SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Syntragut
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Syntragut 40 microgram/ml + 5 mg/ml oogdruppels, oplossing in verpakking voor éénmalig gebruik
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke ml oplossing bevat 40 microgram travoprost en 5 mg timolol (als timololmaleaat). Eén druppel bevat ongeveer 1,2 microgram travoprost en 0,15 mg timolol.
Hulpstof met bekend effect:
Macrogolglycerolhydroxystearaat 40, 1,0 mg/ml.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oogdruppels, oplossing in verpakking voor eenmalig gebruik.
Heldere, kleurloze oplossing, met een pH van 6,3 – 7,3 en een osmolariteit van 265 – 320 mOsm/kg.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Syntragut is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen voor verlaging van de intraoculaire druk (IOD) bij patiënten met openkamerhoekglaucoom of oculaire hypertensie die onvoldoende reageren op topische bètablokkers of prostaglandine-analogen (zie rubriek 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Gebruik bij volwassenen, inclusief ouderen
De dosis is één druppel Syntragut eenmaal daags, ’s morgens of ’s avonds, in de conjunctivale zak van het (de) aangedane oog (ogen). Het moet iedere dag op hetzelfde tijdstip worden toegediend.
Als een dosis wordt vergeten, wordt de behandeling volgens schema voortgezet met de volgende dosis. De dagelijkse dosis mag niet hoger zijn dan één druppel in het (de) aangedane oog (ogen).
Bijzondere patiëntengroepen
Lever- en nierfunctiestoornissen
Er is geen onderzoek verricht met Syntragut of met timolol 5 mg/ml oogdruppels bij patiënten met lever- of nierfunctiestoornissen.
Travoprost is onderzocht bij patiënten met lichte tot ernstige leverfunctiestoornissen en bij patiënten met lichte tot ernstige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring zo laag als 14 ml/min). Bij deze patiënten was aanpassing van de dosis niet nodig.
Het is onwaarschijnlijk dat de dosis Syntragut aangepast moet worden bij patiënten met lever- of nierfunctiestoornissen (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Syntragut bij kinderen en jongeren onder de 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Voor oculair gebruik.
Het beschermende foliezakje moet vlak vóór het eerste gebruik worden verwijderd door de patiënt.
Om besmetting van de druppelaar en de oplossing te voorkomen en om schade aan het oog te voorkomen, mag de druppelaar van het flesje niet in contact komen met de oogleden, het omringende gedeelte of andere oppervlakken.
Systemische absorptie wordt verminderd wanneer nasolacrimale occlusie wordt toegepast of wanneer de oogleden 2 minuten worden gesloten. Hierdoor kunnen systemische bijwerkingen verminderen en kan de lokale werkzaamheid toenemen (zie rubriek 4.4).
Indien meer dan één topisch oftalmisch geneesmiddel wordt gebruikt, moeten deze geneesmiddelen met een tussenperiode van minimaal 5 minuten worden toegediend (zie rubriek 4.5).
Wanneer een ander oftalmisch antiglaucoommiddel wordt vervangen door Syntragut, moet het gebruik van het andere middel worden stopgezet en moet de volgende dag met Syntragut worden begonnen.
Patiënten moeten geïnstrueerd worden hun zachte contactlenzen te verwijderen vóór toediening van
Syntragut en 15 minuten te wachten na indruppeling van de dosis voordat zij hun contactlenzen weer kunnen inzetten (zie rubriek 4.4).
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Overgevoeligheid voor andere bètablokkers.
Reactieve luchtwegaandoeningen, waaronder astma bronchiale of een anamnese van astma bronchiale, ernstige chronische obstructieve longziekte.
Sinus bradycardie, sick-sinus syndroom inclusief sino-atriaal blok, tweede- of derdegraads atrioventriculair blok niet gereguleerd door een pacemaker. Manifest hartfalen, cardiogene shock.
Ernstige allergische rhinitis en corneale dystrofie.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Systemische effecten
Net als andere topisch toegediende oftalmische geneesmiddelen, worden travoprost en timolol systemisch geabsorbeerd. Door het bèta-adrenerge bestanddeel, timolol, kunnen dezelfde cardiovasculaire, pulmonale en andere bijwerkingen optreden als waargenomen bij systemische bèta-adrenerge blokkerende geneesmiddelen. De incidentie van systemische bijwerkingen na topische oftalmische toediening is lager dan na systemische toediening. Voor informatie over hoe systemische absorptie te verminderen, zie rubriek 4.2.
