SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Furadantine MC
1 NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Furadantine MC 50 mg capsules
2 KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Per capsule: 50 mg nitrofurantoïne macrokristallen.
Hulpstoffen met bekend effect:
Elke capsule bevat 175,6 mg lactose.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3 FARMACEUTISCHE VORM
Capsules.
4 KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Furadantine MC is geïndiceerd bij aandoeningen van de urinewegen die worden veroorzaakt door voor nitrofurantoïne gevoelige micro-organismen (zie rubriek 5.1).
- bij acute ongecompliceerde lage urineweginfecties;
- voor kortdurende profylaxe bij chirurgische ingrepen, transurethrale interventies, catheterisatie, cytoscopie en verblijfscatheter;
- voor langdurige behandeling van urineweginfecties tot 6 maanden; langer dan 6 maanden enkel indien de baten duidelijk de mogelijke risico's overtreffen. Gezien de bijwerkingen dient langdurige therapie alleen toegepast te worden als er geen geschikt alternatief beschikbaar is (zie rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik).
Er dient rekening te worden gehouden met de officiële lokale richtlijnen voor het juiste gebruik van antibiotica.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Behandeling van acute ongecompliceerde lage urineweginfecties:
Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar: één capsule van 50 mg 4 x per dag.
Algemeen gebruik: 5 – 7 dagen of tenminste 3 dagen nadat geen infectie meer aantoonbaar is in de urine.
Bij meisjes van 5 tot 12 jaar: de gebruikelijke dosering is 3-6 mg/kg lichaamsgewicht per dag verdeeld over 4 doses; gedurende 7 dagen of tenminste 3 dagen nadat geen infectie meer aantoonbaar is in de urine.
Deze farmaceutische vorm [capsules] is mogelijk niet geschikt voor gebruik bij kinderen in deze leeftijdsgroep.
Kortdurige profylaxe bij ingrepen aan de urinewegen:
Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar: 50 mg 4x per dag op de dag van de ingreep en gedurende 3 dagen daarna.
Langdurige behandeling van urineweginfecties:
Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar: 50-100 mg 1x per dag gewoonlijk ’s avonds voor het slapengaan.
Wijze van toediening
Nitrofurantoïne kan het best tijdens of vlak na de maaltijd worden ingenomen, of met melk of yoghurt. Dit om een zo groot mogelijke biologische beschikbaarheid te waarborgen en een optimale tolerantie na te streven.
4.3 Contra-indicaties
Furadantine MC is gecontraïndiceerd:
-bij patiënten met overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen;
-bij patiënten met een verminderde nierfunctie (eGFR lager dan 30 ml/min) of met een verhoogd serumcreatinine;
-bij G6PD deficiëntie;
-bij acute porfyrie;
-bij zuigelingen jonger dan drie maanden vanwege de theoretische mogelijkheid van hemolytische anemie bij de foetus of bij de pasgeborene (minder dan 3 maanden oud) te wijten aan onrijpe erythrocyt-enzymsystemen;
-bij patiënten die voorheen een long- of leverreactie dan wel een perifere neuropathie hebben gehad na gebruik van nitrofurantoïne of andere nitrofuranen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Langdurig gebruik van nitrofurantoïne wordt ontraden. Tijdens nitrofurantoïnebehandelingen kunnen zich long- en levercomplicaties voordoen die levensbedreigend kunnen zijn (zie rubriek 4.8). Bij optreden dient men de behandeling direct te staken en de nodige maatregelen te nemen.
Acute, subacute en chronische pulmonale reacties zijn waargenomen bij patiënten behandeld met nitrofurantoïne. Als deze reacties optreden, moet nitrofurantoïne onmiddellijk gestaakt worden.
Chronische pulmonale reacties (inclusief longfibrose en diffuse interstitiële pneumonitis) kunnen zich sluipend ontwikkelen, en kunnen vaak bij oudere patiënten voorkomen. Nauwlettend toezicht op de longaandoeningen van de patiënten die langdurige therapie krijgen is aangewezen (vooral bij ouderen).
