SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Melatonine Glenmark
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Melatonine Glenmark 3 mg filmomhulde tabletten.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke filmomhulde tablet bevat 3 mg melatonine.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet.
Witte, ronde biconvexe filmomhulde tabletten van 7 mm diameter en met opschrift ‘31’ aan de ene zijde en ‘Y’ aan de andere zijde.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Kortdurende behandeling van jetlag bij volwassenen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De standaarddosering is dagelijks 3 mg (1 tablet), in te nemen op de lokale bedtijd vanaf de dag van aankomst op de plaats van bestemming, gedurende maximaal 5 dagen. Twee tabletten van 3 mg (d.w.z. een dosis van 6 mg) kunnen worden ingenomen in plaats van 3 mg op de lokale bedtijd gedurende 4 dagen, als de standaarddosis van 3 mg de symptomen niet afdoende verlicht. De dosis die de symptomen afdoende verlicht dient gedurende een zo kort mogelijke periode te worden ingenomen.
Vanwege de kans op verkeerd getimede inname van melatonine waardoor deze een bijwerking veroorzaakt of geen effect heeft op resynchronisatie na een jetlag, mag melatonine niet worden ingenomen op de plaats van bestemming vóór 20:00 uur of na 04:00 uur.
Omdat alcohol een goede slaap kan belemmeren en bepaalde symptomen van jetlag (bijv. hoofdpijn, ochtendmoeheid, verminderde concentratie) kan verergeren, wordt aanbevolen geen alcohol te gebruiken zolang melatonine wordt gebruikt.
Ouderen
Omdat de farmacokinetiek van melatonine (directe afgifte) bij jonge volwassenen en bij ouderen over het algemeen vergelijkbaar is, wordt geen dosisadvies specifiek voor ouderen gegeven (zie rubriek 5.2).
Nierinsufficiëntie
Er is slechts beperkte ervaring met het gebruik van Melatonine Glenmark bij patiënten met nierinsufficiëntie. Voorzichtigheid is geboden wanneer melatonine wordt gebruikt bij patiënten met nierinsufficiëntie. Melatonine Glenmark wordt niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (zie rubriek 5.2).
Leverinsufficiëntie
Er is geen ervaring met het gebruik van Melatonine Glenmark bij patiënten met leverinsufficiëntie. Beperkte gegevens wijzen erop dat de plasmaklaring van melatonine significant verlaagd is bij patiënten met levercirrose. Melatonine Glenmark wordt niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten met leverinsufficiëntie (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Melatonine Glenmark bij kinderen en adolescenten in de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn niet vastgesteld. Melatonine Glenmark mag niet worden gebruikt bij kinderen en adolescenten in de leeftijd van 0 tot 18 jaar wegens veiligheids- en werkzaamheidsbezwaren (zie rubrieken 4.4 en 5.1).
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik. De tablet moet in zijn geheel met vloeistof worden doorgeslikt.
Voedsel kan de verhoging van de concentratie melatonine in plasma versterken (zie rubriek 5.2). Inname van melatonine samen met een koolhydraatrijke maaltijd kan de regulering van de bloedglucosespiegel gedurende meerdere uren verstoren (zie rubriek 4.4). Het wordt aanbevolen om 2 uur vóór en 2 uur na inname van Melatonine Glenmark geen voedsel in te nemen. Voor personen met een significant verminderde glucosetolerantie of diabetes wordt het aanbevolen om ten minste 3 uur na een maaltijd melatonine in te nemen.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Sufheid
Melatonine kan sufheid veroorzaken. Melatonine Glenmark dient met voorzichtigheid te worden gebruikt als de effecten van de sufheid waarschijnlijk gepaard gaan met een veiligheidsrisico voor de patiënt.
Epileptische aanvallen
Melatonine kan de frequentie van insulten verhogen bij patiënten die insulten (bijv. epilepsiepatiënten) hebben. Patiënten die aan insulten lijden, moeten over deze mogelijkheid worden geïnformeerd voordat ze Melatonine Glenmark gaan gebruiken. Melatonine kan de incidentie van insulten bevorderen of verhogen bij kinderen en adolescenten met meervoudige neurologische defecten.
