SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Cholecalciferol Teva 25.000 IE capsule, zacht
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Cholecalciferol Teva 25.000 IE, zachte capsules
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Cholecalciferol Teva 25.000 IE bevat 0,625 mg cholecalciferol per zachte capsule, overeenkomend met 25.000 IE vitamine D3.
Hulpstof met bekend effect
De capsules kunnen sporen van sojalecithine bevatten (kan sojaolie bevatten).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Zachte capsule
Gele, ondoorzichtige, ovale zachte gelatinecapsules met een afmeting van ongeveer 9 mm bij 6 mm
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
- Initiële behandeling van vitamine D-deficiëntie (serumspiegel <25 nmol/l (<10 ng/ml)) bij volwassenen en adolescenten
- Profylaxe van vitamine D-deficiëntie bij volwassenen en adolescenten met een vastgesteld risico
- Als adjuvans bij specifieke osteoporosebehandeling bij volwassen patiënten met vitamine D-deficiëntie of die een risico lopen op vitamine D-deficiëntie, bij voorkeur in combinatie met calcium
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De dosering dient individueel te worden bepaald door de behandelend arts, afhankelijk van de hoeveelheid benodigde vitamine D-supplementatie.
Preventie van vitamine D-deficiëntie bij volwassenen en adolescenten met een vastgesteld risico
Eén capsule 25.000 IE/maand.
Initiële behandeling van klinisch relevante vitamine D-deficiëntie serumspiegel <25 nmol/l (<10 zachte capsules
ng/ml) bij volwassenen en adolescenten
Een cumulatieve dosis van 100.000 IE in één keer in de eerste maand (4 x 25.000 IE).
Na de eerste maand dient een lagere onderhoudsdosis te worden overwogen, afhankelijk van de gewenste serumspiegels van 25-hydroxycholecalciferol (25(OH)D), de ernst van de ziekte en de respons van de patiënt op de behandeling.
Als alternatief kunnen de nationale doseringsaanbevelingen voor profylaxe en behandeling van vitamine D-deficiëntie worden gevolgd.
Als adjuvans bij specifieke osteoporosebehandeling bij patiënten met vitamine D-deficiëntie of die een risico lopen op vitamine D-deficiëntie
25.000 IE/maand.
Leverinsufficiëntie
Er is geen aanpassing van de dosering nodig.
Nierinsufficiëntie
Cholecalciferol mag niet worden gebruikt bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie.
Pediatrische patiënten
Cholecalciferol Teva wordt niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen jonger dan 12 jaar.
Wijze van toediening
De capsule dient in zijn geheel te worden ingeslikt met water.
Patiënten moet worden geadviseerd om Cholecalciferol Teva bij voorkeur bij een maaltijd in te nemen.
4.3 Contra-indicaties
- overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- hypercalciëmie en/of hypercalciurie
- nefrolithiase
- nefrocalcinose
- ernstige nierinsufficiëntie
Dit geneesmiddel bevat sporen van lecithine uit soja, die sojaolie kan bevatten. Dit geneesmiddel mag niet gebruikt worden door patiënten die overgevoelig zijn voor pinda’s en soja.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Sarcoïdose
Cholecalciferol moet met voorzichtigheid voorgeschreven worden bij patiënten die lijden aan sarcoïdose, in verband met het risico op een verhoogde omzetting van vitamine D naar zijn actieve zachte capsules
metaboliet. Calciumwaarden van serum en urine dienen bij deze patiënten te worden gecontroleerd.
Monitoring van calcium
Tijdens een langdurige behandeling met cholecalciferol moet het calciumgehalte in het serum en de urine gevolgd worden en moet de nierfunctie gecontroleerd worden door metingen van de serumcreatininespiegels. Deze controles zijn extra belangrijk bij oudere patiënten bij gelijktijdige behandeling met hartglycosiden of diuretica en bij patiënten met een sterke neiging tot tandsteenvorming. In geval van hypercalciurie (overschrijding van 300 mg (7,5 mmol)/24 uur) moet de behandeling worden stopgezet. In geval van tekenen van een verminderde nierfunctie moet de dosis worden verlaagd of de behandeling worden onderbroken.
Nierinsufficiëntie
Cholecalciferol moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met nierinsufficiëntie en het effect op de calcium-en fosfaatspiegels moet worden gecontroleerd. Er moet rekening worden gehouden met het risico op verkalking van de weke delen. Bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie wordt vitamine D in de vorm van cholecalciferol niet normaal gemetaboliseerd en moeten andere vormen van vitamine D worden gebruikt.
