SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Fosfomycine 1A Pharma
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Fosfomycine 1A Pharma 3000 mg, poeder voor drank
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke sachet bevat 5,631 g fosfomycine-trometamol overeenkomend met 3 g fosfomycine.
Hulpstof met bekend effect:
Elke sachet bevat 2,2 g sucrose en tot 14.5 mg glucose (als monohydraat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder voor drank.
Wit tot gebroken wit poeder met sinaasappelsmaak.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Fosfomycine-trometamol is geïndiceerd voor (zie rubriek 5.1)
- de behandeling van acute ongecompliceerde urineweginfecties bij volwassenen en adolescente vrouwen
Er moet rekening worden gehouden met officiële richtlijnen voor het juiste gebruik van antibacteriële middelen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Acute ongecompliceerde urineweginfecties bij volwassenen en adolescente vrouwen (> 12 jaar): eenmalige dosering van 3 g.
Nierinsufficiëntie: Het gebruik van Fosfomycine 1A Pharma wordt niet aangeraden bij patiënten met nierinsufficiëntie (creatinine klaring < 10 ml/min, zie rubriek 5.2).
Pedriatische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van fosfomycine zijn niet vastgesteld bij kinderen jonger dan 12 jaar.
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik
Voor de indicatie van acute ongecompliceerde urineweginfecties bij volwassenen en adolescente vrouwen dient het ingenomen te worden op een lege maag (ongeveer 2-3 uur voor of 2-3 uur na een maaltijd), bij voorkeur voor het naar bed gaan na het ledigen van de blaas.
De dosis dient opgelost te worden in een glas water (ongeveer 150-200 ml) en moet onmiddellijk worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Overgevoeligheidsreacties
Ernstige en soms dodelijke overgevoeligheidsreacties, met inbegrip van anafylaxie en anafylactische shock, kunnen optreden gedurende de behandeling met fosfomycine (zie rubriek 4.3 en 4.8). Wanneer een dergelijke reactie optreedt, mag fosfomycine nooit meer gebruikt worden en is een adequate medische behandeling vereist.
Clostridium difficile geassocieerde diarree
Clostridium difficile geassocieerde colitis en pseudomembraneuze colitis zijn gemeld met fosmycine en kunnen in ernst variëren van licht tot levensbedreigend (zie rubriek 4.8). Hierom is het belangrijk om deze diagnose te overwegen bij patiënten die tijdens of na de toediening van fosfomycine diarree krijgen. Staken van de behandeling met fosfomycine en het toedienen van een specifieke behandeling bij clostridium difficile dient overwogen te worden. Geneesmiddelen die de peristaltiek remmen, mogen niet worden gegeven.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van fosfomycine zijn niet vastgesteld bij kinderen jonger dan 12 jaar. Dit middel wordt niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 12 jaar (zie rubriek 4.2).
Dit geneesmiddel bevat sucrose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Aanhoudende infecties en mannelijke patiënten
In geval van aanhoudende infecties wordt een grondig onderzoek en een herevaluatie van de diagnose aanbevolen, omdat dit vaak te wijten is aan gecompliceerde urineweginfecties of de prevalentie van resistente pathogenen (bijv. staphylococcus saprophyticus, zie rubriek 5.1). Over het algemeen moeten urineweginfecties bij mannelijke patiënten worden beschouwd als gecompliceerde urineweginfecties waarvoor die geneesmiddel niet geïndiceerd is (zie rubriek 4.1).
Fosfomycine 1A Pharma bevat sucrose, glucose en natrium
Dit geneesmiddel bevat sucrose en glucose. Patiënten met zeldzame erfelijke problemen als fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie mogen dit geneesmiddel niet gebruiken.
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per sachet, dat wil zeggen dat het in wezen “natriumvrij” is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Metoclopramide:
Gelijktijdige toediening van metoclopramide heeft aangetoond dat het de serum- en urine concentraties van fosfomycine verlaagd en moet worden vermeden.
Andere geneesmiddelen die de gastro-intestinale motiliteit verhogen, kunnen vergelijkbare effecten veroorzaken.
Effecten van voedsel:
Voedsel kan de absorptie van fosfomycine vertragen, met als gevolg een geringe afname van de piekplasmaconcentraties en urineconcentraties. Daarom wordt aanbevolen het geneesmiddel op een lege maag of ongeveer 2-3 uur na de maaltijd in te nemen.
Specifieke problemen met betrekking tot de verandering in de INR:
Er zijn veel gevallen gemeld van verhoogde activiteit van vitamine K-antagonisten bij patiënten die antibiotica gebruiken. Risicofactoren omvatten ernstige infecties of ontstekingen, leeftijd en een slechte algemene gezondheidstoestand. Onder deze omstandigheden is het moeilijk vast te stellen of een veranderde INR het gevolg is van de infectieuze aandoening of de behandeling. Echter sommige klassen antibiotica zijn vaker betrokken en in het bijzonder: fluorochinolonen, macroliden, cyclines, co-trimoxazol en bepaalde cefalosporinen.
