SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Sodium Iodide (I123) Injection, oplossing voor injectie
1 NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Sodium Iodide (I123) Injection, oplossing voor injectie 37 MBq/ml.
2 KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Natriumjodide (I-123), 37 MBq/ml op activiteitsreferentietijdstip
Jodium-123 is een cyclotronproduct met een fysische halveringstijd van 13,21 uur. Jodium-123 vervalt onder emissie van zuivere gammastraling met de belangrijkste energieën van 159 keV en 27 keV.
Voor de volledige lijst met hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3 FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
4 KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.
Natriumjodide (I-123) kan als diagnosticum worden toegepast bij functioneel en morfologisch onderzoek van de schildklier door middel van:
scintigrafie
onderzoek naar opname van radioactief jodium
De gegevens over de 24-uursopname worden over het algemeen gebruikt om de therapeutische dosis te berekenen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen
De voor een volwassen patiënt (70 kg) aanbevolen activiteiten liggen tussen 3,7 en 14,8 MBq. De laagste activiteit (3,7 MBq) wordt aanbevolen voor onderzoek naar de opname en de hoogste activiteiten (11,1-14,8 MBq) voor schildklierscintigrafie. In ieder afzonderlijk geval schrijft de behandelend specialist echter de benodigde hoeveelheid voor. De bepaling van de snelheid van de opname van jodium-123 dient overeenkomstig vaststaande procedures te worden uitgevoerd.
Pediatrische patiënten
Het gebruik bij kinderen en adolescenten moet zorgvuldig worden overwogen op basis van klinische behoefte en de beoordeling van de baten-risicobalans in deze patiëntengroep. De toe te dienen activiteit aan kinderen is berekend volgens de EANM doseerkaart (2008) waarbij gebruik is gemaakt van de formule: A [MBq] = 0,6 (baseline activiteit) x getal uit de EANM doseerkaart.
De resulterende activiteiten staan in de volgende tabel:
| Gewicht (kg) | Activiteit (MBq) | Gewicht (kg) | Activiteit (MBq) | Gewicht (kg) | Activiteit (MBq) |
| 3 | 3 | 22 | 6 | 42 | 11 |
| 4 | 3 | 24 | 6 | 44 | 12 |
| 6 | 3 | 26 | 7 | 46 | 13 |
| 8 | 3 | 28 | 7 | 48 | 13 |
| 10 | 3 | 30 | 8 | 50 | 14 |
| 12 | 3 | 32 | 8 | 52-54 | 15 |
| 14 | 3 | 34 | 9 | 56-28 | 16 |
| 16 | 4 | 36 | 10 | 60-62 | 17 |
| 18 | 4 | 38 | 10 | 64-66 | 19 |
| 20 | 5 | 40 | 11 | 68 | 19 |
Volgens de richtlijnen van de EANM is een minimale activiteit van 3 MBq nodig voor scintigrafie-onderzoeken om beelden van voldoende kwaliteit te verkrijgen.
Wijze van toediening
I-123 moet als een intraveneuze injectie worden toegediend: bij wijze van standaardcontrole dient de activiteit in de injectie direct vóór toediening te worden gemeten.
Beeldvorming
Beeldvorming vindt 3-6 uur na toediening plaats.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Individuele risico/baten afweging
Voor elke patiënt dient de blootstelling aan ioniserende straling gerechtvaardigd te zijn op basis van het verwachte voordeel. De toegediende activiteit dient zodanig te zijn dat de resulterende stralingsdosis zo laag mogelijk is voor het beoogde diagnostische resultaat.
Pediatrische patiënten
Voor informatie over gebruik bij pediatrische patiënten, zie rubriek 4.2. Het is noodzakelijk de indicatie zorgvuldig te overwegen, aangezien de effectieve dosis per MBq hoger is dan bij volwassenen (zie rubriek 11).
Na de procedure
Na verlaten van het ziekenhuis, is het niet nodig om afstand te bewaren tussen de patiënt en kinderen of zwangere vrouwen.
Hulpstoffen
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosering, d.w.z. is in wezen “natriumvrij”.