Andere vitamine D-inname
Wanneer andere geneesmiddelen worden voorgeschreven die vitamine D bevatten, moet rekening gehouden worden met de dosis vitamine D in Cholecalciferol Teva. Toediening van extra doses vitamine D mag uitsluitend onder medisch toezicht plaatsvinden. In dergelijke gevallen moet het calciumgehalte in het serum en de urine regelmatig worden gecontroleerd.
Lecithine uit soja
Dit geneesmiddel bevat sporen van lecithine uit soja, die sojaolie kan bevatten. Dit geneesmiddel mag niet gebruikt worden door patiënten die overgevoelig zijn voor pinda’s en soja.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Digitalis
Overmatige dosering van vitamine D kan hypercalciëmie veroorzaken, wat het risico op toxiciteit van digitalis en ernstige aritmieën kan verhogen vanwege de additieve inotrope effecten. Het elektrocardiogram (ECG) en de serumcalciumspiegels van patiënten moeten nauwlettend worden gecontroleerd.
Geneesmiddelen die het effect van vitamine D versterken
Thiazidediuretica
Thiazidediuretica verminderen de calciumexcretie via de urine. Vanwege het verhoogde risico op hypercalciëmie moet het serumcalcium regelmatig worden gecontroleerd tijdens gelijktijdig gebruik van thiazidediuretica.
zachte capsules
Geneesmiddelen die het effect van vitamine D verminderen
Fenytoïne of barbituraten
Gelijktijdig gebruik van fenytoïne of barbituraten kan het effect van vitamine D verminderen omdat het metabolisme toeneemt.
Glucocorticoïden
Glucocorticoïde steroïden kunnen het vitamine D-metabolisme en de eliminatie verhogen. Bij gelijktijdig gebruik kan het nodig zijn om de dosis cholecalciferol te verhogen.
Harsen en laxantia
Gelijktijdige behandeling met ion-uitwisselende harsen zoals cholestyramine of laxantia zoals paraffineolie kan de gastro-intestinale absorptie van vitamine D verminderen.
Actinomycine en imidazolen
Het cytotoxische middel actinomycine en imidazool-antimycotica interfereren met de vitamine D-activiteit doordat zij de omzetting van 25-hydroxyvitamine D in 1,25-dihydroxyvitamine D door het nierenzym 25-hydroxyvitamine D-1-hydroxylase remmen.
Rifampicine
Rifampicine kan de werkzaamheid van cholecalciferol verminderen door inductie van leverenzymen.
Isoniazide
Isoniazide kan de werkzaamheid van cholecalciferol verminderen door remming van de metabole activering van cholecalciferol.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens beschikbaar over het gebruik van cholecalciferol bij zwangere vrouwen. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken bij hoge doses. Vitamine D-deficiëntie is schadelijk voor moeder en kind. Hoge doses vitamine D hebben in dierproeven teratogene effecten laten zien (zie rubriek 5.3).
Overdosering van vitamine D moet echter vermeden worden tijdens de zwangerschap, aangezien verlengde hypercalciëmie kan leiden tot fysieke en psychische retardatie, supravalvulaire aortastenose en retinopathie van het kind.
Bij patiënten met vitamine D-deficiëntie is de aanbevolen dosis afhankelijk van de nationale richtlijnen; de maximale aanbevolen dosis tijdens zwangerschap is echter 4.000 IE vitamine D3/dag. Cholecalciferol Teva wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap.
Borstvoeding
zachte capsules
Vitamine D3 en zijn metabolieten worden uitgescheiden in de moedermelk. Er zijn geen bijwerkingen waargenomen bij zuigelingen. Cholecalciferol Teva kan in geval van vitamine D-deficiëntie in de aanbevolen doseringen worden gebruikt tijdens de periode waarin borstvoeding wordt gegeven. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij de toediening van extra vitamine D aan het kind.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van cholecalciferol op de vruchtbaarheid. Naar verwachting hebben normale endogene vitamine D-spiegels geen negatief effect op de vruchtbaarheid.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen gegevens beschikbaar over de effecten van cholecalciferol op de rijvaardigheid. Een effect op deze vaardigheid is echter onwaarschijnlijk.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingenfrequenties zijn als volgt gedefinieerd:
Soms (≥1/1.000, <1/100)
Zelden (≥1/10.000, <1/1.000)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem of larynxoedeem
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Soms: hypercalciëmie en hypercalciurie
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zelden: pruritus, huiduitslag en urticaria
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Overdosering kan leiden tot hypervitaminose D. Een overmaat aan vitamine D veroorzaakt abnormaal hoge calciumspiegels in het bloed wat uiteindelijk ernstige schade kan toebrengen aan de zachte weefsels en de nieren. De aanvaardbare bovengrens voor vitamine D3 (cholecalciferol) is vastgesteld op 4.000 IE (100 μg) per dag. Vitamine D3 moet niet worden verward met zijn actieve metabolieten.
zachte capsules
De symptomen van hypercalciëmie kunnen zijn: anorexie, dorst, misselijkheid, braken, constipatie, buikpijn, spierzwakte, vermoeidheid, mentale stoornissen, polydipsie, polyurie, botpijn, nefrocalcinose, nierstenen en, in ernstige gevallen, hartritmestoornissen. Extreme hypercalciëmie kan leiden tot coma en overlijden.
