SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Acetylcysteïne Sandoz Bruis
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Acetylcysteïne Sandoz bruis 600 mg, bruistabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke bruistablet Acetylcysteïne Sandoz bruis 600 mg bevat 600 mg acetylcysteïne.
Hulpstoffen met bekend effect:
Elke bruistablet bevat 139 mg natrium.
Elke bruistablet bevat 70 mg lactose.
Elke bruistablet bevat 40 mg sorbitol.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Bruistablet.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Acetylcysteïne kan toegepast worden bij aandoeningen van de luchtwegen, waarbij een verlaging van de viscositeit van het bronchus-secreet wordt vereist om het ophoesten te vergemakkelijken, zoals bij astma, bronchitis, emfyseem, mucoviscidose en bronchiëctasieën.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen: 1 maal per dag 1 bruistablet van 600 mg.
Bij patiënten met een gedempte hoestreflex (ouderen en verzwakte patiënten) wordt aangeraden de bruistablet 's morgens in te nemen.
Pediatrische patiënten
Acetylcysteïne Sandoz bruis 600 mg is gecontra-indiceerd voor gebruik bij kinderen onder 2 jaar (zie rubriek 4.3).
Acetylcysteïne Sandoz bruis 600 mg is dus niet geschikt voor gebruik bij kinderen en adolescenten. Andere acetylcysteïne vormen en sterkten komen eerder in aanmerking bij deze groep patiënten.
Wijze van toediening
Acetylcysteïne Sandoz bruis 600 mg oplossen in een half glas water. Aldus verkrijgt men een oplossing, die direct kan worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Kinderen onder 2 jaar.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Mucolytica kunnen de luchtwegen van kinderen onder 2 jaar obstrueren als gevolg van de fysiologische kenmerken van de luchtwegen in deze leeftijdsgroep. Het vermogen om slijm op te hoesten kan beperkt zijn. Daarom mogen mucolytica niet gebruikt worden door kinderen jonger dan 2 jaar (zie rubriek 4.3).
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een actief ulcus pepticum of in hun voorgeschiedenis, in het bijzonder wanneer zij gelijktijdig andere geneesmiddelen gebruiken waarvan bekend is dat zij het slijmvlies in het maagdarmkanaal kunnen irriteren.
Patiënten die leiden aan astma bronchiale, dienen nauwgezet onder controle gehouden te worden tijdens de therapie. Wanneer er zich een bronchospasme voordoet, dient het gebruik van acetylcysteïne onmiddellijk te worden gestaakt en dient contact te worden opgenomen met een arts voor passende behandeling.
In zeer zeldzame gevallen is het optreden van ernstige huidreacties zoals het Stevens-Johnson syndroom en het Lyell’s syndroom gerapporteerd in tijdsrelatie met het gebruik van acetylcysteïne. In de meeste gevallen kon minstens één medeverdacht geneesmiddel worden geïdentificeerd, dat meer waarschijnlijk de veroorzaker van het mucocutane syndroom was. Wanneer er zich nieuwe veranderingen aan de huid of slijmvliezen voordoen, dient onmiddellijk medische hulp te worden ingewonnen en en dient de behandeling met acetylcysteïne onmiddellijk te worden gestaakt (zie rubriek 4.8).
Voornamelijk aan het begin van de behandeling met acetylcysteïne kan de bronchiale secretie vloeibaar worden en in volume toenemen. Wanneer een patiënt niet in staat is om het secreet effectief op te hoesten, dient posturale drainage en broncho-aspiratie te worden uitgevoerd.
Acetylcysteïne kan een matig effect hebben op het histamine metabolisme. Daarom dient dit middel met voorzichtigheid te worden toegepast bij langdurige behandeling van patiënten met een histamine intolerantie, aangezien er zich intolerantieverschijnselen kunnen voordoen (hoofdpijn, vasomotor rhinitis en jeuk).
Een lichte zwavelgeur duidt niet op een verandering van het geneesmiddel, maar is een eigenschap van de werkzame stof zelf.
