SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Isosorbide Mononitraat Retard RPH
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Isosorbide Mononitraat Retard RPH 30 mg, tabletten met gereguleerde afgifte
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke tablet met gereguleerde afgifte bevat 30 mg isosorbidemononitraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
Elke tablet met gereguleerde afgifte bevat 113 mg lactose.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet met gereguleerde afgifte.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Isosorbide Mononitraat Retard RPH is geïndiceerd voor de profylactische behandeling van angina pectoris bij volwassenen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Er bestaat een risico op ontwikkeling van tolerantie wanneer nitraat-therapie wordt gegeven. Om deze reden is het belangrijk dat Isosorbide Mononitraat Retard RPH eenmaal daags wordt gegeven om een interval te verkrijgen met een lage nitraatconcentratie, waardoor het risico op het ontwikkelen van tolerantie wordt verminderd.
Isosorbide Mononitraat Retard RPH kan worden gebruikt in combinatie met bèta-adrenoreceptorblokkers en calciumantagonisten.
Dosering
Volwassenen
Isosorbide Mononitraat Retard RPH dient eenmaal daags ’s ochtends te worden ingenomen.
Om het risico op hoofdpijn te verminderen, kan de behandeling worden opgestart met eenmaal daags 30 mg als startdosis gedurende de eerste 2-4 dagen van de behandeling. De gebruikelijke dosering is 60 mg (twee tabletten) eenmaal daags. Indien noodzakelijk kan de dosering worden verhoogd tot 120 mg per dag.
Oudere patiënten
Er is geen bewijs gevonden voor de noodzaak tot aanpassing van de gebruikelijke dosering bij ouderen.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen en jongeren (jonger dan 18 jaar oud) zijn niet vastgesteld. Geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
De tablet mag niet worden gekauwd of fijngemalen. Het moet altijd met ten minste een half glas water worden doorgeslikt. De tabletten mogen met of zonder voedsel worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Gelijktijdige behandeling met fosfodiësteraseremmers type 5 (bijv. sildenafil, tadalafil, vardenafil)
- Acuut myocardinfarct met lage vuldruk van het hart
- Constrictieve pericarditis, pericardtamponade of constrictieve cardiomyopathie
- Acuut circulatoir falen (shock, vasculaire collaps)
- Gelijktijdige toediening met riociguat (zie rubriek 4.5)
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Isosorbide Mononitraat Retard RPH is geïndiceerd als profylaxe van angina pectoris en niet voor de behandeling van acute angina-aanvallen.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met:
- hypotensie en hypovolemie
- ernstige cerebrovasculaire insufficiëntie
- verhoogde intracraniële druk
- aortastenose, mitralisklepstenose
- hypertrofische obstructieve cardiomyopathie
- anemie
- hypoxemie
- hypothyreoïdie
Gelijktijdig gebruik van Isosorbide Mononitraat Retard RPH met fosfodiësteraseremmers type 5 (bijv. sildenafil, tadalafil, vardenafil) kan het vasodilaterende effect van Isosorbide Mononitraat Retard RPH vergroten, met ernstige bijwerkingen zoals syncope of myocardinfarct als mogelijk gevolg (zie rubriek 4.3 en rubriek 4.5).
Er bestaat een risico op ontwikkeling van tolerantie wanneer nitraattherapie wordt gegeven. Het is belangrijk Isosorbide Mononitraat Retard RPH te doseren zoals beschreven in rubriek 4.2 om het risico van ontwikkeling van tolerantie te beperken.
Er dient mogelijk bijzondere zorg te worden besteed aan mensen met een verhoogd risico op hypotensie.
Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen zoals galactose-intolerantie, totale lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
- Het gebruik van fosfodiësteraseremmers type 5 (bijv. sildenafil, tadalafil, vardenafil) is gecontra-indiceerd bij de behandeling met nitraatpreparaten die de vasodilaterende werking van het geneesmiddel versterken; dit kan leiden tot ernstige bijwerkingen zoals syncope of myocardinfarct.
- Het effect van vasodilaterende en bloeddrukverlagende geneesmiddelen kan worden versterkt bij gelijktijdige toediening met isosorbidemononitraat.
- Alcohol kan het bloeddrukverlagende effect van isosorbidemononitraat versterken.
- Het gebruik van isosorbide mononitraat met riociguat, als stimulator van oplosbaar guanylaatcyclase, is gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3), aangezien gelijktijdig gebruik hypotensie kan veroorzaken.
- Isosorbide mononitraat kan de concentratie dihydroergotamine in het bloed verhogen en bijgevolg de bloeddruk verhogen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er is weinig klinische ervaring met zwangere vrouwen. Gegevens uit dieronderzoek duiden niet op een verhoogd risico op foetaal letsel.
Als voorzorgsmaatregel verdient het de voorkeur om het gebruik van Isosorbide Mononitraat Retard RPH tijdens de zwangerschap te vermijden.
Borstvoeding
Er zijn geen gegevens over uitscheiding van Isosorbide Mononitraat Retard RPH in de moedermelk bij de mens. Risico voor zuigelingen kan niet worden uitgesloten. Isosorbide Mononitraat Retard RPH dient niet tijdens borstvoeding te worden gebruikt.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Indien de patiënt last heeft van hoofdpijn of duizeligheid bij de start van de behandeling met Isosorbide Mononitraat Retard RPH, moet worden gewacht met het besturen van een voertuig of het gebruik van machines totdat de situatie zich heeft gestabiliseerd.
4.8 Bijwerkingen
De meeste bijwerkingen worden farmacodynamisch gemedieerd en zijn dosisafhankelijk.
