SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - RXT acetylcysteïne
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
RXT acetylcysteïne 200 mg hoesttabletten bruistabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Een RXT acetylcysteïne 200 mg bruistablet bevat als werkzaam bestanddeel 200 mg acetylcysteïne.
Hulpstoffen met bekend effect:
Een bruistablet bevat natriumwaterstofcarbonaat (E500) (overeenkomend met 188,2 mg natrium), 20 mg aspartaam (E951) (overeenkomend met 11,1 mg fenylalanine) en sucrose (in citroenaroma).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Bruistablet.
Witte tot lichtgele, ronde bruistabletten met een breukstreep aan één kant. De breukstreep dient niet om de tablet te breken.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
RXT acetylcysteïne 200 mg bruistabletten kan toegepast worden bij aandoeningen van de luchtwegen, waarbij een verlaging van de viscositeit van het bronchussecreet wordt vereist om het ophoesten te vergemakkelijken, zoals bij bronchitis, astma, emfyseem, mucoviscidose en bronchiëctasieën.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen en kinderen ouder dan 7 jaar:
3 maal daags 1 bruistablet
Bij patiënten met een gedempte hoestreflex (bejaarden en verzwakte patiënten) wordt aangeraden de bruistablet 's morgens in te nemen.
Pediatrische patiënten
Kinderen van 2 tot 7 jaar: 2 maal daags 1 bruistablet
RXT acetylcysteïne 200 mg bruistabletten zijn gecontra-indiceerd voor gebruik bij kinderen onder 2 jaar (zie rubriek 4.3).
Wijze van toediening
De bruistablet in een half glas water uiteen laten vallen, waarna de oplossing direct kan worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Kinderen onder 2 jaar.
RXT acetylcysteïne 200 mg bruistabletten zijn gecontra-indiceerd bij fenylketonurie bij kinderen en zwangere vrouwen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Patiënten die leiden aan astma bronchiale dienen nauwgezet onder controle gehouden te worden tijdens de therapie, omdat bronchospasmen kunnen optreden. Wanneer er zich een bronchospasme voordoet, dient het gebruik onmiddellijk te worden gestaakt en dient contact te worden opgenomen met een arts.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een actief ulcus pepticum of in hun voorgeschiedenis, in het bijzonder wanneer zij gelijktijdig andere geneesmiddelen gebruiken waarvan bekend is dat zij het slijmvlies in het maagdarmkanaal kunnen irriteren.
In zeer zeldzame gevallen is het optreden van ernstige huidreacties zoals het Stevens-Johnson syndroom en het Lyell’s syndroom gerapporteerd in tijdsrelatie met het gebruik van acetylcysteïne. In de meeste gevallen kon minstens één medeverdacht geneesmiddel worden geïdentificeerd, dat meer waarschijnlijk de veroorzaker van het mucocutane syndroom was. Wanneer er zich nieuwe veranderingen aan de huid of slijmvliezen voordoen, dient onmiddellijk medische hulp te worden ingewonnen en dient de behandeling met acetylcysteïne onmiddellijk te worden gestaakt.
Voornamelijk aan het begin van de behandeling met acetylcysteïne kan de bronchiale secretie vloeibaar worden en in volume toenemen. Wanneer een patiënt niet in staat is om het secreet effectief op te hoesten, dient posturale drainage en broncho-aspiratie te worden uitgevoerd.
Mucolytica kunnen de luchtwegen van kinderen onder 2 jaar obstrueren als gevolg van de fysiologische kenmerken van de luchtwegen in deze leeftijdsgroep. Het vermogen om slijm op te hoesten kan beperkt zijn. Daarom mogen mucolytica niet gebruikt worden door kinderen jonger dan 2 jaar (zie rubriek 4.3).
Acetylcysteïne kan een matig effect hebben op het histamine metabolisme. Daarom dient dit middel met voorzichtigheid te worden toegepast bij langdurige behandeling van patiënten met een histamine intolerantie, aangezien er zich intolerantieverschijnselen kunnen voordoen (hoofdpijn, vasomotor rhinitis en jeuk).
Een lichte zwavelgeur duidt niet op een verandering van het geneesmiddel, maar is een eigenschap van de werkzame stof zelf.
RXT acetylcysteïne 200 mg bevat sucrose (bestanddeel van citroensmaak).
Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
RXT acetylcysteïne 200 mg bevat natrium
Dit geneesmiddel bevat 188,2 mg natrium in de vorm van natriumwaterstofcarbonaat, overeenkomend met 9,4 % van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor een volwassene. De maximale dagelijkse dosis van dit product (3 tabletten) komt overeen met ongeveer 28% van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor volwassenen en wordt beschouwd als een ‘hoog’ natriumgehalte.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een gecontroleerd natriumdieet.
RXT acetylcysteïne 200 mg bevat 20 mg aspartaam (E951) (overeenkomend met 11 mg fenylalanine).
