SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Campral, maagsapresistente tabletten
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Campral, maagsapresistente tabletten 333 mg
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke tablet bevat 333 mg acamprosaatcalcium overeenkomend met 300 mg acamprosaat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1
3. FARMACEUTISCHE VORM
Omhulde, maagsapresistente tablet
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Chronisch alcoholisme, als ondersteuning van de psychosociale begeleiding ter voorkoming van hernieuwd alcoholgebruik aansluitend aan een initiële ontwenningskuur.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen:
- tot 60 kg: 4 tabletten per dag in 3 doses tijdens de maaltijd (2 tabletten 's morgens, 1 tablet 's middags en 1 tablet 's avonds)
- vanaf 60 kg: 6 tabletten per dag in 3 doses tijdens de maaltijd (2 tabletten 's morgens, 's middags en 's avonds)
Speciale patiëntengroepen:
Nierfunctiestoornissen:
- Milde nierfunctiestoornis (creatinine klaring 50-80 ml/min): geen dosisaanpassing aanbevolen
- Matige nierfunctiestoornis (creatinine klaring 30-50 ml/min): het is aanbevolen te starten met een dosis van 3 tabletten per dag verdeeld in 3 doses tijdens de maaltijd (1 tablet ’s ochtends, 1 tablet ’s middags en 1 tablet ’s avonds)
- Ernstige nierfunctiestoornis (creatinine klaring ≤ 30 ml/min): Campral is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3).
Algemeen geldt dat de patiënt dient te worden gecontroleerd bij elke aandoening die mogelijk de nierfunctie kan veranderen.
Pediatrische patiënten
Campral dient niet voorgeschreven te worden ten behoeve van kinderen.
Ouderen
Campral dient niet voorgeschreven te worden ten behoeve van ouderen
De aanbevolen behandelingsduur bedraagt 1 jaar. Behandeling met Campral dient zo spoedig mogelijk na de ontwenningsperiode te worden begonnen en dient te worden gecontinueerd tijdens een recidief.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen
- bij ernstige nierfunctiestoornis (creatinine klaring ≤ 30 ml/min)
- bij het geven van borstvoeding
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Campral draagt niet bij aan de behandeling van onthoudingsverschijnselen tijdens de initiële ontwen-ningsperiode.
Pediatrische patiënten en ouderen
Het wordt niet aangeraden Campral voor te schrijven bij kinderen en ouderen patiënten, aangezien er geen klinische gegevens beschikbaar zijn bij patiënten jonger dan 18 jaar en ouder dan 65 jaar.
Patiënten met nierfunctiestoornis:
Er is geen dosisaanpassing aanbevolen bij patiënten met een milde nierfunctiestoornis (creatinine klaring 50-80 ml/min). Bij patiënten met een matige nierfunctiestoornis (creatinine klaring 30-50 ml/min) is een dosisvermindering noodzakelijk (zie rubriek 4.7). Campral dient niet gegeven te worden aan patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (creatinine klaring ≤ 30 ml/min) (zie rubriek 4.3).
Patiënten met leverfunctiestoornis:
Ook wordt Campral niet aangeraden bij patiënten met ernstig leverfalen (Childs-Pugh classificatie C), aangezien klinische gegevens ontbreken.
Suïcide:
In gecontroleerde klinische studies met acamprosaat kwamen bijwerkingen van suïcidale aard (zelfmoord gedachten, suïcide pogingen, voltooide suïcides) weinig voor, maar ze kwamen vaker voor bij patiënten die met acamprosaat behandeld werden dan bij patiënten die met placebo behandeld werden (1,4% vs. 0,5% bij studies tot 6 maanden; 2,4% vs. 0,8% bij langdurige studies).
Voltooide suïcides kwamen voor bij 3 van de 2272 (0,13%) van de patiënt in de gepoolde acamprosaat groep (uit alle gecontroleerde studies) en bij 2 van de 1962 patiënten (0,10%) in de gepoolde placebogroep. Bijwerkingen gecodeerd als ‘depressie’ werden ongeveer even frequent gerapporteerd in de met acamprosaat behandelde patiëntengroep als in de met placebo behandelde patiënten.
