SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Acetylcysteïne Auro
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Acetylcysteïne Auro 200 mg, bruistabletten
Acetylcysteïne Auro 600 mg, bruistabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Acetylcysteïne Auro 200 mg, bruistabletten
Elke bruistablet bevat 200 mg acetylcysteïne.
Hulpstoffen met bekend effect: lactosemonohydraat en aspartaam (E951).
Elke bruistablet bevat 793,90 mg lactosemonohydraat, 3 mg aspartaam en 23,274 mg natrium.
Acetylcysteïne Auro 600 mg, bruistabletten
Elke bruistablet bevat 600 mg acetylcysteïne.
Hulpstoffen met bekend effect: lactosemonohydraat en aspartaam (E951).
Elke bruistablet bevat 1868 mg lactosemonohydraat, 15 mg aspartaam en 65,714 mg natrium.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Bruistablet
Acetylcysteïne Auro 200 mg, bruistabletten: [diameter: ongeveer 18 mm]
Witte ronde tabletten met afgeschuinde randen. Aan een zijde glad en met een deelstreep op de andere zijde. De tablet kan worden verdeeld in gelijke doses.
Acetylcysteïne Auro 600 mg, bruistabletten: [diameter: ongeveer 25 mm].
Witte platte ronde tabletten met afgeschuinde randen
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Acetylcysteïne Auro 200 mg, bruistabletten
Voor de behandeling van aandoeningen van de luchtwegen die geassocieerd zijn met dikke, viskeuze hypersecretie van slijm bij volwassenen, adolescenten en kinderen ouder dan 2 jaar.
Acetylcysteïne Auro 600 mg, bruistabletten
Voor de behandeling van aandoeningen van de luchtwegen die geassocieerd zijn met dikke, viskeuze hypersecretie van slijm bij volwassenen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De aanbevolen dosering voor Acetylcysteïne Auro 200 mg, bruistabletten is:
Volwassenen en kinderen ouder dan 7 jaar:
3 maal daags 1 bruistablet
Kinderen van 2 tot 7 jaar:
2 maal daags 1 bruistablet
De aanbevolen dosering voor Acetylcysteïne Auro 600 mg, bruistabletten is:
Volwassenen ouder dan 18 jaar
1 maal per dag 1 bruistablet van 600 mg
Wijze van toediening
Los de bruistablet op in een half glas water. De oplossing die ontstaat, kan daarna meteen gedronken worden.
Bij patiënten die moeite hebben met het ophoesten, (ouderen en verzwakte patiënten), wordt aanbevolen om de tablet ’s ochtends in te nemen.
Duur van het gebruik
- Acetylcysteïne Auro 200 mg en 600 mg, bruistabletten mogen niet langer dan 14 dagen zonder medisch advies gebruikt worden.
De patiënt dient contact op te nemen met een arts wanneer de symptomen niet verbeteren of juist verslechteren na 4-5 dagen.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Kinderen onder 2 jaar
- Acetylcysteïne Auro 200 mg en 600 mg, bruistabletten zijn gecontra-indiceerd bij kinderen en zwangere vrouwen bij fenylketonurie.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij patiënten die leiden aan astma bronchiale kan bronchospasme optreden. Wanneer er zich een bronchospasme voordoet, dient het gebruik van acetylcysteïne onmiddellijk te worden gestaakt.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een ulcus pepticum in hun voorgeschiedenis, in het bijzonder wanneer zij gelijktijdig andere geneesmiddelen gebruiken waarvan bekend is dat zij het slijmvlies in het maagdarmkanaal kunnen irriteren.
In zeer zeldzame gevallen is het optreden van ernstige huidreacties zoals het Stevens-Johnson syndroom en het Lyell’s syndroom gerapporteerd in tijdsrelatie met het gebruik van acetylcysteïne. Wanneer er zich nieuwe veranderingen aan de huid of slijmvliezen voordoen, dient onmiddellijk medische hulp te worden ingewonnen en dient de behandeling met acetylcysteïne onmiddellijk te worden gestaakt.
