SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Livocab 0,5 mg/ml oogdruppels, suspensie
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Livocab 0,5 mg/ml oogdruppels, suspensie.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Livocab oogdruppels is een steriele microsuspensie; deze bevat levocabastinehydrochloride, overeenkomend met 0,5 mg levocabastine per ml.
pH: 6.0 – 8.0.
Hulpstoffen met bekend effect: propyleenglycol (E 490), benzalkoniumchloride, polysorbaat 80: 1mg/ml, dinatriumfosfaat (E 339) en natriumdiwaterstoffosfaat monohydraat (E 339) (zie rubriek 4.4).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oogdruppels, suspensie.
Witte microsuspensie.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Seizoengebonden allergische conjunctivitis waaronder conjunctivitis vernalis.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen en kinderen: 2 maal daags een druppel Livocab oogdruppels per oog, eventueel te verhogen tot 3 à 4 maal daags. De behandeling dient te worden voortgezet tot de klachten geheel verdwenen zijn.
Wijze van toediening
Intraoculair gebruik.
Schudden voor gebruik.
Patiënten moeten ervoor worden gewaarschuwd dat de top van de druppelopzet het oog of de wimpers niet mag raken.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Door toepassing van nasolacrimale occlusie (= het dichtdrukken van de traanbuis) of het gesloten houden van de ogen gedurende 3 minuten kan een vermindering van de systemische absorptie optreden hetgeen kan resulteren in een afname van de systemische bijwerkingen met toename van de lokale werkzaamheid.
Hulpstoffen
Benzalkoniumchloride
Livocab oogdruppels bevatten 0,00225 mg benzalkoniumchloride per druppel, overeenkomend met 0,075 mg/ml. Benzalkoniumchloride kan worden opgenomen door zachte contactlenzen en kan de kleur van de contactlenzen veranderen. Patiënten moeten geïnstrueerd worden vóór toediening van Livocab oogdruppels hun contactlenzen te verwijderen en ten minste 15 minuten te wachten na indruppeling van de dosis voordat zij hun contactlenzen weer kunnen inzetten.
Er is gemeld dat benzalkoniumchloride oogirritatie en symptomen van droge ogen veroorzaakt en invloed kan hebben op de traanfilm en het corneaoppervlak. Benzalkoniumchloride moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met droge ogen en bij patiënten bij wie de cornea mogelijk beschadigd is. In geval van langdurig gebruik moeten patiënten worden gecontroleerd.
Propyleenglycol
Livocab oogdruppels bevatten 1,5 mg propyleenglycol per druppel, overeenkomend met 50 mg/ml.
Fosfaatbuffers
Livocab oogdruppels bevatten dinatriumwaterstoffosfaat (E 339) en natriumdiwaterstoffosfaat (E 339). In totaal bevat Livocab 0,28 mg fosfaten per druppel, overeenkomend met 9,5 mg/ml (zie rubriek 4.8).
Polysorbaten
Dit middel bevat polysorbaten. Deze kunnen een allergische reactie veroorzaken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
In klinisch onderzoek is geen interactie waargenomen tussen Livocab oogdruppels en andere geneesmiddelen of alcohol. In een speciale waakzaamheidsstudie werd geen interactie met diazepam vastgesteld.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er werden geen belangrijke embryotoxische of teratogene effecten waargenomen bij dieren (zie rubriek 5.3).
Er zijn slechts beperkte postmarketing-gegevens over het gebruik van levocabastine bij zwangere vrouwen. Het risico voor de mens is niet bekend. Livocab oogdruppels dient daarom niet tijdens de zwangerschap te worden gebruikt, tenzij het mogelijke voordeel voor de moeder opweegt tegen het mogelijke nadeel voor het kind.
Borstvoeding
Naar verwachting wordt ongeveer 0,3% van de totale via het oog toegediende dosis levocabastine doorgegeven aan de zuigeling. Dit is gebaseerd op bepalingen van levocabastineconcentraties in speeksel en moedermelk bij een vrouw die borstvoeding gaf en een enkele orale dosis levocabastine kreeg van 0,5 mg. Echter, gezien de beperktheid van de klinische en experimentele gegevens, wordt aangeraden voorzichtig te zijn bij het toedienen van Livocab oogdruppels aan moeders die borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Gegevens bij dieren hebben geen effecten op de mannelijke of vrouwelijke vruchtbaarheid laten zien.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Livocab oogdruppels veroorzaakt geen sufheid, noch wordt het psychomotorisch functioneren belemmerd. Bijwerkingen die het zicht kunnen verminderen zoals oogirritatie, pijn, zwelling, jeuk, roodheid, brandend gevoel in het oog, waterige ogen en wazig gezichtsvermogen zijn gemeld. Daarom is voorzichtigheid geboden bij het besturen van een voertuig of het bedienen van machines na toediening van Livocab oogdruppels.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen die tijdens klinische en epidemiologische studies en bij postmarketing-gebruik zijn waargenomen, staan vermeld in onderstaande tabel. De bijwerkingen worden als volgt uitgedrukt: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥1/1.000, <1/100), zelden (≥1/10.000, <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Systeem-/orgaanklasse | Zeer vaak | Vaak | Soms | Zelde n | Zeer zelden | Niet bekend |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Immuunsysteem-aandoeningen | Angioneurotisch oedeem Hypersensitiviteit | Anafylactische reactie | ||||
| Zenuwstelsel-aandoeningen | Hoofdpijna | |||||
| Oogaandoeningen | Oogpijna Gezichtsver mogen waziga | Ooglidoe deema | Conjunctivitis Oogzwelling Blefaritis Oculaire hyperemie Waterige ogen | |||
| Hartaandoeningen | Hartkloppingen | |||||
| Huid- en onderhuid-aandoeningen | Contact-dermatitis Urticaria | |||||
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoo rnissen | Toedienings-plaatsreactie waaronder brandend/ stekend gevoel Oogirritatie | Toedienings-plaatsreacties zoals rood oog, oogpijn, oogzwelling, oogjeuk en gezichtsvermogen wazig |
a Frequentie bepaald op basis van klinische of epidemiologische studies
Corneacalcificatie
Er is in zeer zeldzame gevallen melding gemaakt van corneacalcificatie bij het gebruik van fosfaathoudende oogdruppels bij sommige patiënten met aanzienlijke beschadiging van het hoornvlies.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen
Na accidentele ingestie kan sedatie niet worden uitgesloten.
