SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Vitamine D3 Teva
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Vitamine D3 Teva 5600 IE, zachte capsules
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke zachte capsule bevat 0,14 mg cholecalciferol, overeenkomend met 5.600 IE vitamine D3 (overeenkomend met een dagelijkse dosis van 800 IE).
Hulpstof met bekend effect
De capsules kunnen sporen van sojalecithine bevatten (kan sojaolie bevatten).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Roodbruine, ondoorzichtige, ovaalvormige, zachte capsule gevuld met een heldere, lichtgele, olieachtige vloeistof. Afmeting: lengte: ongeveer 8-9 mm, breedte: ongeveer 6-7 mm.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Profylaxe van vitamine D-deficiëntie bij volwassenen met een vastgesteld risico, inclusief patiënten met osteoporose als adjuvans bij specifieke osteoporosetherapie.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Aanbevolen dosering: één capsule per week.
Hogere doses kunnen nodig zijn om de gewenste serumspiegels van 25-hydroxycholecalciferol (25(OH)D) te bereiken. Een hogere dosis dient echter individueel te worden bepaald door een behandelend arts, afhankelijk van de mate van noodzakelijke vitamine D3-suppletie.
Dosering bij leverinsufficiëntie
Er is geen aanpassing van de dosering nodig.
Dosering bij nierinsufficiëntie
Vitamine D3 Teva 5600 IE mag niet worden gebruikt bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie.
Pediatrische patiënten
Vitamine D3 Teva 5600 IE wordt niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 18 jaar.
Wijze van toediening
De capsules dienen in hun geheel te worden ingeslikt met water. Vitamine D3 Teva 5600 IE kan met of zonder voedsel worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Ziekten en/of aandoeningen die leiden tot hypercalciëmie of hypercalciurie.
- Nefrolithiase.
- Nefrocalcinose.
- Hypervitaminose D.
- Ernstige nierinsufficiëntie.
Dit geneesmiddel bevat sporen van lecithine uit soja, die sojaolie kan bevatten. Dit geneesmiddel mag niet gebruikt worden door patiënten die overgevoelig zijn voor pinda’s of soja.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Monitoring
Het monitoren van de serumcalciumspiegels en de nierfunctie door middel van metingen van serumcreatinine is belangrijk bij oudere patiënten die gelijktijdig worden behandeld met hartglycosiden of diuretica (zie rubriek 4.5) en bij patiënten met een sterke neiging tot tandsteenvorming of geïmmobiliseerde patiënten.
Tijdens de behandeling moeten de juiste calciumspiegels en een adequate calciuminname, bij voorkeur via de voeding, verzekerd worden.
Sarcoïdose
Cholecalciferol moet met voorzichtigheid voorgeschreven worden bij patiënten die lijden aan sarcoïdose, in verband met het risico op een verhoogde omzetting van vitamine D naar zijn actieve metaboliet. Cholecalciferol mag alleen worden gebruikt onder medisch toezicht. Calciumwaarden van serum en urine dienen bij deze patiënten te worden gecontroleerd.
Nierinsufficiëntie
Cholecalciferol moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met lichte tot matige nierinsufficiëntie en het effect op de calcium-en fosfaatspiegels moet worden gecontroleerd. Er moet rekening worden gehouden met het risico op verkalking van de weke delen. Vitamine D3 mag niet worden gebruikt bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (zie rubriek 4.3) omdat vitamine D3 niet normaal wordt gemetaboliseerd.
Andere vitamine D3-bevattende producten
Wanneer andere geneesmiddelen worden voorgeschreven die vitamine D bevatten, moet rekening gehouden worden met de dosis vitamine D (5.600 IE) in dit geneesmiddel. Toediening van extra doses vitamine D mag uitsluitend onder medisch toezicht plaatsvinden.
Pseudohypoparathyreoïdie
Cholecalciferol wordt niet aanbevolen als pseudohypoparathyreoïdie aanwezig is (de behoefte aan vitamine D kan verminderd zijn door de soms normale gevoeligheid voor vitamine D3, met een risico op langdurige overdosering). In dergelijke gevallen zijn beter beheersbare vitamine D3-derivaten beschikbaar.
Lecithine uit soja
Dit geneesmiddel bevat sporen van lecithine uit soja, die sojaolie kan bevatten. Dit geneesmiddel mag niet gebruikt worden door patiënten die overgevoelig zijn voor pinda’s of soja.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Gelijktijdig gebruik van calciumbevattende producten, toegediend in grote doses, kan het risico op hypercalciëmie verhogen.
