SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Florinef Acetaat, tabletten
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Florinef Acetaat, tabletten 0,1 mg
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Florinef Acetaat tabletten bevatten per tablet 0,1 mg fludrocortisonacetaat.
Hulpstof(fen) met bekend effect:
Iedere tablet bevat 58,9 mg watervrij lactose, 0,7 mg lactose monohydraat en 0,01 mg natriumbenzoaat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet
Witte, ronde, biconvexe tabletten met een breukstreep aan de ene kant en de inscriptie "FT01" aan de andere kant. De tablet kan worden verdeeld in gelijke doses.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Ondersteuning van de glucocorticoïdtherapie bij Morbus Addison en bij het adrenogenitaal syndroom met zoutverlies, als een extra mineralocorticoïd effect noodzakelijk blijkt te zijn.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De dosering hangt af van de ernst van de aandoening en de reactie van de patiënt. De laagst mogelijke dosis dient te worden gebruikt om de aandoening onder controle te houden. Een geleidelijke vermindering van de dosering dient, zodra dit mogelijk is, te worden toegepast.
Bijnierschorsinsufficiëntie (chronisch) ofwel Morbus Addison
De combinatie van Florinef Acetaat met een glucocorticosteroïd als hydrocortison of cortison, biedt de mogelijkheid te komen tot optimale substitutie.
De gebruikelijke dosis is 0,1 mg fludrocortisonacetaat per dag; echter doses van 0,1 mg driemaal per week tot 0,2 mg per dag zijn toegepast.
Indien een transiënte hypertensie ontstaat tijdens het gebruik van Florinef Acetaat dient de dosis tot 0,05 mg per dag te worden verlaagd.
Als bij de minimale dosis nog steeds sprake is van hypertensie dient de behandeling met Florinef Acetaat gestaakt te worden.
Florinef Acetaat wordt samen toegediend met cortison (10 - 37,5 mg per dag) of hydrocortison (10 -
30 mg per dag).
Adrenogenitaal syndroom met zoutverlies
De aanbevolen dosis is 0,1 - 0,2 mg fludrocortisonacetaat per dag.
Pediatrische patiënten
Morbus Addison en adrenogenitaal syndroom met zoutverlies: een halve tablet (0,05 mg) tot één tablet (0,1 mg) per dag.
Wijze van toediening
Oraal gebruik.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen;
- Onbehandeld hartfalen;
- Acute virusinfectie (met name herpes simplex infecties van het oog) en systemische schimmelinfecties.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Tot de relatieve contra-indicaties moeten worden gerekend: ulcus in de anamnese, psychiatrische anamnese, hypertensie en ernstige osteoporose.
Daar Florinef Acetaat een potent mineralocorticoïd is, zullen zowel de dosis als de zoutinname nauwlettend gecontroleerd dienen te worden, om het ontstaan van hypertensie, oedeem of gewichtstoename te voorkomen. Bij langdurige therapie moeten de elektrolytenspiegels worden gecontroleerd. Een natriumbeperkt dieet en kaliumsuppletie kunnen noodzakelijk zijn. Evenals alle andere corticosteroïden kan fludrocortisonacetaat de calciumexcretie verhogen; dit kan leiden tot osteoporose of kan bestaande osteoporose verergeren.
Overgevoeligheidsreacties
Na toediening van corticosteroïden kunnen in zeldzame gevallen overgevoeligheidsreacties optreden in de vorm van huidreacties, angio-oedeem of anafylactische en niet-allergische anafylactische reacties, met name in patiënten die bekend zijn met medicijnallergieën.
Fludrocortisonacetaat kan bepaalde tekenen van infectie maskeren en nieuwe infecties kunnen zich voordoen tijdens het gebruik van fludrocortisonacetaat. Tevens kan een verminderde weerstand optreden en het onvermogen om een infectie te lokaliseren. Bijvoorbeeld waterpokken, mazelen, herpes zoster of lintworm kunnen een ernstiger of zelfs fataal verloop hebben bij kinderen of volwassenen die met fludrocortisonacetaat worden behandeld.