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het omgevingsrisico, zie rubriek 6.6.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Vele geneesmiddelen beïnvloeden de opname van jodium door de schildklier. Deze geneesmiddelen worden hieronder genoemd. Ook wordt de benodigde tijd voor terugkeer van het opnamepercentage van de schildklier naar de uitgangswaarden na staken van de toediening per groep geneesmiddelen aangegeven.
Geneesmiddelen die de opname van jodium door de schildklier beïnvloeden
| Geneesmiddelgroep | Benodigde tijd voor terugkeer van het opnamepercentage naar de uitgangswaarden na staken van de toediening per groep geneesmiddelen |
| Thyreostatica (propylthiouracil, methimazol), perchloraat | 1 week |
Natuurlijke of synthetische thyreomimetica (levothyroxine, liothyronine, thyroidine) | 2-3 weken |
| Jodide bevattende hoestmiddelen, vitamines | 2 weken |
| Phenylbutazon | 1-2 weken |
| Salicylaten, Steroïden, Nitroprussidenatrium, | 1 week |
| Sulfobroomftaleïne | 1 week |
Diverse middelen: anticoagulantia, antihistaminica, antiparasitaire middelen Penicillines, sulfonamides, tolbutamide thiopenthal | 1 week |
| Amiodaron*,benzodiazepines, lithium | 4 weken |
| Jodide bevattende dermatica | 1-9 maanden |
Gejodeerde intraveneuze contrastmiddelen Gejodeerde contrastmiddelen op oliebasis | 1-2 maanden Tot 1 jaar |
*vanwege de lange halfwaardetijd van amiodaron is een gereduceerde opname in de schildklier gedurende enige maanden mogelijk.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd
Indien het noodzakelijk is om radioactieve geneesmiddelen toe te dienen aan een vruchtbare vrouw, is het belangrijk om vast te stellen of zij zwanger is. Indien een vrouw een menstruatie heeft overgeslagen dient men ervan uit te gaan dat zij zwanger is, tot het tegendeel is bewezen. Bij twijfel over een mogelijke zwangerschap (als de vrouw een menstruatie heeft gemist, of een onregelmatige cyclus heeft etc.), moeten alternatieve technieken (als die er zijn) aan de patiënt aangeboden worden.
Zwangerschap
Radionuclide procedures die worden uitgevoerd bij zwangere vrouwen veroorzaken tevens stralingsdoses op de foetus. Tijdens de zwangerschap mogen alleen zeer dringend noodzakelijke onderzoeken te worden uitgevoerd, waarbij het te verwachten voordeel sterk opweegt tegen het risico dat moeder en foetus lopen.
Borstvoeding
Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan een moeder die borstvoeding geeft, dient te worden overwogen of het onderzoek redelijkerwijs kan worden uitgesteld totdat de moeder met de borstvoeding is gestopt en of de keuze voor het radiofarmaceutisch middel wel de meest geschikte is, met het oog op de afscheiding van radioactiviteit in de moedermelk. Indien de toediening noodzakelijk wordt geacht, moet de borstvoeding één tot drie dagen worden onderbroken na toediening van I-123 dat als radiocontaminant I-125 bevat. De borstvoeding kan worden hervat als het niveau in de melk voor het kind geen hogere stralingsdosis met zich brengt dan 1 mSv.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken
Sodium Iodide (I123) Injection heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid of het vermogen machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
De volgende frequentiegroep wordt gebruikt:
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend: overgevoeligheid
Blootstelling aan ioniserende straling wordt in verband gebracht met het ontstaan van kanker en met de kans op het ontstaan van erfelijke afwijkingen. Omdat de effectieve stralingsdosis voor dit geneesmiddel 2.2 mSv is bij de maximaal aanbevolen activiteit van 14.8 MBq en een opname van 35 % in de schildklier, zullen deze bijwerkingen zich naar verwachting met een lage waarschijnlijkheid voordoen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
In geval van toediening van een overdosis I-123 dient de door de patiënt geabsorbeerde dosis zo mogelijk te worden verminderd door de uitscheiding van het radionuclide uit het lichaam te verhogen door diurese en frequent lozen van urine. Het gebruik van een blokkerend middel, zoals perchloraat, wordt geadviseerd om de bestraling van de schildklier tot een minimum te beperken.
