SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Betamethason Teva
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Betamethason Teva 1 mg/g, zalf
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke gram zalf bevat 1,2 mg betamethason-17-valeraat (1 mg betamethason).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Kleurloos, half doorschijnend.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Betamethason Teva 1 mg/g zalf bevat een sterk, werkend lokaal corticosteroïd, geïndiceerd voor volwassenen, ouderen en kinderen vanaf 1 jaar ter verlichting van de ontstekings- en pruritusverschijnselen van steroïdgevoelige dermatosen. Hiertoe behoren:
- psoriasis (met uitzondering van uitgebreide “plaque psoriasis”)
- gelichenificeerd eczeem
- lichen planus
- lichen sclerosus et artrophicus
- granuloma annulare
- lupus erythematosus discoïdes
- pustulosis palmaris et plantaris
Occlusie kan noodzakelijk zijn om beter therapeutisch resultaat te bereiken.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Bestemd voor de behandeling van droge, verdikte of schilferige laesies.
Breng een- of tweemaal daags een dun laagje aan dat genoeg is om de gehele aangedane huid te bedekken en wrijf dit voorzichtig op de aangedane huid. Dit kan worden herhaald totdat verbetering optreedt; daarna kan het aantal toepassingen worden verlaagd tot enkele malen per week of kan de behandeling worden voortgezet met een minder sterk preparaat of, bij droge schilferige aandoeningen, een emolliens. Dien een emolliens alleen toe nadat de betamethasonhoudende zalf is ingetrokken.
Bij meer resistente laesies, zoals verdikte plaques van psoriasis op ellebogen en knieën, kan het effect van betamethason desgewenst worden versterkt door het afsluiten van het behandeld oppervlak met een laagje polytheen. Meestal is nachtelijke occlusie voldoende bij de behandeling van dergelijke laesies. Bij verbetering van de symptomen kan de behandeling eventueel zonder occlusie worden voortgezet.
Als de conditie verergert of niet binnen 2 tot 4 weken verbetert, moeten de behandeling en de diagnose opnieuw worden beoordeeld.
Behandeling met Betamethason Teva 1 mg/g moet geleidelijk worden afgebouwd zodra de behandelde aandoening onder controle is. Bij het plotseling stoppen met het gebruik van betamethason kunnen bestaande dermatosen heroptreden.
Chronische persisterende aandoeningen
Frequent recidiverende aandoeningen
Nadat een acute aanval effectief is behandeld met een continue lokale toediening met betamethason (inductietherapie), kan een periodieke onderhoudsdosering (eenmaal daags, tweemaal per week, zonder occlusie) worden overwogen om terugval te voorkomen.
De toepassing kan worden voortgezet op alle eerder aangedane oppervlakken of oppervlakken. Deze behandeling moet bij voorkeur worden gecombineerd met dagelijks gebruik van een emolliens. De klinische toestand en de voordelen en risico’s van een continue behandeling moeten regelmatig opnieuw worden beoordeeld.
In het algemeen mag niet meer dan 30-60 g zalf per week worden gebruikt.
Pediatrische patiënten
Betamethason Teva 1 mg/g is gecontra-indiceerd bij kinderen jonger dan één jaar.
Kinderen krijgen eerder lokale en systemische bijwerkingen ten gevolge van lokale corticosteroïden en hebben, over het algemeen, een kortere behandeling met minder sterke middelen nodig dan volwassenen. Bij zuigelingen en peuters kan de luier als afsluitend verband fungeren en zodoende de absorptie vergroten (zie rubriek 4.4 voor overige waarschuwingen over het gebruik bij kinderen).
Om een therapeutisch effect te krijgen moet Betamethason Teva 1 mg/g voorzichtig worden aangebracht in de minimale hoeveelheid die nodig is.
