SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Zopiclon-ratiopharm
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Zopiclon ratiopharm 7,5 mg, omhulde tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Eén tablet bevat: 7,5 mg zopiclon.
Hulpstof met bekend effect: 31,37 mg lactosemonohydraat per omhulde tablet.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet
Zopiclon ratiopharm 7,5 mg is een witte, ronde, biconvexe filmomhulde tablet, bedrukt met “ZOC 7.5” aan een zijde en voorzien van een breukstreep aan beide zijden.
De tablet kan worden verdeeld in gelijke doses.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Kortdurende behandeling van slapeloosheid.
Benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen dienen slechts te worden gebruikt als de aandoening ernstig is, invaliderend is of indien de patiënt als gevolg van de aandoening extreem lijdt.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De behandeling met Zopiclon ratiopharm 7,5 mg dient zo kort mogelijk te duren. Langdurig, continu gebruik wordt niet aanbevolen.
In het algemeen dient de duur van de behandeling zich te beperken tot een periode van enkele dagen tot 2 weken, met een maximum van 4 weken, met inbegrip van de afbouwfase. Het wordt aanbevolen om de patiënt hierover te informeren voordat met de behandeling wordt begonnen. In bepaalde gevallen kan een verlenging tot voorbij de maximale behandelingsduur noodzakelijk zijn. Als dit het geval is, dient dit echter slechts plaats te vinden na herevaluatie van de status van de patiënt.
Gebruik door kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar is gecontra-indiceerd.
De aanbevolen dosering voor volwassenen is 7,5 mg (één tablet). Deze dosering dient niet te worden overschreden.
De behandeling bij ouderen, patiënten met leverinsufficiëntie of bij patiënten met chronische ademhalingsinsufficiëntie, dient te worden gestart met een dosering van 3,75 mg (1/2 tablet). Hoewel bij patiënten met nierinsufficiëntie geen accumulatie van zopiclon of van zijn metabolieten is gevonden, wordt aangeraden bij patiënten met een verminderde nierfunctie de behandeling te starten met 3,75 mg (1/2 tablet).
De behandeling dient te worden gestart met de laagst aanbevolen dosering. De maximale dosering dient niet te worden overschreden.
Wijze van toediening
Het geneesmiddel dient oraal te worden ingenomen, direct voor het naar bed gaan.
4.3 Contra-indicaties
Zopiclon is gecontra-indiceerd bij patiënten die lijden aan:
- overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen, benzodiazepinen of andere benzodiazepine-achtige stoffen
- myasthenia gravis
- ernstige respiratoire insufficiëntie
- slaap-apnoe syndroom
- kinderen en adolescenten onder de 18 jaar
- ernstige leverinsufficiëntie
- complexe slaapstoornis na een voorgeschiedenis van zopiclongebruik (zie rubriek 4.4).
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Voor aanvang van de therapie met zopiclon dient de onderliggende oorzaak van de slapeloosheid zorgvuldig te worden onderzocht.
Omdat hypnotica de ademhalingsfunctie kunnen onderdrukken, moeten hier voorzorgsmaatregelen voor worden genomen als zopiclon wordt voorgeschreven aan patiënten met een verminderde ademhalingsfunctie (zie rubriek 4.8).
Psychomotorische stoornissen
Net als andere sedativa/hypnotica heeft zopiclon een CZS-onderdrukkend effect (zie rubriek 4.7).
Afhankelijkheid
Het gebruik van benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen kan leiden tot het ontstaan van misbruik en/of fysieke en psychische afhankelijkheid van deze middelen. Het risico op afhankelijkheid neemt toe naarmate de dosis en de duur van de behandeling toenemen; het risico op afhankelijkheid is ook groter voor patiënten met een verleden van alcohol- of drugsmisbruik of voor mensen met uitgesproken persoonlijkheidsstoornissen. Bij de beslissing om dergelijke patiënten met een hypnoticum te behandelen moet hiermee terdege rekening worden gehouden. Deze patiënten moeten zorgvuldig worden gecontroleerd tijdens het gebruik van zopiclon. Als er sprake is van fysieke afhankelijkheid, zal een plotselinge beëindiging van de behandeling gepaard gaan met onthoudingsverschijnselen (zie rubriek 4.8). Zeldzame gevallen van misbruik zijn gerapporteerd.
