SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Furabid, capsules met gereguleerde afgifte
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Furabid, capsules met gereguleerde afgifte 100 mg
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Per capsule: 25 mg nitrofurantoïne in de vorm van macrokristallen, en 80,7 mg in de vorm van monohydraat, overeenkomend met 75 mg watervrije nitrofurantoïne.
Hulpstoffen met bekend effect:
Elke capsule bevat 194,60 mg lactose en 31,00 mg sucrose.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Furabid 100 mg zijn capsules met gereguleerde afgifte die tweemaal doseren per dag mogelijk maakt. Elke Furabid capsule bevat 2 vormen nitrofurantoïne. Van de dosis is 25% macrokristallijne nitrofurantoïne, die wat minder snel oplost en geabsorbeerd wordt dan de microkristallijne vorm. De overige 75% is nitrofurantoïne monohydraat, fijnverdeeld en ingebed in een poedermengsel, dat bij blootstellen aan maag- en darmsappen een gel vormt waaruit het actieve bestanddeel geleidelijk vrijkomt (gereguleerde afgifte).
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van acute ongecompliceerde lage urineweginfecties, veroorzaakt door voor nitrofurantoïne gevoelige micro-organismen (zie rubriek 5.1).
Furabid is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar.
Er dient rekening te worden gehouden met de officiële lokale richtlijnen voor het juiste gebruik van antibiotica.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen en kinderen vanaf twaalf jaar
2 Furabid capsules per dag innemen: 1’s morgens en 1’s avonds (1 capsule om de 12 uur). Algemeen gebruik: 7 dagen of tenminste 3 dagen nadat geen infectie meer aantoonbaar is in de urine.
Kinderen jonger dan 12 jaar
Deze vaste doseringsvorm is niet geschikt voor jonge kinderen. Voor kleine kinderen kan het gebruik van Furadantine MC 50 mg-capsules worden overwogen. Nitrofurantoïne is gecontra-indiceerd bij pasgeborenen.
Wijze van toediening
Furabid kan het best tijdens of vlak na de maaltijd worden of met melk of yoghurt. Dit om een zo groot mogelijke biologische beschikbaarheid te waarborgen en een optimale gastro-intestinale tolerantie na te streven.
4.3 Contra-indicaties
Furabid is gecontraïndiceerd:
- Bij patiënten met gekende overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen;
- Bij patiënten met een verminderde nierfunctie (eGFR lager dan 30 ml/min) of verhoogd serum creatinine;
- Bij G6PD-deficiëntie;
- Bij acute porfyrie;
- Bij zuigelingen jonger dan drie maanden vanwege de theoretische mogelijkheid van hemolytische anemie bij de foetus of de pasgeborene (minder dan 3 maanden oud) te wijten aan onrijpe erythrocyt enzymsystemen;
- Bij patiënten die voorheen een long- of leverreactie dan wel een perifere neuropathie hebben gehad na gebruik van nitrofurantoïne of andere nitrofuranen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Langdurig gebruik van nitrofurantoïne wordt ontraden. Tijdens nitrofurantoïnebehandelingen kunnen zich long- en levercomplicaties voordoen die levensbedreigend kunnen zijn (zie 4.8). Bij optreden dient men de behandeling direct te staken en de nodige maatregelen te nemen.
Acute, subacute en chronische pulmonale reacties zijn waargenomen bij patiënten behandeld met nitrofurantoïne. Als deze reacties optreden, moet nitrofurantoïne onmiddellijk gestaakt worden.
Chronische pulmonale reacties (inclusief longfibrose en diffuse interstitiële pneumonitis) kunnen zich sluipend ontwikkelen, en kunnen vaak bij oudere patiënten voorkomen. Nauwlettend toezicht op de longaandoeningen van de patiënten die langdurige therapie krijgen, is aangewezen (vooral bij ouderen).
Hepatotoxiciteit
Patiënten dienen nauwlettend gecontroleerd te worden op tekenen van hepatitis (met name bij langdurig gebruik). Hepatische reacties, inclusief hepatitis, auto-immuunhepatitis, cholestatische geelzucht, chronische actieve hepatitis en hepatische necrose komen zelden voor. Er zijn sterfgevallen bekend. De eerste symptomen van chronische actieve hepatitis zijn mogelijk bedrieglijk gevaarlijk, patiënten moeten daarom regelmatig gecontroleerd worden op veranderingen in biochemische testresultaten die leverschade kunnen aanduiden. In het geval dat sprake is van hepatitis moet gebruik van het geneesmiddel onmiddellijk worden gestaakt en moeten passende maatregelen worden getroffen.
