SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Dexamethason Pharmamedic
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Dexamethason Pharmamedic 4 mg, tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke tablet bevat 4 mg dexamethason.
Hulpstof met bekend effect:
Elke tablet bevat 70,3 mg lactose (als lactosemonohydraat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet
Witte tot gebroken witte platte ronde tablet met een diameter van 6 mm en aan één zijde de inscriptie ‘4’.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Neurologie
Hersenoedeem veroorzaakt door een hersentumor, neurochirurgische ingrepen, bacteriële meningitis of een hersenabces.
Pulmonale en luchtwegaandoeningen
Ernstige acute astma-aanval
Dermatologie
Initiële behandeling van uitgebreide, ernstige, acute glucocorticoïd-gevoelige huidaandoeningen , bv. erytrodermie, pemphigus vulgaris, acuut eczeem.
Auto-immuunziekten/reumatologie
Initiële behandeling van auto-immuunziekten zoals systemische lupus erythematodes (vooral viscerale vormen). Ernstige, progressief verlopende, actieve reumatoïde artritis, bv. snel vorderende destructieve vormen en/of extra-articulaire manifestaties.
Infecties
Ernstige infectieziekten (zoals tuberculeuze meningitis, tyfus): alleen samen met een anti-infectieuze therapie.
Oncologie
Palliatieve behandeling van neoplasmata. Profylaxe en behandeling van emesis (braken) veroorzaakt door cytostatica of emetogene chemotherapie, als onderdeel van de anti-emetische behandeling.
Diversen
Preventie en behandeling van postoperatief braken, als onderdeel van de anti-emetische behandeling.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De dosering hangt af van het type en de ernst van de ziekte en de individuele reactie van de patiënt op de therapie. Over het algemeen worden relatief hoge startdoses gebruikt die aanzienlijk hoger zijn bij acute ernstige vormen dan bij chronische ziekten.
Dexamethasone Pharmamedic is verkrijgbaar in de vorm van tabletten van 4 mg. De keuze van de juiste sterkte hangt af van de aanvangsdosis en het aantal doses dat over de dag moet worden verdeeld.
Tenzij anders voorgeschreven, zijn de volgende doseringsaanbevelingen van toepassing:
- Hersenoedeem: Aanvangsdosis afhankelijk van oorzaak en ernst 8 – 10 mg (tot 80 mg) i. v., gevolgd door 16 – 24 mg (tot 48 mg)/dag oraal, verdeeld in 3 – 4 (maximaal 6) doses gedurende 4 – 8 dagen. Een langerdurende, lagere dosis van dexamethason kan nodig zijn tijdens de bestraling en bij de conservatieve behandeling van inoperabele hersentumoren.
Hersenoedeem als gevolg van bacteriële meningitis: 0,15 mg/kg lichaamsgewicht elke 6 uur gedurende 4 dagen.
Kinderen: 0,4 mg/kg lichaamsgewicht elke 12 uur gedurende 2 dagen, te beginnen vóór de eerste dosis antibiotica.
- Ernstige acute astma-aanval: Volwassenen: 8 - 20 mg, verder 8 mg elke 4 uur indien nodig. Kinderen: 0,15 – 0,3 mg/kg lichaamsgewicht.
- Acute huidziekten: Afhankelijk van het type en de omvang van de ziekte, dagelijkse doses van 8-40 mg, in individuele gevallen tot 100 mg. Vervolg de behandeling in de juiste dosering.
- Actieve fasen van reumatische systeemziekten: Systematische lupus erythematosus 6–16 mg/dag.
- Actieve reumatoïde artritis met ernstige progressieve vorm: in het geval van snel destructieve vormen 12–16 mg/dag; voor extra-articulaire manifestaties 6–12 mg/dag.
- Ernstige infectieziekten, toxische aandoeningen (bijv. tuberculose, tyfus): 4-20 mg/dag gedurende een paar dagen, maar alleen naast de juiste anti-infectieuze therapie.
- Palliatieve therapie van kwaadaardige tumoren: Initieel 8–16 mg/dag; bij langdurige therapie 4–12 mg/dag.
- Profylaxe en behandeling van cytostatisch geïnduceerd braken als onderdeel van anti-emetische regimes: 10-20 mg vóór het begin van de chemotherapie, daarna, indien nodig, 4-8 mg twee tot drie keer per dag gedurende 1-3 dagen (matig emetische chemotherapie) of tot 6 dagen (zeer emetogene chemotherapie).
