SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Davitamon Melatonine
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Davitamon Melatonine 1 mg, tabletten
Davitamon Melatonine 3 mg, tabletten
Davitamon Melatonine 5 mg, tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 mg tabletten: elke tablet bevat 1 mg melatonine.
3 mg tabletten: elke tablet bevat 3 mg melatonine.
5 mg tabletten: elke tablet bevat 5 mg melatonine.
Hulpstof(fen) met bekend effect:
1 mg tabletten: elke tablet bevat 67,3 mg lactose (als Lactosemonohydraat).
3 mg tabletten: elke tablet bevat 65,3 mg lactose (als Lactosemonohydraat).
5 mg tabletten: elke tablet bevat 63,3 mg lactose (als Lactosemonohydraat).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet
- 1 mg tablet: Wit tot gebroken wit, zeshoekige tabletten (lengte 7.4 mm, breedte 6.8 mm, dikte ongeveer 1.9 mm) met inscriptie "MELA 1" aan de ene zijde en breukstreep in het midden van de andere zijde.
- 3 mg tablet: Wit tot gebroken wit, langwerpige tabletten (lengte 8.8 mm, breedte 4.8 mm, dikte ongeveer 2.6 mm) met inscriptie "MELA 3" aan de ene zijde en breukstreep in het midden van de andere zijde.
- 5 mg tablet: Wit tot gebroken wit, ronde tabletten (diameter 6.5 mm, dikte ongeveer 2.6 mm) met inscriptie "MELA 5" aan de ene zijde en breukstreep in het midden van de andere zijde.
De breukstreep is alleen om het breken te vereenvoudigen zodat het inslikken makkelijker gaat en niet om de tablet in gelijke doses te verdelen.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Davitamon Melatonine 1 mg, 3 mg en 5 mg tabletten zijn geïndiceerd voor de kortdurende behandeling van jetlag bij volwassenen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
1 tot 5 mg per dag, in te nemen vlak voor de gewenste slaaptijd gedurende 3 tot 6 dagen te beginnen op de eerste dag dat het ritme verstoord wordt.
Vanwege de kans op verkeerd getimede inname van melatonine waardoor deze geen of een negatief effect heeft op resynchronisatie na een jetlag, dient Davitamon Melatonine niet te worden ingenomen op de plaats van bestemming vóór 20.00 uur of na 04.00 uur.
Gebruik Davitamon Melatonine tabletten zo kort mogelijk in de dosering die de beste verlichting geeft van de symptomen.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Davitamon Melatonine is bij kinderen niet vastgesteld.
Ouderen
Omdat de farmacokinetiek van melatonine (directe afgifte) bij jonge volwassenen en bij ouderen over het algemeen vergelijkbaar is, wordt geen dosisadvies specifiek voor ouderen gegeven (zie rubriek 5.2).
Leverinsufficiëntie
Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar betreffende het gebruik van Davitamon Melatonine tabletten bij patiënten met leverinsufficiëntie. Uit literatuur is echter gebleken dat in patiënten met een levercirrose de endogene melatonine concentratie in het bloedplasma verhoogd kan zijn. Daarom wordt het gebruik van Davitamon Melatonine tabletten door patiënten met leverinsufficiëntie afgeraden (zie rubriek 5.2).
Nierinsufficiëntie
Klinische gegevens wijzen niet op een extra risico voor patiënten met nierinsufficiëntie (zie rubriek 5.2).
Wijze van toediening
Davitamon Melatonine tabletten worden oraal toegediend en kunnen met of zonder voedsel worden ingenomen. De tabletten kunnen met water ingenomen worden.
Voedsel kan de plasmaconcentraties van melatonine bij mensen verhogen (zie rubriek 5.2). De inname van melatonine met koolhydraatrijke maaltijden kan de bloedglucoseregulatie gedurende enkele uren beïnvloeden. Het wordt aanbevolen om geen voedsel te consumeren in de periode van 2 uur vóór tot 2 uur na inname van Melatonine Tiofarma; idealiter, ten minste 3 uur na een maaltijd door personen met een significant verstoorde glucosetolerantie of diabetes (zie rubriek 4.5).
Het wordt aanbevolen om geen alcohol te consumeren bij het gebruik van Davitamon Melatonine (zie rubriek 4.5).
