SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Cetirizine diHCl Viatris
1 NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Cetirizine diHCl Viatris 10 mg, filmomhulde tabletten
2 KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke filmomhulde tablet bevat 10 mg cetirizinedihydrochloride.
Hulpstof met bekend effect
Elke filmomhulde tablet bevat 74,3 mg lactosemonohydraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3 FARMACEUTISCHE VORM
Filmomhulde tablet.
Witte, capsulevormige, filmomhulde tablet met deelstreep en de inscriptie ‘CZ’ en ‘10’ aan de ene zijde en de inscriptie ‘G’ aan de andere zijde.
De tablet kan worden gedeeld in gelijke doses.
4 KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Bij volwassenen en kinderen van 6 jaar en ouder is cetirizine geïndiceerd:
- ter verlichting van neusklachten en oogklachten bij seizoengebonden en niet-seizoengebonden allergische rhinitis;
- ter verlichting van chronische idiopathische urticaria.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Kinderen van 6 tot 12 jaar: tweemaal daags 5 mg (tweemaal daags ½ tablet).
Volwassenen en adolescenten van 12 jaar en ouder: éénmaal daags 10 mg (éénmaal daags 1 tablet).
Ouderen
Gegevens wijzen er niet op dat bij oudere patiënten met een normale nierfunctie de dosis moet worden aangepast.
Pediatrische patiënten
Het gebruik van de filmomhulde tablet wordt niet aanbevolen voor kinderen jonger dan 6 jaar omdat met deze tablet een aangepaste dosering niet mogelijk is.
Nierfunctiestoornis
Er zijn geen gegevens die de verhouding werkzaamheid/veiligheid bij patiënten met een nierfunctiestoornis documenteren. Omdat cetirizine voornamelijk via de nieren wordt uitgescheiden (zie rubriek 5.2), moet in de gevallen waar geen alternatieve behandeling kan worden gebruikt de doseringsintervallen geindividualiseerd worden overeenkomstig de nierfunctie. Voor het aanpassen van de dosis wordt verwezen naar onderstaande tabel.
Dosisaanpassing bij volwassen patiënten met een nierfunctiestoornis:
| Groep | Geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (eGFR) (ml/min) | Dosering en frequentie |
| Normale nierfunctie | ≥ 90 | 10 mg eenmaal per dag |
Licht verminderde nierfunctie | 60 - < 90 | 10 mg eenmaal per dag |
Matig verminderde nierfunctie | 30 – < 60 | 5 mg eenmaal per dag |
Ernstig verminderde nierfunctie | 15 - <30 zonder dialyse | 5 mg eenmaal per 2 dagen |
Eindstadium nierinsufficiëntie | <15 | gecontra-indiceerd |
Kinderen met een nierfunctiestoornis: op individuele basis dient de dosis te worden aangepast, waarbij rekening moet worden gehouden met de renale klaring.
Leverinsufficiëntie: bij patiënten met uitsluitend een leverfunctiestoornis is geen aanpassing van de dosis nodig.
Leverinsufficiëntie en nierinsufficiëntie: aanpassing van de dosis wordt aanbevolen (zie: "nierfunctiestoornis" boven).
Wijze van toediening
De tabletten dienen te worden doorgeslikt met een hoeveelheid vloeistof.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of één van in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen in dit middel, voor hydroxyzine of voor andere piperazine afgeleiden.
Patiënten met eindstadium nierfalen met een eGFR (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid) onder 15 ml/min.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij therapeutische doseringen zijn geen klinisch significante interacties aangetoond met alcohol (bij een alcohol bloedspiegel van 0,5 g/l). Desalniettemin is voorzichtigheid geboden bij het gelijktijdig gebruik van alcohol.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met epilepsie en bij patiënten met een risico op convulsies.
Een allergie huidtest wordt geremd door antihistaminica en een wash-out periode (van 3 dagen) is nodig voordat ze kunnen worden uitgevoerd.
Pruritus en/of urticaria kunnen optreden na stopzetting van de behandeling met cetirizine, zelfs als deze symptomen niet aanwezig waren vóór de start van de behandeling. In sommige gevallen, kunnen de symptomen ernstig zijn en moet de behandeling opnieuw gestart worden. Wanneer de behandeling opniew gestart is, zouden de symptomen moeten verdwijnen.
