SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Virono
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Virono 50 mg muco-adhesieve buccale tabletten.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke tablet bevat 50 mg aciclovir.
Hulpstof met bekend effect: sporen van lactose afkomstig van melkeiwitconcentraat, natriumlaurylsulfaat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Muco-adhesieve buccale tablet.
Witte tot lichtgele tabletten van 8 mm met een afgeronde zijde en een platte zijde met de inscriptie “AL21”.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Virono is geïndiceerd voor gebruik bij de behandeling van recidiverende herpes labialis bij immuuncompetente volwassenen met frequente episodes van herpes (zie rubriek 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Een enkele dosis. Gingivaal gebruik.
Volwassenen
Virono 50 mg muco-adhesieve buccale tablet moet slechts eenmaal per episode worden aangebracht op het gebied van het bovenste tandvlees.
Virono moet zo snel mogelijk na het optreden van de eerste prodromale symptomen of tekenen van herpes labialis worden aangebracht (zie rubriek 5.1).
Pediatrische patiënten
Virono is uitsluitend geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen. De veiligheid en werkzaamheid van Virono bij kinderen zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Te nemen voorzorgen voorafgaand aan gebruik of toediening van het geneesmiddel
Virono moet zo snel mogelijk na het optreden van de eerste prodromale symptomen of tekenen van herpes labialis worden aangebracht. Onmiddellijk nadat de tablet uit de blisterverpakking is genomen, moet deze met een droge vinger worden aangebracht. De tablet moet op het bovenste tandvlees net boven de tweede snijtand worden geplaatst en op zijn plaats gehouden met lichte druk op de bovenlip gedurende 30 seconden om adhesie te garanderen. Voor het gemak moet de afgeronde zijde tegen het bovenste tandvlees worden geplaatst, hoewel beide zijden van de tablet kunnen worden aangebracht. Virono kan worden gebruikt als het tegen de binnenzijde van de lip kleeft in plaats van tegen het tandvlees. Patiënten die last hebben van een droge mond, moeten een glas water drinken voordat zij de tablet aanbrengen om de slijmvliezen van de mond te bevochtigen ter bevordering van adhesie van de tablet.
Na aanbrengen blijft Virono op zijn plaats en lost in de loop van de dag langzaam op.
Eten en drinken kunnen zoals gebruikelijk plaatsvinden wanneer Virono op zijn plaats is aangebracht. Er mag niet op de tablet worden gezogen of gekauwd en de tablet mag niet worden doorgeslikt.
Alle situaties die adhesie van de tablet zouden kunnen belemmeren, moeten worden vermeden:
- Aanraken van of drukken op de tablet die al op zijn plaats is aangebracht.
- Kauwgom kauwen.
- Tanden poetsen gedurende de dag van behandeling.
Als Virono niet blijft kleven of loskomt binnen de eerste 6 uur, moet dezelfde tablet onmiddellijk opnieuw op zijn plaats worden aangebracht. Als de tablet niet opnieuw op zijn plaats kan worden aangebracht, moet een nieuwe tablet worden aangebracht.
Als Virono binnen de eerste 6 uur wordt doorgeslikt, moet de patiënt een glas water drinken en moet een nieuwe tablet worden aangebracht. De tablet mag slechts eenmaal worden vervangen.
Als Virono loskomt of per ongeluk wordt doorgeslikt wanneer 6 uren zijn verstreken, mag de tablet niet door een andere worden vervangen.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Allergie voor melk of melkderivaten.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Per ongeluk inslikken van Virono kan voorkomen. Als Virono per ongeluk wordt doorgeslikt, wordt aanbevolen een glas water te drinken.
Er is geen ervaring met het gebruik van Virono bij immuungecompromitteerde patiënten. Virono mag niet worden gebruikt bij immuungecompromitteerde patiënten, omdat een verhoogd risico van resistentie tegen aciclovir niet kan worden uitgesloten.