Aspartaam wordt gehydrolyseerd in het maag-darmkanaal na orale inname. Een van de belangrijkste hydrolyse producten is fenylalanine. Bij homozygote patiënten met fenylketonurie moet de hoeveelheid fenylalanine die door aspartaam in dit product wordt geleverd worden doorberekend in het voedingsvoorschrift.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Interacties met andere geneesmiddelen
Het gelijktijdig oplossen van RXT acetylcysteïne 200 mg met andere geneesmiddelen wordt niet aangeraden.
Het inactiveren van antibiotica door acetylcysteïne is tot nu toe alleen in in vitro testen gerapporteerd, waarbij de relevante substanties direct met elkaar werden vermengd. Desondanks is het raadzaam om wanneer orale antibiotica zijn vereist, deze middelen twee uur vóór of na acetylcysteïne in te nemen.
Hoestprikkeldempende geneesmiddelen en mucolytica zoals acetylcysteïne, mogen niet gelijktijdig worden gegeven, omdat vermindering van de hoestreflex kan leiden tot ophoping van bronchussecreet.
Acetylcysteïne kan het vasodilatoire effect van nitroglycerine versterken. Voorzichtigheid is geboden.
Geactiveerde kool kan het effect van N-acetylcysteïne doen afnemen in verband met verminderde absorptie.
Gelijktijdig gebruik van acetylcysteïne en carbamazepine kan leiden tot een verlaagde carbamazepine plasmaconcentratie met een toegenomen risico op epileptische aanvallen
Pediatrische patiënten
Interactie studies zijn uitsluitend bij volwassenen uitgevoerd.
Interacties met laboratoriumbepalingen
Acetylcysteïne kan een invloed op de waarde van colorimetrische salicylaatbepalingen hebben.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Acetylcysteïne bruistabletten zijn gecontra-indiceerd bij zwangere vrouwen met fenylketonurie vanwege het aspartaamgehalte.
Er is een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van acetylcysteïne door zwangere vrouwen. Dierstudies duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Acetylcysteïne passeert de placenta. Beschikbare gegevens wijzen echter niet op een risico voor het kind. Indien nodig kan het gebruik van RXT acetylcysteïne 200 mg tijdens de zwangerschap overwogen worden.
Borstvoeding
Het is niet bekend of acetylcysteïne/metabolieten overgaat in de moedermelk, maar bij therapeutische doses worden er geen effecten op de zuigeling van acetylcysteïne verwacht.
RXT acetylcysteïne 200 mg bruistabletten kunnen gebruikt worden tijdens het geven van borstvoeding.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van acetylcysteïne op de menselijke vruchtbaarheid. Uit dierstudies zijn geen schadelijke effecten op de menselijke vruchtbaarheid gebleken bij de aanbevolen doseringen (zie rubriek 5.3).
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen gegevens bekend over het effect van acetylcysteïne op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Een effect is echter niet waarschijnlijk.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest frequent voorkomende bijwerkingen bij de orale toediening van acetylcysteïne zijn van gastro-intestinale aard. Overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylactische shock, anafylactische/anafylactoïde reacties, bronchospasmen, tachycardie, angio-oedeem, huiduitslag en pruritus werden minder frequent gerapporteerd.
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
In de onderstaande tabel zijn de bijwerkingen ingedeeld naar orgaansysteem klassen en frequentie soms (≥1/1.000 tot <1/100), zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Binnen iedere frequentiegroep zijn de bijwerkingen in volgorde weergegeven naar afnemende ernst
| Systeem/orgaanklassen volgens MedDRA | Bijwerking (frequentie) | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Soms | Zelden | Zeer zelden | Niet bekend | ||
| Immuunsysteemaandoeningen | Overgevoeligheid | Anafylactische shock, anafylactische/ anafylactoïde reacties | |||
| Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn | ||||
| Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | Tinnitus | ||||
| Hartaandoeningen | Tachycardie | ||||
| Bloedvataandoeningen | Bloedingen | ||||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Broncho-spasme, dyspnoe | |||
|---|---|---|---|---|
| Maagdarmstelselaandoeningen | Stomatitis, buikpijn, misselijkheid, braken, diarree (zie rubriek 4.4) | Dyspepsie | ||
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Urticaria, huiduitslag, angio-oedeem, pruritus | Gezichts-oedeem | ||
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Pyrexie | |||
| Onderzoeken | Verlaagde bloeddruk | Bloedplaatjes aggregatie verlaagd* |
* Een afname in de bloedplaatjesaggregatie in aanwezigheid van acetylcysteïne is bevestigd in diverse studies. De klinische significantie hiervan is nog niet vastgesteld.
Bij patiënten met een ulcus pepticum of een ulcus pepticum in de anamnese kan acetylcysteïne een ongunstige werking hebben op het maagslijmvlies.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Vrijwillige proefpersonen zijn gedurende drie maanden behandeld met een dosis van 11,2 g acetylcysteïne per dag zonder dat er enige ernstige bijwerkingen zijn waargenomen.
