Bijsluiter-info.nl

Naltrexon Hydrochloride Accord 50 mg – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
50 mg
Werkzame stof:
ATC-code:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Naltrexon Hydrochloride Accord

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Naltrexon Hydrochloride Accord 50 mg filmomhulde tabletten

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke filmomhulde tablet bevat 50,00 mg naltrexonhydrochloride

Hulpstof(fen) met bekend effect: Elke filmomhulde tablet bevat 192,85 mg lactose.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Filmomhulde tablet

Geel gekleurde, ovale, biconvexe filmomhulde tabletten met een breukstreep aan de ene kant en onbedrukt aan de andere kant.

De tablet kan worden verdeeld in gelijke doses.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Te gebruiken als aanvullende therapie binnen een uitgebreid behandelingsprogramma met inbegrip van psychologische begeleiding voor ontwende patiënten die opioïdafhankelijk zijn geweest (zie rubriek 4.2 en 4.4) en bij alcoholverslaving ter ondersteuning van abstinentie.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Gebruik bij volwassenen

De behandeling met naltrexon moet worden gestart en gecontroleerd door geschikte, gekwalificeerde artsen.

De aanbevolen aanvangsdosis naltrexonhydrochloride is 25 mg (een halve tablet) voor opioïdafhankelijke patiënten, gevolgd door de gebruikelijke dosis van één tablet per dag (= 50 mg naltrexonhydrochloride)

Bij een gemiste dosis kan 1 tablet per dag worden gegeven tot aan de volgende reguliere dosis.

Naltrexon kan levensbedreigende ontwenningsverschijnselen veroorzaken als het wordt toegediend aan opioïdafhankelijke personen. Patiënten van wie wordt vermoed dat ze opioïden gebruiken of daaraan verslaafd zijn, moeten een naloxonprovocatietest ondergaan (zie rubriek 4.4), tenzij kan worden aangetoond dat zij geen opioïden hebben gebruikt gedurende 7-10 dagen (urinetest) voorafgaand aan het begin van de behandeling met naltrexon.

Aangezien naltrexon een aanvullende behandeling is en het volledige herstel van opioïdafhankelijke patiënten verschilt per individu, kan geen standaard behandelingsduur worden opgegeven; een initiële periode van drie maanden moet worden overwogen. Het kan echter nodig zijn om het geneesmiddel langer toe te dienen.

De aanbevolen dosis bij alcoholverslaving ter ondersteuning van abstinentie is 50 mg per dag (1 tablet). Een dosis van meer dan 150 mg op een afzonderlijke dag wordt niet aanbevolen, omdat dat kan leiden tot een hogere incidentie van bijwerkingen.

Aangezien naltrexonhydrochloride een aanvullende behandeling is en het volledige herstel van alcoholverslaving verschilt per individu, kan geen standaard behandelingsduur worden opgegeven; een initiële periode van drie maanden moet worden overwogen. Het kan echter nodig zijn om het geneesmiddel langer toe te dienen.

Ter bevordering van de therapietrouw kan de dosering als volgt worden gewijzigd in een driemaal wekelijks doseringsschema: een gift van 2 tabletten (= 100 mg naltrexonhydrochloride) op maandag en op woensdag, en 3 tabletten (= 150 mg naltrexonhydrochloride) op vrijdag.

Pediatrische patiënten

Naltrexon dient niet te worden gebruikt bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar vanwege een gebrek aan klinische gegevens in deze leeftijdsgroep. Het veilige gebruik bij kinderen is niet vastgesteld.

Ouderen

Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van naltrexon voor deze indicatie bij oudere patiënten.

4.3 Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).
  • Ernstige nierinsufficiëntie
  • Ernstige leverinsufficiëntie
  • Acute hepatitis
  • Opioïdafhankelijke patiënten met bestaand misbruik van opioïden, omdat acute ontwenningsverschijnselen kunnen ontstaan.
  • Een positief testresultaat voor opioïden of het mislukken van de naloxonprovocatietest.
  • Gebruik in combinatie met een opioïde-bevattend geneesmiddel
  • Combinatie met methadon (zie rubriek 4.5).