- Profylaxe en behandeling van postoperatief braken: enkele dosis van 8–20 mg voor aanvang van de operatie; bij kinderen vanaf 2 jaar: 0,15–0,5 mg/kg lichaamsgewicht (max. 16 mg).
Pediatrische patiënten
Voor pediatrische patiënten (adolescenten van 12 jaar en ouder) wordt een dosis van 6 mg intraveneus of oraal eenmaal daags gedurende een periode van maximaal 10 dagen aanbevolen. De duur van de behandeling hangt af van de klinische respons en de individuele behoeften van de patiënt.
Oudere patiënten, patiënten met nier- of leverinsufficiëntie
Dosisaanpassingen zijn niet nodig.
Wijze van toediening
De tabletten moeten in zijn geheel worden ingenomen met of na een maaltijd met voldoende vloeistof. Bij de behandeling moet de dagelijkse dosis, indien mogelijk, als een enkele dosis in de ochtend worden toegediend. Bij patiënten die vanwege hun ziekte een hoge dosis therapie nodig hebben, is het echter vaak nodig om het meerdere keren per dag toe te dienen om een maximaal effect te bereiken.
Afhankelijk van de onderliggende ziekte, klinische symptomen en respons op de therapie, kan de dosis variëren en de behandeling wordt beëindigd of de patient wordt aangepast aan de laagst mogelijke onderhoudsdosis, indien nodig met controle van de bijnierfunctie.
In principe moeten de dosis zo hoog en de duur van de behandeling zo lang zijn als nodig, maar wel zo laag of kort mogelijk. De dosisverlaging dient geleidelijk te gebeuren.
Bij langdurige therapie, moet worden overgeschakeld op prednison/prednisolon, omdat dit resulteert in minder bijnierschorsonderdrukking.
Bij hypothyreoïdie of levercirrose kunnen relatief lage doses voldoende zijn en kan een dosisverlaging nodig zijn.
Voor doseringen die met deze sterktes niet kunnen worden gerealiseerd, zijn er andere geneesmiddelen op de markt verkrijgbaar.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Infecties met tropische wormen.
Systemische infecties, tenzij een specifieke anti-infectieuze therapie wordt gegeven.
Ulcus ventriculi of ulcus duodeni.
Vaccinatie met levend virus tijdens behandeling met hoge therapeutische doses dexamethason (en andere corticosteroïden) is gecontra-indiceerd vanwege de kans op een virusinfectie (zie rubriek 4.4 en 4.5).
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Afhankelijk van de onderliggende ziekte, klinische symptomen en respons op de therapie, dient de laagst mogelijke dosis van het corticosteroïd te worden gebruikt om de aandoening die behandeld wordt onder controle te houden en, wanneer de dosering kan worden verlaagd, dient dit geleidelijk te gebeuren.
Bijnierschorsinsufficiëntie
Bijnierschorsinsufficiëntie die wordt veroorzaakt door behandeling met glucocorticoïden kan, afhankelijk van de dosis en lengte van behandeling, vele maanden en in sommige gevallen meer dan een jaar na het staken van de behandeling aanhouden.
Tijdens de behandeling met dexamethason kan voor specifieke, fysiek zware condities (trauma, chirurgie, geboorte, etc.) een tijdelijke verhoging van de dosis nodig zijn. Zelfs in gevallen van langdurige bijnierschorsinsufficiëntie na het staken van de behandeling, kan in fysiek stressvolle situaties toediening van glucocorticoïden nodig zijn. De kans op acute, therapiegeïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie kan worden geminimaliseerd door langzame dosisverlaging tot het geplande moment van stoppen.
Langdurig met dexamethason behandelde patiënten worden geadviseerd zich regelmatig door een arts te laten controleren (waaronder elke 3 maanden het gezichtsvermogen).
Behandeling met dexamethason mag bij de volgende aandoeningen alleen worden gestart als er een zeer dringende indicatie is, en moet zo nodig worden aangevuld met een gerichte anti-infectieuze therapie:
- Acute virusinfecties (herpes zoster, herpes simplex, varicella, keratitis herpetica)
- HBsAG-positieve chronische actieve hepatitis
- Vanaf ongeveer 8 weken vóór tot en met 2 weken na vaccinaties met levend virus.