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Davitamon Melatonine tabletten kan slaperigheid veroorzaken. Daarom moet het product met de benodigde voorzichtigheid worden gebruikt in situaties waarin slaperigheid een veiligheidsrisico kan vormen.
Leverfunctiestoornissen:
Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar betreffende het gebruik van Davitamon Melatonine tabletten bij patiënten met leverstoornissen (zie rubriek 4..2 en 5.2). Desondanks wordt het gebruik van Davitamon Melatonine tabletten door patiënten met een leverfunctiestoornis afgeraden
Epileptische aanvallen
Tijdens het gebruik van melatonine wordt incidenteel een toename van epileptische aanvallen gerapporteerd. Patiënten met epilepsie en/of meervoudige neurologische defecten moeten daarom voorzichtig zijn met het gebruik van melatonine.
Immunologische ziekten
Endogeen melatonine kan het immuun systeem stimuleren. In incidentele casusrapporten wordt verergering van een auto-immuunziekte beschreven bij patienten die melatonine gebruiken. Het gebruik van Davitamon Melatonine wordt niet aanbevolen bij patiënten met een auto-immuunziekte.
Verminderde glucosetolerantie
Beperkte gegevens suggereren dat wanneer melatonine wordt ingenomen vlak vóór of na een koolhydraatrijke maaltijd dit de bloedglucoseregulatie gedurende enkele uren kan verstoren. Melatonine moet ten minste 2 uur vóór of ten minste 2 uur na een maaltijd worden ingenomen; idealiter, ten minste 3 uur na een maaltijd door personen met een significant verstoorde glucosetolerantie of diabetes.
Lactose
Davitamon Melatonine tabletten bevatten lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucosegalactosemalabsorptie mogen dit geneesmiddel niet gebruiken.
Natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Onderzoek naar interacties is alleen bij volwassenen uitgevoerd.
Farmacokinetische interacties
In het algemeen moet men voorzichtig zijn met middelen die het CYP1A-systeem beïnvloeden. Het melatonine metabolisme wordt voornamelijk door het CYP1A-systeem gemediëerd.
Van de volgende stoffen is aangetoond dat zij de melatoninewaarden (AUC en/of Cmax) in het bloed kunnen verhogen:
- Fluvoxamine kan de melatoninewaarden in het bloed verhogen. Gelijktijdig gebruik van melatonine met fluvoxamine moet worden vermeden.
- Desipramine
- Chloorpromazine kan de melatoninewaarden in het bloed verhogen.
- Cimetidine en oxaprotiline
- 5- of 8-methoxypsoraleen
- Oestrogenen
- Quinolonen
- Caffeïne
Van de volgende stoffen is aangetoond dat zij kunnen leiden tot lagere melatoninewaarden in het bloed:
- Het roken van sigaretten
- Carbamazepine en rifampicine
Farmacodynamische interacties
- Melatonine kan mogelijk het anticoagulante effect van warfarine versterken door verlaging van de protrombine tijd. Een onverwachte verandering in de coagulatie kan voorkomen in patienten die melatonine supplementen gebruiken.
- Het gebruik van alcohol samen met melatonine wordt afgeraden, omdat hierdoor de effectiviteit van melatonine op de slaap afneemt (zie rubriek 4.2).
- Melatonine kan de sedatieve effecten van benzodiazepinen en van andere hypnotica (bijv. zolpidem) versterken. In een onderzoek naar jetlagtherapie resulteerde de combinatie van melatonine en zolpidem in een hogere incidentie van slaperigheid in de ochtend, misselijkheid en verwarring en verminderde activiteit gedurende het eerste uur na het opstaan, in vergelijking met zolpidem alleen.
- Melatonine verhoogt de sedatie en moet met voorzichtigheid worden gebruikt in combinatie met andere stoffen die ook sedatie induceren, zoals imipramine en thioridazine.
- Gelijktijdig gebruik van melatonine met nifedipine kan het antihypertensieve effect van nifedipine reduceren.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen humane gegevens over het gebruik van melatonine tijdens de zwangerschap. Uit dierexperimentele gegevens is gebleken dat melatonine de placenta passeert. Verder wijzen gegevens uit dierstudies niet op directe of indirecte schadelijke effecten op de zwangerschap of ontwikkeling van het embryo of de foetus. Gezien de afwezigheid van klinische gegevens wordt het gebruik van melatonine tijdens de zwangerschap afgeraden.