Hartaandoeningen
Bij patiënten met hart- en vaatziekten (zoals coronaire hartziekte, Prinzmetal angina pectoris en hartfalen) en hypotensie moet therapie met bètablokkers kritisch worden beoordeeld en therapie met andere werkzame bestanddelen moet overwogen worden. Patiënten met hart- en vaatziekten moeten worden gecontroleerd op verschijnselen van verslechtering van deze aandoeningen en op bijwerkingen.
Vanwege hun negatieve effect op de geleidingstijd, moeten bètablokkers met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met een eerstegraads hartblok.
Bloedvataandoeningen
Patiënten met ernstige perifere circulatiestoornissen/aandoeningen (te weten ernstige vormen van de ziekte van Raynaud of het syndroom van Raynaud) moeten met voorzichtigheid worden behandeld.
Ademhalingsstelselaandoeningen
Ademhalingsstelselreacties, met inbegrip van overlijden door bronchospasmen bij patiënten met astma, zijn waargenomen na toediening van sommige oftalmische bètablokkers.
Syntragut moet met voorzichtigheid worden toegepast bij patiënten met een lichte/matige chronische obstructieve pulmonale aandoening (COPD) en alleen wanneer de potentiële voordelen opwegen tegen de potentiële risico’s.
Hypoglykemie/diabetes
Bètablokkers moeten met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met spontane hypoglykemieën of aan patiënten met labiele diabetes, omdat bètablokkers de verschijnselen en symptomen van acute hypoglykemie kunnen maskeren.
Spierzwakte
Bèta-adrenerge blokkerende geneesmiddelen kunnen spierzwakte bevorderen in overeenstemming met bepaalde myasthene symptomen (bijv. diplopie, ptosis en algemene zwakte).
Aandoeningen van de cornea
Oftalmische bètablokkers kunnen droge ogen veroorzaken. Patiënten met een aandoening van de cornea moeten met voorzichtigheid worden behandeld.
Choroïdloslating
Choroïdloslating is gerapporteerd na toediening van geneesmiddelen die kamerwater verminderen
(zoals timolol, acetazolamide) na filtratieprocedures.
Andere bètablokkers
Het effect op de intra-oculaire druk of de bekende effecten van systemische bètablokkade kunnen worden versterkt wanneer timolol wordt toegediend aan patiënten die al een systemisch bètablokkerend geneesmiddel gebruiken. De reactie van deze patiënten moet nauwlettend in de gaten worden gehouden. Het gebruik van twee topische bètablokkers wordt niet aanbevolen (zie rubriek 4.5).
Anesthesie tijdens chirurgie
Oftalmische bètablokkerende middelen kunnen de systemische bèta-agonistische effecten van bijvoorbeeld adrenaline blokkeren. De anesthesist moet geïnformeerd worden wanneer de patiënt timolol gebruikt.
Hyperthyreoïdie
Bètablokkers kunnen de verschijnselen van hyperthyreoïdie maskeren.
Contact met de huid
Prostaglandinen en prostaglandine-analogen zijn biologisch actieve stoffen die via de huid geabsorbeerd kunnen worden. Vrouwen die zwanger zijn of zwanger proberen te raken, moeten passende voorzorgsmaatregelen treffen om direct contact met de inhoud van het flesje te vermijden.
Mocht er toch contact zijn met een aanzienlijke hoeveelheid van de inhoud van het flesje, dan moet het blootgestelde gebied onmiddellijk grondig worden gereinigd.
Anafylactische reacties
Patiënten met een anamnese van atopie of van ernstige anafylactische reacties op uiteenlopende allergenen kunnen tijdens het gebruik van bètablokkers gevoeliger zijn voor herhaalde blootstelling aan dergelijke allergenen en kunnen mogelijk niet reageren op de gebruikelijke dosis adrenaline gebruikt voor de behandeling van anafylactische reacties.
Gelijktijdig gebruik met andere geneesmiddelen
Timolol kan interacties geven met andere geneesmiddelen (zie rubriek 4.5).
Het gebruik van twee lokale prostaglandines wordt niet aanbevolen.