‘Rebound’ slapeloosheid
Bij het staken van een behandeling met een benzodiazepine of een benzodiazepine-achtige stof kan een voorbijgaand syndroom optreden, waarbij de symptomen die geleid hebben tot de behandeling met een benzodiazepine of een benzodiazepine-achtige stof in ernstige vorm terugkomen. Dit syndroom kan met andere reacties gepaard gaan waaronder stemmingswisselingen, slaapstoornissen, angst en rusteloosheid. Aangezien de kans op onthoudingsverschijnselen of reboundsymptomen groter is na langdurig gebruik of na het abrupt beëindigen van de behandeling, wordt aangeraden de dosis geleidelijk af te bouwen.
Duur van de behandeling
Tijdens de behandeling dient de laagst mogelijke effectieve dosis te worden gegeven. De duur van de behandeling dient zo kort mogelijk te zijn (zie rubriek 4.2) en dient niet langer te zijn dan 4 weken inclusief het proces van geleidelijk afbouwen. Overschrijding van deze periode dient alleen plaats te vinden na herevaluatie van de status van de patiënt. Het kan nuttig zijn om de patiënt aan het begin van de behandeling te informeren dat de behandeling van beperkte duur zal zijn en precies uit te leggen hoe de dosering geleidelijk zal worden afgebouwd. Het is bovendien belangrijk de patiënt te wijzen op de mogelijkheid van het optreden van “rebound”-effecten om ongerustheid over het voorkomen van dergelijke symptomen tijdens het afbouwen van de therapie tot een minimum te beperken. Voor benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen met een korte werkingsduur geldt dat er aanwijzingen zijn dat onthoudingsverschijnselen kunnen optreden binnen het doseringsinterval, met name wanneer de dosis hoog is.
Tolerantie
Na herhaald gebruik gedurende enkele weken kan het hypnotisch effect van kortwerkende benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen afnemen. Echter, voor zopiclon is bij een behandelingsduur tot 4 weken geen duidelijke tolerantie opgetreden.
Anterograde amnesie
Benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen kunnen anterograde amnesie veroorzaken, met name binnen enkele uren na inname van het middel. Daarom treedt anterograde amnesie vooral op wanneer de slaap wordt onderbroken of wanneer het naar bed gaan wordt uitgesteld nadat de tablet is ingenomen. Om de kans hierop te verminderen, moeten patiënten er zeker van zijn dat ze meteen na inname van zopiclon naar bed gaan en gedurende de gehele nacht (7-8 uur) ononderbroken kunnen slapen (zie rubriek 4.8).
Psychische en “paradoxale” reacties
Het is bekend dat reacties zoals rusteloosheid, agitatie, geïrriteerdheid, agressie, wanen, woede, nachtmerries, hallucinaties, psychose, delirium, onaangepast gedrag en andere gedragsstoornissen kunnen voorkomen bij het gebruik van benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen. Als dit het geval is dient het gebruik van het geneesmiddel te worden beëindigd. De kans op deze reacties is groter bij ouderen.
Risico’s van gelijktijdig gebruik met opioïden
Gelijktijdig gebruik van zopiclon en opioïden kan resulteren in sedatie, respiratoire depressie, coma en overlijden. Vanwege deze risico’s dienen sedativa, zoals benzodiazepinen of verwante geneesmiddelen zoals zopiclon, alleen gelijktijdig met opioïden te worden voorgeschreven indien er geen alternatieve behandelingsmogelijkheden zijn. Indien besloten wordt om zopiclon gelijktijdig met opioïden voor te schrijven, dan dient de laagst mogelijke effectieve dosis te worden gebruikt en de duur van de behandeling zo kort mogelijk te zijn (zie ook de algemene doseringsadviezen in rubriek 4.2). Patiënten moeten nauwlettend worden gevolgd op tekenen en symptomen van respiratoire depressie en sedatie. Dit in acht nemend, wordt sterk aangeraden om patiënten en hun directe omgeving op de hoogte te stellen van deze symptomen (zie rubriek 4.5).