5 FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmcotherapeutische groep: diagnostische schildklier radiofarmaca, ATC code: V09FX02.
In doses die voor diagnostische doeleinden worden toegepast, blijkt natriumjodide geen farmacodynamische effecten te hebben.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Distributie en orgaan opname
Intraveneus toegediend jodide wordt door de schildklier opgenomen-circa 20% van de beschikbare radioactiviteit komt na één passage van het bloedvolume in de schildklier terecht. De klaring door de schildklier van het bloedjodide bedraagt normaliter 20-50 ml/min met een stijging tot 100 ml/min bij schildklierdeficiëntie. De maximale jodideconcentraties in de schildklier worden binnen enkele uren bereikt, zodat diagnostische beeldvorming al vanaf één uur na toediening kan plaatsvinden.
Eliminatie
Los van de opname door de schildklier verlaat het jodide het lichaam hoofdzakelijk door uitscheiding met de urine (37-75%), terwijl de uitscheiding met de faeces gering is (ongeveer 1%).
Halfwaardetijd
De eliminatiehalfwaardetijd van jodide uit de schildklier wordt op 80 dagen geschat, zodat de fysische halfwaardetijd van I-123 bepalend is voor het tijdstip van beeldvorming.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
De bekende toxische effecten van betrekkelijk zeer hoge doses natriumjodide zijn niet relevant voor het gebruik van I-123 voor de beeldvorming van de schildklier voor diagnostische doeleinden. Van diermodellen zijn geen gegevens beschikbaar over de toxiciteit bij herhaalde toediening van doses noch over de reproductietoxiciteit. Onderzoek naar de mutageniteit en het carcinogene/oncogene vermogen van natriumjodide I-123 is niet verricht.
6 FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Natriumchloride, natrium waterstofcarbonaat en water voor injectie.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Omdat er geen onderzoek is gedaan naar onverenigbaarheden, mag dit middel niet met andere middelen gemengd worden.
6.3 Houdbaarheid
Het einde van de houdbaarheidstermijn voor dit product is 20 uur na het activiteitsreferentietijdstip, als vermeld op het etiket.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C. Het product bevat geen conserveermiddelen. Als het bedoeld is voor meerdere toedieningen, dient ieder aliquot onder aseptische omstandigheden en binnen 24 uur of voor het einde van de houdbaarheidstermijn verwijderd te worden. Na verwijdering van het eerste aliquot dient het product bij 2-8°C bewaard te worden. Opslag dient te geschieden volgens de nationale voorschriften voor radioactieve stoffen.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Glazen injectieflacon (Type I) afgesloten met een rubber stop en gefelst met een aluminium felskap. Beschikbare verpakkingsgrootten: 37, 74, 185 en 370 MBq.
6.6 Speciale maatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Algemene waarschuwingen
Radioactieve geneesmiddelen mogen uitsluitend worden ontvangen, gebruikt en toegediend door bevoegde personen in een daartoe bestemde klinische omgeving. De ontvangst, opslag, het gebruik, vervoer en de afvoer vallen onder de voorschriften en/of betreffende vergunningen van de bevoegde officiële instantie.
Radioactieve geneesmiddelen dienen te worden bereid met inachtneming van zowel stralingsveiligheids- als farmaceutische kwaliteitseisen. Adequate aseptische voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen.
Als tijdens de bereiding van dit product de flacon beschadigd raakt, mag deze niet gebruikt worden.
Toedieningsprocedures moeten zodanig worden uitgevoerd dat het risico op contaminatie van het geneesmiddel en stralingsblootstelling van de gebruikers tot een minimum worden beperkt. Adequate afscherming is verplicht.