Ouderen
In klinische onderzoeken zijn geen verschillen in respons waargenomen tussen oudere patiënten en jongere patiënten. Het kan niet worden uitgesloten dat er meer systemische accumulatie optreedt bij ouderen door afname van nier- en leverfunctie met het toenemen van de leeftijd. Daarom moet een dunne laag worden gebruikt gedurende een zo kort mogelijke periode om het gewenste klinische effect te bereiken. Vanwege het toegenomen risico op atrofie en op remming van de adrenale cortex door systemische absorptie, met name bij langdurige behandeling en behandeling van grotere oppervlakken van de huid, wordt aanbevolen de behandeling geleidelijker af te bouwen dan bij jongere volwassenen om symptomen van hypercorticisme te voorkomen.
Verminderde lever-/nierfunctie
Het valt niet uit te sluiten dat systemische blootstelling aan betamethason toeneemt bij patiënten met lever- en/of nierfunctiestoornis. Daarom moet een dunne laag worden gebruikt gedurende een zo kort mogelijke periode om het gewenste klinische effect te bereiken. Vanwege het toegenomen risico op atrofie en op remming van de adrenale cortex door systemische absorptie, met name bij langdurige behandeling en behandeling van grotere oppervlakken van de huid, wordt aanbevolen de behandeling geleidelijker af te bouwen dan bij patiënten zonder verminderde lever-/nierfunctie om symptomen van hypercorticisme te voorkomen.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
onbehandelde cutane infecties met als primaire oorzaak:
- bacteriële infecties (b.v. pyodermieën, luetische en tuberculeuze processen)
- virusinfecties (b.v. varicellae, herpes simplex, herpes zoster, verrucae vulgaris, verrucae planae, condylomata, mollusca contagiosa)
- schimmel- en gistinfecties
- parasitaire infecties (zoals scabies)
- (acne) rosacea
- acne vulgaris
- huidatrofiepruritus zonder ontsteking
- bijwerkingen ten gevolge van corticosteroïden (b.v. dermatitis perioralis, striae atrophicae)
- perianale en genitale pruritus
- ulcereuze huidaandoeningen en wonden
- ichthyosis
- juveniele dermatosis
- fragiliteit van de huidvaten
Betamethason Teva 1 mg/g is gecontra-indiceerd bij dermatosen bij zuigelingen jonger dan één jaar, inclusief constitutioneel eczeem.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Systemische effecten
Bij sommige patiënten kunnen zich manifestaties van hypercorticisme (syndroom van Cushing) voordoen, wat op de lange termijn kan leiden tot bijnierschorsatrofie. Indien dit syndroom zich voordoet moet het geneesmiddel geleidelijk worden gestaakt door de toedieningsfrequentie te verlagen, of door het te vervangen door een minder sterk corticosteroïd. Abrupt staken van de behandeling kan resulteren in een acute glucocorticosteroïdinsufficiëntie (zie rubriek 4.8).
Langdurige toepassing van corticosteroïden verhoogt het risico op osteoporose.
Risicofactoren voor toegenomen systemische effecten zijn:
- sterkte en formulering van het lokale steroïd
- blootstellingsduur
- toepassing op een groot oppervlak
- gebruik bij afgesloten huidoppervlakken (bijvoorbeeld bij intertrigineuze oppervlakken of onder occlusieve verbanden) door verhoogde penetratie van het stratum corneum
- gebruik op dun stratum corneum zoals het gezicht, de lichaamsplooien of de genitaliën
- gebruik op de beschadigde huid of bij andere aandoeningen waarbij de huidbarrière beschadigd kan zijn
- verminderde nier- en leverfunctie
- leeftijd (kinderen en ouderen)
Langdurige continue lokale therapie dient indien mogelijk te worden vermeden.
Bij toepassing van corticosteroïden op grote oppervlakken en vooral onder (plastic) occlusie of in huidplooien dient men bedacht te zijn op een sterk verhoogde absorptie, waardoor de functie van de bijnierschors kan worden geremd.
Pediatrische patiënten
Bij kinderen is de systemische opname van betamethason hoger dan bij volwassenen, omdat zij een relatief groot lichaamsoppervlakte hebben ten opzichte van het gewicht. Bij zuigelingen en kinderen moet een langdurige continue behandeling, indien mogelijk, worden vermeden, aangezien remming van de bijnierschors vrij snel kan optreden. Bovendien kan bij hen de afscheiding van groeihormoon worden onderdrukt. Het verdient daarom aanbeveling, wanneer langdurige toepassing noodzakelijk is, regelmatig lengte en gewicht te controleren.