Pediatrische patiënten
Interactiestudies zijn alleen bij volwassenen uitgevoerd.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn slechts beperkte gegevens beschikbaar over de veiligheid van de behandeling met fosfomycine tijdens het eerst trimester van de zwangerschap (n=152). Deze gegevens geven tot dusver geen veiligheidssignaal voor teratogeniteit. Fosfomycine passeert de placenta.
Dierstudies indiceren geen directe of indirecte schadelijke effecten met de reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Fosfomycine 1A Pharma mag alleen tijdens zwangerschap worden gebruikt indien strikt noodzakelijk.
Borstvoeding
Fosfomycine wordt in lage concentratie in de moedermelk uitgescheiden. Indien echt noodzakelijk, kan een eenmalige orale dosering fosfomycine gebruikt worden tijdens borstvoeding.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens beschikbaar bij de mens. Bij mannelijke en vrouwelijke ratten heeft orale inname van fosfomycine tot 1000 mg/kg/d niet geleidt tot verminderde vruchtbaarheid.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen specifieke studies uitgevoerd, maar patiënten dienen geïnformeerd te worden dat duizeligheid kan voorkomen. Dit kan een effect hebben op de rijvaardigheid van de patiënt en op het vermogen om machines te bedienen (zie rubriek 4.8).
4.8 Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen na toediening van fosfomycine-trometamol bij eenmalige toediening hebben betrekking op het maag-darmkanaal, voornamelijk diarree. Deze bijwerkingen hebben meestal een zelfbeperkende duur en gaan spontaan weer over.
De volgende tabel geeft de bijwerkingen weer die zijn gemeld bij het gebruik van fosfomycine uit klinische onderzoeken of post-marketingervaringen.
De bijwerkingen zijn binnen de volgende frequentieaanduidingen gegroepeerd:
Zeer vaak (≥ 1/10)
Vaak (≥ 1/100, < 1/10)
Soms (≥ 1/1.000, < 1/100)
Zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000)
Zeer zelden (≤ 1/10.000)
Onbekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Binnen iedere frequentiegroep staan de bijwerkingen naar aflopende ernst gerangschikt.
Systeem/ orgaanklasse | Bijwerking | |||
|---|---|---|---|---|
| Vaak | Soms | Onbekend | ||
Infecties en parasitaire aandoeningen | Vulvo-vaginitis | |||
| Immuunsysteem-aandoeningen | Anafylactische reacties waaronder anafylactische shock, overgevoeligheid (zie rubriek 4.4.) | |||
| Zenuwstelsel-aandoeningen | Hoofdpijn, duizeligheid | |||
| Maagdarmstelsel-aandoeningen | Diarree, Misselijkheid. Dyspepsie, Buikpijn | Braken | Antibiotica-geassocieerde colitis (zie | |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Huiduitslag, Urticaria, Pruritus | Angio-oedeem | ||
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Ervaring met overdosering van fosfomycine oraal is beperkt. Gevallen van hypotonie, slaperigheid, verstoringen van elektrolyten, trombocytopenie en hypoprotrombinemie zijn gemeld bij parenteraal gebruik van fosfomycine.
In geval van overdosering dient te patiënt te worden gecontroleerd (met name op plasma- / serumelektrolytspiegels) en moet de behandeling symptomatisch en ondersteunend zijn. Rehydratie wordt aanbevolen om de renale eliminatie van fosfomycine te bevorderen. Fosfomycine wordt effectief uit het lichaam verwijderd door hemodialyse met een gemiddelde halfwaardetijd van ongeveer 4 uur.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Antibacteriële middelen voor systemisch gebruik - overige antibacteriële middelen, ATC code: J01XX01
Werkingsmechanisme
Fosfomycine oefent een bacteriedodend effect uit op prolifererende pathogenen door enzymatische synthese van de bacteriële celwand te voorkomen. Fosfomycine remt de eerste fase van intracellulaire bacteriële celwandsynthese door de peptidoglycansynthese te blokkeren.
Fosfomycine wordt door twee verschillende actieve transportsystemen opgenomen in de bacteriële cel (het glycerine-3-fosfaattransportsysteem en het hexose-6-transportsysteem).
Verband tussen farmacokinetiek/farmacodynamiek
Beperkte gegevens geven aan dat fosfomycine hoogstwaarschijnlijk tijdsafhankelijk werkt.
Resistentiemechanisme
Het belangrijkste resistentiemechanisme is een chromosomale mutatie die een wijziging van de bacteriële fosfomycinetransportsystemen veroorzaakt. Verdere resistentiemechanismen, welke plasmiden- of transposon gedragen zijn, veroorzaken enzymatische inactivering van fosfomycine door het molecuul te binden aan glutathion of door splitsing van de koolstof-fosforbinding in het fosfomycinemolecuul.