Slaapwandelen en geassocieerd gedrag
Complexe slaapstoornis waaronder slaapwandelen en ander geassocieerd gedrag zoals slaaprijden, bereiden en eten van voedsel, telefoneren of seksuele activiteiten, met amnesie voor de gebeurtenis, zijn gemeld bij patiënten die zopiclon hadden gebruikt en niet volledig wakker waren. Dit gedrag kan optreden na de eerste dosis of na volgende doses zopiclon. De behandeling met zopiclon dient onmiddellijk te worden gestaakt als een patiënt complex slaapgedrag vertoont vanwege het risico voor de patiënt en anderen (zie rubriek 4.3).
Het gebruik van alcohol en andere CZS-onderdrukkende middelen in combinatie met zopiclon lijkt het risico op dit gedrag te vergroten. Dit geldt ook voor het innemen van meer zopiclon dan de aanbevolen maximale dosis. Het stoppen van het gebruik van zopiclon dient ernstig overwogen te worden voor patiënten die dit soort gedrag melden (zie rubriek 4.5).
Suïcidale gedachten/suïcidepogingen/suïcide en depressie
Zoals ook geldt voor andere hypnotica is zopiclon zelf geen behandeling voor depressie en kan het in sommige gevallen de symptomen daarvan maskeren.
Sommige epidemiologische onderzoeken wijzen op een verhoogde incidentie van suïcidale ideatie, suïcidepogingen en suïcides bij patiënten met of zonder depressie die behandeld werden met benzodiazepinen of andere hypnotica, waaronder zopiclon. Een oorzakelijk verband is echter niet aangetoond.
Pediatrische patiënten
Zopiclon mag niet worden toegediend aan kinderen en adolescenten tot 18 jaar. De veiligheid en werkzaamheid van zopiclon bij kinderen en adolescenten tot 18 jaar zijn nog niet vastgesteld.
Specifieke patiëntengroepen
- Voor ouderen: zie rubriek 4.2.
- Een lagere dosis wordt geadviseerd voor patiënten met chronische respiratoire insufficiëntie vanwege de kans op het maskeren van symptomen (angst, agitatie) van ademhalingsdepressie.
- Benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen zijn niet geschikt voor de behandeling van patiënten met ernstige leverinsufficiëntie, aangezien zij encefalopathie kunnen veroorzaken.
- Benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen worden niet aangeraden voor de primaire behandeling van psychoses.
- Benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen dienen niet te worden gebruikt als enige behandeling van depressie of aan depressie gerelateerde angst (hierdoor kan suïcide bij deze patiënten uitgelokt worden).
- Benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen dienen met buitengewone voorzichtigheid te worden gegeven aan patiënten met een voorgeschiedenis van alcoholmisbruik of drugsmisbruik.
- Door het spierverslappende effect van zopiclon bestaat er gevaar om te vallen, in het bijzonder bij ouderen als zij tijdens de nacht opstaan.
Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met de zeldzame erfelijkheidsproblemen als galactose intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per omhulde tablet, d.w.z. is in wezen ‘natriumvrij’.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Zopiclon dient niet gelijktijdig met alcohol te worden ingenomen omdat de effecten van zopiclon kunnen worden versterkt. Dit kan de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen nadelig beïnvloeden.
Combinaties met andere centraal depressieve geneesmiddelen, zoals antipsychotica (neuroleptica), hypnotica, anxiolytica/sedativa, antidepressiva, narcotische analgetica, anti-epileptica, anesthetica en sedatieve antihistaminica kan het dempende effect van zopiclon op het centraal zenuwstelsel vergroten en dient daarom zorgvuldig te worden overwogen.
In het geval van narcotische analgetica kan ook een potentiëring van euforie optreden, welke kan leiden tot een verhoogde psychische afhankelijkheid.
Opioïden: Het gelijktijdig gebruik van sedativa zoals benzodiazepinen of verwante geneesmiddelen zoals zopiclon met opioïden verhoogt het risico op sedatie, respiratoire depressie, coma en overlijden door het additief dempende effect op het centraal zenuwstelsel. De dosering en de duur van de gelijktijdige behandeling moeten worden beperkt (zie rubriek 4.4).
Combinatie van zopiclon met spierverslappers kan het spierverslappend effect verhogen.