Infectierisico met occlusie
Bacteriële infecties worden bevorderd door warme, vochtige condities, die bijvoorbeeld in huidplooien of onder occlusieve verbanden optreden. De patiënt moet erop worden gewezen de huid te reinigen voordat een nieuw occlusief verband wordt aangebracht.
Gebruik bij psoriasis
Lokale corticosteroïden moeten met voorzichtigheid worden gebruikt bij psoriasis, aangezien er meldingen zijn geweest van “rebound relapses”, de ontwikkeling van tolerantie, risico op gegeneraliseerde pustuleuze psoriasis en het ontwikkelen van lokale en/of systemische toxiciteit als gevolg van een verminderde barrièrefunctie van de huid. Indien Betamethason Teva 1 mg/g wordt voorgeschreven bij psoriasis is het belangrijk de patiënt goed te controleren.
Langdurige toepassing
Langdurige en intensieve behandeling met corticosteroïd bevattende middelen kan lokaal atrofische veranderingen van de huid veroorzaken zoals dunner worden van de huid en striae, met name wanneer occlusieve materialen worden gebruikt of wanneer corticosteroïden worden aangebracht in de huidplooien.
Langdurige toepassing op het gezicht is minder wenselijk, aangezien de gezichtshuid gevoeliger is voor atrofische veranderingen.
De huid van de genitaliën is bijzonder gevoelig voor corticosteroïden. Langdurige toepassing op dit oppervlak dient te worden vermeden. Het is gewenst aandoeningen van dit gebied in principe alleen met zwakke corticosteroïden te behandelen.
Toepassing op de oogleden
Betamethason Teva 1 mg/g niet toepassen op de oogleden vanwege het risico van het ontstaan van glaucoom of cataract, indien Betamethason Teva 1 mg/g in de ogen zou komen.
Visusstoornis
Visusstoornis kan worden gemeld bij systemisch en topisch gebruik van corticosteroïden. Indien een patiënt symptomen ontwikkelt zoals wazig zien of andere visusstoornissen, dient te worden overwogen de patiënt door te verwijzen naar een oogarts ter beoordeling van mogelijke oorzaken waaronder cataract, glaucoom of zeldzame ziekten zoals centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR) die zijn gemeld na gebruik van systemische en topische corticosteroïden.
Gelijktijdig optredende infectie
Bij onjuist gebruik kunnen bacteriële, parasitaire, fungus- en virusinfecties worden gemaskeerd en/of verergerd.
Er moet een geschikte antimicrobiële behandeling worden gebruikt indien ontstoken laesies worden behandeld die geïnfecteerd zijn geraakt.
Bij verspreiding van de infectie moet de lokale corticosteroïdbehandeling worden gestaakt en moet een geschikte antimicrobiële behandeling worden gestart.
Corticosteroïd contactallergie
De kans op contactallergie voor een corticosteroïd of op bestanddelen van de basis is aanwezig bij langdurig gebruik. Bij een allergie wordt zelden een ernstige reactie gezien, omdat het veroorzakende corticosteroïd de reactie gelijktijdig onderdrukt. Men moet bedacht zijn op een allergie indien de huidaandoening niet goed (meer) reageert op een op zich juiste behandeling. Indien een allergie is aangetoond voor het corticosteroïd door middel van epicutaan contactallergologisch onderzoek, moet er een niet-kruisreagerend alternatief worden voorgeschreven.
Ulcus cruris
Er is een verhoogd risico op overgevoeligheidsreacties en lokale infecties bij deze toepassing.
Overgevoeligheid
Lokale overgevoeligheidsreacties (zie rubriek 4.8) kunnen optreden op de plaats van de toediening en kunnen lijken op symptomen waarvoor de behandeling wordt toegepast.
