SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Pentasa 1 g zetpil
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Pentasa 1g zetpillen
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Mesalazine 1 g/zetpil
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1
3. FARMACEUTISCHE VORM
Zetpil
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Proctitis.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De dosering dient aangepast te worden aan de ernst van de ziekte.
In het algemeen wordt voor volwassenen en oudere kinderen aanbevolen: 1-2 maal daags 1 zetpil.
Er is weinig ervaring en slechts beperkte documentatie over een effect bij kinderen.
Wijze van toediening
De zetpillen dienen via de anus te worden ingebracht. Om te voorkomen dat de zetpil na toediening vroegtijdig het lichaam verlaat middels ontlasting, wordt aangeraden ontlasting te hebben vóór gebruik van de zetpil. Voor patiënten met een erg gevoelige anus is het aan te raden de zetpil vóór het inbrengen glad te maken met een beetje water.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen, of voor salicylzuurderivaten.
- Ernstige lever- en/of nierfunctiestoornissen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Voorzichtigheid is geboden bij het behandelen van patiënten, die overgevoelig zijn voor sulfasalazine (risico van allergie voor salicylzuurderivaten). In geval van acute intolerantie reacties zoals buikkrampen, acute buikpijn, koorts, ernstige hoofdpijn en huiduitslag, moet de behandeling onmiddellijk worden gestopt.
Ernstige bijwerkingen van de huid
Er zijn ernstige bijwerkingen van de huid zoals geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), Stevens-Johnson-syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN) gemeld in verband met de behandeling met mesalazine.
De behandeling met mesalazine moet worden gestaakt bij het eerste optreden van tekenen en symptomen van ernstige huidreacties, zoals huiduitslag, laesies van de slijmvliezen of andere tekenen van overgevoeligheid.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met laesies van maag en duodenum.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met leverinsufficiëntie. De leverfunctieparameters zoals ALT of AST moeten geëvalueerd worden voor en tijdens de behandeling, volgens het oordeel van de behandelende arts.
Nierfunctiestoornissen
Het geneesmiddel wordt niet aanbevolen voor patiënten met verminderde nierfunctie. De nierfunctie dient regelmatig gecontroleerd te worden (serum creatinine), vooral gedurende het begin van de behandeling. De urinaire functie (dip sticks) moet bepaald worden voor en tijdens de behandeling, volgens het oordeel van de behandelende arts. Bij patiënten die nierfunctiestoornissen ontwikkelen tijdens de behandeling, moet men denken aan mesalazine-geïnduceerde nefrotoxiciteit. De behandeling met mesalazine- moet onmiddellijk worden stopgezet als de nierfunctie verslechtert.
Gelijktijdige behandeling met andere bekende nefrotoxische middelen zoals NSAIDs en azathioprine, kunnen het risico op renale bijwerkingen vergroten. De frequentie van de controles van de nierfunctie moet in dit geval worden verhoogd.
Patiënten met een longaandoening, in het bijzonder astma, moeten zeer zorgvuldig gecontroleerd worden tijdens de behandeling.
Zelden zijn door mesalazine geïnduceerde cardiale overgevoeligheidsreacties (myo- en pericarditis) gerapporteerd. Ernstige bloedafwijkingen zijn zeer zelden gerapporteerd. Het wordt aanbevolen om het bloedbeeld te controleren voor en tijdens de behandeling, volgens het oordeel van de behandelende arts. Bij patiёnten die behandeld worden met azathioprine, 6-mercaptopurine of thioguanine, kan een gelijktijdige toediening van mesalazine leiden tot een groter risico op bloedbeeldafwijkingen (zie ook rubriek 4.5). Indien deze bijwerkingen vermoed worden of aangetoond zijn, dient de behandeling gestaakt te worden.
Idiopathische intracraniële hypertensie
Idiopathische intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri) is gemeld bij patiënten die mesalazine kregen. Patiënten moeten worden gewaarschuwd voor tekenen en symptomen van idiopathische intracraniële hypertensie, waaronder ernstige of terugkerende hoofdpijn, visuele stoornissen of tinnitus. Als idiopathische intracraniële hypertensie optreedt, moet stopzetting van mesalazine worden overwogen.
Bij gebruik van mesalazine zijn gevallen van nefrolithiase gemeld, inclusief stenen met een mesalazinegehalte van 100%. Er wordt aangeraden om tijdens de behandeling voor voldoende vochtinname te zorgen.
Als richtlijn worden 14 dagen na het begin van de behandeling follow-up testen aanbevolen, en daarna 2 tot 3 testen om de 4 weken. Als de resultaten normaal zijn, moeten de follow-up testen om de 3 maanden worden uitgevoerd. Als er andere symptomen optreden, moeten deze testen onmiddellijk worden uitgevoerd.
