SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Cetirizine 2HCl Sandoz
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Cetirizine 2HCl Sandoz 10 mg, filmomhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke filmomhulde tablet bevat 8,42 mg cetirizine als cetirizine dihydrochloride 10 mg.
Hulpstof met bekend effect:
Elke filmomhulde tablet bevat 77,7 mg lactose (als monohydraat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet
Witte, langwerpige tabletten met een breukgleuf aan één kant.
De tablet kan worden verdeeld in gelijke doses.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Cetirizine 2HCl Sandoz 10 mg zijn geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen en kinderen van 6 jaar en ouder:
- ter verlichting van neusklachten en oogklachten bij seizoensgebonden en niet-seizoensgebonden allergische rhinitis.
- ter verlichting van chronische idiopathische urticaria.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering:
Volwassenen en adolescenten van 12 jaar en ouder
Eénmaal daags 10 mg (éénmaal daags 1 tablet).
Pediatrische patiënten
De tablet mag niet gebruikt worden bij kinderen jonger dan 6 jaar, omdat deze vorm de nodige dosisaanpassingen niet toelaat.
Kinderen van 6 tot 12 jaar:
Tweemaal daags 5 mg (tweemaal daags ½ tablet).
RVG 25270
Ouderen
Gegevens wijzen er niet op dat bij oudere patiënten met een normale nierfunctie de dosis moet worden aangepast.
Nierfunctiestoornis
Bij patiënten met een nierfunctiestoornis zijn geen gegevens voorhanden voor het vaststellen van de ratio werkzaamheid/veiligheid. Omdat cetirizine voornamelijk via de nieren wordt uitgescheiden (zie rubriek 5.2) moeten in geval dat geen alternatieve behandeling kan worden toegepast, de doseringsintervallen individueel worden aangepast overeenkomstig de nierfunctie. Voor het aanpassen van de dosis wordt verwezen naar onderstaande tabel. Om van deze tabel gebruik te maken is een berekening noodzakelijk van de creatinineklaring (CLcr) van de patiënt in ml/min.
Dosisaanpassing bij volwassen patiënten met een nierfunctiestoornis:
| Groep | Geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) (ml/min): | Dosering en frequentie: |
|---|---|---|
| Normale nierfunctie | ≥ 90 | 10 mg eenmaal per dag |
| Licht veminderde nierfunctie | 60 - < 90 | 10 mg eenmaal per dag |
| Matig verminderde nierfunctie | 30 – < 60 | 5 mg eenmaal per dag |
| Ernstig verminderde nierfunctie | 15 - < 30 die geen dialysebehandeling nodig hebben | 5 mg eenmaal per 2 dagen |
| Eindstadium nierinsufficiëntie | < 15 | gecontra-indiceerd |
Bij kinderen met een nierfunctiestoornis dient de dosis op individuele basis te worden aangepast op individuele basis, waarbij rekening moet worden gehouden met de renale klaring, de leeftijd en het lichaamsgewicht van de patiënt.
Leverfunctiestoornis:
Bij patiënten met uitsluitend een leverfunctiestoornis is geen aanpassing van de dosis nodig.
Bij patiënten met een lever- en nierfunctiestoornis wordt een aanpassing van de dosis aanbevolen (zie rubriek “Nierfunctiestoornis” hierboven).
Wijze van toediening
De tabletten dienen te worden doorgeslikt met een hoeveelheid vloeistof.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof, voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen, voor hydroxyzine of voor andere piperazine afgeleiden.
Patiënten met eindstadium nierinsufficiëntie met een eGFR (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid) onder 15 ml/min.
RVG 25270
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij therapeutische doseringen zijn geen klinisch significante interacties aangetoond met alcohol (bij een alcohol bloedspiegel van 0,5 g/L). Desalniettemin is voorzichtigheid geboden bij het gelijktijdig gebruik van alcohol.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met predisponerende factoren voor urineretentie (bijvoorbeeld laesie ter hoogte van het ruggenmerg, prostaat hyperplasie) aangezien cetirizine het risico op urineretentie kan verhogen.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met epilepsie en bij patiënten met een risico op convulsies.
De reactie op allergietesten (op de huid), worden door antihistamines belemmerd. Het gebruik van cetirizine moet drie dagen voor de uitvoering van de test worden gestopt.