Oculaire effecten
Travoprost kan de kleur van het oog geleidelijk veranderen door toename van het aantal melanosomen
(pigmentkorrels) in de melanocyten. Voordat de behandeling wordt gestart, moet de patiënten worden verteld dat de kleur van hun ogen blijvend kan veranderen. Eenzijdige behandeling kan permanente heterochromie tot gevolg hebben. De langetermijneffecten op de melanocyten en de gevolgen daarvan zijn op dit moment onbekend. De verandering van de kleur van de iris verloopt traag en kan maanden tot jaren onopgemerkt blijven. De verandering in oogkleur werd vooral gezien bij patiënten met meerkleurige irissen, bijv. blauwbruin, grijsbruin, geelbruin en groenbruin, maar werd ook waargenomen bij patiënten met bruine ogen. Kenmerkend is dat de bruine pigmentatie rond de pupil zich concentrisch uitbreidt naar de periferie van de aangedane ogen, maar ook de hele iris of delen ervan kunnen bruiner worden. Na stopzetting van de behandeling werd er geen verdere toename van de bruine verkleuring van de iris waargenomen.
In gecontroleerde klinische studies werd bij het gebruik van travoprost een donkere verkleuring van de periorbitale huid en/of de oogleden gerapporteerd.
Periorbitale veranderingen en veranderingen van het ooglid, zoals het dieper worden van de sulcus van het ooglid, zijn waargenomen met prostaglandineanalogen.
Travoprost kan de wimpers van het (de) behandelde oog (ogen) geleidelijk veranderen. In klinische studies werden bij ongeveer de helft van de patiënten de volgende veranderingen waargenomen:
toename van lengte, dikte, pigmentatie van de wimpers en/of van het aantal wimpers. Het mechanisme van deze veranderingen van de wimpers en hun gevolgen op lange termijn is op dit moment niet bekend.
Uit studies bij apen is gebleken dat travoprost een kleine vergroting van de ooglidspleet veroorzaakte.
Dit effect werd echter niet waargenomen tijdens de klinische studies en wordt beschouwd als zijnde soort specifiek.
Er is geen ervaring met Syntragut bij inflammatoire oogaandoeningen, noch bij neovasculair, geslotenkamerhoek-, nauwekamerhoek- of aangeboren glaucoom en slechts beperkte ervaring bij thyroïdgerelateerde oogaandoeningen, openkamerhoekglaucoom bij pseudofake patiënten en bij pigmentair of pseudo-exfoliatief glaucoom.
Macula-oedeem is gerapporteerd bij de behandeling met prostaglandine F2α analogen. Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van Syntragut bij afake patiënten, pseudofake patiënten met een gescheurd achterste lenskapsel of voorste oogkamerlenzen, of bij patiënten met bekende risicofactoren voor cystoïd maculaoedeem.
Bij patiënten met bekende predisponerende risicofactoren voor iritis/uveïtis en bij patiënten met een actieve ontsteking in het oog kan Syntragut met voorzichtigheid worden gebruikt.
Hulpstoffen
Syntragut bevat macrogolglycerolhydroxystearaat dat huidirritatie kan veroorzaken.
Patiënten moeten geïnstrueerd worden vóór toediening van Syntragut hun contactlenzen te verwijderen en 15 minuten te wachten na indruppeling van de dosis voordat zij hun contactlenzen weer kunnen inzetten (zie rubriek 4.2).
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen onderzoek naar specifieke geneesmiddeleninteracties uitgevoerd met travoprost of timolol.
Er bestaat een kans op additieve effecten die leiden tot hypotensie en/of duidelijke bradycardie wanneer een oftalmische oplossing met een bètablokker gelijktijdig wordt gebruikt met orale calciumkanaalblokkers, bèta-adrenerge blokkerende middelen, antiarrhythmica (inclusief amiodaron), digitalisglycosiden, parasympathicomimetica of guanethidine.
Bètablokkers kunnen de hypertensieve reactie na plotseling stoppen met gebruik van clonidine potentiëren.
Bij gelijktijdige behandeling met CYP2D6-remmers (zoals kinidine, fluoxetine, paroxetine) en timolol is een krachtigere systemische bètablokkade (zoals vertraagde hartslag, depressie) waargenomen.
Mydriasis als gevolg van het gelijktijdig gebruik van oftalmische bètablokkers en adrenaline
(epinefrine) werd af en toe gerapporteerd.