Mesalazine kan een roodbruine verkleuring van de urine veroorzaken na contact met natriumhypochloriet bevattend bleekmiddel (bijv. in toiletten die worden gereinigd met natriumhypochloriet in bepaalde bleekmiddelen)
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Bij een gelijktijdige behandeling met Pentasa en azathioprine, 6-mercaptopurine of thioguanine werd in verscheidene studies een hogere frequentie van myelosuppressieve effecten aangetoond. Hoewel er een interactie lijkt te bestaan, is het mechanisme achter deze interactie niet volledig aangetoond. Regelmatige controle van de witte bloedcellen is aanbevolen en het doseringsschema van thiopurines zou overeenkomstig moeten worden aangepast.
Er zijn zwakke aanwijzingen dat mesalazine het anticoagulerend effect van warfarine kan verminderen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen adequate en goed gecontroleerde studies van Pentasa bij zwangere vrouwen. Beperkte gepubliceerde humane data van mesalazine tijdens de zwangerschap tonen geen verhoogd risico op congenitale afwijkingen aan. Mesalazine passeert de placenta, maar de concentratie is lager dan bij de moeder.
Dierstudies geven geen aanwijzingen voor reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Pentasa mag alleen tijdens de zwangerschap worden gebruikt wanneer dit specifiek wordt geïndiceerd.
Borstvoeding
Mesalazine wordt in lage concentraties uitgescheiden in de moedermelk. De geacetyleerde vorm van mesalazine wordt in een hogere concentratie uitgescheiden in moedermelk. Er is melding gemaakt van sporadische acute diarree bij zuigelingen die borstvoeding kregen. Bij een beslissing over het geven van borstvoeding tijdens gebruik van Pentasa moeten de voordelen van de borstvoeding worden afgewogen tegen de mogelijke risico’s voor de zuigeling.
Vruchtbaarheid
De gegevens over mesalazine uit dierstudies tonen geen effect aan op de vruchtbaarheid.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen gegevens bekend over de invloed van Pentasa op de rijvaardigheid of de bekwaamheid om machines te gebruiken. Een effect is echter niet waarschijnlijk.
4.8 Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen, die in klinisch onderzoek zijn waargenomen, zijn diarree, misselijkheid, buikpijn, hoofdpijn, braken en huiduitslag. Overgevoeligheidsverschijnselen kunnen zelden voorkomen. . Er zijn ernstige bijwerkingen van de huid gemeld in verband met de behandeling met mesalazine, zoals geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), Stevens-Johnson-syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN) (zie rubriek 4.4).
Na rectale toediening kunnen lokale reacties, zoals pruritus, rectaal ongemak en aandrang optreden.
Frequentie van bijwerkingen gebaseerd op klinische studies en rapporten van ‘Post-marketing surveillance’
| MedDRA Orgaan klasse | vaak (≥1/100, <1/10) | Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) | Zeer zelden (<1/10.000) | niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
|---|---|---|---|---|
| MedDRA Orgaan klasse | vaak (≥1/100, <1/10) | Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) | Zeer zelden (<1/10.000) | niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
| MedDRA Orgaan klasse | vaak (≥1/100, <1/10) | Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) | Zeer zelden (<1/10.000) | niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
| Bloed- en lymfestelsel-aandoeningen | Bloedaandoeningen zoals anemie, aplastische anemie, agranulocytose, neutropnie, leukopenie (inclusief granulocytopenie), pancytopenie, thrombocytopenie en eosinofilie (als | |||
| deel van een allergische reactie) | ||||
| Immuunsysteem-aandoeningen | Overgevoeligheidsre actie* inclusief allergisch exantheem, anafylactische reactie,. Geneesmiddelenkoo rts* | |||
| Zenuwstelsel-aandoeningen | Hoofdpijn* | Duizeligheid, | perifere neuropathie | Idiopathische intracraniële hypertensie (zie rubriek 4.4) |
| Hartaandoeningen | Myo- en pericarditis | |||
| Ademhalings-stelsel-, borstkas- en mediastinum-aandoeningen | allergische alveolitis, allergische en fibrotische longreacties (inclusief dyspnoea, hoesten, bronchospasme, pulmonale eosinofilie, interstitiële longaandoening, pulmonale infiltratie, pneumonitis en pleuropericarditis) | |||
| Maagdarmstelsel-aandoeningen | diarree, buikpijn*, misselijkheid, braken, flatulentie | verhoogde amylase, acute pancreatitis | pancolitis | |
| Lever- en galaandoeningen | verhoogde leverenzymen*, cholestase parameters en bilirubine, hepato-toxiciteit (incl. hepatitis, cholestatische hepatitis, cirrhose, leverfalen) | |||
| Huid- en onderhuid-aandoeningen | Huiduitslag* (inclusief urticaria, erythemateuze uitslag) | Fotosensitiviteit# | alopecia, erythema multiforme | Stevens-Johnson-syndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse |
| (TEN), geneesmiddelex antheem met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), | ||||
| Skeletspierstelsel- en bindweefsel-aandoeningen | myalgie, artralgie | |||
| Nier- en urineweg-aandoeningen | abnormale nierfunctie*, (inclusief acute en chronische interstitiële nefritis, nefrotisch syndroom, nierinsufficiëntie) | nefrolithiase*, verkleuring van de urine* | ||
| Voortplantings-stelselaandoeningen | oligospermie (reversibel) | |||
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen | rectaal ongemak en rectale irritatie, pruritus en aandrang |
* zie rubriek 4.4 voor meer informatie
#Fotosensitiviteit
Bij patiënten met reeds bestaande huidaandoeningen zoals atopische dermatitis en atopisch eczeem worden ernstigere reacties gemeld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
De weinig beschikbare gegevens betreffende overdosering (bv. Zelfmoordpoging met grote doses mesalazine) tonen geen nier- of levertoxiciteit aan. Er is geen specifiek antidotum bekend en behandeling is symptomatisch en ondersteunend.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: Aminosalicylzuur en gelijke stoffen
ATC code:A07EC02.
