Bijsluiter-info.nl

Sulfasalazine Teva 500 mg – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
500 mg
Werkzame stof:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Sulfasalazine Teva

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Sulfasalazine Teva 500 mg, maagsapresistente tabletten.

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Sulfasalazine Teva 500 mg bevat 500 mg sulfasalazine (salazosulfapyridine) per maagsapresistente tablet.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Maagsapresistente tabletten.

Ovaal, oranje tot lichtbruin.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

  • Lichte tot matig ernstige colitis ulcerosa en enteritis regionalis (M.Crohn) en ter voorkoming van recidieven hiervan. Bij de ernstige vormen ter ondersteuning van de gebruikelijke therapie. Na het intreden van een duidelijke verbetering kan met sulfasalazine worden volstaan.
  • Reumatoïde artritis, wanneer niet kan worden volstaan met prostaglandinesynthetaseremmers.

4.2 Dosering en wijze van toediening

De dosering dient te worden aangepast aan het bereikte effect van de behandeling en de tolerantie van de patiënt ten opzichte van het geneesmiddel. Het verdient aanbeveling de tabletten regelmatig, verspreid over de dag, bij voorkeur bij de maaltijd in te nemen. Bij patiënten, niet eerder met Sulfasalazine 500 mg behandeld, verdient het aanbeveling de dosering geleidelijk te verhogen. De acetylatorstatus van de patiënt speelt een belangrijke rol. Langzame acetyleerders hebben hogere sulfapyridinespiegels en daardoor meer kans op bijwerkingen.

De maagsapresistente tablet moet in zijn geheel worden ingenomen en mag niet worden gebroken of gekauwd.

Dosering

Bij colitis ulcerosa en morbus Crohn:

Begindosering:

Volwassenen: 4-12 tabletten per dag.

Kinderen onder 8 jaar: 50 mg per kg lichaamsgewicht per dag.

Onderhoudsdosering:

2-4 tabletten per dag gedurende 3-6 maanden.

Bij reumatoïde artritis:

De gebruikelijke dosering is 2-4 tabletten per dag, verdeeld over 2 doseringen. Het verdient aanbeveling volgens onderstaand insluipschema de medicatie te starten:

1e week: 's middags 1 tablet

2e week: 's morgens en 's middags 1 tablet

3e week: 's morgens 1 tablet en 's middags 2 tabletten

4e week: 's morgens en 's middags 2 tabletten.

Bij onvoldoende resultaat na 2 maanden kan de dosis verhoogd worden tot 6 tabletten per dag; hierbij dient echter de patiënt nauwkeurig te worden gecontroleerd (zie rubriek 4.4).

Doseringen van meer dan 8 tabletten dienen zoveel mogelijk vermeden te worden, gezien de verhoogde kans op bijwerkingen. Dit geldt voor alle indicaties.

Wijze van gebruik

De tabletten in zijn geheel zonder te kauwen met vloeistof innemen.

4.3 Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor de werkzame stof, voor zijn metabolieten of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen
  • glucose-6- fosfaat-dehydrogenase-deficiëntie
  • ernstige lever- en nierfunctiestoornissen
  • overgevoeligheid voor sulfonamiden en/of salicylaten
  • acute intermitterende porfyrie
  • kinderen jonger dan 2 jaar.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

De behandeling met sulfasalazine dient te geschieden onder deskundig medisch toezicht.

Een volledige analyse van het bloedbeeld, inclusief een differentiële leukocytentelling en leverfunctietesten, dient uitgevoerd te worden alvorens gestart wordt met sulfasalazine en iedere twee weken gedurende de eerste drie maanden van de behandeling. Gedurende de volgende drie maanden dienen dezelfde onderzoeken iedere maand uitgevoerd te worden en daarna eens per iedere drie maanden en indien klinisch noodzakelijk. Onderzoek naar de nierfunctie (inclusief een analyse van de urine) dient bij alle patiënten initieel en ten minste maandelijks gedurende de eerste drie maanden van de behandeling uitgevoerd te worden.

Daarna dient de patiënt bij klachten altijd medisch gecontroleerd te worden. De aanwezigheid van klinische symptomen zoals een zere keel, koorts, bleekheid, purpura of geelzucht tijdens de behandeling met sulfasalazine kan een indicatie zijn voor myelosuppressie, hemolyse of levertoxiciteit. Stop de behandeling met sulfasalazine in afwachting van de bloeduitslagen. Zie rubriek 4.4 “Interferentie met laboratoriumonderzoek”.

