SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Acetylcysteïne Alpex 600 mg bruistablet
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Acetylcysteïne Alpex 600 mg, bruistabletten.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke bruistablet bevat 600 mg acetylcysteïne.
Hulpstof(fen) met bekend effect: natriumbicarbonaat (E500) (overeenkomend met 115 mg natrium).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Ronde, platte, witte tot geelachtige bruistabletten.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Acetylcysteïne Alpex 600, bruistabletten, is geïndiceerd voor gebruik door volwassenen.
Dit geneesmiddel dient voor de behandeling van luchtwegsecretie waarbij er een verlaging van de viscositeit van het bronchussecreet wordt vereist om het ophoesten te vergemakkelijken, vooral tijdens periodes van acute bronchitis.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering:
Volwassenen:
1 maal per dag 1 bruistablet van 600 mg.
Bij patiënten met een gedempte hoestreflex (bejaarden en verzwakte patiënten) wordt aangeraden de bruistablet ’s morgens in te nemen.
Pediatrische patiënten
Acetylcysteïne Alpex 600, bruistabletten, zijn gecontra-indiceerd voor gebruik bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 2 jaar (zie rubriek 4.3)
Acetylcysteïne Alpex 600, bruistabletten, zijn niet geschikt voor gebruik bij kinderen en adolescenten die jonger zijn dan 18 jaar. Andere vormen en sterktes van acetylcysteïne geschikter zijn voor deze groep patiënten.
Wijze van toediening
Te nemen voorzorgen voorafgaand aan gebruik of toediening van het geneesmiddel.
Acetylcysteïne Alpex 600 mg, bruistabletten oplossen in een half glas water. Aldus verkrijgt men een oplossing die direct kan worden ingenomen.
Acetylcysteïne wordt gebruikt voor symptomatische behandelingen en mag niet langer dan 14 dagen worden gebruikt zonder medisch advies in te winnen.
4.3 Contra-indicaties
Bekende overgevoeligheid voor acetylcysteïne of de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Kinderen onder 2 jaar.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een actief ulcus pepticum of in hun voorgeschiedenis, in het bijzonder wanneer zij gelijktijdig andere geneesmiddelen gebruiken waarvan bekend is dat zij het slijmvlies in het maagdarmkanaal kunnen irriteren.
Patiënten die leiden aan astma bronchiale, dienen nauwgezet onder controle gehouden te worden tijdens de therapie. Wanneer er zich een bronchospasme voordoet, dient het gebruik van acetylcysteïne onmiddellijk te worden gestaakt en dient contact te worden opgenomen met een arts
In zeer zeldzame gevallen is het optreden van ernstige huidreacties zoals het Stevens-Johnson syndroom en het Lyell’s syndroom gerapporteerd in tijdsrelatie met het gebruik van acetylcysteïne. In de meeste gevallen kon minstens één medeverdacht geneesmiddel worden geïdentificeerd, dat meer waarschijnlijk de veroorzaker van het mucocutane syndroom was. Wanneer er zich nieuwe veranderingen aan de huid of slijmvliezen voordoen, dient onmiddellijk medische hulp te worden ingewonnen en en dient de behandeling met acetylcysteïne onmiddellijk te worden gestaakt.
Voornamelijk aan het begin van de behandeling met acetylcysteïne kan de bronchiale secretie vloeibaar worden en in volume toenemen. Wanneer een patiënt niet in staat is om het secreet effectief op te hoesten, dient posturale drainage en broncho-aspiratie te worden uitgevoerd.
Acetylcysteïne kan een matig effect hebben op het histamine metabolisme. Daarom dient dit middel met voorzichtigheid te worden toegepast bij langdurige behandeling van patiënten met een histamine intolerantie, aangezien er zich intolerantieverschijnselen kunnen voordoen (hoofdpijn, vasomotor rhinitis en jeuk).
Een lichte zwavelgeur duidt niet op een verandering van het geneesmiddel, maar is een eigenschap van de werkzame stof zelf.
Eén Acetylcysteïne Alpex 600 mg, bruistabletten bevat 115 mg natrium per bruistablet in de vorm van natriumbicarbonaat, overeenkomend met 5.75% van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor een volwassene.
Pediatrische patiënten:
Mucolytica kunnen de luchtwegen van kinderen onder 2 jaar obstrueren als gevolg van de fysiologische kenmerken van de luchtwegen in deze leeftijdsgroep. Het vermogen om slijm op te hoesten kan beperkt zijn. Daarom mogen mucolytica niet gebruikt worden door kinderen jonger dan 2 jaar.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Interacties met andere geneesmiddelen
Hoestprikkeldempende geneesmiddelen en mucolytica zoals acetylcysteïne, mogen niet gelijktijdig worden gegeven, omdat vermindering van de hoestreflex kan leiden tot ophoping van bronchus-secreet.
Geactiveerde kool kan het effect van acetylcysteïne doen afnemen in verband met verminderde absorptie.
