SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Fosfomycine
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Fosfomycine 3 g Focus, granulaat voor drank in sachet
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elk sachet met een enkelvoudige dosis bevat fosfomycinetrometamol overeenkomend met 3 g fosfomycine.
Hulpstof met bekend effect:
Elk sachet met een enkelvoudige dosis bevat 2,2 g sucrose en 7,5 mg glucose.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Granulaat voor drank in sachet.
Wit of bijna wit granulaat, zonder brokjes of deeltjes, in een sachet met enkelvoudige dosis.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Fosfomycine 3 g Focus is geïndiceerd voor (zie rubriek 5.1):
- de behandeling van acute, ongecompliceerde cystitis bij vrouwen en vrouwelijke adolescenten
Er moet rekening gehouden worden met officiële richtlijnen voor het juiste gebruik van antibacteriële middelen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Acute, ongecompliceerde cystisis bij vrouwen en vrouwelijke adolescenten (>12 jaar):
eenmalig 3 g fosfomycine.
Nierfunctiestoornis:
Gebruik van Fosfomycine 3 g Focus wordt niet aanbevolen bij patiënten met nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 10 ml/min, zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Fosfomycine 3 g Focus bij kinderen jonger dan 12 jaar zijn niet vastgesteld.
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik.
Voor de indicatie van acute, ongecompliceerde cystitis bij vrouwen en vrouwelijke adolescenten moet het op een lege maag worden ingenomen (ongeveer 2-3 uur vóór of 2-3 uur na een maaltijd), bij voorkeur voor het slapengaan en na het legen van de blaas.
De dosis moet worden opgelost in een glas water en direct na de bereiding ervan worden ingenomen. De gereconstitueerde oplossing is een enigszins witachtige troebele oplossing met fruitsmaak (sinaasappel-mandarijn).
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Overgevoeligheidsreacties
Ernstige en soms fatale overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylaxie en anafylactische shock, kunnen optreden tijdens de behandeling met fosfomycine (zie rubriek 4.3 en 4.8). Als dergelijke reacties optreden, moet de behandeling met fosfomycine onmiddellijk worden stopgezet en moeten passende noodmaatregelen worden gestart.
Clostridium difficile-geassocieerde diarree
Clostridium difficile-geassocieerde colitis en pseudomembraneuze colitis zijn gemeld met fosfomycine en kunnen variëren van licht tot levensbedreigend (zie rubriek 4.8). Daarom is het belangrijk om deze diagnose in overweging te nemen bij patiënten die zich presenteren met diarree tijdens of na de toediening van fosfomycine. Stopzetting van de behandeling met fosfomycine en toediening van specifieke behandeling van Clostridium difficile dient te worden overwogen. Geneesmiddelen die de peristaltiek remmen, mogen niet worden gegeven.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Fosfomycine 3 g Focus bij kinderen jonger dan 12 jaar zijn niet vastgesteld. Daarom mag dit geneesmiddel niet worden gebruikt bij deze leeftijdsgroep (zie rubriek 4.2).
Aanhoudende infecties en mannelijke patiënten
In geval van aanhoudende infecties wordt een grondig onderzoek en een revaluatie van de diagnose aanbevolen omdat er vaak sprake is van gecompliceerde urineweginfecties of de prevalentie van de resistente pathogenen (bijv. Staphylococcus saprophyticus, zie rubriek 5.1). In het algemeen dienen urineweginfecties bij mannelijke patiënten te worden beschouwd als gecompliceerde urineweginfecties waarvoor dit geneesmiddel niet is geïndiceerd (zie rubriek 4.1).
Hulpstoffen
Dit geneesmiddel bevat sucrose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucosegalactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Dit middel bevat glucose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als glucosegalactose malabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosiseenheid, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Metoclopramide:
Het is aangetoond dat gelijktijdige toediening van metoclopramide de concentraties van fosfomycine in serum en urine verlaagt en dient te worden vermeden.
Andere geneesmiddelen die de gastro-intestinale motiliteit vergroten kunnen soortgelijke effecten hebben.
Effect van voedsel:
Voedsel kan de opname van fosfomycine vertragen, met als resultaat een lichte daling van de piekplasmaconcentraties en urineconcentraties. Het heeft daarom de voorkeur om het geneesmiddel op de lege maag in te nemen of ongeveer 2-3 uur na een maaltijd.
Specifieke problemen in verband met veranderingen van de international normalised ratio (INR):
Een groot aantal gevallen van verhoogde werking van orale anticoagulantie is gemeld bij patiënten die antibacteriële middelen kregen. Risicofactoren zijn onder meer ernstige infecties of ontsteking, leeftijd en slechte algehele gezondheid. Onder de omstandigheden is het moeilijk om vast te stellen of de verandering van de INR het gevolg is van de infectieziekte of de behandeling ervan. Bepaalde klassen antibiotica spelen echter vaker een rol, met name: fluoroquinolen, macroliden, cyclines, cotrimoxazol en bepaalde cefalosporines.
