Bijsluiter-info.nl

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten 56 g/l / 144 g/l – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
56 g/l / 144 g/l

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten, 56 g/l Amino + 144 g/l G, emulsie voor infusie

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

De gebruiksklare emulsie voor intraveneuze infusie bevat na het mengen van de inhoud van het compartiment:

bovenste compartiment (glucoseoplossing)in 1.000 mlin 625 mlin 1.250 mlin 1.875 ml
Glucosemonohydraat158,4 g99,00 g198,0 g297,0 g
equivalent aan glucose144,0 g90,00 g180,0 g270,0 g
middelste compartiment (vetemulsie)in 1.000 mlin 625 mlin 1.250 mlin 1.875 ml
Sojaolie, geraffineerd20,00 g12,50 g25,00 g37,50 g
Middellange keten triglyceriden20,00 g15,50 g25,00 g37,50 g
onderste compartiment (aminozuuroplossing)in 1.000 mlin 625 mlin 1.250 mlin 1.875 ml
Isoleucine3,284 g2,053 g4,105 g6,158 g
Leucine4,384 g2,740 g5,480 g8,220 g
Lysinemonohydraat3,576 g2,235 g4,470 g6,705 g
equivalent aan lysine3,184 g1,990 g3,979 g5,969 g
Methionine2,736 g1,710 g3,420 g5,130 g
Fenylalanine4,916 g3,073 g6,145 g9,218 g
Treonine2,540 g1,588 g3,175 g4,763 g
Tryptofaan0,800 g0,500 g1,000 g1,500 g
Valine3,604 g2,253 g4,505 g6,758 g
Arginine3,780 g2,363 g4,725 g7,088 g
Histidine1,752 g1,095 g2,190 g3,285 g
Alanine6,792 g4,245 g8,490 g12,73 g
Asparaginezuur2,100 g1,313 g2,625 g3,938 g
Glutaminezuur4,908 g3,068 g6,135 g9,203 g
Glycine2,312 g1,445 g2,890 g4,335 g
Proline4,760 g2,975 g5,950 g8,925 g
Serine4,200 g2,625 g5,250 g7,875 g
Aminozuurgehalte [g]56,035,070,1105,1
Stikstofgehalte [g]851015
Koolhydraatgehalte [g]14490180270
Lipidengehalte [g]40255075

Hulpstof(fen) met bekend effect:

Natrium (van natriumoleaat) met max. 0,2 mmol/l in de gebruiksklare emulsie.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Emulsie voor infusie

Aminozuur- en glucoseoplossingen: heldere, kleurloze tot strogele oplossingen.

Vetemulsie: olie-in-water emulsie, melkachtig wit

in 1.000 mlin 625 mlin 1.250 mlin 1.875 ml

Energie in de vorm van lipiden

[kJ (kcal)]

1.590 (380)995 (240)1.990 (475)2.985 (715)
Energie in de vorm van koolhydraten [kJ (kcal)]2.415 (575)1.510 (360)3.015 (720)4.520 (1.080)
Energie in de vorm van aminozuren [kJ (kcal)]940 (225)585 (140)1.170 (280)1.755 (420)
Niet-proteïnen energie [kJ (kcal)]4.005 (955)2.505 (600)5.005 (1.195)7.505 (1.795)
Totale energie [kJ (kcal)]4.945 (1.180)3.090 (740)6.175 (1.475)9.260 (2.215)
Osmolaliteit [mOsm/kg]1.8401.8401.8401.840
Theoretische osmolariteit [mOsm/l]1.3301.3301.3301.330
Ph5,0-6,05,0-6,05,0-6,05,0-6,0

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Toevoer van energie, essentiële vetzuren, aminozuren en vloeistoffen voor parenterale voeding van patiënten in een matige tot ernstige katabole toestand wanneer orale of enterale voeding onmogelijk, ontoereikend of gecontra-indiceerd is.

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen, adolescenten en kinderen ouder dan twee jaar.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering

De dosering moet worden aangepast aan de individuele behoeften van de patiënt.

Continue toediening van dit geneesmiddel wordt aanbevolen. Een stapsgewijze toename van de infusiesnelheid gedurende de eerste 30 minuten tot de gewenste infusiesnelheid voorkomt mogelijke complicaties.

Volwassenen

De maximale dagelijkse dosis bedraagt 35 ml/kg lichaamsgewicht, overeenkomend met:

2,0 g aminozuren /kg lichaamsgewicht per dag

5,04 g glucose /kg lichaamsgewicht per dag

1,4 g lipiden /kg lichaamsgewicht per dag.

De maximale infusiesnelheid is 1,7 ml/kg lichaamsgewicht per uur, overeenkomend met:

0,1 g aminozuren /kg lichaamsgewicht per uur

0,24 g glucose /kg lichaamsgewicht per uur

0,07 g lipiden /kg lichaamsgewicht per uur.

Voor een patiënt met een gewicht van 70 kg komt dit overeen met een maximale infusiesnelheid van 119 ml per uur. De hoeveelheid toegediend substraat bedraagt dan 6,8 g aminozuren per uur, 17,1 g glucose per uur en 4,8 g lipiden per uur.

Pediatrische patiënten

Pasgeborenen, zuigelingen en peuters jonger dan twee jaar

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten is gecontra-indiceerd voor gebruik bij pasgeborenen, zuigelingen en peuters < 2 jaar bij wie het aminozuur cysteïne als conditioneel essentieel kan worden beschouwd (zie rubriek 4.3).