Stoffen die in de lever bepaalde enzymen (in het bijzonder cytochroom P450) stimuleren of remmen kunnen de werkzaamheid van benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige geneesmiddelen verminderen of versterken.
Het effect van erytromycine op de farmacokinetiek van zopiclon is bestudeerd in 10 gezonde personen. In aanwezigheid van erytromycine wordt de AUC van zopiclon met 80% vergroot wat suggereert dat erytromycine mogelijk het metabolisme remt van geneesmiddelen die door CYP3A4 worden gemetaboliseerd. Als gevolg hiervan kan het hypnotisch effect van zopiclon worden versterkt.
Omdat zopiclon voornamelijk gemetaboliseerd wordt door CYP3A4 kunnen de plasmaspiegels verhoogd worden en dus kan ook het effect van zopiclon versterkt worden wanneer het gebruikt wordt in combinatie met geneesmiddelen die CYP3A4 remmen, zoals macrolide antibiotica, azole antimycotica, HIV-protease remmer maar ook grapefruitsap. Dosis verlaging zou overwogen kunnen worden wanneer zopiclon toegediend wordt met CYP3A4 remmers. Geneesmiddelen die CYP3A4 induceren, zoals fenobarbital, fenytoïne, carbamazepine, rifampicine en producten die Sint-Janskruid bevatten kunnen de plasmaspiegels verlagen en dus het effect van zopiclon verminderen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Het gebruik van zopiclon wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap.
De veiligheid bij gebruik door zwangere vrouwen en tijdens de lactatie is niet vastgesteld.
Zopiclon passeert de placenta.
Tot dusver leverde zopiclon in dierstudies geen schadelijke effecten op, behalve in zeer hoge doses die toxisch waren voor de moeder.
Een grote hoeveelheid gegevens over zwangere vrouwen (meer dan 1000 zwangerschappen) die zijn verzameld vanuit cohortonderzoeken, heeft geen bewijs geleverd van het optreden van malformaties na blootstelling aan benzodiazepinen of benzodiazepineachtige stoffen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap. Bij enkele case-controle-onderzoeken werd echter een toename waargenomen van het aantal gevallen van gespleten lip en gehemelte geassocieerd met het gebruik van benzodiazepinen tijdens de zwangerschap.
Gevallen van verminderde foetale beweging en variabiliteit in de foetale hartslag zijn beschreven na toediening van benzodiazepinen of benzodiazepineachtige stoffen tijdens het tweede en derde trimester van de zwangerschap.
Als zopiclon wordt voorgeschreven tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap of tijdens de bevalling, kunnen effecten op de neonaat zoals hypothermie, hypotonie, ademhalingsdepressie, verminderde spiertonus en zuigreflex (“floppy infant syndroom”) worden verwacht ten gevolge van de farmacologische eigenschappen van het product. Er zijn gevallen van ernstige neonatale ademhalingsdepressie gemeld.
Vanwege de ontwikkeling van lichamelijke afhankelijkheid, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden in neonaten van moeders die zopiclon voor lange periodes hebben gebruikt tijdens de laatste maanden van de zwangerschap. Het wordt aanbevolen om de pasgeborene op gepaste wijze te monitoren in de postnatale periode.
Wanneer zopiclon wordt voorgeschreven aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd, dient hen geadviseerd te worden dat zij, als zij zwanger willen worden of vermoeden dat zij zwanger zijn, contact opnemen met hun arts over het staken van de behandeling.
Borstvoeding
Hoewel de concentratie van zopiclon in de moedermelk zeer laag is, dient zopiclon niet te worden voorgeschreven aan vrouwen gedurende de lactatieperiode.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Sedatie, amnesie, verminderd concentratievermogen en gestoorde spierfunctie kunnen de rijvaardigheid of het vermogen om machines te gebruiken verminderen.
Het risico op psychomotorische stoornissen, waaronder een verminderde rijvaardigheid, is verhoogd als:
- zopiclon wordt ingenomen binnen 12 uur vóór het uitvoeren van activiteiten die mentale alertheid vereisen
- een hogere dosis dan de aanbevolen dosis is ingenomen
- zopiclon gelijktijdig wordt toegediend met andere CZS-onderdrukkers, alcohol of met andere geneesmiddelen die de zopiclonspiegel in het bloed verhogen (zie rubriek 4.5).
