SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Livocab 0,5 mg/ml neusspray, suspensie
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Livocab 0,5 mg/ml neusspray, suspensie.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Livocab neusspray bevat levocabastinehydrochloride, overeenkomend met 0,5 mg levocabastine per ml.
pH: 6.0 – 8.0.
Hulpstoffen met bekend effect: propyleenglycol (E 490) en benzalkoniumchloride (zie rubriek 4.4).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Neusspray, suspensie.
Witte microsuspensie.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Seizoengebonden allergische rhinitis.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen en kinderen: 2 maal daags 2 verstuivingen Livocab neusspray per neusgat. De dosis mag verhoogd worden tot 3 à 4 maal daags. De behandeling dient te worden voortgezet tot de klachten geheel verdwenen zijn.
Wijze van toediening
Goed schudden voor gebruik.
Bij het allereerste gebruik moet het pompje eerst enige malen ingedrukt worden totdat een fijne nevel verkregen wordt.
Voor gebruik van de spray de neus snuiten. Tijdens het toedienen van de spray, goed opsnuiven.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Er zijn slechts beperkte gegevens beschikbaar over het oraal gebruik van levocabastine bij patiënten met nierinsufficiëntie. Men dient voorzichtig te zijn met het toedienen van Livocab neusspray aan patiënten met nierinsufficiëntie (zie rubriek 5.2 – eliminatie).
Hulpstoffen
Benzalkoniumchloride
Livocab neusspray bevat 0,0147 mg benzalkoniumchloride per dosis, overeenkomend met 0,147 mg/ml. Langdurig gebruik kan oedeem van het neusslijmvlies veroorzaken.
Propyleenglycol
Livocab neusspray bevat 5 mg propyleenglycol per dosis, overeenkomend met 50 mg/ml.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Farmacodynamische interacties
In klinisch onderzoek zijn geen interacties gemeld tussen Livocab neusspray en andere geneesmiddelen of alcohol. Speciaal opgezette studies lijken geen aanwijzingen te geven voor potentiëring van de effecten van alcohol of diazepam door Livocab neusspray bij de gebruikelijke doseringen.
Farmacokinetische interacties
Het decongestivum oxymetazoline kan tijdelijk de absorptie van nasaal toegediende levocabastine verminderen.
Gelijktijdige toediening van de CYP3A4-remmers ketoconazol of erythromycine had geen effect op de farmacokinetiek van intranasaal toegediende levocabastine.
Intranasaal toegediende levocabastine veranderde de farmacokinetiek van loratadine niet.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er werden geen belangrijke embryotoxische of teratogene effecten waargenomen bij dieren (zie rubriek 5.3).
Er zijn slechts beperkte postmarketing-gegevens over het gebruik van levocabastine neusspray bij zwangere vrouwen. Het risico voor de mens is niet bekend. Livocab neusspray dient daarom niet tijdens de zwangerschap te worden gebruikt, tenzij het mogelijke voordeel voor de moeder opweegt tegen het mogelijke nadeel voor het kind.
Borstvoeding
Naar verwachting wordt ongeveer 0,6% van de totale intranasaal toegediende dosis levocabastine doorgegeven aan de zuigeling. Dit is gebaseerd op bepalingen van levocabastineconcentraties in speeksel en moedermelk bij een vrouw die borstvoeding gaf en een enkele orale dosis levocabastine kreeg van 0,5 mg. Echter, gezien de beperktheid van de klinische en experimentele gegevens, wordt aangeraden voorzichtig te zijn bij het toedienen van Livocab neusspray aan moeders die borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Gegevens bij dieren hebben geen effecten op de mannelijke of vrouwelijke vruchtbaarheid laten zien.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Livocab neusspray veroorzaakt gewoonlijk geen klinisch relevante sufheid, noch wordt het psychomotorisch functioneren belemmerd in vergelijking met placebo. Het is niet te verwachten dat Livocab neusspray effecten heeft op de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen.
Mocht slaperigheid zich voordoen, dan is voorzichtigheid geboden.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen die tijdens klinische en epidemiologische studies en bij postmarketing-gebruik zijn waargenomen, staan vermeld in onderstaande tabel. De bijwerkingen worden als volgt uitgedrukt: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥1/1.000, <1/100), zelden (≥1/10.000, <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Systeem-/orgaanklasse | Zeer vaak | Vaak | Soms | Zelden | Zeer zelden | Niet bekend |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Infecties en parasitaire aandoeningen | Sinusitis | |||||
| Immuunsysteem-aandoeningen | Hypersensiti-viteit | Anafylacti-sche reactie | ||||
| Zenuwstelstelaan-doeningen | Hoofdpijn | Somnolentie Duizeligheid | ||||
| Oogaandoeningen | Ooglidoedeema | |||||
| Hartaandoeningen | Hartkloppingen | Tachycardie | ||||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaan-doeningen | Keelpijn, Epistaxis Hoesten | Dyspnoea Neusongemak Neusverstop-ping Broncho-spasmea | Neusoedeem | |||
| Maagdarmstelsel-aandoeningen | Nausea | |||||
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen | Vermoeidheid Pijn | Malaise Irritatie op de toedienings-plaats Pijn op de aan-brengings-plaats Droogheid op de toedienings-plaats | Warmte op de toedienings-plaats Ongemak op de toedienings-plaats |
a Bijwerking niet waargenomen in klinische studies. De frequentie is berekend conform ‘de regel van 3’ uit de SmPC richtsnoer 2009. 2328 patiënten zijn in klinische en epidemiologische studies blootgesteld, gedeeld door 3 (=1/776).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen
Na accidentele ingestie kan sedatie niet worden uitgesloten.
