SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Brinzolamide/Brimonidine Blumont
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Brinzolamide/Brimonidine Blumont 10 mg/mL + 2 mg/mL oogdruppels, suspensie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 ml suspensie bevat 10 mg brinzolamide en 2 mg brimonidinetartraat equivalent aan
1,3 mg brimonidine.
Hulpstof met bekend effect:
Elke ml suspensie bevat 0,03 mg benzalkoniumchloride.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oogdruppels, suspensie (oogdruppels).
Witte tot gebroken witte homogene suspensie, met een pH van ongeveer 6,5.
Osmolaliteit: 230 - 290 mOsmol/kg
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Verlaging van verhoogde intra-oculaire druk (IOD) bij volwassen patiënten met openkamerhoekglaucoom of oculaire hypertensie bij wie monotherapie onvoldoende daling van de IOD geeft (zie rubriek 5.1).
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Gebruik bij volwassenen, inclusief ouderen
De aanbevolen dosis is tweemaal daags één druppel Brinzolamide/Brimonidine Blumont in het (de) aangedane oog (ogen).
Gemiste dosis
Als een dosis wordt gemist, dient de behandeling met de volgende dosis te worden voortgezet zoals gepland.
Lever- en/of nierfunctiestoornis
Er is geen onderzoek gedaan naar Brinzolamide/Brimonidine Blumont bij patiënten met een leverfunctiestoornis. Om die reden is voorzichtigheid geboden bij deze populatie (zie rubriek 4.4).
Brinzolamide/Brimonidine Blumont is niet onderzocht bij patiënten met een ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) of bij patiënten met hyperchloremische acidose. Omdat de brinzolamide component van dit medicijn en zijn metaboliet voornamelijk worden uitgescheiden door de nieren, is Brinzolamide/Brimonidine Blumont gecontra-indiceerd bij deze patiënten (zie rubriek 4.3).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Brinzolamide/Brimonidine Blumont bij kinderen en jongeren in de leeftijd van 2 tot 17 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Brinzolamide/Brimonidine Blumont is wegens veiligheidsbezwaren gecontra-indiceerd bij pasgeborenen en zuigelingen /kinderen in de leeftijd tot 2 jaar om de verhoogde intra-oculaire druk (IOD) te verlagen bij openkamerhoekglaucoom of oculaire hypertensie bij wie monotherapie onvoldoende daling van de IOD geeft (zie rubriek 4.3).
Wijze van toediening
Voor oculair gebruik.
Patiënten moeten geïnstrueerd worden om het flesje vóór gebruik goed te schudden.
Wanneer nasolacrimale occlusie wordt gebruikt en de oogleden gedurende 2 minuten worden gesloten, wordt de systemische absorptie verminderd. Dit kan leiden tot een afname van de systemische bijwerkingen en een toename van lokale activiteit (zie rubriek 4.4).
Om besmetting van de druppelaartip en de oplossing te voorkomen, moet worden gezorgd dat de oogleden, de omliggende gebieden en andere oppervlakken. niet worden aangeraakt met de druppelaartip van het flesje. Patiënten moeten geïnstrueerd worden om het flesje goed gesloten te houden als dit niet gebruikt wordt.
Brinzolamide/Brimonidine Blumont kan gelijktijdig worden gebruikt met andere topische oftalmische geneesmiddelen om de intra-oculaire druk te verlagen. Indien meer dan één topisch oftalmisch geneesmiddel gebruikt wordt, moeten de geneesmiddelen met een tussenperiode van minstens vijf minuten worden toegediend.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Overgevoeligheid voor sulfonamiden (zie rubriek 4.4).
Patiënten die behandeld worden met monoamineoxidase (MAO) remmers (zie rubriek 4.5).
Patiënten die antidepressiva gebruiken die invloed hebben op de noradrenerge transmissie (bijvoorbeeld tricyclische antidepressiva en mianserine) (zie rubriek 4.5).
