Bijsluiter-info.nl

MONTEK 10 – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
40 GBq

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - MONTEK 10

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

MONTEK 10-40 GBq radionuclide generator

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Natriumpertechnetaat (99mTc) wordt geproduceerd door middel van een (99Mo/99mTc)-generator. Technetium (99mTc) vervalt onder emissie van gammastraling met een gemiddelde energie van 140 keV en een halveringstijd van 6,01 uur tot technetium (99Tc) dat door de lange halveringstijd van 2,13 x 105 jaar kan worden beschouwd als bijna stabiel.

De radionuclidegenerator met de moederisotoop 99Mo, geabsorbeerd aan een chromatografiekolom, geeft een steriele oplossing van natriumpertechnetaat (99mTc) voor injectie af.

Het 99Mo in de kolom is in evenwicht met de gevormde dochterisotoop 99mTc. De generatoren worden geleverd met de volgende eenheden 99Mo activiteit op activiteitsreferentietijdstip die de volgende hoeveelheid (99mTc) afgeeft, uitgaand van een theoretische 100% elutie-opbrengst, berekent 24 uur na de laatste elutie en een vertakkingsverhouding van ongeveer 87 % 99mTc uit 99Mo:

99mTc activiteit (maximum theoretische geëlueerde activiteit op kalibratiedatum, 08.00 h GMT +3)8,312,616,821,125,329,633,9GBq
99Mo activiteit (op kalibratiedatum, 08.00 h GMT +3)10152025303540GBq

De hoeveelheid technetium (99mTc) die bij één elutie beschikbaar komt, is afhankelijk van de elutieopbrengst van de generator, zoals aangegeven door de fabrikant en door de Nationale Competente Autoriteit goedgekeurd.

Hulpstof met bekend effect:

Elke ml natriumpertechnetaat (99mTc) -oplossing bevat 3,54 mg natrium.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Radionuclide generator.

Cilindervormig lichaam en sluiting, omhuld door plastic, bevestigd aan het lichaam met 2 klemmen, met een houder bovenop.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.

Het eluaat van de radionuclide generator (natriumpertechnetaat (99mTc) voor injectie, Ph.Eur.), is geïndiceerd voor:

Labeling van diverse kits voor bereiding van een radioactief geneesmiddel dat is ontwikkeld en goedgekeurd voor radiolabeling met een dergelijke oplossing.

Schildklierscintigrafie: directe beeldvorming en meting van de schildklieropname om informatie te geven over de grootte, positie, nodulatie en functie van de klier bij schildklieraandoeningen.

Speekselklierscintigrafie: diagnose van chronische sialadenitis (bijv. Sjögren-syndroom) evenals voor bepaling van de speekselklierfunctie en doorgankelijkheid van de afvoerbuis bij speekselklieraandoeningen en monitoring van de respons op therapeutische interventies (in het bijzonder radiotherapie met jodium).

Locatie van ectopisch maagslijmvlies (Meckel-divertikel).

Traanbuisscintigrafie voor beoordeling van traanafvloedbelemmeringen en monitoring van de respons op therapeutische interventies.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering

Als natriumpertechnetaat (99mTc) intraveneus wordt toegediend, hangt de activiteit af van de gewenste klinische informatie en van de gebruikte apparatuur. De injectie van activiteiten hoger dan lokale DRL's (diagnostische referentiespiegels) moeten worden onderbouwd. Aanbevolen activiteiten zijn:

Volwassenen (70 kg) en ouderen

  • Schildklierscintigrafie: 20-80 MBq.
  • Speekselklierscintigrafie: 30 - 150 MBq voor statische beelden, maximaal 370 MBq voor dynamische beelden.
  • Meckel's divertikelscintigrafie: 300 - 400 MBq.
  • Traanbuisscintigrafie: 2-4 MBq per druppel per oog.

Nierfunctiestoornis

De toe te dienen activiteit moet zorgvuldig worden overwogen aangezien bij deze patiënten verhoogde blootstelling aan straling mogelijk is.

Pediatrische patiënten:

Het gebruik bij kinderen en adolescenten moet zorgvuldig worden overwogen op basis van de klinische noodzaak en beoordeling van de baten/risicoverhouding in deze patiëntengroep.

De aan kinderen en adolescenten toe te dienen activiteit kan worden berekend aan de hand van de richtlijnen van de European Association of Nuclear Medicine (EANM) pediatrische doseringskaart; De toegediende activiteit aan kinderen en adolescenten kan berekend worden door vermenigvuldiging van een baseline activiteit (voor berekeningsdoeleinden) met de gewichtsafhankelijke correctiefactor in de tabel hieronder (zie tabel 1):

A[MBq]toegediend = basishoeveelheid activiteit x vermenigvuldigingsfactor

Schildklierscintigrafie: Toegediende activiteit [MBq] = 5,6 MBq x correctiefactor (tabel 1), waarbij een minimale activiteit van 10 MBq nodig is om beelden van voldoende kwaliteit te verkrijgen.

Identificatie/lokalisering van ectopisch maagslijmvlies: Toegediende activiteit [MBq] = 10,5 MBq x correctiefactor (tabel 1). Een minimale activiteit van 20 MBq is nodig om beelden van voldoende kwaliteit te krijgen.

Tabel 1: gewichtsafhankelijke correctiefactoren in de pediatrische patiëntenpopulatie (voor schildklierscintigrafie en identificatie/lokalisering van ectopisch maagslijmvlies) volgens EANM-mei 2008 richtlijnen

Gewicht [kg]FactorGewicht [kg]FactorGewicht [kg]Factor
31225,29429,14
41,14245,71449,57
61,71266,144610,00
82,14286,434810,29
102,71306,865010,71
123,14327,2952-5411,29
143,57347,7256-5812,00
164,00368,0060-6212,71
184,43388,4364-6613,43
204,86408,866814,00

Speekselklierscintigrafie: De Pediatrische Taakgroep van de EANM (1990) beveelt aan de aan een kind toe te dienen activiteit te berekenen aan de hand van het lichaamsgewicht volgens onderstaande tabel 2, met een minimale activiteit van 10 MBq om beelden van voldoende kwaliteit te krijgen.

