SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Dorzolamide/Timolol Aurobindo 20
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Dorzolamide/Timolol Aurobindo 20/5 mg/ml, oogdruppels, oplossing
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 ml bevat 20 mg dorzolamide (als dorzolamidehydrochloride) en 5 mg timolol (als timololmaleaat).
Hulpstoffen met bekend effect: 1 ml oogdruppeloplossing bevat 0,075 mg benzalkoniumchloride.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oogdruppels, oplossing.
Heldere, licht viskeuze, kleurloze waterige oplossing.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Het middel is geïndiceerd voor de behandeling van verhoogde intraoculaire druk (IOD) bij patiënten met openhoekglaucoom of pseudo-exfoliatief glaucoom als monotherapie met een oogheelkundige bètablokker niet afdoende is.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De dosering is één druppel Dorzolamide/Timolol Aurobindo tweemaal daags in (de conjunctivale zak van) het/de aangedane oog/ogen.
Als er nog een andere oogdruppel gebruikt wordt, moeten Dorzolamide/Timolol Aurobindo en het andere middel worden toegediend met telkens een tussenpoos van tenminste 10 minuten.
Gebruik bij kinderen
De werkzaamheid bij kinderen is niet vastgesteld.
De veiligheid bij kinderen jonger dan 2 jaar is niet vastgesteld. (Voor informatie over de veiligheid bij kinderen ≥ 2 en < 6 jaar oud, zie rubriek 5.1)
Wijze van toediening
De patiënt moet erop gewezen worden dat de handen gewassen moeten worden voor gebruik en dat de punt van de druppelaar niet in contact met het oog of de omliggende structuren mag komen.
Om zeker te zijn van de juiste dosering mag de druppelaar niet worden vergroot.
De patiënt moet er ook op gewezen worden dat verkeerd gebruik ertoe kan leiden dat de oogdruppels besmet raken met bacteriën die ooginfecties kunnen veroorzaken. Gebruik van besmette oogdruppels kan tot ernstige schade aan het oog en verlies van het gezichtsvermogen leiden.
Patiënten moeten worden geïnformeerd over het juiste gebruik van Dorzolamide/Timolol Aurobindo.
- 1. De verzegelstrip op de hals van het flesje dient intact te zijn als het product voor de eerste keer wordt gebruikt. Een ruimte tussen het flesje en de dop is bij ongeopende flesjes normaal.
- 2. De dop dient van het flesje te worden gedraaid.
- 3. Het hoofd van de patiënt dient naar achteren te worden gehouden en het onderste ooglid dient iets naar beneden te worden getrokken waardoor er tussen het ooglid en het oog een kleine holte ontstaat.
- 4. Het flesje dient ondersteboven te worden gehouden en licht te worden ingedrukt tot er één druppel in het oog valt. HET OOG OF HET OOGLID MAG NIET MET DE DRUPPELAAR IN CONTACT KOMEN.
- 5. Herhaal de stappen 3 & 4 met het andere oog als uw arts dat heeft voorgeschreven.
- 6. Draai de dop weer op het flesje tot deze stevig tegen het flesje is aangedraaid.
Bij gebruik van nasolacrimale occlusie of het sluiten van de oogleden gedurende 2 minuten
wordt de systemische absorptie verminderd. Dit kan leiden tot een afname van systemische
bijwerkingen en een toename van lokale activiteit.
4.3 Contra-indicaties
Dorzolamide/Timolol Aurobindo is gecontra-indiceerd bij patiënten met:
- Reactieve luchtwegaandoeningen met inbegrip van astma bronchiale of een voorgeschiedenis van astma bronchiale, ernstige chronisch obstructieve luchtwegaandoeningen.
- Sinusbradycardie, sicksinussyndroom, sinoatriaal blok, tweede- of derdegraads atrioventriculair blok zonder pacemaker. Manifeste hartinsufficiëntie, cardiale shock.
- Ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min) of hyperchloremische acidose
- Overgevoeligheid voor het (de) werkza(a)m(e) bestandde(e)l(en) of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
De bovengenoemde contra-indicaties zijn gebaseerd op de bestanddelen van het product en zijn niet beperkt tot de combinatie.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Cardiovasculaire/respiratoire reacties
Evenals andere topisch toegepaste oogmedicatie wordt dorzolamide/timolol systemische geabsorbeerd. Door de bèta-adrenerge component, timololmaleaat, kunnen gelijksoortige cardiovasculaire, pulmonale en overige bijwerkingen optreden als bij systemische bètablokkers. Na toediening in het oog is de incidentie van systemische bijwerkingen lager dan bij systemische toediening. Voor vermindering van de systemische absorptie, zie rubriek 4.2.
Hartaandoeningen
Bij patiënten met hart- en bloedvataandoeningen (bijv. coronaire hartaandoeningen, Prinzmetal-angina of hartfalen) en hypotensie moet behandeling met bètablokkers kritisch worden beoordeeld en moet men behandeling met andere werkzame bestanddelen overwegen.
Patiënten met hart- en bloedvataandoeningen moeten worden gecontroleerd op tekenen van verslechtering van deze aandoeningen en eventuele bijwerkingen.
Vanwege het negatieve effect op de geleidingstijd, is voorzichtigheid geboden bij het toedienen van bètablokkers aan patiënten met een eerstegraads hartblok.
Bloedvataandoeningen
Voorzichtigheid is geboden bij de behandeling van patiënten met ernstige perifere circulatiestoornissen/-aandoeningen (d.w.z. ernstige vormen van ziekte van Raynaud of syndroom van Raynaud).
Ademhalingsstelselaandoeningen
Er is melding gemaakt van luchtwegreacties, waaronder overlijden als gevolg van bronchospasme bij astmapatiënten na intra-oculaire toediening van bètablokkers.
Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van dorzolamide/timolol bij patiënten met een milde/matige chronische obstructieve luchtwegaandoening (COPD). Het mag alleen gebruikt worden als het mogelijke voordeel opweegt tegen de mogelijke risico’s.
Leverfunctiestoornis
Bij patiënten met een leverfunctiestoornis is dit geneesmiddel niet bestudeerd; daarom moet dit geneesmiddel bij deze patiënten met voorzichtigheid worden toegepast.
Immunologie en overgevoeligheid
Net als andere lokaal toegediende oogheelkundige middelen kan dit geneesmiddel systemisch worden geabsorbeerd. Dorzolamide bevat een sulfonamidegroep, die ook bij sulfonamiden voorkomt. Daarom kunnen bij plaatselijke toediening dezelfde soorten bijwerkingen worden waargenomen als bij systemische toediening van sulfonamiden, inclusief ernstige reacties zoals het Stevens-Johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse. Als er zich tekenen van een ernstige reactie of overgevoeligheid voordoen, moet gebruik van dit preparaat worden stopgezet.
Plaatselijke bijwerkingen aan het oog, zoals gezien bij gebruik van dorzolamidehydrochloride-oogdruppels, zijn ook gemeld voor dit middel. Als dergelijke reacties optreden, moet stopzetting van de behandeling met dit middel worden overwogen.
Anafylactische reacties
Tijdens de behandeling met bètablokkers kunnen patiënten met een voorgeschiedenis van atopie of een ernstige anafylactische reactie bij herhaalde blootstelling aan deze allergenen en niet reageren op de gebruikelijke dosis adrenaline om een anafylactische reactie te behandelen.
Gelijktijdige behandeling
Gelijktijdig gebruik van de volgende geneesmiddelen wordt niet aanbevolen:
Het effect op de intra-oculaire druk en de bekende effecten van systemische bètablokkade kunnen versterkt worden, wanneer timolol wordt gegeven aan patiënten die al een systemische bètablokker krijgen. De respons moet bij deze patiënten nauwkeurig worden gevolgd. Het gebruik van twee topicale bètablokkers wordt afgeraden (zie rubriek 4.5).
Het gebruik van dorzolamide en orale koolzuuranhydraseremmers wordt niet aanbevolen.
Stopzetting van de behandeling
Als bij patiënten met coronaire hartziekten stopzetting van de oogdruppel timolol vereist is, moet net als met systemische bètablokkers de behandeling geleidelijk worden afgebouwd.