Patiënten mogen niet gevaccineerd of geïmmuniseerd worden terwijl zij met corticosteroïden worden behandeld, vooral met hoge doseringen, omwille van een gebrek aan antistofrespons met predispositie voor medische complicaties, en in het bijzonder neurologische complicaties.
Het gebruik van Florinef Acetaat tabletten bij patiënten met actieve tuberculose moet worden beperkt tot die gevallen van fulminante of gedissemineerde tuberculose waarbij het corticosteroïd wordt gebruikt voor de behandeling van de ziekte tezamen met een geschikt behandelingsschema voor tuberculose. Chemoprofylaxe moet worden toegepast bij patiënten met latente tuberculose of tuberculine-reactiviteit die corticosteroïden gebruiken.
Langdurig gebruik van corticosteroïden kan posteriore subcapsulaire cataract of glaucoom veroorzaken met mogelijke beschadiging van de nervus opticus. Langdurig gebruik kan tevens de kans op het ontstaan van secundaire ooginfecties verhogen.
Corticosteroïden dienen voorzichtig gebruikt te worden bij patiënten met oculaire herpes simplex wegens het mogelijke gevaar van perforatie van de cornea.
Visusstoornis
Visusstoornis kan worden gemeld bij systemisch en topisch gebruik van corticosteroïden. Indien een patiënt symptomen ontwikkelt zoals wazig zien of andere visusstoornissen, dient te worden overwogen de patiënt door te verwijzen naar een oogarts ter beoordeling van mogelijke oorzaken waaronder cataract, glaucoom of zeldzame ziekten zoals centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR) die zijn gemeld na gebruik van systemische en topische corticosteroïden.
Bij gebruik van Florinef Acetaat kunnen zich psychische stoornissen voordoen, zoals: insomnia, depressie (soms ernstig), euforie, wisselende gemoedstoestand, psychotische symptomen en persoonlijkheidsveranderingen. Bestaande emotionele instabiliteit of psychose kunnen verergeren door het gebruik van Florinef Acetaat. Sommige van deze symptomen reageren mogelijk niet volledig op het gebruik van antidepressiva.
Ter voorkoming van bijnierinsufficiëntie kan een ondersteunende dosering nodig zijn ten tijde van stress (zoals een trauma, operatie of ernstige ziekte) zowel tijdens de behandeling met Florinef Acetaat als gedurende een jaar daarna.
Bij patiënten met hypothyroïdie of met cirrose is sprake van een versterkte werking van corticosteroïden.
Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van corticosteroïden bij patiënten met niet-specifieke ulceratieve colitis (als er sprake is van een mogelijke perforatie, abces of andere pyogene infectie).
Hetzelfde geldt voor patiënten met diverticulitis; recente intestinale anastomoses; actieve of latente ulcus pepticus; nierinsufficiëntie; acute glomerulonefritis; chronische nefritis; hypertensie; hartfalen; tromboflebitis; trombo-embolie; osteoporose; exantheem; Cushing syndroom; diabetes mellitus; stoornissen met convulsies; gemetastaseerd carcinoom; en ernstige spierzwakte.
Verder heeft corticosteroïdtherapie onregelmatigheden van de menstruatie veroorzaakt en hyperaciditeit of ulcus pepticus.
Een adequate eiwit-inname wordt geadviseerd voor patiënten die langdurig met corticosteroïden behandeld worden om de neiging tot gewichtsverlies of spiervermindering/verzwakking, die gepaard gaat met een negatieve stikstofbalans, tegen te gaan.
De metabole klaring van adrenocorticoïden is verlaagd bij patiënten met hypothyroïdie en verhoogd bij patiënten met hyperthyroïdie. Veranderingen in de schildklierstatus van de patiënt kunnen aanpassing van de adrenocorticoïd dosering noodzakelijk maken.
Pediatrische patiënten Aangezien corticosteroïden de groei kunnen onderdrukken, dient de groei en ontwikkeling van kinderen en adolescenten die langdurig met Florinef Acetaat worden behandeld nauwkeurig te worden vervolgd. Corticosteroïden kunnen tevens de endogene steroïdproductie beïnvloeden.