Kruisresistentie
Kruisresistentie tussen fosfomycine met andere klassen van antibacteriële middelen is niet bekend.
Breekpunten
De European gevoeligheids breekpunten volgens het Committee on Antimicrobial Susceptibility Testing zijn als volgt (EUCAST breekpunt tabel versie 10):
| Soorten | Vatbaar | resistent |
|---|---|---|
| Enterobacterales | ≤ 32 mg/L | > 32 mg/L |
Prevalentie van verworven resistentie
Het voorkomen van verworven resistentie van individuele soorten kan geografisch en in tijd variëren. Plaatselijke informatie over resistentie is nodig, met name om een passende behandeling van ernstige infecties te garanderen.
De volgende tabel is gebaseerd op data van bewakingsprogramma’s en studies. Het bevat organismen die relevant zijn voor de goedgekeurde indicaties:
Gewoonlijk gevoelige soorten
aerobe-negatieve bacteriën
Escherichia coli
Soorten waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn
aerobe-positieve bacteriën
Enterococcus faecalis
Aerobe-negatieve bacteriën
Klebsiella pneumoniaIk
Proteus mirabilis
Inherent resistente soorten
Aerobic-positieve bacteriën
Staphylococcus saprophyticus
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na eenmalige orale toediening, heeft fosfomycine een absolute biologische beschikbaarheid van 33-53%. De snelheid en mate van absorptie worden verminderd door voedsel, maar de totale hoeveelheid werkzame stof die na verloop van tijd in de urine wordt uitgescheiden is hetzelfde. De gemiddelde fosfomycineconcentraties in de urine worden gehandhaafd boven een MIC-drempel van 128 μg/mL gedurende tenminste 24 uur na een orale dosis van 3 g in nuchtere of gevoede toestand, maar de tijd om de maximale concentraties in de urine te bereiken wordt met 4 uur uitgesteld. Fosfomycine trometamol ondergaat enterohepatische recirculatie.
Distributie
Fosfomycine lijkt niet te worden gemetaboliseerd. Fosfomycine wordt gedistribueerd naar weefsels, inclusief de nieren en de blaaswand. Fosfomycine is niet gebonden aan plasma-eiwitten en passeert de placentabarrière.
Eliminatie
Fosfomycine wordt voornamelijk onveranderd via de nieren uitgescheiden door glomerulaire filtratie (40-50% van de dosis wordt in de urine aangetroffen) met een eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer 4 uur na oraal gebruik en in mindere mate in de feces (18-28% van de dosis). Zelfs als voedsel de opname van geneesmiddelen vertraagt, is de totale hoeveelheid geneesmiddel die na verloop van tijd in de urine wordt uitgescheiden, hetzelfde.
Speciale patiëntengroepen
Bij patiënten met een verminderde nierfunctie wordt de eliminatiehalfwaardetijd evenredig met de mate van nierinsufficiëntie verhoogd. De urineconcentraties fosfomycine bij patiënten met een verminderde nierfunctie blijven 48 uur na een gebruikelijke dosis werkzaam als de creatinineklaring hoger is dan 10 ml / min.
Bij oudere mensen is de fosfomycineklaring verminderd in overeenstemming met de leeftijdsgebonden vermindering van de nierfunctie.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens onthullen geen speciaal gevaar voor mensen op basis van conventionele onderzoeken naar veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit of reproductietoxiciteit.
Carcinogeniciteitsgegevens zijn niet beschikbaar voor fosfomycine.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Sucrose (E474)
Sacharinenatrium (E954)
Sinaasappelsmaak (bevat ethylbutyraat, linalool, arabische gom (E414), dextrose-monohydraat (glucose monohydraat), maltodextrine, BHA (E320), ethylhexanoaat, isoamylhexanoaat, natuurlijke citral, isoamylacetaat, nerol, natuurlijke etherische sinaasappelolie en natuurlijke etherische citroenolie)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
Na reconstitutie: de gereconstitueerde oplossing moet onmiddellijk worden gebruikt.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Het poeder voor orale oplossing is verpakt in sachets van papier/polyethyleen/aluminium/polyethyleen.
Elk sachet bevat 8,0 g poeder.
Verpakkingsgrootten: 1 of 2 sachets.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Het poeder van een sachet moet worden opgelost in een glas water (ongeveer 150-200 ml) en onmiddellijk na het oplossen te worden ingenomen. De gereconstitueerde oplossing is vrij van onopgeloste deeltjes.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd, overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
1 A Pharma GmbH
Industriestraße 18
83607 Holzkirchen
Duitsland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Fosfomycine 1A Pharma 3000 mg, poeder voor drank is in het register ingeschreven onder RVG 121957
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 20 februari 2019
Datum van laatste verlenging: 12 december 2023
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubriek 9: 10 augustus 2023