Patiënten met een ernstige nierinsufficiëntie (zie rubriek 4.4).
Patiënten met hyperchloremische acidose.
Pasgeborenen en zuigelingen/ /kinderen jonger dan 2 jaar (zie rubriek 4.4).
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Dit medicijn mag niet worden geïnjecteerd. Patiënten moeten worden geïnstrueerd Brinzolamide/Brimonidine Blumont niet in te slikken.
Oculaire effecten
Brinzolamide/Brimonidine Blumont is niet onderzocht bij patiënten met nauwekamerhoekglaucoom en het gebruik ervan wordt niet aanbevolen bij deze patiënten
Het mogelijke effect van brinzolamide op de corneale endotheelfunctie is niet onderzocht bij patiënten met aangetaste cornea's (voornamelijk bij patiënten met een laag aantal endotheelcellen). In het bijzonder zijn patiënten die contactlenzen dragen niet bestudeerd en nauwgezette monitoring van deze patiënten bij gebruik van brinzolamide wordt aanbevolen, omdat koolzuuranhydraseremmers invloed kunnen hebben op de corneale hydratatie en het dragen van contactlenzen het risico voor de cornea kan verhogen (voor verdere instructies over het dragen van contactlenzen, zie hieronder onder “Benzalkoniumchloride”). Nauwgezette monitoring van patiënten met aangetaste cornea’s, zoals patiënten met diabetes mellitus of corneale dystrofie, wordt aanbevolen.
Brimonidinetartraat kan allergische reacties in het oog veroorzaken. Als allergische reacties worden waargenomen, moet de behandeling worden gestaakt. Er zijn vertraagde oculaire overgevoeligheidsreacties gemeld met brimonidinetartraat, waarbij van sommige werd gemeld dat zij waren geassocieerd met een stijging van de IOD.
De mogelijke effecten na staking van behandeling met Brinzolamide/Brimonidine Blumont zijn niet bestudeerd. Hoewel de duur van het IOD-verlagende effect voor Brinzolamide/Brimonidine Blumont niet is bestudeerd, zal het IOD-verlagende effect van brinzolamide naar verwachting 5-7 dagen duren. Het IOD-verlagende effect van brimonidine kan langer duren.
Systemische effecten
Brinzolamide/Brimonidine Blumont bevat brinzolamide, een sulfonamideremmer van koolzuuranhydrase en wordt, hoewel topisch toegediend, systemisch geabsorbeerd. Dezelfde typen bijwerkingen die zijn toe te schrijven aan sulfonamiden kunnen optreden bij topische toediening, waaronder Stevens-Johnson syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN). Op het moment van het voorschrijven moeten patiënten geïnformeerd worden over de tekenen en symptomen en nauwlettend worden gecontroleerd op huidreacties. Indien tekenen van ernstige reacties of overgevoeligheid voorkomen, moet het gebruik van dit medicijn onmiddellijk worden stopgezet
Hartaandoeningen
Na toediening van Brinzolamide/Brimonidine Blumont werd er bij enkele patiënten een lichte daling van de bloeddruk waargenomen. Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen zoals antihypertensiva en/of hartglycosiden met dit geneesmiddel of bij patiënten met ernstige of instabiele en ongecontroleerde cardiovasculaire aandoeningen (zie rubriek 4.5).
Brinzolamide/Brimonidine Blumont dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met depressie, cerebrale of coronaire insufficiëntie, fenomeen van Raynaud, orthostatische hypotensie of thromboangiitis obliterans.
Zuur/base -balansverstoringen
Zuur/base-balansverstoringen werden gemeld met orale koolzuuranhydraseremmers. Brinzolamide/Brimonidine Blumont bevat brinzolamide, een koolzuuranhydraseremmer, en hoewel het topisch wordt toegediend, wordt het systemisch geabsorbeerd. Dezelfde typen bijwerkingen die zijn toe te schrijven aan orale koolzuuranhydraseremmers (d.w.z. zuur/base-balansverstoringen) kunnen optreden bij topische toediening (zie rubriek 4.5).