Aanhoudende hoge calciumspiegels kunnen leiden tot onomkeerbare nierschade en verkalking van de weke delen.
Behandeling van hypercalciëmie: de behandeling met vitamine D moet worden stopgezet. Behandeling met thiazidediuretica, lithium, vitamine A en hartglycosiden moet ook worden gestaakt. Rehydratie en, afhankelijk van de ernst, geïsoleerde of gecombineerde behandeling met lisdiuretica, bisfosfonaten, calcitonine en corticosteroïden moeten worden overwogen. Serumelektrolyten, nierfunctie en diurese moeten worden gecontroleerd. In ernstige gevallen moeten het ECG en de centraal veneuze druk worden opgevolgd.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: vitamine D en analogen, cholecalciferol, ATC-code: A11CC05
Vitamine D verhoogt de intestinale calciumabsorptie, het verhoogt de renale calciumreabsorptie en botvorming en het verlaagt de parathyroïdhormoon (PTH) niveaus. Vitamine D-receptoren worden niet alleen in het skelet gevonden, maar ook in veel andere weefsels; daarom heeft vitamine D een divers effect in verschillende fysiologische processen. Met betrekking tot cellulaire biologische effecten zijn onderzoeksgegevens beschikbaar over de autocriene/paracriene totstandkoming van groei en controle op differentiatie van hematopoëtische en immuuncellen, huid-, skelet- en gladde spiercellen en in de cellen van de hersenen, lever en bepaalde endocriene organen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Vitamine D wordt gemakkelijk geabsorbeerd in de dunne darm.
Distributie en biotransformatie
Cholecalciferol en zijn metabolieten circuleren in het bloed, gebonden aan een specifiek globuline. Cholecalciferol wordt in de lever door hydroxylering omgezet tot 25-hydroxycholecalciferol. Dit wordt dan verder in de nieren omgezet tot 1,25-dihydroxycholecalciferol. 1,25-dihydroxycholecalciferol is de actieve metaboliet die verantwoordelijk is voor de verhoogde calciumabsorptie. Vitamine D die niet gemetaboliseerd wordt, wordt opgeslagen in het vet- en spierweefsel.
Na een enkelvoudige orale dosis van 100.000 IE cholecalciferol worden de maximale serumconcentraties van de primaire opslagvorm bereikt na ongeveer 7 dagen. 25(OH)D3 wordt zachte capsules
vervolgens langzaam geëlimineerd met een schijnbare halfwaardetijd in serum van circa 50 dagen.
Eliminatie
Vitamine D en zijn metabolieten worden hoofdzakelijk uitgescheiden met de gal en de faeces, en een klein percentage met de urine.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
In doses die veel hoger lagen dan de therapeutische doses bij de mens, werd teratogeniciteit waargenomen in dierstudies. Er zijn geen andere relevante gegevens beschikbaar voor de veiligheidsbeoordeling dan de gegevens die elders in de Samenvatting van de productkenmerken zijn genoemd (zie rubrieken 4.6 en 4.9).
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Capsule inhoud
Middellangeketentriglyceriden
all-rac-alfa-tocoferol (E307)
Capsuleomhulsel
Gelatine (E441)
Glycerol (E422)
Titaandioxide (E171)
Geel ijzeroxide (E172)
Gezuiverd water
Sporen van middellangeketentriglyceriden, lecithine/fosfatidylcholine (uit sojaboon), caprylzuur/caprinezuur, ethanol, glyceride (uit zonnebloemolie), oliezuur, ascorbylpalmitaat en tocoferol
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht.
zachte capsules
6.5 Aard en inhoud van de verpakking en andere instructies
PVC/PVdC-Aluminium blisterverpakkingen à 1, 2, 3, 4, 6 en 12 zachte capsules en eenheidsafleververpakkingen à 3x1, 4x1, 6x1, en 12x1 zachte capsules.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Teva B.V.
Swensweg 5
2031 GA Haarlem
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 126804
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 26 oktober 2021
Datum van laatste verlenging: 27 september 2026
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 9: 12 maart 2026
0326.6v.AV