Auto-immuunziekten
In occasionele meldingen is exacerbatie van een auto-immuunziekte beschreven bij patiënten die melatonine innamen. Er zijn geen gegevens betreffende het gebruik van Melatonine Glenmark bij patiënten met auto-immuunziekten. Melatonine Glenmark wordt niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten met auto-immuunziekten.
Verminderde glucosetolerantie
Beperkte gegevens wijzen erop dat melatonine, als het vlak voor of na het eten van een koolhydraatrijke maaltijd wordt ingenomen, de regulering van de bloedglucosespiegel gedurende meerdere uren kan verstoren. Melatonine Glenmark dient ten minste 2 uur vóór en ten minste 2 uur na een maaltijd te worden ingenomen; in het ideale geval ten minste 3 uur na een maaltijd voor personen met een significant verminderde glucosetolerantie of met diabetes.
Lever- en nierinsufficiëntie
Er zijn slechts beperkte gegevens beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van melatonine bij patiënten met nier- of leverinsufficiëntie. Melatonine Glenmark wordt niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten die lijden aan ernstige nierinsufficiëntie of matige of ernstige leverinsufficiëntie.
Gelijktijdig gebruik van antistollingsmiddelen
Voorzichtigheid is geboden wanneer melatonine wordt gebruikt in combinatie met antistollingsmiddelen, zoals warfarine en nieuwe direct werkende antistollingsmiddelen, omdat melatonine het effect van de geneesmiddelen kan versterken resulterend in een verhoogd bloedingsrisico (zie rubriek 4.5).
Natrium
Dit medicijn bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per filmomhulde tablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Farmacokinetische interacties
- Melatonine wordt voornamelijk door de hepatische cytochroom P450-CYP1A-enzymen gemetaboliseerd, vooral door CYP1A2. Daarom zijn interacties tussen melatonine en andere werkzame stoffen mogelijk, als gevolg van hun effect op CYP1A-enzymen.
- Voorzichtigheid is aangewezen bij patiënten die met fluvoxamine worden behandeld, omdat dit middel de melatoninespiegels verhoogt (17 maal zo hoge AUC en 12 maal zo hoge Cmax in serum) door de metabolisering van melatonine via CYP1A2 en CYP2C19 te remmen. Deze combinatie dient te worden vermeden.
- Voorzichtigheid is aangewezen bij patiënten die 5- of 8-methoxypsoralen (5 of 8-MOP) gebruiken, omdat dit middel de melatoninespiegels verhoogt door de metabolisering van melatonine te remmen.
- Voorzichtigheid is aangewezen bij patiënten die cimetidine gebruiken, omdat dit middel de melatoninespiegels in plasma verhoogt door de metabolisering van melatonine te remmen.
- Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die oestrogeentherapie krijgen (bijv. in de vorm van anticonceptiva of hormoonvervangingstherapie), omdat oestrogenen de melatoninespiegels verhogen door de metabolisering van melatonine te remmen, voornamelijk via remming van CYP1A2.
- CYP1A2-remmers (zoals chinolonen) kunnen de systemische melatoninespiegels verhogen.
- CYP1A2-inductoren (zoals carbamazepine en rifampicine) kunnen de concentraties melatonine in plasma verlagen.
- Het roken van sigaretten kan de melatoninespiegels verlagen door inductie van CYP1A2.
Farmacodynamische interacties
- Melatonine kan het sedatieve effect van benzodiazepinen (bijv. midazolam, temazepam) en van non-benzodiazepine hypnotica (bijv. zaleplon, zolpidem, zopiclon) versterken. In een onderzoek naar jetlag-therapie leidde de combinatie van melatonine en zolpidem tot een hogere incidentie van slaperigheid in de ochtend, misselijkheid, verwardheid en verminderde activiteit in het eerste uur na het opstaan, vergeleken met alleen zolpidem.
Nifedipine
voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van melatonine en nifedipine, aangezien melatonine het hypotensieve effect van nifedipine kan verminderen.
Anticoagulantia
gelijktijdig gebruik van melatonine en warfarine kan leiden tot versterkte antistolling - bij gelijktijdig gebruik dient controle van de INR-waarde plaats te vinden. Melatonine kan ook het effect van direct werkende antistollingsmiddelen (zoals dabigatran, rivaroxaban, apixaban, edoxaban) versterken.