Overige effecten van bètablokkering
Hypoglykemie/diabetes
Voorzichtigheid is geboden bij toediening van bètablokkers aan patiënten die spontaan hypoglykemie kunnen krijgen of patiënten met labiele diabetes, omdat bètablokkers de tekenen en symptomen van acute hypoglykemie kunnen maskeren.
Bètablokkers kunnen ook de tekenen van hypoglykemie bij patiënten met diabetes mellitus of hypoglykemie maskeren.
Bètablokkers kunnen ook de tekenen van hyperthyreoïdie maskeren. Abrupte stopzetting van een behandeling met een bètablokker kan verergering van de symptomen uitlokken.
Cornea-aandoeningen
Bètablokkers kunnen bij intraoculaire toediening droge ogen veroorzaken. Patiënten met
cornea-aandoeningen moeten voorzichtig behandeld worden.
Anesthesie
Bètablokkers voor intraoculair gebruik kunnen de werking van systemische bèta-agonisten, bijv. adrenaline, blokkeren. De anesthesist moet worden geïnformeerd als een patiënt timolol krijgt.
Behandeling met bètablokkers kan de symptomen van myasthenia gravis verergeren.
Overige effecten van koolzuuranhydraseremming
Behandeling met orale koolzuuranhydraseremmers is gepaard gegaan met urolithiasis als gevolg van zuur-baseverstoringen, vooral bij patiënten met nierstenen in de voorgeschiedenis. Hoewel er bij Dorzolamide/Timolol Aurobindo geen zuur-baseverstoringen zijn waargenomen, is urolithiasis af en toe gemeld. Omdat Dorzolamide/Timolol Aurobindo een lokale koolzuuranhydraseremmer bevat die systemisch wordt geabsorbeerd, kunnen patiënten met nierstenen in de voorgeschiedenis een verhoogd risico op urolithiasis hebben tijdens gebruik van Dorzolamide/Timolol Aurobindo.
Overige
Bij de behandeling van patiënten met acuut nauwehoekglaucoom kan niet worden volstaan met oogdrukverlagende oogdruppels alleen. Dorzolamide/Timolol Aurobindo is niet bestudeerd bij patiënten met acuut nauwehoekglaucoom.
Bij patiënten met eerder bestaande chronische afwijkingen aan de cornea en/of een voorgeschiedenis van intraoculaire chirurgie zijn bij gebruik van dorzolamide cornea-oedeem en irreversibele corneadecompensatie gemeld. Er is een grotere kans op het ontstaan van cornea-oedeem bij patiënten met een laag aantal endotheelcellen. Als dit middel aan deze groepen patiënten wordt voorgeschreven, moeten de nodige voorzorgsmaatregelen worden getroffen.
Loslaten van de choroidea
Het loslaten van de choroidea is gemeld bij toediening van waterige suppressiva (bijv. timolol, acetazolamide) na glaucoomoperaties.
Net als met andere middelen tegen glaucoom is een verminderde reactie op de oogdruppel timololmaleaat bij sommige patiënten na langdurige behandeling gemeld. Echter, in klinisch onderzoek waarin 164 patiënten minstens 3 jaar zijn gevolgd, is na aanvankelijke stabilisering geen significant verschil in gemiddelde intraoculaire druk waargenomen.
Benzalkoniumchloride
Er zijn meldingen dat benzalkoniumchloride oogirritatie en symptomen van droge ogen kan veroorzaken en dat het de traanfilm en het hoornvliesoppervlak kan aantasten. Moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met droge ogen en bij patiënten bij wie het hoornvlies aangetast kan zijn. Patiënten moeten worden gecontroleerd in geval van langdurig gebruik.
Gebruik van contactlenzen
Dorzolamide/Timolol Aurobindo bevat het conserveermiddel benzalkoniumchloride. Contact lenzen moeten worden verwijderd voordat dit geneesmiddel wordt gebruikt en na minstens 15 minuten daarna worden teruggezet Van benzalkoniumchloride is bekend dat dit zachte contactlenzen verkleurt.