Bètablokkers kunnen het hypoglykemisch effect van antidiabetica verhogen en de tekenen en symptomen van hypoglykemie maskeren (zie rubriek 4.4).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd/anticonceptie
Syntragut mag niet worden gebruikt door vrouwen die zwanger kunnen worden, tenzij afdoende anticonceptieve maatregelen zijn genomen (zie rubriek 5.3).
Zwangerschap
Travoprost heeft schadelijke farmacologische effecten tijdens de zwangerschap en/of op de foetus/pasgeborene.
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van Syntragut of de afzonderlijke componenten ervan bij zwangere vrouwen. Timolol mag niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap tenzij strikt noodzakelijk.
Epidemiologisch onderzoek toonde geen misvormende effecten aan. Wanneer bètablokkers oraal worden toegediend, is echter een risico op remming van de intra-uteriene groei waargenomen.
Bovendien werden verschijnselen en symptomen van bètablokkade (zoals bradycardie, hypotensie, ademnood en hypoglykemie) bij de neonaat waargenomen wanneer bètablokkers werden toegediend tot aan de bevalling. Als Syntragut wordt toegediend tot aan de bevalling moet de neonaat tijdens zijn/haar eerste levensdagen nauwlettend worden gecontroleerd.
Syntragut mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, tenzij strikt noodzakelijk. Voor informatie over hoe systemische absorptie te verminderen, zie rubriek 4.2.
Borstvoeding
Het is niet bekend of travoprost uit oogdruppels in de moedermelk wordt uitgescheiden. In dierproeven is uitscheiding van travoprost en metabolieten in moedermelk aangetoond. Timolol wordt uitgescheiden in de moedermelk en kan ernstige bijwerkingen veroorzaken bij de zuigeling. Bij therapeutische doses timolol in oogdruppels is het echter onwaarschijnlijk dat de hoeveelheid in de moedermelk voldoende is om klinische symptomen van bètablokkade bij het kind te veroorzaken.
Voor informatie over hoe systemische absorptie te verminderen, zie rubriek 4.2.
Het gebruik van Syntragut door vrouwen die borstvoeding geven wordt niet aangeraden.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens over de effecten van Syntragut op de humane vruchtbaarheid. Dierstudies tonen aan dat travoprost geen effect heeft op de vruchtbaarheid bij doses tot 75 keer de aanbevolen maximale humane oculaire dosis, terwijl geen relevant effect van timolol werd waargenomen op dit dosisniveau.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Syntragut heeft geringe invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
Zoals met elke oogdruppel kunnen tijdelijk wazig zien of andere visuele stoornissen optreden. Als de patiënt na het indruppelen wazig ziet, moet hij/zij wachten tot het gezichtsvermogen weer is hersteld alvorens een voertuig te besturen of een machine te bedienen. Syntragut kan ook hallucinaties, duizeligheid, zenuwachtigheid en/of vermoeidheid veroorzaken (zie rubriek 4.8), wat de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen kan beïnvloeden. Patiënten moeten geadviseerd worden om niet te rijden en geen machines te bedienen als deze symptomen optreden.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In klinische onderzoeken met 2.170 patiënten die behandeld werden met DuoTrav, was de meest gemelde bijwerking die met de behandeling in verband kon worden gebracht oculaire hyperemie
(12,0%).