Borstvoeding
Melatonine wordt uitgescheiden in de moedermelk. De behandeling met melatonine van vrouwen die borstvoeding geven wordt afgeraden.
Vruchtbaarheid
De beperkte klinische gegevens geven geen aanwijzingen dat melatonine de vruchtbaarheid vermindert. In dierenstudies is een effect gezien op spermatogenese bij dosering die langduriger en hoger zijn dan humane doseringen (zie rubriek 5.3)
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Davitamon Melatonine kan slaperigheid veroorzaken, en daarom invloed hebben op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Het product moet daarom in die situaties met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt.
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Er zijn geen klinische studies gedaan met Davitamon Melatonine. Uit studies die zijn uitgevoerd met de actieve stof melatonine en beschreven in de wetenschappelijke literatuur kan worden afgeleid dat de meest frequent gerapporteerde bijwerkingen hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en slaperigheid zijn. De proefpersonen die in de beschreven studies werden behandeld met melatonine rapporteerden deze bijwerkingen echter niet vaker dan controlepersonen die niet met melatonine behandeld werden.
Tabel met bijwerkingen
In wetenschappelijke studies in het publieke domein zijn de vermoedelijke bijwerkingen gerapporteerd zoals aangegeven in de tabel. De frequenties van de bijwerkingen kunnen niet worden bepaald op basis van de beschikbare data.
De meeste bijwerkingen zijn gerapporteerd in studies met kinderen. Dit betekent echter niet dat ze alleen in kinderen voorkomen.
| Systeem/orgaan-klasse | Vermoedelijke bijwerking | Frequentie |
|---|---|---|
| Immuunsysteem-aandoeningen | overgevoeligheid | Onbekend |
| Voedings- en stofwisselings-stoornissen | verminderde eetlust | Onbekend |
| Psychische stoornissen | nachtmerrie, stemmingswisselingen, agitatie, abnormaal gedrag, zwaarmoedige stemming, depressie, apathie, luiheid, hallucinatie, slaap van slechte kwaliteit, abnormale dromen, insomnia, desoriëntatie, verwarde toestand, rusteloosheid, somnabulisme, bedplassen, prikkelbaarheid | Onbekend |
| Zenuwstelsel-aandoeningen | migraine, hoofdpijn, hoofd ongemak, somnolentie, psychomotorische hyperactiviteit, epilepsie, sedatie, idiopatische gegeneraliseerde epilepsie, tremor, duizeligheid, duizeligheid houdingsafhankelijk | Onbekend |
| Oogaandoeningen | congenitale gezichtsscherpte verminderd, oogaandoening | Onbekend |
| Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | vertigo | Onbekend |
| Bloedvat-aandoeningen | hypotensie, , bleekheid | Onbekend |
| Hartaandoeningen | hartkloppingen, tachycardie | Onbekend |
| Maagdarmstelsel-aandoeningen | abdominale pijn, nausea, braken, abdominaal ongemak, dysfagie, diarree, constipatie, oprisping | Onbekend |
| Huid- en onderhuid-aandoeningen | pigmentatieaandoening, prurigo, rash, pruritus, huidirritatie, fixed eruption, hyperhidrose | Onbekend |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen | het koud hebben, gevoel abnormaal, huilen, vermoeidheid, hypothermie, borstkaspijn | Onbekend |
| Onderzoeken | bloed alkaline fosfatase verhoogd, gewicht verhoogd, gewicht verlaagd, ontlastingsanalyse abnormaal, keel-, neus-, ooronderzoek abnormaal | Onbekend |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas-, en mediastinumaandoening en | geeuwen, hoesten, dyspneu, astma, bloedneus | Onbekend |
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb
Website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Als een overdosis optreedt, kan duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid en slaperigheid worden verwacht. Er is geen speciale behandeling noodzakelijk.