Brinzolamide/Brimonidine Blumont moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met risico op een nierfunctiestoornis vanwege het mogelijke risico op metabole acidose. Dit medicijn is gecontra-indiceerd bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis (zie rubriek 4.3).
Leverfunctiestoornis
Er is geen onderzoek gedaan naar Brinzolamide/Brimonidine Blumont bij patiënten met een leverfunctiestoornis; Om die reden is voorzichtigheid geboden bij deze patiënten (zie rubriek 4.2).
Mentale oplettendheid
Orale koolzuuranhydraseremmers kunnen het vermogen van oudere patiënten om taken uit te voeren waarvoor mentale oplettendheid en/of fysieke coördinatie nodig is verminderen. Brinzolamide/Brimonidine Blumont wordt systemisch geabsorbeerd en dit kan daarom optreden bij topische toediening (zie rubriek 4.7).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Brinzolamide/Brimonidine Blumont bij kinderen en jongeren van 2 tot 17 jaar zijn niet vastgesteld. Symptomen van overdosering met brimonidine (waaronder verlies van bewustzijn, hypotensie, hypotonie, bradycardie, hypothermie, cyanose en apneu) zijn gemeld bij pasgeborenen en zuigelingen/kinderen die brimonidine oogdruppels krijgen als onderdeel van een medische behandeling van congenitaal glaucoom. Dit medicijn is daarom gecontra-indiceerd bij kinderen jonger dan 2 jaar (zie rubriek 4.3).
Behandeling van kinderen van 2 jaar en ouder (met name bij kinderen van 2-7 jaar en/of met een gewicht < 20 kg) wordt niet aanbevolen vanwege de kans op centraal zenuwstelsel-gerelateerde bijwerkingen (zie rubriek 4.9).
Hulpstoffen
Benzalkoniumchloride
Brinzolamide/Brimonidine Blumont bevat benzalkoniumchloride wat oogirritatie kan veroorzaken en waarvan bekend is dat het zachte contactlenzen verkleurt . Contact met zachte contactlenzen dient te worden vermeden. Patiënten moeten worden geïnstrueerd om contactlenzen te verwijderen voordat ze dit medicijn toedienen en minstens 15 minuten te wachten voordat zij deze weer inzetten.
Van benzalkoniumchloride is gemeld dat het oogirritatie en symptomen van droge ogen veroorzaakt en de traanfilm en corneaoppervlak kan aantasten. Het moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met droge ogen en bij patiënten bij wie de cornea mogelijk is aangetast. Patiënten moeten gemonitord worden bij langdurig gebruik.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er zijn geen specifieke onderzoeken naar interacties uitgevoerd met Brinzolamide/Brimonidine Blumont.
Brinzolamide/Brimonidine Blumont is gecontra-indiceerd bij patiënten die monoamineoxidaseremmers gebruiken en bij patiënten die antidepressiva gebruiken die invloed hebben op de noradrenerge transmissie (bijv. tricyclische antidepressiva en mianserine), (zie rubriek 4.3). Tricyclische antidepressiva kunnen de oculaire hypotensieve respons van dit medicijn afzwakken.
Voorzichtigheid wordt geadviseerd vanwege de mogelijkheid van een additief of versterkend effect met onderdrukkers van het centraal zenuwstelsel (bijv. alcohol, barbituraten, opiaten, sedativa of anesthetica).
Er zijn geen gegevens beschikbaar over het niveau van circulerende catecholaminen na toediening van Brinzolamide/Brimonidine Blumont. Echter, voorzichtigheid wordt aangeraden bij patiënten die geneesmiddelen gebruiken die invloed kunnen hebben op het metabolisme en de opname van circulerende aminen (bijv. chloorpromazine, methylfenidaat, reserpine, serotonine-norepinefrineheropnameremmers).