Kinderen vanaf 2-18 jaar

Er is geen klinisch onderzoek uitgevoerd bij pediatrische patiënten.

Dit geneesmiddel kan alleen een basale voedings- en energietoevoer aan de pediatrische patiënten leveren.

Afhankelijk van de individuele behoefte kan carnitinesuppletie worden overwogen bij pediatrische patiënten die naar verwachting gedurende meer dan 4 weken parenterale voeding zullen krijgen.

De exacte dosering hangt af van het energieverbruik van de patiënt en diens vermogen om de werkzame stoffen in dit geneesmiddel te metaboliseren. Daarom dient deze individueel te worden aangepast op grond van de leeftijd, het lichaamsgewicht, de klinische toestand en onderliggende aandoeningen.

Aangezien Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten geen elektrolyten bevat, moeten deze voedingsstoffen indien nodig apart worden toegediend.

Ter voorkoming van een deficiëntie van essentiële vetzuren kan een dosering lipidenemulsie worden gegeven die een minimale inname van linolzuur van 0,1 g/kg per dag levert; die levert ook een voldoende inname van linoleenzuur met alle 20% lipidenemulsies die momenteel geregistreerd zijn voor pediatrisch gebruik.

Vanwege de individuele behoeften van pediatrische patiënten is het mogelijk dat dit geneesmiddel de totale behoeften aan energie, voedingsstoffen, elektrolyten en vloeistof niet voldoende dekt.

In dergelijke gevallen moeten, zo nodig, extra aminozuren, koolhydraten en/of lipiden, mineralen en/of vloeistoffen worden gegeven.

Bij de berekening van de dosering moet rekening worden gehouden met de hydratiestatus van de pediatrische patiënt.

De grootte van de zak dient dienovereenkomstig te worden gekozen.

Bovendien neemt de dagelijkse behoefte aan vocht, glucose en energie af met de leeftijd. Daarom worden er twee leeftijdsgroepen, van 2 tot ≤ 12 jaar en van 12 tot 18 jaar, in aanmerking genomen.

Maximale dagelijkse dosis

Volgens de pediatrische richtlijnen hangt de dosis niet alleen af van de leeftijd maar ook van de medische toestand (acute fase, stabiele fase en herstelfase) van de pediatrische patiënt.

Voor Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten in de leeftijdsgroep van 2 tot ≤ 12 jaar is de glucoseconcentratie de beperkende factor in de acute fase, en is de aminozuurconcentratie dat in de stabiele fase en de herstelfase. Voor de leeftijdsgroep van 12 tot 18 jaar wordt de glucoseconcentratie de beperkende factor bij alle medische aandoeningen.

De resulterende maximale dagelijkse doses worden in de tabel hieronder gegeven.

2 tot ≤ 12 jaar

12-18 jaar

Aanbevolen

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten

Aanbevolen

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten

Acute fase

Stabiele fase

Herstelfase

Acute fase

Stabiele fase

Herstelfase

Maximale dagelijkse dosis [ml/kg/d]

25

35,5

9,5

20

30 overeenkomend met

overeeenkomend met

Vocht [ml/kg/d]

60-100

25

35,5

50-70

9,5

20

30

Aminozuren [g/kg/d]

1,0-2,0 (2,5)

1,4

1,99

1,0-2,0

0,53

1,12

1,68

Glucose [g/kg/d]

Acute fase

1,4-3,6

3,6

-

0,7-1,4

1,37

-

-

Stabiele fase

2,2-5,8

-

5,11

1,4-2,9

-

2,88

-

Herstelfase

4,3-8,6

-

2,9-4,3

-

-

4,3

Lipiden [g/kg/d]

≤ 3

1,0

1,42

≤ 3

0,38

0,8

1,2

Energie [kcal/kg/d]

Acute fase

30-45

29,5

-

20-30

11,2

-

-

Stabiele fase

40-60

-

41,9

25-40

-

23,6

-

Herstelfase

55-75

-

30-55

-

-

35,4

Acute fase = resuscitatiefase wanneer de patiënt ondersteuning van de vitale organen nodig heeft (sedatie, mechanische ventilatie, vasopressoren, vloeistofresuscitatie); stabiele fase = patiënt is stabiel op deze vitale ondersteuning, of kan er vanaf worden gehaald; herstelfase = patiënt wordt gemobiliseerd.

Voor kinderen is het misschien nodig de voedingstherapie te starten met de helft van de beoogde dosering. De dosering moet stapsgewijs worden verhoogd naar gelang van de individuele metabole capaciteit tot de maximale dosering.

Maximale infusiesnelheid

Volgens de pediatrische richtlijnen hangt de maximale infusiesnelheid niet alleen af van de leeftijd maar ook van de medische toestand (acute fase, stabiele fase en herstelfase) van de pediatrische patiënt.

Voor Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten is de glucose-infusiesnelheid de beperkende factor voor beide pediatrische leeftijdsgroepen bij alle medische aandoeningen.

De resulterende maximale infusiesnelheden per uur worden in de onderstaande tabel gegeven.

