SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Pethidine HCl Teva
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Pethidine HCl Teva 50 mg/ml, oplossing voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Pethidine HCl Teva 50 mg/ml bevat 50 mg pethidinehydrochloride per ml oplossing voor injectie.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
Kleurloze, heldere oplossing vrij van zichtbare deeltjes.
De pH van de oplossing ligt tussen 4.4 - 6.0.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Hevige acute en chronische pijn.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen
25-100 mg per keer (maximaal 200 mg), maximaal 600 mg per dag.
Kinderen
1-2 mg per kg lichaamsgewicht per keer.
Bij bejaarden en bij patiënten met lever- of longaandoeningen moet lager worden gedoseerd dan normaal.
Niet aan zuigelingen toedienen!
Wijze van toediening
Pethidine HCl Teva kan als subcutane of intramusculaire injectie worden toegediend. Een langzame oplossing voor injectie
intraveneuze injectie, tot maximaal 50 mg, verhoogt de kans op en de ernst van de bijwerkingen.
Behandelingsdoelen en stopzetting
Alvorens met de behandeling met Pethidine HCl Teva te beginnen, dient in overleg met de patiënt een behandelingsstrategie te worden overeengekomen, waarin de behandelingsduur en de -doelen zijn vastgelegd, evenals een plan voor het beëindigen van de behandeling, in overeenstemming met de richtlijnen voor pijnbestrijding. Tijdens de behandeling moet er regelmatig contact zijn tussen de arts en de patiënt om te beoordelen of voortzetting van de behandeling nodig is, om te overwegen de behandeling te staken en om de dosering indien nodig aan te passen. Wanneer een patiënt de behandeling met Pethidine HCl Teva niet langer nodig heeft, kan het raadzaam zijn de dosering geleidelijk af te bouwen om ontwenningsverschijnselen te voorkomen. Bij gebrek aan adequate pijnbestrijding moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van hyperalgesie, tolerantie en progressie van de onderliggende aandoening (zie rubriek 4.4).
Duur van de behandeling
Pethidine HCl Teva mag niet langer dan nodig worden gebruikt.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Verminderde ademhalingsreserve (astma bronchiale, emfyseem, thoraxtrauma).
- Hypothyreoïdie en onbehandeld myxoedeem (het toedienen van pethidine kan mede leiden tot het ontstaan van een comateuze toestand).
- Cardiovasculaire aandoeningen.
- Toxische psychose.
- Nierinsufficiëntie.
- Prostaathypertrofie.
- Shock.
- Leverinsufficiëntie.
- Intracraniële laesies.
- Coma.
- Convulsieve aandoeningen.
- Behandeling met MAO-remmers (zie ook rubriek 4.5).
- Na galwegoperaties.
- Na chirurgische anastomose.
- Verschijnselen van ileus.
- Niet aan zuigelingen toedienen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Tolerantie en opiaatgebruiksstoornis (misbruik en afhankelijkheid)
Bij herhaaldelijk gebruik van opioïden zoals Pethidine HCl Teva kunnen tolerantie, lichamelijke en psychische afhankelijkheid en een opiaatgebruiksstoornis ontstaan.
oplossing voor injectie
Herhaaldelijk gebruik van Pethidine HCl Teva kan leiden tot opiaatgebruiksstoornis. Een hogere dosis en een langere behandelingsduur met opioïden kunnen het risico op het ontwikkelen van een opiaatgebruiksstoornis vergroten. Misbruik of opzettelijk verkeerd gebruik van Pethidine HCl Teva kan leiden tot een overdosis en/of overlijden. Het risico op het ontwikkelen van een opiaatgebruiksstoornis is verhoogd bij patiënten met een persoonlijke of familiale voorgeschiedenis (ouders of broers en zussen) van middelengebruikstoornis (waaronder alcoholgebruiksstoornis), bij huidige tabaksgebruikers of bij patiënten met een persoonlijke voorgeschiedenis van andere psychische stoornissen (bijv. ernstige depressie, angst- en persoonlijkheidsstoornissen).
Alvorens de behandeling met Pethidine HCl Teva te starten en tijdens de behandeling moeten de doelstellingen van de behandeling en een plan voor het stopzetten van de behandeling met de patiënt worden overeengekomen (zie rubriek 4.2).
Voor en tijdens de behandeling moet de patiënt ook geïnformeerd worden over de risico’s en symptomen van een opiaatgebruiksstoornis. Als deze symptomen zich voordoen, moet de patiënt worden geadviseerd contact op te nemen met zijn of haar arts.
