Bijsluiter-info.nl

Miconazolnitraat ratiopharm, hydrofiele creme 20 mg/g – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Zonder recept bij apotheek en drogist
Sterkte:
20 mg/g
Werkzame stof:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Miconazolnitraat ratiopharm, hydrofiele creme

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Miconazolnitraat ratiopharm 20 mg/g, hydrofiele creme

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Miconazolnitraat ratiopharm 20 mg/g bevat 20 mg miconazolnitraat per gram hydrofiele crème.

Hulpstof met bekend effect

Elke gram crème bevat 2 mg benzoëzuur (E210).

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Hydrofiele crème

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Infecties van huid en nagels door dermatofyten en Candida-soorten, eventueel met superinfecties door grampositieve bacteriën.

4.2 Dosering en wijze van toediening

Dosering

Huidinfecties

2 maal per dag een weinig crème (naargelang van de uitgebreidheid van het letsel) op het letsel aanbrengen en uitstrijken. Bij de behandeling van infecties van de voeten (tinea pedis, tinea unguium) is het aan te bevelen tegelijkertijd en als nabehandeling dagelijks een weinig miconazolnitraat strooipoeder op het letsel te strooien, vooral tussen de tenen, en eventueel ook in de kousen en schoenen. Indien het poeder gecombineerd wordt met de crème, wordt aanbevolen beide formuleringen eenmaal daags aan te brengen. De behandelingsduur varieert van 2 tot 6 weken, afhankelijk van de lokalisatie en de ernst van het letsel. De behandeling dient ononderbroken te worden voortgezet tot minimaal een week na het verdwijnen van alle tekens en symptomen.

Nagelinfecties

1 tot 2 maal per dag op de nagel en/of het nagelbed aanbrengen.

De behandeling ononderbroken voortzetten, ook na het loskomen van de geïnfecteerde nagel (meestal na 2 tot 3 weken), totdat hergroei van een gezonde nagel en gehele genezing zijn opgetreden (meestal na ca. 32 weken).

Wijze van toediening

Huidinfecties

Voor uitwendig gebruik. Wrijf de crème in met de vinger tot deze volledig is ingedrongen.

Nagelinfecties

Voor uitwendig gebruik op de nagel. De geïnfecteerde nagels zo kort mogelijk afknippen. 1 tot 2 maal per dag een weinig crème op en rondom de geïnfecteerde nagel uitstrijken en de nagel afdekken door middel van een niet-geperforeerde hechtpleister. Men dient voor elke applicatie de nagel schoon te maken met een propje in aceton gedrenkte watten.

Opmerking: het dagelijks wassen van de geïnfecteerde delen is noodzakelijk.

4.3 Contra-indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof, voor andere imidazoolderivaten of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

