SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Paracetamol PharmaMatch 500 mg tablet
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Paracetamol PharmaMatch 500 mg, tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke tablet bevat 500 mg paracetamol. Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet
Witte, ronde tabletten met “500” op de ene kant en een breuklijn aan de andere kant. Deze breuklijn zorgt ervoor dat de tablet kan worden verdeeld in gelijke doses (diameter 13 mm en 4.1 mm dikte).
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Symptomatische behandeling van milde tot matige pijn en/of koorts bij volwassenen, jongeren en kinderen vanaf 6 jaar.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Paracetamol PharmaMatch 500 mg is geschikt voor volwassenen, jongeren en kinderen vanaf 6 jaar.
Dosering
Volwassenen en jongeren vanaf 15 jaar (> 55 kg lichaamsgewicht):
1 à 2 tabletten (500-1000 mg) per keer, maximaal 6 tabletten (3000 mg) per 24 uur.
Kinderen en jongeren tot 15 jaar (< 55 kg lichaamsgewicht):
de pediatrische dosering dient gebaseerd te worden op het lichaamsgewicht en er dient een passende doseringsvorm te worden gebruikt. Voor kinderdoseringen zie onderstaande tabel:
| Gewicht (kg) | Leeftijd (jaren) | Aantal tabletten per keer | Maximaal aantal doseringen per dag | Maximale dagdosering (mg) |
|---|---|---|---|---|
| 22-30 | 6-9 | halve | 4-6 halve tabletten | 1000-1500 |
| 30-40 | 9-12 | 1 | 3-4 hele tabletten | 1500-2000 |
| 40-55 | 12-15 | 1 | 4-6 hele tabletten | 2000-3000 |
| >55 | >15 | 1-2 | 6 hele tabletten | 3000 |
De lagere toedieningfrequentie is bedoeld voor kinderen in de ondergrens van de desbetreffende gewichts- en/of leeftijdscategorie.
Aanwijzingen voor gebruik:
- De laagst mogelijke dosering die nodig is om effectiviteit te bereiken, dient te worden gebruikt.
- Het toedieningsinterval moet minstens 4 uur bedragen.
- Niet gebruiken in combinatie met andere paracetamol bevattende producten.
De aangegeven dosering per dag (24 uur) niet overschrijden vanwege het risico op ernstige
schade aan de lever (zie rubriek 4.4 en 4.9).
Afhankelijk van het weer opkomen van de symptomen (koorts en pijn) is herhaalde toediening
toegestaan.
Als de pijn langer dan 5 dagen of de koorts langer dan 3 dagen aanhoudt of erger wordt, of als er
zich andere verschijnselen voordoen, dient de behandeling te worden gestopt en een arts te worden geraadpleegd.
Voor jonge kinderen zijn andere formuleringen van paracetamol (zoals dranken) beschikbaar die
geschikter kunnen zijn, vanwege de bittere smaak bij het oplossen van de tablet in water.
Speciale populaties:
Nierinsufficiëntie
In geval van onvoldoende werking van de nieren (nierinsufficiëntie), dient de dosis te worden verlaagd:
Leverinsufficiëntie
Voor patiënten met onvoldoende werking van de lever (leverinsufficiëntie) of het Syndroom van Gilbert dient de dosis te worden verlaagd of het toedieningsinterval te worden verlengd.
Overig
De effectieve dagelijkse dosis mag niet hoger zijn dan 60 mg/kg/dag (tot 2 g/dag) in de volgende situaties:
- volwassenen die minder dan 50 kg wegen
- milde tot matige leverinsufficiëntie, Syndroom van Gilbert (familiaire niet-hemolytische geelzucht)
- uitdroging
- chronische ondervoeding
- chronisch alcoholisme
Wijze van toediening
De tabletten doorslikken met voldoende water of desgewenst in een ruime hoeveelheid water uiteen laten vallen, goed roeren en opdrinken.
De inname van paracetamol met voedsel en drank heeft geen invloed op de werkzaamheid van het medicijn.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor paracetamol of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
- Langdurig of frequent gebruik wordt ontmoedigd.
Voorzichtigheid is geboden bij lever- en nierfunctiestoornissen.
De patiënten moeten het advies krijgen om geen andere producten gelijktijdig te gebruiken die ook paracetamol bevatten. Gelijktijdig gebruik met andere producten die paracetamol bevatten, kan leiden tot overdosering.
