Bijsluiter-info.nl

Oxycodon HCl Teva – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
5 mg, 10 mg, 20 mg
Werkzame stof:
ATC-code:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Oxycodon HCl Teva

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Oxycodon HCl Teva 5 mg, capsules, hard

Oxycodon HCl Teva 10 mg, capsules, hard

Oxycodon HCl Teva 20 mg, capsules, hard

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Oxycodon HCl Teva 5 mg capsules bevatten 5 mg oxycodonhydrochloride per capsule, overeenkomend met 4,48 mg oxycodon.

Oxycodon HCl Teva 10 mg capsules bevatten 10 mg oxycodonhydrochloride per capsule, overeenkomend met 8,96 mg oxycodon.

Oxycodon HCl Teva 20 mg capsules bevatten 20 mg oxycodonhydrochloride per capsule, overeenkomend met 17,93 mg oxycodon.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Capsules, hard

Oxycodon HCl Teva 5 mg harde capsules hebben een lengte van 14,4 mm, de donkerroze body heeft de opdruk ‘5’, de bruine cap heeft de opdruk ‘OXY’.

Oxycodon HCl Teva 10 mg harde capsules hebben een lengte van 14,4 mm, de witte body heeft de opdruk ‘10’, de bruine cap heeft de opdruk ‘OXY’.

Oxycodon HCl Teva 20 mg harde capsules hebben een lengte van 14,4 mm, de lichtroze body heeft de opdruk ‘20’, de bruine cap heeft de opdruk ‘OXY’.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Oxycodon HCl Teva is geïndiceerd bij volwassenen en adolescenten (van 12 jaar en ouder) voor de behandeling van ernstige pijn die het gebruik van sterk werkende opioïden vereist.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering

De dosering is afhankelijk van de intensiteit van de pijn en de individuele gevoeligheid van de patiënt voor de behandeling. De juiste dosering voor een individuele patiënt is de laagste dosis die de pijn voldoende onder controle houdt met geen of verdraagbare bijwerkingen.

De onderstaande doseringen worden aanbevolen:

Volwassenen en adolescenten (van 12 jaar en ouder)

De dosering moet individueel worden aangepast op basis van de toestand van de patiënt, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele eerdere pijnbestrijding.

Aanvangsdosis

De aanvangsdosis voor volwassen patiënten die nooit eerder opioïden hebben gebruikt is 5 mg oxycodonhydrochloride, gegeven met een interval van 6 uur. Een hogere startdosering kan nodig zijn, afhankelijk van de behoefte van de patiënt aan pijnbestrijding. De aanvangsdosis voor adolescenten (van 12 jaar en ouder) die nooit eerder opioïden hebben gebruikt of die hevige pijn hebben die niet onder controle kan worden gehouden met zwakke opioïden, is 5 mg oxycodonhydrochloride elke 6 uur.

Patiënten die al eerder met opioïden zijn behandeld, kunnen starten met een hogere dosering op basis van eerdere ervaringen met opioïden.

Overstappen van morfine

Bij patiënten die reeds orale morfine toegediend kregen alvorens werd gestart met de oxycodon-behandeling, moet de dagelijkse dosering berusten op de volgende verhouding: 10 mg orale oxycodon is gelijk aan 20 mg orale morfine. Opgemerkt dient te worden dat dit slechts een richtlijn is voor de vereiste dosis oxycodonhydrochloride. De onderlinge verschillen tussen patiënten maken het noodzakelijk de dosering voor elke afzonderlijke patiënt zorgvuldig in te stellen.

Dosisaanpassing

Als de pijn reageert op opioïden, kan de dosering dagelijks worden verhoogd totdat het gewenste effect is bereikt of er onaanvaardbare bijwerkingen optreden. Indien nodig kan het doseerinterval worden verkort tot elke 4 uur, maar de dosis mag niet vaker dan 6 keer per dag worden ingenomen. De juiste dosering voor een individuele patiënt is de dosering die de pijn onderdrukt en die goed wordt verdragen tijdens het gebruik.

Voor het merendeel van de patiënten bedraagt de maximale dagdosis 400 mg. Enkele patiënten kunnen echter hogere doses nodig hebben.

Bij patiënten die behandeld worden met een verlengde afgifte formulering van oxycodon, kan Oxycodon HCl Teva worden gebruikt om doorbraakpijn te beheersen. De dosis dient te worden aangepast op basis van de behoefte van de patiënt. Echter als algemene regel geldt dat de eenmalige dosering 1/8 tot 1/6 moeten bedragen van de dagelijkse dosering van de verlengde afgifte formulering. Als de toevoeging van een snelwerkend opioïd voor doorbraakpijn meer dan twee keer per dag nodig is, kan dit erop wijzen dat de dosering van de formulering met verlengde afgifte moet worden verhoogd.