Pruritus en/of urticaria kunnen optreden na stopzetting van de behandeling met cetirizine, zelfs als deze symptomen niet aanwezig waren vóór de start van de behandeling. In sommige gevallen, kunnen de symptomen ernstig zijn en moet de behandeling opnieuw gestart worden. Wanneer de behandeling opnieuw gestart is, zouden de symptomen moeten verdwijnen.
Pediatrische patiënten
Het gebruik van de filmomhulde tablet wordt niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 6 jaar, omdat met deze tablet een aangepaste dosering niet mogelijk is. Het wordt aanbevolen om een vorm van cetirizine te gebruiken die geschikt is voor kinderen.
Hulpstoffen
Dit geneesmiddel bevat 77,7 mg lactose per tablet. Patiënten met zeldzame erfelijke problemen van galactose-intolerantie, totale lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Vanwege het farmacokinetische, farmacodynamische en tolerantie profiel van cetirizine zijn met dit antihistaminicum geen interacties te verwachten. In onderzoeken naar interacties met andere geneesmiddelen, voornamelijk uitgevoerd met pseudo-efedrine of theofylline (400 mg/dag), werd noch melding gemaakt van farmacodynamische noch van significante farmacokinetische interacties.
De mate van absorptie van cetirizine wordt niet verminderd door voedsel, alhoewel de snelheid van absorptie is afgenomen.
Bij gevoelige patiënten kan het gelijktijdige gebruik van alcohol of andere onderdrukkers van het centrale zenuwstelsel leiden tot een bijkomende vermindering van de alertheid en het functioneren, hoewel cetirizine het effect van alcohol niet versterkt (bloedspiegels van 0,5 g/l).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
RVG 25270
Zwangerschap
Voor cetirizine prospectief verzamelde gegevens over zwangerschapsuitkomsten suggereren geen potentiële toxiciteit voor de moeder, foetus of het embryo boven de achtergrondniveaus.
Dieronderzoek duidt niet op directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot de zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, bevalling of postnatale ontwikkeling. Bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen dient voorzichtigheid in acht te worden genomen.
Borstvoeding
Cetirizine wordt uitgescheiden in de moedermelk. Een risico op bijwerkingen bij met moedermelk gevoede pasgeborenen kan niet worden uitgesloten. Afhankelijk van de tijd tussen toediening en monstertrekking wordt cetirizine uitgescheiden in moedermelk in concentraties van 25% tot 90% van de concentraties gemeten in het plasma. Daarom dient voorzichtigheid in acht te worden genomen bij het voorschrijven van cetirizine aan vrouwen die borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Er is een beperkte hoeveelheid gegevens beschikbaar over de vruchtbaarheid bij de mens, maar er is geen veiligheidsprobleem geïdentificeerd.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op een veiligheidsprobleem voor de voortplanting bij de mens.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Uit objectieve bepalingen van de rijvaardigheid, de slaaplatentie en de uitvoering van lopende band werkzaamheden is niet gebleken dat, bij de aanbevolen dosis van 10 mg, sprake is van klinisch relevante effecten.
Patiënten die last hebben van slaperigheid dienen echter niet te rijden, mogelijk gevaarlijke activiteiten te ondernemen of machines te bedienen. Ze dienen de aanbevolen dosis niet te overschrijden en dienen rekening te houden met hun reactie op het gebruik van dit geneesmiddel.
4.8 Bijwerkingen
Klinische onderzoeken
Overzicht
Uit klinische onderzoeken is gebleken dat cetirizine in de aanbevolen dosering lichte bijwerkingen heeft op het centrale zenuwstelsel, waaronder slaperigheid, vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn. In sommige gevallen is melding gemaakt van paradoxale stimulatie van het centrale zenuwstelsel.
Alhoewel cetirizine een selectieve perifere H1-receptor antagonist is en relatief vrij van anticholinerge activiteit, werd incidenteel melding gemaakt van moeilijkheden bij het urineren, visusstoornissen en droge mond.
Gevallen van een verminderde leverfunctie met verhoogde leverenzymen en vergezeld van een verhoogd bilirubine zijn gerapporteerd. Meestal verdwijnt dit vanzelf bij het staken van de behandeling met cetirizine dihydrochloride.