Tabel 2: Gewicht afhankelijke correctiefactor voor de pediatrische patiëntenpopulatie (voor schildklierscintigrafie) volgens EANM 1990 aanbevelingen

Gewicht [kg]FactorGewicht [kg]FactorGewicht [kg]Factor
30,1220,50420,78
40,14240,53440,80
60,19260,56460,82
80,23280,58480,85
100,27300,62500,88
120,32320,6552-540,90
140,36340,6856-580,92
160,40360,7160-620,96
180,44380,7364-660,98
200,46400,76680,99

Traanbuisscintigrafie: de aanbevolen activiteiten gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Wijze van toediening

Voor intraveneus of oculair gebruik.

Voor meervoudig gebruik.

Voor instructies betreffende ex tempore bereiding van het geneesmiddel vóór toediening, zie rubriek 12.

Voor voorbereiding van de patiënt, zie rubriek 4.4.

Bij schildklierscintigrafie, speekselklierscintigrafie en identificatie/lokalisering van ectopisch maagslijmvlies wordt de natriumpertechnetaat (99mTc) -oplossing via intraveneuze injectie toegediend.

Bij traanbuisscintigrafie worden de druppels in elk oog gedruppeld (oculair gebruik).

Beeldacquisitie

Schildklierscintigrafie: 20 minuten na intraveneuze injectie.

Speekselklierscintigrafie: onmiddellijk na intraveneuze injectie en met regelmatige tussenpozen tot maximaal 15 minuten na injectie.

Identificatie/lokalisering van ectopisch maagslijmvlies (Meckel-divertikel): onmiddellijk na intraveneuze injectie en met regelmatige tussenpozen gedurende 30 minuten.

Traanbuisscintigrafie: acquisitie van dynamische beelden binnen 2 minuten na indruppelen, gevolgd door statische beelden verkregen met regelmatige tussenpozen binnen 20 minuten.

4.3 Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Potentieel voor overgevoeligheidsreacties of anafylactische reacties

Als zich overgevoeligheidsreacties of anafylactische reacties voordoen, moet de toediening van het geneesmiddel onmiddellijk worden gestaakt en indien nodig een intraveneuze behandeling worden ingesteld. Om in noodsituaties onmiddellijk te kunnen ingrijpen, moeten de noodzakelijke geneesmiddelen en medische apparatuur als een endotracheale tube en een beademingsapparaat direct voorhanden zijn.

Individuele rechtvaardiging van de baten/risico’s

Voor iedere patiënt moet de blootstelling aan ioniserende straling door het waarschijnlijke voordeel te rechtvaardigen zijn. De toegediende activiteit moet in elk geval zo laag mogelijk zijn als redelijkerwijs kan worden bereikt om de vereiste diagnostische informatie te verkrijgen.

Nierfunctiestoornis

Bij deze patiënten moet de baten/risicoverhouding zorgvuldig worden beoordeeld aangezien verhoogde blootstelling aan straling kan optreden.

Pediatrische patiënten

Voor informatie over toepassing bij pediatrische patiënten, zie rubriek 4.2.

Zorgvuldige beoordeling van de indicatie is vereist omdat de effectieve dosis per MBq hoger is dan bij volwassenen (zie rubriek 11).

Blokkering van de schildklier is vooral van belang in de pediatrische patiëntenpopulatie, behalve bij schildklierscintigrafie.

Voorbereiding van de patiënt

Voorbehandeling van patiënten met middelen die de schildklierwerking blokkeren of verminderen kan bij bepaalde indicaties noodzakelijk zijn.

De patiënt moet voor aanvang van het onderzoek goed gehydrateerd zijn en worden aangespoord om in de eerste uren na het onderzoek zo vaak mogelijk de blaas te ledigen om de hoeveelheid straling te verminderen.

Om vals-positieve uitslagen te voorkomen of om de straling te minimaliseren door de ophoping van pertechnetaat in de schildklier en speekselklieren te verminderen, moet vóór traanbuisscintigrafie of Meckel-divertikelscintigrafie een schildklierblokkerend middel worden toegediend. Omgekeerd mag een schildklierblokkerend middel NIET worden gebruikt voorafgaand aan een schildklier, bijschildklier of speekselklierscintigrafie.

Bij Meckel-divertikelscintigrafie mag de patiënt gedurende 3 tot 4 uur voor het toedienen van de natriumpertechnetaat (99mTc)-oplossing niets eten of drinken om de dunnedarmperistaltiek beperkt te houden.

Na in vivo labeling van erytrocyten met tin-ionen voor reductie, wordt natriumpertechnetaat (99mTc) in de eerste plaats opgenomen in de erytrocyten. Daarom moet Meckel-scintigrafie vóór of enkele dagen na in vivo labeling van erytrocyten worden uitgevoerd.

Na afloop van de procedure

Nauw contact met zuigelingen en zwangere vrouwen moet gedurende 12 uur worden beperkt.

Specifieke waarschuwingen

Natriumpertechnetaat (99mTc) oplossing voor injectie bevat 3,54 mg/ml natrium.

Afhankelijk van het tijdstip waarop u de injectie toedient, kan de hoeveelheid natrium die aan de patiënt wordt toegediend in sommige gevallen meer zijn dan 1 mmol (23 mg). Hierbij moet rekening worden gehouden bij patiënten met een natriumbeperkt dieet.

Wanneer natriumpertechnetaat (99mTc) oplossing gebruikt wordt voor labeling van een kit, dient bij bepaling van de totale natriuminhoud rekening te worden gehouden met het natrium afgeleid uit het eluaat en de kit. Zie de bijsluiter van de betreffende kit.

Bij speekselklierscintigrafie moet een lagere specificiteit van de methode worden verwacht dan bij MR-sialografie.