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

In overeenstemming met de nationale richtlijnen moet de behandeling worden gestart en gecontroleerd door een arts met ervaring in de behandeling van patiënten met opioïdverslaving en patiënten met alcoholverslaving.

Gebruik van hoge doses opioïden tegelijk met naltrexon kan leiden tot levensbedreigende opioïdvergiftiging door verminderde ademhalingsfunctie en circulatie.

Als naltrexon wordt gebruikt door opioïdafhankelijke patiënten kunnen er snel ontwenningsverschijnselen optreden: de eerste symptomen kunnen binnen 5 minuten verschijnen, de laatste na 48 uur. De behandeling van ontwenningsverschijnselen is symptomatisch.

Tekenen van een gestoorde leverfunctie zijn niet ongebruikelijk bij individuen die alcohol misbruiken. Afwijkende leverfunctietestparameters zijn gerapporteerd bij patiënten met overgewicht en bij ouderen die een hogere dosering naltrexon kregen dan aanbevolen (tot 300 mg/dag). Leverfunctiecontrole dient plaats te vinden vóór en tijdens de behandeling. Behandeling van patiënten met serum leverenzymwaarden die hoger zijn dan driemaal de normale waarden en van patiënten met een gestoorde nierfunctie, verdient speciale aandacht.

Er zijn afwijkingen in leverfunctietests gemeld bij corpulente en oudere patiënten zonder een voorgeschiedenis van drugsgebruik, die naltrexon gebruiken. Zowel voor als tijdens de behandeling moeten leverfunctietests worden gedaan.

De patiënten moeten worden gewaarschuwd voor het gelijktijdige gebruik van opioïden (bijv. opioïden in hoestmiddelen, opioïden in de symptomatische behandeling van verkoudheid of opioïden in middelen tegen diarree, enz.) tijdens de behandeling met naltrexon (zie rubriek 4.3).

De behandeling met naltrexon mag slechts worden gestart als het gebruik van de opioïde lang genoeg is gestaakt (ongeveer 5 tot 7 dagen voor heroïne en minstens 10 dagen voor methadon).

Als een patiënt in een noodsituatie behandeling met opioïden nodig heeft, bijv. opioïde analgetica of anesthetica, kan de benodigde dosis opioïden hoger zijn dan normaal. De ademhalingsdepressie en circulatoire effecten zullen in deze gevallen ernstiger en langduriger zijn. Ook symptomen die in verband staan met het vrijkomen van histamine (algemeen erytheem, diaforese, jeuk en andere verschijnselen aan huid en slijmvliezen) kunnen gemakkelijker optreden. Onder deze omstandigheden heeft de patiënt specifieke aandacht en zorg nodig.

Tijdens de behandeling met naltrexon mogen pijnklachten uitsluitend met niet-opioïde analgetica worden behandeld.

Patiënten dienen gewaarschuwd te worden dat pogingen om de blokkade op te heffen door toediening van hoge doses opioïden kan resulteren in een acute opioïdenoverdosis nadat naltrexon is uitgewerkt, met een mogelijk fatale afloop.

Patiënten kunnen gevoeliger zijn voor opioïd bevattende geneesmiddelen na behandeling met naltrexon.

Patiënten van wie wordt vermoed dat ze opioïden gebruiken of daaraan verslaafd zijn, moeten een naloxonprovocatietest ondergaan, tenzij kan worden aangetoond dat zij geen opioïden hebben gebruikt gedurende 7-10 dagen (urinetest) voorafgaand aan het begin van de behandeling met naltrexon.

Een ontwenningssyndroom veroorzaakt door naloxon is van kortere duur dan een ontwenningssyndroom veroorzaakt door naltrexon.