Kinderen tot 1 jaar hebben hogere doses van fludrocortison nodig en dienen aanvullende natrium chloride in te nemen: 1-3 g per dag verdeeld over verschillende voedingen.
Ouderen
De bijwerkingen van systemische corticosteroïden, zoals osteoporose of hypertensie, kunnen bij ouderen gepaard gaan met ernstigere gevolgen. Strikte klinische supervisie is daarom aan te bevelen.
Dit product bevat lactose
Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Dit geneesmiddel bevat 0,01 mg natriumbenzoaat in elk tablet. Natriumbenzoaat kan geelzucht (gele verkleuring van de huid en ogen) bij pasgeborenen (jonger dan 4 weken) verergeren.
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per mg, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Bij gelijktijdige toediening met bijnierschorshormonen kunnen de volgende middelen interacties geven:
| Amfotericine B of kaliumuitscheidende diuretica (benzothiadiazines en verwante middelen, ethacrynezuur en furosemide) | Versterkte hypokaliëmie. Kaliumspiegels moeten regelmatig gecontroleerd worden en zonodig moeten kaliumsupplementen worden gebruikt (zie rubriek 4.4). |
|---|---|
| Cholinesteraseremmers | Effecten van de cholinesteraseremmers kunnen worden tegengegaan. |
| Orale anticoagulantia | Corticosteroïden kunnen de werking van orale anticoagulantia zowel versterken als verminderen. Patiënten die gelijktijdig orale anticoagulantia en corticosteroïden krijgen moeten daarom nauwkeurig worden vervolgd. |
| Orale antidiabetica en insuline | Verminderd anti-diabetisch effect. Patiënten moeten worden gecontroleerd op symptomen van hyperglykemie; indien nodig dient de dosering van de antidiabetica te worden aangepast. |
| Antituberculose middelen | Isoniazide-serumconcentraties kunnen worden verlaagd bij sommige patiënten. |
| Ciclosporines | Indien ciclosporines en corticosteroïden tegelijkertijd worden gebruikt kan zich bij beide een verhoogde activiteit voordoen. |
| CYP3A-remmers | Verwacht wordt dat gelijktijdige behandeling met CYP3A-remmers, waaronder geneesmiddelen die cobicistat bevatten, het risico op systemische bijwerkingen zal verhogen. De combinatie moet worden vermeden, tenzij de voordelen zwaarder wegen dan het verhoogde risico op systemische corticosteroïde bijwerkingen, in welk geval patiënten moeten worden gecontroleerd op systemische corticosteroïde bijwerkingen. |
| Digitalis glycosiden | Verhoogde kans op arrhythmieën of digitalis vergiftiging als gevolg van hypokaliëmie. De kaliumspiegels moeten worden gecontroleerd en zonodig moet kalium worden gesuppleerd. |
| Oestrogenen, inclusief orale anticonceptiva | De halfwaardetijd kan worden verlengd, de concentratie van corticosteroïden kan worden verhoogd en de klaring verlaagd. Verlaging van de corticosteroïddosering kan noodzakelijk zijn bij aanvang van oestrogeen-therapie, een verhoging wanneer de oestrogeentherapie wordt gestaakt. |
| Leverenzyminductoren (o.a. barbituraten, fenytoïne, carbamazepine, rifampicine) | Verhoogde metabole klaring van fludrocortisonacetaat. Patiënten moeten worden gecontroleerd op een mogelijk verminderd effect en indien nodig dient de dosering van Florinef Acetaat te worden verhoogd. |
| Groeihormoon | Het groeibevorderend effect kan worden geremd. |
| Ketoconazol | Corticosteroïdklaring kan worden verlaagd, hetgeen resulteert in versterking van het therapeutisch effect. |
| Niet-depolariserende spierverslappers | Corticosteroïden kan de blokkerende werking op de neuromusculaire geleiding verminderen of versterken. |
| Niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAIDs): | Verhoogd ulcerogeen effect; verminderd farmacologisch effect van aspirine. Daarentegen kan salicylaattoxiciteit optreden bij patiënten die bij gelijktijdig gebruik van steroïden en hoge doseringen acetylsalicylzuur, stoppen met de steroïdtherapie. Bij patiënten met hypoprothrombinemie dient de combinatie van corticosteroïden en aspirine voorzichtig te worden gehanteerd. |
|---|---|
| Schildkliermedicatie | De metabole klaring van adrenocorticoïden is verlaagd bij patiënten met hypothyroïdie en verhoogd bij patiënten met hyperthyroïdie. Veranderingen in de schildklierstatus van de patiënt kunnen aanpassing van de adrenocorticoïd dosering noodzakelijk maken. |
| Vaccins | Neurologische complicaties en gebrek aan antilichamenrespons kunnen zich voordoen als patiënten die corticosteroïden gebruiken worden gevaccineerd (zie rubriek 4.4 Speciale waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik). |
).