Het in één keer innemen van meerdere dagelijkse doses kan ernstige schade aan de lever
toebrengen; in dergelijke gevallen komt bewusteloosheid niet voor. Er dient echter wel direct medische hulp te worden ingeroepen, zelfs wanneer de patiënt zich goed voelt, vanwege het
| Glomerulaire filtratiesnelheid | Dosis |
|---|---|
| 10 – 50 ml/min | 500 mg / 6 uur |
| < 10 ml/min | 500 mg / 8 uur |
risico op irreversibele schade aan de lever (zie rubriek 4.9). Langdurig gebruik kan leiden tot schade, behalve onder medisch toezicht. Bij jongeren die worden behandeld met 60 mg/kg/dag paracetamol is de combinatie met een ander antipyreticum niet toegestaan, behalve bij gebrek aan effectiviteit.
Een overdosis paracetamol kan leverfalen veroorzaken, wat een levertransplantatie noodzakelijk
kan maken of kan leiden tot overlijden.
Voorzichtigheid is geboden bij de toediening van paracetamol aan patiënten met matige tot
ernstige nierinsufficiëntie, milde tot matige leverinsufficiëntie (incl. Syndroom van Gilbert), ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh>9), acute hepatitis, gelijktijdige toediening van medicijnen die invloed hebben op de leverfunctie, glucose-6-fosfaatdehydrogenase-deficiëntie, hemolytische anemie, alcoholmisbruik, uitdroging en chronische ondervoeding.
Het gevaar van overdosering is groter bij patiënten met niet-cirrhotische alcoholische
leveraandoeningen. In geval van chronisch alcoholisme is voorzichtigheid geboden. De dagelijkse dosis mag dan de 2 gram niet overschrijden. Gedurende de behandeling met paracetamol mag geen alcohol gebruikt worden.
In geval van hoge koorts, verschijnselen van secundaire infectie of persistentie van de
symptomen dient de behandeling te worden heroverwogen.
Na langdurig gebruik (> 3 maanden) van analgetica met inname om de dag of vaker, kan
hoofdpijn ontstaan of verergeren. Hoofdpijn die is veroorzaakt door overmatig gebruik van analgetica (middelenafhankelijke hoofdpijn) moet niet worden behandeld door de dosis te verhogen. In die gevallen dient het gebruik van analgetica in overleg met een arts te worden gestaakt.
Voorzichtigheid is geboden bij astmatische patiënten die gevoelig zijn voor acetylsalicylzuur,
omdat lichte bronchospasmen zijn gemeld als kruisreactie na gebruik van paracetamol.
Gevallen van een leverfunctiestoornis of leverfalen zijn gemeld bij patiënten met
glutathiondepletie, zoals bij patiënten met ernstige ondervoeding, anorexia of een lage body mass index, of patiënten die chronisch te veel alcohol gebruiken. Bij patiënten met een toestand van glutathiondepletie zoals sepsis, kan het gebruik van paracetamol het risico op metabole acidose verhogen (zie rubriek 4.9).
- Er zijn gevallen gemeld van metabole acidose met verhoogde anion gap (HAGMA) als gevolg van pyroglutamine acidose bij patiënten met een ernstige ziekte zoals nierinsufficiëntie en sepsis of bij patiënten met ondervoeding of andere bronnen van glutathiondeficiëntie (bijv. chronisch alcoholisme) die gedurende langere tijd met paracetamol werden behandeld in therapeutische dosering of met een combinatie van paracetamol en flucloxacilline. Indien HAGMA als gevolg van pyroglutamine acidose wordt vermoed, wordt onmiddellijke stopzetting van het gebruik van paracetamol en nauwgezette controle aanbevolen. Meting van 5-oxoproline in de urine kan nuttig zijn om pyroglutamine acidose vast te stellen als onderliggende oorzaak van HAGMA bij patiënten met meerdere risicofactoren.
Informatie over hulpstof(fen)
Paracetamol PharmaMatch 500 mg bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Paracetamol wordt gemetaboliseerd in de lever en kan daardoor interacties aangaan met andere
medicijnen die dezelfde metabolisatieroute volgen of die route kunnen remmen of induceren. Bij chronisch alcoholmisbruik en gebruik van stoffen die leverenzymen induceren, zoals barbituraten en tricyclische antidepressiva, kan een overdosering met paracetamol ernstiger verlopen door verhoogde en versnelde vorming van toxische metabolieten.