Behandeling
In geval van accidentele ingestie wordt de patiënt aangeraden een ruime hoeveelheid niet-alcoholische vloeistof te drinken om de renale uitscheiding van levocabastine te versnellen. De absorptie kan beperkt worden door geactiveerde kool en natriumsulfaat te geven.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: overige allergiemiddelen, ATC-code: S01GX02
Levocabastine is een snelwerkende en selectieve histamine-H1-antagonist. Na lokale toepassing in het oog geeft het meestal snel verlichting van de typische symptomen van allergische conjunctivitis (jeuk, roodheid, oedeem, ooglidzwelling, tranen). Deze werking houdt enkele uren aan.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na instillatie in het oog wordt levocabastine langzaam en onvolledig geabsorbeerd. Na aanbrenging van een dosis van 15 μg (een druppel) in het oog, wordt ongeveer 6 μg geabsorbeerd. Levocabastine bereikt piekplasmaspiegels na ongeveer 6 uur na toediening in het oog.
Distributie
De proteïnebinding van levocabastine in plasma is ongeveer 55%.
Biotransformatie
De primaire afbraak van levocabastine, een acylglucuronide, wordt veroorzaakt door glucuronidatie, de belangrijkste metabole weg.
Eliminatie
Levocabastine wordt voornamelijk met de urine uitgescheiden als niet-gemetaboliseerde stof (ongeveer 70% van de geabsorbeerde dosis). De totale halfwaardetijd van levocabastine is ongeveer 39–70 uur. De plasmafarmacokinetiek van levocabastine in het oog is lineair en voorspelbaar.
Speciale populaties
Pediatrische patiënten
Bij kinderen en adolescenten met een leeftijd tussen 6 en 17 jaar die levocabastine-neusspray ontvingen gedurende vier weken (in verschillende doseringen tot een maximum van 0,2 mg viermaal per dag), waren de plasmaconcentraties van levocabastine ofwel ondetecteerbaar of varieerden ze tot een maximum van 18,2 ng/ml. Op basis van de weinige informatie die beschikbaar is, kan geen vergelijk met volwassenen gemaakt worden.
Ouderen
Na meervoudige nasale toedieningen van 0,4 mg levocabastine bij ouderen, was de totale halfwaardetijd van levocabastine verlengd met 15% en de piekplasmaspiegel was verhoogd met 26%.
Nierinsufficiëntie
Na een enkele orale dosis van 0,5 mg levocabastine in oplossing, was de totale halfwaardetijd van levocabastine bij personen met matige tot ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring 10 - 50 ml/min) verlengd van 36 uur naar 95 uur. De totale blootstelling aan levocabastine gebaseerd op AUC was verhoogd met 56%.
Leverinsufficiëntie
De farmacokinetiek van levocabastine bij personen met leverinsufficiëntie is niet onderzocht. Aangezien levocabastine met name onveranderd wordt uitgescheiden in the urine, wordt verwacht dat de farmacokinetiek van levocabastine niet significant anders is bij personen met leverinsufficiëntie.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Gegevens uit niet-klinisch onderzoek brachten geen specifieke geneesmiddelgerelateerde lokale risico’s voor de mens aan het licht op basis van gebruikelijke studies met acute toediening (toediening oraal, intraveneus, via inhalatie en via de huid), en herhaalde toediening (toediening oraal, intraveneus, via de huid of in het oog). Hierbij waren ook studies gericht op oogirritatie, huidsensibilisatie, farmacologische cardiovasculaire risico’s, reproductiestudies met orale toediening, genotoxiciteitsonderzoek en onderzoek naar carcinogeniteit via orale toediening. Er werden alleen effecten, waaronder reproductie toxiciteit, waargenomen bij blootstellingsniveaus die zo ver boven het maximale doseringsniveau bij de mens liggen dat ze niet van enige relevantie zijn.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Propyleenglycol (E 490)
Polysorbaat 80
Dinatriumfosfaat (E 339)
Natriumdiwaterstoffosfaat monohydraat (E 339)
Dinatriumedetaat
Hypromellose (E 464)
Benzalkoniumchloride
Water
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
Na openen is de inhoud van de fles slechts 1 maand houdbaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.
Het flesje zorgvuldig gesloten houden.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
LDPE fles met LDPE druppelopzet met 4 ml oogdruppels.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzonderheden.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Kenvue Netherlands B.V.
Stadsplateau 27
3521 AZ Utrecht
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 13968
9. DATUM VAN EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste vergunningverlening: 04 oktober 1991
Datum verlenging van de vergunning: 04 oktober 2016
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 2 en 4.4: 26 oktober 2025.
V4.1_b3.0