Alfa-adrenerge agonisten (bijv. brimonidinetartraat) als klasse, kunnen de polsslag en de bloeddruk verlagen. Na toediening van dit geneesmiddel werd er bij enkele patiënten een lichte daling van de bloeddruk waargenomen. Voorzichtigheid wordt geadviseerd bij gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen zoals antihypertensiva en/of hartglycosiden met dit medicijn.
Voorzichtigheid wordt geadviseerd bij het starten van (of veranderen van de dosering van) gelijktijdig toegediende systemische geneesmiddelen (ongeacht de farmaceutische vorm) die interactie kunnen vertonen met α-adrenerge agonisten of hun activiteit kunnen verstoren, zoals agonisten of antagonisten van de adrenerge receptor (bijv. isoprenaline, prazosine).
Brinzolamide is een koolzuuranhydraseremmer en hoewel topisch toegediend wordt het systemisch geabsorbeerd. Er zijn zuur/base-balansverstoringen gemeld met orale koolzuuranhydraseremmers Er moet rekening worden gehouden met de kans op interacties bij patiënten die Brinzolamide/Brimonidine Blumont gebruiken.
Er is kans op een additief effect van de bekende systemische effecten van koolzuuranhydraseremming bij patiënten die een orale koolzuuranhydraseremmer en topische brinzolamide krijgen. De gelijktijdige toediening van dit medicijn en orale koolzuuranhydraseremmers wordt niet aanbevolen.
De cytochroom P-450 iso-enzymen die verantwoordelijk zijn voor het metabolisme van brinzolamide zijn o.a. CYP3A4 (hoofdzakelijk), CYP2A6, CYP2B6, CYP2C8 en CYP2C9. Er wordt verwacht dat remmers van CYP3A4 zoals ketoconazol, itraconazol, clotrimazol, ritonavir en troleandomycine het metabolisme van brinzolamide via CYP3A4 zullen remmen. Voorzichtigheid is geboden als er tegelijk CYP3A4-remmers worden toegediend. Echter, accumulatie van brinzolamide is onwaarschijnlijk omdat renale eliminatie de belangrijkste route is. Brinzolamide is geen remmer van cytochroom P 450 iso-enzymen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van Brinzolamide/Brimonidine Blumont bij zwangere vrouwen. Brinzolamide was niet teratogeen bij ratten en konijnen, na systemische toediening (orale sondevoeding). Dierstudies met orale brimonidine duiden niet op directe schadelijke effecten wat betreft reproductietoxiciteit. Bij dieronderzoek passeerde brimonidine de placenta en kwam in beperkte mate terecht in de foetale circulatie (zie rubriek 5.3). Dit medicijn wordt niet aanbevolen voor gebruik tijdens de zwangerschap en bij vrouwen die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie gebruiken.
Borstvoeding
Het is niet bekend of topisch toegediende Brinzolamide/Brimonidine Blumont in de moedermelk wordt uitgescheiden. Uit beschikbare farmacodynamische/toxicologische gegevens bij dieren blijkt dat er na orale toediening minimale hoeveelheden van brinzolamide worden uitgescheiden in de moedermelk. Oraal toegediende brimonidine wordt uitgescheiden in de moedermelk. dit medicijn mag niet worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Niet-klinische gegevens tonen geen effecten van brinzolamide of brimonidine op de vruchtbaarheid. Er zijn geen gegevens beschikbaar over de effecten van topisch oculaire toediening van Brinzolamide/Brimonidine Blumont op de vruchtbaarheid bij de mens.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Brinzolamide/Brimonidine Blumont heeft geringe invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
Dit medicijn kan duizeligheid, vermoeidheid en/of slaperigheid veroorzaken, en kan daarom invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen.
