SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Cyress 10
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Cyress 10, 10 mg capsules met gereguleerde afgifte
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Cyress bevat barnidipine hydrochloride.
Cyress 10, harde capsules met gereguleerde afgifte bevatten 10 mg barnidipine hydrochloride overeenkomend met 9.3 mg barnidipine per capsule.
Hulpstoffen met bekend effect:
Elk tablet bevat 95 mg sucrose.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Capsules met gereguleerde afgifte, hard.
Cyress 10, capsules met gereguleerde afgifte zijn geel en gemerkt met ’10 LT155’.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Lichte tot matige essentiële hypertensie.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De aanbevolen aanvangsdosis is 10 mg éénmaal daags. De dosis dient iedere dag, in de morgen, te worden ingenomen. Indien nodig kan de dosis worden verhoogd tot 20 mg éénmaal daags. De beslissing om op te hogen dient genomen te worden na volledige stabilisatie op de vorige dosis. Dit duurt over het algemeen ten minste 3 - 6 weken.
Pediatrische patiënten
Omdat er geen gegevens zijn bij kinderen (jonger dan 18 jaar) dient barnidipine niet aan kinderen te worden toegediend.
Oudere patiënten
Bij oudere patiënten is geen aanpassing van de dosering noodzakelijk. Extra aandacht in het begin van de behandeling is gewenst.
Patiënten met een nierfunctiestoornis
Bij patiënten met lichte tot matige nierfunctiestoornissen dient voorzichtigheid te worden betracht bij verhoging van de dosis van 10 naar 20 mg éénmaal daags. Zie de rubriek “Contra-indicaties” en de rubriek “Speciale waarschuwingen en bijzondere voorzorgen bij gebruik”.
Patiënten met een leverfunctiestoornis
Zie de rubriek “Contra-indicaties”.
Wijze van toediening
De capsules bij voorkeur met een glaasje water innemen. Cyress kan zowel vóór, tijdens als na de maaltijd worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het actieve bestanddeel (of voor dihydropyridines) of voor één van de hulpstoffen.
Leverfunctiestoornis.
Ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 10 ml/min).
Onstabiele angina pectoris en acuut myocardinfarct (in de eerste 4 weken).
Onbehandeld hartfalen.
Bloedspiegels van barnidipine kunnen verhoogd zijn bij gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A4 remmers (resultaten in vitro interactiestudies). Daarom mogen proteaseremmers, ketoconazol, itraconazol, erytromycine en claritromycine niet gelijktijdig gebruikt worden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Voorzichtigheid dient te worden betracht bij de toepassing van Cyress bij patiënten met lichte tot matige nierfunctiestoornissen (creatinineklaring tussen de 10 en 80 ml/min) (zie rubriek 4.2 ”Dosering en wijze van toediening”).
Bij patiënten met een verhoogd risico (bijvoorbeeld na een myocardinfarct) kan de combinatie van een calciumantagonist met een middel met een negatief inotroop effect aanleiding geven tot een decompensatio cordis, tot hypotensie of tot een nieuw myocardinfarct.
Evenals bij alle andere dihydropyridines dient voorzichtigheid te worden betracht bij de toepassing van Cyress bij patiënten met gestoorde linker-ventrikelfunctie, patiënten met een obstructie in het outflowkanaal van de linker-ventrikel en bij patiënten met alleen een rechter decompensatio cordis zoals een cor pulmonale. Barnidipine is niet onderzocht in NYHA klasse III of IV patiënten. Voorzichtigheid wordt ook aanbevolen als barnidipine wordt toegediend aan patiënten met 'sick sinus syndrome' (zonder 'pacemaker').
In vitro studies geven aan dat barnidipine gemetaboliseerd wordt door cytochroom P450 3A4 (CYP3A4). Het effect van geneesmiddelen, die het enzym CYP3A4 remmen of induceren op de farmacokinetiek van barnidipine is niet in in vivo interactiestudies onderzocht. Op basis van in vitro interactiestudies is voorzichtigheid geboden indien barnidipine wordt voorgeschreven met milde CYP3A4 remmers of induceerders (zie de rubriek “Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie”).