Bestaande condities kunnen pulmonaire en hepatische bijwerkingen maskeren, er is voorzichtigheid geboden wanneer nitrofurantoïne wordt toegepast bij patiënten met pulmonaire ziekten, gestoorde hepatische functie, neurologische aandoeningen en allergische diathese.
Bij langdurige behandeling dient de patiënt gecontroleerd te worden op lever- of pulmonale symptomen en andere tekenen van toxiciteit. Stop de behandeling met nitrofurantoïne wanneer er niet te verklaren pulmonale, hepatotoxische, hematologische en neurologische syndromen optreden.
Nitrofurantoïne is niet doeltreffend voor de behandeling van parenchymale infecties van een eenzijdig functionerende nier. Een infectie ten gevolge van een chirurgische ingreep moet worden uitgesloten bij recidiverende of ernstige gevallen.
Perifere neuropathie, die ernstig of irreversibel kan worden, is voorgekomen (ontstaat meestal binnen 2 maanden) en kan levensbedreigend worden. Daarom dient de behandeling gestaakt te worden bij de eerste tekenen van neurale aantasting (paresthesieën, zwakte). Aandoeningen als nierinsufficiëntie, anemie, diabetes mellitus, alcoholisme, electrolytenstoornis, vitamine-B-deficiëntie (vooral folaatdeficiëntie) en uitputtende aandoeningen verhogen de kans op het ontstaan van perifere neuropathie.
Urine kan geel of bruin gekleurd worden na het innemen van nitrofurantoïne. Patiënten die nitrofurantoïne nemen kunnen vals-positief testen op urineglucose (indien getest voor urine reducerende stoffen).
Nitrofurantoïne dient gestaakt te worden bij tekenen van hemolyse bij personen met een vermoeden van glucose-6-fosfaat dehydrogenase deficiëntie (tien procent van de personen met een zwarte huidskleur van negroïde afkomst en een klein percentage van de etnische groepen afkomstig uit het Middellandse Zeegebied en het Nabije Oosten lijden aan een G6PD-deficientie).
Gastro-intestinale reacties kunnen worden geminimaliseerd door het nemen van het medicijn met voedsel of melk, of door aanpassing van de dosering.
Furabid capsules bevatten lactose als hulpstof. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen zoals galactose-intolerantie, totale lactase deficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, moeten dit geneesmiddel niet gebruiken.
Furabid capsules bevatten sucrose als hulpstof. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen zoals fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie, moeten dit geneesmiddel niet gebruiken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Het effect van andere geneesmiddelen op nitrofurantoïne:
- Voedsel of middelen die de maaglediging vertragen verhogen de biologische beschikbaarheid van nitrofurantoïne, waarschijnlijk door beter oplossen in het maagsap.
- Carbonzuuranhydraseremmers en alkaliserende middelen kunnen de antibacteriële activiteit van nitrofurantoïne verminderen.
- Magnesiumtrisilicaat, gelijktijdig toegediend met nitrofurantoïne, vermindert de absorptie van nitrofurantoïne.
- Er bestaat mogelijk een antagonisme tussen chinolonen en nitrofurantoïne: gelijktijdige toepassing wordt niet aanbevolen.
- Probenecid en sulfinpyrazone kunnen de renale klaring van nitrofurantoïne verminderen.
Het effect van nitrofurantoïne op andere geneesmiddelen/ laboratoriumtesten:
- Buiktyfusvaccin (oraal): antibacteriële middelen maken het orale buiktyfusvaccin onwerkzaam.