Hepatoxiciteit
Patiënten dienen nauwlettend gecontroleerd te worden op tekenen van hepatitis (met name bij langdurig gebruik). Hepatische reacties, inclusief hepatitis, auto-immuunhepatitis, cholestatische geelzucht, chronische actieve hepatitis en hepatische necrose komen zelden voor. Er zijn sterfgevallen bekend. De eerste symptomen van chronische actieve hepatitis zijn mogelijk bedrieglijk gevaarlijk, patiënten moeten daarom regelmatig gecontroleerd worden op veranderingen in biochemische testresultaten die leverschade kunnen aanduiden. In het geval dat sprake is van hepatitis moet gebruik van het geneesmiddel onmiddellijk worden gestaakt en moeten passende maatregelen worden getroffen.
Bestaande condities kunnen pulmonaire en hepatische bijwerkingen maskeren, er is voorzichtigheid geboden wanneer nitrofurantoïne wordt toegepast bij patiënten met pulmonaire ziekten, gestoorde hepatische functie, neurologische aandoeningen en allergische diathese.
Perifere neuropathie, die ernstig of irreversibel kan worden, is voorgekomen (ontstaat meestal binnen 2 maanden) en kan levensbedreigend worden. Daarom dient de behandeling gestaakt te worden bij de eerste tekenen van neurale aantasting (paresthesieën, zwakte). Aandoeningen als nierinsufficiëntie, anemie, diabetes mellitus, alcoholisme, electrolytenstoornis, vitamine-B-deficiëntie (vooral folaatdeficiëntie) en uitputtende aandoeningen verhogen de kans op het ontstaan van perifere neuropathie.
Urine kan geel of bruin gekleurd worden na het innemen van nitrofurantoïne. Patiënten die nitrofurantoïne nemen kunnen vals-positief testen op urineglucose (indien getest voor urine reducerende stoffen).
Nitrofurantoïne dient gestaakt te worden bij tekenen van hemolyse bij personen met een vermoeden van glucose-6-fosfaat dehydrogenase deficiëntie (tien procent van de personen met een zwarte huidskleur van negroïde afkomst en een klein percentage van de etnische groepen afkomstig uit het Middellandse Zeegebied en het Nabije Oosten lijden aan een G6PD-deficiëntie).
Gastro-intestinale reacties kunnen worden geminimaliseerd door het nemen van het medicijn met voedsel of melk, of door aanpassing van de dosering.
Furadantine MC capsules bevatten lactose:
Furadantine MC capsules bevatten lactose als hulpstof. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen zoals galactose-intolerantie, totale lactase deficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, moeten dit geneesmiddel niet gebruiken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Het effect van andere geneesmiddelen op nitrofurantoïne:
- Voedsel of middelen die de maaglediging vertragen verhogen de biologische beschikbaarheid van nitrofurantoïne, waarschijnlijk door beter oplossen in het maagsap.
- Carbonzuuranhydraseremmers en alkaliserende middelen kunnen de antibacteriële activiteit van nitrofurantoïne verminderen.
- Magnesiumtrisilicaat, gelijktijdig toegediend met nitrofurantoïne, vermindert de absorptie van nitrofurantoïne.
- Er bestaat mogelijk een antagonisme tussen chinolonen en nitrofurantoïne: gelijktijdige toepassing wordt niet aanbevolen.
- Probenecid en sulfinpyrazone kunnen de renale klaring van nitrofurantoïne verminderen.
Het effect van nitrofurantoïne op andere geneesmiddelen/ laboratoriumtesten:
- Buiktyfusvaccin (oraal): antibacteriële middelen maken het orale buiktyfusvaccin onwerkzaam.