Indien zich tekenen van overgevoeligheid voordoen, dient de toevoeging onmiddellijk gestaakt te worden.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is aangetoond dat gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die CYP3A4 kunnen remmen (zoals ritonavir, itraconazol) het corticosteroïdmetabolisme kan remmen. Dit kan leiden tot toegenomen systemische blootstelling. De klinische relevantie van deze interactie is onbekend en er zijn geen richtlijnen voor aanpassing van de dosering.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Corticosteroïden passeren de placenta. Bij de mens zijn er tot nu toe geen duidelijke aanwijzingen voor teratogene effecten, zoals waargenomen in dierstudies (zie rubriek 5.3). Bij systemisch gebruik van corticosteroïden zijn, bij hogere doseringen, effecten op de ongeborene/neonaat (intra-uteriene groeivertraging, remming van de bijnierschorsfunctie) beschreven. Hoewel de gegevens over cutane toepassing tijdens de zwangerschap bij de mens beperkt zijn, kunnen, gezien de geringe systemische absorptie, zwak en vrij sterk werkende (klasse 1 en 2) corticosteroïden kortdurend en op kleine huidoppervlakken worden toegepast. Bij langdurig gebruik of bij toepassing op grote of beschadigde huidoppervlakken, en bij cutane toepassing van de sterke en zeer sterk werkende (klasse 3 en 4) corticosteroïden (waaronder betamethason) kunnen de hierboven beschreven effecten niet worden uitgesloten. Deze mogen dan ook slechts op strikte indicatie worden gebruikt.
Borstvoeding
Tijdens borstvoeding kunnen zwak en vrij sterk werkende (klasse 1 en 2) corticosteroïden voor gebruik op de huid, kortdurend en op een klein huidoppervlak worden toegepast. Tijdens langdurige cutane toepassing op een groot of beschadigd huidoppervlak en gedurende toepassing van sterk of zeer sterk werkende (klasse 3 en 4) corticosteroïden wordt het geven van borstvoeding ontraden.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens beschikbaar om de effecten van lokale corticosteroïden op de menselijke vruchtbaarheid te kunnen beoordelen. In dierstudies zijn geen effecten op de vruchtbaarheid gezien (zie rubriek 5.3).
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen onderzoeken uitgevoerd naar het effect van Betamethason Teva 1 mg/g op de rijvaardigheid of op het vermogen om machines te bedienen. Op basis van het bijwerkingenprofiel is het niet waarschijnlijk dat lokaal Betamethason Teva 1 mg/g een effect heeft op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
De bijwerkingen zijn hieronder weergegeven volgens MedDRA systeem/orgaan klasse en door frequentie. Frequenties zijn gedefinieerd als: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100 en <1/10), soms (≥1/1.000 en <1/100), zelden (≥1/10.000 en <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Infecties en parasitaire aandoeningen
Niet bekend: opportunistische infectie
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend: lokale overgevoeligheid**
** lokale overgevoeligheidsreacties zoals erytheem, rash, pruritus, urticaria en allergische contactdermatitis kunnen optreden op de plaats van de toediening en kunnen lijken op symptomen waarvoor de behandeling wordt toegepast
Oogaandoeningen
Niet bekend: wazig zien (zie ook rubriek 4.4), verhoging van de intra-oculaire druk, verhoging van de kans op cataract
Endocriene aandoeningen
Niet bekend: hypothalamus-hypofyse-bijnieras (HPA-as) onderdrukking: Cushingoïde verschijnselen (zoals vollemaansgezicht, centrale obesitas), vertraagde gewichtstoename/groeivertraging bij kinderen, osteoporose, glaucoom, hyperglykemie/glucosurie, cataract, hypertensie, toegenomen gewicht/obesitas, afgenomen endogene cortisolwaarden
Huid- en onderhuidaandoeningen
Niet bekend: pruritus, lokaal branderig gevoel van de huid/een zere huid, allergische contactdermatitis/ dermatitis, erytheem, rash, urticaria, pustular psoriasis, dunner worden van de huid*/ huidatrofie*, ouder worden van de huid*, droge huid*, striae*, teleangiëctastieën*, pigmentatieveranderingen*, hypertrichose, exacerbatie van onderliggende symptomen, alopecia*, trichorrhexis, purpura, rosacea-achtige en periorale dermatitis met of zonder huidatrofie, colloïd-milia
* huidkenmerken secundair aan lokale en/of systemische effecten van de hypothalamus-hypofysebijnier-as (HPA-as) onderdrukking
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Niet bekend: irritatie/pijn op de toedieningsplaats
Na langdurige behandeling van chronische dermatosen met Betamethason Teva 1 mg/g kunnen zich reboundverschijnselen voordoen. Dit kan leiden tot afhankelijkheid van steroïden.