Patiënten moeten worden gemonitord op tekenen van drugszoekend gedrag (bijv. vroegtijdig aanvragen van herhaalrecepten). Dit omvat onder meer het controleren van gelijktijdig gebruik van opioïden en psychoactieve geneesmiddelen (zoals benzodiazepinen).
Bij patiënten met tekenen en symptomen van een opiaatgebruiksstoornis dient overleg met een verslavingsdeskundige te worden overwogen.
Risico bij gelijktijdig gebruik van sedativa zoals benzodiazepines en gerelateerde middelen
Gelijktijdig gebruik van Pethidine HCl Teva en sedativa zoals benzodiazepines en gerelateerde middelen kan leiden tot sedatie, respiratoire depressie, coma en de dood. Vanwege deze risico’s dient gelijktijdig voorschrijven van dit middel met sedativa enkel te worden gedaan voor patiënten waar geen alternatieve behandelopties voor zijn. Wanneer toch wordt besloten om dit middel gelijktijdig voor te schrijven met sedativa, dient de laagst mogelijke effectieve dosering te worden gebruikt en dient de behandelduur zo kort mogelijk gehouden te worden.
Patiënten dienen nauwlettend te worden gecontroleerd voor symptomen van ademhalingsdepressie en sedatie. In dit opzicht wordt sterk aanbevolen om patiënten en hun verzorgers op de hoogte te stellen van deze symptomen (zie rubriek 4.5).
Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen
Opioïden kunnen slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen veroorzaken, waaronder centrale slaapapneusyndroom (CSAS) en slaapgerelateerde hypoxemie. Opioïdegebruik verhoogt het risico op CSAS op een dosisafhankelijke manier. Overweeg bij patiënten met CSAS de totale opioïdendosis te verlagen.
oplossing voor injectie
Hyperalgesie
Net als bij andere opioïden moet, indien de pijn niet voldoende onder controle kan worden gehouden ondanks een verhoogde dosis pethidine, rekening worden gehouden met de mogelijkheid van opioïde geïnduceerde hyperalgesie. Een dosisverlaging of een herziening van de behandeling kan aangewezen zijn.
Serotoninesyndroom
Vanwege het risico op het serotoninesyndroom dient pethidine niet te worden gebruikt in combinatie met serotonerge middelen (zie rubriek 4.5).
Lever- en galaandoeningen
Pethidine kan disfunctie en spasmen van de sfincter van Oddi veroorzaken, waardoor het risico op galwegsymptomen en pancreatitis toeneemt. Daarom moet pethidine met de nodige voorzichtigheid worden toegediend bij patiënten met pancreatitis en aandoeningen van de galwegen.
In geval van supraventriculaire tachycardie of convulsies in de anamnese is voorzichtigheid geboden.
Een hypertensieve crisis als gevolg van pethidine toediening is beschreven in een patiënt met een feochromocytoom. Deze crisis kon worden onderdrukt door labetalol. Histamine-releasing opioïden, zoals pethidine dienen met terughoudendheid te worden toegepast in deze patiënten.
Kinderen zijn verhoogd gevoelig. Intoxicaties kunnen al bij zeer lage doses optreden.
Hulpstoffen
Natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per ampul oplossing voor injectie, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Toediening van pethidine aan patiënten die worden behandeld met monoamine-oxidaseremmers kan leiden tot heftige reacties. Pethidine is gecontra-indiceerd in patiënten die behandeld worden met MAO-remmers of die minder dan 14 dagen de medicatie hebben gestaakt.
Gelijktijdige toediening van pethidine en fenothiazine kan leiden tot ernstige bloeddrukdaling en kan de ademhalingsdepressie verlengen ten gevolge van de pethidine.
Enzyminducerende middelen, zoals barbituraten en fenytoïne, kunnen door versnelde hepatische omzetting van pethidine de spiegels van de toxische metaboliet norpethidine verhogen en soms de pethidinespiegel van pethidine verlagen. In dieren wordt de hepatische omzetting van pethidine ook versneld door tabak. In mensen is dit nog niet bevestigd.
oplossing voor injectie
Cimetidine vermindert de klaring en het distributievolume van pethidine. Ranitidine heeft geen invloed.
Gelijktijdige toediening van Pethidine HCl Teva met gabapentinoïden (gabapentine en pregabaline) kan leiden tot ademhalingsdepressie, hypotensie, diepe sedatie, coma of overlijden.