Voorzichtigheid dient in acht te worden genomen bij gelijktijdige inname met
enzyminducerende medicijnen (zie rubriek 4.9 Overdosering).
In geval van gelijktijdige behandeling met probenecide dient de dosis paracetamol te worden
verlaagd omdat probenecide de klaring van paracetamol met 50 % vermindert doordat het de conjugatie van paracetamol met glucuronzuur verhindert.
- Paracetamol kan de halfwaardetijd van chlooramfenicol aanzienlijk doen toenemen.
De absorptiesnelheid van paracetamol kan worden verhoogd door metoclopramide of
domperidon en absorptie kan worden verhinderd door colestyramine.
Het anticoagulerende effect van warfarine en andere coumarines kan toenemen bij langdurig,
regelmatig gebruik van paracetamol met een verhoogd risico op bloedingen tot gevolg. Er is geen significant effect, wanneer occasioneel een dosis wordt ingenomen.
Bij gelijktijdig, chronisch gebruik van paracetamol en zidovudine komt neutropenie vaker voor,
vermoedelijk door een verminderd metabolisme van zidovudine, als gevolg van een competitieve verhindering van conjugatie. Gelijktijdige inname van paracetamol en zidovudine zou daarom alleen op medisch advies plaats moeten vinden.
- Salicylamide kan de halfwaardetijd van paracetamol verlengen.
Isoniazide zorgt voor een afname van de klaring van paracetamol, wat mogelijk de werking
en/of toxiciteit van paracetamol versterkt, door verhindering van metabolisme in de lever.
Gelijktijdige inname van paracetamol met lamotrigine zorgt voor een afname van de
biobeschikbaarheid van lamotrigine, waardoor de werking mogelijk afneemt door mogelijke inductie van metabolisme in de lever.
Verstoring van laboratoriumtesten: paracetamol kan de urinezuurtest met wolfraamfosforzuur
beïnvloeden, evenals de bloedsuikertest met glucose-oxidase-peroxidase.
Voorzichtigheid is geboden wanneer paracetamol gelijktijdig met flucloxacilline wordt gebruikt
aangezien gelijktijdige inname geassocieerd is met metabole acidose met verhoogde anion gap als gevolg van pyroglutamine acidose, in het bijzonder bij patiënten met risicofactoren (zie rubriek 4.4).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Een grote hoeveelheid gegevens over het gebruik bij zwangere vrouwen geeft geen aanwijzingen van misvormingen noch van foetus-/neonatale toxiciteit. Epidemiologische studies over de neurologische ontwikkelingsstoornissen bij kinderen die in de baarmoeder aan paracetamol waren blootgesteld, laten geen eenduidig resultaat zien. Paracetamol kan tijdens de zwangerschap worden ingenomen, als het klinisch noodzakelijk is, maar het medicijn dient zo kort mogelijk in de laagste effectieve dosis en in de geringst mogelijke frequentie te worden gebruikt.
Borstvoeding
Paracetamol wordt uitgescheiden in de moedermelk. Er zijn geen ongewenste effecten gemeld bij kinderen die borstvoeding kregen. Paracetamol kan worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding geven zolang de voorgeschreven doses niet worden overschreden.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen schadelijke effecten op vruchtbaarheid bij normaal gebruik van dit medicijn bekend.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Dit medicijn heeft, voor zover bekend, geen invloed op de rijvaardigheid of de bekwaamheid om machines te gebruiken.
4.8 Bijwerkingen
In therapeutische dosering treden weinig bijwerkingen op.