Het risico is zelfs nog hoger indien de duur van de slaap onvoldoende is.
Patiënten moeten worden gewaarschuwd tegen het uitvoeren van mogelijk gevaarlijke taken waarvoor volledige mentale alertheid of motorische coördinatie nodig is, zoals het bedienen van machines of autorijden, na het innemen van zopiclon en met name gedurende de eerste 12 uur na toediening.
Patiënten dienen te worden gewaarschuwd dat ze geen auto moeten rijden of machines bedienen totdat de behandeling is beëindigd of tot is vastgesteld dat hun prestatievermogen niet verminderd is.
Omdat de bovengenoemde effecten kunnen optreden, is voorzichtigheid geboden tot de volgende ochtend.
4.8 Bijwerkingen
De frequenties die in deze sectie worden genoemd zijn gebaseerd op de volgende percentages: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100 tot <1/10), soms (≥1/1,000 tot <1/100), zelden (≥1/10,000 tot <1/1,000), zeer zelden (<1/10,000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Bijwerkingen lijken gerelateerd te zijn aan de individuele gevoeligheid en lijken vaker voor te komen tijdens het eerste uur na inname.
Ongeveer 10% van de behandelde patiënten ervaren bijwerkingen.
De meest voorkomende bijwerkingen zijn verandering van smaak (treed op bij ongeveer 4% van de behandelde patiënten), een droge mond en slaperigheid in de ochtend.
De volgende bijwerkingen werden waargenomen in patiënten behandeld met zopiclon:
Immuunsysteemaandoeningen
Zeer zelden: angio-oedeem, anafylactische reacties
Psychische stoornissen
Soms: agitatie, nachtmerries
Zelden: afvlakking van gevoel, verwardheid, depressie2), seksuele stoornissen, paradoxale reacties3) zoals rusteloosheid, geïrriteerdheid, agressie, wanen, woede, hallucinaties, psychoses, abnormaal gedrag (mogelijk gerelateerd aan amnesie), andere gedragsstoornissen en complexe slaapstoornis met inbegrip van slaapwandelen (zie rubriek 4.4)
Niet bekend: lichamelijke en psychische afhankelijkheid4), onthoudingsverschijnselen5), delirium
Zenuwstelselaandoeningen
Zeer vaak: verandering van smaak (bittere smaak of een metaalachtige nasmaak)
Vaak: slaperigheid gedurende de volgende dag, verminderde alertheid, hoofdpijn, duizeligheid, slaperigheid
Zelden: amnesie1), incoördinatie, ataxie (treedt voornamelijk op in de beginfase van de behandeling en verdwijnt in het algemeen na herhaalde toediening), licht gevoel in het hoofd
Niet bekend: paresthesie, cognitieve stoornissen zoals verminderd geheugen, aandachtstekortstoornis, spraakstoornis
Oogaandoeningen
Zelden: dubbelzien (treedt voornamelijk op in de beginfase van de behandeling en verdwijnt in het algemeen na herhaalde toediening)
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Zelden: dyspneu (zie rubriek 4.4)
Niet bekend: ademhalingsdepressie (zie rubriek 4.4)
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak: gastro-intestinale klachten, inclusief misselijkheid en overgeven, droge mond
Soms: malaise, buikpijn
Zelden: dyspepsie
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zelden: huidreacties, inclusief urticaria, huiduitslag, jeuk
Zeer zelden: erythema multiforme, toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Zelden: spierzwakte
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Soms: moeite met 's ochtends opstaan, vermoeidheid
Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties
Zelden: vallen (met name bij ouderen, zie rubriek 4.2)
Onderzoeken
Zelden: geringe tot matige toename van de serumtransaminase en/of alkalische fosfatase
1)Amnesie
Anterograde amnesie kan voorkomen bij gebruik van therapeutische doseringen, het risico hierop neemt toe bij hogere doseringen. Deze bijwerking is zelden waargenomen. Amnesie kan gepaard gaan met onaangepast gedrag (zie rubriek 4.4).
2)Depressie
Pre-existente depressie kan manifest worden gedurende het gebruik van benzodiazepinen of benzodiazepine-achtige stoffen (zelden).