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per flacon, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
Pediatrische patiënten:
Zie rubriek 5.1.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen specifiek geneesmiddelenonderzoek uitgevoerd naar interacties met timolol.
In klinisch onderzoek is dit middel gelijktijdig met de volgende systemische geneesmiddelen gebruikt zonder aanwijzingen voor nadelige interacties: ACE-remmers, calciumantagonisten, diuretica, niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen waaronder aspirine en hormonen (bijvoorbeeld oestrogeen, insuline, thyroxine).
Mogelijk is er een additief effect met hypotensie en/of uitgesproken bradycardie tot gevolg, wanneer intra-oculaire bètablokkers gelijktijdig worden toegediend met orale calciumkanaalblokkers, geneesmiddelen die catecholaminedepletie veroorzaken, bètablokkers, antiaritmica (inclusief amiodaron), digitalisglycosiden, parasympathicomimetica, guanethidine.
Versterkte systemische bètablokkade (bijv. vertraagde hartslag, depressie) is gemeld bij gelijktijdig gebruik van CYP2D6-remmers (bijv. kinidine, fluoxetine, paroxetine) en timolol.
In enkele gevallen is melding gemaakt van mydriasis als gevolg van gelijktijdig gebruik van intra-oculaire bètablokkers en adrenaline (epinefrine).
Bètablokkers kunnen het hypoglykemisch effect van bloedglucoseverlagende middelen versterken.
Orale bètablokkers kunnen de reboundhypertensie die na stopzetten van clonidine kan optreden, verergeren.
4.6 Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Dit middel mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt.
Dorzolamide
Er zijn geen toereikende gegevens over het gebruik van dorzolamide bij zwangere vrouwen. Bij voor drachtige konijnen toxische doses had dorzolamide teratogene effecten (zie rubriek 5.3).
Timolol
Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van dorzolamide/timolol bij zwangere vrouwen. Dorzolamide/timolol mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap, tenzij dit strikt noodzakelijk is. Voor vermindering van de systematische absorptie, zie rubriek 4.2.
Epidemiologische studies hebben geen misvormingen laten zien, maar wel een risico op intra-uteriene groeivertraging bij orale toediening van bètablokkers.
Daarnaast is bij neonaten melding gemaakt van tekenen en symptomen van bètablokkade (bijv. bradycardie, hypotensie, ademnood en hypoglykemie) wanneer de moeder tot de geboorte bètablokkers had gekregen. Als Dorzolamide/Timolol Aurobindo tot de geboorte wordt gegeven, moet de neonaat de eerste dagen nauwlettend worden gevolgd.
Gebruik tijdens borstvoeding
Het is onbekend of dorzolamide in de moedermelk wordt uitgescheiden. Bij zogende ratten die dorzolamide kregen werd een verminderde gewichtstoename van de nakomelingen waargenomen. Bètablokkers worden uitgescheiden in de moedermelk. Echter, bij therapeutische doseringen dorzolamide/timolol oogdruppels is het onwaarschijnlijk dat er hoeveelheden in de moedermelk terechtkomen die klinische symptomen van bètablokkade kunnen veroorzaken bij de zuigeling. Voor vermindering van de systemische absorptie, zie rubriek 4.2.
Als de behandeling met dit middel nodig is, wordt het geven van borstvoeding niet aanbevolen.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Mogelijke bijwerkingen zoals wazig zien kunnen van invloed zijn op het vermogen van sommige patiënten om een voertuig te besturen en/of machines te gebruiken.
4.8 Bijwerkingen
In klinisch onderzoek met Dorzolamide/Timolol Aurobindo komen de waargenomen bijwerkingen overeen met bijwerkingen die eerder met dorzolamidehydrochloride en/of timololmaleaat waren gemeld.
In klinisch onderzoek zijn 1035 patiënten met Dorzolamide/Timolol Aurobindo behandeld. Bij ongeveer 2,4 % van alle patiënten werd de behandeling met Dorzolamide/Timolol Aurobindo op grond van lokale bijwerkingen aan het oog stopgezet, bij ongeveer 1,2 % van alle patiënten werd de behandeling op grond van een lokale bijwerking die allergie of overgevoeligheid (zoals ooglidontsteking en conjunctivitis) deed vermoeden, stopgezet.