Acetylcysteïne Sandoz bruis bevat natrium
Dit geneesmiddel bevat 139 mg natrium per bruistablet, overeenkomend met 7% van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor een volwassene.
Acetylcysteïne Sandoz bruis bevat lactose
Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Acetylcysteïne Sandoz bruis bevat sorbitol
Dit middel bevat 40 mg sorbitol per bruistablet. Er moet rekening worden gehouden met het additieve effect van gelijktijdig toegediende producten die sorbitol (of fructose) bevatten en inname van sorbitol (of fructose) via de voeding. Het gehalte aan sorbitol in geneesmiddelen voor oraal gebruik kan invloed hebben op de biologische beschikbaarheid van gelijktijdig toegediende andere geneesmiddelen voor oraal gebruik.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Interacties met andere geneesmiddelen
Hoestprikkeldempende geneesmiddelen en mucolytica zoals acetylcysteïne, mogen niet gelijktijdig worden gegeven, omdat vermindering van de hoestreflex kan leiden tot ophoping van bronchus-secreet.
Geactiveerde kool kan het effect van acetylcysteïne doen afnemen in verband met verminderde absorptie.
Het gelijktijdig oplossen van Acetylcysteïne Sandoz bruis met andere geneesmiddelen wordt niet aangeraden.
Het inactiveren van antibiotica (tetracyclines (exlusief doxycycline), cefalosporine, aminoglycosiden, penicillinen) door acetylcysteïne is tot nu toe alleen in in vitro testen gerapporteerd, waarbij de relevante substanties direct met elkaar werden vermengd. Desondanks is het raadzaam om wanneer orale antibiotica zijn vereist, deze twee uur vóór of na acetylcysteïne in te nemen. Dit geldt niet voor cefixim.
Acetylcysteïne kan het vasodilatoire effect van nitroglycerine versterken. Voorzichtigheid is geboden.
Gelijktijdig gebruik van acetylcysteïne en carbamazepine kan leiden tot een verlaagde carbamazepine plasmaconcentratie met een toegenomen risico op epileptische aanvallen.
Pediatrische populatie
Interactiestudies zijn uitsluitend bij volwassenen uitgevoerd.
Interacties met laboratoriumbepalingen
Acetylcysteïne kan een invloed op de waarde van colorimetrische salicylaatbepalingen hebben.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er is een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van acetylcysteïne door zwangere vrouwen. Dierstudies duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Het gebruik van acetylcysteïne kan worden overwogen, in geval het gebruik klinisch noodzakelijk is.
Borstvoeding
Het is niet bekend of acetylcysteïne/metabolieten overgaat in de moedermelk. Er zijn geen effecten bekend van acetylcysteïne bij kinderen die borstvoeding krijgen van behandelde vrouwen. Acetylcysteïne Sandoz bruis kan gebruikt worden tijdens het geven van borstvoeding.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van acetylcysteïne op de menselijke vruchtbaarheid. Uit dierstudies zijn geen schadelijke effecten op de menselijke vruchtbaarheid gebleken bij de aanbevolen doseringen (zie rubriek 5.3).
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Acetylcysteïne heeft geen bekend effect op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest frequent voorkomende bijwerkingen bij de orale toediening van acetylcysteïne zijn van gastro-intestinale aard. Overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylactische shock, anafylactische/anafylactoïde reacties, bronchospasmen, tachycardie, angio-oedeem, huiduitslag en pruritus werden minder frequent gerapporteerd.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
In de onderstaande tabel zijn de bijwerkingen ingedeeld naar orgaansysteem klassen en frequentie (zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100 tot <1/10), soms (≥1/1.000 tot <1/100), zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Binnen iedere frequentiegroep zijn de bijwerkingen in volgorde weergegeven naar afnemende ernst.