Werking:
Het is vastgesteld dat mesalazine het werkzame deel is van sulfasalazine dat gebruikt wordt bij de behandeling van proctitis.
Mesalazine oefent waarschijnlijk een lokaal ontstekingsremmende invloed uit op de pathologische veranderingen in de darmwand.
Bij patiënten met een chronische inflammatoire darmziekte komen verhoogde migratie van leucocyten, abnormale cytokine productie, verhoogde productie van arachidonzuur metabolieten (met name leukotriënen 4), en een verhoogde ontwikkeling van vrije radicalen in de ontstoken darmwand voor. Mesalazine remt mogelijk de ontsteking door het remmen van de leucocyten chemotaxis, verminderen van cytokine,- en leukotriëen productie en binding van vrije radicalen. Het is momenteel niet bekend of en welke van deze effecten de belangrijkste rol speelt in het klinische effect van mesalazine.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie:
Na rectale toediening is de absorptie laag en deze hangt af van de formulering en de mate van verspreiding. Bij een dagelijkse dosering van 2x 1 g anaal en onder steady state condities blijkt uit urine data van gezonde vrijwilligers dat ongeveer 10% van de dosis wordt geabsorbeerd na toediening van zetpillen en 15-20% na toediening van klysma’s.
Distributie:
Mesalazine en acetyl-mesalazine passeren de bloed-liquor barrière niet, de eiwitbinding van mesalazine is ongeveer 50%, van acetyl-mesalazine ongeveer 80%.
Metabolisme
Mesalazine wordt voornamelijk in de darmwand, maar ook in de lever geacetyleerd tot acetyl-mesalazine. Een gedeelte van de acetylering vindt ook plaats door de werking van de bacteriën uit het colon. De acetylering lijkt onafhankelijk van het acetylering-fenotype van de patiënt.
Eliminatie:
De plasmahalfwaardetijd van mesalazine is ongeveer 40 minuten en van acetyl-mesalazine ongeveer 70 minuten. Beide stoffen worden met de urine en faeces uitgescheiden. De urinaire excretie bestaat voornamelijk uit acetyl-mesalazine.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Bij alle diersoorten die zijn getest werden nefrotoxische effecten aangetoond. In het algemeen lagen de doses die toxisch waren voor dieren een factor 5-10 hoger dan de doseringen die bij mensen wordt gebruikt. Verder duidt preklinisch onderzoek gebaseerd op studies met betrekking tot veiligheids farmacologie, herhaalde dosis toxiciteit, genotoxiciteit, carcinogeniteit en reproductie toxiciteit niet op een risico voor mensen.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Polyvinylpyrrolidon, magnesiumstearaat, talk en macrogol.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
Pentasa 1 g zetpillen zijn indien bewaard zoals aanbevolen 2 jaar houdbaar. Na de op de verpakking aangegeven vervaldatum mogen zij niet meer worden gebruikt.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Niet bewaren boven 30°C. Bewaren in de originele verpakking.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Dozen met 28 zetpillen. De zetpillen zijn ieder afzonderlijk in folie verpakt.
6.6 Instructies voor gebruik en verwerking
Geen bijzondere vereisten.
7 HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Ferring B.V.
Polarisavenue 130
2132 JX Hoofddorp
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pentasa 1 g zetpillen zijn ingeschreven in het register onder RVG 15064
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING / VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 14 februari 1992
Datum van laatste verlenging van de vergunning: 14 februari 2017
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
De laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.4: 8 juni 2026