De capsules bevatten sucrose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Wanneer Cyress gelijktijdig met andere antihypertensieve geneesmiddelen wordt toegediend, kan een additief antihypertensief effect optreden.
Cyress kan gecombineerd worden met bètablokkers of ACE-remmers.
Het farmacokinetisch interactieprofiel van barnidipine is niet volledig onderzocht. In vitro studies geven aan dat barnidipine gemetaboliseerd wordt door cytochroom P450 3A4 (CYP3A4). Het effect van geneesmiddelen, die het enzym CYP3A4 remmen of induceren, op de farmacokinetiek van barnidipine is niet in een in vivo interactiestudie onderzocht.
Uit in vitro gegevens blijkt dat ciclosporine het metabolisme van barnidipine kan remmen. Totdat in vivo informatie beschikbaar is, dient barnidipine niet te worden voorgeschreven met de sterke CYP3A4 remmers: proteaseremmers, ketoconazol, itraconazol, erytromycine en claritromycine (zie rubriek 4.3 "Contra-indicaties"). Voorzichtigheid dient betracht te worden bij gelijktijdig gebruik van milde CYP3A4 remmers of induceerders. Bij gelijktijdig gebruik van CYP3A4 remmers wordt afgeraden de dosering van barnidipine te verhogen naar 20 mg.
In een specifieke interactiestudie leidde gelijktijdige toediening van cimetidine tot gemiddeld 2 maal hogere plasmaspiegels van barnidipine. Voorzichtigheid dient derhalve in acht te worden genomen als barnidipine gelijktijdig met cimetidine gebruikt wordt.
Indien barnidipine wordt gegeven met enzyminduceerders, bijvoorbeeld fenytoïne, carbamazepine en rifampicine, kan een hogere barnidipine dosis nodig zijn. Indien een patiënt stopt met het gebruik van een enzyminduceerder, dient verlaging van de barnidipine dosering overwogen te worden.
Op grond van in vitro interactiestudies met onder andere simvastatine, metoprolol, diazepam en terfenadine wordt een effect van barnidipine op de farmacokinetiek van andere geneesmiddelen, die worden gemetaboliseerd door cytochroom P450 isoenzymen, onwaarschijnlijk geacht.
Uit een in vivo interactiestudie bleek dat barnidipine de farmacokinetiek van digoxine niet beïnvloedt.
In een specifieke interactiestudie deed alcohol de barnidipine plasmaspiegels met 40% toenemen, welke toename als klinisch niet relevant beschouwd kan worden. Zoals met alle vaatverwijdende en antihypertensieve middelen dient voorzichtigheid in acht te worden genomen als tegelijkertijd alcohol wordt ingenomen, daar dit hun effect kan potentiëren.
Hoewel de farmacokinetiek van barnidipine niet significant wordt beïnvloed door toediening met grapefruit sap, werd er een licht effect waargenomen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er is geen klinische ervaring met barnidipine in de zwangerschap of tijdens borstvoeding. Dierproeven geven geen aanwijzingen voor directe schadelijke effecten voor de zwangerschap, embryonale/foetale of postnatale ontwikkeling. Alleen indirecte effecten zijn waargenomen (zie 5.3). De klasse van dihydropyridines kan de bevalling en geboorte verlengen, hetgeen niet met barnidipine werd waargenomen. Als gevolg hiervan mag barnidipine alleen tijdens de zwangerschap worden gebruikt wanneer de voordelen opwegen tegen het mogelijke risico voor de vrucht.
Borstvoeding
Uit dierexperimenteel onderzoek is komen vast te staan dat barnidipine (of metabolieten) wordt uitgescheiden in de moedermelk. Het geven van borstvoeding wordt daarom ontraden tijdens het gebruik van barnidipine.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
Voorzichtigheid dient echter in acht genomen te worden omdat tijdens behandeling met antihypertensiva duizeligheid/vertigo kan optreden.