| Orgaansysteem klasse | Bijwerking | ||||
|---|---|---|---|---|---|
Soms (≥1/1000 tot <1/100) | Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000) | Zeer zelden (<1/10.000) | Onbekend | ||
| Immuunsysteem-aandoeningen | Overgevoeligheid | Anafylactische shock, anafylactische/ anafylactoïde reacties | |||
| Zenuwstelsel-aandoeningen | Hoofdpijn | ||||
| Evenwichtsorgaan en ooraandoeningen | Tinnitus | ||||
| Hartaandoeningen | Tachycardie | ||||
| Bloedvataandoeningen | Bloedingen | ||||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinum-aandoeningen | Bronchospasme, dyspneu | ||||
| Maagdarmstelsel-aandoeningen | Stomatitis, buikpijn, misselijkheid, braken, diarree (zie rubriek 4.4) | Dyspepsie | |||
| Huid- en onderhuid-aandoeningen* | Urticaria, huiduitslag, angio-oedeem, pruritus | Gezichtsoedeem | |||
| Algemene aandoeningen en toedienings-plaatsstoornissen | Pyrexie | ||||
| Onderzoeken | Verlaagde bloeddruk (zie rubriek 4.5) | Bloedplaatjes-aggregatie verlaagd* | |||
*In zeer zeldzame gevallen zijn ernstige huidreacties, zoals het Stevens-Johnson-syndroom en Lyell-syndroom, gerapporteerd in tijdelijke associatie met het gebruik van acetylcysteïne. In de meeste van deze gerapporteerde gevallen werd tegelijkertijd ten minste één aanvullend geneesmiddel ingenomen die mogelijk de beschreven mucocutane effecten had kunnen verergeren. Als er huid- of slijmvliesafwijkingen optreden, moet daarom onmiddellijk medische hulp gezocht worden en het gebruik van acetylcysteïne worden gestopt.
Daarnaast is de verschijning van bloedingen in associatie met de toediening van acetylcysteïne zeer zelden gerapporteerd, gedeeltelijk met overgevoeligheidsreacties. Een verminderde bloedplaatjesaggregatie in aanwezigheid van acetylcysteïne is bevestigd door verschillende studies. De klinische relevantie is tot op heden nog niet opgehelderd.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Vrijwillige proefpersonen zijn gedurende drie maanden behandeld met een dosis van 11,2 g acetylcysteïne per dag zonder dat er enige ernstige bijwerkingen zijn waargenomen.
Orale doses tot 500 mg acetylcysteïne per kg lichaamsgewicht werden getolereerd zonder enige tekenen van vergiftiging.
Symptomen
Overdoses kunnen leiden tot gastrointestinale verschijnselen als misselijkheid, braken en diarree.
Behandeling
Er bestaat geen specifiek antidotum tegen acetylcysteïne en de behandeling is symptomatisch.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Mucolytica, ATC code: R05C B01
Werkingsmechanisme en farmacodynamische effecten
Acetylcysteïne is een mucolyticum dat de viscositeit van het bronchiale slijm vermindert.
De mucolytische werking wordt verklaard door depolymerisatie, waarbij disulfidebruggen tussen de macromoleculen in het slijm worden verbroken.
Additionele eigenschappen zijn: reductie van de geïnduceerde hyperplasie van de mucuscellen, een toename van de productie van oppervlakte actieve stoffen door stimulatie van type II pneumocyten, stimulatie van de mucociliaire activiteit, leidend tot een verbeterde mucociliaire klaring.
Acetylcysteïne een tevens een precursor van glutathion omdat het een derivaat is van het natuurlijke aminozuur cysteïne. Cysteïne dient in het lichaam als substraat voor de synthese van glutathion.
Naast het feit dat acetylcysteïne in staat is een toestand van glutathion-depletie te normaliseren, kan het conjugeren met verschillende toxische verbindingen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
In mensen wordt acetylcysteïne volledig geabsorbeerd na orale inname. Vanwege het darmwandmetabolisme en het first-pass effect, waarbij de actieve metaboliet cysteïne gevormd wordt, is de biologische beschikbaarheid van acetylcysteïne na orale inname erg laag (bij benadering 10%). Er zijn geen verschillen waargenomen tussen de verschillende farmaceutische vormen, zoals tabletten, bruistabletten en het granulaat voor drank.