2 tot ≤ 12 jaar

12 tot 18 jaar

Aanbevolen

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten

Aanbevolen

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten

Acute fase

Stabiele fase

Herstel-fase

Acute fase

Stabiele fase

Herstel-fase

Maximale infusiesnelheid [ml/kg/uur]

0,63

1,25

1,67

0,42

0,83

1,25 overeenkomend met

overeenkomend met

Aminozuren [g/kg/uur]

≤ 0,1

0,035

0,07

0,094

≤ 0,1

0,024

0,046

0,07

Glucose [g/kg/uur]

Acute fase

0,09

0,09

-

-

0,03-0,06

0,06

-

-

Stabiele fase

0,09-0,18

-

0,18

-

0,06-0,12

-

0,12

-

Herstelfase

0,18-0,24

-

-

0,24

0,12-0,18

-

-

0,18

Lipiden [g/kg/uur]

≤ 0,15

0,025

0,05

0,067

≤ 0,15

0,017

0,033

0,05

Patiënten met een nier-/leverinsufficiëntie

De doses moeten individueel worden aangepast bij patiënten met lever- of nierinsufficiëntie (zie ook rubriek 4.4).

Duur van behandeling

De duur van behandeling voor de vermelde indicaties is niet beperkt. Tijdens de toediening van Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten moet een adequate hoeveelheid elektrolyten, sporenelementen en vitamines worden gegeven.

Duur van infusie van een enkele zak

De aanbevolen duur van infusie voor een parenterale voedingszak is maximaal 24 uur.

Wijze van toediening

Intraveneus gebruik. Uitsluitend voor centraal veneuze infusie.

4.3 Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen, of overgevoeligheid voor eieren, pinda’s of soja-eiwit;
  • Aangeboren afwijkingen van het aminozuurmetabolisme;
  • Ernstige hyperlipidemie gekenmerkt door hypertriglyceridemie (≥ 1.000 mg/dl of 11,4 mmol/l);
  • Ernstige coagulopathie;
  • Hyperglykemie die niet reageert op insulinedoses tot 6 eenheden insuline/uur;
  • Acidose;
  • Intrahepatische cholestase;
  • Ernstige leverinsufficiëntie;
  • Ernstige nierinsufficiëntie bij afwezigheid van niervervangende therapie;
  • Verergerende hemorragische diatheses;
  • Acute trombo-embolische voorvallen, vetembolie.

Gezien de samenstelling mag dit geneesmiddel niet worden toegediend aan pasgeborenen, zuigelingen en peuters jonger dan 2 jaar.

Algemene contra-indicaties voor parenterale voeding zijn onder andere:

  • Instabiele bloedsomloop die levensbedreigend is (bijvoorbeeld collaps en shock);
  • Acute fasen van hartinfarct en beroerte;
  • Instabiel metabolisme (bijvoorbeeld ernstig postagressiesyndroom, coma waarvan de oorzaak onbekend is);
  • Ontoereikende zuurstoftoevoer naar de cellen;
  • Verstoorde elektrolyten- en vochtbalans;
  • Acuut longoedeem;
  • Gedecompenseerde hartinsufficiëntie.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Voorzichtigheid is geboden bij verhoogde osmolariteit in het serum.

Stoornissen in de vocht-, elektrolyten- of zuur-basenbalans dienen voor het begin van de infusie gecorrigeerd te worden.

Te snelle infusie kan leiden tot vochtoverbelasting met pathologische serumconcentraties van elektrolyten, hyperhydratie en longoedeem.

Bij elk teken of symptoom van een anafylactische reactie (zoals koorts, beven, uitslag of dyspneu) moet de infusie onmiddellijk worden stopgezet.

De serumconcentratie van triglyceriden moet worden bewaakt bij infusie van dit geneesmiddel.

Afhankelijk van de metabole toestand van de patiënt kan incidenteel hypertriglyceridemie voorkomen. Indien de plasmaconcentratie van triglyceriden meer dan 4,6 mmol/l (400 mg/dl) bedraagt tijdens de toediening van lipiden, wordt aanbevolen de infusiesnelheid te verlagen. De infusie moet worden onderbroken indien de plasmaconcentratie van triglyceriden meer dan 11,4 mmol/l (1.000 mg/dl) bedraagt, aangezien deze waarden in verband zijn gebracht met acute pancreatitis.

Patiënten met een verstoord lipidenmetabolisme

Dit geneesmiddel moet met voorzichtigheid worden toegediend bij patiënten met een verstoord lipidenmetabolisme met verhoogde serumwaarden van triglyceriden, bijvoorbeeld nierinsufficiëntie, diabetes mellitus, pancreatitis, leverinsufficiëntie, hypothyreoïdie (met hypertriglyceridemie), sepsis en metabool syndroom. Indien dit geneesmiddel wordt toegediend aan patiënten met deze aandoeningen, moeten de serumwaarden van triglyceriden vaker worden gecontroleerd om zeker te zijn van de eliminatie van triglyceriden en van stabiele triglyceridenwaarden lager dan 11,4 mmol/l (1.000 mg/dl).

Bij gecombineerde hyperlipidemieën en bij metabool syndroom reageren triglyceridenwaarden op glucose, lipiden en overvoeding. De dosis moet dienovereenkomstig worden aangepast. Andere lipiden- en glucosebronnen en geneesmiddelen die invloed hebben op hun metabolisme moeten worden geëvalueerd en gecontroleerd.

De aanwezigheid van hypertriglyceridemie 12 uur na toediening van lipiden duidt ook op een verstoring van het lipidenmetabolisme.