De aanbevolen procedure is als volgt:

Intraveneuze provocatie

  • Intraveneuze injectie van 0,2 mg naloxon
  • Als er na 30 seconden geen ongewenste reacties optreden, kan een tweede intraveneuze injectie van 0,6 mg naloxon worden toegediend.
  • De patiënt moet gedurende 30 minuten continu worden geobserveerd om te zien of er detecteerbare tekenen van ontwenningsverschijnselen ontstaan.

Als er ontwenningsverschijnselen optreden, mag niet met de behandeling met naltrexon worden begonnen. Als het testresultaat negatief is, kan met de behandeling worden begonnen. Als er twijfel bestaat of de patiënt vrij is van opioïden, kan de provocatietest worden herhaald met een dosering van 1,6 mg. Als er hierna geen reactie optreedt, kan aan de patiënt 25 mg naltrexonhydrochloride worden toegediend.

Een naloxonhydrochlorideprovocatietest mag niet worden uitgevoerd bij patiënten met klinisch prominente ontwenningsverschijnselen of bij een voor opioïden positieve urinetest.

Naltrexon wordt uitgebreid door de lever gemetaboliseerd en voornamelijk uitgescheiden in de urine. Daarom is voorzichtigheid geboden bij de toediening van het geneesmiddel aan patiënten met een verminderde lever- of nierfunctie. Zowel voor als tijdens de behandeling moeten leverfunctietests worden uitgevoerd.

Zoals bekend, is het risico op suïcide verhoogd bij verslaafden, met of zonder depressie. Behandeling met naltrexon vermindert dit risico niet.

Lactose:

Patiënten met zeldzame erfelijke afwijkingen van galactose-intolerantie, personen met Lapp lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie dienen deze medicatie niet te gebruiken.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Op dit moment zijn de klinische ervaring en experimentele gegevens over het effect van naltrexon op de farmacokinetiek van andere middelen beperkt. Gelijktijdige behandeling met naltrexon en andere geneesmiddelen moet met voorzichtigheid worden uitgevoerd en zorgvuldig worden gecontroleerd.

Er is geen onderzoek naar interacties verricht.

In vitro onderzoek heeft aangetoond dat naltrexon en zijn voornaamste metaboliet 6-β-naltrexol niet worden gemetaboliseerd via humane CYP450-enzymen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat de farmacokinetiek van naltrexon wordt beïnvloed door cytochroom-P450-remmende geneesmiddelen.

Niet aanbevolen gelijktijdig gebruik:opiaten en afgeleiden (analgetica, antitussiva, substitutiebehandelingen), centraal werkende antihypertensiva, (alfa-methyldopa).

Gelijktijdige toediening van naltrexon met opiaat-bevattende medicatie moet vermeden worden.

Methadon in substitutiebehandeling: Er bestaat een kans op het ontstaan van onttrekkingssyndroom.

Gelijktijdig gebruik met voorzichtigheid: barbituraten, benzodiazepines, anxiolytica anders dan benzodiazepines (bijv. meprobamaat), hypnotica, sedatieve antidepressiva (amitriptyline, doxepine, mianserine, trimipramine), sedatieve antihistaminica H1, neuroleptica, (droperidol).

Uit gegevens uit een veiligheids- en verdraagbaarheidsonderzoek met gelijktijdige toediening van naltrexon met acamprosaat in niet-behandeling zoekende, alcoholafhankelijke individuen, bleek dat de toediening van naltrexon de plasmaspiegel van acamprosaat significant verhoogde. Interactie met andere psychofarmaca (bijv. disulfiram, amitryptiline, doxepine, lithium, clozapine, benzodiazepinen) is niet onderzocht.

Tot op heden is er geen interactie beschreven tussen cocaïne en naltrexonhydrochloride.

Er zijn geen interacties bekend tussen naltrexon en alcohol.

Er zijn gevallen van lethargie en slaperigheid gemeld na gelijktijdige toediening van naltrexon en thioridazine.

Gelijktijdig gebruik met opioïdenbevattende geneesmiddelen is gecontra-indiceerd (zie rubrieken 4.3 en 4.4).