Pediatrische patiënten
Het gebruik van de filmomhulde tablet wordt niet aanbevolen bij kinderen jonger dan 6 jaar, omdat met deze farmaceutische vorm een geschikte aanpassing van de dosering niet mogelijk is. Het wordt aanbevolen om een vorm van cetirizine te gebruiken die geschikt is voor kinderen.
Dit medicijn bevat lactose
Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, totale lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie dienen dit medicijn niet te gebruiken.
4.5 Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Vanwege het farmacokinetische, farmacodynamische en tolerantie profiel van cetirizine zijn met dit antihistaminicum geen interacties te verwachten. In onderzoeken naar interacties met andere geneesmiddelen, voornamelijk uitgevoerd met pseudo-efedrine of theofylline (400 mg/dag), werd noch melding gemaakt van farmacodynamische noch van significante farmacokinetische interacties.
De mate van absorptie van cetirizine wordt niet verminderd door voedsel, alhoewel de snelheid van absorptie is afgenomen.
Bij gevoelige patiënten kan het gelijktijdige gebruik van alcohol of andere onderdrukkers van het centrale zenuwstelsel leiden tot een bijkomende vermindering van de alertheid en het functioneren, hoewel cetirizine het effect van alcohol niet versterkt (bloedspiegels van 0,5 g/l).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap:
Voor cetirizine prospectief verzamelde gegevens over zwangerschapsuitkomsten suggereren geen potentiële toxiciteit voor de moeder, foetus of het embryo boven de achtergrondniveaus.
Dieronderzoek duidt niet op directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot de zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, bevalling of postnatale ontwikkeling. Bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen dient voorzichtigheid in acht te worden genomen.
Borstvoeding:
Cetirizine wordt uitgescheiden in de moedermelk. Een risico op bijwerkingen bij met moedermelk gevoede pasgeborenen kan niet worden uitgesloten. Cetirizine wordt uitgescheiden in de moedermelk in concentraties die 25% tot 90% zijn van de concentraties die worden gemeten in plasma, afhankelijk van het tijdstip van monstername na inname. Daarom dient voorzichtigheid in acht te worden genomen bij het voorschrijven van cetirizine aan vrouwen die borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Er is een beperkte hoeveelheid gegevens beschikbaar over de vruchtbaarheid bij de mens, maar er is geen veiligheidsprobleem geïdentificeerd. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op een veiligheidsprobleem voor de voortplanting bij de mens.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Uit objectieve bepalingen van de rijvaardigheid, de slaaplatentie en de uitvoering van lopende band werkzaamheden is niet gebleken dat, bij de aanbevolen dosis van 10 mg, sprake is van klinisch relevante effecten.
Patiënten die van plan zijn te gaan rijden of die slaperigheid ervaren, mogelijk gevaarlijke activiteiten te gaan ondernemen of machines te gaan bedienen dienen de aanbevolen dosis niet te overschrijden en dienen rekening te houden met hun reactie op het gebruik van dit geneesmiddel.
Bij daarvoor gevoelige patiënten kan het gelijktijdige gebruik van alcohol of andere onderdrukkers van het centrale zenuwstelsel leiden tot een verminderde alertheid en een verminderd functioneren.
4.8 Bijwerkingen
Uit klinische onderzoeken is gebleken dat cetirizine in de aanbevolen dosering lichte bijwerkingen heeft op het centrale zenuwstelsel, waaronder slaperigheid, vermoeidheid, duizeligheid en hoofdpijn.
In sommige gevallen is melding gemaakt van paradoxale stimulatie van het centrale zenuwstelsel.
Alhoewel cetirizine een selectieve perifere H1-receptor antagonist is en relatief vrij van anticholinerge activiteit, werd incidenteel melding gemaakt van moeilijkheden bij het urineren, visusstoornissen en droge mond.
Gevallen van een verminderde leverfunctie met verhoogde leverenzymen en vergezeld van een verhoogd bilirubine zijn gerapporteerd. Meestal verdwijnt dit vanzelf bij het staken van de behandeling met cetirizine dihydrochloride.
