunsysteemaandoeningen | Niet bekend | Overgevoeligheidsreacties, waaronder symptomen of tekenen van oogallergie en extra-oculaire allergische reacties inclusief angio-oedeem, huiduitslag en roodheid |
| Zenuwstelselaandoeningen | Soms | Hoofdpijn |
| Oogaandoeningen | Vaak | Branderig gevoel, irritatie van het oog |
| Soms | Hyperemie van de conjunctiva/van het oog, afscheiding uit het oog, droge ogen, jeuk aan het oog, gezichtsstoornis | |
| Niet bekend | Toegenomen traanproductie, pijn aan het oog, zwelling van het oog, ooglidoedeem | |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Soms | Astma, irritatie van de neus, rinitis |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Soms | Dysgeusie |
Pediatrische patiënten
De frequentie, het type en de ernst van bijwerkingen bij adolescenten ≥ 12 jaar zijn naar verwachting hetzelfde als bij volwassenen.
Er is beperkte ervaring bij kinderen in de leeftijdsgroep van 3-12 jaar met betrekking tot de frequentie, het type en de ernst van bijwerkingen.
Bijwerkingen gemeld met fosfaathoudende oogdruppels:
Er is in zeer zeldzame gevallen melding gemaakt van corneacalcificatie bij het gebruik van fosfaathoudende oogdruppels bij sommige patiënten met aanzienlijke beschadiging van het hoornvlies (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb (www.lareb.nl).
4.9 Overdosering
Na indruppeling van 0,3% epinastinehydrochloride oogdruppels 3-maal daags (komt overeen met 9-maal de aanbevolen dagelijkse dosis) werd een reversibele miosis waargenomen, zonder invloed op de gezichtsscherpte of andere oculaire parameters.
Het flesje Relestat van 5 ml bevat 2,5 mg epinastinehydrochloride. Een tabletformulering is in de handel in een dosering van eenmaal daags maximaal 20 mg epinastinehydrochloride. Daarom wordt er geen intoxicatie verwacht na orale inname van de oogdruppels, zelfs niet als de volledige inhoud van het flesje wordt ingeslikt.
Er zijn geen gevallen van overdosering gemeld.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Oftalmologica, decongestiva en anti-allergica; andere anti-allergica, ATC-code: S01GX10
Werkingsmechanisme
Epinastine is een uitwendig actieve, directe H1-receptorantagonist. Epinastine heeft een hoge bindingsaffiniteit voor de H1-histaminereceptor en een 400-maal lagere affiniteit voor de H2-histaminereceptor. Epinastine heeft ook affiniteit voor de α1-, de α2- en de 5-HT2-receptor. Het heeft weinig affiniteit voor cholinerge, dopaminerge en verschillende andere receptoren. Epinastine dringt niet door de bloed-hersenbarrière en veroorzaakt daarom geen bijwerkingen van het centrale zenuwstelsel, d.w.z. het heeft geen sedatieve werking.
Farmacodynamische effecten
Na uitwendige toediening in de ogen van dieren vertoonde epinastine tekenen van antihistaminerge activiteit, een modulerend effect op de accumulatie van ontstekingscellen en een stabiliserend effect op de mestcellen.
In provocatiestudies met allergenen bij de mens verbeterde epinastine de oogsymptomen na provocatie met een antigeen in de ogen. De duur van het effect was minstens 8 uur.
Pediatrische patiënten
In een gerandomiseerd, dubbelblind, vehikelgecontroleerd onderzoek van 6 weken (2:1) bij 96 gezonde kinderen van 3-12 jaar die geen oogsymptomen hadden, werd aangetoond dat Relestat goed werd verdragen en waren er geen significante verschillen in de veiligheidsvariabelen tussen de groepen. Aan de behandeling gerelateerde reacties waren follikels van de conjunctiva (6,3% zowel in de groep die met epinastine werd behandeld als in de groep die met het vehikel werd behandeld) en hyperemie van de conjunctiva (1,6% in de groep die met epinastine werd behandeld, en geen in de groep die met het vehikel werd behandeld). De veiligheid en werkzaamheid bij patiënten ≥ 12 jaar zijn vastgesteld in klinische onderzoeken.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na toediening van een druppel Relestat in elk oog tweemaal daags wordt na ongeveer twee uur een gemiddelde piekplasmaconcentratie bereikt van 0,042 ng/ml.
Distributie
Het distributievolume van epinastine is 417 liter en epinastine bindt voor 64% aan plasmaproteïnen.
Biotransformatie
Minder dan 10% wordt gemetaboliseerd.
Eliminatie
De klaring is 928 ml/min en de terminale plasmahalfwaardetijd is ongeveer 8 uur. Epinastine wordt voornamelijk onveranderd via de nieren uitgescheiden. De renale eliminatie vindt voornamelijk plaats door actieve tubulaire secretie.
Preklinische studies in vitro en in vivo tonen aan dat epinastine bindt aan melanine en accumuleert in de gepigmenteerde oogweefsels van konijnen en apen. In vitrogegevens wijzen erop dat de binding aan melanine matig en reversibel is.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel, reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Benzalkoniumchloride
Dinatriumedetaat
Natriumchloride
Natriumdiwaterstoffosfaatdihydraat
Natriumhydroxide/zoutzuur (voor pH-aanpassing)
Gezuiverd water
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
Na eerste opening: 4 weken.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Het flesje bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
Bewaren beneden 25°C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
10 ml polyethyleen flesje met een witte polystyreen schroefdop.
Het vulvolume is 5 ml.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten voor verwijdering.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
AbbVie B.V.
Wegalaan 9
2132 JD Hoofddorp
Nederland
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 28710
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 27 oktober 2003
Datum van laatste verlenging: 18 oktober 2007
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste wijziging betreft de opmaak: 25 april 2025