Zoals alle oplossingen die koolhydraten bevatten, kan de toediening van dit geneesmiddel leiden tot hyperglykemie. De bloedglucosespiegel dient te worden gecontroleerd. In geval van hyperglykemie moet de infusiesnelheid worden verlaagd of moet insuline worden toegediend. Indien de patiënt tegelijkertijd andere intraveneuze glucoseoplossingen krijgt, dient rekening te worden gehouden met de hoeveelheid extra toegediende glucose.

Een onderbreking van de toediening van de emulsie kan aangewezen zijn indien de bloedglucosespiegel tijdens de toediening stijgt tot boven 14 mmol/l (250 mg/dl).

Vanwege het risico op het ontstaan van ernstige lactaatacidose en/of Wernicke-encefalopathie moeten patiënten met ondervoeding die het risico lopen op thiaminedeficiëntie (vitamine B1-tekort), parenteraal zo snel mogelijk toereikende doses thiamine krijgen.

Het opnieuw voeden van ondervoede patiënten of het aanvullen van tekorten bij patiënten met depletie kan leiden tot hypokaliëmie, hypofosfatemie en hypomagnesiëmie. Een adequate elektrolytensuppletie, afhankelijk van de afwijkingen van de normale waarden is noodzakelijk.

Controles van de elektrolytenconcentraties in het serum, de vochtbalans en de zuur-basenbalans zijn noodzakelijk. Ook de bloedcelaantallen, stollingsstatus en lever- en nierfunctie dienen gecontroleerd te worden.

Dit product bevat geen elektrolyten. Daarom moeten voldoende hoeveelheden elektrolyten samen met Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten worden toegediend volgens de behoeften van de patiënt. Een toereikende substitutie van kalium moet worden gegarandeerd. Het kan nodig zijn om ook sporenelementen en vitamines te geven.

Nauwlettende controle van de elektrolyten in het serum is verplicht. Dit geldt met name voor het opnieuw voeden of repletie van ondervoede patiënten, of voor patiënten die een tekort hebben, die een groot risico lopen op het ontwikkelen van hypokaliëmie, hypofosfatemie en hypomagnesiëmie.

Dit geneesmiddel mag niet gelijktijdig met bloed in dezelfde infusielijn worden toegediend vanwege het risico van pseudoagglutinatie (zie ook rubriek 4.5).

Dit geneesmiddel is een preparaat met een complexe samenstelling. Daarom wordt ten stelligste afgeraden andere oplossingen toe te voegen (zolang de verenigbaarheid niet is bewezen; zie rubriek 6.2).

Zoals met alle intraveneuze oplossingen, vooral voor parenterale voeding, zijn strenge aseptische voorzorgsmaatregelen noodzakelijk voor de infusie van dit geneesmiddel.

Oudere patiënten

In principe kan bij oudere patiënten dezelfde dosering als bij volwassenen worden gebruikt. Extra voorzichtigheid is geboden bij patiënten met bijkomende aandoeningen, zoals hart- of nierinsufficiëntie, aandoeningen die op latere leeftijd vaker voorkomen.

Patiënten met diabetes mellitus, hart- of nierinsufficiëntie

Zoals alle infusieoplossingen met een groot volume, moet dit geneesmiddel met voorzichtigheid worden toegediend bij patiënten met een hart- of nierinsufficiëntie.

Er is slechts beperkte ervaring met het gebruik ervan bij patiënten met diabetes mellitus of nierfalen.

Bijzondere waarschuwingen/voorzorgen met betrekking tot hulpstoffen

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per zak met meerdere compartimenten, dit wil zeggen in wezen ‘natriumvrij’.

Interferentie met laboratoriumtests

Het vetgehalte kan invloed hebben op bepaalde laboratoriummetingen (bijvoorbeeld bilirubine, lactaatdehydrogenase, zuurstofsaturatie) indien er bloed wordt afgenomen voordat het vet voldoende uit de bloedbaan geklaard is.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Sommige geneesmiddelen, zoals insuline, kunnen invloed hebben op het lichaamseigen lipasesysteem. Het klinische belang van dit soort interactie lijkt echter slechts beperkt te zijn.

Bij toediening van klinische doses heparine wordt een tijdelijke afgifte van lipoproteïnelipase in de bloedsomloop veroorzaakt. Dit kan aanvankelijk leiden tot een toename van de lipolyse in het plasma, gevolgd door een tijdelijke afname van de triglyceridenklaring.

Sojaolie bevat van nature vitamine K1. Dit kan invloed hebben op het therapeutische effect van coumarinederivaten, hetgeen nauwlettend moet worden gemonitord bij patiënten die met dergelijke geneesmiddelen worden behandeld.

Dit geneesmiddel mag niet gelijktijdig met bloed in dezelfde infusielijn worden toegediend vanwege het risico van pseudoagglutinatie (zie ook rubriek 4.4).

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten bij zwangere vrouwen. Dieronderzoek heeft onvoldoende gegevens opgeleverd wat betreft reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Parenterale voeding kan noodzakelijk zijn tijdens de zwangerschap. Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten mag alleen aan zwangere vrouwen worden gegeven na zorgvuldige overweging.