Patiënten die behandeld zijn met radiofarmaca vormen een risicofactor voor andere personen vanwege de externe stralingsbelasting of vanwege besmetting door spetters urine, braaksel e.d. Voorzorgsmaatregelen in overeenstemming met nationale regelgeving betreffende stralingsveiligheid dienen om die reden te worden nageleefd.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften
7 HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Curium Netherlands B.V.
Westerduinweg 3
1755 LE Petten
8 NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 57739
9 DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/ VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 12 november 1996
Datum van laatste verlenging: 12 november 2016
10. DATUM VAN DE HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 15 mei 2019
11. DOSIMETRIE
I-123 wordt verkregen door protonbestraling van verrijkt Xenon. Afhankelijk van het productieproces van I-123 kunnen er onzuiverheden, zoals I-125 en Te-121 aanwezig zijn als radiocontaminanten met een langere levensduur. De radionuclidische zuiverheid van I-123 injectie is op ART ≥ 99.85% en bij expiratie 99.7%. De enige detecteerbare verontreinigingen zijn Te-121 ≤ 900 Bq/MBq en I-125 ≤ 1500 Bq/MBq op het einde van de houdbaarheidstermijn, waardoor de stralingsdosimetrie in de verschillende organen hoger kan uitvallen, zoals aangegeven onder de tabellen.
De stralingsdosimetrie als beschreven in ICRP-publikatie nr. 53 (1987) is als volgt:
I-123 13,2 uur
Schildklier geblokkeerd, opname 0%
Geabsorbeerde dosis per toegediende activiteitseenheid (mGy/MBq)
| Orgaan | Volwassene | 15 jaar | 10 jaar | 5 jaar | 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Bijnieren | 0,007 | 0,0087 | 0,014 | 0,021 | 0,039 |
| Blaaswand | 0,09 | 0,11 | 0,16 | 0,24 | 0,45 |
| Botoppervlak | 0,0081 | 0,0097 | 0,015 | 0,024 | 0,046 |
| Borst | 0,0056 | 0,0056 | 0,0081 | 0,013 | 0,025 |
| Orgaan | Volwassene | 15 jaar | 10 jaar | 5 jaar | 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Maag darmkanaal: | |||||
| Maagwand | 0,0069 | 0,0085 | 0,014 | 0,021 | 0,037 |
| Dunnedarm | 0,0085 | 0,01 | 0,016 | 0,025 | 0,046 |
| ULI wand | 0,008 | 0,0099 | 0,015 | 0,024 | 0,043 |
| LLI wand | 0,0097 | 0,012 | 0,019 | 0,029 | 0,054 |
| Nieren | 0,011 | 0,014 | 0,02 | 0,029 | 0,051 |
| Lever | 0,0067 | 0,0082 | 0,013 | 0,02 | 0,037 |
| Longen | 0,0061 | 0,0078 | 0,012 | 0,019 | 0,035 |
| Ovaria | 0,0098 | 0,012 | 0,019 | 0,03 | 0,053 |
| Pancreas | 0,0076 | 0,0091 | 0,014 | 0,022 | 0,041 |
| Rode merg | 0,0094 | 0,011 | 0,017 | 0,026 | 0,047 |
| Milt | 0,007 | 0,0083 | 0,013 | 0,02 | 0,037 |
| Testes | 0,0069 | 0,0094 | 0,015 | 0,025 | 0,048 |
| Schildklier | 0,0051 | 0,0077 | 0,012 | 0,02 | 0,037 |
| Uterus | 0,014 | 0,017 | 0,028 | 0,043 | 0,076 |
| Andere weefsels | 0,0064 | 0,0077 | 0,012 | 0,019 | 0,035 |
| Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq) | 0,013 | 0,016 | 0,024 | 0,037 | 0,067 |
(Volgens ICRP 80 bedraagt de effectieve dosis voor volwassenen 0,011 mSv/MBq.)
Het effectieve dosisequivalent bij volwassenen na intraveneuze toediening van 14,8 MBq (maximale dosering) bedraagt 0,19 mSv.
Effect van radionuclidische onzuiverheden:
Radionucleaire verontreiniging met I-125 en Te-121 geven een bijdrage van 0,002 mSv op ART en 0,006 mSv bij expiratie.