Behandeldoelen en stopzetting

Voordat de behandeling met Oxycodon HCl Teva wordt gestart, dient samen met de patiënt een behandelstrategie, inclusief behandelduur en behandeldoelen, en een plan voor het beëindigen van de behandeling te worden overeengekomen, in overeenstemming met de richtlijnen voor pijnmanagement. Tijdens de behandeling moet er regelmatig contact zijn tussen de arts en de patiënt om de noodzaak van voortzetting van de behandeling te evalueren, stopzetting te overwegen en, indien nodig, de dosering aan te passen. Wanneer een patiënt geen behandeling met oxycodon meer nodig heeft, kan het raadzaam zijn de dosis geleidelijk af te bouwen om ontwenningsverschijnselen te voorkomen. Bij gebrek aan adequate pijnbestrijding moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van hyperalgesie, tolerantie en progressie van de onderliggende ziekte (zie rubriek 4.4).

Behandelduur

Oxycodon dient niet langer dan noodzakelijk te worden gebruikt. Zie rubriek 4.4 voor de noodzaak van nauwkeurige opvolging van ontwikkeling van afhankelijkheid en misbruik.

Speciale patiëntengroepen

Pediatrische patiënten

Opioïden mogen alleen worden gebruikt voor de behandeling van ernstige pijn bij kinderen nadat de voordelen en risico’s zorgvuldig zijn afgewogen.

Kinderen jonger dan 12 jaar

De veiligheid en werkzaamheid van oxycodon bij kinderen jonger dan 12 jaar zijn nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.

Oudere patiënten

De dosering hoeft normaalgesproken niet te worden aangepast bij oudere patiënten zonder klinische manifestaties van lever- of nierinsufficiëntie.

Nier- of leverfunctiestoornissen

De plasmaconcentratie van oxycodon is hoger bij patiënten met een verminderde nier- of leverfunctie dan bij patiënten met een normale nier- en leverfunctie. De dosisinitiatie dient een conservatieve benadering te volgen. De aanbevolen startdosis voor volwassenen dient te worden verminderd met 50% (bijvoorbeeld een totale dagelijkse orale dosis van 10 mg voor patiënten die nooit eerder opioïden hebben gebruikt) en elke patiënt dient op basis van de klinische situatie te worden getitreerd totdat het pijnstillende effect bereikt is (zie rubrieken 4.4 en 5.2).

Andere risicopatiënten

Risicopatiënten, bijvoorbeeld patiënten met een laag lichaamsgewicht of een traag metabolisme van geneesmiddelen moeten in eerste instantie de halve aanbevolen dosering voor volwassenen krijgen wanneer zij niet eerder met opioïden zijn behandeld. Daarom kan het zijn dat de laagste aanbevolen dosis, namelijk 5 mg, niet geschikt is als aanvangsdosering. Dosistitratie dient te worden uitgevoerd in afstemming op de individuele klinische situatie en gebruikmakend van een geschikte beschikbare formulering.

Wijze van toediening

Oraal gebruik.

De vastgestelde dosering Oxycodon HCl Teva dient volgens een vast schema te worden ingenomen, maar niet vaker dan iedere 4 tot 6 uur.

De capsules kunnen zowel met als zonder voedsel worden ingenomen met voldoende vloeistof.

Het middel dient niet met alcoholische dranken te worden ingenomen.

4.3 Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
  • Ernstige ademhalingsdepressie met hypoxie en/of hypercapnie.
  • Ernstige COPD (chronic obstructive pulmonary disease).
  • Cor pulmonale.
  • Ernstig astma bronchiale.
  • Paralytische ileus.
  • “Acute buik”, vertraagde maaglediging.

Oxycodon mag niet worden gebruikt in een situatie waar opioïden gecontra-indiceerd zijn.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Oxycodon moet met voorzichtigheid worden toegediend bij patiënten

  • met ernstig verminderde ademhalingsfunctie
  • met slaapapneu
  • die benzodiazepinen gebruiken of andere middelen die het CZS onderdrukken (waaronder alcohol, zie hieronder en rubriek 4.5)
  • die monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers, zie hieronder en rubriek 4.5) gebruiken
  • met tekenen van opiaatgebruiksstoornis (zie hieronder)
  • met tolerantie en ontwenning (zie hieronder)
  • die verzwakt of ouder zijn
  • met hoofdletsel (vanwege het risico op verhoogde intracraniële druk)
  • met hypotensie
  • met hypovolemie
  • met epileptische stoornis of aanleg voor convulsies
  • met pancreatitis
  • met obstructieve en inflammatoire darmziekten
  • met leverfunctiestoornis
  • met nierfunctiestoornis
  • met myxoedeem
  • met hypothyroïdie
  • met ziekte van Addison (adrenale insufficiëntie)
  • met prostaathypertrofie
  • met alcoholisme
  • met toxische psychose
  • met delirium tremens
  • met constipatie
  • met ziekten van de galwegen, met biliaire koliek of koliek van de ureter.

Mogelijk moet de dosis worden verlaagd.

Bij het optreden of vermoeden van paralytische ileus dient oxycodon onmiddellijk te worden gestaakt.

Respiratoire depressie

Het voornaamste risico van overmatig gebruik van opioïden is respiratoire depressie. Respiratoire depressie treedt het meest op bij oudere of verzwakte patiënten. Het respiratoir depressieve effect van oxycodon kan leiden tot verhoogde koolstofdioxideconcentraties in het bloed en derhalve in de cerebrospinale vloeistof. Bij gepredisponeerde patiënten kunnen opioïden een ernstige daling van de bloeddruk veroorzaken.

Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen

Opioïden kunnen slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen veroorzaken, waaronder centrale slaapapneu (CSA) en slaapgerelateerde hypoxemie. Opioïdengebruik verhoogt het risico op CSA op een dosisafhankelijke manier. Overweeg bij patiënten met CSA om de totale dosering van opioïden te verlagen.

Risico van gelijktijdig gebruik met sedativa, zoals benzodiazepinen of gerelateerde middelen Gelijktijdig gebruik van opioïden, waaronder oxycodon, met sedativa, zoals benzodiazepinen of gerelateerde middelen, kan leiden tot sedatie, ademhalingsdepressie, coma en overlijden. Vanwege deze risico’s dient het voorschrijven van deze sedativa te worden beperkt tot patiënten bij wie er geen alternatieve behandelopties mogelijk zijn. Wanneer wordt besloten oxycodon gelijktijdig voor te schrijven met sedativa dient de laagst mogelijk effectieve dosis te worden gebruikt en dient de duur van de behandeling zo kort mogelijk te zijn.

Patiënten moeten nauwlettend worden gevolgd op tekenen en symptomen van ademhalingsdepressie of sedatie. Hierbij wordt sterk aanbevolen patiënten en hun verzorgers op de hoogte te stellen van deze symptomen (zie rubriek 4.5).

MAO-remmers

Oxycodon moet met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten die MAO-remmers gebruiken of patiënten die binnen twee weken voorafgaand aan toediening MAO-remmers hebben gebruikt (zie rubriek 4.5).

Opiaatgebruiksstoornis (misbruik en afhankelijkheid)

Tolerantie en lichamelijke en/of psychologische afhankelijkheid kunnen optreden bij herhaalde toediening van opioïden zoals oxycodon.

Herhaald gebruik van Oxycodon HCl Teva kan leiden tot opiaatgebruiksstoornis (OUD, Opioid Use Disorder). Een hogere dosis en langere duur van de behandeling met opioïden kan het risico op de ontwikkeling van OUD verhogen. Misbruik of opzettelijk misbruik van Oxycodon HCl Teva kan leiden tot een overdosis en/of overlijden. Het risico op het ontwikkelen van OUD is verhoogd bij patiënten met een persoonlijke of een familiegeschiedenis (ouders of broers en zussen) van middelenmisbruikstoornissen (waaronder alcoholmisbruikstoornis), bij huidige tabaksgebruikers of bij patiënten met een persoonlijke geschiedenis van andere geestelijke gezondheidsstoornissen (bijv. depressie, angst- en persoonlijkheidsstoornissen).

Voordat de behandeling met Oxycodon HCl Teva wordt gestart en tijdens de behandeling, dienen de behandeldoelen en een stopzettingsplan te worden overeengekomen met de patiënt (zie rubriek 4.2). Voor en tijdens de behandeling dient de patiënt tevens te worden geïnformeerd over de risico’s en tekenen van OUD. Patiënten moeten worden geadviseerd om contact met hun arts op te nemen als deze tekenen optreden.

Patiënten dienen gecontroleerd te worden op tekenen van drugszoekend gedrag (bijv. te vroege verzoeken om bijvullingen). Dit omvat de beoordeling van gelijktijdige opioïden en psychoactieve middelen (zoals benzodiazepinen). Voor patiënten met tekenen en symptomen van OUD dient overleg met een verslavingsdeskundige te worden overwogen.

Tolerantie en ontwenning

Bij langdurig gebruik van oxycodon kan tolerantie worden ontwikkeld en kunnen hogere doseringen nodig zijn om het gewenste pijnstillend effect te bereiken. Langdurig gebruik van oxycodon kan leiden tot lichamelijke afhankelijkheid. Ontwenningsverschijnselen kunnen optreden bij het plotseling onderbreken van de therapie. Als therapie met oxycodon niet langer noodzakelijk is, dan dient de dagelijkse dosering geleidelijk te worden afgebouwd om ontwenningsverschijnselen te voorkomen. Ontwenningsverschijnselen kunnen bestaan uit geeuwen, mydriasis, tranenvloed, loopneus, spiertrillingen, zweten, angst, agitatie, convulsies en slapeloosheid.

Lever- en galaandoeningen

Oxycodon kan disfunctie en spasme van de sfincter van Oddi veroorzaken, waardoor het risico op symptomen van de galwegen en pancreatitis toeneemt. Daarom dient oxycodon met voorzichtigheid te worden toegediend bij patiënten met pancreatitis en aandoeningen van de galwegen.

Chronische, niet-maligne pijn

Opioïden vormen geen eerstelijnsbehandeling voor chronische, niet-maligne pijn, en worden ook niet als enige behandeling aanbevolen. Opioïden moeten worden gebruikt als onderdeel van een uitgebreid behandelprogramma dat andere medicatie en behandelingsmethoden omvat. Patiënten met chronische, niet-maligne pijn moeten worden gecontroleerd op tekenen van afhankelijkheid of middelenmisbruik.