- Nitrofurantoïne kan bepaalde laboratoriumtesten beïnvloeden. Vals-positieve resultaten of onjuist hoge aflezing kan voorkomen met urinaire glucosetesten die op de reductie van kopersulfaat berusten, zoals Benedict’s reagens en Clinitest (Ames). Er is echter geen interferentie met de Clinistix-test.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Een grote hoeveelheid gegevens bij zwangere vrouwen heeft geen teratogeniteit of foetale/ neonatale toxiciteit aangetoond. Onderzoek bij ratten heeft reproductietoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). Indien voorgeschreven door een arts kan Furabid gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Echter, vanwege het mogelijke risico van hemolyse van onrijpe rode bloedcellen bij de baby, kan het beter niet toegediend worden vlak voor en tijdens de bevalling.
Borstvoeding
Nitrofurantoïne wordt uitgescheiden in moedermelk. De hoeveelheden in melk zijn zo klein dat het onwaarschijnlijk is dat deze hoeveelheden een hemolytische anemie kunnen veroorzaken bij een G6PD-deficiënte zuigeling. Furabid kan gebruikt worden tijdens de borstvoeding.
Vruchtbaarheid
Bij mannen werden bij supratherapeutische doseringen een tijdelijke stilstand in de spermatogenese en verlaagde sperma-aantallen gezien. Klinische doseringen zijn niet geassocieerd met mannelijke onvruchtbaarheid. In dierstudies werd geen verlaagde fertiliteit geconstateerd. Bij ratten werd bij hoge doseringen een tijdelijke stilstand in de spermatogenese geconstateerd.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Nitrofurantoïne kan duizeligheid en slaperigheid veroorzaken. In dat geval mag de patiënt niet rijden of machines bedienen totdat de symptomen verdwijnen.
4.8 Bijwerkingen
De lijst met bijwerkingen voor nitrofurantoïne worden hieronder weergegeven volgens de systeem/orgaanklassen. De frequentie van bijwerkingen, die hieronder worden opgelijst, wordt gedefinieerd volgens volgende conventie:
Zeer vaak (> 1/10)
Zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000)
niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
| MedDRA Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Bijwerkingen |
|---|---|---|
| Infecties en parasitaire aandoeningen | Niet bekend | Sialoadenitis |
| Bloed- en lymfestelsel- aandoeningen | Zelden | Agranulocytose, eosinofilie, leucopenie, granulocytopenie, trombocytopenie. aplastische anemie en megaloblastaire anemie 1. |
| Immuunsysteemaandoeningen | Zelden | Exfoliatieve dermatitis, erythema multiforme (met in |
| begrip van Stevens-Johnson-syndroom). | ||
| Niet bekend | Allergische huidreacties zoals maculopapuleus, erythemateuze of eczemateuze erupties, urticaria, uitslag, angio-oedeem. Lupusachtig syndroom (geassocieerd met longreacties), anafylactische reacties, cutane vasculitis. | |
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Zelden | Anorexia |
| Psychische stoornissen2 | Niet bekend | Depressie, euforie, verwardheid, psychotische reacties, hoofdpijn.2 |
| Zenuwstelselaandoeningen | Zeer vaak | Idiopathische intracraniële hypertensie |
| Niet bekend | Perifere neuropathie (met inbegrip van optische neuritis) met symptomen met zowel sensorische als motorische betrokkenheid, die ernstig of onomkeerbare kunnen worden. Oogzenuwontsteking. Nystagmus. Duizeligheid. Somnolentie. | |
| Hartaandoeningen | Zelden | Collaps en cyanose |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Niet bekend | Acute longreacties3 omvatten koorts, koude rillingen4, pijn op de borst, dyspneu, hoest, longinfiltratie met consolidatie of pleurale effusie5 op de borst aangetoond door x-straling, en eosinofilie. Subacute longreacties omvatten koorts en eosinofilie |
| Chronische longreacties omvatten koorts, koude rillingen, hoest en dyspneu 6,. DRESS-syndroom | ||
| Maagdarmstelselaandoeningen | Zelden | Misselijkheid |
| Niet bekend | Braken, buikpijn en diarree, pancreatitis. | |
| Lever- en galaandoeningen | Zelden | Cholestatische icterus en chronisch actieve hepatitis 7. |
| Niet bekend | Auto-immuunhepatitis | |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Zeer vaak | Alopecia (op korte termijn) |
| Niet bekend | Cutane vasculitis | |
| Nier- en urinewegaandoeningen | Zeer vaak | Superinfecties door schimmels of resistente organismen (zoals Pseudomonas)8 |
| Niet bekend | Interstitiële nefritis | |
| Congenitale, familiale en genetische aandoeningen | Zelden | Hemolytische anemie/G6PD-deficiëntie-anemie |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Niet bekend | Asthenie, artralgie |
1 De behandeling dient te worden gestaakt waarna het bloedbeeld over het algemeen weer normaal wordt. 2 De behandeling dient te worden gestaakt bij de eerste tekenen van neurologische en/of psychische betrokkenheid. 3 Als een van de volgende respiratoire reacties optreden, dient het gebruik van dit geneesmiddel te worden gestaakt. 4 Acute longreacties treden meestal op binnen de eerste week van de behandeling en zijn reversibel na het staken van de behandeling.