Evenals andere topisch toegediende oogmedicatie wordt timolol geabsorbeerd in de systemische circulatie. Dit kan leiden tot bijwerkingen die vergelijkbaar zijn met die bij systemische bètablokkers. Na toediening in het oog is de incidentie van systemische bijwerkingen lager dan bij systemische toediening. De vermelde bijwerkingen omvatten reacties die optreden bij oftalmische bètablokkers als klasse.
De volgende bijwerkingen zijn van Dorzolamide/Timolol Aurobindo of van een van de bestanddelen in klinisch onderzoek of postmarketing gemeld:
Zeer vaak:(≥ 1/10), Vaak: (≥ 1/100 tot < 1/10) Soms: (≥ 1/1000 tot < 1/100) Zelden: (≥ 1/10.000 tot < 1/1000), zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Systeem/orgaanklasse (Medra) | Formulering | Zeer vaak | Vaak | Soms | Zelden | Niet bekend** |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Immuunsysteem-aandoeningen | Dorzolamid e/ Timolol | tekenen en symptomen van systemische allergische reacties waaronder angiooedeem, urticaria, pruritus, rash, anafylactische reactie | ||||
| Timolol-maleaat oogdruppels , oplossing | tekenen en symptomen van allergische reacties waaronder angiooedeem, urticaria, lokale en gegeneraliseerde rash, anafylactische reactie | pruritus | ||||
| Voedings- en stofwisselings-stoornissen | Timolol-maleaat | Hypo-glykemie | ||||
| oogdruppels , oplossing | ||||||
| Psychische-stoornissen | Timolol-maleaat oogdruppels , oplossing | Depressie* | Insomnia*, nachtmerries*, geheugenverlies | Hallucinaties | ||
| Zenuwstelselaandoeningen | Dorzolamid ehydrochlor ide oogdruppels , oplossing | Hoofdpijn* | Duizeligheid*, paresthesie* | |||
Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | Hoofdpijn * | Duizeligheid*, syncope* | paresthesie*, toename in tekenen en symptomen van myasthenia gravis, verminderd libido*, cerebrovasculair accident*, cerebrale ischemie | |||
| Oogaandoeningen | Dorzolamid e/Timolol | Branden en prikken | conjunctivale injectie, wazig zien, erosie van | Het gevoel iets in het oog te hebben, fotofobie | ||
de cornea, tranen en jeuk aan het oog | ||||||
Dorzolamid ehydrochlor ide oogdruppels , oplossing | Ooglid onsteking*, ooglid irritatie* | Irido-cyclitis* | Irritatie waaronder roodheid*, pijn*, korstjes op oogleden*, voorbijgaande myopie (die bij stopzetting van de behandeling verdween), corneaoedeem*, oculaire hypotonie*, loslaten van de choroidea (na een glaucoomoperatie)* | Het gevoel iets in het oog te hebben | ||
Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | tekenen en symptomen van oogirritatie waaronder Brandend, stekend, blefaritis*, keratitis*, verminderde gevoeligheid | visusstoornissen waaronder veranderde refractie (in sommige gevallen door stopzetting van behandeling | ptosis, diplopie, loslaten van de choroidea na een glaucoomoperatie* (zie rubriek 4.4) | jeuk, tranen, roodheid, wazig zien, corneaerosie | ||
van de cornea en droge ogen* | met een mioticum)* | |||||
| Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | Tinnitus* | ||||
| Hartaandoeningen | Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | Bradycardie* | pijn op de borst*, hartkloppingen*, oedeem*, aritmie*, congestief hartfalen*, hartstilstand*, hartblok | Atrio-ventriculair blok, hartfalen | ||
Dorzolamid ehydrochlor ide oogdruppels , oplossing | Hartkloppingen , tachycardie | |||||
| Bloedvataandoeningen | Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | hypotensie*, claudicatio, fenomeen van Raynaud*, koude handen en voeten* | Hypertensie | |||