3)Psychische en paradoxale reacties
Reacties zoals rusteloosheid, agitatie, geïrriteerdheid, agressie, wanen, woede-uitbarstingen, nachtmerries, hallucinaties, psychoses, onaangepast gedrag en andere gedragsstoornissen kunnen zelden of zeer zelden voorkomen bij het gebruik van benzodiazepinen en benzodiazepine-achtige stoffen. In zeldzame gevallen kunnen zij tamelijk ernstig zijn bij dit middel. Het risico op deze reacties is groter bij kinderen en ouderen (zie rubriek 4.4).
4)Afhankelijkheid
Gebruik kan leiden tot lichamelijke afhankelijkheid (zelfs in therapeutische doseringen): stoppen met de behandeling kan leiden tot onthoudings- of “rebound”-verschijnselen (zie rubriek 4.4).
- 5) Onthoudingsverschijnselen zijn gemeld bij stopzetting van zopiclon (zie rubriek 4.4). Onthoudingsverschijnselen variëren en kunnen rebound insomnie, angst, tremor, zweten, agitatie, verwarring, hoofdpijn, hartkloppingen, tachycardie, delier, nachtmerries, hallucinaties, gespannenheid, rusteloosheid, paniekaanvallen, spierpijnen/krampen, gastro-intestinale stoornissen en prikkelbaarheid omvatten. In ernstige gevallen kunnen de volgende symptomen zich voordoen: derealisatie, depersonalisatie, hyperacusis, doof gevoel en tintelingen in de ledematen, overgevoeligheid voor licht, geluid of aanraking, hallucinaties. In zeer zeldzame gevallen kunnen epileptische aanvallen optreden.
Psychische afhankelijkheid kan ook voorkomen.
Misbruik is gemeld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen
Overdosering manifesteert zich gewoonlijk in verschillende graden van demping van het centraal zenuwstelsel variërend van slaperigheid tot coma, afhankelijk van de ingenomen hoeveelheid. In lichtere gevallen, komen de volgende symptomen voor: slaperigheid, verwardheid en lethargie. In ernstigere gevallen komen ataxie, hypotonie, hypotensie, methemoglobinemie, ademhalingsdepressie en coma voor. Overdosering hoeft niet levensbedreigend te zijn tenzij gecombineerd met andere centraal dempende geneesmiddelen (inclusief alcohol). Overige risicofactoren zoals de aanwezigheid van overige ziektebeelden en slechte algemene conditie van de patiënt kunnen bijdragen aan de ernst van de symptomen en kunnen in zeer zeldzame gevallen resulteren in een fatale afloop.
Wanneer een overdosis wordt behandeld met een geneesmiddel, moet er rekening gehouden worden dat er mogelijk meerdere stoffen zijn ingenomen.
Behandeling
Een maagspoeling of toediening van actieve kool is alleen zinvol wanneer het kort na inname van zopiclon wordt uitgevoerd. Bij intensieve monitoring moet speciale aandacht worden besteed aan de ademhalings- en cardiovasculaire functies. Hemodialyse is niet zinvol gezien het grote verdelingsvolume van zopiclon. Flumazenil kan nuttig zijn als antidotum.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: hypnotica en sedativa, benzodiazepine-verwante geneesmiddelen, ATC-code: N05C F01
Zopiclon is een benzodiazepine-achtig hypnoticum dat behoort tot de groep van de cyclopyrrolonen. De farmacologische eigenschappen zijn: sedatie, anxiolyse, anticonvulsie, spierrelaxatie. Deze effecten zijn gerelateerd aan een specifiek agonistische werking op centrale receptoren die behoren tot het GABAA macromoleculaire complex dat de opening van chloridekanalen regelt. Deze effecten komen overeen met die van de benzodiazepinen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Zopiclon wordt snel geabsorbeerd. In het algemeen worden maximale plasmaconcentraties na 0,75 - 2 uur bereikt en bedragen tenminste 30 en 60 ng/ml na toediening van respectievelijk 3,75 mg en 7,5 mg. Absorptie is gelijk bij mannen en vrouwen en wordt niet beïnvloed door gelijktijdige inname van voedsel of herhaalde doses.