Alcohol

Gelijktijdig gebruik van alcohol en oxycodon kan het optreden van bijwerkingen van oxycodon doen toenemen; gelijktijdig gebruik moet worden vermeden.

Abusieve parenterale veneuze injectie

In geval van abusieve parenterale veneuze injectie kan de capsule-inhoud leiden tot potentieel fatale gebeurtenissen.

Hyperalgesie

Hyperalgesie die niet reageert op een verdere dosisverhoging van oxycodonhydrochloride kan zeer zelden optreden met name bij hoge doseringen. Het kan nodig zijn de dosis oxycodonhydrochloride te verlagen of over te schakelen op een ander opioïd.

Preoperatief gebruik

Oxycodon dient preoperatief en binnen de eerste 12-24 uur na een operatie met voorzichtigheid te worden gebruikt.

Zoals bij alle opioïd-preparaten is voorzichtigheid geboden bij het gebruik van oxycodon producten na buikoperaties, aangezien van opioïden bekend is dat ze een nadelige invloed hebben op de motiliteit van de darmen. Ze mogen pas worden gebruikt nadat de arts heeft vastgesteld dat de darmfunctie weer normaal is.

Endocriene effecten

Opioïden, zoals oxycodon, kunnen de hypothalame-hypofysaire-adrenale of gonadale assen beïnvloeden. Veranderingen die kunnen worden waargenomen, zijn verhoging van het serum prolactine en verlaging van de plasma cortisol en testosteron. Deze hormonale veranderingen kunnen klinische symptomen teweegbrengen.

Natrium

Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per capsule, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Gelijktijdig gebruik van opioïden met geneesmiddelen zoals benzodiazepinen of gerelateerde middelen kan door de additionele dempende werking op het centrale zenuwstelsel het risico op sedatie, ademhalingsdepressie, coma en overlijden doen toenemen. De dosis en duur van gelijktijdig gebruik dienen te worden beperkt (zie rubriek 4.4).

Geneesmiddelen die het CZS dempen omvatten, maar zijn niet beperkt tot: andere opioïden, gabapentinoïden zoals pregabaline, anxiolytica, hypnotica en sedativa (waaronder benzodiazepinen), antipsychotica, antidepressiva, fenothiazines, neuroleptica, anesthetica, spierverslappers, antihistaminica, anti-emetica en alcohol.

Alcohol kan de farmacodynamische effecten van oxycodon versterken; gelijktijdig gebruik moet worden vermeden.

MAO-remmers kunnen interactie vertonen met slaapverwekkende pijnstillers. MAO-remmers veroorzaken CZS-stimulatie of CZS-onderdrukking die geassocieerd wordt met een hyper- of hypotensieve crisis (zie rubriek 4.4). Oxycodon dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten die gelijktijdig MAO-remmers gebruiken of deze in de afgelopen 2 weken hebben gebruikt (zie rubriek 4.4).

Gelijktijdige toediening van oxycodon en serotonerge middelen zoals een selectieve serotonineheropnameremmer (SSRI) of een serotonine-norepinefrineheropnameremmer (SNRI) kan serotoninetoxiciteit veroorzaken. De symptomen van serotoninetoxiciteit kunnen onder andere een verandering van mentale toestand (bijv. agitatie, hallucinaties, coma), autonome instabiliteit (bijv. tachycardie, labiele bloeddruk, hyperthermie), neuromusculaire afwijkingen (bijv. hyperreflexie, incoördinatie, stijfheid) en/of gastro-intestinale symptomen (bijv. misselijkheid, braken, diarree) zijn. Oxycodon moet met voorzichtigheid worden gebruikt en het is mogelijk dat de dosering moet worden verlaagd bij patiënten die deze geneesmiddelen gebruiken.

Geneesmiddelen met anticholinergische effecten (zoals antipsychotica, tricyclische antidepressiva, antihistaminica, anti-emetica, spierverslappers, geneesmiddelen tegen de ziekte van Parkinson) kunnen de anticholinergische bijwerkingen van oxycodon, zoals constipatie, droge mond of stoornis van de urine-uitscheiding versterken.

Oxycodon wordt voornamelijk gemetaboliseerd door CYP3A4 en deels door CYP2D6. Gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen of voedingssupplementen kan het metabolisme remmen of induceren, wat kan leiden tot veranderde plasmaconcentraties van oxycodon. Het kan daarom nodig zijn de dosis oxycodon aan te passen.

CYP3A4 remmers, zoals macrolide antibiotica (bijv. claritromycine, erythromycine, telithromycine), azoolantimycotica (bijv. ketoconazol, voriconazol, itraconazol, posaconazol), proteaseremmers (bijv. boceprevir, ritonavir, indinavir, nelfinavir, saquinavir), cimetidine en grapefruitsap kunnen de klaring van oxycodon verminderen. Dit kan leiden tot verhoogde oxycodon plasmaconcentraties. Een aanpassing van de oxycodon dosering kan noodzakelijk zijn.