Dit middel dient met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met een histamine intolerantie. Langdurige behandeling moet vermeden worden aangezien acetylcysteïne effect heeft op het histamine metabolisme, en dit kan leiden tot intolerantieverschijnselen (bijvoorbeeld hoofdpijn, vasomotor rhinitis en jeuk).
Acetylcysteïne kan, voornamelijk aan het begin van de behandeling, leiden tot het vloeibaar worden van de bronchiale secretie en daarmee in volume toenemen. Wanneer een patiënt niet in staat is om het secreet effectief op te hoesten, dienen passende maatregelen te worden genomen (zoals posturale drainage en broncho-aspiratie).
Pediatrische patiënten
Mucolytica kunnen de luchtwegen van kinderen onder 2 jaar obstrueren als gevolg van de fysiologische kenmerken van de luchtwegen in deze leeftijdsgroep. En door een beperkte vermogen om slijm op te hoesten. Daarom mogen mucolytica niet gebruikt worden door kinderen jonger dan 2 jaar.
Acetylcysteïne Auro bruistabletten bevatten lactosemonohydraat
Dit middel bevat lactosemonohydraat. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Acetylcysteïne Auro bruistabletten bevatten aspartaam
Dit middel bevat aspartaam (E951), een bron van fenylalanine. Het kan schadelijk zijn voor patiënten met fenylketonurie. Er zijn geen non-klinische of klinische gegevens beschikbaar ter beoordeling van het gebruik van aspartaam bij zuigelingen jonger dan 12 weken.
Acetylcysteïne Auro bruistabletten bevatten natrium
[200 mg]
Dit geneesmiddel bevat 23,274 mg natrium per bruistablet, overeenkomend met 1.17 % van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor een volwassene.
[600 mg]
Dit geneesmiddel bevat 65,714 mg natrium per bruistablet, overeenkomend met 3,29 % van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor een volwassene.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Onderzoek naar interacties is alleen bij volwassenen uitgevoerd.
Gelijktijdig gebruik van acetylcysteïne en hoestprikkeldempende geneesmiddelen kan leiden tot gevaarlijke ophoping van bronchus-secreet als gevolg van de vermindering van de hoestreflex.
Een zorgvuldige diagnose moet gesteld worden voordat deze combinatiebehandeling toegepast wordt.
Het inactiveren van antibiotica (tetracyclines, aminoglycosides, penicillines) door acetylcysteïne is tot nu toe alleen in in vitro testen gerapporteerd, waarbij de relevante substanties direct met elkaar werden vermengd. Desondanks is het voor veiligheidsredenen raadzaam om orale antibiotica apart van elkaar in te nemen, tenminste twee uur vóór of na acetylcysteïne. Dit geldt niet voor cefixim en loracarbef.
Geactiveerde kool kan het effect van acetylcysteïne doen afnemen.
Gelijktijdig gebruik met acetylcysteïne kan resulteren in een versterkt vasodilaterend effect en antitrombotisch effect van glyceryltrinitraat (nitroglycerine).
Wanneer gelijktijdige behandeling van nitroglycerine en acetylcysteïne noodzakelijk is, dient de patiënt gemonitord te worden in verband met potentiële hypotensie, die ernstig kan zijn en die gekarakteriseerd kan worden door hoofdpijn.
Gelijktijdig gebruik van acetylcysteïne en carbamazepine kan leiden tot sub-therapeutische carbamazepine concentraties.
Veranderingen in laboratoriumparameters
- Acetylcysteïne kan een invloed op de waarde van colorimetrische salicylaatbepalingen hebben.
- In urine testen kan acetylcysteine de resultaten van de bepaling van ketonlichamen beïnvloeden.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn onvoldoende klinische gegevens over blootstelling van acetylcysteïne bij zwangere vrouwen. Experimentele dierstudies duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, geboorte of postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3).
Acetylcysteïne kan pas gebruikt worden tijdens de zwangerschap na een gedegen baten/risico afweging.