Lijst van bijwerkingen
RVG 25270
Dubbelblinde, gecontroleerde klinische onderzoeken, waarin cetirizine, in de aanbevolen dosering (éénmaal daags 10 mg cetirizine), werd vergeleken met placebo of andere antihistaminica en waarvan de gekwantificeerde veiligheidsgegevens beschikbaar zijn, omvatten meer dan 3.200 proefpersonen, die werden blootgesteld aan cetirizine.
Uit het geheel aan gegevens werden onder cetirizine 10 mg in placebogecontroleerde onderzoeken de volgende bijwerkingen gemeld met een frequentie van 1% of meer:
Bijwerkingen (WHO-ART) | Cetirizine 10 mg (n = 3260) | Placebo (n = 3061) |
|---|---|---|
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: vermoeidheid | 1,63 % | 0,95 % |
Zenuwstelselaandoeningen: duizeligheid hoofdpijn | 1,10 % 7,42 % | 0,98 % 8,07 % |
Maagdarmstelselaandoeningen: buikpijn droge mond misselijkheid | 0,98 % 2,09 % 1,07 % | 1,08 % 0,82 % 1,14 % |
Psychische stoornissen: slaperigheid | 9,63 % | 5,00 % |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen: faryngitis | 1,29 % | 1,34 % |
Alhoewel statistisch vaker voorkomend dan bij placebo was in het merendeel van de gevallen slaperigheid licht tot matig van aard. Zoals is gebleken uit andere onderzoeken hebben objectieve testen aangetoond dat, in de aanbevolen dagelijkse dosering bij gezonde jonge vrijwilligers, de gebruikelijke dagelijkse activiteiten niet werden beïnvloed.
Pediatrische patiënten
In placebogecontroleerde klinische onderzoeken bij kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot 12 jaar werden de volgende bijwerkingen gemeld met een frequentie van 1% of meer:
Bijwerkingen (WHO-ART) | Cetirizine (n = 1656) | Placebo (n = 1294) |
|---|---|---|
Maagdarmstelselaandoeningen: diarree | 1,0 % | 0,6 % |
Psychische stoornissen: slaperigheid | 1,8 % | 1, 4 % |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en Mediastinumaandoeningen:rhinitis | 1,4 % | 1,1 % |
Algemene aandoeningen en Toedieningsplaatsstoornissen:vermoeidheid | 1,0 % | 0,3 % |
Post-marketing ervaring
RVG 25270
Naast de hierboven genoemde bijwerkingen en de bijwerkingen die werden gemeld tijdens klinische onderzoeken, werd melding gemaakt van de volgende bijwerkingen tijdens postmarketing ervaring.
De bijwerkingen zijn vermeld op basis van het MedDRA –systeem van orgaanklassen en per geschatte frequentie.
De frequenties zijn als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100 tot <1/10); soms (≥1/1000 tot <1/100); zelden (≥1/10.000 tot <1/1000); zeer zelden (<1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Bloed- en lymfestelselaandoeningen:
zeer zelden: trombocytopenie
Immuunsysteemaandoeningen:
zelden: hypersensitiviteit
zeer zelden: anafylactische shock
Voedings- en stofwisselingsstoornissen:
niet bekend: toegenomen eetlust
Psychische stoornissen:
soms: agitatie
zelden: agressie, verwardheid, depressie, hallucinatie, slapeloosheid
zeer zelden: tics
niet bekend: zelfmoordgedachten, nachtmerrie
Zenuwstelselaandoeningen:
soms: paresthesie
zelden: convulsie
zeer zelden: dysgeusie, syncope, tremor, dystonie, dyskinesie
niet bekend: amnesie, geheugenstoornis
Oogaandoeningen:
zeer zelden: accommodatie stoornissen, wazig zien, oculogyrische crisis
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen:
niet bekend: vertigo
Hartaandoeningen:
zelden: tachycardie
Maagdarmstelselaandoeningen:
soms: diarree
Lever- en galaandoeningen:
zelden: verminderde leverfunctie (stijging transaminases, alkaline fosfatase, γ -GT en bilirubine)
niet bekend: hepatitis
RVG 25270
Huid- en onderhuidaandoeningen:
soms: pruritus, rash
zelden: urticaria
zeer zelden: angioneurotisch oedeem, dermatitis medicamentosa
niet bekend: acuut gegeneraliseerd pustuleus exantheem
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen:
niet bekend: artralgie, myalgie
Nier- en urinewegaandoeningen:
zeer zelden: dysurie, enuresis
niet bekend: urineretentie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
soms: asthenie, malaise
zelden: oedeem
Onderzoeken:
zelden: gewichtstoename
Omschrijving van bijzondere bijwerkingen
Na stopzetting van de behandeling met cetirizine werden pruritus (ernstige jeuk) en/of urticaria gemeld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb Website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen.