Digitalis en andere hartglycosiden
Het effect van digitalis en andere hartglycosiden kan worden versterkt door de orale toediening van calcium in combinatie met vitamine D3. Strikt medisch toezicht is nodig en, indien nodig, monitoring van elektrocardiogram en calcium.
Geneesmiddelen die het effect van vitamine D versterken
Thiazidediuretica
Thiazidediuretica verminderen de calciumexcretie via de urine. Vanwege het verhoogde risico op hypercalciëmie moet het serumcalcium regelmatig worden gecontroleerd tijdens gelijktijdig gebruik van thiazidediuretica.
Geneesmiddelen die het effect van vitamine D verminderen
Fenytoïne of barbituraten
Gelijktijdig gebruik van fenytoïne of barbituraten kan het effect van vitamine D verminderen omdat het metabolisme toeneemt.
Glucocorticoïden
Glucocorticoïde steroïden kunnen het vitamine D-metabolisme en de eliminatie verhogen. Bij gelijktijdig gebruik kan het nodig zijn om de dosis cholecalciferol te verhogen.
Harsen en laxantia
Gelijktijdige behandeling met ion-uitwisselende harsen zoals colestyramine of laxantia zoals paraffineolie kan de gastro-intestinale absorptie van vitamine D verminderen. Orlistat kan mogelijk de absorptie van cholecalciferol belemmeren, aangezien het in vet oplosbaar is.
Actinomycine en imidazolen
Het cytotoxische middel actinomycine en imidazool-antimycotica interfereren met de vitamine D-activiteit doordat zij de omzetting van 25-hydroxyvitamine D in 1,25-dihydroxyvitamine D door het nierenzym 25-hydroxyvitamine D-1-hydroxylase remmen.
Rifampicine
Rifampicine kan de werkzaamheid van cholecalciferol verminderen door inductie van leverenzymen.
Isoniazide
Isoniazide kan de werkzaamheid van cholecalciferol verminderen door remming van de metabole activering van cholecalciferol.
Magnesium
Producten die magnesium bevatten (zoals antacida) mogen niet worden ingenomen tijdens langdurige behandeling met hoge doses vitamine D3 vanwege het risico op hypermagnesiëmie.
Fosfor
Producten die fosfor bevatten en die in grote doses worden gebruikt, kunnen het risico op hyperfosfatemie verhogen als ze gelijktijdig worden gegeven.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Tijdens de zwangerschap en borstvoeding wordt dit hooggedoseerde product niet aanbevolen en moet een lager gedoseerd product worden gebruikt. Tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding is een adequate inname van vitamine D noodzakelijk.
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens beschikbaar over het gebruik van cholecalciferol bij zwangere vrouwen. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken bij hoge doses (zie rubriek 5.3).
Vitamine D-deficiëntie is schadelijk voor moeder en kind.
Overdosering van vitamine D moet echter vermeden worden tijdens de zwangerschap, aangezien verlengde hypercalciëmie kan leiden tot fysieke en psychische retardatie, supravalvulaire aortastenose en retinopathie van het kind.
Bij patiënten met vitamine D-deficiëntie is de aanbevolen dosis afhankelijk van de nationale richtlijnen; de maximale aanbevolen dosis tijdens zwangerschap is echter 4.000 IE vitamine D3/dag (100 μg cholecalciferol).
Vitamine D3 Teva 5600 IE wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap.
Borstvoeding
Vitamine D3 en zijn metabolieten gaan over in de moedermelk. Hoge doses vitamine D mogen niet worden gebruikt tijdens het geven van borstvoeding. Als behandeling met vitamine D klinisch geïndiceerd is tijdens het geven van borstvoeding, moet hiermee rekening worden gehouden bij het geven van extra vitamine D aan het kind.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens beschikbaar over het effect van hoge doses vitamine D op de vruchtbaarheid. Naar verwachting hebben normale endogene vitamine D-spiegels geen negatief effect op de vruchtbaarheid.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Vitamine D3 Teva 5600 IE heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingenfrequenties zijn als volgt gedefinieerd:
Soms (≥1/1.000, <1/100)
Zelden (≥1/10.000, <1/1.000)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem of larynxoedeem.
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Soms: hypercalciëmie en hypercalciurie.
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zelden: pruritus, huiduitslag en urticaria.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Overdosering kan leiden tot hypervitaminose D. Een overmaat aan vitamine D veroorzaakt abnormaal hoge calciumspiegels in het bloed wat uiteindelijk ernstige schade kan toebrengen aan de zachte weefsels en de nieren.