- Systeemmycose en parasitaire aandoening (bv. nematode)
- Poliomyelitis
- Lymfadenitis na BCG-vaccinatie
- Acute en chronische bacteriële infecties
- Bij een anamnese van tuberculose (reactiveringsrisico) alleen gebruiken onder tuberculostatische bescherming
- Corticosteroïden kunnen latente amoebiasis of strongyloidasis manifest maken of een actieve ziekte verergeren. Daarom wordt aangeraden latente of manifeste amoebiasis of strongyloidasis uit te sluiten voordat men een patiënt, met een risico op of symptomen die wijzen op een van deze twee aandoeningen, gaat behandelen.
Ook bij de volgende aandoeningen mag behandeling met dexamethason alleen worden gestart als er een dringende indicatie is, en moet deze zo nodig worden aangevuld met een specifieke therapie:
- Gastro-intestinale ulcera
- Osteoporose
- Moeilijk te reguleren hoge bloeddruk
- Moeilijk te reguleren diabetes mellitus
- Psychische stoornissen (inclusief in de anamnese), waaronder zelfmoord: neurologische of psychiatrische monitoring wordt aanbevolen
- Geslotenkamerhoekglaucoom en openkamerhoekglaucoom
- Corneale ulceraties en cornealetsels: oogheelkundige monitoring en gelijktijdige therapie wordt aanbevolen
- Ernstig hartfalen
Anafylactische reactie
Er kunnen ernstige anafylactische reacties optreden.
Tendinitis
Patiënten die gelijktijdig worden behandeld met glucocorticoïden en fluorochinolonen lopen een hoger risico op tendinitis en peesrupturen.
Myasthenia gravis
Reeds bestaande myasthenia gravis kan in het begin van de behandeling met dexamethason eerst verergeren.
Visuele stoornis
Bij gebruik van systemische en topische corticosteroïden kan stoornis van het gezichtsvermogen worden gemeld. Als een patiënt last heeft van symptomen zoals wazig zien of andere visuele stoornissen, moet worden overwogen de patiënt naar een oogarts te verwijzen voor evaluatie van de mogelijke oorzaken, waaronder cataract, glaucoom of zeldzame afwijkingen zoals centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR), die zijn gemeld na systemisch en topisch gebruik van corticosteroïden.
Intestinale perforatie
Vanwege het risico op een intestinale perforatie mag dexamethason in geval van de volgende ziekten alleen bij een urgente indicatie en onder goede monitoring worden gebruikt:
- Ernstige colitis ulcerosa met dreigende perforatie
- Diverticulitis
- Enteroanastomose (onmiddellijk postoperatief)
Patiënten die hoge doses glucocorticoïden krijgen, vertonen mogelijk geen tekenen van peritoneale irritatie bij een gastro-intestinale perforatie.
Diabetes
Bij toediening van dexamethason aan diabetespatiënten moet rekening worden gehouden met een hogere behoefte aan insuline of orale antidiabetica.
Cardiovasculaire aandoeningen
Regelmatige controle van de bloeddruk is nodig tijdens behandeling met dexamethason, vooral wanneer hogere doses worden toegediend en bij patiënten met een moeilijk te reguleren hoge bloeddruk. Vanwege het risico op verslechtering dienen patiënten met ernstig hartfalen goed te worden gemonitord.
Bij patiënten die worden behandeld met hoge doses dexamethason kan bradycardie voorkomen.
Infecties
Behandeling met dexamethason kan de symptomen van een bestaande of zich ontwikkelende infectie verhullen en daardoor een diagnose moeilijker maken. Langdurig gebruik van dexamethason, zelfs in kleine hoeveelheden, leidt tot een hoger risico op infecties, zelfs door micro-organismen die anders zelden infecties veroorzaken (zogenaamde opportunistische infecties).
Vaccinatie
Vaccinaties met geïnactiveerd virus zijn altijd mogelijk. Daarbij moet worden opgemerkt dat de immuunreactie en daarmee het succes van de inenting kan worden beïnvloed door hogere doses corticoïden.
Stofwisselingsstoornissen
Bij hoge doseringen dienen de calciuminname, natriumbeperking en serumkaliumspiegel te worden gemonitord.
Afhankelijk van de lengte van de behandeling en de dosering kan een negatieve invloed op het calciummetabolisme worden verwacht, zodat osteoporoseprofylaxe wordt aanbevolen. Dit geldt vooral bij bijkomende risicofactoren zoals: familiaire aanleg, hoge leeftijd, postmenopauzaal, onvoldoende eiwit- en calciuminname, zware roker, overmatig alcoholgebruik en onvoldoende lichaamsbeweging. Preventie bestaat uit voldoende inname van calcium en vitamine D en voldoende beweging.