Pediatrische patiënten
Onderzoek naar interacties is alleen bij volwassenen uitgevoerd.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn slechts beperkte gegevens beschikbaar over de veiligheid van behandeling met fosfomycine tijdens het 1e trimester van de zwangerschap (n = 152). Deze gegevens zijn/geven tot nu toe geen aanleiding voor/tot een veiligheidssignaal voor teratogeniciteit. Fosfomycine passeert de placenta.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Fosfomycine 3 g Focus mag tijdens de zwangerschap uitsluitend worden gebruikt als het duidelijk noodzakelijk is.
Borstvoeding
Fosfomycine wordt in kleine hoeveelheden in de moedermelk uitgescheiden. Als het duidelijk noodzakelijk is, kan tijdens het geven van borstvoeding eenmalig een orale dosis fosfomycine worden ingenomen.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens beschikbaar over mensen. Bij mannelijke en vrouwelijke ratten had orale toediening van fosfomycine van maximaal 1000 mg/kg/d geen invloed op de vruchtbaarheid.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen specifieke onderzoeken uitgevoerd, maar patiënten moeten geïnformeerd worden dat melding is gedaan van duizeligheid. Dit kan bij sommige patiënten van invloed zijn op hun rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen (zie rubriek 4.8).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest voorkomende bijwerkingen na de behandelingen na het behandeling met een enkelvoudige dosis fosfomycinetrometamol hebben betrekking op het maagdarmkanaal, voornamelijk diarree. Deze voorvallen zijn meestal zelf-beperkend in duur en verdwijnen spontaan.
Tabel met bijwerkingen
De volgende tabel bevat bijwerkingen die zijn gemeld met het gebruik van fosfomycinetrometamol bij ofwel uit wetenschappelijk onderzoek ofwel uit postmarketingervaringen.
Bijwerkingen worden vermeld volgens systeemklasse en frequentie aan de hand van de volgende conventie:
Zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Binnen elke frequentiegroep, worden de bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.Systeem/orgaanklasse | Bijwerkingen | ||
|---|---|---|---|
| Vaak | Soms | Niet bekend | |
| Infecties en parasitaire aandoeningen | Vulvovaginitis | ||
| Immuunsysteemaandoeningen | Anafylactische reacties, waaronder anafylactische shock, overgevoeligheid (zie rubriek 4.4) | ||
| Zenuwstelselaandoeningen | Hoofdpijn, duizeligheid | ||
| Maagdarmstelselaandoeningen | Diarree, misselijkheid, dyspepsie, buikpijn | Braken | Antibiotica-geassocieerde colitis (zie rubriek 4.4) |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Uitslag, urticaria, pruritus | Angio-oedeem | |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden.
Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Ervaring met betrekking tot overdosering van oraal fosfomycine is beperkt. Gevallen van hypotonie, slaperigheid, verstoorde elektrolytenbalansen, trobocytopenie en hypoprotrombinemie zijn gemeld bij parenteraal gebruik van fosfomycine.
In geval van overdosering moet de patiënt worden bewaakt (met name voor elektrolytenspiegels in serum en plasma) en de behandeling moet symptomatisch en ondersteunend zijn. Rehydratatie wordt aanbevolen ter bevordering van de eliminatie van de werkzame stof via urine. Fosfomycine wordt effectief uit het lichaam geklaard door hemodialyse met een gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer 4 uur.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Antibiotica voor systemisch gebruik; Andere overige antibiotica.
ATC-code: J01XX01
Werkingsmechanisme
Fosfomycine oefent een bacteriedodende werking uit op vermenigvuldigende pathogenen door preventie van enzymatische synthese van de bacteriële celwand. Fosfomycine remt de eerste fase van intracellulaire synthese van de bacteriële celwand door het blokkeren van de peptidoglycaansynthese.
Fosfomycine wordt actief tot in de bacteriële cel getransporteerd via twee verschillende transportsystemen (het sn-glycerol-3-fosfaat- en het hexose-6-transportsysteem).
Farmacokinetische/farmacodynamische relatie
Beperkte gegevens geven aan dat fosfomycine waarschijnlijk werkt op een tijdsafhankelijke manier.
Resistentiemechanismen
Het belangrijkste resistentiemechanisme is een chromosomale mutatie die de transportsystemen van de fosfomycine in de bacteriën wijzigt.