Verschijnselen die na een overdosering met cetirizine werden waargenomen kunnen voornamelijk in verband worden gebracht met effecten op het centrale zenuwstelsel of met anticholinerge effecten.
Bijwerkingen waarvan melding is gemaakt na inname van minimaal vijf keer de aanbevolen dagelijkse dosis zijn: verwardheid, diarree, duizeligheid, vermoeidheid, hoofdpijn, malaise, mydriasis, pruritus, rusteloosheid, sedatie, slaperigheid, stupor, tachycardie, tremor en urineretentie.
Behandeling.
Er bestaat geen specifiek antidotum voor cetirizine.
In geval van overdosering wordt een symptomatische of ondersteunende behandeling aanbevolen. Kort na inname van het geneesmiddel kan een maagspoeling overwogen worden.
RVG 25270
Cetirizine wordt niet effectief verwijderd door hemodialyse.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: Antihistaminica voor systemisch gebruik, piperazine derivaten
ATC code: R06A E07
Werkingsmechanisme
Cetirizine, een humane metaboliet van hydroxyzine, is een krachtige en selectieve antagonist van de perifere H1-receptoren. Uit in-vitro receptor bindingsonderzoeken is niet gebleken dat er een meetbare affiniteit is voor andere receptoren dan H1-receptoren.
Farmacodynamische effecten
Aangetoond is dat cetirizine, naast een antihistaminerge werking, ook anti-allergische eigenschappen bezit. In atopische proefpersonen die een allergeen provocatie ondergingen, werd bij een dosering van één- tot tweemaal daags 10 mg, de late fase van het aantrekken van eosinofielen in de huid en de conjunctiva geremd.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Onderzoeken bij gezonde vrijwilligers hebben aangetoond dat cetirizine, bij doseringen van 5 en 10 mg, in sterke mate de wheal en flare reacties, geïnduceerd door zeer hoge histamineconcentraties in de huid, remt, maar de correlatie met effectiviteit is niet vastgesteld.
In een zes weken durend placebogecontroleerd onderzoek met 186 patiënten met allergische rhinitis en licht tot matig astma, verbeterde éénmaal daags 10 mg cetirizine de rhinitis verschijnselen en de longfunctie veranderde niet. Dit onderzoek ondersteunt de veiligheid van de toediening van cetirizine aan allergische patiënten met licht tot matig astma.
In een placebogecontroleerd onderzoek is gebleken dat cetirizine, bij een hoge dagelijkse dosis van 60 mg gedurende zeven dagen, geen statistisch significante verlenging van de QT-interval veroorzaakte.
Aangetoond is dat cetirizine, in de aanbevolen dosering, de kwaliteit van leven van patiënten met seizoengebonden en niet-seizoengebonden allergische rhinitis verbetert.
Pediatrische patiënten
In een 35 dagen durend onderzoek bij kinderen in de leeftijd van 5 tot 12 jaar werd geen tolerantie voor het antihistaminerge effect van cetirizine (onderdrukking van wheal en flare) gevonden.
Wanneer na herhaalde toediening een behandeling met cetirizine wordt gestopt, herstelt de huid binnen 3 dagen de normale reactiviteit voor histamine.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
De steady-state piekplasmaconcentratie bedraagt ongeveer 300 ng/ml en wordt binnen 1 ± 0,5 uur bereikt.
RVG 25270
Bij humane vrijwilligers is de verdeling van de farmacokinetische parameters, zoals piekplasmaconcentratie (Cmax) en de oppervlakte onder de curve (AUC), unimodaal.