Aanvullende behandeling met geneesmiddelen kan worden overwogen in het geval van reeds bestaande osteoporose.
Hersenoedeem of verhoogde intracraniële druk
Corticosteroïden mogen niet worden gebruikt als er sprake is van hoofdletsel, aangezien ze dan waarschijnlijk niet van nut of zelfs schadelijk zijn.
Tumorlysissyndroom
Na het op de markt brengen is tumorlysissyndroom (TLS) gemeld bij patiënten met hematologische maligniteiten die dexamethason alleen of in combinatie met andere chemotherapeutische middelen gebruikten. Goede monitoring en passende voorzorgsmaatregelen zijn nodig voor patiënten met een hoog risico op TLS, zoals patiënten met een hoge proliferatiesnelheid, hoge tumorlast en hoge gevoeligheid voor cytostatica.
Staken van de behandeling
Wanneer een langdurige behandeling met glucocorticoïden wordt onderbroken of gestaakt, moet rekening worden gehouden met de volgende risico's:
- Verergering of terugkeer van de onderliggende ziekte, acute bijnierschorsinsufficiëntie, corticosteroïdenonthoudingssyndroom (een ‘onthoudingssyndroom’ kan gepaard gaan met koorts, spier- en gewrichtspijn, ontsteking van het neusslijmvlies [rinitis], gewichtsverlies, jeukende huid en ontsteking van het oog [conjunctivitis]).
Bepaalde virusziekten (waterpokken, mazelen) kunnen bij patiënten die met glucocorticoïden worden behandeld, heel ernstig zijn. Vooral kinderen en immuungecompromitteerde personen die de waterpokken of de mazelen nog niet hebben gehad, lopen risico. Als deze personen tijdens een behandeling met dexamethason in contact komen met mensen die besmet zijn met de mazelen of waterpokken, moet zo nodig een preventieve behandeling worden gestart.
Feochromocytoomcrisis
Feochromocytoomcrisis, wat dodelijk kan zijn, is gemeld na toediening van systemische corticosteroïden. Corticosteroïden mogen alleen worden toegediend aan patiënten met vermoed of geconstateerd feochromocytoom na een passende baten-risicoanalyse.
Pediatrische patiënten
In de groeifase van kinderen moet de risico-batenverhouding van de behandeling met Dexamethason Pharmamedic zorgvuldig worden overwogen. De therapieduur moet worden beperkt of, in het geval van langdurige therapie, worden afgewisseld.
Beschikbaar bewijs suggereert neurologische ontwikkelingsstoornissen na vroege behandeling (< 96 uur na de geboorte) van premature baby’s met chronische longziekte bij startdoseringen van 0,25 mg/kg, tweemaal daags.
Ouderen
Aangezien oudere patiënteneen verhoogd risico op osteoporose hebben, moet de risico-batenverhouding van de behandeling met Dexamethason zorgvuldig worden overwogen.
Invloed op diagnostische tests
Glucocorticoïden kunnen bij allergietests de huidreactie onderdrukken. Ze kunnen ook van invloed zijn op de nitroblauwtetrazoliumtest voor bacteriële infecties en valsnegatieve resultaten geven.
Hulpstoffen
Lactose
Dexamethason Pharmamedic bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie mogen dit geneesmiddel niet gebruiken.
Natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Oestrogenen (bijv. ovulatieremmers): De halfwaardetijd van glucocorticoïden kan worden verlengd waardoor het corticoïd effect kan worden versterkt.
Antacida: Gelijktijdige toediening van aluminium- of magnesiumhydroxide kan leiden tot een vermindering van de absorptie van glucocorticoïden met verminderde werkzaamheid van dexamethason. De twee geneesmiddelen moeten daarom met tussenpozen (2 uur) worden ingenomen.
Geneesmiddelen die CYP3A4 induceren, zoals rifampicine, fenytoïne, carbamazepine, barbituraten en primidon: het corticoïd effect kan worden verminderd.