De voorzorgen met betrekking tot omgevingsgevaar staan vermeld in rubriek 6.6.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Bij beeldvorming van het abdomen kunnen geneesmiddelen zoals atropine, isoprenaline en analgetica vertraging van de maaglediging en redistributie van het (99mTc)-pertechnetaat veroorzaken.

Er dienen geen laxantia te worden gebruikt aangezien deze het maag-darmkanaal irriteren. In de 48 uur voorafgaand aan toediening van pertechnetaat (99mTc) voor Meckeldivertikelscintigrafie dienen bij voorkeur geen met contrast versterkte onderzoeken (bijv. barium) en onderzoeken van het bovenste gedeelte van het maag-darmkanaal te worden uitgevoerd.

Van geneesmiddelen is bekend dat ze de opname door de schildklier beïnvloeden:

  • het gebruik van thyreostatica (bijv. carbimazol of andere imidazolderivaten als propylthiouracil), salicylaten, steroïden, natriumnitroprusside, natriumsulfobromoftaleïne en perchloraat moet gedurende 1 week voorafgaand aan schildklierscintigrafie worden stopgezet;
  • het gebruik van fenylbutazon en expectorantia moet gedurende 2 weken worden stopgezet;
  • het gebruik van natuurlijke of synthetische thyreomimetica (bijv. natriumthyroxine, natriumliothyronine, schildklierextract) moet gedurende 2-3 weken worden stopgezet;
  • het gebruik van amiodaron, benzodiazepinen en lithium moet gedurende 4 weken worden stopgezet;
  • in de 1-2 voorafgaande maanden mogen geen intraveneuze contrastmiddelen zijn toegediend.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Vrouwen in de vruchtbare leeftijd

Wanneer het noodzakelijk is radioactieve geneesmiddelen toe te dienen aan een vrouw in de vruchtbare leeftijd, dient altijd navraag te worden gedaan naar eventuele zwangerschap. Van iedere vrouw die over tijd is, moet worden aangenomen dat ze zwanger is totdat het tegendeel is aangetoond. In geval van twijfel (als er een menstruatie is overgeslagen, als de menstruatie zeer onregelmatig is, enz.) dienen andere technieken, die niet gebruik maken van ioniserende straling, te worden overwogen (als deze beschikbaar zijn).

Zwangerschap

Toediening van natriumpertechnetaat (99mTc) aan een zwangere vrouw moet onderbouwd worden door de medische noodzaak en het te verwachten voordeel moet opwegen tegen het door moeder en foetus te lopen risico.

Andere diagnostische technieken, die niet gebruik maken van ioniserende straling, moeten worden overwogen.

Van 99mTc (als vrij pertechnetaat) is aangetoond dat het de placenta passeert.

Borstvoeding

Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan een moeder die borstvoeding geeft, dient te worden overwogen of het onderzoek redelijkerwijs kan worden uitgesteld tot de moeder de borstvoeding heeft beëindigd en of wel het geschiktste radiofarmacon is gekozen gezien de mogelijke uitscheiding van de radioactiviteit in de melk. Indien de toediening noodzakelijk wordt geacht, moet de borstvoeding gedurende 12 uur na toediening worden onderbroken en de afgekolfde melk worden vernietigd.

Nauw contact met zuigelingen moet gedurende deze periode worden beperkt.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

De natriumpertechnetaat (99mTc)-oplossing heeft geen invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel

Informatie over bijwerkingen is afkomstig van spontane meldingen. De gemelde bijwerkingen zijn anafylactoïde reacties, vegetatieve reacties evenals verschillende typen reacties op de injectieplaats.

Natriumpertechnetaat (99mTc) uit de MONTEK-generator wordt gebruikt voor het radioactief labellen van verschillende stoffen. Deze stoffen hebben doorgaans een groter potentieel voor bijwerkingen dan 99mTc; de gemelde bijwerkingen zijn dan ook meer gerelateerd aan de gelabelde verbindingen dan aan 99mTc. De mogelijke bijwerkingen na intraveneuze toediening van een 99mTc-gelabeld geneesmiddel hangen af van de specifieke stof die gebruikt is. Deze informatie staat vermeld in de samenvatting van de productkenmerken van de kit die wordt gebruikt voor de bereiding van het radioactieve geneesmiddel.

Overzicht van bijwerkingen

De volgende frequentiegroep wordt gebruikt:

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Immuunsysteemaandoeningen

Frequentie niet bekend*: Anafylactoïde reacties (bv dyspneu, coma, urticaria, erytheem, huiduitslag, jeuk, oedeem op verschillende plaatsen bijv. gezichtsoedeem)

Zenuwstelselaandoeningen

Frequentie niet bekend*: vasovagale reacties ( bijv. syncope, tachycardie, bradycardie, duizeligheid, hoofdpijn, troebel zicht, vasodilatatie)

Maagdarmstelselaandoeningen

Frequentie niet bekend*: braken, misselijkheid, diarree

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

Frequentie niet bekend*: reacties op de injectieplaats door extravasatie (bijv. cellulitis, pijn, erytheem, zwelling)

* Bijwerkingen afkomstig van spontane meldingen.

Blootstelling aan ioniserende straling is in verband gebracht met het ontstaan van kanker en met de kans op het ontstaan van erfelijke afwijkingen. Aangezien de effectieve dosis 5,2 mSv is wanneer de maximale aanbevolen activiteit van 400 MBq wordt toegediend, is de kans op deze bijwerkingen klein.

Beschrijving van bepaalde bijwerkingen

Anafylactoïde reacties: (bv dyspneu, coma, urticaria, erytheem, huiduitslag, jeuk, oedeem op verschillende plaatsen [bijv. gezichtsoedeem]).

Anafylactoïde reacties zijn gerapporteerd na intraveneuze injectie van natriumpertechnetaat (99mTc) en omvatten huidreacties en respiratoire reacties zoals irritatie van de huid, oedeem of dyspneu.

