SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Natterman Melrosum Extra Sterk
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Natterman Melrosum Extra Sterk, stroop
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Natterman Melrosum Extra Sterk, stroop bevat 0,5 mg codeïnefosfaathemihydraat per ml.
Hulpstoffen met bekend effect:
ethanol, natriumbenzoaat (E211), glucose, sacharose en natrium.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Stroop.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Ter verlichting van droge hoestklachten.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen: 20 ml per keer, maximaal 4 maal per dag.
Pediatrische patiënten
Kinderen jonger dan 12 jaar: Natterman Melrosum Extra Sterk is gecontra-indiceerd voor kinderen jonger dan 12 jaar (zie rubriek 4.3).
Kinderen in de leeftijd van 12 jaar tot 18 jaar: 20 ml per keer, maximaal 4 maal per dag.
Natterman Melrosum Extra Sterk is niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen in de leeftijd van 12 jaar tot 18 jaar die een verminderde ademhalingsfunctie hebben (zie rubriek 4.4).
Wijze van toediening
Oraal gebruik.
De drank dient ingenomen te worden met de bijgeleverde maatbeker.
Natterman Melrosum Extra Sterk mag niet langer worden gebruikt dan noodzakelijk.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Bij kinderen jonger dan 12 jaar vanwege een verhoogd risico op het ontwikkelen van ernstige en levensbedreigende bijwerkingen.
- Verminderde ademhalingsreserve (asthma bronchialis, emfyseem).
- Leverinsufficiëntie.
- Intracraniale laesies.
- Bij vrouwen tijdens borstvoeding (zie rubriek 4.6).
- Bij patiënten van wie bekend is dat zij ultrasnelle CYP2D6-metaboliseerders zijn.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij voorkeur niet gebruiken bij productieve hoest (hoest waarbij slijm vrijkomt).
Bij aanhoudende hoestklachten, hoestklachten die gepaard gaan met benauwdheid, en als er bloed bij het hoesten vrijkomt, dient contact met de arts te worden opgenomen.
Voorzichtigheid is geboden bij het toedienen aan ouderen. Kan maagdarmklachten en diarree veroorzaken.
Lever- en galaandoeningen
Codeïne kan disfunctie en spasme van de sfincter van Oddi veroorzaken, waardoor het risico op galwegsymptomen en pancreatitis toeneemt. Codeïne moet daarom met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met pancreatitis en aandoeningen van de galwegen.
Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen
Opioïden kunnen slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen veroorzaken, zoals centrale slaapapneu (CSA) en slaapgerelateerde hypoxemie. Het verhoogde risico op CSA bij opioïdengebruik is dosisafhankelijk. Overweeg bij patiënten die tekenen van CSA vertonen de totale opioïddosering te verlagen.
CYP2D6 metabolisme
Codeïne wordt door het leverenzym CYP2D6 gemetaboliseerd tot morfine, zijn actieve metaboliet.
Indien een patiënt een deficiëntie heeft van dit enzym of indien dit enzym helemaal ontbreekt, zal geen toereikend therapeutisch effect worden bereikt. Uit schattingen blijkt dat tot 7% van de Kaukasische populatie deze deficiëntie kan hebben. Indien de patiënt echter een extensieve of ultrasnelle metaboliseerder is, is er een verhoogd risico op het ontwikkelen van bijwerkingen van opioïdentoxiciteit, zelfs bij doses die gebruikelijk worden voorgeschreven. Deze patiënten zetten codeïne snel om in morfine, hetgeen leidt tot morfinegehaltes in het serum die hoger zijn dan verwacht.
Algemene symptomen van opioïdentoxiciteit bestaan uit verwardheid, slaperigheid, oppervlakkige ademhaling, kleine pupillen, misselijkheid, braken, constipatie en geen eetlust. In ernstige gevallen kunnen ze symptomen omvatten van circulatoire en respiratoire depressie, wat levensbedreigend en in zeer zeldzame gevallen fataal kan zijn.
Risico van gelijktijdig gebruik met sedativa, zoals benzodiazepinen of gerelateerde middelen.
Gelijktijdig gebruik van Natterman Melrosum Extra Sterk met sedativa, zoals benzodiazepinen of gerelateerde middelen, kan leiden tot sedatie, ademhalingsdepressie, coma en overlijden.
Vanwege deze risico’s dient het voorschrijven van deze sedativa te worden beperkt tot patiënten bij wie er geen alternatieve behandelopties mogelijk zijn. Wanneer wordt besloten Natterman Melrosum Extra Sterk gelijktijdig voor te schrijven met sedativa dient de laagst mogelijk effectieve dosis te worden gebruikt en dient de duur van de behandeling zo kort mogelijk te zijn.
Patiënten moeten nauwlettend worden gevolgd op tekenen en symptomen van ademhalingsdepressie of sedatie. Hierbij wordt sterk aanbevolen patiënten en hun verzorgers op de hoogte te stellen van deze symptomen (zie rubriek 4.5).
Schattingen van de prevalentie van ultrasnelle metaboliseerders in verschillende populaties worden hieronder samengevat:

Pediatrische patiënten
Kinderen met een verminderde ademhalingsfunctie.