- a) Klinische onderzoeken.
Dubbelblinde, gecontroleerde klinische of farmacoklinische onderzoeken, waarin cetirizine, in de aanbevolen dosering (éénmaal daags 10 mg cetirizine), werd vergeleken met placebo of andere antihistaminica en waarvan de gekwantificeerde veiligheidsgegevens beschikbaar zijn, omvatten meer dan 3.200 proefpersonen, die werden blootgesteld aan cetirizine.
Uit het geheel aan gegevens werden onder cetirizine 10 mg in placebogecontroleerde onderzoeken de volgende bijwerkingen gemeld met een frequentie van 1% of meer:
| Bijwerkingen (MedDRA klassen van orgaansystemen) | Cetirizine 10 mg (n= 3260) | Placebo (n = 3061) |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen vermoeidheid | 1,63 % | 0,95 % |
Zenuwstelselaandoeningen: duizeligheid hoofdpijn | 1,10 % 7,42 % | 0,98 % 8,07 % |
Maagdarmstelselaandoeningen: buikpijn droge mond misselijkheid | 0,98 % 2,09 % 1,07 % | 1,08 % 0,82 % 1,14 % |
Psychische stoornissen: slaperigheid | 9,63 % | 5,0 % |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen faryngitis | 1,29 % | 1,34 % |
Alhoewel statistisch vaker voorkomend dan bij placebo was in het merendeel van de gevallen slaperigheid licht tot matig van aard. Zoals is gebleken uit andere onderzoeken hebben objectieve testen aangetoond dat, in de aanbevolen dagelijkse dosering bij gezonde jonge vrijwilligers, de gebruikelijke dagelijkse activiteiten niet werden beïnvloed.
Pediatrische patiënten
In placebogecontroleerde klinische of farmacoklinische onderzoeken bij kinderen in de leeftijd van 6
maanden tot 12 jaar werden de volgende bijwerkingen gemeld met een frequentie van
1% of meer:
| Bijwerkingen (WHO-ART) | Cetirizine (n=1656) | Placebo (n =1294) |
Maagdarmstelselaandoeningen: diarree | 1,0 % | 0,6 % |
Psychische stoornissen: slaperigheid | 1,8 % | 1,4 % |
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen rhinitis | 1,4 % | 1,1 % |
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen vermoeidheid | 1,0 % | 0,3 % |
- b) Post-marketing ervaring.
Naast de hierboven genoemde bijwerkingen en de bijwerkingen die werden gemeld tijdens klinische onderzoeken werd incidenteel spontaan melding gemaakt van de volgende bijwerkingen.
Bijwerkingen zijn gerangschikt volgens het MedDRA systeemorgaanklasse en de frequentie wordt geschat op basis van post-marketing ervaring.
De frequenties zijn als volgt ingedeeld: zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100 tot <1/10);
soms (≥1/1.000 tot <1/100); zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000);
niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Bloed- en lymfestelselaandoeningen:
zeer zelden: trombocytopenie
Immuunsysteemaandoeningen:
zelden: hypersensitiviteit
zeer zelden: anafylactische shock
Voedings- en stofwisselingsstoornissen:
onbekend: toegenomen eetlust
Psychische stoornissen:
soms: agitatie
zelden: agressie, verwardheid, depressie, hallucinatie, slapeloosheid zeer zelden: tik
onbekend: zelfmoordgedachten, nachtmerrie
Zenuwstelselaandoeningen:
soms: paresthesie
zelden: convulsie
zeer zelden: dysgeusie, syncope, tremor, dystonie, dyskinesie niet bekend: geheugenverlies, geheugenstoornis
Oogaandoeningen:
zeer zelden: accommodatie stoornissen, wazig zien, oculogyrische crisis
Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen:
onbekend: vertigo
Hartaandoeningen:
zelden: tachycardie
Maagdarmstelselaandoeningen:
soms: diarree
Lever- en galaandoeningen:
zelden: afwijkende leverfunctie (stijging transaminases, alkaline fosfatase, γ-GT en
bilirubine)
niet bekend: hepatitis
Huid- en onderhuidaandoeningen:
soms: pruritus, huiduitslag
zelden: urticaria
zeer zelden: angioneurotisch oedeem, fixed drug eruption
niet bekend: acuut gegeneraliseerd pustuleus exantheem
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen:
niet bekend: artralgie, myalgie
Nier- en urinewegaandoeningen:
zeer zelden: dysurie, enuresis
onbekend: urine-retentie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
soms: asthenie, malaise
zelden: oedeem
Onderzoeken:
zelden: gewichtstoename
Omschrijving van bijzondere bijwerkingen
Na stopzetting van de behandeling met cetirizine werden pruritus (ernstige jeuk) en/of urticaria gemeld.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands
Bijwerkingen Centrum Lareb (website: www.lareb.nl).