Borstvoeding
Er is geen informatie beschikbaar over uitscheiding in de moedermelk.
Acetylcysteïne kan pas gebruikt worden in de periode dat er borstvoeding wordt gegeven na een gedegen baten/risico afweging.
Vruchtbaarheid
Uit dierstudies zijn geen schadelijke effecten op de vruchtbaarheid gebleken.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Acetylcysteïne Auro heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
De evaluatie van de bijwerkingen is gebaseerd op de volgende indeling in frequenties:
Zeer vaak (≥1/10)
Vaak (≥1/100 tot <1/10)
Soms (≥1/1.000 tot <1/100)
Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000)
Zeer zelden (<1/10.000)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Immuunsysteemaandoeningen | Soms | Overgevoeligheidsreacties |
|---|
| Zeer zelden | Anafylactische shock, anafylactische/anafylactoïde reacties | |
| Zenuwstelselaandoeningen | Soms | Hoofdpijn |
| Evenwichtsorgaan en ooraandoeningen | Soms | Tinnitus |
| Hartaandoeningen | Soms | Tachycardie |
| Bloedvataandoeningen | Soms | Hypotensie |
| Zeer zelden | Bloedingen | |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Zelden | Dyspneu, bronchospasme – voornamelijk bij patiënten met hyperreactieve bronchiale systemen in geval van bronchiaal astma. |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Soms | Stomatitis, buikpijn, misselijkheid, braken, diarree |
| Zelden | Dyspepsie | |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Soms | Urticaria, huiduitslag, angio-oedeem, jeuk, exantheem |
| Zeer Zelden | Stevens-Johnson syndroom en toxische epidermale necrolyse | |
| Algemene aandoeningen en toedienings-plaats-stoornissen | Soms | Pyrexie |
| Niet bekend | Gezichtsoedeem |
In zeer zeldzame gevallen is het optreden van ernstige huidreacties zoals het Stevens-Johnson syndroom en het Lyell’s syndroom gerapporteerd in tijdsrelatie met het gebruik van acetylcysteïne. In de meeste gevallen kon minstens één medeverdacht geneesmiddel worden geïdentificeerd, dat meer waarschijnlijk de veroorzaker van het mucocutane syndroom was.
Wanneer er zich nieuwe veranderingen aan de huid of slijmvliezen voordoen, dient onmiddellijk medische hulp te worden ingewonnen en dient de behandeling met acetylcysteïne onmiddellijk te worden gestaakt.
Daarnaast is zeer zelden het optreden van bloedingen gemeld die geassocieerd waren met de toediening van acetylcysteïne, deels in combinatie met overgevoeligheidsreacties. Een afname in de bloedplaatjesaggregatie tijdens gebruik van acetylcysteïne is bevestigd in diverse studies. De klinische significantie hiervan is nog niet vastgesteld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, (website www.lareb.nl).
4.9 Overdosering
Tot nu toe zijn geen toxische overdoseringen gemeld die geassocieerd zijn met orale farmaceutische vormen van acetylcysteïne. Vrijwillige proefpersonen zijn gedurende drie maanden behandeld met een dosis van 11,6 g acetylcysteïne per dag zonder dat er enige ernstige bijwerkingen zijn waargenomen. Orale doses tot 500 mg acetylcysteïne per kg lichaamsgewicht werden getolereerd zonder enige tekenen van vergiftiging.
Symptomen van overdosering:
Overdoses kunnen leiden tot gastro-intestinale verschijnselen als misselijkheid, braken en diarree. Zuigelingen hebben een risico op hypersecretie.
Therapeutische maatregelen in geval van overdosering:
Indien noodzakelijk, afhankelijk van de symptomen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: Mucolytica
ATC code: R05C B01
Acetylcysteïne is derivaat van het aminozuur cysteïne. De effectiviteit van acetylcysteïne is secretolytisch en secretomotorisch in de ademhalingswegen.