Gelijktijdige toediening van Pethidine HCl Teva met anticholinergica of geneesmiddelen met anticholinerge werking (bijv. tricyclische antidepressiva, antihistaminica, antipsychotica, spierverslappers, geneesmiddelen voor de behandeling van de ziekte van Parkinson) kan leiden tot een toename van anticholinerge bijwerkingen.
Sedativa zoals benzodiazepines en gerelateerde middelen
Gelijktijdig gebruik van opioïden met andere middelen met een depressieve werking op het centrale zenuwstelsel (hypnotica, sedativa, anxiolytica, antipsychotica, alcohol) verhoogt de kans op ademhalingsdepressie, sedatie, coma en de dood. De dosering en behandelduur van de combinatie dient te worden beperkt (zie rubriek 4.4).
Serotonerge middelen
Er zijn gevallen van serotoninesyndroom gemeld bij patiënten die pethidine gelijktijdig gebruikten met serotonerge geneesmiddelen zoals selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s), serotonine-noradrenaline-heropnameremmers (SNRI’s) en met Sint-Janskruis (Hypericum perforatum) (zie rubriek 4.4).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Over het gebruik van deze stof tijdens de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen.
Over de effecten bij dierproeven bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen.
Op grond van de farmacologische werkzaamheid is schadelijkheid bij gebruik tijdens de zwangerschap mogelijk. Wanneer het product tijdens de partus aan de moeder wordt toegediend, kan het depressie van de ademhaling bij de pasgeborene veroorzaken.
Bij langdurig gebruik van opioïden tijdens de zwangerschap (b.v. als verslaafde), kan de neonaat abstinentieverschijnselen vertonen.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Dit geneesmiddel kan het reactievermogen nadelig beïnvloeden. Hiermee dient men rekening te houden in situaties waar oplettendheid vereist is, zoals het besturen van een voertuig, het bedienen van machines, het werken op grote hoogte en, bij kinderen, het spelen op straat.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen staan hieronder weergegeven per systeem/orgaanklasse en frequentie.
oplossing voor injectie
De frequenties zijn als volgt gedefinieerd:
Zeer vaak (≥1/10)
Vaak (≥1/100, <1/10)
Soms (≥1/1.000, <1/100)
Zelden (≥1/10.000, <1/1.000)
Zeer zelden (<1/10.000)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Immuunsysteemaandoeningen
Zeer zelden: anafylactoïde reactie na intraveneuze toediening.
Psychische stoornissen
Zeer zelden: dysforie, verwardheid, hallucinaties en nachtmerries, euforie.
Zenuwstelselaandoeningen
Vaak: duizeligheid.
Zeer zelden: hoofdpijn, sedatie.
Niet bekend: verhoging van de intracraniële druk, drugsafhankelijkheid en convulsies, meestal voorafgegaan door myoclonus, kunnen optreden. De convulsies zijn meestal van beperkte duur, reageren op conventionele behandeling en verdwijnen na stopzetting van de pethidine toediening. Convulsies lijken het gevolg te zijn van cumulatie van de metaboliet norpethidine of van een verhoogde plasmaconcentratieverhouding norpethidine-pethidine.
Oogaandoeningen
Zeer zelden: miosis.
Hartaandoeningen
Zeer zelden: bradycardie, palpitatie, tachycardie, depressie van de contractiekracht van de hartspier.
Bloedvataandoeningen
Zeer zelden: hypotensie, orthostatische hypotensie.
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Niet bekend: ademhalingsdepressie.
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak: misselijkheid, braken, droge mond en vertraging van de maagpassage.
Soms: obstipatie.
Lever- en galaandoeningen
Soms: galspasme.
Huid- en onderhuidaandoeningen
oplossing voor injectie
Zeer zelden: hyperhidrosis, erythema.
Skeletspierweefsel- en bindweefselaandoeningen
Niet bekend: spierrigiditeit.
Nier- en urinewegaandoeningen
Soms: urineretentie, ureterspasme.
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Zeer zelden: lokale huidirritatie na subcutane of intramusculaire injectie, hypothermie.