Pediatrische patiënten
Onderzoek naar interacties is alleen bij volwassenen uitgevoerd.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van melatonine bij zwangere vrouwen. Dieronderzoek heeft onvoldoende gegevens opgeleverd wat betreft reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Exogeen melatonine passeert bij mensen gemakkelijk de placenta.
Melatonine Glenmark wordt niet aanbevolen voor gebruik tijdens de zwangerschap en bij vrouwen en adolescenten die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie toepassen.
Borstvoeding
Er is onvoldoende informatie over de uitscheiding van melatonine/metabolieten in de moedermelk. Endogeen melatonine wordt uitgescheiden in de moedermelk.
Uit beschikbare farmacodynamische/toxicologische gegevens bij dieren blijkt dat melatonine/ metabolieten in melk wordt/worden uitgescheiden (zie rubriek 5.3).
Risico voor pasgeborenen/zuigelingen kan niet worden uitgesloten.
Melatonine Glenmark mag niet worden gebruikt in de periode dat borstvoeding wordt gegeven.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens over mogelijke nadelige effecten van gebruik van melatonine op de vruchtbaarheid bij mensen. Dieronderzoek heeft onvoldoende gegevens opgeleverd wat betreft effecten op de vruchtbaarheid (zie rubriek 5.3).
Hoge doseringen van melatonine en het gebruik gedurende langere periodes dan aangegeven, kunnen de vruchtbaarheid bij mensen in gevaar brengen.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Melatonine heeft matige invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Melatonine kan sufheid veroorzaken en kan de alertheid gedurende meerdere uren verlagen, daarom wordt het gebruik van Melatonine Glenmark voorafgaand aan het besturen van voertuigen of het gebruiken van machines niet aanbevolen.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Sufheid/slaperigheid, hoofdpijn en duizeligheid/desoriëntatie zijn de vaakst gemelde bijwerkingen wanneer melatonine kortdurend wordt ingenomen om jetlag te behandelen. Sufheid, hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid zijn ook de bijwerkingen die het vaakst worden gemeld wanneer typische klinische doses melatonine gedurende meerdere dagen tot meerdere weken door gezonde personen en patiënten worden ingenomen.
Samenvatting van bijwerkingen in tabelvorm
De volgende bijwerkingen op melatonine in het algemeen zijn gerapporteerd in klinische onderzoeken of spontane casusrapporten. Binnen elke frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
| Systeem/ Orgaanklasse | Zeer vaak (≥ 1/10) | Vaak (≥1/100 tot <1/10) | Soms (≥1/1.000 tot <1/100) | Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000) | Niet bekend: (kan op basis van de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
|---|---|---|---|---|---|
| Bloed- en lymfestelsel-aandoeningen | leukopenie, trombocytopenie | ||||
| Immuunsysteem-aandoeningen | overgevoeligheids-reactie |
| Voedings- en stofwisselings-stoornissen | hypertriglyceridemie | hyperglykemie | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Psychische stoornissen | prikkelbaarheid, zenuwachtigheid, rusteloosheid, abnormale dromen, angst | stemmingsverandering, agressief gedrag, desoriëntatie, verhoogd libido | |||
| Zenuwstelsel-aandoeningen | hoofdpijn, somnolentie | duizeligheid | Syncope (flauwvallen), geheugen vermindering, restless legs-syndroom, paresthesie | ||
| Oog-aandoeningen | scherpzien gereduceerd, gezichtsvermogen wazig, traanproductie verhoogd | ||||
| Hart-aandoeningen | hartkloppingen | ||||
| Bloedvat-aandoeningen | hypertensie | opvliegers | |||
| Maagdarmstelsel-aandoeningen | buikpijn, bovenbuikpijn, dyspepsie, orale ulceratie, droge mond, misselijkheid | braken, flatulentie, speekselhypersecretie, halitose, gastritis | |||
| Huid- en onderhuid-aandoeningen | pruritus, huiduitslag, droge huid | nagelafwijking | tongoedeem, mondslijmvlies gezwollen | ||
| Skeletspierstelsel- en bindweefsel-aandoeningen | artritis, spierspasmen | ||||
| Nier- en urineweg-aandoeningen | glycosurie, proteïnurie | polyurie, hematurie | |||
| Voortplantings-stelsel- en borstaandoeningen | priapisme, prostatitis | galactorroe | |||
Algemene aandoeningen en toedienings-plaatsstoornissen | borstpijn, malaise | dorst | |||
| Laboratorium en andere onderzoeken | gewichtstoename | bloed elektrolyten abnormaal |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Sufheid, hoofdpijn, duizeligheid en misselijkheid zijn de vaakst gemelde tekenen en symptomen van overdosering met oraal melatonine.