CYP3A4-remmers (waaronder ketoconazol, itraconazol, ritonavir en cobicistat) kan de klaring van dexamethason verminderen, wat kan leiden tot verhoogde werking en bijnieronderdrukking / Cushing syndroom. De combinatie moet worden vermeden, tenzij het voordeel opweegt tegen het verhoogde risico op bijwerkingen van systemische corticosteroïden. In dit geval moeten patiënten worden gecontroleerd op systemische effecten van corticosteroïden.
Efedrine: Het metabolisme van glucocorticoïden kan worden versneld, waardoor hun effectiviteit minder wordt.
ACE-remmers: Verhoogd het risico op het optreden van veranderingen in het bloedbeeld.
Hartglycosiden: Het glycoside-effect kan worden versterkt door kaliumtekort.
Saluretica / laxeermiddelen: De kaliumuitscheiding kan worden versterkt.
Antidiabetica: Het bloedsuikerverlagende effect kan worden verminderd.
Cumarinederivaten: Het antistollingseffect kan worden verzwakt of versterkt. Dosisaanpassing van het antistollingsmiddel kan nodig zijn bij gelijktijdig gebruik.
Niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen / antireumatoïden (NSAID's), salicylaten en indomethacine: Het risico op gastro-intestinale ulceratie en bloedingen is verhoogd.
Niet-depolariserende spierverslappers: het verslappende effect kan langer aanhouden
Atropine, andere anticholinergica: bij gelijktijdig gebruik met dexamethason kan een toename van de intraoculaire druk worden ervaren.
Praziquantel: Verlaagde plasmaconcentraties van praziquantel vormen een risico op falen van de behandeling door een toegenomen afbraak van dexamethason in de lever.
Chloroquine, hydroxychloroquine, mefloquine: Er is een verhoogd risico op (cardio)myopathieën.
Somatropine: Het effect van somatoropine kan verminderen bij langdurige therapie.
Protirelin: De stijging van TSH kan minder zijn
Immunosuppressiva: Verhoogde gevoeligheid voor infecties en mogelijke verergering of manifestatie van latente infecties.
Ciclosporine: Gelijktijdig gebruik van ciclosporine en corticosteroïden leidt mogelijk tot een verhoogde werking van beide stoffen. Er is een hoger risico op insulten.
Fluoroquinolonen kunnen het risico op peesaandoeningen verhogen.
Invloed op onderzoeksmethoden
Huidreacties op allergietesten kunnen worden onderdrukt.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Dexamethason passeert de placenta.
Toediening van corticosteroïden aan drachtige dieren kan afwijkingen in de foetale ontwikkeling veroorzaken, waaronder schisis, intra-uteriene groeiretardatie en effecten op de groei en ontwikkeling van de hersenen. Er is geen bewijs dat corticosteroïden bij de mens een stijging in de incidentie van erfelijke afwijkingen veroorzaken, zoals een gespleten gehemelte/lip (zie rubriek 5.3).
Bij langdurige of herhaaldelijke behandeling met corticosteroïden tijdens de zwangerschap stijgt het risico op intra-uteriene groeiretardatie.
Pasgeborenen van moeders die in de zwangerschap aanzienlijke doses corticosteroïden hebben ontvangen, moeten nauwlettend worden geobserveerd op tekenen van bijnierschorsinsufficiëntie. Bij gebruik van glucocorticoïden aan het einde van de zwangerschap, loopt de foetus het risico op bijnierschorsatrofie. Hierdoor is het mogelijk dat de pasgeborene substitutietherapie moet ontvangen waarvan de dosis geleidelijk moet worden afgebouwd.
Dexamethason mag niet worden voorgeschreven tijdens de zwangerschap, en zeker niet in het eerste trimester, tenzij het voordeel voor de moeder opweegt tegen de risico’s voor moeder en kind.
Borstvoeding
Glucocorticoïden worden uitgescheiden in de moedermelk. Er is onvoldoende informatie over de uitscheiding van dexamethason in de moedermelk. Langdurig gebruik van hoge systemische doseringen tijdens de borstvoeding wordt afgeraden vanwege het gebrek aan klinische ervaring en het risico op een zekere mate van bijniersuppressie bij zuigelingen.