Enkele specifieke voorbeelden worden hieronder genoemd:

  • itraconazol (een potente CYP3A4-remmer), 200 mg oraal toegediend gedurende vijf dagen verhoogt de AUC van oraal toegediend oxycodon. De gemiddelde AUC was ongeveer 2,4 maal hoger (range 1,5 – 3,4)
  • voriconazol (een CYP3A4-remmer), 200 mg toegediend tweemaal daags gedurende vier dagen (400 mg toegediend als eerste twee doses) verhoogt de AUC van oraal toegediend oxycodon. De gemiddelde AUC was ongeveer 3,6 maal hoger (range 2,7 – 5,6)
  • telithromycine (een CYP3A4-remmer), 800 mg oraal toegediend gedurende vier dagen verhoogt de AUC van oraal toegediend oxycodon. De gemiddelde AUC was ongeveer 1,8 maal hoger (range 1,3 – 2,3)
  • grapefruitsap (een CYP3A4-remmer), toegediend als 200 ml driemaal daags gedurende vijf dagen verhoogt de AUC van oraal toegediend oxycodon. De gemiddelde AUC was ongeveer 1,7 maal hoger (range 1,1 – 2,1).

CYP3A4 inductoren, zoals rifampicine, carbamazepine, fenytoïne en sint-janskruid kunnen het metabolisme van oxycodon induceren en de klaring van oxycodon doen toenemen. Dit resulteert in een vermindering van de oxycodon plasmaconcentraties. De dosering oxycodon dient eventueel te worden aangepast.

Een aantal specifieke voorbeelden worden hieronder weergegeven:

  • sint-janskruid (een CYP3A4-inductor), toegediend als 300 mg driemaal daags gedurende 15 dagen verminderde de AUC van oraal toegediend oxycodon. De AUC was gemiddeld ongeveer 50% lager (range 37 - 57%)
  • rifampicine (een CYP3A4 inductor), toegediend als 600 mg eenmaal daags gedurende zeven dagen verminderde de AUC van oraal toegediend oxycodon. De AUC was gemiddeld ongeveer 86% lager.

Geneesmiddelen die de CYP2D6-activiteit remmen, zoals paroxetine, fluoxetine en kinidine, kunnen de klaring van oxycodon verminderen. Dit kan leiden tot verhoogde oxycodon plasmaconcentraties. Gelijktijdige toediening van CYP2D6 remmers had echter slechts een klein effect op de eliminatie van oxycodon en had geen invloed op de farmacodynamische effecten van oxycodon.

Het effect van andere relevante iso-enzymremmers op de metabolisatie van oxycodon is niet bekend.

Met potentiële interacties moet rekening worden gehouden. Er zijn geen in vitro of in vivo-studies die onderzoek hebben gedaan naar het effect van oxycodon op het cytochroom P-450 gekatalyseerde metabolisme of andere werkzame stoffen.

Er zijn bij individuen klinisch relevante veranderingen in de International Normalized Ratio (INR) in beide richtingen waargenomen wanneer coumarine-anticoagulantia tegelijk met oxycodon werden toegepast.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Het gebruik van dit geneesmiddel dient zoveel mogelijk te worden vermeden door patiënten die zwanger zijn of borstvoeding geven.

Zwangerschap

Er zijn beperkte gegevens over het gebruik van oxycodon bij zwangere vrouwen. Pasgeborenen dienen gecontroleerd te worden op ademhalingsdepressie indien hun moeder tijdens de laatste 3 tot 4 weken voor de bevalling opioïden heeft gebruikt. Bij pasgeborenen van moeders die worden behandeld met oxycodon kunnen ontwenningsverschijnselen worden waargenomen.

Oxycodon passeert de placenta. Studies in dieren met oxycodon toonden geen teratogene of embryotoxische effecten aan. Oxycodon mag tijdens de zwangerschap alleen worden gebruikt als de voordelen van het gebruik opwegen tegen de mogelijke risico’s voor het ongeboren kind of de neonaat.

Borstvoeding

Oxycodon kan worden uitgescheiden in humaan moedermelk en kan ademhalingsdepressie veroorzaken bij het kind dat borstvoeding krijgt. Daarom dient oxycodon niet te worden gebruikt door moeders die borstvoeding geven.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen gegevens beschikbaar over de effecten van oxycodon op de menselijke fertiliteit. Studies in ratten hebben geen effect aangetoond op vruchtbaarheid (zie rubriek 5.3).

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Oxycodon kan de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen verminderen (zie rubriek 4.8). Dit is met name het geval bij het begin van de behandeling met oxycodon, na dosisverhoging of omschakeling van een ander product en als oxycodon wordt gecombineerd met andere geneesmiddelen met CZS-onderdrukkende werking. Tijdens een langdurige behandeling is een algeheel verbod op autorijden niet noodzakelijk. De behandelend arts moet de situatie per individu beoordelen.

4.8 Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

Vanwege zijn farmacologische eigenschappen kan oxycodon ademhalingsdepressie, miosis, bronchiaal spasme en spasme van de gladde spieren veroorzaken en kan het de hoestreflex onderdrukken.

De meest frequent gemelde bijwerkingen zijn misselijkheid (vooral aan het begin van de behandeling)

en constipatie.