4.8 Bijwerkingen
| Systeemorgaanklassen | 10 mg dosis | 20 mg dosis |
Immuunsysteem-aandoeningen
| Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) | Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
Zenuwstelselaandoeningen
| Vaak (≥1/100, <1/10) Vaak (≥1/100, <1/10) | Zeer vaak (≥1/10) Vaak (≥1/100, <1/10) |
Hartaandoeningen
| Vaak (≥1/100, <1/10) Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) | Vaak (≥1/100, <1/10) Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
Bloedvataandoeningen
| Vaak (≥1/100, <1/10) | Zeer vaak (≥1/10) |
Lever- en galaandoeningen
| Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) | Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
Huid- en onderhuid-aandoeningen
| Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) | Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
Algemene aandoeningen en stoornissen op de plaats van toediening
| Vaak (≥1/100, <1/10) | Zeer vaak (≥1/10) |
De symptomen hebben de neiging tijdens de behandeling af te nemen of te verdwijnen (binnen een maand voor perifeer oedeem en 2 weken voor flushes, hoofdpijn en palpitaties).
Hoewel niet waargenomen is de volgende bijwerking, conform het gebruik van andere dihydropyridines, mogelijk van belang: gingiva hyperplasie.
Sommige dihydropyridines kunnen in zeldzame gevallen leiden tot precordiale pijn of angina pectoris. Zeer zelden kunnen patiënten met een eerder bestaande angina pectoris een toegenomen frequentie, duur of ernst van deze aanvallen ondervinden. Geïsoleerde gevallen van myocardinfarct kunnen mogelijk optreden.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen van intoxicatie
Klinische symptomen van een overdosis van calciumantagonisten ontwikkelen zich over het algemeen binnen 30 tot 60 minuten na inname van een dosis die vijf tot tien maal hoger is dan de therapeutische dosis. Hypotensie, elektrofysiologische effecten (sinusbradycardie, verlengde AV-geleidingstijd, tweede en derde graads AV-block, tachycardie), effecten op het centraal zenuwstelsel (sufheid, verwardheid en zelden convulsies), gastro-intestinale symptomen (misselijkheid en braken) en metabole effecten (hyperglycemie) kunnen op theoretische gronden worden verwacht.
Behandeling van intoxicatie
Bij intoxicatie is opname in een ziekenhuis geïndiceerd. Symptomatische behandeling en continue ECG-bewaking zijn aangewezen.
In geval van een overdosis dient zo snel mogelijk een maagspoeling te worden verricht.
Calcium (bij voorkeur 10 ml van een calcium chloride oplossing van 10%) dient intraveneus (dosis 0.2 ml/kg lichaamsgewicht) te worden toegediend over een periode van vijf minuten, tot een totale dosis van 10 ml 10%. Dit ter bevordering van de contractiliteit van het myocard, verbetering van het sinusritme en de atrioventriculaire geleiding. Deze behandeling kan iedere 15 tot 20 minuten worden herhaald (tot maximaal 4 doses) op geleide van de reactie van de patiënt. Calciumspiegels dienen te worden gecontroleerd.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Antihypertensiva, ATC-code: C08CA12
Werkingsmechanisme
Barnidipine (zuivere S,S isomeer) is een lipofiele 1,4-dihydropyridine calciumantagonist, met een hoge affiniteit voor de calciumkanalen van gladde spiercellen in de vaatwand. De receptorkinetiek van barnidipine kenmerkt zich door een gelijkmatig intredende werking en een sterke en langdurige binding. De afname in de perifere vaatweerstand bewerkstelligd door barnidipine leidt tot bloeddrukdaling. Dit antihypertensieve effect houdt bij gebruik van Cyress gedurende het gehele 24 uurs dosisinterval aan.
Bij chronische toediening leidt het gebruik van Cyress niet tot verhoging van de basale hartfrequentie.
De invloed van barnidipine op cardiovasculaire morbiditeit of mortaliteit is niet onderzocht. Recent voltooide, gecontroleerde studies van andere langwerkende dihydropyridines geven echter bij hypertensie van ouderen dezelfde heilzame effecten op morbiditeit en mortaliteit aan als andere antihypertensiva.