Bij de beslissing of de borstvoeding wel of niet moet worden gestaakt en of de behandeling met dexamethason wel of niet moet worden gegeven, moeten het voordeel van de borstvoeding voor het kind en het voordeel van de dexamethasonbehandeling voor de vrouw in overweging worden genomen.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens beschikbaar met betrekking tot de vruchtbaarheid in mensen.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Dexamethason kan verwardheid, hallucinaties, duizeligheid, slaperigheid, vermoeidheid, syncope en wazig zien veroorzaken (zie rubriek 4.8). Patiënten die hier last van hebben, moeten worden geïnstrueerd geen voertuig te besturen, machines te gebruiken of gevaarlijke werkzaamheden uit te voeren tijdens de behandeling met dexamethason
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De incidentie van de te verwachten bijwerkingen houdt verband met de relatieve sterkte van het middel, de dosis, het tijdstip van toediening en de duur van de behandeling. Door vroege herkenning en passende behandeling van bijwerkingen kan de potentiële ernstige complicaties van glucocorticoïdentherapie geminimaliseerd worden.
Hormoonvervangingstherapie:
Laag risico op bijwerkingen bij de aanbevolen doseringen.
Farmacotherapie:
De volgende bijwerkingen kunnen optreden, die sterk afhankelijk zijn van de dosis en de duur van de behandeling en waarvan de frequentie daarom niet kan worden gespecificeerd:
| Infecties en parasitaire aandoeningen | Maskering van infecties, manifestatie, exacerbatie of reactivering van virale infecties, schimmelinfecties, bacteriële, pathogene en opportunistische infecties, activering van strongyloidiasis (zie rubriek 4.4). |
|---|---|
| Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Matige leukocytose, lymfopenie, eosinopenie, polycytemie, |
| Immuunsysteemaandoeningen | Overgevoeligheidsreacties, bv. ernstige anafylactische reacties zoals aritmieën, bronchospasmen, hypotensie of hypertensie, circulatoire collaps, hartstilstand, verzwakking van het immuunsysteem |
| Endocriene aandoeningen | Syndroom van Cushing (typische symptomen: volle maan gezicht, obesitas en rode verkleuring van de huid door verwijde bloedvaten), bijniersuppressie (zie rubriek 4.4). |
| Voedings- en stofwisselingsstoornissen | Gewichtstoename, verhoogde eetlust, natrium- en vochtretentie, kaliumverlies (let op: ritmestoornissen), verminderde glucosetolerantie (manifestatie van latente diabetes mellitus), hypercholesterolemie, hypertriglyceridemie |
| Psychische stoornissen | Depressie, prikkelbaarheid, verhoogde drive, slapeloosheid, euforie, manie, hallucinaties, psychose, angst, zelfmoordneigingen |
| Zenuwstelselaandoeningen | Verhoogde intracraniële druk met papiloedeem bij kinderen (pseudotumor cerebri), manifestatie van latente epilepsie, verergering van de insulten bij bekende epilepsie |
| Oogaandoeningen | Verhoogde oogdruk, glaucoom, papiloedeem, cataract (hoofdzakelijk met posterieure subcapsulaire lenstroebeling), corneale en sclerale atrofie, toename van oftalmische virus-, schimmel- en bacteriële infecties, verergering van de symptomen van cornea-ulcera, chorioretinopathie, wazig zien |
| Hartaandoeningen | Ruptuur van de hartspier na een recent myocardinfarct, congestief hartfalen bij gevoelige patiënten, decompensatio cordis |
| Bloedvataandoeningen | Hypertensie, vasculitis, toename van atherosclerose en het risico op trombose/trombo-embolie, verhoogde capillaire kwetsbaarheid |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Gastro-intestinale zweren, gastro-intestinale laesies, pancreatitis, maagproblemen |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Striae rubrae, atrofie, teleangiëctasieën, petechiën, ecchymosen, hypertrichose, steroïde acne, rosacea-achtige (periorale) dermatitis, veranderingen in huid pigmentatie |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Myopathie, spieratrofie en zwakte, osteoporose (dosisafhankelijk, ook mogelijk bij kort gebruik), aseptische botnecrose, peesklachten, peesontsteking, epidurale lipomatose, groeiremming bij kinderen. |
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Verstoringen van de secretie van geslachtshormonen (als gevolg daarvan, optreden van: onregelmatige menstruatie tot amenorroe, hirsutisme, impotentie) |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Vertraagde wondgenezing |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen
Acute intoxicatie met dexamethason is niet bekend. In het geval van chronische overdosering moet men rekening houden met verhoogde bijwerkingen (zie rubriek 4.8.) in het bijzonder op de hormoonhuishouding, stofwisseling en elektrolytenbalans.
Behandeling
Er is geen antidotum beschikbaar.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: corticosteroïden voor systemisch gebruik, glucocorticoïden, ATC-code: H02AB02.