Inname van dagelijkse doseringen tot maximaal 300 mg melatonine veroorzaakte geen klinisch significante bijwerkingen.
Opvliegers, buikkrampen, diarree, hoofdpijn en scotoma lucidum zijn gemeld na inname van extreem hoge doses melatonine (3.000 tot 6.600 mg) gedurende meerdere weken.
Er dienen algemene ondersteunende maatregelen te worden toegepast.
Klaring van de werkzame stof wordt binnen 12 uur na inname verwacht.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Psycholeptica, melatoninereceptoragonisten, ATC-code: N05CH01.
Melatonine is een hormoon en antioxidant. Melatonine wordt uitgescheiden door de pijnappelklier en is betrokken bij de synchronisatie van het 24-uursritme met de dagelijkse licht-donker-cyclus. De uitscheiding van melatonine/plasmaspiegels van melatonine nemen kort na het invallen van de duisternis toe, zijn ongeveer tussen 2:00 uur en 4:00 uur ‘s nachts het hoogst, en nemen tegen de tijd dat het licht wordt weer af tot de lage niveau die gedurende de dag aanhoudt. De piekuitscheiding van melatonine staat bijna lijnrecht tegenover de piek van de daglichtintensiteit, waarbij daglicht de primaire prikkel is voor het onderhouden van het 24-uursritme van de uitscheiding van melatonine.
Werkingsmechanisme
Men neemt aan dat het farmacologische werkingsmechanisme van melatonine gebaseerd is op de interactie met MT1-, MT2- en MT3-receptoren, omdat deze receptoren (met name MT1 en MT2) betrokken zijn bij de regulering van het slaapritme en van het 24-uursritme in het algemeen.
Farmacodynamische effecten
Melatonine heeft een slaapopwekkend/sedatief effect en verhoogt de geneigdheid tot slapen. Wanneer melatonine vroeger of later dan de nachtelijke piek in melatonine-uitscheiding wordt toegediend, dan kan het 24-uursritme van melatonine-uitscheiding respectievelijk versnellen of vertragen. Wanneer melatonine rond bedtijd (tussen 22:00 uur en 00:00 uur) op de plaats van bestemming wordt ingenomen na een snelle reis door verschillende tijdzones (vliegreis), versnelt het de resynchronisatie van het 24-uursritme van de ‘vertrektijd’ tot de ‘bestemmingstijd’, en verbetert het de symptomen die bekend staan als jetlag, die een gevolg zijn van een dergelijke desynchronisatie.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Typische symptomen van jetlag zijn slaapstoornissen, moeheid overdag en vermoeidheid. Licht afgenomen cognitie, prikkelbaarheid en maagdarmstoornissen kunnen ook voorkomen. Hoe meer tijdzones worden gepasseerd, hoe erger de jetlag is. Een jetlag is meestal erger bij reizen naar het oosten, omdat mensen het over het algemeen moeilijker vinden om hun 24-uursritme (biologische klok) naar voren bij te stellen dan om het te vertragen, zoals bij reizen naar het westen nodig is. Klinische onderzoeken hebben laten zien dat melatonine volgens de patiënten zelf de algemene symptomen van jetlag met ~ 44 % vermindert en dat het de duur van een jetlag bekort. In twee onderzoeken van vluchten over 12 tijdzones verminderde melatonine de duur van jetlag effectief met ~ 33 %. Vanwege de kans op verkeerd getimede inname van melatonine waardoor deze bijwerkingen veroorzaakt of geen effect heeft op resynchronisatie van het 24-uursritme / een jetlag of vanwege de kans op het veroorzaken van een bijwerking, mag melatonine niet worden ingenomen op de plaats van bestemming vóór 20:00 uur of na 04:00 uur.
Bijwerkingen die in onderzoeken naar jetlags werden gemeld bij doses melatonine van 0,5 tot 0,8 mg waren meestal licht van aard, en vaak moeilijk te onderscheiden van de symptomen van jetlag.