Sulfasalazine dient met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met ernstige allergie of astma. Bij ernstige toxische of overgevoeligheidsreacties dient de behandeling onmiddellijk te worden gestaakt. Bij overgevoeligheid kan soms na enkele weken de sulfasalazine therapie evenwel hervat worden, mits er met een geleidelijke insluipdosering wordt begonnen.

Sulfasalazine dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met verminderde nier- of leverfunctie.

Tijdens de behandeling met sulfasalazine zijn ernstige en in enkele gevallen fatale huidreacties gemeld, waaronder exfoliatieve dermatitis, Stevens-Johnson Syndrome (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN) (zie rubriek 4.8). Patiënten moeten worden ingelicht over de tekenen en symptomen en moeten nauwkeurig gecontroleerd worden op huidreacties. Het grootste risico op SJS en TEN loopt men in de eerste maand van de behandeling. Als tekenen van SJS of TEN voorkomen (b.v. progressieve huiduitslag, vaak met blaren of mucosale laesies), dient behandeling met sulfasalazine gestaakt te worden. De beste resultaten bij het behandelen van SJS of TEN worden verkregen door een vroege diagnose en het direct staken van elk verdacht geneesmiddel. Eerder stoppen met het geneesmiddel wordt geassocieerd met een betere prognose. Indien een patiënt SJS of TEN ontwikkeld heeft bij het gebruik van sulfasalazine, dan mag het gebruik van sulfasalazine in geen geval meer herstart worden in deze patiënt.

Ernstige infecties die verband houden met myelosuppressie, waaronder sepsis en pneumonie, zijn gemeld. Patiënten die een nieuwe infectie ontwikkelen tijdens de behandeling met sulfasalazine dienen nauwgezet te worden gecontroleerd. De toediening van sulfasalazine dient te worden gestaakt als een patiënt een ernstige infectie ontwikkelt. Voorzichtigheid dient in acht te worden genomen bij het overwegen van het gebruik van sulfasalazine bij patiënten met een voorgeschiedenis van herhaalde of chronische infecties of met onderliggende aandoeningen die patiënten kunnen predisponeren voor infecties.

Ernstige, levensbedreigende, systemische overgevoeligheidsreacties, zoals het DRESS-syndroom (geneesmiddel geïnduceerde huiduitslag met eosinofilie en systemische symptomen), zijn gemeld bij het gebruik van sulfasalazine. Het is belangrijk om op te merken dat vroege manifestaties van overgevoeligheid, zoals koorts of lymfadenopathie, aanwezig kunnen zijn terwijl uitslag niet evident is. Indien dergelijke symptomen aanwezig zijn, dient de behandeling met sulfasalazine gestaakt te worden en de patiënt onderzocht te worden. Behandeling met sulfasalazine mag alleen herstart worden indien een andere herkomst van de symptomen kan worden vastgesteld.

Kruisovergevoeligheid met sulfonamiden en geneesmiddelen met een para-aminogroep (zoals sommige diuretica en orale antidiabetica) kan voorkomen. Tevens bestaat de mogelijkheid van een gele verkleuring van de huid en (alkalische) urine.

Orale sulfasalazine remt de absorptie en het metabolisme van foliumzuur en kan foliumzuurdeficiëntie veroorzaken waardoor het mogelijk ernstige bloedbeeldafwijkingen kan veroorzaken (bijvoorbeeld macrocytose en pancytopenie) (zie ook 4.5).

Omdat sulfasalazine kristalurie en de vorming van nierstenen kan veroorzaken, dient voldoende vloeistof te worden ingenomen.

Het gebruik van sulfasalazine bij kinderen met systemische juveniele reumatoïde artritis kan resulteren in serumziekte-achtige reacties. Daarom wordt het gebruik van sulfasalazine bij deze patiënten niet aangeraden.

Interferentie met laboratoriumonderzoek

Bij patiënten die werden blootgesteld aan sulfasalazine of de metaboliet ervan, mesalamine/mesalazine, werden verschillende gevallen gemeld van mogelijke interferentie met metingen van normetanefrine in de urine door middel van vloeistofchromatografie, met als gevolg een vals-positief testresultaat.

