Bijsluiter-info.nl

Sodium Iodide (I123) Injection, oplossing voor injectie – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
37 MBq/ml
Werkzame stof:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Sodium Iodide (I123) Injection, oplossing voor injectie

1 NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Sodium Iodide (I123) Injection, oplossing voor injectie 37 MBq/ml.

2 KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Natriumjodide (I-123), 37 MBq/ml op activiteitsreferentietijdstip

Jodium-123 is een cyclotronproduct met een fysische halveringstijd van 13,21 uur. Jodium-123 vervalt onder emissie van zuivere gammastraling met de belangrijkste energieën van 159 keV en 27 keV.

Voor de volledige lijst met hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3 FARMACEUTISCHE VORM

Oplossing voor injectie.

4 KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.

Natriumjodide (I-123) kan als diagnosticum worden toegepast bij functioneel en morfologisch onderzoek van de schildklier door middel van:

scintigrafie

onderzoek naar opname van radioactief jodium

De gegevens over de 24-uursopname worden over het algemeen gebruikt om de therapeutische dosis te berekenen.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering

Volwassenen

De voor een volwassen patiënt (70 kg) aanbevolen activiteiten liggen tussen 3,7 en 14,8 MBq. De laagste activiteit (3,7 MBq) wordt aanbevolen voor onderzoek naar de opname en de hoogste activiteiten (11,1-14,8 MBq) voor schildklierscintigrafie. In ieder afzonderlijk geval schrijft de behandelend specialist echter de benodigde hoeveelheid voor. De bepaling van de snelheid van de opname van jodium-123 dient overeenkomstig vaststaande procedures te worden uitgevoerd.

Pediatrische patiënten

Het gebruik bij kinderen en adolescenten moet zorgvuldig worden overwogen op basis van klinische behoefte en de beoordeling van de baten-risicobalans in deze patiëntengroep. De toe te dienen activiteit aan kinderen is berekend volgens de EANM doseerkaart (2008) waarbij gebruik is gemaakt van de formule: A [MBq] = 0,6 (baseline activiteit) x getal uit de EANM doseerkaart.

De resulterende activiteiten staan in de volgende tabel:

Gewicht (kg)Activiteit (MBq)Gewicht (kg)Activiteit (MBq)Gewicht (kg)Activiteit (MBq)
332264211
432464412
632674613
832874813
1033085014
12332852-5415
14334956-2816
164361060-6217
184381064-6619
20540116819

Volgens de richtlijnen van de EANM is een minimale activiteit van 3 MBq nodig voor scintigrafie-onderzoeken om beelden van voldoende kwaliteit te verkrijgen.

Wijze van toediening

I-123 moet als een intraveneuze injectie worden toegediend: bij wijze van standaardcontrole dient de activiteit in de injectie direct vóór toediening te worden gemeten.

Beeldvorming

Beeldvorming vindt 3-6 uur na toediening plaats.

4.3 Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Individuele risico/baten afweging

Voor elke patiënt dient de blootstelling aan ioniserende straling gerechtvaardigd te zijn op basis van het verwachte voordeel. De toegediende activiteit dient zodanig te zijn dat de resulterende stralingsdosis zo laag mogelijk is voor het beoogde diagnostische resultaat.

Pediatrische patiënten

Voor informatie over gebruik bij pediatrische patiënten, zie rubriek 4.2. Het is noodzakelijk de indicatie zorgvuldig te overwegen, aangezien de effectieve dosis per MBq hoger is dan bij volwassenen (zie rubriek 11).

Na de procedure

Na verlaten van het ziekenhuis, is het niet nodig om afstand te bewaren tussen de patiënt en kinderen of zwangere vrouwen.

Hulpstoffen

Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosering, d.w.z. is in wezen “natriumvrij”.

Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het omgevingsrisico, zie rubriek 6.6.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Vele geneesmiddelen beïnvloeden de opname van jodium door de schildklier. Deze geneesmiddelen worden hieronder genoemd. Ook wordt de benodigde tijd voor terugkeer van het opnamepercentage van de schildklier naar de uitgangswaarden na staken van de toediening per groep geneesmiddelen aangegeven.