Borstvoeding

Bestanddelen/metabolieten van Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten worden in de moedermelk uitgescheiden, maar bij therapeutische doses worden geen effecten op met moedermelk gevoede pasgeborenen/zuigelingen verwacht. Desalniettemin wordt borstvoeding niet aanbevolen voor moeders die parenterale voeding krijgen.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen gegevens beschikbaar over het gebruik van dit geneesmiddel.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen

Bij een juist gebruik wat betreft controle van de dosering en inachtneming van de veiligheidsbeperkingen en -instructies, kunnen er toch nog bijwerkingen optreden. De volgende lijst omvat een aantal systemische reacties die gepaard kunnen gaan met het gebruik van Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten.

Bijwerkingen worden als volgt gerangschikt naar hun frequentie:

Zeer vaak:

(≥ 1/10)

Vaak:

(≥ 1/100, < 1/10)

Soms:

(≥ 1/1.000, < 1/100)

Zelden:

(≥ 1/10.000, < 1/1.000)

Zeer zelden:

(< 1/10.000)

Niet bekend:

(op basis van de beschikbare gegevens kan de frequentie niet worden bepaald)

Bloed- en lymfestelselaandoeningen

Zelden: Hypercoagulatie

Niet bekend: Leukopenie, trombocytopenie

Immuunsysteemaandoeningen

Zelden: Allergische reacties (bijvoorbeeld anafylactische reacties, huiderupties, larynxoedeem, oedeem in de mond en gezichtsoedeem)

Voedings- en stofwisselingsstoornissen

Soms: Verlies van eetlust

Zeer zelden: Hyperlipidemie, hyperglykemie, metabole acidose

De frequentie van deze bijwerkingen is afhankelijk van de dosis en kan hoger zijn in geval van absolute of relatieve overdosering van lipiden.

Zenuwstelselaandoeningen

Zelden: Hoofdpijn, sufheid

Bloedvataandoeningen

Zelden: Hypertensie of hypotensie, blozen

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen

Zelden: Dyspneu, cyanose

Maagdarmstelselaandoeningen

Soms: Misselijkheid, braken

Lever- en galaandoeningen

Niet bekend: Cholestase

Huid- en onderhuidaandoeningen

Zelden: Erytheem, zweten

Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen

Zelden: Pijn in de rug, botten, borstkas en lumbale regio

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

Zelden: Verhoogde lichaamstemperatuur, het koud hebben, koude rillingen

Zeer zelden: Vetoverbelastingssyndroom (zie details hieronder)

Indien bijwerkingen optreden, moet de infusie worden stopgezet.

Indien de triglyceridenwaarde tijdens de infusie stijgt tot boven 11,4 mmol/l (1.000 mg/dl), moet de infusie worden stopgezet. Bij waarden boven 4,6 mmol/l (400 mg/dl) kan de infusie worden voortgezet met een lagere dosering (zie rubriek 4.4).

Indien de infusie opnieuw wordt gestart, moet de patiënt zorgvuldig worden bewaakt, vooral in het begin, en dienen met korte tussenpozen bepalingen van de triglyceridenwaarde in het serum plaats te vinden.

Informatie over specifieke bijwerkingen

Misselijkheid, braken en gebrek aan eetlust zijn symptomen die vaak verband houden met aandoeningen waarbij parenterale voeding aangewezen is, en die tegelijkertijd in verband kunnen worden gebracht met de parenterale voeding zelf.

Vetoverbelastingssyndroom

Een verminderd vermogen om triglyceriden te elimineren, kan tot het ‘vetoverbelastingssyndroom’ leiden, wat door overdosering kan worden veroorzaakt. Mogelijke signalen van metabole overbelasting dienen in de gaten gehouden te worden. De oorzaak kan genetisch zijn (individueel bepaald metabolisme) of het vetmetabolisme kan aangetast zijn door een bestaande of eerder doorgemaakte ziekte. Dit syndroom kan ook optreden tijdens ernstige hypertriglyceridemie, zelfs bij de aanbevolen infusiesnelheid, en in samenhang met een plotselinge verandering in de klinische toestand van de patiënt, zoals een afname van de nierfunctie of een infectie. Het vetoverbelastingssyndroom wordt gekenmerkt door hyperlipidemie, koorts, vetinfiltratie, hepatomegalie met of zonder icterus, splenomegalie, anemie, leukopenie, trombocytopenie, bloedstollingsstoornissen, hemolyse en reticulocytose, afwijkende leverfunctietestwaarden en coma. Gewoonlijk zijn de symptomen omkeerbaar als de infusie met de vetemulsie wordt stopgezet.

Indien zich verschijnselen van een vetoverbelastingssyndroom voordoen, dient de infusie van dit geneesmiddel onmiddellijk gestaakt te worden.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via:

België:

Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten

www.fagg.be

Afdeling Vigilantie:

Website: www.eenbijwerkingmelden.be

e-mail: adr@fagg-afmps.be

Nederland:

Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb.

Website: www.lareb.nl

4.9 Overdosering

Symptomen van overdosering van vocht

Hyperhydratie, verstoorde elektrolytenhuishouding en longoedeem.

Symptomen van overdosering van aminozuren

Renale aminozuurverliezen met als gevolg verstoring van de aminozuurbalans, misselijkheid, braken en rillingen.

Symptomen van overdosering van glucose

Hyperglykemie, glucosurie, dehydratie, hyperosmolaliteit, hyperglykemisch-hyperosmolair coma.

Symptomen van overdosering van lipiden

Zie rubriek 4.8.