Behandeling
In geval van accidentele ingestie wordt de patiënt aangeraden een ruime hoeveelheid niet-alcoholische vloeistof te drinken om de renale uitscheiding van levocabastine te versnellen. De absorptie kan beperkt worden door geactiveerde kool en natriumsulfaat te geven.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: overige allergiemiddelen, ATC-code: S01GX02
Levocabastine is een snelwerkende en selectieve histamine-H1-antagonist. Na lokale toepassing in de neus geeft het meestal snel verlichting van de typische symptomen van allergische rhinitis (niezen, jeuk, neusloop). Deze werking houdt enkele uren aan.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na intranasale toediening van een 50 µg verstuiving wordt 30-45 microgram levocabastine per verstuiving geabsorbeerd. Piekplasmaspiegels van levocabastine worden ongeveer 3 uur na nasale toediening bereikt.
Distributie
De proteïnebinding van levocabastine in plasma is ongeveer 55%.
Biotransformatie
De primaire afbraak van levocabastine, een acylglucuronide, wordt veroorzaakt door glucuronidatie, de belangrijkste metabole weg.
Eliminatie
Levocabastine wordt voornamelijk met de urine uitgescheiden als niet-gemetaboliseerde stof (ongeveer 70% van de geabsorbeerde dosis). De totale halfwaardetijd van levocabastine is ongeveer 35-40 uur. De plasma-farmacokinetiek van nasaal levocabastine is lineair en voorspelbaar.
Speciale populaties
Pediatrische patiënten
Bij kinderen en adolescenten met een leeftijd tussen 6 en 17 jaar die gedurende vier weken levocabastine-neusspray (in verschillende doseringen tot een maximum van 0,2 mg viermaal per dag) en indien nodig ook levocabastine oogdruppels ontvingen, waren de plasmaconcentraties van levocabastine gemeten na 2 tot 4 weken behandeling ofwel ondetecteerbaar of varieerden ze tot een maximum van 18,2 ng/ml. Op basis van de weinige informatie die beschikbaar is, kan geen vergelijk met volwassenen gemaakt worden.
Ouderen
Na meervoudige nasale toedieningen van 0,4 mg levocabastine bij ouderen, was de totale halfwaardetijd van levocabastine verlengd met 15% en de piekplasmaspiegel was verhoogd met 26%.
Nierinsufficiëntie
Na een enkele orale dosis van 0,5 mg levocabastine in oplossing, was de totale halfwaardetijd van levocabastine bij personen met matige tot ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring 10 – 50 ml/min) verlengd van 36 uur naar 95 uur. De totale blootstelling aan levocabastine gebaseerd op AUC was verhoogd met 56% (zie rubriek 4.4).
Leverinsufficiëntie
De farmacokinetiek van levocabastine bij personen met leverinsufficiëntie is niet onderzocht. Aangezien levocabastine met name onveranderd wordt uitgescheiden in the urine, wordt verwacht dat de farmacokinetiek van levocabastine niet significant anders is bij personen met leverinsufficiëntie.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Gegevens uit niet-klinisch onderzoek brachten geen specifieke geneesmiddelgerelateerde lokale risico’s voor de mens aan het licht op basis van gebruikelijke studies met acute toediening (toediening oraal, intraveneus, via inhalatie en via de huid), en herhaalde toediening (toediening oraal, intraveneus, via de huid of in het oog). Hierbij waren ook studies gericht op oogirritatie, huidsensibilisatie, farmacologische cardiovasculaire risico’s, reproductiestudies met orale toediening, genotoxiciteitsonderzoek en onderzoek naar carcinogeniteit via orale toediening. Er werden alleen effecten, waaronder reproductie toxiciteit, waargenomen bij blootstellingsniveaus die zo ver boven het maximale doseringsniveau bij de mens liggen dat ze niet van enige relevantie zijn.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Propyleenglycol (E 490)
Polysorbaat
Dinatriumwaterstoffosfaat (E 339)
Natriumdiwaterstoffosfaat (E 339)
Dinatriumedetaat
Hypromellose (E 464)
Benzalkoniumchloride
Water
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
Na openen nog 3 maanden houdbaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30 °C.
Het flesje zorgvuldig gesloten houden.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Plastic (spray)fles met 15 ml microsuspensie, die 134 verstuivingen bevat.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzonderheden.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Kenvue Netherlands B.V.
Stadsplateau 27
3521 AZ Utrecht
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 13967
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 11 december 1991
Datum van laatste verlenging: 11 december 2016
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 12 mei 2025
V4.0_b3.0