- Nitrofurantoïne kan bepaalde laboratoriumtesten beïnvloeden. Vals- positieve resultaten of onjuist hoge aflezing kan voorkomen met urinaire glucosetesten die op de reductie van kopersulfaat berusten, zoals Benedict’s reagens en Clinitest (Ames). Er is echter geen interferentie met de Clinistix-test.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Een grote hoeveelheid gegevens bij zwangere vrouwen heeft geen teratogeniteit of foetale/ neonatale toxiciteit aangetoond. Onderzoek bij ratten heeft reproductietoxiciteit aangetoond (zie rubriek 5.3). Indien voorgeschreven door een arts kan Furadantine MC gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Echter, vanwege het mogelijke risico van hemolyse van onrijpe rode bloedcellen bij de baby, kan het beter niet toegediend worden vlak voor en tijdens de bevalling.
Borstvoeding
Nitrofurantoïne wordt uitgescheiden in moedermelk. De hoeveelheden in melk zijn zo klein dat het onwaarschijnlijk is dat deze hoeveelheden een hemolytische anemie kunnen veroorzaken bij een G6PD-deficiënte zuigeling. Furadantine MC kan gebruikt worden tijdens de borstvoeding.
Vruchtbaarheid
Bij mannen werden bij supratherapeutische doseringen een tijdelijke stilstand in de spermatogenese en verlaagde sperma-aantallen gezien. Klinische doseringen zijn niet geassocieerd met mannelijke onvruchtbaarheid. In dierstudies werd geen verlaagde fertiliteit geconstateerd. Bij ratten werd bij hoge doseringen een tijdelijke stilstand in de spermatogenese geconstateerd.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen
Nitrofurantoïne kan duizeligheid en slaperigheid veroorzaken. In dat geval mag de patiënt niet rijden of machines bedienen totdat de symptomen verdwijnen.
4.8 Bijwerkingen
De lijst met bijwerkingen voor nitrofurantoïne worden hieronder weergegeven volgens de systeem/orgaanklassen.
De frequentie van bijwerkingen, die hieronder worden opgelijst, wordt gedefinieerd volgens volgende conventie: Zeer vaak (> 1/10), Zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| MedDRA Systeem/orgaanklasse | Frequentie | Bijwerkingen |
|---|---|---|
| Infecties en parasitaire aandoeningen | Niet bekend | Sialoadenitis |
| Bloed- en lymfestelsel- aandoeningen | Zelden | Agranulocytose, eosinofilie, leucopenie, granulocytopenie, trombocytopenie, aplastische anemie en megaloblastaire anemie 1. |
| Immuunsysteemaandoeningen | Zelden | Exfoliatieve dermatitis, erythema multiforme, Stevens-Johnson-syndroom. |
| Niet bekend | Maculo-papulaire rash, rash erythemateus, eczeem, urticaria, angio-oedeem. Lupusachtig syndroom (geassocieerd met longreacties), anafylactische reacties, DRESS syndroom, cutane vasulitis. | |
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Zelden | Anorexia |
| Psychische stoornissen2 | Niet bekend | Depressie, euforie, verwardheid, psychotische reacties en hoofdpijn.2 |
| Zenuwstelselaandoeningen | Zeer vaak | Idiopathische intracraniële hypertensie |
| Niet bekend | Perifere motorische neuropathie, perifere sensorische neuropathie. Neuritis optica. Nystagmus, duizeligheid. Somnolentie. | |
| Hartaandoeningen | Zelden | Collaps en cyanose |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Niet bekend | Acute longreacties3 , koorts, koude rillingen4, pijn op de borst, dyspnoe, hoest, longinfiltratie met consolidatie of pleurale effusie5 en eosinofilie. Subacute longreacties, koorts en eosinofilie. Chronische longreacties, koorts, koude rillingen, hoest en dyspneu 6 |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Zelden | Misselijkheid |
| Niet bekend | Braken, buikpijn, diarree, pancreatitis. | |
| Lever- en galaandoeningen | Zelden | Cholestatische icterus en chronische hepatitis 7. |
| Niet bekend | Auto-immuunhepatitis | |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Zeer vaak | Kortstondige alopecia |
| Niet bekend | Cutane vasculitis | |
| Nier- en urinewegaandoeningen | Zeer vaak | |
| Superinfecties door schimmels of resistente organismen (zoals Pseudomonas) | ||
| Niet bekend | Interstitiële nefritis | |
| Congenitale, familiale en genetische aandoeningen | Zelden | Hemolytische anemie/G6PD-deficiëntie-anemie |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Niet bekend | Asthenie, artralgie |