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen klinische gegevens over het gebruik van naltrexonhydrochloride tijdens de zwangerschap. Gegevens uit dieronderzoek hebben reproductietoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). De gegevens zijn ontoereikend om klinische relevantie vast te stellen. Het potentiële risico voor de mens is onbekend. Naltrexon mag alleen aan zwangere vrouwen worden verstrekt als naar oordeel van de behandelend arts de potentiële voordelen opwegen tegen de mogelijke risico’s.

Het gebruik van naltrexon bij zwangere alcoholpatiënten die langdurig met opiaten worden behandeld of die met opiaten worden gesubstitueerd, of bij zwangere opioïdverslaafde patiënten, geeft een risico op acute onttrekkingsverschijnselen die ernstige gevolgen voor de moeder en de foetus kunnen hebben (zie rubriek 4.4). De toediening van naltrexon moet worden uitgesteld als pijnstillende opiaten worden voorgeschreven (zie rubriek 4.5).

Borstvoeding:

Er zijn geen klinische gegevens over het gebruik van naltrexonhydrochloride tijdens de borstvoedingsperiode. Het is onbekend of naltrexon of 6-β-naltrexol via de moedermelk wordt uitgescheiden. Het geven van borstvoeding tijdens de behandeling wordt ontraden.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Naltrexon kan de mentale en/of fysieke capaciteiten die nodig zijn voor gevaarlijke werkzaamheden, zoals autorijden of het gebruik van machines, verminderen.

4.8 Bijwerkingen

De volgende bijwerkingen zijn gerangschikt volgens systeem/orgaanklasse en frequentie:

Zeer vaak (> 1/10)

Vaak (> 1/100, < 1/10)

Soms (> 1/1000, < 1/100)

Zelden (> 1/10.000, < 1/1000)

Zeer zelden (< 1/10.000)

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

MedDRA systeem-/orgaanklasse
Infecties en parasitaire aandoeningen
SomsOrale herpes
Tinea pedis
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
SomsLymfadenopathie
ZeldenIdiopatische trombocytopenische purpura
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
VaakVerminderde eetlust
Psychische aandoeningen
Zeer vaakNervositeit
Angst
Slapeloosheid
VaakAffectiestoornissen
Radeloosheid
Geïrriteerdheid
Stemmingswisselingen
SomsHallucinatie
Verwardheid
Depressie
Paranoia
Desoriëntatie
Nachtmerries
Agitatie
Libidostoornis
Abnormale dromen
ZeldenSuïcide ideevorming
Suïcidepoging
Zeer zeldenEuforie
Zenuwstelselaandoeningen
Zeer vaakHoofdpijn
Slaapstoornissen
Rusteloosheid
VaakDuizeligheid
Rillen
Draaierigheid
SomsTremor
Slaperigheid
ZeldenSpraakstoornisen
Oogaandoeningen
VaakVerhoogde traanproductie
Soms

Wazig zien

Oogirritatie

Fotofogie
Oogzwelling
Oogpijn
Asthenopie
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen
SomsOorklachten
Oorpijn
Tinnitus
Vertigo
Hartaandoeningen
VaakTachycardie
Palpitaties
ECG-veranderingen
Bloedvataandoeningen
SomsSchommelingen in de bloeddruk
Blozen
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en
mediastinumaandoeningen
VaakPijn op de borst
SomsVerstopte neus
Neusklachten
Loopneus
Niezen
Orofaryngeale pijn
Verhoogde speekselproductie
Sinusklachten
Dyspneu
Dysfonie
Hoest
Geeuwen
Maagdarmstelselaandoeningen
Zeer vaakBuikpijn
Buikkrampen
Misselijkheid of braakneigingen
Braken
VaakDiarree
Obstipatie
SomsFlatulentie
Hemorrhoïden
Maagzweren
Droge mond
Lever- en galaandoeningen
SomsLeverstoornis
Verhoogd bloed-bilirubine
Hepatitis
Tijdens behandeling kan verhoging van levertransaminasen voorkomen. Na het stoppen van de behandeling met naltrexon dalen de transaminasewaarden tot uitgangswaarden binnen enkele weken.
Huid- en onderhuidaandoeningen
VaakRash
SomsSeborrhoe
Pruritus
Acne
Alopecia
Zeer zeldenExantheem
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Zeer vaakArtralgie
Myalgie
SomsPijn in de liezen
Zeer zeldenRhabdomyolyse
Nier- en urinewegaandoeningen
VaakUrineretentie
SomsPollakisurie
Dysurie
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
VaakVertraagde ejaculatie
Erectiele dysfunctie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Zeer vaakZwakte
Asthenie
VaakGebrek aan eetlust
Dorst
Verhoogd energieniveau
Koude rillingen
Hyperhidrose
SomsVerhoogde eetlust
Gewichtsverlies
Gewichtstoename
Koorts
Pijn
Perifere koude
Warmteopwelling