Vegetatieve reacties (zenuwstelsel en gastro-intestinale reacties)

Er zijn enkele alleenstaande rapporten van ernstige vegetatieve reacties, echter de meeste gerapporteerde vegetatieve reacties beschrijven gastro-intestinale reacties zoals misselijkheid en braken. Andere rapporten beschrijven vasovagale reacties als hoofdpijn en duizeligheid. Vegetatieve reacties worden eerder beschouwd als verband houdend met de procedure dan met technetium (99mTc), vooral bij angstige patiënten.

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

Andere rapporten beschrijven lokale reacties ter hoogte van de injectieplaats. Deze reacties houden verband met extravasatie van het radioactieve materiaal gedurende de injectie. De gerapporteerde reacties gaan van lokale zwelling tot cellulitis. Afhankelijk van de toegediende radioactiviteit en de gelabelde stof, kan het mogelijk zijn dat uitgebreide extravasatie chirurgisch behandeld moet worden.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

In het geval van een overdosering van toegediende straling door natriumpertechnetaat (99mTc) dient de geabsorbeerde dosis waar mogelijk gereduceerd te worden door het verhogen van de eliminatie van het radionuclide uit het lichaam door defaecatie, geforceerde diurese en het frequent doen lozen van urine.

De opname in de schildklier, speekselklieren en het maagslijmvlies kan aanzienlijk worden verminderd wanneer na een accidentele hoge dosis natriumpertechnetaat (99mTc) onmiddellijk natriumperchloraat wordt toegediend.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Diagnostische radiofarmaceutica, diverse diagnostische radiofarmaca voor de schildklier, ATC-code: V09F X01.

Er is geen farmacologische activiteit geconstateerd bij de doses toegediend voor diagnostische doeleinden

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Distributie

Het pertechnetaation vertoont eenzelfde biologische distributie als jodide- en perchloraationen met tijdelijke concentratie in speekselklieren, plexus choroideus, maag (maagslijmvlies) en schildklier, waaruit het onveranderd wordt geëlimineerd. Het pertechnetaation neigt ook tot concentratie in gebieden met verhoogde vascularisatie of met abnormale vasculaire permeabiliteit, in het bijzonder wanneer voorbehandeling met blokkerende middelen de opname in glandulaire structuren remt. Bij een intacte bloedhersenenbarriëre dringt pertechnetaat (99mTc) niet door in het hersenweefsel.

Opname in organen

In het bloed wordt 70-80 % van het intraveneus geïnjecteerde pertechnetaat (99mTc) gebonden aan eiwitten, primair aspecifiek aan albumine. De niet-gebonden fractie (20-30 %) hoopt zich tijdelijk op in de schildklier en speekselklieren, de maag- en neusslijmvliezen en in de plexus choroideus.

In tegenstelling tot jodium wordt pertechnetaat (99mTc) daarentegen niet gebruikt voor de synthese van schildklierhormonen (organificatie) noch geabsorbeerd in de dunne darm. In de schildklier wordt de maximale accumulatie, afhankelijk van de functionele toestand en jodiumverzadiging (bij euthyreoïdie ongeveer 0,3-3 %, bij hyperthyreoïdie en jodiumdepletie maximaal 25 %), ca. 20 minuten na injectie bereikt waarna deze snel weer daalt. Dit geldt ook voor de pariëtale cellen van het maagslijmvlies en voor de acinaire cellen van de speekselklieren.

In tegenstelling tot de schildklier, die pertechnetaat (99mTc) weer aan de bloedstroom afgeeft, scheiden respectievelijk de speekselklieren en de maag natriumpertechnetaat (99mTc) in het speeksel en maagsap. De ophoping door de speekselklier ligt in de orde van grootte van 0,5 % van de toegediende activiteit waarbij het maximum na ca. 20 minuten wordt bereikt. Eén uur na injectie is de concentratie in het speeksel ongeveer 10-30 keer hoger dan in het plasma. De excretie kan worden versneld door citroensap of door stimulatie van het parasympathische zenuwstelsel; de absorptie wordt geremd door perchloraat.

Eliminatie

De plasmahalfwaardetijd is ongeveer 3 uur. Pertechnetaat (99mTc) metaboliseert niet in het organisme. Eén fractie wordt zeer snel via de nieren geëlimineerd, de rest langzamer via feces, speeksel en traanvocht. De uitscheiding in de eerste 24 uur na toediening is voornamelijk in de urine (ongeveer 25 %) met fecale uitscheiding gedurende de daaropvolgende 48 uur. Ongeveer 50 % van de toegediende activiteit wordt binnen de eerste 50 uur uitgescheiden. Wanneer de selectieve opname van pertechnetaat (99mTc) in glandulaire structuren wordt geremd door toediening vooraf van blokkerende middelen, volgt de uitscheiding dezelfde routes maar is er een hogere renale klaring.

Bovenstaande gegevens zijn niet van toepasssing wanneer natriumpertechnetaat (99mTc) wordt gebruikt voor labeling van een andere radiofarmaceuticum.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Er is geen informatie over acute, subacute en chronische toxiciteit door eenmalige of herhaalde toediening van een dosis. De hoeveelheid toegediende natrium-pertechnetaat (99mTc) tijdens klinisch diagnostisch onderzoek is zeer klein en met uitzondering van allergische reacties zijn er geen andere bijwerkingen gemeld.

Dit geneesmiddel is niet bedoeld voor regelmatige of continue toediening.

Er zijn geen mutageniteitsonderzoeken en langlopende carcinogeniteitsonderzoeken uitgevoerd.