4.9 Overdosering
- a) Symptomen
Verschijnselen die na een overdosering met cetirizine werden waargenomen kunnen voornamelijk in verband worden gebracht met effecten op het centrale zenuwstelsel of met anticholinerge effecten. Bijwerkingen waarvan melding is gemaakt na inname van minimaal vijf keer de aanbevolen dagelijkse dosis zijn: verwardheid, diarree, duizeligheid, vermoeidheid, hoofdpijn, malaise, mydriasis, pruritus, rusteloosheid, sedatie, slaperigheid, stupor, tachycardie, tremor en urine retentie.
- b) Behandeling
Er bestaat geen specifiek antidotum voor cetirizine. In geval van overdosering wordt een symptomatische of ondersteunende behandeling aanbevolen. Kort na inname van het geneesmiddel kan een maagspoeling overwogen worden. Cetirizine wordt niet effectief verwijderd door hemodialyse.
5 FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen.
Farmacotherapeutische groep: Antihistaminica voor systemisch gebruik, piperazine derivaten, ATC code: R06A E07.
Werkingsmechanisme
Cetirizine, een humane metaboliet van hydroxyzine, is een krachtige en selectieve antagonist van de perifere H1-receptoren. Uit in-vitro receptor bindingsonderzoeken is niet gebleken dat er een meetbare affiniteit is voor andere receptoren dan H1-receptoren.
Farmacodynamische effecten
Aangetoond is dat cetirizine, naast een antihistaminerge werking, ook antiallergische eigenschappen bezit. In atopische proefpersonen die een allergeen provocatie ondergingen, werd bij een dosering van één- tot tweemaal daags 10 mg, de late fase van het aantrekken van eosinofielen in de huid en de
conjunctiva geremd.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Onderzoeken bij gezonde vrijwilligers hebben aangetoond dat cetirizine, bij doseringen van 5 en 10 mg, in sterke mate de wheal en flare reacties, geïnduceerd door zeer hoge histamineconcentraties in de huid, remt, maar de correlatie met effectiviteit is niet vastgesteld.
In een zes weken durend placebogecontroleerd onderzoek met 186 patiënten met allergische rhinitis en licht tot matig astma, verbeterde éénmaal daags 10 mg cetirizine de rhinitis verschijnselen en de longfunctie veranderde niet. Dit onderzoek ondersteunt de veiligheid van de toediening van cetirizine aan allergische patiënten met licht tot matig astma.
In een placebogecontroleerd onderzoek is gebleken dat cetirizine, bij een hoge dagelijkse dosis van 60 mg gedurende zeven dagen, geen statistisch significante verlenging van de
QT-interval veroorzaakte.
Aangetoond is dat cetirizine, in de aanbevolen dosering, de kwaliteit van leven van patiënten met seizoengebonden en niet-seizoengebonden allergische rhinitis verbetert.
Pediatrische patiënten
In een 35 dagen durend onderzoek bij kinderen van 5 tot 12 jaar werd geen tolerantie voor het antihistaminerge effect van cetirizine (onderdrukking van wheal en flare) gevonden. Wanneer een behandeling met cetirizine na herhaalde toediening wordt gestaakt, wordt binnen 3 dagen de normale huidreactiviteit voor histamine hersteld.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
De steady-state piekplasmaconcentratie bedraagt ongeveer 300 ng/ml en wordt binnen 1
± 0,5 uur bereikt. Bij humane vrijwilligers is de verdeling van de farmacokinetische parameters, zoals piekplasmaconcentratie (Cmax) en de oppervlakte onder de curve
(AUC), unimodaal.