Bij patiënten met diverse respiratoire of cardiale aandoeningen wordt de maximale plasmaconcentratie bereikt tussen twee en vier uur na toediening en varieerde tussen 2,6 en 6,3 μg/ml. De concentraties bleven gedurende een periode van 6 uur gelijk aan de Cmax waarden, en waren 24 uur na toediening, nog steeds hoog.
Distributie
Acetylcysteïne wordt zowel in ongemetaboliseerde vorm (20%) als in gemetaboliseerde (actieve) vorm (80%) verdeeld en wordt voornamelijk teruggevonden in de lever, nieren, longen en bronchus-secreet. Het verdelingsvolume van acetylcysteïne varieert van 0,33 tot 0,47 l/kg. De eiwitbinding is vier uur na inname ongeveer 50% en is na 12 uur tot 20% afgenomen.
Biotransformatie
Acetylcysteïne ondergaat na orale inname een snelle en uitgebreide metabolisatie in de darmwand en lever.
De overgebleven bestanddelen zijn: cysteïne, de belangrijkste actieve metaboliet en diacetylcystine, een inactieve metaboliet. Na deze fase van de transformatie delen acetylcysteïne en cysteïne dezelfde metabole route.
Eliminatie
De renale klaring kan ongeveer 30% van de totale lichaamsklaring bedragen. Na orale inname bedraagt de terminale halfwaardetijd van de totale hoeveelheid acetylcysteïne 6.25 (4.59 – 10.6) uur.
Een verminderde hepatische functie kan leiden tot een verlengde halfwaardetijd van acetylcysteïne.
Lineariteit/non-lineariteit
De farmacokinetiek van acetylcysteïne is proportioneel aan de toegediende dosis in het doseergebied tussen 200- 3200 mg/m2 voor de AUC en de Cmax.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens, op basis van conventionele studies naar de veiligheids-farmacologie, herhaalde dosistoxiciteit, genotoxiciteit en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit, onthullen geen bijzonder gevaar voor de mens.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Ascorbinezuur (E300)
Citroenzuur (E330)
Lactose
Mannitol (E421)
Natriumcarbonaat (E500a)
Natriumcyclamaat
Natriumwaterstofcarbonaat (E500)
Saccharinenatrium (E954)
Trinatriumcitraat (E331c)
Bramensmaakstof (bevat o.a. sorbitol (E420))
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Acetylcysteïne kan rubber en metaal (o.a. ijzer, nikkel, koper) aantasten. Aanbevolen wordt om bij toediening via neus-maag of neus-dunnedarm-sonde gebruik te maken van glas en/of plastic toedieningssystemen.
Acetylcysteïne bevattende producten dienen niet gemengd te worden met andere geneesmiddelen.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Acetylcysteïne Sandoz bruistabletten in buisje:
Bewaren beneden 30°C. Bewaren in de originele verpakking ter bescherming tegen vocht.
Acetylcysteïne Sandoz bruistabletten in sachets:
Bewaren beneden 30°C. Bewaren in de originele verpakking ter bescherming tegen vocht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Acetylcysteïne Sandoz bruis 600 mg bruistabletten zijn per 10 tabletten verpakt in polypropyleen of aluminium buisje met een kunststof dop. In de dop is een droogmiddel geïntegreerd.
Acetylcysteïne Sandoz bruis 600 mg bruistabletten zijn verpakt in tweemaal 3 strips met elk 1 bruistablet in aluminium/polyethyleen/papier sachets. Een verpakking bevat 6, 10, 20 of 30 tabletten.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sandoz B.V.
Hospitaaldreef 29
1315 RC Almere
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 20515
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 28 maart 1997
Datum van laatste verlenging: 28 maart 2017
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.4, 4.5 en 4.8: 07 augustus 2025.