Reproductietoxiciteit

Passage van de placenta van 99mTc van intraveneus toegediende natriumpertechnetaat (99mTc) is onderzocht in muizen. De zwangere baarmoeder bleek maar liefst 60% van het geïnjecteerde technetium-99m te bevatten na toediening zonder voorbehandeling met perchloraat. Onderzoek uitgevoerd op zwangere muizen gedurende de zwangerschap, de zwangerschap en de zoogperiode, en de zoogperiode alleen, lieten veranderingen zien in het nageslacht. Deze veranderingen omvatten gewichtsverlies, kaalheid en steriliteit.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Aluminiumoxide

Molybdeentrioxide

Natriumhydroxide

Waterstofperoxide 30 %

Natriumhydroxide 1 M (pH-aanpassing)

Zoutzuur 4 M (pH-aanpassing)

Zoutzuur 1 M (pH-aanpassing)

Natriumchloride 9 mg/ml (0,9%) oplossing voor injectie

Water voor injecties

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen dan die vermeld zijn in rubriek 12.

6.3 Houdbaarheid

Generator: 21 dagen na fabricagedatum.

De calibratiedatum en houdbaarheid zijn aangegeven op het etiket.

Natriumpertechnetaat (99mTc) eluaat: na elutie, gebruik binnen 8 uur.

Elutieflessen: 2 jaar

Oplossing voor elutie: 2 jaar

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaar de generator en het eluaat, natriumpertechnetaat (99mTc) injectie beneden 25 ºC in de oorspronkelijke verpakking. Niet in de vriezer bewaren.

Eluaat: Voor de bewaarcondities na elutie van het geneesmiddel, zie rubriek 6.3.

De opslag van radiofarmaceutica dient in overeenstemming te zijn met de nationale voorschriften voor radioactieve materialen.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Primaire verpakking

Radionuclidegenerator: Kolom van kleurloos, natuurlijk type I-glas met broombutylrubberen stop, aluminium dop, roestvrije stalen naaldenset.

Vacuüm flacon: 20ml-flacon van kleurloos, natuurlijk type I-glas met broombutylrubberen stop en aluminium dop.

Natriumchlorideoplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie. 5 ml, 10 ml: 20ml-flacon van kleurloos, natuurlijk type I-glas met broombutylrubberen stop en aluminium dop.

Secundaire verpakking

Radionuclidegenerator: loodschild

Vacuüm flacon: kartonnen doos.

5 ml en 10 ml NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie: kartonnen doos.

Beschikbare accessoires

Flacons met het eluent NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie

Het eluent, NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie, is beschikbaar in 2 verschillende volumes, namelijk de elutievolumes 5 ml en 10 ml, zodat het eluaat uit de generator in verschillende radioactieve concentraties kan worden verzameld.

Verpakkingen van 5 flacons met 5 ml en 5 flacons met 10 ml NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie.

De volgende opties zijn beschikbaar en kunnen naar wens worden besteld:

Verpakkingen van 10 flacons met 5 ml NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie of 10 flacons met 10 ml NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie. De flacons zijn per 5 stuks in dozen verpakt.

Vacuüm elutieflacons

Verpakkingen van 10 flacons. De flacons zijn per 5 stuks in dozen verpakt.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Algemene waarschuwingen

Radioactieve geneesmiddelen mogen alleen worden ontvangen, gebruikt en toegediend door bevoegd personeel in daarvoor ingerichte klinische omstandigheden. Ontvangst, bewaring, gebruik, vervoer en afvoer moeten voldoen aan de reglementen en/of van toepassing zijnde vergunningen van plaatselijke daarvoor bevoegde officiële instanties.

Radiofarmaca voor toediening aan patiënten dienen door de gebruiker zodanig te worden bereid dat voldaan wordt aan veiligheidseisen ten aanzien van zowel straling als aan farmaceutische kwaliteitseisen. Passende voorzorgsmaatregelen aangaande de steriliteit moeten worden genomen.

Als op enig moment de integriteit van de Radionuclidegenerator of de flacon is aangetast, mag dit product niet worden gebruikt.

De toedieningsprocedures moeten zodanig worden uitgevoerd dat het risico van besmetting van het geneesmiddel en stralingsbesmetting voor de gebruikers zoveel mogelijk wordt beperkt. Adequate afscherming is verplicht.

De toediening van radiofarmaceutische geneesmiddelen levert voor anderen gevaar op door externe straling of besmetting door morsen van urine, braaksel, enz. Er moeten derhalve voorzorgsmaatregelen ter bescherming tegen straling worden getroffen in overeenstemming met de nationale voorschriften.

Vóór vernietiging moet de restactiviteit van de generator worden geschat.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Curium Romania SRL

Strada Gradinarilor nr.1 Pantelimon

077145 Roemenië

8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 128052

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 15 november 2021

Datum van laatste verlenging: 30 augustus 2026

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 9: 24 april 2026

11. DOSIMETRIE

De onderstaande gegevens zijn afkomstig van de ICRP 80 en worden berekend aan de hand van de volgende aannamen:

(I) Zonder voorbehandeling met een blokkerend middel:

OrgaanGeabsorbeerde dosis per toegediende eenheid activiteit (mGy/MBq)
Volwassene15 jaar10 jaar5 jaar1 jaar
Bijnieren0,00370,00470,00720,0110,019
Blaaswand0,0180,0230,0300,0330,060
Botoppervlakken0,00540,00660,00970,0140,026
Hersenen0,00200,00250,00410,00660,012
Mamma0,00180,00230,00340,00560,011
Galblaas0,00740,00990,0160,0230,035
Maag-darmkanaal
  • Maagwand
0,0260,0340,0480,0780,16
  • Dunne darm
0,0160,0200,0310,0470,082
  • Colon
0,0420,0540,0880,140,27
  • Wand colon ascendens
0,0570,0730,120,200,38
  • Wand colon descendens
0,0210,0280,0450,0720,13
Hart0,00310,00400,00610,00920,017
Nieren0,00500,00600,00870,0130,021
Lever0,00380,00480,00810,0130,022
Longen0,00260,00340,00510,00790,014
Spieren0,00320,00400,00600,00900,016
Oesofagus0,00240,00320,00470,00750,014
Ovaria0,0100,0130,0180,0260,045
Pancreas0,00560,00730,0110,0160,027
Rood beenmerg0,00360,00450,00660,00900,015
Speekselklieren0,00930,0120,0170,0240,039
Huid0,00180,00220,00350,00560,010
Milt0,00430,00540,00810,0120,021
Testes0,00280,00370,00580,00870,016
Thymus0,00240,00320,00470,00750,014
Schildklier0,0220,0360,0550,120,22
Uterus0,00810,0100,0150,0220,037
Overig weefsel0,00350,00430,00640,00960,017