Ademhalingsdepressie is het voornaamste gevaar van een overdosis opioïden en komt het meest voor bij oudere of verzwakte patiënten.

Er kan zich tolerantie ontwikkelen bij patiënten die met oxycodon worden behandeld, maar dit is geen significant probleem geweest in het klinische onderzoeksprogramma.

Lijst met bijwerkingen in tabelvorm

De bijwerkingen staan hieronder weergegeven per systeem/orgaanklasse en frequentie.

Systeem/

orgaanklasse

Zeer vaak

(≥1/10)

Vaak

(≥1/100, <1/10)

Soms

(≥1/1.000, <1/100)

Zelden

(≥1/10.000, <1/1.000)

Zeer zelden

(<1/10.000)

Niet bekend

(kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Infecties en parasitaire aandoeningenHerpes simplex
Bloed- en lymfestelsel-aandoeningenLymfadeno-pathie
Immuun-systeem-aandoeningenOvergevoelig-heidAnafylactische reactie, anafylactoïde reactie
Endocriene aandoeningenSyndroom van inadequate antidiuretisch hormoon secretie
Voedings- en stofwisselings-stoornissenVermin-derde eetlustDehydratieVerhoogde eetlust
Psychische stoornissenAngst, verwarde toestand, depres-sie, nervosi-teit, slape-loosheid, abnor-male gedach-tenAgitatie, aantasting labiliteit, euforische stemming, perceptiestoor-nissen (bijv. hallucinaties, derealisatie), verminderd libido, geneesmiddel-afhankelijkheid (zie rubriek 4.4)Agressie
Zenuwstelsel-aandoeningenSlaperig-heid, duizelig-heid, hoofdpijnTremor, lethargieAmnesie, convulsies (vooral bij personen met epileptische stoornis of aanleg voor convulsies), migraine, hypertonie, hypotonie, onwillekeurige spiercontracties, hypo-esthesie, coördinatie-stoornissen, spraakstoornis, syncope, paresthesie, dysgeusieHyperalgesie
Oog-aandoeningenVisusstoornis, miosis, lacrimatie-stoornis
Evenwichts-orgaan- en oor-aandoeningenHyperacusis, vertigo
Hart-aandoeningenTachycardie, palpitaties (in context van ontwennings-syndroom)
Bloedvat-aandoeningenVasodilatatieHypotensie, ortho-statische hypotensie
Ademhalings-stelsel-, borstkas- en mediastinum-aandoeningenDyspneu, broncho-spasmeAdemhalings-depressie, dysfonie, hoest, faryngitis, rhinitisCentraal slaap apneu syndroom
Maagdarm-stelsel-aandoeningenConstipa-tie, braken, misselijk-heidBuikpijn, diarree, droge mond, dyspep-sieZweertjes in de mond, gingivitis, stomatitis, dysfagie, flatulentie, eructatie, ileusMelena, verkleuring van tanden, bloedend tandvleesTandbederf
Lever- en gal-aandoeningenVerhoogde leverenzymen, spasme van ureterCholestasis, galkoliek, sfincter van Oddi-disfunctie
Huid- en onderhuid-aandoeningenPruritusHuid-reacties/ huid-uitslag, hyper-hidroseDroge huidUrticaria, fotosensiti-viteitsreactieExfoliatieve dermatitis
Nier- en urineweg-aandoeningenVer-hoogde drang tot urinerenUrineretentieHematurie
Voort-plantingsstel-sel- en borst-aandoeningenErectiele dysfunctie, hypogonadismeAmenorroe
Algemene aandoeningen en toedienings-plaats-stoornissenAsthenie, moeheidRillingen, geneesmiddel-ontwennings-syndroom, pijn (bijv. pijn op de borst), malaise, oedeem, perifeer oedeem, geneesmiddel-tolerantie, dorstGewichts-toename, gewichts-afname, cellulitisGenees-middelont-wennings-syndroom bij pasgeborenen
Letsels, intoxicaties en verrichtings-complicatiesOngevallen met lichamelijk letsel

Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen

Drugsafhankelijkheid

Herhaald gebruik van Oxycodon HCl Teva kan leiden tot drugsafhankelijkheid, zelfs bij therapeutische doses. Het risico op drugsafhankelijkheid kan variëren afhankelijk van de individuele risicofactoren van de patiënt, dosering en duur van de behandeling met opioïden (zie rubriek 4.4).

Pediatrische patiënten

De frequentie, het type en de ernst van de bijwerkingen bij adolescenten (12 tot 18 jaar) lijken dezelfde als bij volwassenen (zie rubriek 5.1).

Voorzorgsmaatregelen

Aangezien constipatie een zeer vaak voorkomende bijwerking is, kan het raadzaam zijn ter preventie de patiënt te adviseren een vezelrijk dieet met een verhoogde inname van vloeistoffen te nuttigen. Tegen misselijkheid en braken kunnen anti-emetica overwogen worden.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Symptomen

Miosis, respiratoire depressie, somnolentie, verminderde skeletspiertonus, daling van de bloeddruk en toxische leuko-encefalopathie zijn waargenomen bij een overdosis oxycodon.