1 De behandeling dient te worden gestaakt wanneer het bloedbeeld weer normaal wordt.
2 De behandeling dient te worden gestaakt bij de eerste tekenen van neurologische en/of psychische betrokkenheid.
3 Als een van de volgende respiratoire reacties optreden, dient het gebruik van dit geneesmiddel te worden gestaakt.
4 Acute longreacties treden meestal op binnen de eerste week van de behandeling en zijn reversibel na het staken van de behandeling.
5 Aangetoond door middel van X-ray diagnose.
6 Chronische longreacties komen zelden voor bij patiënten die continue behandeling gedurende 6 maanden of langer krijgen, en komen vaker voor bij oudere patiënten.
7 Dodelijke slachtoffers worden gemeld. Cholestatische icterus wordt over het algemeen geassocieerd met korte-termijn behandeling (meestal tot 2 weken). Chronische actieve hepatitis, die af en toe tot necrose leidt, wordt algemeen geassocieerd met een langdurige behandeling (meestal 6 maanden). De behandeling dient te worden gestaakt bij de eerste tekenen van hepatotoxiciteit. Zie rubriek 4.4.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via
Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb Website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Symptomen:
Symptomen en tekenen van overdosering omvatten maagirritatie, misselijkheid en braken.
Behandeling:
Er is geen specifiek antidotum bekend, maar nitrofurantoïne kan gehemodialyseerd worden indien nodig.
Standaardbehandeling is het opwekken van braken of door een maagspoeling binnen één uur na inname. Monitoring van het bloedbeeld, leverfunctietesten en longfunctietesten wordt aanbevolen. Overvloedige inname van vloeistof dient verzekerd te worden om de urinaire uitscheiding van het geneesmiddel te bevorderen.
5 FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: antimicrobiële middelen voor systemisch gebruik, ATC-code: J01XE01
Werkingsmechanisme
Nitrofurantoïne behoort tot de nitrofuranen. Therapeutisch actieve concentraties worden alleen bereikt in de urine. Nitrofurantoïne is het meest actief in zure urine en indien de pH-waarde hoger is dan 8 gaat het grootste deel van de antibacteriële activiteit verloren. Het precieze werkingsmechanisme is niet bekend. Er worden meerdere werkingsmechanismen beschreven. Nitrofurantoïne remt een aantal bacteriële enzymen. Ook remt het bacteriële ribosomale eiwitten en veroorzaakt zo een complete inhibitie van de bacteriële eiwitsynthese.
Mogelijk veroorzaakt nitrofurantoïne ook schade aan het DNA.
Resistentie
Tijdens en behandeling met nitrofurantoïne ontwikkelt zich zelden resistentie, mogelijk omdat nitrofurantoïne verschillende werkingsmechanismen kent. Resistentie kan wel voorkomen bij langdurige behandeling. Plasmide-gecodeerde resistentie wordt gerapporteerd bij E.coli. Verminderde gevoeligheid is waargenomen onder ESBL-producerende darmbacteriën. Resistentie kan te wijten zijn aan het verlies van nitrofuranreductases die de actieve tussenproducten genereren.