Effectieve dosis

(mSv/MBq)

0,0130,0170,0260,0420,079

(II) Met voorbehandeling met een blokkerend middel:

OrgaanGeabsorbeerde dosis per toegediende eenheid activiteit (mGy/MBq) wanneer blokkerende middelen worden toegediend
Volwassene15 jaar10 jaar5 jaar1 jaar
Bijnieren0,00290,00370,00560,00860,016
Blaaswand0,0300,0380,0480,0500,091
Botoppervlakken0,00440,00540,00810,0120,022
Hersenen0,00200,00260,00420,00710,012
Mamma0,00170,00220,00320,00520,010
Galblaas0,00300,00420,00700,0100,013
Maag-darmkanaal
  • Maagwand
0,00270,00360,00590,00860,015
  • Dunne darm
0,00350,00440,00670,0100,018
  • Colon
0,00360,00480,00710,0100,018
  • Wand colon ascendens
0,00320,00430,00640,0100,017
  • Wand colon descendens
0,00420,00540,00810,0110,019
Hart0,00270,00340,00520,00810,014
Nieren0,00440,00540,00770,0110,019
Lever0,00260,00340,00530,00820,015
Longen0,00230,00310,00460,00740,013
Spieren0,00250,00310,00470,00720,013
Oesofagus0,00240,00310,00460,00750,014
Ovaria0,00430,00540,00780,0110,019
Pancreas0,00300,00390,00590,00930,016
Rood beenmerg0,00250,00320,00490,00720,013
Huid0,00160,00200,00320,00520,0097
Milt0,00260,00340,00540,00830,015
Testes0,00300,00400,00600,00870,016
Thymus0,00240,00310,00460,00750,014
Schildklier0,00240,00310,00500,00840,015
Uterus0,00600,00730,0110,0140,023
Overig weefsel0,00250,00310,00480,00730,013

Effectieve dosis

(mSv/MBq)

0,00420,00540,00770,0110,019

De effectieve dosis na de intraveneuze toediening van 400 MBq natriumpertechnetaat(99mTc) aan een volwassene met een gewicht van 70 kg is ongeveer 5,2 mSv.

Na voorbehandeling van patiënten met een blokkerend middel en toediening van 400 MBq natriumpertechnetaat(99mTc) aan een volwassene met een gewicht van 70 kg is de effectieve dosis 1,7 mSv.

De straling geabsorbeerd door de ooglens na toediening van natriumpertechnetaat (99mTc) voor traanbuisscintigrafie wordt geschat op 0,038 mGy/MBq. Dit is een effectief dosisequivalent van minder dan 0,01 mSv voor een toegediende activiteit van 4 MBq.

De gespecificeerde stralingsblootstelling is alleen van toepassing als alle organen waarin natriumpertechnetaat (99mTc) zich ophoopt normaal functioneren. Hyper-/hypofunctie (bijv. van de schildklier, het maagslijmvlies of de nieren) en verlengde processen met verstoring van de bloed-hersenbarrière of stoornissen van de eliminatie via de nieren kunnen leiden tot veranderingen in de stralingsblootstelling en lokaal zelfs tot een sterke toename ervan.

Het dosistempo op het oppervlak en de geaccumuleerde dosis zijn van veel factoren afhankelijk. In het algemeen geldt dat stralingsmetingen in de omgeving en tijdens het werk cruciaal zijn en moeten worden uitgevoerd.

12. INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN

Elutie van de generator moet worden uitgevoerd in ruimten die voldoen aan de nationale voorschriften met betrekking tot een veilig gebruik van radioactieve producten.

De geëlueerde oplossing is een heldere, kleurloze natriumpertechnetaat (99mTc)-oplossing, met een pH tussen 4,0 en 8,0 en een radiochemische zuiverheid gelijk aan of groter dan 95% van de totale radioactiviteit afkomstig van 99mTc.

Wanneer natriumpertechnetaat (99mTc)-oplossing wordt gebruikt voor het labelen van een kit, raadplaag dan de bijsluiter van de betreffende kit.

Kwaliteitscontrole

Radioactiviteit en molybdeen(99Mo)-doorbraak moeten voor toediening worden gecontroleerd.

De test op molybdeen(99Mo)-doorbraak kan worden uitgevoerd volgens de Ph. Eur., of volgens elke andere gevalideerde methode die op de dag en het tijdstip van toediening een molybdeen(99Mo)-gehalte van minder dan 0,1% van de totale radioactiviteit kan vaststellen.

Het eerste eluaat dat met deze generator wordt verkregen, kan gewoon worden gebruikt, tenzij anders aangegeven.

Zelfs eluaat dat meer dan 24 uur na de laatste elutie is geëlueerd, kan voor labeling van een kit worden gebruikt, behalve als dit in de samenvatting van de productkenmerken van de betreffende kit wordt uitgesloten.

Zoals met elk farmaceutisch product mag het niet worden gebruikt als op enig moment tijdens de bereiding blijkt dat de flacons al eerder geopend zijn geweest.

Bereidingswijze

Radiofarmaca dienen op zodanige wijze door de gebruiker te worden bereid dat aan de eisen van zowel de beveiliging tegen straling als de farmaceutische kwaliteit wordt voldaan. De juiste aseptische voorzorgsmaatregelen dienen te worden genomen overeenkomstig de eisen van Good Pharmaceutical Manufacturing Practice voor radiofarmaceutica.