Tijdelijk wazig zien of andere visuele stoornissen kunnen invloed hebben op de rijvaardigheid of het vermogen om machines te bedienen. Als wazig zien optreedt na instillatie, moet de patiënt wachten tot hij/zij weer helder kan zien alvorens een voertuig te besturen of machines te gebruiken.
Orale koolzuuranhydraseremmers kunnen het vermogen van oudere patiënten om taken uit te voeren waarvoor mentale oplettendheid en/of fysieke coördinatie nodig zijn verstoren (zie rubriek 4.4).
4.8 Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In klinische studies met Brinzolamide/Brimonidine Blumont bij een tweemaal daagse dosering waren de meest voorkomende bijwerkingen oculaire hyperemie en oculaire allergische reacties, die bij ongeveer 6-7% van de patiënten voorkwamen, en dysgeusie (bittere of vreemde smaak in de mond na instillatie), wat bij ongeveer 3% van de patiënten optrad.
Samenvatting van bijwerkingen in tabelvorm
De volgende bijwerkingen werden gemeld tijdens klinische studies met Brinzolamide/Brimonidine Blumont bij een tweemaal daagse dosering en tijdens klinische studies en uit postmarketingervaring met de afzonderlijke componenten brinzolamide en brimonidine. Ze worden ingedeeld volgens de volgende conventie: Zeer vaak (≥ 1/10), Vaak (≥ 1/100 tot < 1/10), Soms (≥ 1/1 000 tot < 1/100), Zelden (≥ 1/10 000 tot < 1/1 000), Zeer zelden (< 1/10 000) of Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden de bijwerkingen gepresenteerd in volgorde van afnemende ernst.
| Systeem Orgaanklasse | Bijwerkingen |
| Infecties en parasitaire aandoeningen | Soms: nasofaryngitis2, faryngitis2, sinusitis2 Niet bekend: rhinitis2 |
| Bloed- en lymfestelselaandoeningen | Soms: vermindering van het aantal rode bloedcellen2, toename van chloride in het bloed2 |
| Immuunsysteemaandoeningen | Soms: overgevoeligheid3 |
| Psychische stoornissen | Soms: apathie2, depressie2,3, depressieve stemming2, insomnia1, libido verminderd2, nachtmerries2, zenuwachtigheid2 |
| Zenuwstelselaandoeningen | Vaak: somnolentie1, duizeligheid3, dysgeusie1 Soms: hoofdpijn1, motorische disfunctie2, amnesie2, geheugenfunctiestoornis2, paresthesie2 Zeer zelden: syncope3 Niet bekend: tremor2, hypo-esthesie2, ageusie2 |
| Oogaandoeningen | Vaak: oogallergie1, keratitis1, oogpijn1, oculair ongemak1, wazig zien1, abnormaal zicht3, oculaire hyperemie1, conjunctivale verbleking3 Soms: cornea-erosie1, cornea-oedeem2, blefaritis1, afzetting op de cornea (hoornachtige bezinksels)1, conjunctiva-aandoening (papilla)1, fotofobie1, fotopsie2, zwelling van het oog2, oedeem van het ooglid1, conjunctivaal oedeem1, droog oog1, oogafscheiding1, scherpzien gereduceerd2, traanproductie verhoogd1, pterygium2, erytheem aan het ooglid1, meibomklier-ontsteking2, diplopie2, glare2, hypo-esthesie van het oog2, sclerale pigmentatie2, subconjunctivale cyste2, abnormaal gevoel in het oog1, asthenopie1 Zeer zelden: uveïtis3, miose3 Niet bekend: visuele stoornissen2, madarose2 |
| Evenwichtsorgaan- en ooraandoeningen | Soms: vertigo1, tinnitus2 |
| Hartaandoeningen | Soms: cardio-respiratoire uitputting2, angina pectoris2, aritmie3, hartkloppingen2,3, onregelmatige hartslag2, bradycardie2,3, tachycardie3 |
| Bloedvataandoeningen | Soms: hypotensie1 Zeer zelden: hypertensie3 |