Orale dosis tot 500 mg acetylcysteïne per kg lichaamsgewicht werden getolereerd zonder enige tekenen van vergiftiging.
Symptomen
Overdoses kunnen leiden tot gastro-intestinale verschijnselen als misselijkheid, braken en diarree.
Behandeling in geval van overdosering
Er bestaat geen specifiek antidotum tegen acetylcysteïne en de behandeling is symptomatisch.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Mucolytica, ATC-code: R05C B01
Werkingsmechanisme en farmacodynamische effecten
Acetylcysteïne is een mucolyticum.
De mucolytische werking wordt veroorzaakt door een vermindering van de viscositeit van het bronchiale slijm. Dit wordt verklaard door depolymerisatie, waarbij de in het slijm aanwezige disulfidebruggen tussen de macromoleculen worden geopend.
Additionele eigenschappen zijn: reductie van de geïnduceerde hyperplasie van de mucuscellen, een toename van de productie van oppervlakte actieve stoffen door stimulatie van type II pneumocyten, stimulatie van de mucociliaire activiteit, leidend tot een verbeterde mucociliaire klaring.
Daarnaast is acetylcysteïne een precursor van glutathion. Acetylcysteïne is een derivaat van het natuurlijke aminozuur cysteïne, dat in het lichaam als substraat dient voor de synthese van glutathion.
Naast het feit, dat acetylcysteïne in staat is een toestand van glutathion-depletie te normaliseren kan het conjugeren met verschillende toxische verbindingen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
In mensen wordt acetylcysteïne volledig geabsorbeerd na orale inname. Vanwege het darmwandmetabolisme en het first-pass effect, waarbij de actieve metaboliet cysteïne gevormd wordt, is de biologische beschikbaarheid van acetylcysteïne na orale inname erg laag (bij benadering 10%).
Bij patiënten met diverse respiratoire of cardiale aandoeningen wordt de maximale plasmaconcentratie bereikt tussen twee en drie uur na toediening en waren 24 uur na toediening, nog steeds hoog.
Distributie
Acetylcysteïne wordt zowel in ongemetaboliseerde vorm (20%) als in gemetaboliseerde (actieve) vorm (80%) verdeeld en wordt voornamelijk teruggevonden in de lever, nieren, longen en bronchus-secreet. Het verdelingsvolume van acetylcysteïne varieert van 0,33 tot 0,47 l/kg. De eiwitbinding is vier uur na inname ongeveer 50% en is na 12 uur tot 20% afgenomen.
Biotransformatie
Acetylcysteïne ondergaat na orale inname een snelle en uitgebreide metabolisatie in de darmwand en lever.
De overgebleven bestanddelen zijn: cysteïne, de belangrijkste actieve metaboliet en diacetylcystine, een inactieve metaboliet. Na deze fase van de transformatie delen acetylcysteïne en cysteïne dezelfde metabole route.
Eliminatie
De renale klaring kan ongeveer 30% van de totale lichaamsklaring bedragen. Na orale inname bedraagt de terminale halfwaardetijd van de totale hoeveelheid acetylcysteïne 6.25 (4.59 – 10.6) uur.
Een verminderde hepatische functie kan leiden tot een verlengde halfwaardetijd van acetylcysteïne.
Lineariteit/non-lineariteit
De farmacokinetiek van acetylcysteïne is proportioneel aan de toegediende dosis in het doseergebied tussen 200- 3200 mg/m2 voor de AUC en de Cmax.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens gebaseerd op conventionele studies met betrekking tot
veiligheidsfarmacologie, herhaalde dosis toxiciteit, genotoxiciteit en
reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit, onthullen geen bijzonder gevaar voor de mens.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Adipinezuur (E355)
Aspartaam (E951)
Citroenaroma
Citroenzuur (E330)
Natriumwaterstofcarbonaat (E500)
Polyvidon (E1201)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Acetylcysteïne kan rubber en metaal (o.a. ijzer, nikkel, koper) aantasten. Aanbevolen wordt om bij toediening via neus-maag- of neus-dunnedarmsonde gebruik te maken van glas en/of plastic toedieningssystemen.
Vooraf mengen van antibiotica met acetylcysteïne dient vermeden te worden, in verband met de mogelijke in vitro inactivatie van de antibiotica (voornamelijk van ß- lactamantibiotica).
Acetylcysteïne bevattende producten dienen niet gemengd te worden met andere geneesmiddelen.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
Na openen van de tablettencontainer 12 maanden houdbaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
RXT acetylcysteïne 200 mg bruistabletten is verpakt in een tablettencontainer (polypropyleen) met dop (polyethyleen) à 10 of 20 bruistabletten. In de dop is een droogmiddel geïntegreerd.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RXT
Stationsweg 4
5211 TW ’s-Hertogenbosch
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 16493
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 27 mei 1994
Datum van laatste verlening: 27 mei 2014
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 2, 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.9, 5.1, 5.2, 5.3, 6.2 en 6.4: 30 juli 2025