De werkzaamheid van Virono bij aanbrengen wanneer zich vesiculaire laesies hebben gevormd, is niet aangetoond. Daarom mag Virono uitsluitend worden gebruikt zodra de prodromale symptomen of tekenen voorkomen.
Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Dit geneesmiddel bevat melkeiwit, wat allergische reacties kan veroorzaken bij mensen met ernstige overgevoeligheid of allergie voor melkeiwit.
Dit geneesmiddel bevat 5,2 mg natriumlaurylsulfaat per tablet.
Natriumlaurylsulfaat kan plaatselijk reacties veroorzaken (zoals stekend of branderig gevoel) of reacties verergeren veroorzaakt door andere producten wanneer deze op hetzelfde gebied worden aangebracht.
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd met Virono. Aciclovir wordt voornamelijk in ongewijzigde vorm in de urine uitgescheiden via actieve tubulaire secretie. Hoewel plasmaconcentraties van aciclovir na toediening van Virono laag zijn, kunnen alle gelijktijdig toegediende geneesmiddelen die met dit mechanisme concurreren, leiden tot hogere plasmaconcentraties van aciclovir. Vanwege de lage dosis en de geringe systemische blootstelling van aciclovir verkregen na aanbrengen van Virono is het echter onwaarschijnlijk dat interacties klinisch relevant zijn.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van Virono bij zwangere vrouwen. Postmarketingdossiers van plaatselijk of systemisch gebruik van formuleringen met aciclovir tijdens de zwangerschap duidden niet op een toename aan het aantal misvormingen in vergelijking met de algemene populatie. Bovendien vertoonden de waargenomen misvormingen geen unieke kenmerken of een consistent patroon die duiden op een gemeenschappelijke oorzaak. Momenteel zijn er echter geen epidemiologische gegevens beschikbaar om een risico uit te sluiten.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft reproductietoxiciteit bij doses, vergeleken met de therapeutische dosis voor mensen (zie rubriek 5.3).
Het gebruik van Virono bij zwangere vrouwen mag uitsluitend worden overwogen wanneer de potentiële voordelen opwegen tegen mogelijke onbekende risico’s.
Borstvoeding
Op basis van beperkte gegevens bij mensen wordt oraal gebruikt aciclovir in zeer kleine hoeveelheden uitgescheiden in de moedermelk (relatieve dosis van ongeveer 1% voor de zuigeling). Aangezien de Cmax en de AUC in plasma ongeveer 8-10 maal lager is na gebruik van een muco-adhesieve tablet dan bij orale toediening, wordt niet verwacht dat het gebruik van Virono tijdens borstvoeding invloed heeft op de met moedermelk gevoede zuigeling. Bovendien is de beschikbaarheid uit het maagdarmstelsel bij de zuigeling ook laag.
Hoewel de dosis die een met moedermelk gevoede zuigeling krijgt na gebruik van Virono door de moeder verwaarloosbaar zou zijn, mag het gebruik van Virono tijdens borstvoeding uitsluitend worden overwogen wanneer de potentiële voordelen opwegen tegen mogelijke onbekende risico’s.
Vruchtbaarheid
Er is geen ervaring over het effect van Virono muco-adhesieve buccale tablet op de vruchtbaarheid bij vrouwen. In een onderzoek met 20 mannelijke patiënten met een normaal aantal zaadcellen is gebleken dat oraal toegediend aciclovir bij doses tot 1 g per dag gedurende maximaal zes maanden geen klinisch significant effect heeft op het aantal zaadcellen noch op de motiliteit of morfologie ervan.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Virono heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Het veiligheidsprofiel van Virono is gebaseerd op 1 klinisch onderzoek met 775 patiënten, van wie er 378 Virono kregen. Bijwerkingen worden hieronder vermeld volgens systeem/orgaanklasse en frequentie (zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000,
< 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)).