Breekpunten
De volgende breekpunten zijn vastgesteld dor EUCAST:
| Staphylococcus saprophyticus (alleen ongecompliceerde urineweginfecties) | S ≤ 64, R > 64 mg/L |
|---|---|
| Enterococcus faecalis (alleen ongecompliceerde urineweginfecties) | S ≤ 64, R > 64 mg/L |
| Streptococcus agalactiae (alleen ongecompliceerde urineweginfecties) | S ≤ 64, R > 64 mg/L |
| Escherichia coli (alleen ongecompliceerde urineweginfecties) | S ≤ 64, R > 64 mg/L. |
De volgende tabel bevat een overzicht van relevante micro-organismen voor de indicatie. Gewoonlijk gevoelige soorten:
Staphylococcus aureus Staphylococcus epidermis Staphylococcus saprophyticus Enterococcus faecalis Escherichia coli
Soorten waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn: Citrobacter spp
Enterobacter spp Klebsiella spp
Inherent resistente organismen: Proteus spp
Pseudomas spp Serratia spp
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Elke Furadantine MC capsule bevat macrokristallijne nitrofurantoïne, die langzamer oplost en geabsorbeerd wordt dan de nitrofurantoïne microkristallen.
Nitrofurantoïne wordt snel geabsorbeerd in het bovenste gedeelte van de dunne darm. Inname met voedsel of melk bevordert de absorptie. Bij therapeutische doseringen zijn de plasmaconcentraties gering, met pieken meestal lager dan 1 μg/ml.
Distributie
Nitrofurantoïne wordt voor 60 – 77% losjes gebonden aan plasma-albumine. Verdeling vindt plaats over intra- en extracellulaire weefselcomponenten. Geringe hoeveelheden nitrofurantoïne passeren de placenta.
Metabolisme
Ongeveer 60% van een toegediende dosis nitrofurantoïne wordt voornamelijk via enzymatische weg gemetaboliseerd tot microbiologisch onwerkzame aminofuranen, die de urine bruin kunnen verkleuren.
Eliminatie
De halfwaardetijd in bloed of plasma wordt geschat op ongeveer 60 minuten. Bij patiënten met een normale nierfunctie en gemiddelde dosering worden waarden van gemiddeld 50 tot 200 microgram/ml nitrofurantoïne in de urine bereikt.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
De beschikbare genotoxiciteitsgegevens tonen aan dat nitrofurantoïne een mutageen is. Tweejarige carcinogeniteitsstudies in ratten en muizen rapporteerden carcinogene effecten. De relevantie van dit genotoxische en carcinogene potentieel van nitrofurantoïne bij mensen is onbekend. Uitgebreid klinisch gebruik van nitrofurantoïne gedurende 65 jaar heeft geen sluitend bewijs gevonden voor carcinogene effecten bij therapeutische doseringen.
Bij hoge doses werd een tijdelijke stopzetting van de spermatogenese waargenomen bij mannelijke ratten en ovariële degeneratie en atrofie bij vrouwelijke ratten. Er werd geen verminderde vruchtbaarheid waargenomen in dierenstudies.
Bij ratten is aangetoond dat de toediening van nitrofurantoïne tijdens de dracht giftig is voor het embryo, inclusief een verminderde groei.
6 FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Talk, maïszetmeel en lactose.
Furadantine MC 50 mg capsules bevat 175.6 mg lactose per capsule.
Capsulewand: gelatine, natriumlaurylsulfaat, titaniumdioxide (E171), chinolinegeel (E104) q.s.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
Furadantine MC capsules zijn 5 jaar houdbaar in opake PVC/Al blisterverpakking. Zie datum vermeld op etiket en doosje na: “EXP” (maand/jaar) en op de doordrukstrip na "EXP:" (maand/jaar).
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Furadantine MC 50 mg capsules zijn geel/wit met het opschrift "Eaton 008" in zwarte inkt. Glazen flessen met 500 stuks. Dozen met 60 capsules: 6 opake PVC/Al blisterverpakking van 10 capsules.
Dozen met 20 capsules: 2 opake PVC/Al blisterverpakking van 10 capsules.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Zie dosering en wijze van toediening.
7 HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Amdipharm Limited
Unit 17, Northwood House,
Northwood Crescent, Northwood,
Dublin 9, D09 V504,
Ierland
8 NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Furadantine MC 50 mg capsules
RVG 05748
U.R.
9 DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 28 mei 1969 Datum van laatste verlenging: 28 mei 2014
10 DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 3 februari 2026