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb Website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Symptomen

  1. • De klinische ervaring met patiënten met een overdosering van naltrexon is beperkt.
  2. • Er waren geen tekenen van toxiciteit bij vrijwilligers die gedurende zeven dagen 800 mg/dag kregen.

Behandeling

  • In geval van overdosering moeten de patiënten gecontroleerd en symptomatisch behandeld worden in een omgeving met zorgvuldige patiëntbewaking.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: andere geneesmiddelen voor het zenuwstelsel; geneesmiddelen bij verslavingen, geneesmiddelen bij alcohol verslaving.

ATC-code: N07BB04

Naltrexon is een specifieke opioïdantagonist met minimale agonistische werking. De werking berust op stereospecifieke competitie met receptoren die voornamelijk in het centrale en perifere zenuwstelsel liggen. Naltrexon gaat een competitieve binding aan met deze receptoren en blokkeert de toegang voor exogeen toegediende opioïden.

De behandeling met naltrexon leidt niet tot fysieke of psychische afhankelijkheid. Er is geen tolerantie waargenomen voor de opioïdantagonerende werking.

Naltrexon Hydrochloride Accord 50 mg filmomhulde tabletten vermindert de kans om opnieuw verslaafd te raken en helpt bij de abstinentie van opioïden.

Naltrexon Hydrochloride Accord 50 mg filmomhulde tabletten is een niet-aversieve behandeling die geen reacties geeft na gebruik van opioïden. Daarom veroorzaakt het geen disulfiram-effect.

Het werkingsmechanisme van naltrexon bij alcoholverslaving is niet volledig opgehelderd, alhoewel vermoed wordt dat een interactie met het endogene opioïdensysteem een belangrijke rol speelt. Een hypothese is dat toename van de alcoholconsumptie bij mensen ontstaat door een alcoholgeïnduceerde stimulatie van het endogene opioïdensysteem.

Naltrexon is geen aversieve therapie en veroorzaakt geen disulfiram-achtige negatieve reactie bij inname van alcohol.

Het belangrijkste effect van de naltrexonbehandeling bij aan alcohol verslaafde patiënten lijkt een afname te zijn van het risico op een volledige terugval met ongecontroleerde drankbuien na inname van een beperkte hoeveelheid alcohol.

Dit geeft de patiënt een “tweede kans” om de normaal gesproken onderling versterkende mechanismen van een volledige terugval met compleet controleverlies te vermijden. Naltrexon lijkt ook een effect te hebben op het primaire verlangen aangezien het niet-versterkend werkt op geïsoleerde inname van beperkte hoeveelheden alcohol.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

Naltrexon wordt na orale toediening snel en bijna volledig vanuit het maagdarmkanaal geabsorbeerd.

Biotransformatie

Het ondergaat een first-pass-effect in de lever, en de piekplasmaconcentratie wordt binnen ongeveer een uur bereikt.

Naltrexon wordt in de lever gehydroxyleerd, voornamelijk in de belangrijkste actieve metaboliet 6-β-naltrexol en in mindere mate in 2-hydroxy-3-methoxy-6-β-naltrexol.