Het gelijktijdig oplossen van Fluimucil 600 mg bruistabletten met andere geneesmiddelen wordt niet aangeraden.
Het inactiveren van antibiotica door acetylcysteïne is tot nu toe alleen in in vitro testen gerapporteerd, waarbij de relevante substanties direct met elkaar werden vermengd. Desondanks is het raadzaam om wanneer orale antibiotica zijn vereist, deze twee uur vóór of na acetylcysteïne in te nemen. Dit geldt niet voor Loracerbef.
Acetylcysteïne kan het vasodilatoire effect van nitroglycerine versterken. Voorzichtigheid is geboden.
Gelijktijdig gebruik van acetylcysteïne en carbamazepine kan leiden tot een verlaagde carbamazepine plasma concentratie met een toegenomen risico op epileptische aanvallen.
Pediatrische Populatie
Interactiestudies zijn uitsluitend bij volwassenen uitgevoerd.
Interacties met laboratoriumbepalingen
Acetylcysteïne kan een invloed op de waarde van colorimetrische salicylaatbepalingen hebben.
4.6 Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Zwangerschap
Er is een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van acetylcysteïne door zwangere vrouwen. Dierstudies duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Het gebruik van Acetylcysteïne Alpex 600 mg bruistabletten kan worden overwogen, in geval het gebruik klinisch noodzakelijk is.
Borstvoeding
Het is niet bekend of acetylcysteïne/metabolieten overgaat in de moedermelk. Er zijn geen effecten bekend van acetylcysteïne bij kinderen die borstvoeding krijgen van behandelde vrouwen.
Acetylcysteïne Alpex 600 mg bruistabletten kunnen gebruikt worden tijdens het geven van borstvoeding.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van acetylcysteïne op de menselijke vruchtbaarheid. Uit dierstudies zijn geen schadelijke effecten op de menselijke vruchtbaarheid gebleken bij de aanbevolen doseringen (zie rubriek 5.3).
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Acetylcysteïne heeft geen bekend effect op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest frequent voorkomende bijwerkingen bij de orale toediening van acetylcysteïne zijn van gastro-intestinale aard. Overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylactische shock, anafylactische/anafylactoïde reacties, bronchospasmen, tachycardie, angio-oedeem, huiduitslag en pruritus werden minder frequent gerapporteerd.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
In de onderstaande tabel zijn de bijwerkingen ingedeeld naar orgaansysteem klassen en frequentie (zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100 tot <1/10), soms (≥1/1.000 tot <1/100), zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Binnen iedere frequentiegroep zijn de bijwerkingen in volgorde weergegeven naar afnemende ernst
| Orgaansysteem klasse | Bijwerking | |||
|---|---|---|---|---|
Soms (≥1/1000 tot <1/100) | Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000) | Zeer zelden (<1/10.000) | Onbekend | |
| Immuunsysteemaandoeningen | Overgevoeligheid | Anafylactische shock, anafylac-tische/anafylac-toïde reacties | ||
| Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn | |||
| Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | Tinnitus | |||
| Hartaandoeningen | Tachycardie | |||
| Bloedvataandoeningen | Bloedingen | |||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Bronchospasme, dyspneu | |||
Maagdarmstelsel aandoeningen | Stomatitis, buikpijn, misselijkheid, braken, diarree (zie rubriek 4.4) | Dyspepsie | ||
| Huid- en onderhuid-aandoeningen | Urticaria, huiduitslag, angio-oedeem, pruritus | Gezichtsoedeem | ||
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Pyrexie | |||
| Onderzoeken | Bloeddruk Verlaagd (zie rubriek 4.5) | Bloedplaatjes-aggregatie verlaagd* | ||
* zie: ‘Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Een afname in de bloedplaatjesaggregatie in aanwezigheid van acetylcysteïne is bevestigd in diverse studies. De klinische significantie hiervan is nog niet vastgesteld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb
(Website: www.lareb.nl)
4.9 Overdosering
Vrijwillige proefpersonen zijn gedurende drie maanden behandeld met een dosis van 11,2 g acetylcysteïne per dag zonder dat er enige ernstige bijwerkingen zijn waargenomen.
Orale doses tot 500 mg acetylcysteïne per kg lichaamsgewicht werden getolereerd zonder enige tekenen van vergiftiging.
Symptomen
Overdoses kunnen leiden tot gastrointestinale verschijnselen als misselijkheid, braken en diarree.
Behandeling in geval van overdosering
Er bestaat geen specifiek antidotum tegen acetylcysteïne en de behandeling is symptomatisch.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Mucolytica
ATC-code: R05C B01
Werkingsmechanisme en farmacodynamische effecten
Acetylcysteïne is een mucolyticum dat de viscositeit van het bronchiale slijm vermindert.
De mucolytische werking wordt verklaard door depolymerisatie, waarbij disulfide bruggen tussen de macromolekulen in het slijm worden verbroken.