Behandeling

Bij overdosering is onmiddellijke stopzetting van de infusie aangewezen. Verdere therapeutische maatregelen hangen af van de specifieke symptomen en de hevigheid ervan. Wanneer de infusie wordt hervat nadat de symptomen zijn afgenomen, wordt aanbevolen om de infusiesnelheid geleidelijk op te voeren onder regelmatige controle.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Oplossingen voor parenterale voeding, combinatiepreparaten

ATC-code: B05BA10

Werkingsmechanisme

Parenterale voeding moet het lichaam voorzien van alle voedingsstoffen en energie die nodig zijn voor de groei en het herstel van de weefsels, alsook voor de instandhouding van alle lichaamsfuncties.

Aminozuren zijn met name belangrijk aangezien sommige aminozuren de belangrijkste bouwstenen voor de eiwitsynthese zijn. Een gelijktijdige energievoorziening (in de vorm van koolhydraten/lipiden) is noodzakelijk om de aminozuren te behouden voor de weefselregeneratie en het anabolisme en om te voorkomen dat ze worden gebruikt als energiebron.

Glucose wordt universeel in het organisme gemetaboliseerd. Sommige weefsels en organen, zoals het centraal zenuwstelsel, het beenmerg, de erytrocyten, het tubulaire epitheel, halen hun benodigde energie uitsluitend uit glucose. Daarnaast fungeert glucose als een structurele bouwsteen voor verschillende celstoffen.

Vanwege hun hoge energiedichtheid zijn lipiden een efficiënte vorm van energietoevoer. Lange keten triglyceriden voorzien het organisme van essentiële vetzuren voor de synthese van celonderdelen. Hiertoe bevat de vetemulsie middellange en lange keten triglyceriden (afkomstig van sojaolie).

In vergelijking met lange keten triglyceriden worden middellange keten triglyceriden sneller gehydrolyseerd, geëlimineerd uit de bloedsomloop en volledig geoxideerd. Ze vormen een geprefereerd energiesubstraat, met name wanneer de degradatie en/of het gebruik van lange keten triglyceriden verstoord zijn, bijvoorbeeld in geval van lipoproteïnelipasedeficiëntie en/of een deficiëntie van lipoproteïnelipasecofactoren.

Onverzadigde vetzuren afkomstig van de lange keten triglyceridenfractie doen voornamelijk dienst bij de profylaxe en behandeling van deficiëntie van essentiële vetzuren.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

Dit geneesmiddel wordt toegediend via intraveneuze infusie. Dat betekent dat alle substraten direct beschikbaar zijn voor het metabolisme.

Distributie

De dosis, infusiesnelheid, metabole situatie en individuele factoren van de patiënt (graad van voedingstoestand) zijn van doorslaggevend belang voor de maximale triglyceridenconcentraties die worden bereikt. Wanneer het wordt gebruikt volgens de instructies, met inachtneming van de doseringsrichtlijnen stijgen de triglyceridenconcentraties, over het algemeen, niet boven 4,6 mmol/l (400 mg/dl).

Middellange keten vetzuren hebben een geringe affiniteit met albumine. Uit dierproeven waarin zuivere middellange keten triglyceridenemulsies werden toegediend, is gebleken dat middellange keten vetzuren de bloed-hersenbarrière kunnen passeren bij overdosering. Er werden geen nadelige effecten waargenomen met een emulsie die een mengsel oplevert van middellange keten triglyceriden en lange keten triglyceriden, aangezien lange keten triglyceriden een remmend effect hebben op hydrolyse van middellange keten triglyceriden. Daarom kunnen toxische effecten op de hersenen na de toediening van dit geneesmiddel worden uitgesloten.

Aminozuren komen in verschillende eiwitten in verschillende organen van het lichaam voor. Daarnaast komt elk aminozuur voor als vrij aminozuur in het bloed en binnen in de cellen.

Aangezien glucose oplosbaar is in water, wordt het via het bloed over het hele lichaam verspreid. Eerst wordt de glucoseoplossing verspreid in de intravasculaire ruimte en daarna wordt het opgenomen in de intracellulaire ruimte.

Er zijn geen gegevens beschikbaar over het transport van de bestanddelen door de placentabarrière.

Biotransformatie

De aminozuren die niet worden ingezet voor de eiwitsynthese, worden als volgt gemetaboliseerd. De aminogroep wordt door middel van transaminering afgesplitst van de koolstofketen. De resterende koolstofketen wordt vervolgens ofwel direct geoxideerd tot CO2 ofwel als substraat voor de gluconeogenese in de lever gebruikt. De aminogroep wordt in de lever gemetaboliseerd tot ureum.

Glucose wordt gemetaboliseerd tot CO2 en H2O via de bekende metabole routes. Een deel van de glucose wordt gebruikt voor de synthese van lipiden.

Na infusie worden triglyceriden gehydrolyseerd tot glycerol en vetzuren. Beide worden opgenomen in fysiologische routes voor energieproductie, synthese van biologisch actieve moleculen, gluconeogenese en hersynthese van lipiden.

Eliminatie

Er worden slechts kleine hoeveelheden aminozuren in ongewijzigde vorm uitgescheiden in de urine.

Een teveel aan glucose wordt alleen in urine uitgescheiden als de renale drempel voor glucose wordt bereikt.

Zowel de triglyceriden van sojaolie als de middellange keten triglyceriden worden volledig gemetaboliseerd tot CO2 en H2O. Kleine hoeveelheden lipiden gaan alleen verloren tijdens het afstoten van cellen van de huid en andere epitheliale membranen. Uitscheiding via de nieren vindt praktisch niet plaats.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Er zijn geen niet-klinische onderzoeken uitgevoerd met dit geneesmiddel.