Werkingsmechanisme
Dexamethason is een monofluorhoudend glucocorticoïd met uitgesproken anti-allergische, ontstekingsremmende en membraanstabiliserende eigenschappen met effecten op de koolhydraat-, eiwit- en vetstofwisseling. Dexamethason heeft een glucocorticoïd effect dat ongeveer 7,5 keer sterker is dan prednisolon en prednison. Vergeleken met hydrocortison is het 30 keer effectiever; mineralocorticoïd effecten ontbreken.
Glucocorticoïden zoals dexamethason oefenen hun biologische werking uit door de transcriptie van corticoïdgevoelige genen te activeren. De ontstekingsremmende, immunosuppressieve en antiproliferatieve effecten worden onder andere veroorzaakt door verminderde vorming, afgifte en activiteit van ontstekingsmediatoren en door remming van de specifieke functies en migratie van ontstekingscellen. Daarnaast kan het effect van gesensibiliseerde T-lymfocyten en macrofagen op doelcellen worden voorkomen door corticosteroïden.
Als langdurige corticosteroïdenmedicatie nodig is, moet rekening worden gehouden met de mogelijke inductie van voorbijgaande bijnier-insufficiëntie, maar dit hangt ook af van individuele factoren.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na orale toediening worden de piekplasmaspiegels van dexamethason tussen 1 en 2 uur bereikt. De biologische beschikbaarheid van dexamethason is ongeveer 80%. Er is een lineair verband tussen de toegediende dosis en de biologisch beschikbare dosis. Dexamethason wordt getransporteerd door het P-glycoproteïne (ook bekend als MDR1). Andere MDR-transporteurs kunnen ook een rol spelen bij het transport van dexamethason.
Distributie
Dexamethason wordt gebonden door plasma-eiwitten, voornamelijk albumine, tot ongeveer 80%, afhankelijk van de toegediende dosis. Bij zeer hoge doses circuleert het grootste deel van dexamethason ongebonden in het bloed. Het verdelingsvolume is ongeveer 1 l/kg. Dexamethason passeert de bloed-hersenbarrière en de placentabarrière en komt in de moedermelk terecht.
Biotransformatie
Een klein deel van de toegediende dexamethason wordt onveranderd uitgescheiden door de nieren. Het grootste deel wordt bij de mens gehydrogeneerd of gehydroxyleerd, waarbij hydroxy-6-dexamethason en dihydro-20-dexamethason de belangrijkste metabolieten zijn. 30 tot 40% wordt geconjugeerd tot glucuronzuur of gesulfateerd in de lever en in deze vorm uitgescheiden in de urine. Dexamethason wordt gemetaboliseerd via cytochroom P450 3A4 (CYP3A4). Andere cytochroom P450-isoenzymen kunnen ook een rol spelen bij de biotransformatie van dexamethason.
Eliminatie
De plasmahalfwaardetijd van dexamethason is ongeveer 3,6 uur.
Speciale populaties
Er zijn geen gegevens beschikbaar over de biotransformatie van dexamethason bij patiënten met leverfunctiestoornissen. Roken heeft geen invloed op de farmacokinetiek van dexamethason.
Er zijn geen verschillen gevonden in de farmacokinetiek van dexamethason tussen proefpersonen van Europese en Aziatische (Indonesische en Japanse) afkomst.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Reproductie-toxiciteit:
Dieronderzoek heeft aangetoond dat glucocorticoïden de incidentie van gespleten gehemelte en intra-uteriene groeiretardatie doen stijgen. Soms gingen de afwijkingen gepaard met defecten aan het centraal zenuwstelsel en het hart. Bij niet-menselijke primaten werden minimale afwijkingen aan de schedel waargenomen. Deze verschijnselen werden gezien bij hoge doseringen.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Lactosemonohydraat
Maïszetmeel, voorgegelatineerd
Silica, colloïdaal watervrij (E551)
Magnesiumstearaat (E470b)
Natriumstearylfumaraat
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn geen speciale bewaarcondities wat betreft de temperatuur.
Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Blisterverpakking van PVC/PVDC90/aluminiumfolie, in een kartonnen doos.
Verkrijgbaar in verpakkingsgrootten van 20, 30, 50 of 100 tabletten.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pharmamedic B.V.
Graaf Engelbertlaan 75
4837DS Breda
8 NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 130607
9 DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 30 april 2024