In hogere doseringen: spierrigiditeit en euforie. Een duidelijke depressie van de contractiekracht van de hartspier, hypotensie, ademhalingsdepressie en verdieping van coma. Histamine-release na intraveneuze toediening van pethidine treedt vaker op dan na intraveneuze toediening van morfine of sufentanil. Dit leidt tot hypotensie, tachycardie, erytheem en toegenomen plasma-adrenalineconcentraties.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Drugsafhankelijkheid
Herhaaldelijk gebruik van Pethidine HCl Teva kan leiden tot drugsafhankelijkheid, zelfs bij therapeutische doseringen. Het risico op drugsafhankelijkheid kan variëren afhankelijk van de individuele risicofactoren, de dosering en de duur van de behandeling met opioïden (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Bij overdosering kunnen tremoren, convulsies, depressie van de ademhaling en coma optreden. Bij depressie van de ademhaling zijn naloxon of nalorfine specifieke antidota. De toediening hiervan moet lang genoeg worden herhaald aangezien pethidine een veel langere halfwaardetijd heeft dan de antidota.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: analgetica, opioïden, fenylpiperidinederivaat, ATC-code: N02AB02.
oplossing voor injectie
Pethidine is een narcotisch analgeticum dat aangrijpt op opioïdreceptoren in het centrale zenuwstelsel. De pijnperceptie als ook als emotionele respons op de pijn verandert hierdoor.
Behalve pijnstilling treedt ook bewustzijnsverlaging op. Maximale analgesie treedt op binnen 30-50 minuten na intramusculaire en subcutane toediening en binnen 60-90 minuten na orale toediening. De werking houdt 2-4 uur aan.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
De systemische biologische beschikbaarheid van pethidine is 50 tot 60% met een tmax van 1-2 uur.
Het verdelingsvolume is ca. 4 l/kg en stijgt bij toenemend alcoholgebruik. 65-75% van de stof wordt aan eiwit gebonden. Dit percentage daalt echter met de leeftijd en omgekeerd evenredig met de alcoholconsumptie.
Pethidine passeert de placenta en de concentratie in de foetale circulatie is gelijk aan de bloedspiegel bij de moeder. De eliminatie van pethidine is afhankelijk van de pH van de urine. De halfwaardetijd ligt tussen de 2 en 4 uur.
Pethidine wordt in de lever gemetaboliseerd. De belangrijkste metabolieten zijn norpethidine en pethidinezuur.
Wanneer langdurig hoge doses pethidine worden gebruikt bij nierfunctiestoornissen, bij zeer zure urine en wanneer gelijktijdig middelen worden gebruikt die de vorming van norpethidine verhogen (bijv. enzyminducerende middelen), kan cumulatie van de actieve metaboliet norpethidine optreden. De metabolieten van pethidine worden in geconjugeerde vorm met de urine uitgescheiden. Bij alkalische urine verschijnt ca. 6% van het onveranderde pethidine in de urine; bij zure urine echter tot 28%.
Bij levercirrhose en hepatitis is de halfwaardetijd verlengd (7-8 uur).
Bij patiënten die tolerantie ten opzichte van het geneesmiddel hebben ontwikkeld, verandert de halfwaardetijd niet.
De therapeutische concentraties zijn sterk wisselend, omdat het analgetische effect afhankelijk is van de tolerantie van de individuele patiënt.
Ook de maximale plasmaspiegels na een gegeven dosis wisselen zeer sterk (bejaarden hoger dan jongeren).
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen bijzonderheden.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Water voor injectie, natriumhydroxide (E524, voor pH-stelling)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
oplossing voor injectie
Oplossingen van pethidinehydrochloride zijn zuur. Ze zijn onverenigbaar met de zouten van barbituraten. De helderheid van de oplossing gaat ook verloren in combinaties met o.a. aminofylline, heparinenatrium, meticillinenatrium, morfinesulfaat, nitrofurantoïnenatrium, fenytoïnenatrium, natriumjodide, sulfadiazinenatrium en sulfafurazol-diethanolamine. Kleurverandering van vaalgeel naar lichtgroen treedt op in combinaties van oplossingen van minocyclinehydrochloride of tetracycline met pethidinehydrochloride in een 5% glucose oplossing. Bij het mengen met cefoperazonnatrium of mezlocillinenatrium ontstaat direct een neerslag. De met nafcilline ontstane troebele neerslag verdwijnt direct bij schudden. Onverenigbaarheid is ook beschreven tussen pethidinehydrochloride en aciclovirnatrium, imipenem, frusemide en idarubicine.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking en andere instructies
Kleurloze, type I glazen ampullen.
Pethidine HCl Teva 50 mg/ml is verpakt per 10 en 100 ampullen à 1 of 2 ml in een doosje.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Teva B.V.
Swensweg 5
2031 GA Haarlem
Nederland
oplossing voor injectie
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 03561
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 1 december 1982
Datum van laatste verlenging: 1 december 2012
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.2, 4.4, 4.5 en 4.8: 2 juli 2026
0526.13v.LD