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinum-aandoeningen | Dorzolamid e/Timolol | Sinusitus | kortademigheid, respiratoir falen, rhinitis, zelden bronchospasme | |||
Dorzolamid ehydrochlor ide oogdruppels , oplossing | Epistaxis* | Dyspneu | ||||
Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | Dyspneu* | Bronchospasme (met name bij patiënten met een pre-existente bronchospastische ziekte)*, respiratoir falen, hoest* | ||||
| Maagdarmstelsel- aandoeningen | Dorzolamid e/Timolol | Dysgeusie | ||||
Dorzolamid ehydrochlor ide oogdruppels , oplossing | Nausea* | Keelirritatie, droge mond* | ||||
Timololmal eaat oogdruppels , | Nausea*, dyspepsie* | Diarree, droge mond* | Dysgeusie, abdominale pijn, braken | |||
| oplossing | ||||||
Huid- en Onderhuid-aandoeningen | Dorzolamid e/Timolol | contactdermatitis, StevensJohnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse | ||||
Dorzolamid ehydrochlor ide oogdruppels , oplossing | Rash* | |||||
Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | alopecia*, psoriaforme rash of exacerbatie van psoriasis* | Huiduitslag | ||||
| Skelet- spierstelsel- en bindweefsel- aandoeningen | Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | Systemische lupus erythematosus | Myalgie | |||
Nier- en urinewegaandoeningen | Dorzolamid e/Timolol | Urolithiasis | ||||
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | ziekte van Peyronie*, verminderd libido | Seksuele disfunctie | |||
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Dorzolamid ehydrochlor ide oogdruppels , oplossing | Asthenie/vermoeidheid* | ||||
Timololmal eaat oogdruppels , oplossing | Asthenie/vermoeidheid* |
*Deze bijwerkingen zijn ook gemeld nadat Dorzolamide/Timolol Aurobindo in de handel is gebracht.
** bijwerkingen waargenomen met timolol
*** Additionele bijwerkingen zijn gezien met intraoculaire bétablokkers en kunnen mogelijk ook optreden met dit middel
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Er zijn geen gegevens beschikbaar over overdosering bij mensen door onbedoelde of opzettelijke inname van Dorzolamide/Timolol Aurobindo.
Symptomen
Er zijn meldingen van onbedoelde overdosering met timololmaleaat oogdruppels die geleid hebben tot systemische effecten die overeenkomen met de bijwerkingen die bij systemische bèta-adrenerge blokkers worden waargenomen, zoals duizeligheid, hoofdpijn, kortademigheid, bradycardie, bronchospasme en hartstilstand. De meest voorkomende objectieve en subjectieve symptomen die bij overdosering van dorzolamide te verwachten zijn, zijn gestoorde elektrolytenbalans, acidose en mogelijk effecten op het centrale zenuwstelsel.
Er zijn slechts beperkte gegevens over een overdosering door onbedoelde of opzettelijke inname van dorzolamidehydrochloride bij mensen. Bij orale inname is slaperigheid gemeld. Bij lokale toediening is melding gemaakt van misselijkheid, duizeligheid, hoofdpijn, vermoeidheid, abnormaal dromen en dysfagie.
Behandeling
De behandeling moet symptomatisch en ondersteunend zijn. De elektrolytenspiegel in het serum (vooral kalium) en de pH van het bloed moeten worden gecontroleerd. Uit onderzoek blijkt dat timolol moeilijk dialyseerbaar is.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: middelen bij glaucoom en miotica, bètablokkers, Timolol, combinaties, ATC code: S01ED51
Werkingsmechanisme
Dorzolamide/Timolol Aurobindo bestaat uit twee componenten: dorzolamidehydrochloride en timololmaleaat. Deze beide componenten verlagen een verhoogde intraoculaire druk door de kamerwaterproductie te verminderen, maar doen dat via een verschillend werkingsmechanisme.