Voedselinname vermindert de mate van absorptie van cetirizine niet, maar de absorptiesnelheid is afgenomen. Wanneer cetirizine wordt gegeven in een oplossing, als capsules of tabletten is de mate van biologische beschikbaarheid gelijk.
Distributie
Het schijnbare distributievolume bedraagt 0,5 l/kg. Cetirizine wordt voor 93 ± 0,3 % gebonden aan plasma eiwitten.
Cetirizine beïnvloedt de eiwitbinding van warfarine niet.
Biotransformatie
Cetirizine ondergaat geen uitgebreid first-pass metabolisme. Eliminatie
De terminale halfwaardetijd bedraagt ongeveer 10 uur en er werd voor cetirizine geen accumulatie waargenomen na dagelijkse doses van 10 mg gedurende 10 dagen. Ongeveer twee derde van de dosis wordt onveranderd in de urine uitgescheiden.
Lineariteit/non-lineariteit
Bij doseringen variërend van 5 tot 60 mg vertoont cetirizine een lineaire kinetiek.
Speciale populaties.
Ouderen
Vergeleken met normale proefpersonen was in 16 oudere proefpersonen, na een éénmalige orale dosis van 10 mg, de halfwaardetijd met ongeveer 50% gestegen en de klaring met 40% gedaald.
Bij deze oudere vrijwilligers lijkt de daling van de klaring van cetirizine verband te houden met een verminderde nierfunctie.
Pediatrische patiënten
Bij kinderen van 6 tot 12 jaar bedraagt de halfwaardetijd van cetirizine ongeveer 6 uur en bij kinderen van 2 tot 6 jaar 5 uur. Bij zuigelingen en peuters van 6 tot maanden is de halfwaardetijd afgenomen tot 3,1 uur.
Nierfunctiestoornis
Vergeleken met normale vrijwilligers was de farmacokinetiek bij patiënten met een lichte nierfunctiestoornis (creatinineklaring meer dan 40 ml/min) gelijk. Vergeleken met normale vrijwilligers was bij patiënten met een matig-ernstige nierfunctiestoornis sprake van een drievoudige stijging van de halfwaardetijd en een daling in de klaring met 70%.
Vergeleken met normale patiënten was bij patiënten die hemodialyse (creatinineklaring onder 7 ml/min) ondergingen en die een éénmalige orale dosis van 10 mg kregen toegediend, sprake van een drievoudige stijging van de halfwaardetijd en een daling in de klaring met 70%.
Cetirizine wordt niet effectief verwijderd door hemodialyse. Bij patiënten met een matig-ernstige tot ernstige nierfunctiestoornis is aanpassing van de dosis noodzakelijk (zie rubriek 4.2).
RVG 25270
Leverfunctiestoornis
Vergeleken met gezonde vrijwilligers was bij patiënten met chronische leveraandoeningen (hepatische, cholestatische en biliaire cirrose), die een éénmalige dosis van 10 of 20 mg cetirizine kregen toegediend, sprake van een stijging van de halfwaardetijd met 50% en een daling van de klaring met 40%.
Aanpassing van de dosis is alleen noodzakelijk bij patiënten met zowel een leverfunctiestoornis als een nierfunctiestoornis.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens, afkomstig uit conventionele onderzoeken naar veiligheidsfarmacologie, toxiciteit na herhaalde toediening, genotoxiciteit, carcinogeniciteit en toxiciteit bij de voortplanting duiden niet op een speciaal risico voor de mens.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Tabletkern
Microkristallijne cellulose
Lactose monohydraat
Magnesiumstearaat
Colloïdaal watervrij siliciumdioxide.
Tabletomhulling
Hydroxypropylmethylcellulose
Lactose monohydraat
Macrogol 4000
Kleurstof titaandioxide (E171)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
De filmomhulde tabletten zijn verpakt in PVC/aluminium doordrukstrips in een kartonnen doosje.
RVG 25270
Verpakkingsgrootten: 3, 7, 10, 20, 30, 50, 50x1 of 100 filmomhulde tabletten.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sandoz B.V.
Hospitaaldreef 29
1315 RC Almere
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 25270
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 5 september 2001
Datum van laatste verlenging: 20 december 2006
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.2, 4.3, 4.6, 4.8 en 4.9: 12 maart 2026