De werking wordt verklaard doordat het de disulfide bruggen tussen de mycopolysaccharideketens in het slijm afbreekt en dat het een depolymeriserend effect heeft op DNA-strengen (in purulent mucus). Door deze mechanismes moet de viscositeit van het slijm verminderen.
Een alternatief werkingsmechanisme van acetylcysteïne is gebaseerd op het vermogen van de reactive SH-groep om zich te binden aan chemische radicalen en om ze op deze manier onschadelijk te maken.
Tevens draagt acetylcysteïne bij aan een toegenomen glutathionsynthese, dat belangrijk is voor het onschadelijk maken van verschillende toxische verbindingen. Dit verklaart het effect als antidotum bij paracetamol intoxicatie.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na orale toediening, wordt acetylcysteïne snel en bijna volledig geabsorbeerd en gemetaboliseerd in de lever tot cysteïne, de farmacologisch actieve metaboliet, als ook tot diacetylcystine, cystine en overige gemengde disulfides.
Distributie
Als gevolg van het hoge first-pass effect, is de biologische beschikbaarheid van oraal toegediend acetylcysteïne zeer laag (ca. 10%). Bij mensen worden de maximale plasmaconcentratie bereikt na 1-3 uur met de maximale plasmaconcentratie van de metaboliet cysteïne van ongeveer 2 μmol/l. De eiwitbinding van acetylcysteïne is circa 50%.
Biotransformatie
Acetylcysteïne en zijn metabolieten komen in drie verschillende vormen voor in het organisme: deels in vrije vorm, deels gebonden aan eiwiten met een instabiele disulfide binding en deels als geïncorporeerd aminozuur. Acetylcysteïne wordt vrijwel volledig als niet-actieve metaboliet via de nieren uitgescheiden (inorganische sulfaten, diacetylcystine). De plasmahalfwaarde tijd van acetylcysteïne is circa 1 uur en wordt voornamelijk bepaald door snelle hepatische biotransformatie. Verminderde leverfunctie leidt derhalve to verlengde plasmahalfwaardetijden tot 8 uur.
Eliminatie
Uit farmacokinetische studies na intraveneuze toediening van acetylcysteïne blijkt een verdelingsvolume van 0,47 l/kg (totaal) of 0,59 l/kg (gereduceerd). De plasmaklaring was respectievelijk 0,11 l/uur/kg (in totaal) en 0,84 l/uur/kg (gereduceerd). De eliminatie halfwaardetijd na intraveneuze toediening is 30-40 minuten terwijl de excretie een drie-fase kinetiek volgt (alfa, beta en terminale gamma fase).
Acetylcysteïne passeert de placenta en is gedetecteerd in navelstrengbloed. Er is geen informatie beschikbaar over de uitscheiding in moedermelk.
Er is geen informatie beschikbaar over het effect van acetylcysteïne in de bloed-hersenbarrière bij mensen.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij enkele en herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel, reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Ascorbinezuur
Citroenzuur
Natriumwaterstofcarbonaat
Crospovidon (type B)
Lactosemonohydraat
Sinaasappelsmaakstof
Pepermuntsmaakstoof
Aspartaam (E951)
Leucine
Sinaasappelsmaakstof bevat: smaakpreparaten, smaakstoffen, natuurlijke smaakstoffen, maltodextrine, arabische gom (E414), gebutyleerd hydroxyanisol (E320)
Pepermuntsmaakstof bevat: smaakpreparaten, natuurlijke smaakstoffen, maltodextrine, arabische gom (E414).
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30°C.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Acetylcysteïne Auro 200 mg en 600 mg bruistabletten zijn beschikbaar in stripverpakkingen (papier/Alu/PE – composiet film stripverpakking).
Verpakkingsgroottes:
Stripverpakking: 10, 20, 30 en 60 bruistabletten.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Aurobindo Pharma B.V.
Baarnsche Dijk 1
3741 LN Baarn
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Acetylcysteïne Auro 200 mg, bruistabletten RVG 127960
Acetylcysteïne Auro 600 mg, bruistabletten RVG 127961
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 29 juli 2022
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 6.5: 9 augustus 2023