Dorzolamidehydrochloride is een krachtige remmer van het humane koolzuuranhydrase II. Door remming van koolzuuranhydrase in het corpus ciliare in het oog neemt de afscheiding van kamerwater af, waarschijnlijk doordat de vorming van bicarbonaationen langzamer verloopt, waardoor het natrium- en vochttransport afneemt. Timololmaleaat is een niet-selectieve bèta-adrenerge receptorblokker. Het exacte werkingsmechanisme waardoor timololmaleaat de intraoculaire druk verlaagt staat momenteel niet vast, hoewel onderzoeken met fluoresceïne en tonografie uitwijzen dat de werking voornamelijk verband kan houden met een verminderde vorming van kamerwater. In sommige onderzoeken is echter ook een geringe toename van de uitstroom waargenomen. Het gecombineerde effect van deze twee geneesmiddelen leidt tot een additionele verlaging van de intraoculaire druk (IOD) in vergelijking met toediening van de componenten afzonderlijk.
Na lokale toediening verlaagt Dorzolamide/Timolol Aurobindo de verhoogde intraoculaire druk, al of niet in samenhang met glaucoom. Verhoogde intraoculaire druk is een belangrijke risicofactor in de pathogenese van oogzenuwbeschadiging en glaucomateus gezichtsveldverlies.
Dorzolamide/Timolol Aurobindo vermindert de intraoculaire druk zonder de bij gebruik van miotica veel voorkomende bijwerkingen zoals nachtblindheid, accommodatiespasmen en pupilvernauwing.
Farmacodynamische effecten
Klinische effecten
Volwassenen
Tot 15 maanden durende klinische onderzoeken zijn verricht om het IOD-verlagend effect van Dorzolamide/Timolol Aurobindo tweemaal daags (‘s ochtends en voor het slapen gaan) te vergelijken met 0,5 % timolol en 2,0 % dorzolamide (apart en gelijktijdig toegediend) bij patiënten met glaucoom of oculaire hypertensie bij wie in de onderzoeken gelijktijdige behandeling aangewezen werd geacht. Het betrof hier zowel onbehandelde patiënten als patiënten bij wie de oogboldruk met monotherapie met timolol onvoldoende werd verlaagd. De meeste patiënten werden vóór het onderzoek alleen met een lokale bètablokker behandeld. In een analyse van de gecombineerde onderzoeken was het IOD-verlagend effect van Dorzolamide/Timolol Aurobindo tweemaal daags sterker dan dat van monotherapie met 2 % dorzolamide driemaal daags of 0,5 % timolol tweemaal daags. Het IOD-verlagend effect van Dorzolamide/Timolol Aurobindo tweemaal daags was gelijk aan dat van gelijktijdige behandeling met dorzolamide tweemaal daags en timolol tweemaal daags. Het IOD-verlagend effect van Dorzolamide/Timolol Aurobindo tweemaal daags is op verschillende meetpunten gedurende de dag aangetoond en dit effect hield bij langdurige toediening aan.
pediatrische populatie
Er is een 3 maanden durend gecontroleerd onderzoek verricht met als primaire doelstelling de veiligheid van 2 % dorzolamidehydrochloride oogdruppels vast te stellen bij kinderen jonger dan 6 jaar oud. In dit onderzoek kregen 30 patiënten in de leeftijd vanaf 2 tot 6 jaar bij wie de IOD met dorzolamide of timolol monotherapie niet onder controle was Dorzolamide/Timolol Aurobindo in een open- labelfase. De werkzaamheid bij deze patiënten is niet vastgesteld. In deze kleine groep patiënten werd tweemaal daagse toediening van Dorzolamide/Timolol Aurobindo over het algemeen goed verdragen, waarbij 19 patiënten de behandelingsperiode voltooiden en 11 patiënten stopten wegens chirurgie, verandering in medicatie of om andere redenen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Dorzolamidehydrochloride
In tegenstelling tot orale koolzuuranhydraseremmers kan bij lokale toediening van dorzolamidehydrochloride de werkzame stof bij aanzienlijk lagere doses en daarom met minder systemische absorptie zijn effect op het oog uitoefenen. In klinisch onderzoek leidde dit tot een verlaging van de IOD zonder zuur-baseverstoringen of veranderingen in de elektrolytenhuishouding die bij orale koolzuuranhydraseremmers gezien worden.