Geneesmiddelen die de opname van jodium door de schildklier beïnvloeden

GeneesmiddelgroepBenodigde tijd voor terugkeer van het opnamepercentage naar de uitgangswaarden na staken van de toediening per groep geneesmiddelen
Thyreostatica (propylthiouracil, methimazol), perchloraat1 week

Natuurlijke of synthetische thyreomimetica

(levothyroxine, liothyronine, thyroidine)

2-3 weken
Jodide bevattende hoestmiddelen, vitamines2 weken
Phenylbutazon1-2 weken
Salicylaten, Steroïden, Nitroprussidenatrium,1 week
Sulfobroomftaleïne1 week

Diverse middelen: anticoagulantia, antihistaminica, antiparasitaire middelen

Penicillines, sulfonamides, tolbutamide

thiopenthal

1 week
Amiodaron*,benzodiazepines, lithium4 weken
Jodide bevattende dermatica1-9 maanden

Gejodeerde intraveneuze contrastmiddelen

Gejodeerde contrastmiddelen op oliebasis

1-2 maanden

Tot 1 jaar

*vanwege de lange halfwaardetijd van amiodaron is een gereduceerde opname in de schildklier gedurende enige maanden mogelijk.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Vrouwen in de vruchtbare leeftijd

Indien het noodzakelijk is om radioactieve geneesmiddelen toe te dienen aan een vruchtbare vrouw, is het belangrijk om vast te stellen of zij zwanger is. Indien een vrouw een menstruatie heeft overgeslagen dient men ervan uit te gaan dat zij zwanger is, tot het tegendeel is bewezen. Bij twijfel over een mogelijke zwangerschap (als de vrouw een menstruatie heeft gemist, of een onregelmatige cyclus heeft etc.), moeten alternatieve technieken (als die er zijn) aan de patiënt aangeboden worden.

Zwangerschap

Radionuclide procedures die worden uitgevoerd bij zwangere vrouwen veroorzaken tevens stralingsdoses op de foetus. Tijdens de zwangerschap mogen alleen zeer dringend noodzakelijke onderzoeken te worden uitgevoerd, waarbij het te verwachten voordeel sterk opweegt tegen het risico dat moeder en foetus lopen.

Borstvoeding

Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan een moeder die borstvoeding geeft, dient te worden overwogen of het onderzoek redelijkerwijs kan worden uitgesteld totdat de moeder met de borstvoeding is gestopt en of de keuze voor het radiofarmaceutisch middel wel de meest geschikte is, met het oog op de afscheiding van radioactiviteit in de moedermelk. Indien de toediening noodzakelijk wordt geacht, moet de borstvoeding één tot drie dagen worden onderbroken na toediening van I-123 dat als radiocontaminant I-125 bevat. De borstvoeding kan worden hervat als het niveau in de melk voor het kind geen hogere stralingsdosis met zich brengt dan 1 mSv.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken

Sodium Iodide (I123) Injection heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid of het vermogen machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen

De volgende frequentiegroep wordt gebruikt:

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Immuunsysteemaandoeningen

Niet bekend: overgevoeligheid

Blootstelling aan ioniserende straling wordt in verband gebracht met het ontstaan van kanker en met de kans op het ontstaan van erfelijke afwijkingen. Omdat de effectieve stralingsdosis voor dit geneesmiddel 2.2 mSv is bij de maximaal aanbevolen activiteit van 14.8 MBq en een opname van 35 % in de schildklier, zullen deze bijwerkingen zich naar verwachting met een lage waarschijnlijkheid voordoen.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Website: www.lareb.nl

4.9 Overdosering

In geval van toediening van een overdosis I-123 dient de door de patiënt geabsorbeerde dosis zo mogelijk te worden verminderd door de uitscheiding van het radionuclide uit het lichaam te verhogen door diurese en frequent lozen van urine. Het gebruik van een blokkerend middel, zoals perchloraat, wordt geadviseerd om de bestraling van de schildklier tot een minimum te beperken.

5 FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmcotherapeutische groep: diagnostische schildklier radiofarmaca, ATC code: V09FX02.

In doses die voor diagnostische doeleinden worden toegepast, blijkt natriumjodide geen farmacodynamische effecten te hebben.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Distributie en orgaan opname

Intraveneus toegediend jodide wordt door de schildklier opgenomen-circa 20% van de beschikbare radioactiviteit komt na één passage van het bloedvolume in de schildklier terecht. De klaring door de schildklier van het bloedjodide bedraagt normaliter 20-50 ml/min met een stijging tot 100 ml/min bij schildklierdeficiëntie. De maximale jodideconcentraties in de schildklier worden binnen enkele uren bereikt, zodat diagnostische beeldvorming al vanaf één uur na toediening kan plaatsvinden.