De meest gemelde bijwerkingen zijn algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen.
| Bijwerking volgens systeem/orgaanklasse | Frequentie |
|---|---|
| Patiënten met gerelateerde bijwerking tijdens het onderzoek | |
Zenuwstelselaandoeningen Hoofdpijn Duizeligheid | Vaak Soms |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Pijn op de aanbrengingsplaats Irritatie op de toedieningsplaats | Vaak Soms |
Maagdarmstelselaandoeningen Nausea Aften (stomatitis aphthosa) Pijn aan tandvlees | Soms Soms Soms |
|---|---|
Huid- en onderhuidaandoeningen Erytheem | Soms |
Lokale, vermoede, gerelateerde bijwerkingen komen soms voor (< 1%) en omvatten pijn op de aanbrengingsplaats, irritatie op de toedieningsplaats, aften (stomatitis aphthosa) en pijn aan tandvlees. Stopzetting van de behandeling met Virono vanwege een bijwerking kwam niet voor.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
De absorptie van en systemische blootstelling aan aciclovir na aanbrengen van Virono zijn minimaal. Daarom is het risico van overdosering onwaarschijnlijk.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: direct werkende antivirale middelen, nucleosiden en nucleotiden excl. reversetranscriptaseremmers, ATC-code: J05AB01.
Werkingsmechanisme
Aciclovir is een antiviraal middel dat in vitro uitermate actief is tegen herpes-simplexvirus (HSV) type 1 en 2. De remmende activiteit van aciclovir voor HSV1 en HSV2 is in hoge mate selectief.
Na de toegang tot met herpes geïnfecteerde cellen wordt aciclovir gefosforyleerd tot de actieve stof aciclovir-trifosfaat. De eerste stap in dit proces is afhankelijk van de aanwezigheid van de HSV-gecodeerde thymidinekinase. Het enzym thymidinekinase (TK) van normale, niet-geïnfecteerde cellen gebruikt aciclovir niet op efficiënte wijze als een substraat, waardoor de toxiciteit van gastcellen van zoogdieren gering is. Aciclovir-trifosfaat werkt als een remmer van en substraat voor de herpesgespecificeerde DNA-polymerase, waardoor verdere virale DNA-synthese wordt voorkomen zonder invloed te hebben op de normale cellulaire processen. De afname van gevoeligheid voor aciclovir komt zeer zelden voor bij immuuncompetente patiënten.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
775 gerandomiseerde en behandelde volwassen patiënten (378 in de Virono-groep tegenover 397 in de placebogroep) (771 ITT-populatie) met ten minste 4 episodes van herpes in het voorafgaande jaar (van wie 68,4% ≥ 5 episodes had) en met prodromale symptomen bij ten minste 50% van de recidiverende episodes werden opgenomen in een gerandomiseerd (Virono 50 mg vs. placebo), dubbelblind fase 3-onderzoek en moesten hun behandeling aanbrengen zodra de eerste prodromale symptomen of tekenen zich voordeden. De resultaten toonden aan dat de toediening van een enkele dosis Virono 50 mg muco-adhesieve buccale tablet de tijd tot genezing van de primaire vesiculaire laesie op significante wijze verminderde: de mediane duur bedroeg 5,03 dagen in de Virono-groep vs. 5,95 dagen in de placebogroep bij ITT (p=0,002) en 7,0 dagen vs. 7,6 dagen bij mITT (n=521; p=0,015).
De secundaire eindpunten worden weergegeven in de tabel hieronder:
Aciclovir 50 mg (N=376) | Placebo (N=395) | P-waarde | |
|---|---|---|---|
| Afgebroken laesies: n (%) | 130 (34,9%) | 109 (28,1%) | 0,0419 |
| Duur van de episode (dagen): mediaan (95%-BI) | 5,57 (5,03; 6,01) | 6,38 (5,93; 6,97) | 0,0033 |
|---|---|---|---|
| Niet-primaire laesies: n (%) | 39 (10,4%) | 62 (15,7%) | 0,037 |
| Duur van de symptomen (dagen): mediaan (95%-BI) | 3,57 (3,04; 4,01) | 4,16 (3,75; 4,89) | 0,0098 |
| Intensiteit van het symptoom (dag 5): mediaan (bereik) | 5,0 (0; 100) | 9,0 (0; 100) | 0,0078 |
In het kernonderzoek bracht 85% van de patiënten Virono binnen 1 uur na de eerste prodromale symptomen aan. Er zijn geen gegevens die de werkzaamheid van Virono ondersteunen wanneer het wordt aangebracht nadat zich vesiculaire laesies hebben gevormd.