Bij lokale toepassing bereikt dorzolamide de systemische circulatie. Om na te gaan in hoeverre het koolzuuranhydrase in het lichaam na lokale toediening geremd kan worden, werden de concentraties van de werkzame stof en de metabolieten in de rode bloedcellen (RB) en het plasma en de koolzuuranhydraseremming in RB gemeten. Bij chronische toediening treedt er cumulatie van dorzolamide in RB op als gevolg van een selectieve binding aan CA-II waarbij de concentraties vrije werkzame stof in het plasma uiterst laag blijven. De werkzame moederstof vormt een enkele N-desethylmetaboliet die CA-II minder krachtig remt dan de werkzame moederstof maar ook een minder actief iso-enzym (CA-I) remt. De metaboliet cumuleert ook in RB, waar het zich primair aan CA-I bindt. Er treedt enige binding van dorzolamide aan plasma-eiwitten op (ongeveer 33 %). Dorzolamide wordt voornamelijk onveranderd in de urine uitgescheiden; de metaboliet wordt ook in de urine uitgescheiden. Na stopzetting van de toediening is de eliminatie van dorzolamide uit de RB non-lineair, wat in eerste instantie tot een snelle verlaging van de concentratie van de werkzame stof leidt, gevolgd door een tragere eliminatiefase met een halfwaardetijd van ongeveer vier maanden.
Na orale toediening van dorzolamide teneinde de maximale systemische blootstelling na langdurige lokale toediening in het oog te simuleren, werd binnen dertien weken de steady-state bereikt. In de steady-state was er bijna geen vrije werkzame stof of metaboliet in het plasma; de CA-remming in RB was minder dan die naar verwachting nodig zou zijn om een farmacologisch effect op de renale functie of de ademhaling te hebben. Soortgelijke farmacokinetische resultaten werden verkregen na chronische, lokale toediening van dorzolamidehydrochloride. Enkele oudere patiënten met een nierfunctiestoornis (geschatte creatinineklaring 30-60 ml/min) hadden echter een hogere metabolietconcentratie in RB, maar er waren geen relevante verschillen in koolzuuranhydraseremming en geen klinisch belangrijke systemische bijwerkingen die direct aan deze bevinding konden worden toegeschreven.
Timololmaleaat
In een onderzoek naar de concentratie van de werkzame stof in het plasma bij zes deelnemers werd de systemische absorptie van timolol na tweemaal daagse lokale toediening van oogdruppels timololmaleaat 0,5 % bepaald. De gemiddelde piekplasmaconcentratie na de ochtenddosis was 0,46 ng/ml en na de middagdosis 0,35 ng/ml.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Het oculaire en systemische veiligheidsprofiel van de afzonderlijke componenten is goed gedocumenteerd.
Dorzolamide hydrochloride
Bij voor drachtige konijnen toxische doses dorzolamide, geassocieerd met metabole acidose, werden wervelmisvormingen waargenomen.
Timololmaleaat
In dieronderzoek zijn geen teratogene effecten waargenomen.
Daarnaast werden bij dieren die lokaal werden behandeld met oogdruppels dorzolamidehydrochloride en timololmaleaat of met gelijktijdig toegediend dorzolamidehydrochloride en timololmaleaat geen bijwerkingen aan het oog waargenomen. Bij onderzoek in vitro en in vivo met elk van de componenten werd geen mutageen potentieel gevonden. Daarom worden bij therapeutische doses Dorzolamide/Timolol Aurobindo geen risico’s van belang voor de veiligheid bij mensen verwacht.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Mannitol (E421)
Hydroxyethylcellulose
Natriumcitraat (E331)
Natriumhydroxide (E524) voor pH-aanpassing
Benzalkoniumchloride
Water voor injecties.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
Na eerste opening: 28 dagen.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Ondoorschijnend witte polyethyleen (gemiddelde dichtheid) oogdruppelflesje met een gesealde LDPE druppelaar en een HDPE schroefdop met een verzegeling in een kartonnen doos.
Verpakkingsgrootte: 1, 3 of 6 flesjes van 5 ml.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Aurobindo Pharma B.V., Baarnsche Dijk 1, 3741 LN Baarn
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Ingeschreven in het register onder RVG 105541
9. DATUM VAN DE EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 06 april 2011
Datum van laatste verlenging: 2 november 2015
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.8: 28 januari 2026