Het verband tussen alcoholafhankelijkheid, depressie en suïcide is welbekend en complex. Alcoholafhankelijke patiënten, inclusief die patiënten die met acamprosaat worden behandeld, dienen gecontroleerd te worden op het ontwikkelen van symptomen van depressieve aard en suïcidale gedachten. Indien deze symptomen zich voordoen, dienen familieleden en verwanten onmiddellijk medisch advies in te winnen.
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Gelijktijdig gebruik van acamprosaat en alcohol heeft geen effect op de farmacokinetische eigenschappen van zowel alcohol als acamprosaat.
Hoewel voedsel bij de inname van acamprosaat de biologische beschikbaarheid in vergelijking met inname in nuchtere toestand vermindert, wordt het middel beter verdragen bij inname tijdens de maal-tijd.
Bij gelijktijdige toediening van acamprosaat (2 g/dag) en naltrexon (50 mg/dag) nam de AUC van acamprosaat met 25% toe en de Cmax met 33%, terwijl de plasma spiegels van naltrexon en metaboliet 6-beta-natrexol onveranderd bleven. En werden er geen farmacodynamische interacties wat betreft cognitief functioneren geconstateerd. Dosisaanpassing is niet noodzakelijk.
In vitro enzyminhibitie data geven aan dat acamposaat geen remmend effect heeft op het in vitro metabolisme van de cytochromen CYP1A2, 2C9, 2C19, 2D6, 2E1 en 3A4. Acamprosaat heeft geen inducerend effect op CYP1A2 en 3A4.
Er is geen aantoonbare farmacokinetische interactie van acamprosaat met diazepam. Acamprosaat heeft geen invloed op de farmacokinetiek van imipramine, anxiolytica, sedativa, slaapmiddelen en opiaten. De farmacokinetiek van acamprosaat wordt niet beïnvloed door disulfiram. Er is geen verschil geconstateerd in klinsche of biologische bijwerkingen als Campral tegelijk wordt voorgeschreven met oxazepam, tetrabamaat of meprobamaat.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Over het gebruik van deze stof in de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te beoordelen. Er zijn tot dusver geen aanwijzingen voor (schadelijkheid) foetotoxiciteit of teratogeneciteit bij dierproeven. Daarom mag Campral alleen na een zorgvuldige afweging van de benefit/risk ratio tijdens de zwangerschap gebruikt worden, wanneer de patiënte niet abstinent zal blijven zonder het gebruik van acamprosaat en er daarom een risico op foetotoxiciteit of teratogeneciteit door alcohol is. Borstvoeding Uit dierexperimenteel onderzoek is gebleken dat acamprosaat wordt uitgescheiden in de moedermelk. Gegevens betreffende de lactatie bij de mens ontbreken. Derhalve dient Campral niet te worden voorgeschreven aan vrouwen die borstvoeding geven. Wanneer een vrouw die borstvoeding geeft, niet abstinent kan blijven zonder het gebruik van Campral, dan moet er een beslissing worden genomen , dat het geven van de borstvoeding moet worden stopgezet of het stopzetten van de behandeling met Campral. Daarbij dient rekening gehouden te worden met het belang van het geneesmiddel voor de patiënte.
Vruchtbaarheid Er zijn tot nu toe geen schadelijke effecten bij de dierproeven geconstateerd. Het is niet bekend of Campral effect heeft op de vruchtbaarheid bij mensen.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen gegevens bekend over het effect van dit product op de rijvaardigheid. Een effect is echter niet waarschijnlijk.
4.8 Bijwerkingen
De volgende definities gelden voor de hieronder gebruikte frequentie terminologie:
zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1000); zeer zelden (< 1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Binnen iedere frequentiegroep worden de bijwerkingen gerangschikt naar de afnemende ernst.
Maagdarmstelselaandoeningen:
zeer vaak: diarree
vaak: buikpijn, misselijkheid, braken, winderigheid
Huid- en onderhuidaandoeningen:
vaak: jeuk, maculo-papulaire rash
niet bekend: bulleuze huidreacties
Immuunsysteemaandoeningen:
niet bekend: overgevoeligheidsreacties waaronder urticaria, angio-oedeem of anafylactische reacties.
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen:
vaak: frigiditeit of impotentie.
Psychische stoornissen:
vaak: verminderd libido
soms: verhoogd libido
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Bij gevallen van acute overdosering met acamprosaat alleen, werden over het algemeen geen symptomen gemeld. Diarree was het enige symptoom dat aan acamprosaat overdosis toegeschreven kon worden.