In het onderzoek bedroeg de duur van adhesie van de tablet meer dan 6 uur bij 88,5% van de patiënten. De veiligheid verschilde niet tussen de Virono-groep en de controlegroep.
De tevredenheid van de patiënt lag significant hoger in de Virono-groep (81,8%) dan in de placebogroep (72,4%; p=0,002).
Pediatrische patiënten
Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting voor de fabrikant om de resultaten in te dienen van onderzoek met Virono in een of meer subgroepen van pediatrische patiënten bij de behandeling van herpes simplex labialis (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
De biologische beschikbaarheid van oraal toegediend aciclovir is variabel, variërend van 15 tot 30%. Na toediening van aciclovir 200 mg tabletten zijn de gemiddelde piekplasmaconcentraties (Cmax)
0,350 ± 0,100 µg/ml en wordt de Tmax na 1 tot 3 uur waargenomen. Binding aan plasma-eiwit ligt tussen 9 en 33%. Het grootste deel van aciclovir wordt in ongewijzigde vorm uitgescheiden in de urine.
Na aanbrengen van Virono 50 mg muco-adhesieve buccale tablet als enkelvoudige dosis bij gezonde vrijwilligers (n=12) was de gemiddelde Cmax van aciclovir in plasma ongeveer 28 ng/ml. De Cmax en de AUC in plasma waren respectievelijk ongeveer een factor 10 en factor 8 lager na aanbrengen van Virono 50 mg buccale tablet in vergelijking met orale toediening van een tablet met 200 mg aciclovir. De Cmax en de Tmax die werden verkregen in speeksel waren respectievelijk 440.000 ng/ml en 7 uur.
Concentraties van aciclovir in speeksel, verkregen bij 56 patiënten van het fase 3-onderzoek, komen overeen met de concentraties verkregen bij gezonde vrijwilligers.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel, reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.
In grote mate omkeerbare nadelige effecten op de spermatogenese in verband met de algemene toxiciteit bij ratten en honden zijn uitsluitend gemeld bij doses van aciclovir die veel hoger waren dan de therapeutisch gebruikte doses. Onderzoeken bij twee generaties muizen toonden aan dat (oraal toegediend) aciclovir geen effect had op de vruchtbaarheid.
De systemische toediening van aciclovir in internationaal aanvaarde standaardtests leidden niet tot embryotoxische of teratogene effecten bij konijnen, ratten en muizen. In een niet-standaardtest bij ratten werden foetale afwijkingen alleen waargenomen na dermate hoge subcutane doses die leidden tot toxiciteit voor het moederdier. Het is niet bekend wat de klinische betekenis van deze bevindingen is.
Lokale tolerantieonderzoeken (op tandvlees van het jukbeen van de hamster) duidden niet op toxiciteit.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Microkristallijne cellulose Povidon K30 Hypromellose 2208
Melkeiwitconcentraat met sporen van lactose Watervrij colloïdaal siliciumdioxide Natriumlaurylsulfaat
Magnesiumstearaat
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30 °C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Alu/Alu eenheidsblisterverpakkingen in dozen van 1 × 1 of 2 × 1 tablet.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten voor verwijdering.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Navamedic ASA, Henrik Ibsens gate 100, 0255 Oslo, Noorwegen
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 133082
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 24 oktober 2024
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubrieken 2, 4,2, 4.4, 4.6, 4.7, 4.8, 5.1, 5.3, 6.5, 6.6: 11 september 2025