Toediening van doseringen tot 1 g melatonine per dag gedurende 25-30 dagen zijn gebruikt en beschreven in de literatuur zonder andere klinisch significante bijwerkingen te veroorzaken.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Psycholeptica, melatonine-receptoragonisten, ATC-code: N05CH01
Melatonine is een van nature voorkomend hormoon dat door de pijnappelklier wordt geproduceerd en dat qua structuur verwant is aan serotonine. De fysiologische melatonineproductie wordt beïnvloed door licht en het endogene melatoninegehalte in het bloed volgt een dag-nacht ritme. De gehaltes zijn overdag laag, stijgen ’s avonds en dalen vervolgens weer aan het eind van de nacht. Melatonine wordt in verband gebracht met o.a. de regulering van het dag-/nachtritme en het synchroniseren van de dag-/nachtcyclus. Het wordt ook in verband gebracht met een hypnotisch effect en een verhoogde slaapneiging.
Werkingsmechanisme
Melatonine bindt aan de receptoren MT1, MT2 en de bindingplaats MT3. De receptoren/bindingsplaatsen zijn verdeeld over het hele lichaam, maar de MT1 en MT2 receptoren zijn vooral in de hersenen gelocaliseeerd. Het wordt aangenomen dat voornamelijk MT1 en MT2 receptoren een rol spelen bij en regulatie van slaap en het dag-/nachtritme. De regulatie van melatonineproductie, metabolisme en de expressie van melatoninereceptoren varieren met het dag/nacht ritme en kan verstoord zijn bij mensen met slaapstoornissen.
Farmacodynamische effecten
Melatonine is werkzaam in veel fysiologische en biochemische functies. Het heeft o.a. effect op het dag-nacht ritme en de bevordering van slaap. Het specifieke mechanisme van melatonine op de bevordering van slaap is nog niet bekend, maar wordt verondersteld te werken via de remming van het waakzaamheidsmechanisme, de verlaging van de lichaamstemperatuur en het mechanisme betrokken bij de fase-verschuiving van de endogene pace-maker.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
In gezonde vrijwilligers kan melatonine het tijdstip waarop de endogene melatonineproductie op gang komt, de zogenoemde Dim Light Melatonin Onset (DLMO), naar voren verschuiven.
In de literatuur wordt beschreven dat toediening van melatonine een verkorting van de periode tot aan het in slaap vallen, een verbetering van de subjectieve slaapkwaliteit en een verlichting van symptomen van jet-lag (gemeten door subjectieve scoringen) kan bewerkstelligen bij mensen met verstoord slaap waak ritme door externe factoren (zoals vliegen door meerdere tijdzones).
Uit deze data blijkt tevens dat het effect van melatonine op slaap vooral wordt bepaald door het tijdstip van inname ten opzichte van het tijdstip van de DLMO en in mindere mate door de gebruikte dosering.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
De biologische beschikbaarheid varieert tussen de 1 en 56%. Maximale plasmaspiegels worden na orale inname ongeveer na 30 tot 60 minuten (Tmax) bereikt. De Cmax varieert van 450 tot 3700 pg/mL/mg. De interindividuele variatie is groot. De PK van melatonine is dosis-proportioneel over een dosis van 0.1 tot 10 mg. Inname met voedsel leidt tot een toename in AUC en Cmax.
Hoewel de plasmaspiegels van melatonine dosisgerelateerd toenemen is de individuele variabiliteit groot.
Distributie
Ongeveer 60 tot 70% van melatonine in plasma is gebonden aan albumine. Het distributievolume (Vd) van melatonine is ongeveer 35 L.
Verdeling van de melatonine volgt de distributie van de melatonine receptoren en bindingsplaatsen. Melatonine komt ook in speeksel terecht en de speekselwaarden vertonen een significante correlatie met de in plasma circulerende vrije melatonine spiegels. Circulerende melatonine wordt snel opgenomen in de hersenen.
Biotransformatie
Melatonine wordt gemetaboliseerd in de lever via het cytochroom-P450-systeem (CYP 1A). De voornaamste metaboliet is 6-hydroxymelatonine die wordt geconjugeerd tot het sulfaat conjugaat 6-sulfatoxymelatonine(50-80%) en de glucuronide (5-30%). In de urine zijn voornamelijk deze metabolieten terug te vinden.