Incomplete blokkering
Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq) bij een kleine opname in de schildklier:
Volwassene 15 jaar 10 jaar 5 jaar 1 jaar
Opname: 0,5 % 0,016 0,02 0,031 0,052 0,096
Opname: 1 % 0,019 0,025 0,038 0,067 0,13
Opname: 2 % 0,025 0,034 0,052 0,099 0,18
Schildklier opname 15%
Geabsorbeerde dosis per toegediende activiteitseenheid (mGy/MBq)
| Orgaan | Volwassene | 15 jaar | 10 jaar | 5 jaar | 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Bijnieren | 0,0063 | 0,0083 | 0,013 | 0,02 | 0,037 |
| Blaaswand | 0,076 | 0,095 | 0,14 | 0,21 | 0,38 |
| Botoppervlak | 0,0071 | 0,0091 | 0,014 | 0,022 | 0,041 |
| Borst | 0,0047 | 0,0047 | 0,0073 | 0,012 | 0,023 |
| Maag darmkanaal: | |||||
| Maagwand | 0,068 | 0,085 | 0,12 | 0,20 | 0,38 |
| Dunnedarm | 0,043 | 0,054 | 0,091 | 0,14 | 0,27 |
| ULI wand | 0,018 | 0,019 | 0,029 | 0,045 | 0,077 |
| Orgaan | Volwassene | 15 jaar | 10 jaar | 5 jaar | 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| LLI wand | 0,011 | 0,014 | 0,022 | 0,033 | 0,060 |
| Nieren | 0,01 | 0,013 | 0,018 | 0,027 | 0,046 |
| Lever | 0,0062 | 0,0076 | 0,013 | 0,021 | 0,038 |
| Longen | 0,0057 | 0,0072 | 0,011 | 0,018 | 0,034 |
| Ovaria | 0,012 | 0,016 | 0,025 | 0,038 | 0,068 |
| Pancreas | 0,014 | 0,016 | 0,024 | 0,035 | 0,061 |
| Rode merg | 0,0094 | 0,012 | 0,017 | 0,025 | 0,043 |
| Milt | 0,0095 | 0,011 | 0,017 | 0,025 | 0,044 |
| Testes | 0,0053 | 0,0072 | 0,012 | 0,020 | 0,038 |
| Schildklier | 1,9 | 3,0 | 4,5 | 9,8 | 19,0 |
| Uterus | 0,015 | 0,019 | 0,031 | 0,049 | 0,086 |
| Andere weefsels | 0,0068 | 0,0085 | 0,013 | 0,021 | 0,039 |
| Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq) | 0,075 | 0,11 | 0,17 | 0,35 | 0,65 |
De effectieve dosis bij volwassenen na intraveneuze toediening van 14,8 MBq (maximale dosering) bedraagt 1,1 mSv.
Effect van radionuclidische onzuiverheden:
Radionucleaire verontreiniging met I-125 en Te-121 geven een bijdrage van 0,03 mSv op ART en 0,1 mSv bij expiratie.
Schildklier opname 35%
Geabsorbeerde dosis per toegediende activiteitseenheid (mGy/MBq)
| Orgaan | Volwassene | 15 jaar | 10 jaar | 5 jaar | 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Bijnieren | 0,0065 | 0,0084 | 0,013 | 0,021 | 0,038 |
| Blaaswand | 0,060 | 0,074 | 0,11 | 0,16 | 0,30 |
| Botoppervlak | 0,0079 | 0,011 | 0,016 | 0,025 | 0,046 |
| Borst | 0,0052 | 0,0052 | 0,0085 | 0,015 | 0,027 |
| Maag darmkanaal: | |||||
| Maagwand | 0,068 | 0,085 | 0,12 | 0,20 | 0,38 |
| Dunnedarm | 0,042 | 0,054 | 0,090 | 0,14 | 0,27 |
| ULI wand | 0,018 | 0,019 | 0,029 | 0,045 | 0,076 |
| LLI wand | 0,010 | 0,014 | 0,021 | 0,032 | 0,058 |
| Nieren | 0,0091 | 0,011 | 0,016 | 0,024 | 0,041 |
| Lever | 0,0063 | 0,0078 | 0,013 | 0,021 | 0,040 |
| Longen | 0,0065 | 0,0086 | 0,014 | 0,022 | 0,042 |
| Ovaria | 0,011 | 0,015 | 0,024 | 0,037 | 0,066 |
| Pancreas | 0,014 | 0,016 | 0,024 | 0,036 | 0,062 |
| Rode merg | 0,010 | 0,013 | 0,019 | 0,028 | 0,048 |
| Milt | 0,0096 | 0,011 | 0,017 | 0,025 | 0,045 |
| Testes | 0,0050 | 0,0068 | 0,011 | 0,018 | 0,035 |
| Schildklier | 4,5 | 7,0 | 11,0 | 23,0 | 43,0 |
| Uterus | 0,014 | 0,017 | 0,029 | 0,044 | 0,079 |
| Andere weefsels | 0,0080 | 0,010 | 0,016 | 0,026 | 0,049 |
| Orgaan | Volwassene | 15 jaar | 10 jaar | 5 jaar | 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq) | 0,15 | 0,23 | 0,35 | 0,74 | 1,4 |
(Volgens ICRP 80 bedraagd de effectieve dosis voor volwassenen 0,22 mSv/ MBq).