Additionele eigenschappen zijn: reductie van de geïnduceerde hyperplasie van de mucuscellen, een toename van de productie van oppervlakte actieve stoffen door stimulatie van type II pneumocyten, stimulatie van de mucociliaire activiteit, leidend tot een verbeterde mucociliaire klaring.
Acetylcysteïne een tevens een precursor van glutathion omdat het een derivaat is van het natuurlijke aminozuur cysteïne. Cysteïne dient in het lichaam als substraat voor de synthese van glutathion.
Naast het feit dat acetylcysteïne in staat is een toestand van glutathion-depletie te normaliseren, kan het conjugeren met verschillende toxische verbindingen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
In mensen wordt acetylcysteïne volledig geabsorbeerd na orale inname. Vanwege het darmwandmetabolisme en het first-pass effect, waarbij de actieve metaboliet cysteïne gevormd wordt, is de biologische beschikbaarheid van acetylcysteïne na orale inname erg laag (bij benadering 10%). Er zijn geen verschillen waargenomen tussen de verschillende farmaceutische vormen, zoals tabletten, bruistabletten en het granulaat voor drank.
Bij patiënten met diverse respiratoire of cardiale aandoeningen wordt de maximale plasmaconcentratie bereikt tussen twee en vier uur na toediening en en varieerde tussen
2,6 en 6,3 μg/ml. De concentraties bleven gedurende een periode van 6 uur gelijk aan de Cmax waarden, en waren 24 uur na toediening, nog steeds hoog.
Distributie
Acetylcysteïne wordt zowel in ongemetaboliseerde vorm (20%) als in gemetaboliseerde (actieve) vorm (80%) verdeeld en wordt voornamelijk teruggevonden in de lever, nieren, longen en bronchus-secreet. Het verdelingsvolume van acetylcysteïne varieert van 0,33 tot 0,47 l/kg. De eiwitbinding is vier uur na inname ongeveer 50% en is na 12 uur tot 20% afgenomen.
Biotransformatie
Acetylcysteïne ondergaat na orale inname een snelle en uitgebreide metabolisatie in de darmwand en lever.
De overgebleven bestanddelen zijn: cysteïne, de belangrijkste actieve metaboliet en diacetylcystine, een inactieve metaboliet. Na deze fase van de transformatie delen acetylcysteïne en cysteïne dezelfde metabole route.
Eliminatie
De renale klaring kan ongeveer 30% van de totale lichaamsklaring bedragen. Na orale inname bedraagt de terminale halfwaardetijd van de totale hoeveelheid acetylcysteïne 6.25 (4.59 – 10.6) uur.
Een verminderde hepatische functie kan leiden tot een verlengde halfwaardetijd van acetylcysteïne.
Lineariteit/non-lineariteit
De farmacokinetiek van acetylcysteïne is proportioneel aan de toegediende dosis in het doseergebied tussen 200- 3200 mg/m2 voor de AUC en de Cmax.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens, op basis van conventionele studies naar de veiligheids-farmacologie, herhaalde dosistoxiciteit, genotoxiciteit en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit, onthullen geen bijzonder gevaar voor de mens.
.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Natriumwaterstofcarbonaat (E500) (overeenkomend met 115 mg natrium),
Citroenzuur (E330)
Sucralose (E955),
Sinaasappelsmaakstof (bevat Arabische gom (E414), butylhydroxyanisol (E320), citroenzuurmonohydraat (E330) en maltodextrine)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Acetylcysteïne kan rubber en metaal (o.a. ijzer, nikkel, koper) aantasten. Aanbevolen wordt om bij toediening via neus-maag of neus-dunnedarm-sonde gebruik te maken van glas en/of plastic toedieningssystemen.
Acetylcysteïne bevattende producten dienen niet gemengd te worden met andere geneesmiddelen.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
Tablettencontainer bevat 6 tabletten: Na de eerste opening mag het product maximaal 10 dagen worden bewaard.
Tablettencontainer bevat 10 tabletten: Na de eerste opening mag het product maximaal 90 dagen worden bewaard.
Tablettencontainer bevat 20 tabletten:Na de eerste opening mag het product maximaal 20 dagen worden bewaard.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht.
Voor de bewaarcondities na de eerste opening van het geneesmiddel, zie rubriek 6.3.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
De tablettencontainer(s) zijn verpakt in kartonnen dozen.
De doos bevat 6, 10, 12, 20 of 30 bruistabletten.
De bruistabletten zijn verpakt in aluminium/aluminium strip of in een polypropyleen tablettencontainer met een polyethyleen dop en een droogmiddel.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd, overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
ALPEX PHARMA (IRL) LIMITED The Gables, Torquay Road, Dublin, Dublin 18, D18 A2N7, Ierland contact@alpex.com
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Acetylcysteïne Alpex 600 mg, bruistabletten is in het register ingeschreven onder RVG 107034.
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 07 februari 2011 Datum van laatste verlenging: 24 juni 2018
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.8 en 5.2: 2 juli 2026.