De volgende frequenties kunnen worden vermeld: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥ 1/1000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1000), zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Orgaanklasse | Bijwerking | Frequentie |
|---|---|---|
| Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Agranulocytose (na langdurig gebruik), trombocytopenie, trombocytopenische purpura, leukopenie Pancytopenie Hemolytische anemie | Zelden Zeer zelden Niet bekend |
| Immuunsysteemaandoeningen | Allergieën (exclusief angio-oedeem) Overgevoeligheidsreactie (angio-oedeem, moeilijke ademhaling, zweten, misselijkheid, hypotensie, shock, anafylaxie), waardoor de behandeling moet worden gestaakt | Zelden Zeer zelden |
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Hypoglycemie Metabole acidose met verhoogde anion gap | Zeer zelden Niet bekend |
| Psychische stoornissen | Depressie, verwardheid, hallucinaties | Zelden |
| Zenuwstelselaandoeningen | Duizeligheid (exclusief vertigo), tremor, hoofdpijn | Zelden |
| Oogaandoeningen | Visusafwijkingen | Zelden |
| Hartaandoeningen | Oedeem | Zelden |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Bronchospasme bij patiënten die gevoelig zijn voor aspirine en andere NSAIDs (analgetisch astma) | Zeer zelden |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Bloedingen, buikpijn, diarree, misselijkheid, braken | Zelden |
| Lever- en galaandoeningen | Afwijkende leverfunctie, leverfalen, levernecrose, geelzucht Hepatotoxiciteit | Zelden Zeer zelden |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Pruritus, uitslag, zweten, purpura, urticaria Exantheem, ernstige huidreacties Acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulosis, toxische necrolyse, | Zelden Zeer zelden Niet bekend |
| geneesmiddelgeïnduceerde dermatose, Stevens-Johnson-syndroom | ||
| Nier-en urinewegaandoeningen | Steriel pyurie (troebele urine) en renale bijwerkingen (ernstige nierfunctiestoornis, interstitiële nefritis, hematurie, anuresis) | Zeer zelden |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsaandoeningen | Malaise, pyrexie, sedatie | Zelden |
| Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | Overdosering en vergiftiging | Zelden |
Hoeveelheden van 6 gram paracetamol kunnen reeds leverbeschadiging geven (bij kinderen boven 140 mg/kg); grotere hoeveelheden veroorzaken irreversibele levernecrose. Leverbeschadiging na chronisch gebruik van 3-4 gram paracetamol per dag is gerapporteerd.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Metabole acidose met verhoogde anion gap:
Er zijn gevallen van metabole acidose met verhoogde anion gap als gevolg van pyroglutamine acidose waargenomen bij patiënten met risicofactoren die paracetamol gebruiken (zie rubriek 4.4).
Pyroglutamine acidose kan optreden als gevolg van lage glutathionconcentraties bij deze patiënten.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Voor paracetamol is er een risico op vergiftiging, met name bij ouderen, kleine kinderen, patiënten met leveraandoeningen, bij gevallen van chronisch alcoholisme, patiënten met chronische ondervoeding, bij patiënten met een toestand van glutathiondepletie zoals bij sepsis en bij patiënten die enzym-inducerende medicijnen gebruiken. Een overdosis paracetamol kan leverfalen veroorzaken, wat een levertransplantatie noodzakelijk kan maken of kan leiden tot overlijden. Acute pancreatitis is waargenomen, meestal samen met leverfunctiestoornissen en levertoxiciteit. Zie ook rubriek 5.2.
Symptomen:
De symptomen van paracetamol-intoxicatie zijn misselijkheid, braken, anorexia, bleekheid en buikpijn en deze symptomen treden gewoonlijk binnen 24 uur na inname op. Vanaf een overdosering paracetamol van 140 mg/kg lichaamsgewicht kan matige leverschade ontstaan als gevolg van hepatische cytolyse. Vanaf 200 mg/kg kan ernstige leverschade ontstaan, resulterend in hepatocellulaire insufficiëntie, metabole acidose en encefalopathie, welke kunnen leiden tot coma en dood. Gelijktijdig zijn verhoogde spiegels van hepatische transaminasen (AST, ALT), lactaat dehydrogenase en bilirubine waargenomen samen met verlaagde pro-trombine spiegels die 12 tot 48 uur na toediening kunnen verschijnen. Klinische verschijnselen van leverbeschadiging worden gewoonlijk voor het eerst zichtbaar na 2 dagen en bereiken een maximum na 4 tot 6 dagen.
Spoedbehandeling:
- Onmiddellijke ziekenhuisopname, zelfs als er geen symptomen van overdosering aanwezig zijn.
- Na overdosering dient voor de start van de behandeling zo snel mogelijk een bloedmonster te worden afgenomen ter bepaling van het paracetamolgehalte.
In geval van een grote overdosering, mogelijk leidend tot een ernstige intoxicatie, kan
absorptieverminderende therapie worden toegepast: maagspoeling indien uitvoerbaar binnen 1 uur na inname, en toediening van geactiveerde kool.