Samenvatting van de bijwerkingen in tabelvorm
De bijwerkingen opgesomd in onderstaande tabel zijn waargenomen in klinische studies of zijn door postmarketing-ervaringen vastgesteld. Zij zijn gerangschikt naar systeem/orgaanklasse en ingedeeld volgens de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100 tot <1/10), soms
(≥ 1/1 000 tot < 1/100), zelden (≥ 1/10 000 tot < 1/1 000), zeer zelden (< 1/10 000), of niet bekend
(kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
| Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Bijwerking |
|---|---|---|
| Immuunsysteemaandoeningen | Soms | Overgevoeligheid |
| Psychische stoornissen | Zelden | Zenuwachtigheid |
| Niet bekend | Hallucinaties*, depressie | |
| Zenuwstelselaandoeningen | Soms | Duizeligheid, hoofdpijn |
| Niet bekend | Cerebrovasculair accident, syncope, paresthesie | |
| Oogaandoeningen | Zeer vaak | Oculaire hyperemie |
| Vaak | Keratitis punctata, oogpijn, visuele stoornis, gezichtsvermogen wazig, droog oog, oogpruritus, ongemak in het oog, irritatie van het oog | |
| Soms | Keratitis, iritis, conjunctivitis, ontsteking van de voorste oogkamer, blefaritis, fotofobie, verminderde gezichtsscherpte, asthenopie, zwelling van het oog, verhoogde traanproductie, erytheem van het ooglid, groei van de wimpers, oogallergie, conjunctivaal oedeem, ooglidoedeem | |
| Zelden | Cornea-erosie, meibom-ontsteking, conjunctivale hemorragie, korstvorming op het ooglid, trichiasis, distichiasis | |
| Niet bekend | Macula-oedeem, ooglidptose, ooglidsulcus verdiept, iris hyperpigmentatie, cornea-aandoening | |
| Hartaandoeningen | Soms | Bradycardie |
Zelden Soms | Aritmie, onregelmatige hartslag | |
| Niet bekend | Hartfalen, tachycardie, pijn op de borst, hartkloppingen | |
| Bloedvataandoeningen | Hypertensie, hypotensie | |
| Niet bekend | Perifeer oedeem | |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Soms | Dyspnoea, postnasale drip |
| Zelden | Dysfonie, bronchospasme, hoest, irritatie van de keel, orofaryngeale pijn, neusongemak | |
| Niet bekend | Astma | |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Niet bekend | Dysgeusie |
| Lever- en galaandoeningen | Zelden | Alanineaminotransferase verhoogd, aspartaataminotransferase verhoogd |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Soms | Contactdermatitis, hypertrichose, huidhyperpigmentatie (perioculair) |
| Zelden | Urticaria, verkleuring van de huid, alopecia | |
| Niet bekend | Huiduitslag | |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Zelden | Pijn in extremiteit |
| Nier- en urinewegaandoeningen | Zelden | Chromaturie |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Zelden | Dorst, vermoeidheid |
* bijwerkingen waargenomen bij timolol.
Aanvullende bijwerkingen die voor één van de werkzame stoffen werden vastgesteld en die mogelijk kunnen voorkomen met Syntragut:
Travoprost
| Systeem/orgaanklasse | MedDRA voorkeursterm |
|---|---|
| Immuunsysteemaandoeningen | Seizoensgebonden allergie |
| Psychische stoornissen | Angst, insomnia |
| Oogaandoeningen | Uveïtis, conjunctivale follikels, oogafscheiding, periorbitaal oedeem, oogledenjeuk, ectropion, cataract, iridocyclitis, oftalmische herpes simplex, oogontsteking, fotopsie, eczeem van oogleden, halozicht, ooghypo-esthesie, voorste oogkamer pigmentatie, mydriase, hyperpigmentatie van wimpers, wimperverdikking, gezichtsvelduitval |
| Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | Vertigo, tinnitus |
| Bloedvataandoeningen | Bloeddruk diastolisch verlaagd, bloeddruk systolisch verhoogd |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Astma verergerd, rhinitis allergisch, bloedneus, luchtwegaandoening, neusverstopping, nasale droogheid |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Peptisch ulcus gereactiveerd, maagdarmstelselaandoening, diarree, obstipatie, droge mond, abdominale pijn, nausea, braken |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Huidexfoliatie, haartextuur abnormaal, dermatitis allergisch, haarkleur verandering, madarose, pruritus, haargroei abnormaal, erytheem |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Skeletspierstelselpijn, artralgie |
| Nier- en urinewegaandoeningen | Dysurie, urine-incontinentie |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Asthenie |
| Onderzoeken | Prostaatspecifiek antigeen verhoogd |
Timolol
Zoals andere topisch toegediende oftalmische geneesmiddelen wordt timolol systemisch geabsorbeerd.