In ernstige gevallen kunnen circulatoire collaps, stupor, coma, bradycardie, non-cardiogene longoedemen, hypotensie en de dood optreden. Misbruik van hoge doses sterke opioïden zoals oxycodon kan fataal zijn.

De dodelijke dosis voor volwassenen (zonder ontwikkeling van tolerantie) bedraagt naar verluidt ongeveer 60-100 mg oraal.

Behandeling

In eerste instantie moet worden gezorgd voor een niet-geobstrueerde luchtweg en een ondersteunde of gecontroleerde ventilatie.

Bij een overdosering kan intraveneuze toediening van een opiaatantagonist (bijv. 0,4-2 mg intraveneus naloxon) geïndiceerd zijn. Toediening van een eenmalige dosis moet afhankelijk van de klinische situatie herhaald worden met een interval van 2-3 minuten. Intraveneuze infusie van 2 mg naloxon in 500 ml isotone zout- of 5% dextroseoplossing (overeenkomend met 0,004 mg naloxon/ml) is mogelijk. De infuussnelheid dient te worden aangepast aan eerdere bolusinjecties en de reactie van de patiënt.

Het leegpompen van de maag kan worden overwogen. Actieve kool (50 g voor volwassenen, 10-15 g voor kinderen) kan worden overwogen wanneer een substantiële hoeveelheid binnen een uur is ingenomen, vooropgesteld dat de luchtweg kan worden beschermd. Het is waarschijnlijk dat een late toediening van actieve kool heilzaam is voor tabletten met verlengde afgifte, maar hier is geen ondersteunend bewijs voor.

Om de passage te bevorderen kan een passend laxans (bijv. een oplossing op basis van PEG) worden gebruikt.

Ondersteunende maatregelen (kunstmatige beademing, zuurstoftoediening, de toediening van vasopressoren en infusen) kunnen worden toegepast bij de behandeling van een circulatoire shock. Bij een hartstilstand of cardiale aritmie kan een hartmassage of defibrillatie geïndiceerd zijn. Indien nodig moeten ondersteunende respiratie en onderhoud van de water- en elektrolytenbalans worden uitgevoerd.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: natuurlijke opiumalkaloïden, ATC-code: N02A A05.

Werkingsmechanisme

Oxycodon vertoont een affiniteit tot kappa-, mu- en delta-opioïdreceptoren in de hersenen en het ruggenmerg. Het grijpt aan op deze receptoren als een opioïd agonist zonder antagonistisch effect. Het therapeutisch effect is voornamelijk analgetisch en sedatief.

Endocrien systeem

Zie rubriek 4.4.

Maagdarmstelsel

Opioïden kunnen spasmen van de sfincter van Oddi veroorzaken.

Pediatrische patiënten

Over het geheel genomen laten de veiligheidsgegevens, verkregen met oxycodon in klinische, farmacodynamische en farmacokinetische studies zien dat oxycodon in het algemeen goed wordt verdragen door pediatrische patiënten met bijwerkingen op voornamelijk het gastro-intestinaal stelsel en het zenuwstelsel. De bijwerkingen waren consistent met het bekende veiligheidsprofiel van oxycodon en ook met andere vergelijkbare sterke opioïden (zie rubriek 4.8 ‘Bijwerkingen’). Er zijn geen gegevens uit klinische studies over het gebruik op lange termijn bij kinderen van 12 tot 18 jaar.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

De absolute biologische beschikbaarheid van oxycodon is 60-87% na orale toediening en de maximale piekconcentraties worden bereikt na ongeveer 1 tot 1,5 uur.

Distributie

Bij steady state is het distributievolume van oxycodon 2,6 l/kg en de binding aan plasmaproteïnen is 38-45%.

Biotransformatie

Oxycodon wordt gemetaboliseerd in de darm en lever via het P450 cytochroom systeem tot noroxycodon (CYP3A4) en oxymorfon (CYP2D6) als mede tot enkele glucuronideconjugaten. De bijdrage van metabolieten aan het totale farmacodynamische effect is irrelevant.

Eliminatie

Bij steady state bedraagt de plasma-eliminatiehalfwaardetijd ongeveer 3 uur. Oxycodon en zijn metabolieten worden uitgescheiden via de urine. Fecale excretie is niet onderzocht.

Lineariteit/non-lineariteit

Na toediening van de capsuleformulering van oxycodonhydrochloride neemt de plasmaconcentratie lineair toe over een doseringsrange van 5 - 20 mg.