Laboratorium test interacties: corticosteroïden kunnen de nitroblauwtetrazolium test voor bacteriële infecties beïnvloeden hetgeen tot fout-negatieve resultaten kan leiden.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Florinef Acetaat kan gebruikt worden als alternatief gedurende de zwangerschap. Er zijn geen aanwijzingen dat vervanging met fludrocortison in zwangere vrouwen geassocieerd is met negatieve gevolgen voor de foetus.
Corticosteroïden zijn teratogeen gebleken in sommige diersoorten. Dierstudies zijn onvoldoende om de reproductietoxiciteit van fludrocortison aan te tonen (zie rubriek 5.3).
Baby’s die geboren zijn uit moeders die substantiële dosissen fludrocortisonacetaat hebben gekregen tijdens de zwangerschap moeten zorgvuldig geobserveerd worden voor tekenen van bijniersuppressie.
Borstvoeding
Het is niet bekend of Florinef Acetaat wordt uitgescheiden in de moedermelk. Voor andere systemische corticosteroïden is aangetoond dat ze in de moedermelk terechtkomen. Borstvoeding mag worden voortgezet na vervanging door Florinef Acetaat bij de aanbevolen lage doseringen.
Vruchtbaarheid
Er zijn niet voldoende gegevens beschikbaar om te bepalen of Florinef Acetaat kan leiden tot verminderde vruchtbaarheid bij mannen of vrouwen.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
De invloed van corticosteroïdtherapie op de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen is niet bekend. Een nadelig effect is echter niet te verwachten.
4.8 Bijwerkingen
In de aanbevolen lage doses vormen de bijwerkingen van Florinef Acetaat gewoonlijk geen probleem.
De meeste bijwerkingen van Florinef Acetaat worden veroorzaakt door de mineralocorticoïde activiteit van het geneesmiddel.
De volgende bijwerkingen zijn gemeld:
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Onbekend | Hypokalemische alkalose1, anorexia2 centripetale vetzucht (gelaat, romp), versterkt door toename van de eetlust (te beperken door dieetmaatregelen) |
| Psychische stoornissen | Onbekend | Hallucinaties |
| Zenuwstelselaandoeningen | Onbekend | Convulsies, hoofdpijn, syncope, dysgeusia |
| Immuunsysteemaandoeningen | Onbekend | Overgevoeligheidsreacties (inclusief anafylactische en niet-allergische anafylactische reacties) |
| Endocriene aandoeningen | Onbekend | Ontwikkeling van het syndroom van Cushing |
| Hartaandoeningen | Onbekend | Vergroot hart1, congestief hartfalen |
| Bloedvataandoeningen | Onbekend | Hypertensie1 |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Onbekend | Diarree |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Onbekend | Spieratrofie, spierzwakte |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Onbekend | Angio-oedeem, uitslag, erytheem |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Onbekend | Oedeem1 significante gewichtstoename1 |
| Onderzoeken | Onbekend | Kaliumverlies3 |
| Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | Onbekend | Overdosis |
| Oogaandoeningen | Onbekend | Wazig zien (zie ook rubriek 4.4) |
1Deze bijwerkingen kunnen de eerste symptomen zijn van overmatige dosering met Florinef Acetaat. Wanneer deze worden opgemerkt, dient de toediening van het geneesmiddel te worden stopgezet, waarna de symptomen doorgaans binnen enkele dagen verdwijnen; indien een verdere behandeling met Florinef Acetaat noodzakelijk is, dient dit aan een lagere dosis te gebeuren 2 Bijwerking kan verdwijnen bij langdurig gebruik 3Spierzwakte door ernstig kaliumverlies kan optreden en kan behandeld worden met kaliumsupplementen. | ||
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb:
Website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Behandeling van acute overdosis
Een acute eenmalige overdosering leidt in de regel niet tot een intoxicatie. Bij overdosering moet rekening worden gehouden met stoornissen in de elektrolyt- en waterbalans: natrium- en vochtretentie, kaliumverlies en hypertensie.