De effectieve dosis bij volwassenen na intraveneuze toediening van 14,8 MBq (maximale dosering) bedraagt 2,2 mSv.
Effect van radionuclidische onzuiverheden:
Radionucleaire verontreiniging met I-125 en Te-121 geven een bijdrage van 0,07 mSv op ART en 0,22 mSv bij expiratie.
Schildklier opname 55%
Geabsorbeerde dosis per toegediende activiteitseenheid (mGy/MBq)
| Orgaan | Volwassene | 15 jaar | 10 jaar | 5 jaar | 1 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Bijnieren | 0,0065 | 0,0085 | 0,014 | 0,021 | 0,039 |
| Blaaswand | 0,043 | 0,053 | 0,079 | 0,12 | 0,22 |
| Botoppervlak | 0,0086 | 0,012 | 0,018 | 0,028 | 0,051 |
| Borst | 0,0056 | 0,0056 | 0,0095 | 0,017 | 0,031 |
| Maag darmkanaal: | |||||
| Maagwand | 0,068 | 0,085 | 0,12 | 0,20 | 0,39 |
| Dunnedarm | 0,042 | 0,054 | 0,091 | 0,14 | 0,27 |
| ULI wand | 0,018 | 0,019 | 0,029 | 0,044 | 0,076 |
| LLI wand | 0,0098 | 0,013 | 0,020 | 0,030 | 0,055 |
| Nieren | 0,0091 | 0,011 | 0,016 | 0,024 | 0,041 |
| Lever | 0,0064 | 0,0079 | 0,013 | 0,022 | 0,041 |
| Longen | 0,0072 | 0,0097 | 0,016 | 0,026 | 0,048 |
| Ovaria | 0,011 | 0,015 | 0,023 | 0,036 | 0,064 |
| Pancreas | 0,014 | 0,016 | 0,025 | 0,036 | 0,063 |
| Rode merg | 0,011 | 0,015 | 0,021 | 0,030 | 0,052 |
| Milt | 0,0097 | 0,011 | 0,017 | 0,026 | 0,046 |
| Testes | 0,0046 | 0,0062 | 0,010 | 0,016 | 0,032 |
| Schildklier | 7,0 | 11,0 | 17,0 | 36,0 | 68,0 |
| Uterus | 0,012 | 0,016 | 0,026 | 0,040 | 0,072 |
| Andere weefsels | 0,0092 | 0,012 | 0,019 | 0,031 | 0,058 |
| Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq) | 0,23 | 0,35 | 0,53 | 1,1 | 2,1 |
De effectieve dosis bij volwassenen na intraveneuze toediening van 14,8 MBq (maximale dosering) bedraagt 3,4 mSv.
Effect van radionuclidische onzuiverheden:
Radionucleaire verontreiniging met I-125 en Te-121 geven een bijdrage van 0,12 mSv op ART en 0,36 mSv bij expiratie.
12. INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN
De natriumjodide (I-123)-oplossing is gebruiksklaar.
Optrekken van de oplossing dient onder aseptische condities plaats te vinden. De flacon mag niet worden geopend voordat de stop gedesinfecteerd is. De oplossing dient te worden opgetrokken via de stop met een naald voor eenmalig gebruik die is uitgerust met een geschikte beschermende huls en een steriele wegwerpnaald.
Als de flacon beschadigd is, mag het product niet gebruikt worden.