Metabole effecten
Barnidipine heeft geen negatief effect op het serumlipidenprofiel, noch op de glucosespiegel, noch op de elektrolieten in het bloed.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
De gelijktijdige inname van voedsel heeft geen statistisch significant effect op de AUC, Cmax, Tmax of t½, na herhaalde toediening van Cyress 20 aan gezonde individuen. Na orale toediening van Cyress 20 worden maximale plasmaspiegels verkregen na 5 tot 6 uur. Cyress heeft een absolute biologische beschikbaarheid van 1.1%. Plasmaconcentraties van barnidipine kunnen tussen personen aanzienlijk variëren.
Distributie
In vitro studies tonen aan dat barnidipine voor 26-32% wordt gebonden aan humane erythrocyten en in hoge mate (89-95%) wordt gebonden aan plasma-eiwitten. In vitro analyse van de eiwitcomponenten wijst erop dat barnidipine voornamelijk wordt gebonden aan serum-albumine, gevolgd door α1-zure glycoproteïne en 'high density' lipoproteïnen. Binding aan γ-globuline gebeurt in veel mindere mate.
In in vitro studies werden geen geneesmiddeleninteracties op basis van verdringing van plasma-eiwitbinding waargenomen.
Biotransformatie
Barnidipine wordt in hoge mate gemetaboliseerd tot niet-actieve metabolieten. Er vindt in vivo geen chirale inversie plaats van de zuivere S,S isomeer. Belangrijke reacties zijn de N-debenzylering van de zijketen, hydrolyse van de N-benzylpyrrolidine-ester, oxidatie van de 1,4-dihydropyridine ring, hydrolyse van de methylester en reductie van de nitrogroep. Het metabolisme van barnidipine lijkt voornamelijk gemedieerd te worden door de groep van CYP3A iso-enzymen.
Eliminatie
Na herhaalde toediening van Cyress bedroeg de mediane terminale eliminatie plasmahalfwaardetijd 20 uur, volgens een twee-compartimenten analytisch model.
Eliminatie geschiedt voornamelijk door metabolisme. Barnidipine en/of zijn metabolieten worden uitgescheiden in de faeces (60%), in de urine (40%) en in de adem (minder dan 1%). Er wordt geen barnidipine in onveranderde vorm via de urine uitgescheiden.
Speciale patiëntengroepen
In patiënten met een lichte tot matige leverfunctiestoornis zijn de plasmaspiegels van barnidipine na een enkelvoudige dosering 3 tot 4 maal hoger dan in gezonde vrijwilligers. De variabiliteit in plasmaspiegels neemt toe. In patiënten met nierfunctiestoornissen die geen dialyse behoeven, zijn de plasmaspiegels van barnidipine gemiddeld 2 maal hoger dan in gezonde vrijwilligers. In patiënten die dialyse behoeven, is de gemiddelde plasmaspiegel ruim 3 maal hoger dan in gezonde vrijwilligers, terwijl de variabiliteit sterk is toegenomen.
5.3 Gegevens uit het preklinische veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor de mens. Deze gegevens zijn afkomstig van conventionele studies op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeniteit en reproductietoxiciteit.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Cyress capsules bevatten als hulpstoffen:
capsule-inhoud:
carboxymethylethylcellulose, polysorbaat 80, sucrose, ethylcellulose en talk.
capsulewand:
titanium dioxide (E171), geel ijzeroxide (E172) en gelatine.
drukinkt:
schellak, propyleenglycol (E1520), zwart ijzeroxide (E172) en ammonia.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Cyress capsules met gereguleerde afgifte zijn verpakt in dozen met 10, 14, 20, 28, 30, 50, 56, 98 of 100 capsules in aluminium-aluminium (met PVC en polyamide coating) doordrukstrips. Een doordrukstrip bevat 7, 10 of 14 capsules.
Niet alle verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Haal de granules niet uit de capsule.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BModesto
Minervaweg 2
8239 DL Lelystad
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Cyress 10, 10 mg capsules met gereguleerde afgifte is geregistreerd onder RVG nummer 20554.
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning:14 juni 1999
Datum van hernieuwing van de vergunning: 28 februari 2009
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 3: 10 juni 2025