5 Aangetoond door middel van X-ray diagnose. 6 Chronische longreacties komen zelden voor bij patiënten die continue behandeling gedurende 6 maanden of langer krijgen, en komen vaker voor bij oudere patiënten. Longreacties gaan soms gepaard met veranderingen in het ECG. De longfunctie kan permanente schade oplopen, zelfs na het staken van de behandeling. 7 Dodelijke slachtoffers worden gemeld. Cholestatische icterus wordt over het algemeen geassocieerd met korte-termijn behandeling (meestal tot 2 weken). Chronische actieve hepatitis, die af en toe tot necrose leidt, wordt algemeen geassocieerd met een langdurige behandeling (meestal 6 maanden). De behandeling dient te worden gestaakt bij de eerste tekenen van hepatotoxiciteit. Zie rubriek 4.4. 8 Deze blijven beperkt tot het urogenitale kanaal, aangezien de onderdrukking van de normale bacteriële flora elders in het lichaam optreedt.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via
Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb
Website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Symptomen:
Symptomen en tekenen van overdosering omvatten maagirritatie, misselijkheid en braken.
Behandeling:
Er is geen specifiek antidotum bekend, maar nitrofurantoïne kan gehemodialyseerd worden indien nodig. Standaardbehandeling is het opwekken van braken of door een maagspoeling binnen één uur na inname. Monitoring van het bloedbeeld, leverfunctie en longfunctietesten wordt aanbevolen. Overvloedige inname van vloeistof dient verzekerd te worden om de urinaire uitscheiding van het geneesmiddel te bevorderen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: antimicrobiële middelen voor systemisch gebruik, ATC-code: J01XE01
Werkingsmechanisme Nitrofurantoïne behoort tot de nitrofuranen.Therapeutisch actieve concentraties worden alleen bereikt in de urine. Nitrofurantoïne is het meest actief in zure urine en indien de pH-waarde hoger is dan 8 gaat het grootste deel van de antibacteriële activiteit verloren. Het preciese werkingsmechanisme is niet bekend. Er worden meerdere werkingsmechanismen beschreven. Nitrofurantoïne remt een aantal bacteriële enzymen. Ook remt het bacteriële ribosomale eiwitten en veroorzaakt zo een complete inhibitie van de bacteriële eiwitsynthese.
Mogelijk veroorzaakt nitrofurantoïne ook schade aan het DNA. Resistentie Tijdens en behandeling met nitrofurantoïne ontwikkelt zich zelden resistentie, mogelijk omdat nitrofurantoïne verschillende werkingsmechanismen kent. Resistentie kan wel voorkomen bij langdurige behandeling. Plasmide-gecodeerde resistentie wordt gerapporteerd bij E.coli. Verminderde gevoeligheid is waargenomen onder ESBL-producerende darmbacteriën. Resistentie kan te wijten zijn aan het verlies van nitrofuranreductases die de actieve tussenproducten genereren. Breekpunten
De volgende breekpunten zijn vastgesteld door EUCAST
| Staphylococcus saprophyticus (alleen ongecompliceerde urineweginfecties) | S ≤ 64, R > 64 mg/L |
|---|---|
| Enterococcus faecalis (alleen ongecompliceerde urineweginfecties) | S ≤ 64, R > 64 mg/L |
| Streptococcus agalactiae (alleen ongecompliceerde urineweginfecties) | S ≤ 64, R > 64 mg/L |
| Escherichia coli (alleen ongecompliceerde urineweginfecties) | S ≤ 64, R > 64 mg/L. |
De volgende tabel bevat een overzicht van relevante micro-organismen voor de indicatie.