Dit kan leiden tot vergelijkbare bijwerkingen als bij systemische bètablokkers. De aanvullende bijwerkingen die hieronder genoemd worden, bevatten de reacties waargenomen binnen de klasse van oftalmische bètablokkers. De incidentie van systemische bijwerkingen na topische oftalmische toediening is lager dan na systemische toediening. Voor informatie over hoe systemische absorptie te verminderen, zie rubriek 4.2.
| Systeem/orgaanklasse | MedDRA voorkeursterm |
|---|---|
| Immuunsysteemaandoeningen | Systemische allergische reacties waaronder angiooedeem, urticaria, plaatselijke en gegeneraliseerde uitslag, pruritus, anafylaxie |
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Hypoglykemie |
| Psychische stoornissen | Hallucinaties, insomnia, nachtmerries, geheugenverlies |
| Zenuwstelselaandoeningen | Cerebrale ischemie, verergering van de verschijnselen en symptomen van myasthenia gravis |
| Oogaandoeningen | Verschijnselen en symptomen van oculaire irritatie (zoals branden, prikken, jeuken, tranen, roodheid), choroïdloslating na filtratiechirurgie (zie rubriek 4.4), verminderde corneagevoeligheid, diplopie |
| Hartaandoeningen | Oedeem, congestief hartfalen, atrioventriculair blok, hartstilstand |
| Bloedvataandoeningen | Fenomeen van Raynaud, koude handen en voeten |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Nausea, dyspepsie, diarree, droge mond, buikpijn, braken |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Psoriasisachtige uitslag of verergering van psoriasis |
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Myalgie |
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Seksuele disfunctie, verminderd libido |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Asthenie |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Een topische overdosis met Syntragut is niet waarschijnlijk of met toxiciteit in verband gebracht.
In geval van accidenteel inslikken, zijn de symptomen van een overdosis door systemische bètablokkade bradycardie, hypotensie, bronchospasme en hartfalen.
Overdosering met Syntragut moet symptomatisch en ondersteunend worden behandeld. Timolol kan niet gemakkelijk worden verwijderd door middel van dialyse.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Oftalmologica: antiglaucoompreparaten en miotica, ATC-code:
S01ED51.
Werkingsmechanisme
Syntragut bevat twee actieve bestanddelen: travoprost en timololmaleaat. Deze twee bestanddelen verlagen de intraoculaire druk door elkaars werkingsmechanismen aan te vullen, en het gecombineerde effect zorgt voor een bijkomende IOD-verlaging vergeleken met ieder bestanddeel afzonderlijk.
Travoprost, een prostaglandine F2α -analoog, is een volledige agonist die bijzonder selectief is en een hoge affiniteit heeft voor de prostaglandine FP-receptor. Het vermindert de intraoculaire druk door verbetering van de uitstroom van kamervocht via het trabeculaire netwerk en de uveosclerale route. De verlaging van de IOD bij de mens begint binnen ongeveer 2 uur na toediening en het maximale effect wordt na 12 uur bereikt. Een significante verlaging van de intraoculaire druk blijft meer dan 24 uur na een enkele dosis gehandhaafd.
Timolol is een niet-selectieve adrenerge blokker die geen intrinsiek sympathicomimetisch, direct myocardonderdrukkend of membraanstabiliserend effect heeft. Uit tonografisch en fluorofotometrisch onderzoek bij de mens blijkt dat het belangrijkste werkingsmechanisme is gerelateerd aan verminderde kamervochtproductie en een lichte toename van de uitstroom.
Secundaire farmacologie
Na 7 dagen topische oculaire toediening (eenmaal daags 1,4 microgram) geeft travoprost bij konijnen een significante verhoging van de doorbloeding van het uiteinde van de nervus opticus.
Farmacodynamische effecten
Klinische effecten
In een 12 maanden durend, gecontroleerd klinisch onderzoek bij patiënten met
openkamerhoekglaucoom of oculaire hypertensie en een gemiddelde IOD uitgangswaarde van 25 tot
27 mmHg was het gemiddelde IOD-verlagend effect van Syntragut, eenmaal daags ’s morgens toegediend, 8 tot 10 mmHg. De non-inferioriteit van Syntragut in vergelijking met latanoprost
50 microgram/ml + timolol 5 mg/ml op de gemiddelde IOD-reductie werd aangetoond voor alle meetpunten in het onderzoek.
In een 3 maanden durend, gecontroleerd klinisch onderzoek bij patiënten met
openkamerhoekglaucoom of oculaire hypertensie en een gemiddelde IOD uitgangswaarde van 27 tot
30 mmHg was het gemiddelde IOD-verlagend effect van Syntragut, eenmaal daags ’s morgens toegediend, 9 tot 12 mmHg, en 2 mmHg meer dan bij travoprost 40 microgram/ml eenmaal daags
’s avonds toegediend en 2 tot 3 mmHg meer dan bij timolol 5 mg/ml tweemaal daags toegediend.