  • Kruisovergevoeligheid en kruissensibilisatie met verwante antimycotica (econazol, isoconazol, ketoconazol) zijn mogelijk.
  • Ernstige overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylaxie en angio-oedeem, zijn gemeld tijdens gebruik van topische miconazol formuleringen (zie rubriek 4.8). Mocht een reactie zich voordoen die overgevoeligheid of irritatie suggereert, dan moet de behandeling stopgezet worden.
  • Wanneer elk spoor van de aandoening verdwenen is, de behandeling met Miconazolnitraat ratiopharm 20 mg/g nog circa tien dagen nauwgezet voortzetten om de mogelijke terugkeer van de klacht te voorkomen.
  • Alle voorwerpen die met de letsels in aanraking komen (zoals handdoek, borsteltje, washandje en nagelknipper), uitsluitend voor persoonlijk gebruik voorbehouden.
  • Bij de behandeling van infecties van de voeten is het aan te bevelen de voeten met zeep te wassen en de schilfers te verwijderen. Nadien de voeten zeer zorgvuldig droogwrijven, ook tussen de tenen, met een speciaal daartoe voorbehouden handdoek. Om herinfectie vanuit de schoenen te voorkomen, dagelijks een weinig miconazolnitraat strooipoeder op het letsel strooien, vooral tussen de tenen, en eventueel ook in de kousen en schoenen. Vervolgens Miconazolnitraat ratiopharm 20 mg/g crème op de letsels aanbrengen en zachtjes inwrijven, ook tussen de tenen en op de voetzool. Na elke behandeling schone kousen aantrekken.
  • Gebruik onder occlusie, op een groot oppervlak en op/nabij de slijmvliezen moet worden vermeden, aangezien dit het risico op een toegenomen systemische absorptie verhoogt waarmee de kans op ongewenste reacties, waardoor geneesmiddel-interacties, toeneemt.
  • Miconazolnitraat ratiopharm 20 mg/g mag niet in contact komen met de oogslijmvliezen.
  • Indien na een gebruik van Miconazolnitraat ratiopharm 20 mg/g na 14 dagen geen enkele verbetering van de aandoening is opgetreden, dient de patiënt zijn arts te raadplegen.
  • Het is bekend dat systemisch toegediende miconazol CYP3A4/2C9 remt, wat kan leiden tot een

    • verlengde duur van de effecten van warfarine of andere vitamine K-antagonisten. Hoewel systemische absorptie bij topische formuleringen beperkt is, is voorzichtigheid geboden bij gelijktijdig gebruik van Miconazolnitraat ratiopharm 20 mg/g en warfarine of andere vitamine K-antagonisten en moet het antistollingseffect nauwlettend worden gecontroleerd en getitreerd. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de symptomen van bloedingsvoorvallen en moeten onmiddellijk stoppen met de behandeling met miconazol en medisch advies inwinnen als deze symptomen optreden (zie rubriek 4.5).

Hulpstoffen

Benzoëzuur

Benzoëzuur (E210) kan bij direct contact niet-immunologische reacties veroorzaken, mogelijk via een cholinerg mechanisme. Benzoëzuur kan geelzucht (gele verkleuring van de huid en ogen) bij pasgeborenen (jonger dan 4 weken) verergeren want absorptie via de onvolgroeide huid van pasgeborenen is significant.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Bij systemische toediening remt miconazol het CYP3A4/2C9 enzymsysteem. Gelet op de beperkte systemische beschikbaarheid na topicale toediening (zie rubriek 5.2 Farmacokinetische eigenschappen) treden klinisch relevante interacties in zeer zeldzame gevallen op. Bij patiënten die behandeld worden met orale anticoagulantia, zoals warfarine of andere vitamine K-antagonisten, moet het effect van het antistollingsmiddel opgevolgd worden. De effecten en bijwerkingen van sommige andere geneesmiddelen, zoals orale hypoglycaemica en fenytoïne, kunnen versterkt worden, als ze samen worden toegediend met miconazol. Voorzichtigheid dient betracht te worden.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Epidemiologische gegevens over het lokale gebruik van miconazol tonen geen ongewenste effecten op de zwangerschap, of op de gezondheid van de foetus/pasgeborene aan. Dierstudies toonden geen embryotoxische of teratogene effecten.

Miconazol wordt bij topicale toediening slechts in zeer geringe mate systemisch geabsorbeerd (biobeschikbaarheid <1%) en kan, voor zover bekend, zonder bezwaar overeenkomstig het voorschrift tijdens de zwangerschap worden gebruikt.

Borstvoeding

Miconazol kan, voor zover bekend, zonder bezwaar overeenkomstig het voorschrift worden gebruikt tijdens het geven van borstvoeding.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Er zijn geen gegevens bekend over het effect van dit product op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te gebruiken. Een effect is echter niet waarschijnlijk.