Sulfasalazine of de metabolieten ervan kunnen de ultraviolette absorptie verstoren, met name bij 340 nm, en kunnen interferentie veroorzaken met bepaalde laboratoriumtests waarbij NAD(H) of NADP(H) wordt gebruikt om ultraviolette absorptie rond die golflengte te meten. Voorbeelden van dergelijke tests zijn ureum, ammonia, LDH, α-HBDH en glucose. Het is mogelijk dat alanineaminotransferase (ALT), aspartaataminotransferase (AST), creatinekinase-spier/hersenen (CK-MB), glutamaatdehydrogenase (GLDH) of thyroxine ook interferentie vertonen wanneer sulfasalazine in hoge doses wordt toegediend. Overleg met het testlaboratorium in verband met de gebruikte methodologie. Bij patiënten die sulfasalazine toegediend krijgen is voorzichtigheid geboden bij de interpretatie van deze laboratoriumresultaten. De resultaten moeten in samenhang met klinische bevindingen worden beoordeeld.

Hulpstoffen:

Natrium

Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per maagsapresistente tablet, dat wil zeggen dat het in wezen natriumvrij’ is.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Antibiotica, die de darmflora beïnvloeden, remmen de omzetting van sulfasalazine.

Salicylaten, ijzer en colestyramine kunnen de absorptie van het werkzame bestanddeel beïnvloeden.

In vitro studies hebben aangetoond dat sulfasalazine thiopurine methyltransferase (TPMT) inhibeert.

Hoewel het mechanisme in vivo onduidelijk is, kunnen beenmergdepressie en leukopenie optreden wanneer thiopurine 6-mercaptopurine of zijn prodrug (azathioprine) samen met sulfasalazine worden toegediend.

Gelijktijdig gebruik van oraal sulfasalazine en methotrexaat door patiënten met reumatoïde artritis verandert de kinetiek van beide middelen niet. Er is echter wel sprake van een toename van de gastrointestinale bijwerkingen, met name een toename van misselijkheid.

Bij gelijktijdig gebruik van oraal sulfasalazine met foliumzuur of digoxine kan een verminderde absorptie van deze laatsten optreden, wat kan resulteren in subtherapeutische doseringen.

Een versterking van het effect van orale anticoagulantia en orale antidiabetica kan optreden. Diverse mechanismen kunnen hiervoor verantwoordelijk zijn.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn meldingen van zuigelingen met defecten aan de neurale buis die zijn geboren uit moeders die tijdens de zwangerschap werden blootgesteld aan sulfasalazine. De rol van sulfasalazine bij deze stoornissen is niet aangetoond.

Oraal sulfasalazine remt de absorptie van foliumzuur en kan foliumzuurdeficiëntie veroorzaken (zie rubriek 4.5). De mogelijkheid op een nadelig effect kan niet volledig worden uitgesloten. Sulfasalazine Teva 500 mg tabletten kunnen worden volgens voorschrift worden gebruikt indien noodzakelijk; hoge doseringen alleen indien strikt noodzakelijk.

Borstvoeding

Sulfasalazine en sulfapyridine worden in lage hoeveelheden in de moedermelk aangetoond. Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen voor schadelijke effecten voor de zuigeling bij gebruik in klinische doseringen.

Sulfasalazine Teva kan tijdens de lactatieperiode worden toegepast in doseringen tot 2 gram per dag.

Oplettendheid is echter geboden, in verband met het risico van verhoging van vrij bilirubine, met name bij premature kinderen en bij kinderen met G-6-PD deficiëntie. In het sporadische geval van bloed in de ontlasting of diarree bij de zuigeling, dient borstvoeding te worden gestopt.

Vruchtbaarheid

Oligospermie en infertiliteit kunnen optreden bij mannen die met sulfasalazine worden behandeld. Dit effect blijkt reversibel binnen 2 tot 3 maanden na discontinuering van de medicatie.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er zijn geen gegevens bekend over de invloed van dit product op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken. Er dient rekening te worden gehouden met het mogelijke optreden van duizeligheid, welke bijwerking zich incidenteel kan voordoen.

4.8 Bijwerkingen

Sommige bijwerkingen zijn dosisafhankelijk en deze symptomen verminderen dan ook indien de dosering verlaagd wordt.

De bijwerkingen staan hieronder weergegeven per systeem/orgaanklasse en frequentie.