Er zijn geen toxische effecten te verwachten van mengsels van voedingsstoffen die in de aanbevolen dosering als substitutietherapie worden toegediend.

Reproductietoxiciteit

Fyto-oestrogenen zoals ß-sitosterol kunnen worden gevonden in diverse plantaardige oliën, met name sojaolie. Een verstoring van de vruchtbaarheid werd vastgesteld bij ratten en konijnen na subcutane en intravaginale toediening van ß-sitosterol. Volgens de huidige kennis lijken de effecten die bij dieren werden waargenomen niet relevant te zijn voor klinisch gebruik.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Citroenzuurmonohydraat (voor aanpassing van de pH)

Glycerol

Eifosfolipiden voor injectie

Natriumoleaat

All-rac-alfa-tocoferol

Water voor injecties

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen waarvan de verenigbaarheid niet is vastgelegd. Zie rubriek 6.6.

Dit geneesmiddel mag niet tegelijkertijd met bloed worden gegeven; zie rubriek 4.4 en 4.5.

6.3 Houdbaarheid

Ongeopend

2 jaar

Na verwijdering van de beschermende buitenverpakking en na het mengen van de inhoud van de zak

De chemische en fysisch-chemische stabiliteit bij gebruik van het mengsel van aminozuren, glucose en vet werd aangetoond gedurende 7 dagen bij 2-8 °C en nog eens 2 dagen bij 25 °C.

Na het mengen met verenigbare additieven

Vanuit microbiologisch standpunt moet het product onmiddellijk na het mengen met additieven worden gebruikt. Als het niet onmiddellijk na het mengen met additieven wordt gebruikt, is de gebruiker verantwoordelijk voor de bewaarduur en -condities vóór gebruik.

Na opening (spiken van de infusiepoort)

De emulsie moet onmiddellijk na opening van de zak worden gebruikt.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25 °C.

Niet in de vriezer bewaren. Indien de zak per ongeluk werd ingevroren, moet hij worden weggegooid.

Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten wordt geleverd in flexibele zakken, bestaande uit meerdere compartimenten, van meerlagig folie. De binnenste laag die in aanraking komt met de oplossing bestaat uit polypropyleen. De twee poorten onderaan zijn vervaardigd van polypropyleen en styreenethyleenbutyleenstyreen. De zakken met meerdere compartimenten bevatten:

  • 625 ml (250 ml aminozuuroplossing + 125 ml vetemulsie + 250 ml glucoseoplossing)
  • 1.250 ml (500 ml aminozuuroplossing + 250 ml vetemulsie + 500 ml glucoseoplossing)
  • 1.875 ml (750 ml aminozuuroplossing + 375 ml vetemulsie + 750 ml glucoseoplossing)

Afbeelding A Afbeelding B

Afbeelding A: De zak met meerdere compartimenten is verpakt in een beschermende buitenverpakking. Een zuurstofabsorbeerder en een zuurstofindicator zijn tussen de zak en de beschermende buitenverpakking aangebracht; het sachet met de zuurstofabsorbeerder is vervaardigd van inert materiaal en bevat ijzerhydroxide.

Afbeelding B: Het bovenste compartiment bevat een glucoseoplossing, het middelste compartiment een vetemulsie en het onderste compartiment een aminozuuroplossing.

Het bovenste compartiment en het middelste compartiment kunnen verbonden worden met het onderste compartiment door de naden ertussen te openen (naden lostrekken).

Dankzij het ontwerp van de zak kunnen de aminozuren, glucose en lipiden in één compartiment worden gemengd. Door de lostrekbare naden te openen, gebeurt het mengen steriel en wordt een emulsie gevormd.

De verschillende verpakkingsgrootten worden geleverd in dozen met vijf zakken.

Verpakkingsgrootten: 5 x 625 ml, 5 x 1.250 ml en 5 x 1.875 ml.

Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Inkepingen

Bescher mverpak king

Zuurstofindicator

Zuurstof-absorbeerder

Handgreep/

ophangring

Glucose

Vetemulsie

Aminozuur-oplossing

Infusiepoort

Medicatie-poort

Producten met parenterale voeding moeten vóór gebruik visueel worden geïnspecteerd op beschadiging, verkleuring en instabiliteit van de emulsie.

Gebruik geen zakken die beschadigd zijn. De beschermende buitenverpakking, de primaire zak en de lostrekbare naden tussen de compartimenten moeten intact zijn. Alleen gebruiken indien de aminozuur- en glucoseoplossingen helder en kleurloos tot strogeel zijn en de lipidenemulsie homogeen is en er melkachtig wit uitziet. Niet gebruiken indien de oplossingen vreemde deeltjes bevatten.

Na het mengen van de drie compartimenten de emulsie niet gebruiken, indien de emulsie verkleuring of tekenen van fasescheiding vertoont (oliedruppels, olielaag). Stop de infusie onmiddellijk in geval van verkleuring van de emulsie of tekenen van fasescheiding.

Controleer de kleur van de zuurstofindicator vóór opening van de beschermende buitenverpakking (zie afbeelding A). Niet gebruiken indien de zuurstofindicator roze is geworden. Alleen gebruiken indien de zuurstofindicator geel is.