4.8 Bijwerkingen

Gegevens uit klinische studies na het in de handel brengen

De bijwerkingen die werden gemeld door 426 patiënten die miconazolnitraat 2% crème en/of placebo in een crèmebasis gebruikten in 21 dubbelblinde klinische studies, worden weergegeven in Tabel 1 hieronder. In de tabel zijn alle bijwerkingen opgenomen waarvan gedacht wordt dat ze verband houden met het studiegeneesmiddel. Gegevens uit deze onderzoeken, toonden dat de frequentst gemelde bijwerking een reactie op de toedieningsplaats was (0,7%).

Bijwerkingen gemeld tijdens post-marketing ervaring met miconazolnitraat zijn eveneens weergegeven in tabel 1.

De bijwerkingen staan hieronder weergegeven per systeem/orgaanklasse en frequentie.

De frequenties zijn als volgt gedefinieerd:

Zeer vaak (≥1/10)

Vaak (≥1/100, <1/10)

Soms (≥1/1.000, <1/100)

Zelden (≥1/10.000, <1/1.000)

Zeer zelden (<1/10.000)

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Tabel 1: Bijwerkingen gemeld tijdens klinische studies of na het in de handel brengen.

Systeem/orgaanklasseBijwerking
Frequentie
Soms (≥1/1.000, <1/100)Niet bekend
Immuunsysteemaandoeningen

Allergische reacties

Anafylactische reacties

Huid- en onderhuidaandoeningen

Branderig gevoel op de huid

Huidontsteking

Hypopigmentatie van de huid

Angio-oedeem

Urticaria

Contactdermatitis

Rash

Erytheem

Pruritus

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen

Irritatie op de toedieningsplaats

Branderig gevoel op de toedieningsplaats

Jeuk op de toedieningsplaats

Reactie op de toedieningsplaats

NAO

Warmte op de toedieningsplaats

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Symptomen

Topisch gebruik. Overmatig gebruik kan leiden tot huidirritatie, die gewoonlijk verdwijnt na het stopzetten van de therapie.

Behandeling

Accidenteel inslikken: gezien de aard van de formulering en de totale hoeveelheid miconazol in een volledige verpakking is een orale miconazol overdosering na accidentele ingestie onwaarschijnlijk. Als grote hoeveelheden van dit product accidenteel zou worden ingeslikt, gebruik dan de juiste ondersteunende zorg. Indien nodig kan braken worden opgewekt of maagspoeling worden overwogen. Na maagspoeling dient geactiveerde kool en natriumsulfaat als laxans in de maag te worden achtergelaten.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: antifungale middelen voor dermatologisch/lokaal gebruik; imidazolderivaat, ATC-code: D01A C02.

Werkingsmechanisme

Miconazol remt 14-alfa-demethylase, wat leidt tot depletie van ergosterol en een verstoorde membraansynthese.

PK/PD-relatie

De PK/PD-relatie van miconazol is, net als die van andere triazolen, niet goed bekend. Daar komt bij dat de farmacokinetiek van antimycotica niet duidelijk is.

Mechanisme(s) van resistentie

Azolresistentie blijkt zich langzaam te ontwikkelen en is vaak het resultaat van diverse genetische mutaties. De mechanismes van resistentie tegen miconazol die zijn beschreven, zijn overexpressie van ERG11, dat codeert voor het doelenzym 14-alfa-demethylase, puntmutaties in ERG11 die leiden tot een verminderde affiniteit voor het substraat en/of overexpressie van de transporter, wat leidt tot een versterkte uitscheiding uit de cel. Binnen Candida spp. is kruisresistentie waargenomen tussen verschillende azolen, hoewel resistentie tegen het ene azol niet noodzakelijkerwijze tot resistentie tegen andere azolen hoeft te leiden.

Grenswaarden

Er zijn geen grenswaarden voor miconazol vastgesteld, noch via EUCAST, noch via CLSI.