Gewoonlijk gevoelige soorten:
Staphylococcus aureus
Staphylococcus epidermis
Staphylococcus saprophyticus
Enterococcus faecalis
Escherichia coli
Soorten waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn:
Citrobacter spp
Enterobacter spp
Klebsiella spp
Inherent resistente organismen
Proteus spp
Pseudomas spp
Serratia spp
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Klinische Farmacologie
Elke Furabid-capsule bevat twee vormen van nitrofurantoïne. 25% van de dosis is macrokristallijne nitrofurantoïne, die langzamer oplost en geabsorbeerd wordt dan de nitrofurantoïne microkristallen. De overige 75% van de dosis is microkristallijne nitrofurantoïne in een poedermengsel dat bij blootstellen aan maag-en darmsappen een gel vormt die een gereguleerde afgifte van het werkzame bestanddeel geeft.
Absorptie
Nitrofurantoïne wordt snel geabsorbeerd in het bovenste gedeelte van de dunne darm. Inname met voedsel of melk bevordert de absorptie. Bij therapeutische doseringen zijn de plasmaconcentraties gering, met pieken meestal lager dan 1 μg/ml.
Distributie
Nitrofurantoïne wordt voor 60 – 77% gebonden aan plasma-albumine. Verdeling vindt plaats over intra- en extracellulaire weefselcomponenten. Geringe hoeveelheden nitrofurantoïne passeren de placenta.
Biotransformatie
Ongeveer 60% van een toegediende dosis nitrofurantoïne wordt voornamelijk via enzymatische weg gemetaboliseerd tot microbiologisch onwerkzame aminofuranen, die de urine bruin kunnen verkleuren.
Eliminatie
De halfwaardetijd in bloed of plasma wordt geschat op ongeveer 60 minuten. Bij een tweemaal daagse dosering wordt 20-25% van de nitrofurantoïne onveranderd in de urine teruggevonden. Gemiddeld worden in de urine piekconcentraties van ruim 100 μg/ml bereikt.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
De beschikbare genotoxiciteitsgegevens tonen aan dat nitrofurantoïne een mutageen is. Tweejarige carcinogeniteitsstudies in ratten en muizen rapporteerden carcinogene effecten. De relevantie van dit genotoxische en carcinogene potentieel van nitrofurantoïne bij mensen is onbekend. Uitgebreid klinisch gebruik van nitrofurantoïne gedurende 65 jaar heeft geen sluitend bewijs gevonden voor carcinogene effecten bij therapeutische doseringen.
Bij hoge doses werd een tijdelijke stopzetting van de spermatogenese waargenomen bij mannelijke ratten en ovariële degeneratie en atrofie bij vrouwelijke ratten. Er werd geen verminderde vruchtbaarheid waargenomen in dierenstudies.
Bij ratten is aangetoond dat de toediening van nitrofurantoïne tijdens de dracht giftig is voor het embryo, inclusief een verminderde groei.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1. Lijst van hulpstoffen
Talk, maïszetmeel, carbomeer, povidone, lactose, sucrose, magnesiumstearaat; Capsulewand: gelatine, natriumlaurylsulfaat, titaandioxide, chinolinegeel (=E104) indigokarmijn (=E132) q.s.
De drukinkt bevat schellak, propyleenglycol (E1520), titaandioxide (E171) en zwart ijzeroxide
(E172).
6.2. Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3. Houdbaarheid
Furabid is 2 jaar houdbaar, zie datum op doosje na “EXP:” (maand/jaar) en op de doordrukstrip na “EXP.:” (maand/jaar).
6.4. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Furabid bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht en vocht. Bewaren beneden 25 °C.
6.5. Aard en inhoud van de verpakking
Een doosje Furabid bevat 14 capsules in aluminiumfolie-PVC/PE/Aclar doordrukstrips (2 strips van 7 capsules). Furabid –capsules zijn blauw/geel, met het opschrift “GS 100” in grijze inkt.
6.6. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Amdipharm Limited
Unit 17, Northwood House,
Northwood Crescent, Northwood,
Dublin 9, D09 V504,
Ierland
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 15290
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 25 januari 1994
Datum van laatste verlenging: 25 januari 2014
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 3 februari 2026