De frequenties zijn als volgt gedefinieerd:

Zeer vaak (≥1/10)

Vaak (≥1/100, <1/10)

Soms (≥1/1.000, <1/100)

Zelden (≥1/10.000, <1/1.000)

Zeer zelden (<1/10.000)

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Systeem/orgaanklassen volgens MedDRAFrequentiesBijwerkingen

Infecties en parasitaire

aandoeningen

Niet bekendAseptische meningitis, pseudomembraneuze colitis

Bloed- en

lymfestelselaandoeningen

VaakLeukopenie
SomsTrombocytopenie*
Niet bekendHemolytische anemie, macrocytose, agranulocytose, aplastische anemie, megaloblastische anemie, pancytopenie
ImmuunsysteemaandoeningenNiet bekendAnafylaxie, serumziekte, angio-oedeem

Voedings- en

stofwisselingsstoornissen

VaakVerminderde eetlust
Niet bekendAnorexie, foliumzuurdeficiëntie*
Psychische stoornissenSomsDepressie
Niet bekendIrritatie, nervositeit
ZenuwstelselaandoeningenVaakDuizeligheid, hoofdpijn, smaakstoornissen
Niet bekendEncefalopathie, perifere neuropathie, convulsies, ataxie, reukstoornissen

Evenwichtsorgaan- en

ooraandoeningen

VaakTinnitus
HartaandoeningenNiet bekendCyanose, pericarditis, myocarditis
BloedvataandoeningenNiet bekendPallor

Ademhalings-

stelsel-, borstkas-, en mediastinumaandoeningen

VaakHoest
SomsDyspnoe
Niet bekendPulmonale eosinofilie en fibroserende alveolitis, interstitiële longziekte, orofaryngeale pijn
MaagdarmstelselaandoeningenZeer vaakMaagklachten, misselijkheid
Vaak(boven)buikklachten, diarree, braken
Niet bekend

Mucositis (mondulcera, stomatitis), verergering van

colitis ulcerosa, pancreatitis

Lever- en galaandoeningenNiet bekendLeverfalen, fulminante hepatitis, hepatitis*, cholestatische hepatitis, cholestasis
Huid- en onderhuidaandoeningenVaakPruritus, purpura
SomsAlopecia, urticaria
Zeer zeldenToxische epidermale necrolyse (TEN)*, syndroom van Stevens-Johnson*
Niet bekendErytheem, exantheem, exfoliatieve dermatitis*, periorbitaal oedeem, lichen planus, fotosensibiliteit, toxische pustulosis, geneesmiddeluitslag met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS)*

Skeletspierstelsel- en

bindweefselaandoeningen

VaakArtralgie
Niet bekendSystemische lupus erythematosus, Sjögren syndroom
Nier- en urinewegaandoeningenVaakProteïnurie
Niet bekendKristalurie*, hematurie, nefrotisch syndroom, interstitiële nefritis, nefrolithiasis

Voortplantingsstelsel- en

borstaandoeningen

Niet bekendReversibele infertiliteit (oligospermie) (zie rubriek 4.6)

Algemene aandoeningen en

toedieningsplaatsstoornissen

VaakKoorts
SomsGezichtsoedeem
Niet bekendGele verkleuring van de huid en lichaamsvloeistoffen
OnderzoekenSomsTemperatuurverhoging, verhoogde leverenzymen
Niet bekendAuto-antistof-positief

* zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Na het innemen van een overdosering zullen gastrointestinale klachten bestaande uit misselijkheid, braken en diarree op de voorgrond staan. Daarnaast kunnen hoofdpijn en duizeligheid optreden. Soms wordt methemoglobinemie of sulfhemoglobinemie waargenomen. Bij grotere hoeveelheden kan nierbeschadiging optreden door kristalvorming van het slecht oplosbare sulfapyridine en zijn acetylderivaten. Hoge doses sulfonamiden hebben een hypoglykemisch effect.

De behandeling bestaat uit het ledigen van de maag (door de patiënt te laten braken of de maag te spoelen) waarna geactiveerde kool en een osmotisch werkend laxans (natriumsulfaat) worden toegediend en de patiënt laten drinken. Ruime vochttoevoer is van belang om nierbeschadiging te beperken.

Door extra vocht intraveneus toe te dienen kan men de eliminatie versnellen. De oplosbaarheid van sulfapyridine en zijn derivaten wordt nauwelijks verhoogd door alkaliseren van de urine. Verdere symptomen dienen symptomatisch te worden behandeld.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische groep: aminosalicylzuur en soortgelijke middelen.

ATC-code: A07E C01.