Tijdens alle meetmomenten in het onderzoek werd na toediening van Syntragut een statistisch superieure reductie van de gemiddelde IOD in de ochtend (8 uur ’s morgens, 24 uur na de laatste dosis
Syntragut) ten opzichte van travoprost waargenomen.
In twee 3 maanden durende, gecontroleerde klinische studies bij patiënten met
openkamerhoekglaucoom of oculaire hypertensie en een gemiddelde IOD uitgangswaarde van 23 tot
26 mmHg was het gemiddelde IOD-verlagend effect van Syntragut, eenmaal daags ’s morgens toegediend, 7 tot 9 mmHg. De gemiddelde IOD-verlaging was niet-inferieur, hoewel numeriek lager, dan de verlaging bij de gelijktijdige behandeling met travoprost 40 microgram/ml eenmaal daags ’s avonds en timolol 5 mg/ml eenmaal daags ’s morgens.
In een 6 weken durende, gecontroleerde klinische studie bij patiënten met openkamerhoekglaucoom of oculaire hypertensie en een gemiddelde IOD uitgangswaarde van 24 tot 26 mmHg was het gemiddelde
IOD-verlagend effect van DuoTrav (met polyquaternium-1 als conserveermiddel), eenmaal daags ’s morgens toegediend, 8 mmHg. Dit was equivalent aan het IOD-verlagend effect van Syntragut (met benzalkoniumchloride als conserveermiddel).
De inclusiecriteria waren voor alle studies dezelfde, met uitzondering van het IOD-deelnamecriterium en de respons op voorafgaande IOD-behandelingen. De klinische ontwikkeling van Syntragut omvatte zowel patiënten die niet werden behandeld alsook patiënten die wel werden behandeld. Onvoldoende respons op monotherapie was geen inclusiecriterium.
De beschikbare gegevens wijzen erop dat toediening ’s avonds enkele voordelen zou kunnen hebben wat betreft gemiddelde IOD-reductie. Bij het voorschrift voor toediening in de ochtend of in de avond moet men rekening houden met de voorkeur van de patiënt en zijn/haar mogelijkheden om het middel volgens voorschrift te gebruiken.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Travoprost en timolol worden geabsorbeerd door de cornea. Travoprost is een ‘prodrug’ die een snelle ester hydrolyse naar het werkzame vrije zuur ondergaat in de cornea. Na vijf dagen lang eenmaaldaagse toediening van Syntragut PQ bij gezonde proefpersonen (N=22) was het vrije zuur van travoprost niet kwantificeerbaar in de plasmamonsters van het merendeel van de proefpersonen
(94,4 %) en een uur na toediening gewoonlijk niet detecteerbaar. Wanneer meetbaar, liepen de gemeten concentraties (de kwantificatielimiet is ≥ 0,01 ng/ml) uiteen van 0,01 tot 0,03 ng/ml. De gemiddelde steady state Cmax voor timolol was 1,34 ng/ml en de Tmax was ongeveer 0,69 uur na eenmaaldaagse toediening van travoprost en timolol.
Distributie
Het vrije zuur van travoprost is de eerste uren meetbaar in het kamervocht van dieren. In het menselijk plasma is het alleen tijdens het eerste uur na oculaire toediening van travoprost en timolol meetbaar. Timolol kan gemeten worden in menselijk kamerwater na oculaire toediening van timolol en in plasma gedurende maximaal 12 uur na oculaire toediening van travoprost en timolol.
Biotransformatie
Metabolisme is de belangrijkste eliminatieroute van zowel travoprost als het werkzame vrije zuur. De systemische metabole routes lopen parallel aan die van het endogene prostaglandine F2α, die worden gekenmerkt door reductie van de 13-14 dubbele binding en oxidatie van de 15-hydroxyl en
ß-oxidatieve splitsingen van de bovenste zijketen.
Timolol wordt gemetaboliseerd via twee routes. Eén route geeft een ethanolaminezijketen op de thiadiazolring en de andere geeft een ethanolzijketen op de morfolinestikstof en een tweede vergelijkbare zijketen met een carbonylgroep naast de stikstof. De plasma t1/2 van timolol is 4 uur na oculaire toediening van DuoTrav.