Eliminatie

Los van de opname door de schildklier verlaat het jodide het lichaam hoofdzakelijk door uitscheiding met de urine (37-75%), terwijl de uitscheiding met de faeces gering is (ongeveer 1%).

Halfwaardetijd

De eliminatiehalfwaardetijd van jodide uit de schildklier wordt op 80 dagen geschat, zodat de fysische halfwaardetijd van I-123 bepalend is voor het tijdstip van beeldvorming.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

De bekende toxische effecten van betrekkelijk zeer hoge doses natriumjodide zijn niet relevant voor het gebruik van I-123 voor de beeldvorming van de schildklier voor diagnostische doeleinden. Van diermodellen zijn geen gegevens beschikbaar over de toxiciteit bij herhaalde toediening van doses noch over de reproductietoxiciteit. Onderzoek naar de mutageniteit en het carcinogene/oncogene vermogen van natriumjodide I-123 is niet verricht.

6 FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Natriumchloride, natrium waterstofcarbonaat en water voor injectie.

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Omdat er geen onderzoek is gedaan naar onverenigbaarheden, mag dit middel niet met andere middelen gemengd worden.

6.3 Houdbaarheid

Het einde van de houdbaarheidstermijn voor dit product is 20 uur na het activiteitsreferentietijdstip, als vermeld op het etiket.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25 °C. Het product bevat geen conserveermiddelen. Als het bedoeld is voor meerdere toedieningen, dient ieder aliquot onder aseptische omstandigheden en binnen 24 uur of voor het einde van de houdbaarheidstermijn verwijderd te worden. Na verwijdering van het eerste aliquot dient het product bij 2-8°C bewaard te worden. Opslag dient te geschieden volgens de nationale voorschriften voor radioactieve stoffen.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Glazen injectieflacon (Type I) afgesloten met een rubber stop en gefelst met een aluminium felskap. Beschikbare verpakkingsgrootten: 37, 74, 185 en 370 MBq.

6.6 Speciale maatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Algemene waarschuwingen

Radioactieve geneesmiddelen mogen uitsluitend worden ontvangen, gebruikt en toegediend door bevoegde personen in een daartoe bestemde klinische omgeving. De ontvangst, opslag, het gebruik, vervoer en de afvoer vallen onder de voorschriften en/of betreffende vergunningen van de bevoegde officiële instantie.

Radioactieve geneesmiddelen dienen te worden bereid met inachtneming van zowel stralingsveiligheids- als farmaceutische kwaliteitseisen. Adequate aseptische voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen.

Als tijdens de bereiding van dit product de flacon beschadigd raakt, mag deze niet gebruikt worden.

Toedieningsprocedures moeten zodanig worden uitgevoerd dat het risico op contaminatie van het geneesmiddel en stralingsblootstelling van de gebruikers tot een minimum worden beperkt. Adequate afscherming is verplicht.

Patiënten die behandeld zijn met radiofarmaca vormen een risicofactor voor andere personen vanwege de externe stralingsbelasting of vanwege besmetting door spetters urine, braaksel e.d. Voorzorgsmaatregelen in overeenstemming met nationale regelgeving betreffende stralingsveiligheid dienen om die reden te worden nageleefd.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften

7 HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Curium Netherlands B.V.

Westerduinweg 3

1755 LE Petten

8 NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 57739

9 DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/ VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 12 november 1996

Datum van laatste verlenging: 12 november 2016

10. DATUM VAN DE HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 15 mei 2019

11. DOSIMETRIE

I-123 wordt verkregen door protonbestraling van verrijkt Xenon. Afhankelijk van het productieproces van I-123 kunnen er onzuiverheden, zoals I-125 en Te-121 aanwezig zijn als radiocontaminanten met een langere levensduur. De radionuclidische zuiverheid van I-123 injectie is op ART ≥ 99.85% en bij expiratie 99.7%. De enige detecteerbare verontreinigingen zijn Te-121 ≤ 900 Bq/MBq en I-125 ≤ 1500 Bq/MBq op het einde van de houdbaarheidstermijn, waardoor de stralingsdosimetrie in de verschillende organen hoger kan uitvallen, zoals aangegeven onder de tabellen.