Hypercalciëmie is nooit beschreven. Mocht acute hypercalciëmie optreden, dan dient dit adequaat behandeld te worden.
Behandeling van overdosering is gericht op symptomen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Middelen bij alcoholverslaving, ATC-code: N07BB03
Werkingsmechanisme
Acamprosaat (calcium acetylhomotaurinaat) is een psychotropicum met een chemische structuur, die lijkt op die van aminozuur-neurotransmitters zoals taurine en gamma-aminoboterzuur (GABA), maar met een acetylring die de passage door de bloed-hersenbarrière mogelijk maakt. Acamprosaat kan gezien worden als een modulator van de NMDA receptor. Bij chronisch alcoholgebruik is het belangrijkste mechanisme van acamprosaat het antagonen van de hyperexcitatie van het NMDA (glutamaat)-receptorcomplex via een specifieke bindingsplaats. Acamprosaat herstelt de balans tussen de inhiberende transmitter GABA en de excitatoire transmitter glutamaat.
Dierproeven toonden een specifiek effect aan van acamprosaat op alcoholafhankelijkheid aangezien deze een vermindering van de vrijwillige alcohol-inname liet zien bij alcohol-afhankelijke ratten.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
De absorptie van acamprosaat uit het maagdarmkanaal is gering en verloopt geleidelijk via paracellulaire opname. Tmax varieert van 0.75 tot 2.5 uur. De acamprosaatspiegels nemen lineair toe met de dosis. De biologische beschikbaarheid is ongeveer 11%. De biologische beschikbaarheid neemt met ongeveer 23% af indien toegediend met of onmiddellijk na een maaltijd. Steady-state concentraties worden bereikt na 5 tot 7 dagen dagelijkse orale toediening en de steady-state plamsa concentraties liggen tussen de 370-650 ng/ml.
Distributie
Acamprosaat bindt niet aan plasma eiwitten. Het distributievolume bedraagt ongeveer 70 l.
Biotransformatie en eliminatie
Acamprosaat wordt praktisch geheel onveranderd uitgescheiden via de nieren. De schatting van de eliminatie halfwaarde tijd wordt bepaald door de langzame absorptie; na orale absorptie bedraagt de eliminatie halfwaarde tijd ongeveer 33 uur, en slechts 3 uur na intraveneuze toediening. Vanwege de geleidelijke absorptie kan acamprosaat verdeeld over de dag worden toegediend. De totale klaring van acamprosaat is lineair gerelateerd aan renale elimentatie capaciteit (creatinine klaring).
Bijzondere patiënten groepen
Patiënten met nierfunctiestoornis
Bij patiënten met matige (creatinine klaring 20-50 ml/min) en ernstige nierfunctiestoornis (creatinine klaring <20 ml/min), is de Cmax twee tot vier maal hoger en de halfwaardetijd is twee tot drievoud langer (zie ook sectie 4.2 en 4.3). Er zijn geen gegevens bekend over patiënten met milde nierfunctiestoornis.
Patiënten met leverfunctiestoornis
Klaring van acamprosaat in chronische alcoholisten is vergelijkbaar met gezonde proefpersonen, hetgeen impliceert dat acamprosaat niet wordt gemetaboliseerd door de lever. In patiënten met milde tot matige leverfunctiestoornissen (Child-Pugh A en B) waren de acamprosaat plasma spiegels geobserveerd ten opzichte van gezonde proefpersonen van dezelfde leeftijd gelijk.
Ouderen
Eliminatie van acamprosaat bij ouderen is niet onderzocht.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Acamprosaat heeft geen genotoxische, carcinogene of teratogene eigenschappen en heeft geen ongunstig effect op de voortplanting.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Crospovidon, microkristallijne cellulose, magnesiumsilicaat, natrium zetmeel glycolaat, colloïdaal siliciumdioxide, magnesiumstearaat, polyacrylaathars, talk, propyleenglycol.
Campral bevat per tablet 33,3 mg calcium
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Verpakking met 7 doordrukstrips (PVC/PVDC Aluminium) à 12 tabletten.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
MERCK BV
Tupolevlaan 41-61
1119 NW Schiphol-Rijk
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 18220
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 14-11-1995
Datum van laatste verlenging: 14-11-2015
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.8 en4.9: 1 februari 2021