De symptomen van hypercalciëmie kunnen zijn: anorexie, dorst, misselijkheid, braken, constipatie, buikpijn, spierzwakte, vermoeidheid, mentale stoornissen, polydipsie, polyurie, botpijn, nefrocalcinose, nierstenen en, in ernstige gevallen, hartritmestoornissen. Extreme hypercalciëmie kan leiden tot coma en overlijden.
Behandeling van hypercalciëmie: de behandeling met vitamine D moet worden stopgezet. Behandeling met thiazidediuretica, lithium, vitamine A en hartglycosiden moet ook worden gestaakt. Rehydratie en, afhankelijk van de ernst, geïsoleerde of gecombineerde behandeling met lisdiuretica, bisfosfonaten, calcitonine en corticosteroïden moeten worden overwogen. Serumelektrolyten, nierfunctie en diurese moeten worden gecontroleerd. In ernstige gevallen moeten het ECG en de centraal veneuze druk worden opgevolgd. Afhankelijk van de mate van hypercalciëmie en de toestand van de patiënt, bijv. in geval van oligoanurie, kan hemodialyse (calciumvrij dialysaat) nodig zijn.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: vitamine D en analogen, cholecalciferol, ATC-code: A11CC05.
Cholecalciferol (vitamine D3) wordt in de huid gevormd bij blootstelling aan UVB-licht en omgezet in zijn biologisch actieve vorm. Vitamine D3 verhoogt de opname van calcium en fosfaat in de darm. Toediening van vitamine D3 gaat de toename van het parathyroïdhormoon (PTH) tegen die wordt veroorzaakt door calciumtekort en die een verhoogde botresorptie veroorzaakt.
Naast bot en darmslijmvlies hebben veel andere weefsels vitamine D-receptoren, waaraan de actieve hormonale vorm van vitamine D, calcitriol, zich bindt.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Vitamine D wordt gemakkelijk geabsorbeerd in de dunne darm. Voedselinname verhoogt mogelijk de absorptie van vitamine D.
Distributie en biotransformatie
Cholecalciferol en zijn metabolieten circuleren in het bloed, gebonden aan een specifiek globuline. Cholecalciferol wordt in de lever door hydroxylering omgezet tot 25-hydroxycholecalciferol. Dit wordt dan verder in de nieren omgezet tot 1,25-dihydroxycholecalciferol. 1,25-dihydroxycholecalciferol is de actieve metaboliet die verantwoordelijk is voor de verhoogde calciumabsorptie. Vitamine D die niet gemetaboliseerd wordt, wordt opgeslagen in het vet- en spierweefsel.
Na een enkelvoudige orale dosis cholecalciferol worden de maximale serumconcentraties van de primaire opslagvorm bereikt na ongeveer 7 dagen. 25(OH)D3 wordt vervolgens langzaam geëlimineerd met een schijnbare halfwaardetijd in serum van circa 50 dagen. Cholecalciferol en zijn metabolieten worden hoofdzakelijk uitgescheiden met de gal en de feces.
Eliminatie
Vitamine D wordt hoofdzakelijk uitgescheiden met de gal en de feces, en een klein percentage met de urine.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Effecten in niet-klinische toxiciteitsonderzoeken met enkelvoudige en herhaalde doses zijn alleen waargenomen bij blootstelling aan hoge doses. In doses die veel hoger lagen dan de therapeutische doses bij de mens, werd teratogeniciteit waargenomen in dierstudies. Normale endogene cholecalciferolconcentraties hebben geen potentiële mutagene activiteit (negatief in de Ames-test) en geen carcinogene activiteit. Er is verder geen informatie die relevant is voor de veiligheidsbeoordeling in aanvulling op wat in andere delen van de Samenvatting van de productkenmerken staat vermeld (zie rubrieken 4.6 en 4.9).
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Capsule inhoud
Middellangeketentriglyceriden
all-rac-alfa-tocoferol (E307)
Capsuleomhulsel
Gelatine
Glycerol (E422)
Geel ijzeroxide (E172)
Rood ijzeroxide (E172)
Gezuiverd water
Sporen van fosfatidylcholine (uit sojaboon), caprylzuur/caprinezuur, ethanol, glyceride (uit zonnebloemolie), oliezuur, ascorbylpalmitaat en alfa-tocoferol
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C. Bewaren in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen vocht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking en andere instructies
PVC/PVdC-Aluminium blisterverpakkingen à 4 en 12 zachte capsules en eenheidsafleververpakkingen (EAV) à 4x1 en 12x1 zachte capsules.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Teva B.V.
Swensweg 5
2031 GA Haarlem
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 130096
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 24 april 2024
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
0823.1v.LD