Sulfasalazine wordt gebruikt bij de behandeling van inflammatoire darmziekten en reumatoïde artritis. Sulfasalazine is een azo-verbinding van 5-aminosalicylzuur en sulfapyridine. Na orale inname van het sulfasalazine wordt slechts een beperkt gedeelte in de dunne darm geabsorbeerd. Het grootste gedeelte wordt naar het colon getransporteerd, alwaar de azobinding onder invloed van bacteriële enzymen gesplitst wordt in sulfapyridine en 5-aminosalicylzuur.

Naar alle waarschijnlijkheid is 5-aminosalicylzuur bij inflammatoire darmziekten het werkzame bestanddeel dat lokaal door direct contact met de darmmucosa zijn werking uitoefent, waarbij slechts lage plasmaconcentraties worden bereikt. Het sulfapyridine fungeert met name als drager en is verantwoordelijk voor een deel van de bijwerkingen. Het werkingsmechanisme bij reumatoïde artritis is niet bekend.

Waarschijnlijk is sulfapyridine en/of sulfasalazine verantwoordelijk voor de werking, maar zeker niet 5- aminosalicylzuur.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Sulfapyridine wordt geabsorbeerd en in de lever geacetyleerd. Hierbij speelt de acetylatorstatus van de patiënt een belangrijke rol. Langzame acetyleerders hebben hogere sulfapyridine spiegels en daardoor meer kans op bijwerkingen.

Drie dagen na het stopzetten van de medicatie is geen sulfapyridine in het serum meer aantoonbaar. Het merendeel van 5-aminosalicylzuur wordt onveranderd met de faeces uitgescheiden. De rest wordt geabsorbeerd en wordt in de geacetyleerde vorm met de urine uitgescheiden.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Geen bijzonderheden.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Maïszetmeel, voorverstijfseld aardappelzetmeel, natriumzetmeelglycolaat (uit aardappelzetmeel), microkristallijne cellulose (E460 i), talk (E553b), magnesiumstearaat (E572), methacrylzure ethylacrylaat copolymeer, natriumlaurylsulfaat, polysorbaat, polyethyleenglycol, “Antischuimemulsie” (bevat polydimethylsiloxaan, sorbinezuur (E200), colloïdaal siliciumdioxide (E551) en methylcellulose (E461)), ijzeroxide (E172) en titaandioxide (E171).

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

36 maanden.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25°C.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Kunststofpotten (HDPE) en blisterverpakkingen (PVC/Alu).

Sulfasalazine Teva 500 mg is verpakt in blisterverpakkingen à 30, 50 en 90 tabletten, in potten à 90, 250 en 1000 tabletten en in eenheidsafleververpakkingen à 50 (50x1) tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Geen bijzondere vereisten.

Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Teva Nederland B.V.

Swensweg 5

2031 GA Haarlem

Nederland

8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 09645

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van de eerste verlening van de vergunning: 4 september 1981

Datum van laatste verlenging: 4 september 2016

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.4, 4.6 en 4.8: 6 december 2023.

1023.4v.JK

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 09645

Datum van herziening volgens de tekst: 06-12-2023

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Sulfasalazine Teva

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stof Sulfasalazine
Farmaceutische vorm Maagsapresistente tablet
Toedieningsweg Oraal gebruik
Hulpstoffen
aardappelzetmeel, gepregelatineerd, cellulose, microkristallijn (e 460(i)), copolymeer van ethylacrylaat-methacrylzuur (1:1), ijzeroxide geel (e 172) … (+10)+

aardappelzetmeel, gepregelatineerd, cellulose, microkristallijn (e 460(i)), copolymeer van ethylacrylaat-methacrylzuur (1:1), ijzeroxide geel (e 172), ijzeroxide rood (e 172), macrogol 6000, magnesiumstearaat (e 470b), maïszetmeel, natriumlaurilsulfaat, natriumzetmeelglycolaat, polysorbaat 80 (e 433), siliconen antischuim emulsie, talk (e 553b), titaandioxide (e 171)

ATC-indeling
  1. A Middelen voor maag-darmkanaal en metabolisme
    1. A07 Antidiarrhoica, intestinale anti-inflammatoire en anti-infectieuze middelen
      1. A07E Intestinale anti-inflammatoire middelen
        1. A07EC Aminosalicylzuur en vergelijkbare middelen
          1. A07EC01 Sulfasalazine
Registratiehouder Teva Nederland B.V.
Registratie 09645 sinds 04-09-1981

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.