Geslacht

Vrouwen hebben gemiddeld tot 25% hogere plasma-oxycodonconcentraties dan mannen, op basis van aangepast lichaamsgewicht. De reden voor dit verschil is onbekend.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Teratogeniciteit

Oxycodon had geen effect op de vruchtbaarheid en vroege embryonale ontwikkeling van mannelijke en vrouwelijke ratten bij doseringen tot 8 mg/kg lichaamsgewicht en veroorzaakte geen misvormingen bij ratten bij doseringen tot 8 mg/kg en bij konijnen bij een dosis van 125 mg/kg lichaamsgewicht. Bij konijnen werd echter een dosisgerelateerde verhoging in ontwikkelingsvariaties gezien als individuele foetussen werden gebruikt bij de statistische evaluatie (verhoogde incidentie van 27 presacrale wervels, extra paar ribben). Statistische evaluatie van deze parameters aan de hand van de worpen liet zien dat alleen de incidentie van 27 presacrale wervels was verhoogd en alleen in de 125 mg/kg groep, een dosering die ernstige farmacotoxische effecten veroorzaakte in zwangere dieren. In een studie naar de pre- en postnatale ontwikkeling bij ratten waren de F1 lichaamsgewichten lager bij 6 mg/kg/d ten opzichte van de lichaamsgewichten van de controlegroep bij doseringen die het gewicht en de voedselinname van de moeder verlaagden (NOAEL 2 mg/kg lichaamsgewicht). Er waren geen effecten op fysieke, reflexmatige en sensorische ontwikkelingsparameters of op gedrags- en voortplantingsindicatoren.

Carcinogeniteit

Er zijn geen lange termijn carcinogeniteitonderzoeken uitgevoerd.

Mutageniteit

Oxycodon toont een clastogeen effect bij in vitro-assays. Er zijn geen gelijkende effecten aangetoond, bij in vivo-onderzoeken en bij toxische doses. De resultaten indiceren dat het mutagene risico van oxycodon met een bepaalde adequaatheid kan worden uitgesloten voor mensen die therapeutische concentraties gebruiken.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Capsule inhoud

Microkristallijne cellulose

Magnesiumstearaat

Capsule omhulsel

Gelatine

Natriumlaurylsulfaat

Titaandioxide (E171)

IJzeroxide geel (E172)

IJzeroxide rood (E172)

Indigotine (E132)

Drukinkt

Schellak

Propyleenglycol

Ammoniumhydroxide (voor pH-aanpassing)

IJzeroxide zwart (E172)

Kaliumhydroxide (voor pH-aanpassing)

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

2 jaar

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 30°C.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking en andere instructies

Afpelbare blisterverpakkingen (PVC/PVdC/Alu/PET/papier)

Verpakkingsgrootten:

5 mg

14, 20, 28, 30, 50, 56 en 100 capsules

10 mg

20, 28, 30, 50, 56 en 100 capsules

20 mg

20, 28, 30, 50, 56 en 100 capsules

Doordruk blisterverpakkingen (PVC/PVdC/Alu)

Verpakkingsgrootten:

5 mg

14, 20, 28, 30, 50, 56 en 100 capsules

10 mg

20, 28, 30, 50, 56 en 100 capsules

20 mg

20, 28, 30, 50, 56 en 100 capsules

HDPE potten met moeilijk door kinderen te openen PP doppen

Verpakkingsgrootten: 98, 100 en 250 capsules.

Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Geen bijzondere vereisten.

Aanwijzingen voor het gebruik van afpelbare blisterverpakkingen

  1. 1. Druk de capsule NIET rechtsreeks door de folie van de blisterverpakking heen.
  2. 2. Scheur één van de blisters van de blisterverpakking af langs de perforatierand.
  3. 3. Trek zorgvuldig de beschermende rugzijde los om de capsule bloot te leggen.

Instructies voor gebruik van HDPE potten met moeilijk door kinderen te openen PP doppen

Druk de dop naar beneden en draai om te openen.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Teva Nederland B.V.

Swensweg 5

2031 GA Haarlem

Nederland

8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 115194, Oxycodon HCl Teva 5 mg, capsules, hard

RVG 115195, Oxycodon HCl Teva 10 mg, capsules, hard

RVG 115196, Oxycodon HCl Teva 20 mg, capsules, hard

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 26 maart 2015

Datum van laatste verlenging: 12 april 2019

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.1, 4.2, 4.4, 4.8 en 5.1: 5 september 2025

0925.19v.LD

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 115196

Datum van herziening volgens de tekst: 05-09-2025

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Oxycodon HCl Teva

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stof Oxycodon
Toedieningsweg Oraal gebruik
Hulpstoffen
ammonia (e 527), cellulose, microkristallijn (e 460(i)), gelatine (e 441), ijzeroxide geel (e 172) … (+10)+

ammonia (e 527), cellulose, microkristallijn (e 460(i)), gelatine (e 441), ijzeroxide geel (e 172), ijzeroxide rood (e 172), ijzeroxide zwart (e 172), indigokarmijn (e 132), kaliumhydroxide (e 525), magnesiumstearaat (e 470b), natriumlaurilsulfaat, propyleenglycol (e 1520), schellak (e 904), titaandioxide (e 171), zwarte inkt

ATC-indeling
  1. N Middelen voor het zenuwstelsel
    1. N02 Analgetica
      1. N02A Opioïde analgetica
        1. N02AA Natuurlijke opiumalkaloïden, analgetica
          1. N02AA05 Oxycodon
Registratiehouder Teva Nederland B.V.
Sterkten en vormen
  • 5 mg capsule, hard 115194
  • 10 mg capsule, hard 115195
  • 20 mg capsule, hard 115196
Registratie 115194, 115195, 115196

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.