Distributie
Zopiclon verdeelt zich snel vanuit het vasculaire compartiment. De plasma-eiwitbinding bedraagt minimaal 45% en is niet verzadigbaar. De afname van de plasmaspiegel is niet afhankelijk van de dosis binnen het gebied van 3,75 tot 15 mg.
De eliminatiehalfwaardetijd bedraagt ongeveer 5 uur bij de aanbevolen doses. Na herhaalde toediening vindt geen accumulatie plaats en individuele verschillen lijken gering te zijn. Minder dan 1,0% van de door de moeder ingenomen dosis wordt in de moedermelk uitgescheiden.
Biotransformatie
De belangrijkste metabolieten zijn het N-oxide derivaat (farmacologisch actief in dieren) en de N-desmethyl metaboliet (farmacologisch inactief in dieren). Hun schijnbare halfwaardetijden bedragen ongeveer 4,5 uur respectievelijk 7,4 uur. Na opeenvolgende doseringen van 15 mg gedurende 14 dagen wordt geen significante accumulatie van de stof gezien.
Eliminatie
De geringe renale klaring van zopiclon (gemiddeld 8,4 ml/min) vergeleken met de plasmaklaring (232 ml/min) geeft aan dat zopiclon voornamelijk metabool wordt geklaard. Zopiclon wordt met de urine (ongeveer 80%) in de vorm van ongeconjugeerde metabolieten (N-oxide en N-desmethylderivaten) en met de feces (ongeveer 16%) uitgescheiden.
Specifieke patiëntengroepen
In diverse onderzoeken met oudere patiënten is na herhaalde dosering geen accumulatie van zopiclon in het plasma waargenomen, ondanks een lichte verslechtering van de nierfunctie en een verlenging van de eliminatie-halfwaardetijd tot ongeveer 7 uur.
Bij nierinsufficiëntie is geen accumulatie van zopiclon of zijn metabolieten waargenomen na langdurige toediening. Zopiclon passeert het dialysemembraan.
Bij patiënten met levercirrose wordt door het tragere demethyleringsproces de plasmaklaring van zopiclon met ongeveer 40% vertraagd. Daarom moet bij deze patiënten de dosering worden aangepast.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
In herhaalde dosis toxiciteitstudies met ratten en honden zijn hepatotoxische effecten waargenomen. In sommige studies werd bij honden anemie vastgesteld.
Bij zowel in-vitro als in-vivo studies kon geen mutageniteit veroorzaakt door zopiclon worden aangetoond.
Verhoogde incidentie van mammacarcinomen waargenomen bij vrouwelijke ratten, die blootgesteld werden aan veelvouden van de maximum plasmaconcentratie van therapeutische doses bij mensen, is toegeschreven aan verhoogde plasmaspiegels van 17-β-estradiol. Verhoogde incidentie van thyroïd tumoren in ratten was geassocieerd met verhoogde plasmaspiegels van TSH. Bij mensen heeft zopiclon geen effect op thyroïdhormonen.
Vruchtbaarheid was verminderd bij twee rattenstudies, terwijl zopiclon geen nadelige invloed had op de vruchtbaarheid bij konijnen. Bij dubbelblinde lange termijn studies (7,5 mg zopiclon gedurende 84 dagen) bij gezonde vrijwilligers werden geen veranderingen gezien in ejaculatievolume, concentratie zaadcellen, beweeglijkheid van de zaadcellen of morfologie.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Tabletkern
Lactosemonohydraat, calciumwaterstoffosfaatdihydraat, maïszetmeel, voorverstijfseld zetmeel, natriumcroscarmellose, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, magnesiumstearaat
Coating
Titaandioxide (E171) en methylhydroxypropylcellulose
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 ºC. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Kartonnen doosjes met PVC/PVDC/Al blisterverpakking van 5, 8 of 10 tabletten.
Verpakkingen met 5, 10, 20, 28, of 30 tabletten.
Kartonnen doos met 100 unit verpakkingen (PVC/PVDC/AI).
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzonderheden.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Ratiopharm GmbH
Graf-Arco-Str. 3
89079 Ulm
Duitsland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 26268
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste vergunning: 20 november 2001
Datum van hernieuwing van de vergunning: 13 juni 2006
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.3 t/m 4.9: 20 september 2025
0925.9v.RH