Het optreden van verworven resistentie kan voor bepaalde soorten geografisch en in de tijd variëren. Informatie over resistentie ter plaatse is gewenst, in het bijzonder bij het behandelen van ernstige infecties. Indien nodig, dient advies van een deskundige te worden ingewonnen als resistentie ter plaatse zo vaak voorkomt dat de bruikbaarheid van het middel ten minste bij sommige soorten infecties twijfelachtig is.

Gewoonlijk gevoelige soorten

Candida albicans*

Trichophyton spp.*

Microsporum spp. *

Epidermophyton floccosum*

Pseudallescheria boydii*

Malassezia furfur*

Soorten waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn

Candida glabrata*$

Candida krusei+

Candida parapsilosis

Candida tropicalis

Inherent resistente soorten

Rhizopus spp.

Rhizomucor spp.

Mucor spp.

Absidia spp.

Fusarium spp.

Scedosporium proliferans

Scopulariopsis spp.

* activiteit is voldoende aangetoond in klinische studies

$ van nature intermediair gevoelig

+ veel resistentie waargenomen

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

Na topicale toediening van miconazol is de biologische beschikbaarheid minder dan 1%. Absorptie blijft voornamelijk beperkt tot de huid. Systemische absorptie is ook aangetoond na herhaalde toediening van miconazol bij kinderen met luieruitslag.

Distributie

Systemisch geabsorbeerd miconazol bindt voor ca 90% aan plasma-eiwitten, voornamelijk aan albumine.

Biotransformatie en eliminatie

Systemisch geabsorbeerd miconazol wordt voornamelijk als metabolieten met de feces uitgescheiden en slechts in zeer lage hoeveelheden als onveranderd geneesmiddel in de urine.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Preklinische gegevens hebben geen speciaal risico aan het licht gebracht voor mensen op basis van conventionele studies naar lokale irritatie, toxiciteit na eenmalige en herhaalde dosering, genotoxiciteit en toxiciteit voor de voortplanting.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Benzoëzuur (E210), ethyleenglycolpalmitostearaat, oleoylmacrogolglycerides, polyoxyethyleenglycolpalmitostearaat, vloeibare paraffine en water

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing

6.3 Houdbaarheid

2 jaar.

Na opening van de tube nog 12 maanden houdbaar.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 25°C. De tube zorgvuldig gesloten houden.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking en andere instructies

Aluminium tube.

Miconazolnitraat ratiopharm 20 mg/g is verpakt in tubes à 30 gram hydrofiele crème.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies

Geen bijzondere vereisten.

Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.

7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Ratiopharm GmbH

Graf-Arco-Str. 3

89079 Ulm

Duitsland

8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

RVG 20409

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 28 januari 1997 Datum van laatste verlenging: 28 januari 2017

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubriek 4.4: 24 maart 2026 0126.12v.EV

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 23604=20409

Datum van herziening volgens de tekst: 24-03-2026

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Miconazolnitraat ratiopharm, hydrofiele creme

Afleverstatus
Zonder recept bij apotheek en drogist?
  • Afleverstatus: zonder recept bij de apotheek en de drogist (UAD, uitsluitend apotheek en drogist)
Werkzame stof Miconazolnitraat
Toedieningsweg Cutaan gebruik
Hulpstoffen Benzoëzuur (e 210), ethyleenglycolmonopalmitostearaat, macrogolstearaat, type i, oleoyl macrogolglycerides, paraffine, vloeibaar (e905), water, gezuiverd
ATC-indeling
  1. D Dermatologische middelen
    1. D01 Antimycotica voor dermatologisch gebruik
      1. D01A Antimycotica voor lokaal gebruik
        1. D01AC Imidazool- en triazoolderivaten, lokale antimycotica
          1. D01AC02 Miconazolnitraat
Registratiehouder ratiopharm GmbH
Sterkten en vormen
  • 20 mg/g crème 20409
  • 20 mg/g crème 23604=20409
Registratie 20409, 23604=20409
Ook als parallelimport Healthypharm B.V. (RVG 23604=20409)

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.