Voedselinname vermindert de mate van absorptie van cetirizine niet, maar de absorptiesnelheid is afgenomen. Wanneer cetirizine wordt gegeven in een oplossing, als capsules of tabletten is de mate van biologische beschikbaarheid gelijk.
Distributie
Het schijnbare distributievolume bedraagt 0,5 l/kg. Cetirizine wordt voor 93 ± 0,3 % gebonden aan plasma eiwitten. Cetirizine beïnvloedt de eiwitbinding van warfarine niet.
Biotransformatie
Cetirizine ondergaat geen uitgebreid first-pass metabolisme.
Eliminatie
De terminale halfwaardetijd bedraagt ongeveer 10 uur en er werd voor cetirizine geen accumulatie waargenomen na dagelijkse doses van 10 mg gedurende 10 dagen.
Ongeveer twee derde van de dosis wordt onveranderd in de urine uitgescheiden.
Lineariteit/non-lineariteit
Bij doseringen variërend van 5 tot 60 mg vertoont cetirizine een lineaire kinetiek.
Andere speciale populaties.
Verminderde nierfunctie: vergeleken met normale vrijwilligers was de farmacokinetiek bij patiënten met een lichte nierfunctiestoornis (creatinineklaring meer dan 40 ml/min)
gelijk. Vergeleken met normale vrijwilligers was bij patiënten met een matig-ernstige nierfunctiestoornis sprake van een drievoudige stijging van de halfwaardetijd en een daling in de klaring met 70%.
Vergeleken met normale patiënten was bij patiënten die hemodialyse (creatinineklaring onder 7 ml/min) ondergingen en die een éénmalige orale dosis van 10 mg kregen toegediend, sprake van een drievoudige stijging van de halfwaardetijd en een daling in de klaring met 70%. Cetirizine wordt niet effectief verwijderd door hemodialyse. Bij patiënten met een matig-ernstige tot ernstige nierfunctiestoornis is aanpassing van de dosis noodzakelijk (zie rubriek 4.2).
Verminderde leverfunctie: vergeleken met gezonde vrijwilligers was bij patiënten met chronische leveraandoeningen (hepatische, cholestatische en biliaire cirrose), die een éénmalige dosis van 10 of 20 mg cetirizine kregen toegediend, sprake van een stijging van de halfwaardetijd met 50% en een daling van de klaring met 40%. Aanpassing van de dosis is alleen noodzakelijk bij patiënten met zowel een leverfunctiestoornis als een nierfunctiestoornis.
Ouderen: bij 16 oudere proefpersonen was na een eenmalige orale dosis van 10 mg de halfwaardetijd met ongeveer 50% gestegen en de klaring met 40% gedaald, vergeleken met jongere proefpersonen. De daling in de cetirizineklaring bij deze oudere vrijwilligers lijkt verband te houden met hun verminderde nierfunctie.
Pediatrische patiënten: bij kinderen van 6 tot 12 jaar bedraagt de halfwaardetijd van cetirizine ongeveer 6 uur en bij kinderen van 2 tot 6 jaar 5 uur. Bij zuigelingen en peuters van 6 tot 24 maanden neemt de halfwaardetijd af tot 3,1 uur.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel, reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.
6 FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Tabletkern:
Lactosemonohydraat
Maïszetmeel, voorverstijfseld
Povidon K29/32
Magnesiumstearaat
Tabletcoating:
Titaandioxide (E171)
Hypromellose 5cP (E464)
Macrogol 400
Talk
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
Fles - 2 jaar
Blister - 3 jaar.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Fles: Bewaren beneden 25 °C.
Blisterverpakking: Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
HDPE fles met PP deksel: 30, 100, 250 tabletten.
PVdC gecoate PVC blister strips met aluminiumfolie bedekking: 2, 7, 10, 14, 15, 20, 30, 50, 60, 90, 100, 100 (10x10) en 50 (50x1) eenheidsaflevering verpakking (EAV).
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
7 HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Viatris Ltd
Damastown Industrial Park
Mulhuddart
Dublin 15
DUBLIN
Ierland
8 NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 26723
9 DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
5 november 2001
10 DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 1 en 7: 28 november 2024