Eliminatie
De eliminatie vindt plaats in de nieren via uitscheiding met de urine. Melatonine verdwijnt uit het bloed volgens een bifasisch patroon met eerste orde kinetiek. De eliminatiehalfwaardetijd (t1/2) ligt tussen de 35 en 70 minuten en de klaring tussen de 40 en 90 L/h.
Farmacokinetische/farmacodynamische relatie(s)
Een fysiologische dosering van exogeen toegediend melatonine verschuift het circadiane ritme volgens een fase-response curve. Het circadiane ritme vertraagt bij toediening in de ochtend en wordt vervroegd bij toediening in de avond. Bij hogere doseringen wordt het hypnotisch effect van melatonine belangrijker.
Bijzondere populaties
Ouderen
De nachtelijke plasmaconcentratie van endogene melatonine is bij ouderen lager dan bij jongere volwassenen. Beperkte gegevens over de serum-Tmax, Cmax en AUC na inname van melatonine met onmiddellijke afgifte wijzen niet op significante verschillen tussen jongere volwassenen en ouderen in het algemeen, hoewel de interindividuele variabiliteit voor Cmax en AUC doorgaans groter is voor ouderen.
Leverfunctiestoornis
Bij patiënten met een leverfunctiestoornis zoals cirrhose zijn hogere plasmamelatoninewaarden en langere halfwaardetijden waargenomen, mogelijk als gevolg van een veranderde biotransformatie (zie rubriek 4.2).
Nierfunctiestoornis
Klinische gegevens duiden niet op een extra risico voor patienten met nierfunctiestoornis. Bij patienten met nierfunctiestoornissen zijn geen veranderingen in plasmamelatoninewaarden waargenomen.
Pediatrische populatie
De variatie in individuele melatoninewaarden na inname van melatonine in kinderen is net als bij volwassenen groot. Gedurende de ontwikkeling van prepubertijd tot pubertijd tot volwassen is er een trend van toenemende afname van de terminale eliminatie constante en daarmee gepaard gaande toename in t1/2 en AUC.
Ook in kinderen nemen de plasmaspiegels toe met hogere dosering, waarbij tot 3 mg nog geen verzadiging wordt gezien. Maximale plasma spiegels werden net als bij volwassenen binnen het uur bereikt. De t1/2 varieerde van 0.7 tot 1.3 uur (ca. 45 tot 80 minuten). De klaring was 2-14 ml/h/kg en het distributievolume varieerde van 2.3 to 28 l/kg (leeftijd: 3 tot ongeveer 12 jaar).
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
In dierenstudies is een effect gezien op spermatogenese bij doseringen die langduriger en hoger zijn dan humane doseringen. De klinische relevantie hiervan is niet bekend. Verder werden effecten bij niet-klinische onderzoeken uitsluitend waargenomen na blootstelling die geacht wordt beduidend hoger te liggen dan het maximale niveau waaraan de mens wordt blootgesteld, zodat deze weinig relevant zijn voor klinische doeleinden.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Gesilificeerde microkristallijn cellulose
Lactose monohydraat
Natriumzetmeel glycolaat type A
Talk (E553b)
Magnesiumstearaat (E470b)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
Davitamon Melatonine 1 mg, tabletten: 24 maanden.
Davitamon Melatonine 3 mg, tabletten: 36 maanden.
Davitamon Melatonine 5 mg, tabletten: 36 maanden.
Na openen van container: 1 maand.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Davitamon Melatonine 1 mg, 3 mg en 5 mg tabletten zijn verkrijgbaar in witte ondoorzichtige PVC/PVdC-aluminium blisterverpakkingen en in witte ondoorzichtige Polypropyleen tablettencontainers met een witte ondoorzichtige polypropyleen deksel.
Verpakkingsgroottes:
Blisterverpakking: 10, 15, 20 en 30 tabletten
Tablettencontainer: 30 tabletten
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Omega Pharma Nederland BV
Kralingseweg 201
3062 CE Rotterdam
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Davitamon Melatonine 1 mg, tabletten, RVG 124675
Davitamon Melatonine 3 mg, tabletten, RVG 124676
Davitamon Melatonine 5 mg, tabletten, RVG 124677
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 19 juli 2019
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.2, 4.4, 4.5, 4.8 en 5.2: 4 april 2025