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | Soms: dyspneu2, bronchiale hyperactiviteit2, faryngolaryngeale pijn2, droge keel1, hoesten2, epistaxis2, verstopping van de bovenste luchtwegen2, neusverstopping1, rinorroe2, irritatie van de keel2, nasale droogte1, postnasaal infuus1, niezen2 Niet bekend: astma2 |
| Maagdarmstelselaandoeningen | Vaak: droge mond1 Soms: dyspepsie1, oesofagitis2, abdominaal ongemak1, diarree2, braken2, nausea2, frequente ontlasting2, flatulentie2, orale hypo-esthesie2, orale paresthesie1 |
| Lever- en galaandoeningen | Niet bekend: abnormale leverfunctietest2 |
| Huid- en onderhuidaandoeningen | Soms: contactdermatitis1, urticaria2, rash2 maculopapulaire rash2, pruritus gegeneraliseerd2, alopecia2, strakke huid2 Niet bekend: Stevens-Johnsonsyndroom (SJS)/toxische epidermale necrolyse (TEN) (zie rubriek 4.4), gezichtsoedeem3, dermatitis2,3, erytheem2,3 |
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | Soms: rugpijn2, spierkrampen2, myalgie2 Niet bekend: artralgie2, pijn in extremiteit2 |
| Nier- en urinewegaandoeningen | Soms: nierpijn2 Niet bekend: pollakisurie2 |
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Soms: erectiele disfunctie2 |
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | Soms: pijn2, ongemak ter hoogte van de borst2, abnormaal gevoel2, zich zenuwachtig voelen2, prikkelbaarheid2, medicatieresidu1 Niet bekend: pijn op de borst2, perifeer oedeem2,3 |
1 bijwerking waargenomen met Brinzolamide/Brimonidine Blumont 2 aanvullende bijwerking waargenomen met monotherapie met brinzolamide 3 aanvullende bijwerking waargenomen met monotherapie met brimonidine | |
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Dysgeusie was de meest voorkomende systemische bijwerking die werd geassocieerd met het gebruik van Brinzolamide/Brimonidine Blumont (3,4%). Het wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de passage van de oogdruppels in de nasofarynx via het nasolacrimaal kanaal en is hoofdzakelijk te wijten aan de brinzolamidecomponent van dit geneesmiddel. Nasolacrimale occlusie of het zachtjes sluiten van het ooglid na instillatie kan het optreden van dit effect helpen verminderen (zie rubriek 4.2).
Brinzolamide/Brimonidine Blumont bevat brinzolamide, een sulfonamideremmer van koolzuuranhydrase met systemische absorptie. Gastro-intestinale, zenuwstelsel-, hematologische, renale en metabole effecten zijn in het algemeen geassocieerd met systemische koolzuuranhydraseremmers. Gelijksoortige bijwerkingen als die worden toegeschreven aan orale koolzuuranhydraseremmers kunnen optreden bij topische toediening.
Bijwerkingen die vaak zijn geassocieerd met de brimonidine component van dit medicijn zijn onder andere de ontwikkeling van oculaire allergische reacties, vermoeidheid en/of slaperigheid en een droge mond. Het gebruik van brimonidine is geassocieerd met minimale bloeddrukdalingen. Sommige patiënten die brinzolamide + brimonidine toegediend kregen, ervoeren verlagingen in de bloeddruk die vergelijkbaar waren met de verlagingen die werden waargenomen bij het gebruik van brimonidine als monotherapie.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website:
4.9 Overdosering
Bij overdosering met Brinzolamide/Brimonidine Blumont dient de behandeling symptomatisch en ondersteunend te zijn. De luchtwegen van de patiënt dienen te worden vrijgehouden.