De behandeling omvat toediening van het antidotum N-acetylcysteïne (NAC) of methionine,
intraveneus of oraal (dan geen geactiveerde kool toedienen!), indien mogelijk voor het 10e uur na inname. NAC kan echter zelfs tot 36 uur na inname de prognose verbeteren indien de paracetamolconcentratie nog aantoonbaar is. De verdere behandeling is symptomatisch.
- Levertesten dienen te worden uitgevoerd aan het begin van de behandeling en iedere 24 uur te
worden herhaald. In de meeste gevallen zullen de hepatische transaminasen binnen 1 tot 2 weken terugkeren tot normaal met volledig herstel van de leverfunctie. In zeer zeldzame gevallen kan echter levertransplantatie noodzakelijk zijn.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: overige analgetica en antipyretica; aniliden, ATC-code: N02BE01.
Paracetamol heeft zowel een analgetisch als een antipyretisch effect. Het heeft echter geen anti-inflammatoir effect. Het werkingsmechanisme van paracetamol is tot nu toe niet volledig opgehelderd. Het effect lijkt te berusten op remming van het enzym prostaglandinesynthetase, maar juist het ontbreken van een ontstekingsremmend effect kan hierdoor niet worden verklaard. Mogelijk speelt de verdeling van paracetamol over het lichaam en dus de plaats waar remming van prostaglandinesynthetase plaatsvindt ook een rol. Paracetamol heeft als voordeel dat een aantal bijwerkingen die kenmerkend zijn voor NSAIDs bij paracetamol geheel of grotendeels afwezig zijn. Paracetamol is dan ook een goed alternatief voor NSAIDs voor het bestrijden van pijn en koorts.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na orale toediening wordt paracetamol snel en bijna volledig geabsorbeerd. De maximale concentratie wordt na 30 minuten tot 2 uur bereikt.
Distributie
Het verdelingsvolume van paracetamol bedraagt ca. 1 l/kg lichaamsgewicht. Bij therapeutische doseringen is de plasma-eitwitbinding te verwaarlozen. De concentratie in speeksel en moedermelk is gerelateerd aan de concentratie in plasma.
Biotransformatie
Paracetamol wordt bij volwassenen in de lever geconjugeerd met glucuronzuur (ca. 60%), sulfaat (ca. 35%) en cysteïne (ca. 3%). Een klein deel van de paracetamol wordt in het lichaam met behulp van cytochroom P-450 omgezet in een zeer reactieve metaboliet die normaliter snel wordt geïnactiveerd door conjugatie met glutathion. Overdosering kan de gluthathionvoorraad uitputten en zo leiden tot acute leverbeschadiging. Bij neonaten en kinderen tot 12 jaar is sulfaatconjugatie de overwegende eliminatieroute en vindt glucuronidering in mindere mate plaats dan bij volwassenen het geval is. De totale eliminatiecapaciteit bij kinderen is als gevolg van een verhoogde sulfateringscapaciteit echter globaal vergelijkbaar met die van volwassenen.
Eliminatie
Paracetamol wordt uitgescheiden met de urine, 90 % van de ingenomen dosis wordt via de nieren binnen 24 uur uitgescheiden, voornamelijk in de vorm van het glucuronide- (60-80%) en het sulfaatconjugaat (20-30 %) en ca. 5% onveranderd. De eliminatie-halfwaardetijd varieert van 1 tot 4 uur. In geval van ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring minder dan 10 ml/min) is de eliminatie van paracetamol en diens metabolieten vertraagd. Bij ouderen is de conjugatiecapaciteit onveranderd.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Er zijn geen conventionele studies beschikbaar op basis van de momenteel aanvaarde normen voor de evaluatie van de toxiciteit voor de voortplanting en de ontwikkeling.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Povidon K-30 (E 1201)
Gepregelatiniseerd maïszetmeel
Natriumzetmeelglycolaat
Stearinezuur (E 570)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing
6.3 Houdbaarheid
5 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit medicijn zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
De tabletten zijn verkrijgbaar in verpakkingen van 10, 12, 16, 20, 24, 30 of 50 tabletten in een PVC/Alu blisterverpakking of 100 tabletten in een polyethyleen fles met een kindveilige dop.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
PharmaMatch B.V.
Van Boshuizenstraat 12 Unit 2.3
1083 BA Amsterdam
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 109490
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 7 februari 2012
Datum van laatste verlenging: 7 februari 2017
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.4, 4.5 en 4.8: 10 maart 2025