In geval van overdosis is het aanbevolen dat de patiënt gemonitord wordt voor symptomen van bijwerkingen en bijpassende symptomatische behandeling gestart wordt.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: mineralocorticoïden, ATC-code: H 02 A A02.
Fludrocortisonacetaat is een synthetisch adrenocorticosteroïd, dat krachtige mineralocorticoïde eigenschappen heeft; het heeft ook een glucocorticoïde werking, maar deze is gering in verhouding tot het mineralocorticoïde effect.
De werking van fludrocortisonacetaat op de elektrolytenbalans is aanzienlijk sterker en langduriger dan die van hydrocortison. In lage orale doses veroorzaakt fludrocortisonacetaat een duidelijke natriumretentie en verhoogt de excretie van kalium in de urine. Als gevolg van de effecten op de elektrolytenbalans kan de bloeddruk stijgen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Orale toediening van fludrocortisonacetaat bij de mens wordt gevolgd door snelle en volledige absorptie. Maximale plasmaconcentraties bereikt in 4 tot 8 uur.
Distributie
Bij de mens is 70-80% van het circulerend fludrocortison aan plasmaeiwitten gebonden.
Biotransformatie
Fludrocortisonacetaat wordt na inname snel gehydrolyseerd tot onder andere fludrocortison. Dit gebeurt voornamelijk in de darm en de lever. De belangrijkste plaats voor verder metabolisme is de lever.
Eliminatie
Fludrocortison wordt uitgescheiden door de nieren, voornamelijk als inactieve metaboliet. De plasmahalfwaardetijd van fludrocortison is 3,5 uur of meer en de farmacodynamische halfwaardetijd is 18 tot 36 uur. Ongeveer 80% van het geneesmiddel wordt als polaire conjugaten in de urine uitgescheiden. De overige 20% wordt gedeeltelijk in de feces uitgescheiden.
5.3 Gegevens uit het preklinische veiligheidsonderzoek
Er is onvoldoende data om te bepalen of fludrocortison carcinogeen of mutageen is, of leidt tot verminderde vruchtbaarheid in mannen en vrouwen.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Maïszetmeel, calciumwaterstoffosfaat (E341), watervrij lactose, talk (E553b), magnesiumstearaat (E470b), natriumbenzoaat (E211).
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Geen bijzonderheden.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de koelkast (2ºC - 8ºC).
De pot zorgvuldig gesloten houden ter bescherming tegen licht.
Florinef acetaat tabletten 0,1 mg kunnen ook buiten de koelkast worden bewaard bij een temperatuur tot 25°C gedurende maximaal 30 dagen. Daarna moet het worden weggegooid. Het product mag niet in de koelkast worden teruggeplaatst als het eenmaal buiten de koelkast is gehouden. De bewaartijd mag niet langer zijn dan de houdbaarheid van het product.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Florinef Acetaat wordt geleverd in amber-kleurige glazen potten met 100 tabletten. De potten zijn voorzien van een HDPE dop.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Viatris Healthcare B.V.
Krijgsman 20
1186 DM Amstelveen
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Florinef Acetaat, tabletten 0,1 mg is in het register ingeschreven onder RVG 07897.
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 29 april 1980
Datum van laatste verlenging: 29 april 2015
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 15 december 2025