De plasmahalfwaardetijd van naltrexon is ongeveer 4 uur, de gemiddelde bloedspiegel is 8,55 mg/ml, en de plasma-eiwitbinding bedraagt 21%. De plasmahalfwaardetijd van 6-β-naltrexol is 13 uur.

Eliminatie

Het geneesmiddel wordt voornamelijk door de nieren uitgescheiden. Ongeveer 60% van de perorale dosis wordt binnen 48 uur uitgescheiden als geglucuronideerd 6-β-naltrexol en naltrexon.

Bij cirrotische patiënten zijn vijf tot tien keer hogere plasmaconcentraties van naltrexon gemeld.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

De preklinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor de mens op grond van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheid, farmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit en carcinogeen potentieel. Er is echter enig bewijs gevonden van hepatotoxiciteit bij oplopende dosering, aangezien er bij de mens een reversibele toename van leverenzymen is aangetroffen bij therapeutische en hogere doses (zie rubriek 4.4 en 4.8).

Naltrexon (100 mg/kg, ongeveer 140 maal de therapeutische dosis bij de mens) veroorzaakte een aanzienlijke toename van schijndracht bij de rat. Ook trad een afname op van het aantal drachtige vrouwelijke ratten na bevruchting. De relevantie van deze bevindingen voor de vruchtbaarheid bij de mens is onbekend.

Naltrexon liet een embryocidaal effect zien in de rat en het konijn bij doses van ongeveer 140 maal de therapeutische dosis bij de mens. Dit effect werd aangetoond bij ratten met een dosis van 100 mg/kg naltrexon voorafgaand aan en tijdens de hele dracht, en bij konijnen die werden behandeld met 60 mg/kg naltrexon tijdens de periode van organogenese.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Kern van de tablet

Lactosemonohydraat

Microkristallijne cellulose

Crospovidon

Colloïdaal watervrij siliciumdioxide

Magnesiumstearaat

Filmcoating:

Hypromellose (E464)

Macrogol 400

Polysorbaat 80 (E433)

Geel ijzeroxide (E172)

Rood ijzeroxide (E172)

Titaandioxide (E171)

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing

[ [

6.3 Houdbaarheid

2 jaar

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

Naltrexon Hydrochloride Accord 50 mg filmomhulde tabletten zijn verpakt in witte, opake PVC/PE/Aclar – Alu blisters en Alu/Alu doordrukstrips à 7, 14, 28, 30, 50 en 56 tabletten.

Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Accord Healthcare B.V.,

Winthontlaan 200,

3526 KV Utrecht,

Nederland

8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 102900

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 6 mei 2010

Datum van laatste verlenging: 3 november 2020

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.5, 5.1 en 5.2: 7 juni 2024.

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 102900

Datum van herziening volgens de tekst: 07-06-2024

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Naltrexon Hydrochloride Accord

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stof Naltrexon
Farmaceutische vorm Filmomhulde tablet
Toedieningsweg Oraal gebruik
Hulpstoffen
cellulose, microkristallijn (e 460(i)), crospovidon (e 1202), hypromellose (e 464), ijzeroxide geel (e 172) … (+7)+

cellulose, microkristallijn (e 460(i)), crospovidon (e 1202), hypromellose (e 464), ijzeroxide geel (e 172), ijzeroxide rood (e 172), lactose 1-water, macrogol 400, magnesiumstearaat (e 470b), polysorbaat 80 (e 433), siliciumdioxide (e 551), titaandioxide (e 171)

ATC-indeling
  1. N Middelen voor het zenuwstelsel
    1. N07 Overige middelen voor het zenuwstelsel
      1. N07B Middelen bij verslavingsstoornissen
        1. N07BB Middelen bij alcoholverslaving
          1. N07BB04 Naltrexon
Registratiehouder Accord Healthcare B.V.
Registratie 102900 sinds 06-05-2010 Procedure: NL/H/1151/001

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.