Codeïne is niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen bij wie de ademhalingsfunctie misschien verminderd is, waaronder neuromusculaire stoornissen, ernstige hart- of ademhalingsaandoeningen, infecties van de bovenste luchtwegen of longinfecties, meerdere traumata of grote chirurgische procedures. Deze factoren kunnen de symptomen van morfinetoxiciteit verergeren.
Tolerantie en opiaatgebruiksstoornis (misbruik en afhankelijkheid)
Bij herhaalde toediening van opioïden zoals Natterman Melrosum Extra Sterk kunnen tolerantie, lichamelijke en psychologische afhankelijkheid en opiaatgebruiksstoornissen (opioid use disorders – OUD’s) optreden. Herhaald gebruik van Natterman Melrosum Extra Sterk kan leiden tot OUD’s. Een hogere dosering en een langere duur van de behandeling met opioïden kunnen het risico op OUD’s verhogen. Misbruik of opzettelijk verkeerd gebruik van Natterman Melrosum Extra Sterk kan leiden tot overdosering en/of overlijden. Patiënten met een persoonlijke of een familiale voorgeschiedenis (bij ouders of broers/zussen) van middelengebruiksstoornissen (waaronder alcoholgebruiksstoornis), huidige tabaksgebruikers of patiënten met een persoonlijke voorgeschiedenis van andere psychische aandoeningen (bijv. ernstige depressie, angst- en persoonlijkheidsstoornissen) lopen een verhoogd risico op OUD’s.
De patiënt moet op de hoogte worden gebracht van de risico’s en tekenen van OUD’s, zoals beschreven in de bijsluiter. Als deze tekenen zich voordoen, dient de patiënt contact op te nemen met hun arts.
Bij patiënten die tekenen en symptomen van OUD ervaren en/of drugszoekend gedrag vertonen, kan beoordeling van gelijktijdig gebruikte opioïden en psychoactieve geneesmiddelen (zoals benzodiazepinen) en raadpleging van een verslavingsspecialist noodzakelijk zijn.
Hulpstoffen:
Ethanol
Dit middel bevat maximaal 200 mg ethanol per dosis van 20 ml stroop, overeenkomend met 10 mg/ml. De hoeveelheid per dosis van 20 ml stroop in dit middel komt overeen met minder dan 4 ml bier of 1,6 ml wijn.
Natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis van 20 ml stroop, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
Natriumbenzoaat
Dit middel bevat 53,34 mg natriumbenzoaat per dosis van 20 ml stroop, overeenkomend met 2,67 mg/ml.
Suikers
Dit middel bevat circa 0,95 g suikers per ml stroop (honing 0,28 g, glucose 0,40 g en sacharose 0,27 g). Bij gebruik van 20 ml stroop levert elke dosis 19 gram suikers. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met diabetes mellitus. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen fructose intolerantie, glucose-galactosemalabsorptie, of sucrase- isomaltase insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Kan schadelijk zijn voor de tanden.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Gelijktijdig gebruik van alcohol, anaesthetica, hypnotica en sedativa, antipsychotica, anxiolytica, andere narcotische analgetica of MAO-remmers versterken door additie het effect op het centrale zenuwstelsel (ademhalingsdepressie, sedering).
Vanwege het extra onderdrukkende effect op het centraal zenuwstelsel kan gelijktijdig gebruik van opioïden met sedativa, zoals benzodiazepinen, gabapentinoïden (gabapentine en pregabaline) of aanverwante middelen, het risico op diepe sedatie, ademhalingsdepressie, hypotensie, coma en overlijden verhogen. De dosering en de duur van gelijktijdig gebruik dienen te worden beperkt (zie rubriek 4.4).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Beperkte gegevens over het gebruik van codeïne in de zwangerschap bij de mens laten geen verhoogd risico op congenitale afwijkingen zien. Opiaten passeren de placenta. Bij toediening vlak voor de partus kan codeïne ademhalingsdepressie bij de neonaat veroorzaken. Wanneer opiaten langdurig tot aan de partus gebruikt worden kunnen ontwenningsverschijnselen bij de neonaat optreden. Dierstudies toonden geen teratogene of foetotoxische effecten. Codeïnefosfaat dient alleen gedurende de zwangerschap gebruikt te worden indien strikt noodzakelijk.
Borstvoeding
Natterman Melrosum Extra Sterk is gecontra-indiceerd tijdens borstvoeding (zie rubriek 4.3).
Bij normale therapeutische doses kunnen codeïne en zijn actieve metaboliet in zeer kleine doses aanwezig zijn in de moedermelk. Het is onwaarschijnlijk dat dit een nadelig effect heeft op de met moedermelk gevoede zuigeling. Indien de patiënt een ultrasnelle metaboliseerder is van CYP2D6, kunnen echter hogere gehaltes van de actieve metaboliet, morfine, aanwezig zijn in de moedermelk en kunnen ze in zeer zeldzame gevallen leiden tot symptomen van opioïdentoxiciteit bij de zuigeling, wat fataal kan zijn.