Hoofdpijn treedt op bij het begin van de behandeling en kan worden toegeschreven aan het vasodilaterend effect van het preparaat, maar de hoofdpijn verdwijnt gewoonlijk binnen een week. Hoofdpijn kan worden voorkomen door de eerste 2 tot 4 dagen 30 mg voor te schrijven. Hypotensie met symptomen zoals duizeligheid en misselijkheid, en met enkele gevallen van syncope, zijn gemeld.
De incidentie van bijwerkingen is als volgt geclassificeerd: zeer vaak (≥1/10), vaak (1/100 tot <1/10), soms (1/1.000 tot <1/100), zelden (1/10.000 tot <1/1.000) en zeer zelden (<1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Systeem/orgaanclassificatie | Frequentie | Bijwerkingen |
|---|---|---|
| Hartaandoeningen | Vaak | Tachycardie |
| Aandoeningen van het centraal en perifeer zenuwstelsel | Vaak | Hoofdpijn, duizeligheid |
| Zelden | Syncope | |
| Bloedvataandoeningen | Vaak | Hypotensie |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Vaak | Misselijkheid |
| Soms | Braken, diarree | |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Zeer zelden | Myalgie |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Zelden | Huiduitslag, jeuk |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Symptomen
Kloppende hoofdpijn. Ernstigere symptomen zoals opwinding, roodheid, koud zweet, misselijkheid, braken, duizeligheid, syncope, tachycardie en hypotensie. Extreem hoge doses kunnen methemoglobinemie veroorzaken (zeer zelden).
Behandeling
Opwekking van braken, geactiveerde kool. Bij significante hypotensie moet de patiënt eerst op de rug te worden gelegd met de benen iets hoger. Indien nodig dienen intraveneuze vloeistoffen te worden toegediend. (In gevallen van cyanose als gevolg van methemoglobinemie, dient langzaam intraveneus methylthionine (methyleenblauw) 1-2 mg/kg te worden toegediend). Het advies van een deskundige moet worden ingewonnen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Vasodilatoren gebruikt bij hartziekten, organische nitraten, ATC-code: C01DA14
Isosorbide Mononitraat Retard RPH is een verlengde afgiftevorm van isosorbidemononitraat, die een actieve metaboliet is van isosorbidedinitraat.
Net als bij andere organische nitraten is het primaire farmacologische werkingsmechanisme van isosorbidemononitraat de afgifte van stikstofmonoxide (NO), wat proteïnefosforylering veroorzaakt met relaxatie van glad spierweefsel in de vaatwand tot gevolg. Dit resulteert in veneuze en arteriële perifere vasodilatatie en kan zelfs een direct dilaterend effect op de coronaire vaten hebben. Het effect is afhankelijk van de dosis. Lage doses produceren dilatatie van de aders en een verminderde veneuze terugvloed naar het hart (verminderde preload). Hoge doses produceren tevens arteriële dilatatie en verminderde vaatweerstand (verminderde afterload). Door de eind-diastolische druk en het volume te verminderen, verlaagt het de druk binnen de kamer en derhalve verbetert het de subendocardiale bloeddoorstroming. Het netto effect van isosorbidemononitraat is dan een verminderde belasting voor het hart en betere zuurstofvoorziening voor het myocard.
Bij de onderhoudsbehandeling met nitraten kan tolerantie ontwikkelt worden, die per individu varieert. Om deze reden dient Isosorbide Mononitraat Retard RPH eenmaal per dag te worden ingenomen om een interval met lage nitraatconcentratie te verkrijgen (zie rubriek 4.2. en rubriek 4.4).
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
De werkzame stof wordt onafhankelijk van de pH afgegeven.
Isosorbidemononitraat wordt snel en volledig geabsorbeerd na orale toediening. Absorptie wordt niet beïnvloed door gelijktijdige voedselinname. In tegenstelling tot andere nitraten is isosorbidemononitraat niet afhankelijk van first-pass metabolisme. De orale biologische beschikbaarheid bedraagt derhalve bijna 100%. Deze eigenschap draagt zeer waarschijnlijk bij aan de relatief lage schommelingen in de plasmaconcentraties waargenomen bij personen na inname van het geneesmiddel. De piekplasmaconcentratie van isosorbidemononitraat na orale toediening van een tablet met gemodificeerde afgifte treedt op binnen 3,1 tot 4,5 uur.
Distributie
Het distributievolume van isosorbidemononitraat is ongeveer 0,6 l/kg en de plasma-eiwitbinding is te verwaarlozen (ongeveer 4%).
Metabolisme
Isosorbidemononitraat wordt in de lever gemetaboliseerd naar diverse inactieve metabolieten.
Eliminatie
Eliminatie vindt hoofdzakelijk plaats door middel van denitrificatie en conjugatie in de lever. De metabolieten worden voornamelijk uitgescheiden door de nieren. Slechts 2% van de toegediende dosis wordt onveranderd via de nieren uitgescheiden. De halfwaardetijd van isosorbidemononitraat in plasma bij zowel gezonde vrijwilligers als de meeste patiënten is ongeveer 6,5 uur na toediening van de tabletten met gereguleerde afgifte.
Bijzondere patiëntenpopulaties
De farmacokinetiek van isosorbidemononitraat blijft onveranderd bij nier- of leveraandoeningen.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen relevante informatie voor de voorschrijver.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Hypromellose
Lactosemonohydraat
Pregegelatiniseerd zetmeel
Magnesiumstearaat
Watervrij colloïdaal silica
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
PVC/PVDC/Aluminium blisterverpakking met 28 of 98 tabletten.
HDPE-fles en PP-dop met 100 tabletten, moeilijk te openen door kinderen
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RPH Pharmaceuticals AB
Box 603
101 32 Stockholm
Zweden
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 122502
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 22 oktober 2018
Datum van laatste verlenging: 18 januari 2022
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 9: 17 december 2021