Door de brinzolamide component van dit medicijn kunnen verstoring van de elektrolytenbalans, ontwikkeling van acidose en mogelijk effecten op het zenuwstelsel optreden. De elektrolytconcentraties in het serum (vooral kalium) en de pH-waarden in het bloed moeten worden gecontroleerd.
Er is zeer beperkte informatie over accidentele inname van de brimonidine component van dit medicijn bij volwassenen. De enige tot nu toe gemelde bijwerking was hypotensie. Er werd gemeld dat de hypotensieve episode werd gevolgd door rebound hypertensie.
Er werd gemeld dat orale overdosering van andere alfa-2-agonisten symptomen veroorzaken zoals hypotensie, asthenie, braken, lethargie, sedatie, bradycardie, aritmieën, miose, apneu, hypotonie, hypothermie, ademhalingsdepressie en stuipen.
Pediatrische patiënten
Er werden bij pediatrische personen ernstige bijwerkingen gemeld na onbedoelde inname van de brimonidine component van Brinzolamide/Brimonidine Blumont. De personen ervoeren symptomen van CZS-depressie, typisch tijdelijke coma of een laag bewustzijnsniveau, lethargie, somnolentie, hypotonie, bradycardie, hypothermie, bleekheid, ademhalingsdepressie en apneu, en opname op de intensive care met intubatie, indien geïndiceerd, was vereist. Er werd gemeld dat alle personen volledig herstelden, meestal binnen 6-24 uur.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: oogmiddelen, antiglaucoompreparaten en miotica, ATC-code: S01EC54
Werkingsmechanisme
Brinzolamide/Brimonidine Blumont bevat twee werkzame stoffen: brinzolamide en brimonidinetartraat. Deze twee componenten verlagen de intra-oculaire druk (IOD) bij patiënten met openkamerhoekglaucoom (OKHG) en oculaire hypertensie (OHT) door onderdrukking van de vorming van kamerwater in de processus ciliares van het oog. Hoewel zowel brinzolamide als brimonidine de IOD verlagen door het onderdrukken van de vorming van kamerwater, verschilt hun werkingsmechanisme.
Brinzolamide werkt door remming van het enzym koolzuuranhydrase (CA-II) in het ciliair epitheel die de vorming van bicarbonaationen vermindert, met daaropvolgende vermindering van het natrium- en vloeistoftransport over het ciliair epitheel, wat leidt tot verminderde vorming van kamerwater. Brimonidine, een alfa-2 adrenerge agonist, remt het enzym adenylaatcyclase en onderdrukt de cAMP afhankelijke vorming van kamerwater. Bovendien leidt toediening van brimonidine tot een toename van de uveasclerale uitstroom.
Farmacodynamische effecten
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Monotherapie
In een 6 maanden durend, gecontroleerde, contribution-of-elements klinische studie waaraan 560 patiënten met openkamerhoekglaucoom (inclusief pseudo-exfoliatie of pigmentdispersiecomponent) en/of oculaire hypertensie deelnamen die, naar de mening van de onderzoeker, onvoldoende onder controle waren met monotherapie of reeds meerdere IOD-verlagende geneesmiddelen gebruikten en die een gemiddelde dagelijkse IOD-uitgangswaarde hadden van 26 mmHg, was het gemiddelde dagelijks IOD-verlagende effect van Brinzolamide/Brimonidine Blumont tweemaal daags gedoseerd ongeveer 8 mmHg. Statistisch superieure verlagingen van de gemiddelde dagelijkse IOD werden waargenomen met dit medicijn in vergelijking met brinzolamide 10 mg/mL of brimonidine 2 mg/mL tweemaal daags gedoseerd bij alle bezoeken gedurende het gehele onderzoek (figuur 1).
Afbeelding 1. Gemiddeldea dagelijkse (9 AM, +2 uur, +7 uur) IOD-verandering ten opzichte van de uitgangswaarde (mmHg) — Contribution-of-elements-onderzoek