De stralingsdosimetrie als beschreven in ICRP-publikatie nr. 53 (1987) is als volgt:

I-123 13,2 uur

Schildklier geblokkeerd, opname 0%

Geabsorbeerde dosis per toegediende activiteitseenheid (mGy/MBq)

OrgaanVolwassene15 jaar10 jaar5 jaar1 jaar
Bijnieren0,0070,00870,0140,0210,039
Blaaswand0,090,110,160,240,45
Botoppervlak0,00810,00970,0150,0240,046
Borst0,00560,00560,00810,0130,025
OrgaanVolwassene15 jaar10 jaar5 jaar1 jaar
Maag darmkanaal:
Maagwand0,00690,00850,0140,0210,037
Dunnedarm0,00850,010,0160,0250,046
ULI wand0,0080,00990,0150,0240,043
LLI wand0,00970,0120,0190,0290,054
Nieren0,0110,0140,020,0290,051
Lever0,00670,00820,0130,020,037
Longen0,00610,00780,0120,0190,035
Ovaria0,00980,0120,0190,030,053
Pancreas0,00760,00910,0140,0220,041
Rode merg0,00940,0110,0170,0260,047
Milt0,0070,00830,0130,020,037
Testes0,00690,00940,0150,0250,048
Schildklier0,00510,00770,0120,020,037
Uterus0,0140,0170,0280,0430,076
Andere weefsels0,00640,00770,0120,0190,035
Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq)0,0130,0160,0240,0370,067

(Volgens ICRP 80 bedraagt de effectieve dosis voor volwassenen 0,011 mSv/MBq.)

Het effectieve dosisequivalent bij volwassenen na intraveneuze toediening van 14,8 MBq (maximale dosering) bedraagt 0,19 mSv.

Effect van radionuclidische onzuiverheden:

Radionucleaire verontreiniging met I-125 en Te-121 geven een bijdrage van 0,002 mSv op ART en 0,006 mSv bij expiratie.

Incomplete blokkering

Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq) bij een kleine opname in de schildklier:

Volwassene 15 jaar 10 jaar 5 jaar 1 jaar

Opname: 0,5 % 0,016 0,02 0,031 0,052 0,096

Opname: 1 % 0,019 0,025 0,038 0,067 0,13

Opname: 2 % 0,025 0,034 0,052 0,099 0,18

Schildklier opname 15%

Geabsorbeerde dosis per toegediende activiteitseenheid (mGy/MBq)

OrgaanVolwassene15 jaar10 jaar5 jaar1 jaar
Bijnieren0,00630,00830,0130,020,037
Blaaswand0,0760,0950,140,210,38
Botoppervlak0,00710,00910,0140,0220,041
Borst0,00470,00470,00730,0120,023
Maag darmkanaal:
Maagwand0,0680,0850,120,200,38
Dunnedarm0,0430,0540,0910,140,27
ULI wand0,0180,0190,0290,0450,077
OrgaanVolwassene15 jaar10 jaar5 jaar1 jaar
LLI wand0,0110,0140,0220,0330,060
Nieren0,010,0130,0180,0270,046
Lever0,00620,00760,0130,0210,038
Longen0,00570,00720,0110,0180,034
Ovaria0,0120,0160,0250,0380,068
Pancreas0,0140,0160,0240,0350,061
Rode merg0,00940,0120,0170,0250,043
Milt0,00950,0110,0170,0250,044
Testes0,00530,00720,0120,0200,038
Schildklier1,93,04,59,819,0
Uterus0,0150,0190,0310,0490,086
Andere weefsels0,00680,00850,0130,0210,039
Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq)0,0750,110,170,350,65

De effectieve dosis bij volwassenen na intraveneuze toediening van 14,8 MBq (maximale dosering) bedraagt 1,1 mSv.

Effect van radionuclidische onzuiverheden:

Radionucleaire verontreiniging met I-125 en Te-121 geven een bijdrage van 0,03 mSv op ART en 0,1 mSv bij expiratie.