Klaarmaken van de gemengde emulsie

Aseptische hanteringsnormen moeten strikt worden nageleefd.

Openen: Scheur de beschermende buitenverpakking los, te beginnen vanaf de inkepingen (afbeelding 1). Neem de zak uit zijn beschermende buitenverpakking. Gooi de beschermende buitenverpakking, zuurstofindicator en zuurstofabsorbeerder weg.

Inspecteer de primaire zak visueel op lekken. Zakken die lekken, moeten worden weggegooid omdat de steriliteit niet kan worden gegarandeerd.

Mengen van de inhoud van de zak en toevoeging van additieven

Om de compartimenten te openen en vervolgens te mengen, moet de zak met beide handen worden opgerold; begin eerst met het openen van de lostrekbare naad die het bovenste compartiment (glucose) scheidt van het onderste compartiment (aminozuren) (afbeelding 2).

Na verwijdering van de aluminium verzegeling (afbeelding 3) kunnen via de medicatiepoort (afbeelding 4) verenigbare in water oplosbare additieven worden toegevoegd aan de heldere waterige oplossingen. Meng de inhoud zorgvuldig (afbeelding 5) en inspecteer het mengsel visueel op neerslag (afbeelding 6). Alleen heldere oplossing mag worden gebruikt.

Blijf vervolgens druk uitoefenen zodat de lostrekbare naad die het middelste compartiment (lipiden) scheidt van het onderste compartiment opengaat (afbeelding 7).

Het mengsel is een melkachtig witte, homogene olie-in-water emulsie. Nadat de inhoud van alle compartimenten is gemengd, kunnen verenigbare additieven via de medicatiepoort (afbeelding 4) worden toegevoegd. Meng de inhoud zorgvuldig (afbeelding 8) en inspecteer het mengsel visueel (afbeelding 9).

Gegevens met betrekking tot de verenigbaarheid met verschillende additieven (bijvoorbeeld elektrolyten, sporenelementen, vitamines) en de betreffende houdbaarheid van dergelijke mengsels kunnen op verzoek door de fabrikant worden verstrekt.

Klaarmaken voor infusie

De emulsie moet altijd vóór infusie op kamertemperatuur worden gebracht.

Verwijder het aluminiumfolie (afbeelding 10) van de infusiepoort en sluit de infusielijn aan (afbeelding 11). Gebruik een infusielijn zonder ontluchtingsventiel of sluit de luchttoevoeropening wanneer een lijn met ontluchtingsventiel wordt gebruikt. Hang de zak op aan een infuusstandaard (afbeelding 12) en voer de infusie uit met de standaardtechniek.

Uitsluitend voor eenmalig gebruik. De zak en ongebruikte resten moeten na gebruik worden weggegooid.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.

Gedeeltelijk gebruikte zakken niet opnieuw aansluiten.

Indien filters worden gebruikt, moeten ze lipiden kunnen doorlaten (poriegrootte ≥ 1,2 microm).

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

B. Braun Melsungen AG

Carl-Braun-Straße 1

34212 Melsungen, Duitsland

Postadres

34209 Melsungen, Duitsland

8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

In Nederland: RVG 115556

In België:

  • 625 ml: BE502586
  • 1.250 ml: BE502595
  • 1.875 ml: BE502604

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

In Nederland:

Datum van eerste verlening van de vergunning: 18 oktober 2016

Datum van laatste verlenging: 19 mei 2021

In België:

Datum van eerste verlening van de vergunning: 19 mei 2016

Datum van laatste verlenging: 16 april 2021

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubrieken 4.2, 4.4, 6.6 en 7: 14 november 2025

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 115556

Datum van herziening volgens de tekst: 14-11-2025

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Nutriflex Lipid special zonder elektrolyten

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stoffen Alanine, dl-, Arginine, (l-), Asparaginezuur, (l-), Fenylalanine, (l-), Glucose, Glutaminezuur (l-) (+), Glycine, Histidine, (l-), Isoleucine, (dl-), Leucine, (l-), Lysine (l-), Methionine, (l-), Proline, (l-), Serine, (l-), Sojaolie, gezuiverd, Threonine, (l-), Triglyceriden middellange keten, Tryptofaan, (l-), Valine, (l-)
Farmaceutische vorm Emulsie voor infusie
Toedieningsweg Intraveneus gebruik
Hulpstoffen
citroenzuur 1-water (e 330), citroenzuur 1-water (e 330), glycerol (e 422), lecithine, ei (e 322) … (+8)+

citroenzuur 1-water (e 330), citroenzuur 1-water (e 330), glycerol (e 422), lecithine, ei (e 322), natriumoleaat (e 470a), stikstof (head space) (e 941), stikstof (head space) (e 941), stikstof (head space) (e 941), tocoferol, dl-alfa (e 307), water voor injectie, water voor injectie, water voor injectie

ATC-indeling
  1. B Middelen voor bloed en bloedvormende organen
    1. B05 Bloedvervangingsmiddelen en perfusievloeistoffen
      1. B05B Intraveneuze oplossingen voor parenterale toediening van vocht, elektrolyten en voedingsstoffen
        1. B05BA Oplossingen voor parenterale voeding
          1. B05BA10 Combination solutions for parenteral nutrition
Registratiehouder B. Braun Melsungen AG (Melsungen)
Registratie 115556 sinds 18-10-2016 Procedure: DE/H/4087/004

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.