Tijdelijk sufheid/ sedatie, hoofdpijn en duizeligheid/desoriëntatie werden gemeld; deze zelfde bijwerkingen, plus misselijkheid, zijn de bijwerkingen die gewoonlijk gepaard gaan met kortdurend gebruik van melatonine in beoordelingen van de veiligheid van melatonine bij mensen.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van melatonine voor de behandeling van jetlag bij kinderen en adolescenten in de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn niet vastgesteld. Melatonine Glenmark wordt daarom niet aanbevolen voor de behandeling van jetlag bij kinderen en adolescenten in de leeftijd van 0 tot 18 jaar. Dit is specifiek vanwege het feit dat verstoring van de werking van endogeen melatonine op de ontwikkeling van de hypothalamus-hypofyse-gonaden-as niet kan worden uitgesloten.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Melatonine is een klein, amfifiel molecuul (molecuulgewicht 232 g/mol) dat in onveranderde vorm actief is. Melatonine wordt in het menselijk lichaam gevormd uit tryptofaan, via serotonine. Kleine hoeveelheden ervan worden via het voedsel ingenomen. De hieronder samengevatte gegevens zijn afkomstig van onderzoeken waar over het algemeen gezonde mannen en vrouwen aan deelnamen, voornamelijk gezonde mannen en vrouwen van jonge en middelbare leeftijd.
Absorptie
Oraal toegediend melatonine wordt bijna volledig geabsorbeerd. De orale biologische beschikbaarheid bedraagt ~ 15 %, vanwege een 'first pass'-metabolisme van ~ 85 %. De tmax in plasma bedraagt ~ 50 minuten. Een dosis melatonine met directe afgifte van 3 mg verhoogt de Cmax van melatonine in plasma tot ~ 3.400 pg/ml; dit is ~ 60 maal de Cmax van (endogeen) melatonine in plasma gedurende de nacht, hoewel de Cmax van zowel endogeen als exogeen melatonine een aanzienlijke variatie vertoont tussen individuen.
Gegevens over het effect van de inname van voedsel op of rond de tijd van inname van melatonine, op de farmacokinetiek zijn beperkt. Maar deze gegevens wijzen erop dat gelijktijdige inname van voedsel de absorptie met bijna een factor 2 kan verhogen. Voedsel blijkt een beperkend effect te hebben op de tmax voor melatonine met directe afgifte. Naar verwachting zal dit de werkzaamheid of veiligheid van melatonine niet aantasten, maar het wordt aanbevolen om ongeveer 2 uur vóór en 2 uur na inname van melatonine geen voedsel te eten.
Distributie
De eiwitbinding van melatonine bedraagt ongeveer 50 % tot 60 %. Melatonine bindt vooral aan albumine, maar ook aan alfa-1-zuur glycoproteïne; binding aan andere plasma-eiwitten is beperkt. Melatonine wordt snel vanuit het plasma in en uit de meeste weefsels en organen gedistribueerd, en passeert gemakkelijk de bloed-hersenbarrière. Melatonine passeert gemakkelijk de placenta. De concentratie in navelstrengbloed van voldragen baby’s correleert nauw met, en is slechts enigszins (15 % tot 35 %) lager dan die van de moeder na inname van een dosis van 3 mg.
Biotransformatie
Melatonine wordt voornamelijk door de lever gemetaboliseerd. Experimentele gegevens wijzen erop dat de cytochroom P450-enzymen CYP1A1 en CYP1A2 hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn voor de metabolisering van melatonine, waarbij CYP2C19 van ondergeschikt belang is. Melatonine wordt vooral gemetaboliseerd tot 6-hydroxymelatonine (~ 80 % tot 90 % van de metabolieten van melatonine die in de urine worden teruggevonden, bestaat uit deze vorm). N-acetylserotonine blijkt de primaire ‘kleine’ metaboliet te zijn (~ 10 % van de metabolieten van melatonine die in de urine worden teruggevonden, bestaat uit deze vorm). De metabolisering van melatonine verloopt zeer snel, waarbij de concentratie 6-hydroxymelatonine in plasma toeneemt binnen enkele minuten nadat exogeen melatonine de systemische circulatie binnenkomt. 6-hydroxymelatonine ondergaat sulfaatconjugatie (~ 70 %) en glucuronideconjugatie (~ 30 %) voordat het wordt uitgescheiden.