Schildklier opname 35%

Geabsorbeerde dosis per toegediende activiteitseenheid (mGy/MBq)

OrgaanVolwassene15 jaar10 jaar5 jaar1 jaar
Bijnieren0,00650,00840,0130,0210,038
Blaaswand0,0600,0740,110,160,30
Botoppervlak0,00790,0110,0160,0250,046
Borst0,00520,00520,00850,0150,027
Maag darmkanaal:
Maagwand0,0680,0850,120,200,38
Dunnedarm0,0420,0540,0900,140,27
ULI wand0,0180,0190,0290,0450,076
LLI wand0,0100,0140,0210,0320,058
Nieren0,00910,0110,0160,0240,041
Lever0,00630,00780,0130,0210,040
Longen0,00650,00860,0140,0220,042
Ovaria0,0110,0150,0240,0370,066
Pancreas0,0140,0160,0240,0360,062
Rode merg0,0100,0130,0190,0280,048
Milt0,00960,0110,0170,0250,045
Testes0,00500,00680,0110,0180,035
Schildklier4,57,011,023,043,0
Uterus0,0140,0170,0290,0440,079
Andere weefsels0,00800,0100,0160,0260,049
OrgaanVolwassene15 jaar10 jaar5 jaar1 jaar
Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq)0,150,230,350,741,4

(Volgens ICRP 80 bedraagd de effectieve dosis voor volwassenen 0,22 mSv/ MBq).

De effectieve dosis bij volwassenen na intraveneuze toediening van 14,8 MBq (maximale dosering) bedraagt 2,2 mSv.

Effect van radionuclidische onzuiverheden:

Radionucleaire verontreiniging met I-125 en Te-121 geven een bijdrage van 0,07 mSv op ART en 0,22 mSv bij expiratie.

Schildklier opname 55%

Geabsorbeerde dosis per toegediende activiteitseenheid (mGy/MBq)

OrgaanVolwassene15 jaar10 jaar5 jaar1 jaar
Bijnieren0,00650,00850,0140,0210,039
Blaaswand0,0430,0530,0790,120,22
Botoppervlak0,00860,0120,0180,0280,051
Borst0,00560,00560,00950,0170,031
Maag darmkanaal:
Maagwand0,0680,0850,120,200,39
Dunnedarm0,0420,0540,0910,140,27
ULI wand0,0180,0190,0290,0440,076
LLI wand0,00980,0130,0200,0300,055
Nieren0,00910,0110,0160,0240,041
Lever0,00640,00790,0130,0220,041
Longen0,00720,00970,0160,0260,048
Ovaria0,0110,0150,0230,0360,064
Pancreas0,0140,0160,0250,0360,063
Rode merg0,0110,0150,0210,0300,052
Milt0,00970,0110,0170,0260,046
Testes0,00460,00620,0100,0160,032
Schildklier7,011,017,036,068,0
Uterus0,0120,0160,0260,0400,072
Andere weefsels0,00920,0120,0190,0310,058
Effectieve dosis equivalent (mSv/MBq)0,230,350,531,12,1

De effectieve dosis bij volwassenen na intraveneuze toediening van 14,8 MBq (maximale dosering) bedraagt 3,4 mSv.

Effect van radionuclidische onzuiverheden:

Radionucleaire verontreiniging met I-125 en Te-121 geven een bijdrage van 0,12 mSv op ART en 0,36 mSv bij expiratie.

12. INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN

De natriumjodide (I-123)-oplossing is gebruiksklaar.

Optrekken van de oplossing dient onder aseptische condities plaats te vinden. De flacon mag niet worden geopend voordat de stop gedesinfecteerd is. De oplossing dient te worden opgetrokken via de stop met een naald voor eenmalig gebruik die is uitgerust met een geschikte beschermende huls en een steriele wegwerpnaald.

Als de flacon beschadigd is, mag het product niet gebruikt worden.

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 57739

Datum van herziening volgens de tekst: 15-05-2019

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Sodium Iodide (I123) Injection, oplossing voor injectie

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stof Natriumjodide (123i)
Farmaceutische vorm Oplossing voor injectie
Hulpstoffen Natriumchloride, natriumwaterstofcarbonaat (e 500 (ii)), water, gezuiverd
ATC-indeling
  1. V Diverse geneesmiddelgroepen
    1. V09 Diagnostische radiofarmaca
      1. V09F Diagnostische radiofarmaca voor de schildklier
        1. V09FX Diverse diagnostische radiofarmaca voor de schildklier
          1. V09FX02 Natriumjodide (123i)
Registratiehouder Curium Netherlands B.V.
Registratie 57739 sinds 12-11-1996

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.