Vruchtbaarheid
Het is niet bekend of Codeïne effect heeft op de vruchtbaarheid.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Natterman Melrosum Extra Sterk bevat codeïne en heeft invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
Dit product dient niet te worden toegepast bij activiteiten die oplettendheid vereisen zoals deelname aan het verkeer en het bedienen van machines.
4.8 Bijwerkingen
Als gevolg van de aanwezigheid van codeïne in het product kunnen de volgende bijwerkingen optreden:
Aandoeningen van het zenuwstelsel: Sufheid, slaperigheid, bij te hoge dosering opwinding, angst en ademhalingsdepressie. Verslaving kan voorkomen. In het bijzonder bij kleine kinderen is er gevaar voor het optreden van convulsies en depressie van de ademhaling.
Aandoening van de bloedvaten: In het bijzonder bij kleine kinderen is er gevaar voor hypotensie. Aandoeningen van het maagdarmstelsel: Misselijkheid, braken, obstipatie.
Een enkel geval van pancreatitis en sfincter van Oddi-disfunctie is gemeld.
Algemene aandoeningen en stoornissen op de plaats van toediening: zelden allergische huidreacties.
Geneesmiddelafhankelijkheid: herhaald gebruik van Natterman Melrosum Extra Sterk kan zelfs bij therapeutische doses tot geneesmiddelafhankelijkheid leiden. Het risico op geneesmiddelafhankelijkheid kan variëren naargelang van de individuele risicofactoren van de patiënt, de dosering en de duur van de behandeling met opioïden (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlandse Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.
4. 9 Overdosering
De letale dosis bij volwassenen wordt geschat op 0,5-1,0 gram codeïne (overeenkomend met 7-14 mg/kg lichaamsgewicht).
Symptomen
Bij een ernstige intoxicatie van codeïne treden op: slaperigheid, roodkleuring van de huid, miosis, braken, jeuk, ataxie, hoofdpijn, zwelling van de huid, vertraging van urinelozing en stoelgang alsmede ademhalingsdepressie tot apnoe, welke laatste pas uren later kan optreden.
Behandeling
Bij manifeste ademhalingsdepressie ten gevolge van codeïne intoxicatie dient een opiaatantagonist te worden gegeven, bijvoorbeeld naloxon in een dosis van 10 μg/kg lichaamsgewicht intraveneus. Omdat de halfwaardetijd van codeïne langer is dan die van naloxon moet de naloxontoediening eventueel worden herhaald. Patiënten die meer dan 2 mg codeïne per kg lichaamsgewicht hebben ingenomen, moeten vanwege de kans op apnoe enige uren op de intensive- care afdeling worden bewaakt.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Hoestonderdrukkende middelen zonder slijmoplossend/slijmafdrijvende (genees)middelen, ATC-code: R05D A04.
Werkingsmechanisme
Codeïne, een opiumalkaloïde, heeft een analgetische, obstiperende en sedatieve werking en dempt de hoestprikkel.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Codeïne, een opiumalkaloïde, heeft een analgetische, obstiperende en sedatieve werking en dempt de hoestprikkel. Het wordt goed geresorbeerd.
Distributie
Na innemen op een lege maag treedt de werking in na 15-30 minuten, is maximaal na 1-2 uur en houdt 3-4 uur aan.
Eliminati
De plasmahalfwaardetijd is 3-6 uur, bij leverziekten langer. Na orale toediening van codeïne worden maximale plasmaconcentraties na 1 tot 2 uur bereikt. De plasma-eiwitbinding bedraagt ongeveer 7-25%. Het verdelingsvolume is ca. 173 l. Codeïne passeert de placenta en gaat over in de moedermelk. Codeïne wordt in de lever onder andere omgezet in norcodeïne en morfine. Ongeveer 10% wordt als onveranderd farmacon, en 37% als glucuronide uitgescheiden in de urine. Ongeveer 10% van de geresorbeerde hoeveelheid wordt gedemethyleerd tot morfine. De eliminatiehalfwaardetijd is 3-4 uur. Meervoudige toediening heeft geen effect op de farmacokinetische parameters.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen bijzonderheden
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Natriumbenzoaat (E211), honing, sacharose, glucose, samengestelde tijmtinctuur (grindelïatinctuur, pimperneltinctuur, sleutelbloemworteltinctuur, tijmtinctuur, ethanol, gezuiverd water), melrosumtinctuur (sleutelbloemworteltinctuur, roostinctuur, ethanol, gezuiverd water), rozenolie, citroenzuur en gezuiverd water.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar.
Na opening van de fles nog 6 maanden houdbaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Fles met 100 ml stroop (glas, polypropyleen dop, polypropyleen maatbeker) verpakt in kartonnen doos.
Fles met 200 ml stroop (glas, polypropyleen dop, polypropyleen maatbeker) verpakt in kartonnen doos.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Vemedia Manufacturing B.V.
Verrijn Stuartweg 60
1112 AX Diemen
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 03732
9. DATUM VAN EERSTE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 30 december 1976.
Datum van laatste verlenging van de vergunning: 30 december 2016.
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.2, 4.4, 4.5 en 4.8: 16 september 2026