Eliminatie
De plasma-eliminatiehalfwaardetijd (T½) is ~ 45 minuten (normaal bereik ~ 30 - 60 minuten) bij gezonde volwassenen. Metabolieten van melatonine worden voornamelijk via de urine uitgescheiden,
~ 90 % als sulfaat- en glucuronideconjugaten van 6-hydroxymelatonine. Minder dan 1 % van de dosis melatonine wordt ongewijzigd uitgescheiden in de urine.
Lineariteit/non-lineariteit
De Cmax en AUC van melatonine in plasma stijgen direct evenredig en lineair voor orale doses melatonine met direct afgifte in het bereik van 3 mg tot 6 mg, terwijl de tmax en t½ in plasma constant blijven.
Geslacht
Beperkte gegevens suggereren dat Cmax en AUC na inname van melatonine met directe afgifte bij vrouwen hoger kan zijn dan (mogelijk ongeveer tweemaal zo hoog) bij mannen, maar er is een grote variabiliteit in de farmacokinetiek waargenomen. De halfwaardetijd van melatonine in plasma blijkt bij mannen en vrouwen niet significant te verschillen.
Speciale populaties
Ouderen
De endogene plasmaconcentratie van melatonine is ‘s nachts bij ouderen lager dan bij jonge volwassenen. Beperkte data voor de tmax, Cmax, eliminatiehalfwaardetijd (t½) en AUC in plasma na inname van melatonine met directe afgifte, wijzen niet op significante verschillen tussen jongere volwassenen en ouderen in het algemeen, hoewel de spreiding van waarden (interindividuele variabiliteit) voor elke parameter bij ouderen vaak groter is.
Leverinsufficiëntie
Beperkte gegevens wijzen erop dat de concentratie endogeen melatonine in bloed overdag duidelijk verhoogd is bij patiënten met levercirrose, waarschijnlijk vanwege de verminderde klaring (metabolisering) van melatonine. De t½ van exogeen melatonine in serum was in een klein onderzoek bij cirrosepatiënten tweemaal zo hoog als bij de controlegroep. Omdat de lever de primaire plaats is waar de metabolisering van melatonine plaatsvindt, zal leverinsufficiëntie naar verwachting leiden tot verhoogde blootstelling aan exogeen melatonine.
Nierinsufficiëntie
Literatuurgegevens wijzen erop dat er geen accumulatie van melatonine plaatsvindt na herhaalde dosering (3 mg gedurende 5 tot 11 weken) bij patiënten met stabiele hemodialyse. Omdat melatonine echter primair als metabolieten via de urine wordt uitgescheiden, zullen de plasmaconcentraties van metabolieten van melatonine naar verwachting verhoogd zijn bij patiënten met verder gevorderde nierinsufficiëntie.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit en carcinogeen potentieel. Effecten bij niet-klinische onderzoeken werden uitsluitend waargenomen na blootstelling die geacht wordt beduidend hoger te liggen dan het maximale niveau waaraan de mens wordt blootgesteld, zodat deze weinig relevant zijn voor klinische doeleinden.
Bij reproductie-toxicologische onderzoek resulteerde orale toediening van melatonine aan zwangere vrouwtjesratten niet in negatieve effecten op het nageslacht, gemeten in termen van foetale levensvatbaarheid, afwijkingen aan skelet of ingewanden of geboortegewicht. Toediening van melatonine aan muizen in het begin van hun zwangerschap liet geen duidelijke toxiciteit zien.
Preklinische gegevens wijzen aan dat exogeen melatonine de placenta passeert en wordt uitgescheiden in de melk.
Er zijn geen veiligheidsstudies uitgevoerd bij jonge dieren.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Tabletkern
Maltodextrine
Croscarmellose natrium (E468)
Silica, watervrij colloïdaal (E551)
Microkristallijne cellulose (E460)
Magnesiumstearaat
Tabletomhulling
Hypromellose (E464)
Macrogol (E1521)
Titaandioxide (E171)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit medicijn zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Melatonin Glenmark 3 mg filmomhulde tabletten zijn verpakt in blisterverpakkingen van Aluminium/Aluminium of PVC/PVDC/Aluminium.
Verpakkingsgrootten: 10 en 30 tabletten.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Glenmark Arzneimittel GmbH
Industriestrasse 31
82194 Gröbenzell
Duitsland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 128909
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 18 oktober 2023