Andere plasmide – of transposon gemedieerde resistentiemechanismen, met plasmiden of transposonen, veroorzaken enzymatische de-activering van fosfomycine door respectievelijk het molecuul te binden aan glutathion of door de koolstof fosforverbinding in de fosfomycinemolecuul te splitsen.
Kruisresistentie
Kuisresistentie tussen fosfomycine en andere antibioticaklassen is niet bekend.
Breekpunten bij gevoeligheidstests
De gevoeligheidsbreekpunten vastgesteld door het European Committee on Antimicrobial Susceptibility Testing zijn als volgt (EUCAST-breekpuntentabel versie 10):
| Soort | Gevoelig | Resistent |
|---|---|---|
| Enterobacterales | ≤ 32 mg/ml | > 32 mg/ml |
Prevalentie van verworven resistentie
De prevalentie van verworven resistentie van individuele soorten kan geografisch en met de tijd variëren. Plaatselijke informatie over de resistentiesituatie is daarom noodzakelijk, vooral om te zorgen voor passende behandeling van ernstige infecties.
De volgende opsomming is gebaseerd op gegevens van toezichtprogramma’s en onderzoeken. Het omvat organismen die relevant zijn voor de goedkeurende indicaties:
Veelal gevoelige soorten
Aerobe gramnegatieve micro-organismen
Escharichia coli
Soorten waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn Aerobe grampositieve micro-organismen Enterococcus faecalis Aerobe gramnegatieve micro-organismen Klebsiella pneumonia Proteus mirabilis Inherent resistente soorten Aerobe grampositieve micro-organismen Staphylococcus saprophyticus
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na een eenmalige orale toediening heeft fosfomycinetrometamol een absolute biologische beschikbaarheid van ongeveer 33-53%. Snelheid en mate van absorptie worden verminderd door voedsel, maar de totale hoeveelheid werkzame stof die in de loop van de tijd in de urine wordt uitgescheiden, is gelijk. Gemiddelde concentraties fosfomycine worden gehandhaafd boven een MIC-drempel van 128 μg/ml gedurende ten minste 24 uur na een orale dosis van 3 g in nuchtere of niet-nuchtere toestand, maar de tijd tot het bereiken van maximale concentraties in urine worden vertraagd met 4 uur. Fosfomycinetrometamol ondergaat enterohepatische recirculatie.
Distributie
Fosfomycine lijkt niet te worden gemetaboliseerd. Fosfomycine wordt gedistribueerd naar weefsels waaronder de nieren en de blaaswand. Fosfomycine bindt niet aan plasma-eiwitten en passeert de placentabarrière.
Eliminatie
Fosfomycine wordt onveranderd hoofdzakelijk via de nieren uitgescheiden door glomerulaire filtratie (40-50% van de dosis wordt gevonden in de urine) met een eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer 4 uur na oraal gebruik en in mindere mate in de feces (18-28% van de dosis). Zelfs als voedsel geneesmiddelenabsorptie vertraagt, is de totale hoeveelheid geneesmiddel uitgescheiden in de urine in de loop van de tijd gelijk.
Speciale populaties
Bij patiënten met een verminderde nierfunctie neemt de eliminatiehalfwaardetijd verhoudingsgewijs toe volgens de ernst van de nierinsufficiëntie. Urineconcentraties van fosfomycine bij patiënten met een nierfunctiestoornis blijven effectief gedurende 48 uur na een gebruikelijke dosis als de creatinineklaring hoger is dan 10 ml/min.
Bij ouderen neemt de klaring van fosfomycine af overeenkomstig de aan de leeftijd gerelateerde afname van de nierfunctie.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit en reproductietoxiciteit.
Er zijn geen gegevens beschikbaar over carcinogeniciteit voor fosfomycine.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Sucrose
Natriumsacharine
Mandarijnsmaak (bevat glucose uit mais maltodextrine en sodium)
Sinaasappelsmaak (bevat glucose uit mais maltodextrine en sodium)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
Ongeopende sachets: 3 jaar
Na reconstitutie: De gereconstitueerde oplossing dient onmiddellijk gebruikt te worden.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30 °C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Sachets met enkelvoudige doses (surlyn/aluminium/lage dichtheid polyethyleen/papier).
Dozen met 1 of 2 sachets.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
Instructies voor reconstitutie
De inhoud van één sachet moet in een glas water worden gegoten om een gelijkmatige melkwitte, troebele oplossing te verkrijgen. Indien nodig, mag de oplossing geroerd worden.
De gereconstitueerde oplossing dient onmiddellijk na het bereiden ervan, ingenomen te worden.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Focus care Pharmaceuticals B.V.
Westzijde 416
1506 GM Zaandam
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 124189
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 2 juli 2019 Datum van eerste verlenging van de vergunning: 14 maart 2021
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 9: 2 december 2020