Instructies voor elutie van de radionuclidegenerator MONTEK 10-40 GBq

Veilige hantering

Het veilig optillen en dragen van de generatoren is een belangrijk aandachtspunt. De lokale voorschriften voor manuele hantering dienen in acht genomen te worden om het risico op letsel als gevolg van onjuiste manuele hantering te beperken.

Instructies voor elutie

De voor eluties gebruikte voorzieningen dienen in overeenstemming te zijn met de geldende voorschriften voor veilige radiologische hantering. Tijdens de elutie van de generator moeten strikte aseptische technieken worden gebruikt om de steriliteit van het eluaat te waarborgen.

Ter voorkoming van onbevredigende resultaten is het belangrijk onderstaande volgorde van elutiestappen aan te houden.

Voor het elueren van de generator wordt een flacon natriumchlorideoplossing op de instroomnaald geplaatst. Elutie van natriumpertechnetaat (99mTc)-oplossing wordt bereikt door een steriele vacuüm flacon op de elutiepoort te plaatsen.

Eerste elutie

  1. 1. Haal de generator en bijbehorende accessoires uit de verpakking. Plaats de generator op een vlakke, horizontale ondergrond, op een naar behoren goedgekeurde locatie met stralingsafscherming. Verwijder de naaldbeschermer niet voordat u klaar bent om de eerste elutie uit te voeren.
  2. 2. Kies een flacon natriumchlorideoplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie met de benodigde hoeveelheid NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie.
  3. 3. Verwijder de flip-offdop van de flacon NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie en veeg de stop van de flacon NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie schoon met een meegeleverd doekje welke 70% isopropylalcohol bevat en laat drogen.
  4. 4. Verwijder de beschermer van de instroomnaald.
  5. 5. Plaats de flacon NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie op deze naald en duw de flacon volledig naar beneden tot de onderkant van de instroomopening.
  6. 6. Kies een vacuüm elutieflacon en veeg de dop ervan schoon met een meegeleverd doekje welke 70% isopropylalcohol bevat enlaat drogen. Controleer voordat u de elutieflacon in het stralingsschild plaatst of de contactpunten tussen de flacon en het schild zijn gedesinfecteerd met het meegeleverde doekje en heeft kunnen drogen. Plaats vervolgens de elutieflacon in het stralingsschild.
  7. 7. Plaats het klaargemaakte stralingsschild met de elutieflacon erin op de naald. Zorg ervoor dat het voor de naald bestemde gat in het stralingsschild precies over de zuiger valt. De zuiger is een niet te verwijderen veersysteem. Het wordt gebruikt ter bescherming van de naald. Anders kan de naald beschadigd raken of breken. Duw naar beneden zodat de stralingsschild voor de elutieflacon vergrendeld met de zuiger en de flacon volledig op de elutienaald is geplaast.
  8. 8. U kunt luchtbelletjes zien in de flacon met NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie. Ook kunt u zien dat het vloeistofniveau in de flacon daalt. Wacht minimaal 3 minuten, totdat de elutie is voltooid. De flacon met NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie en de elutieflacon niet weghalen voordat de elutie klaar is.
  9. 9. Trek verticaal aan de elutieflacon nadat de elutie volledig klaar is. Het is mogelijk dat u een weerstand voelt voordat de elutieflacon losraakt van de zuiger. Blijf verticaal aan de elutieflacon trekken om deze weerstand te overkomen en van de zuiger te verwijderen.
  10. 10. Laat de lege flacon van de NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie op zijn plaats zitten tot de volgende elutie om de steriliteit te behouden.

Volgende elutie

Gebruik een nieuwe flacon met het gewenste volume steriele NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie en een elutieflacon. Herhaal de stappen 1-10.

Elutieactiviteit en opbrengst van technetium-99m

De radionuclidegenerator MONTEK 10-40 GBq is gekalibreerd op basis van de hoeveelheid molybdeen waarmee de kolom geladen is. De beschikbare hoeveelheid 99mTc op een bepaald moment hangt af van de tijd voor of na de referentiebepaling (als gevolg van het verval van 99Mo), de tijd die verstreken is sinds de vorige elutie (als gevolg van de ‘groei’ van 99mTc) en van de vervalkenmerken van 99Mo (86,2 % van het totale verval levert 99mTc op). De in tabel 3-5 genoemde factoren kunnen worden gebruikt om de beschikbare activiteit van 99mTc te berekenen aan de hand van de volgende methode:

Vermenigvuldig eerst de aangegeven referentieactiviteit met de overeenkomstige factor uit tabel 3 (die het verval van 99Mo weergeeft). Vermenigvuldig vervolgens de uitkomst met de overeenkomstige factor uit tabel 5 (die de groei van 99mTc en de vervalkenmerken van 99Mo weergeeft), of bij eenmalig of eenmaal per dag elueren van de generator kunt u rechtstreeks tabel 6 gebruiken. Tabel 4 (die het verval van 99mTc weergeeft) kunt u gebruiken om de activiteit van het eluaat op een bepaald moment te berekenen.

De werkelijke opbrengst van 99mTc kan iets variëren doordat de elutie-efficiëntie varieert per generator. Doorgaans zou de opbrengst niet minder dan 90% van de beschikbare 99mTc-activiteit moeten zijn.

Tabel 3. 99Mo-verval (halfwaardetijd van 99Mo = 66 uur)

T (uur)0123456789
01,00000,98960,97920,96900,95890,94880,93890,92910,91940,9098
100,90030,89090,88160,87240,86330,85420,84530,83650,82780,8191
200,81050,80210,79370,78540,77720,76910,76100,75310,74520,7374
300,72970,72210,71460,70710,69970,69240,68520,67800,67090,6639
400,65700,65010,64330,63660,63000,62340,61690,61040,60400,5977
500,59150,58530,57920,57310,56720,56120,55540,54960,54380,5381
600,53250,52700,52150,51600,51060,50530,50000,49480,48960,4845
700,47940,47440,46950,46460,45970,45490,45020,44540,44080,4362
800,43160,42710,42270,41820,41390,40960,40530,40100,39680,3927
900,38860,38450,38050,37650,37260,36870,36490,36110,35730,3536
1000,34990,34620,34260,33900,33550,33200,32850,32510,32170,3183

Tabel 4. 99mTc-verval (halfwaardetijd van 99mTc = 6,01 uur)

Min.