Eliminatie
Het vrije zuur van travoprost en zijn metabolieten worden voornamelijk via de nieren uitgescheiden.
Minder dan 2% van een oculaire dosis travoprost wordt als vrij zuur in de urine teruggevonden.
Timolol en zijn metabolieten worden hoofdzakelijk door de nieren uitgescheiden. Ongeveer 20% van een dosis timolol wordt onveranderd in de urine uitgescheiden, de rest wordt uitgescheiden in de urine in de vorm van metabolieten.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Toediening van Syntragut bij apen, tweemaal daags, bleek de ooglidspleet te vergroten en de pigmentatie van de iris op vergelijkbare wijze als bij oculaire toediening van prostanoïden te versterken.
Travoprost
Topische tweemaal daagse oculaire toediening van travoprost aan apen gedurende een jaar in concentraties van maximaal 0,012% in het rechteroog veroorzaakte geen systemische toxiciteit.
Reproductietoxiciteitstudies met travoprost werden via de systemische weg verricht bij ratten, muizen en konijnen. De bevindingen zijn gerelateerd aan de activiteit van de FP-receptoragonist in de uterus met vroegtijdige embryoletaliteit, vruchtverlies na de implantatie en foetotoxiciteit. Bij drachtige ratten resulteerde de systemische toediening van travoprost gedurende de periode van organogenese bij doses die meer dan 200 keer zo hoog waren als de klinische dosis, in een verhoogde incidentie van misvormingen. Er werden lage niveaus van radioactiviteit gemeten in het vruchtwater en in de foetale weefsels bij drachtige ratten die 3H-travoprost kregen toegediend. In reproductie- en
ontwikkelingsstudies werd een potent effect op vruchtverlies aangetoond, vooral bij ratten en muizen
(respectievelijk 180 pg/ml en 30 pg/ml plasma) bij blootstellingen van 1,2 tot 6 maal de klinische blootstelling (tot 25 pg/ml).
Milieurisicobeoordeling (Environmental Risk Assessment, ERA)
Travoprost wordt beschouwd als een persistente, bioaccumulerende en toxische (PBT) stof. Daarom kan, ondanks de zeer kleine hoeveelheden travoprost die door patiënten in oogdruppels worden gebruikt, een risico voor het milieu niet worden uitgesloten.
Timolol
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen voor timolol. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit en carcinogeen potentieel. In reproductietoxiciteitsstudies met timolol werd een vertraagde foetale ossificatie bij ratten aangetoond, echter zonder bijwerkingen op de postnatale ontwikkeling (7000 maal de klinische dosering), en een toegenomen foetale resorptie bij konijnen (14.000 maal de klinische dosering).
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Propyleenglycol (E 1520)
Boorzuur (E 284)
Nnatriumchloride
Mannitol (E 421)
Macrogolglycerolhydroxystearaat 40
Natriumhydroxide en/of zoutzuur (om de pH in te stellen)
Water voor injecties
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
Zodra het zakje is geopend, moeten de verpakkingen voor eenmalig gebruik binnen 30 dagen worden gebruikt.
Gooi de geopende verpakking voor eenmalig gebruik meteen na gebruik weg.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities wat betreft de temperatuur.
Bewaar de verpakkingen voor eenmalig gebruik in het zakje en de buitenverpakking ter bescherming tegen licht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking en andere instructies
Transparante, lagedichtheidspolyethyleen (LDPE) verpakkingen voor eenmalig gebruik met een draailipje.
Elke verpakking voor eenmalig gebruik bevat 0,2 ml oplossing.
Elk zakje bevat 10 verpakkingen voor eenmalig gebruik (2 strips van 5 verpakkingen voor eenmalig gebruik).
De volgende verpakkingsgrootten zijn beschikbaar:
Doos met 30 (3x10), 60 (6x10) of 90 (9x10) verpakkingen voor eenmalig gebruik.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
Opgemerkt dient te worden dat travoprost wordt beschouwd als een persistente, bioaccumulerende en toxische (PBT) stof (zie rubriek 5.3).
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
OmniVision GmbH
Lindberghstrasse 9
82178 Puchheim
Duitsland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 132554
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 10 november 2025