Uur

061218243036424854
01,00000,98850,97720,96600,95490,94390,93310,92240,91180,9014
10,89100,88080,87070,86070,85080,84110,83140,82190,81240,8031
20,79390,78480,77580,76690,75810,74940,74080,73230,72390,7156
30,70740,69930,69130,68330,67550,66770,66010,65250,64500,6376
40,63030,62310,61590,60890,60190,59500,58810,58140,57470,5681
50,56160,55520,54880,54250,53630,53010,52400,51800,51210,5062
60,50040,49470,48900,48340,47780,47230,46690,46160,45630,4510
70,44590,44080,43570,43070,42580,42090,41600,41130,40660,4019
80,39730,39270,38820,38380,37940,37500,37070,36640,36220,3581
90,35400,34990,34590,34190,33800,33410,33030,32650,32280,3191
100,31540,31180,38820,30470,30120,29770,29430,29090,28760,2843
110,28100,27780,27460,27150,26840,26530,26220,25920,25620,2533
120,25040,24750,24470,24190,23910,23640,23370,23100,22830,2557

Tabel 5. Factoren die de groei weergeven van 99mTc op verschillende tijdstippen na de vorige elutie

(Halfwaardetijd van 99mTc = 6,01 uur)

UurFactorUurFactorUurFactorUurFactorUurFactorUurFactor
10,09490,579170,788250,879330,918410,935
20,179100,615180,804260,884340,921420,937
30,256110,648190,818270,892350,924430,938
40,324120,678200,831280,898360,926440,940
50,386130,705210,843290,903370,929450,941
60,442140,729220,853300,907380,930460,941
70,492150,751230,863310,911390,932470,941
80,538160,771240,871320,915400,934480,942

Tabel 6. ACTIVITEITEN VAN 99mTc VERKREGEN UIT MONTEK RADIONUCLIDEGENERATOREN VAN 10-40 GBq

DAGENMONTEK 10MONTEK 15MONTEK 20

MONTEK

25

MONTEK

30

MONTEK

35

MONTEK

40

mCiMBqmCiMBqmCiMBqmCiMBqmCiMBqmCiMBqmCiMBq
-6Vrijdag1.07939.9231.63160.3472.18380.7712.734101.1583.286121.5823.838142.0064.390162.430
-5Zaterdag83130.7471.25646.4721.68062.1602.10577.8852.53093.6102.955109.3353.380125.060
-4Zondag64023.68096735.7791.29447.8781.62159.9771.94872.0762.27584.1752.60296.274
-3Maandag49218.20474427.52899636.8521.24846.1761.50055.5001.75264.8242.00474.148
-2Dinsdag37914.02357321.20176728.37996135.5571.15542.7351.34949.9131.54357.091
-1Woensdag29210.80444116.31759021.83074027.38088932.8931.03838.4061.18843.956
0Donderdag2258.32534012.58045516.83557021.09068525.34580029.60091533.855
+1Vrijdag1736.4012619.65735012.95043816.20652719.49961622.79270426.048
+2Zaterdag1334.9212017.4372699.95333712.46940615.02247417.53854220.054
+3Zondag1023.7741555.7352077.6592609.62031211.54436513.50541715.429
+4Maandag792.9231194.4031595.8832007.4002408.88028110.39732111.877
+5Dinsdag602.220923.4041234.5511545.6981856.8452167.9922479.139
+6Woensdag461.702702.590943.4781184.3661425.2541666.1421907.030
+7Donderdag361.332541.998732.701913.3671094.0331284.7361465.402
+8Vrijdag27999421.554562.072702.590843.108983.6261134.181
+9Zaterdag21777321.184431.591541.998652.405762.812873.219
+10Zondag1659224888331.221411.517501.850582.146672.479
+11Maandag124441970325925321.184381.406451.665511.887
+12Dinsdag9333145181970324888291.073341.258391.443
+13Woensdag72591140715555197032281426962301.110
+14Donderdag518582961140714518176292074023851
+15Vrijdag41486222933311407134811555518666

*De elutieactiviteit is de activiteit verkregen uit een generator die om 08:00 uur (GMT +3) is geëlueerd met minimaal 5 ml NaCl-oplossing 9 mg/ml (0,9%) voor injectie en die gedurende 24 uur niet werd geëlueerd.

**De te verkrijgen activiteiten liggen tussen de 90-110% van de vermelde hoeveelheden activiteit.

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 128052

Datum van herziening volgens de tekst: 24-04-2026

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn MONTEK 10

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stoffen Dinatriummolybdaat [99mo], Pertechnetaat [99m tc]
Farmaceutische vorm Radionuclide generator
Toedieningsweg Intraveneus gebruik
Hulpstoffen
aluminiumoxide 0-water, molybdeentrioxide, natriumchloride, natriumhydroxide (e 524) … (+5)+

aluminiumoxide 0-water, molybdeentrioxide, natriumchloride, natriumhydroxide (e 524), natriumhydroxide (e 524), water voor injectie, waterstofperoxide, zoutzuur (e 507), zoutzuur (e 507)

ATC-indeling
  1. V Diverse geneesmiddelgroepen
    1. V09 Diagnostische radiofarmaca
      1. V09F Diagnostische radiofarmaca voor de schildklier
        1. V09FX Diverse diagnostische radiofarmaca voor de schildklier
          1. V09FX01 Technetium tc 99m
Registratiehouder Curium Romania SRL
Registratie 128052 sinds 15-11-2021 Procedure: DK/H/1741/001

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.