Bij onjuist gebruik kunnen bacteriële, parasitaire, fungus en virusinfecties worden gemaskeerd en/of verergeren.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Symptomen en tekenen
Lokaal gebruik van Betamethason Teva 1 mg/g kan in verschillende hoeveelheden worden geabsorbeerd zodat het systemische effecten geeft. Het optreden van acute overdosering is zeer onwaarschijnlijk. Echter, in het geval van chronische overdosering of misbruik (bijv. orale toediening) kunnen verschijnselen van hypercorticisme optreden (zie rubriek 4.8).
Behandeling
In geval van een overdosering moet de toediening van Betamethason Teva 1 mg/g geleidelijk worden afgebouwd door het verminderen van het aantal toepassingen, of door het gebruik van een minder sterk corticosteroïd, vanwege het risico op glucocorticosteroïdinsufficiëntie.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: dermatocorticosteroïden, sterk werkend (klasse III), ATC-code: D07AC01
Betamethason heeft als corticosteroïd anti-inflammatoire en vasoconstrictieve eigenschappen. Het onderdrukt de ontstekingsreactie en de symptomen van verschillende, vaak met jeuk gepaard gaande aandoeningen, echter zonder de eraan ten grondslag liggende aandoeningen te genezen. Het remt de late fase van allergische reacties, zoals het aantal mestcellen, chemotaxis en activering van eosinofielen, de cytokinenproductie door lymfocyten en het metabolisme van arachidonzuur. Behalve dat de celdelingen in de epidermis worden geremd, wordt ook de aanmaak van componenten van het bindweefsel verminderd. Deze twee effecten verklaren dat de epidermis en de dermis bij langdurig gebruik dunner kunnen worden (atrofie) en dat er uitgezette bloedvaatjes, hematomen en striae kunnen ontstaan.
Betamethason Teva 1 mg/g behoort tot de corticosteroïden met een sterk werkingsniveau.
Het effect kan door het aanbrengen onder occlusie worden verstrekt ten gevolge van een verhoogde penetratie (met ca. een factor 10) van het stratum corneum. De kans op bijwerkingen neemt hierdoor echter toe.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Lokale corticosteroïden kunnen systemisch worden opgenomen via een intacte, gezonde huid. De mate waarin percutane absorptie van lokale corticosteroïden plaatsvindt, wordt bepaald door diverse factoren, zoals het vehikel en de intactheid van de epidermale barrière. Occlusie, ontsteking en/of andere ziekteprocessen in de huid kunnen de percutane absorptie verhogen.
Na het aanbrengen op gezonde huid is de absorptie van Betamethason-17-valeraat zeer gering. Occlusie is veelal nodig om enige absorptie te verkrijgen. Absorptie door beschadigde huid bedraagt circa 24%. De eiwitbinding is ca 64%.
Distributie
Corticosteroïden worden snel verspreid over alle lichaamsweefsels. Ze passeren de placenta in verschillende graderingen en kunnen in kleine hoeveelheden in borstvoeding worden verspreid.
Biotransformatie
Betamethasonvaleraat wordt vooral in de lever, maar ook in de nieren gemetaboliseerd tot glucuronide- en sulfaatesters.
Eliminatie
De eliminatiehalfwaardetijd uit plasma na intraveneuze toediening is 5 tot 6 uur. De eliminatie na dermale toediening is in de orde van dagen door depotwerking van de huid.
Lokale corticosteroïden en hun metabolieten worden door de nieren uitgescheiden. Sommige corticosteroïden en hun metabolieten worden bovendien uitgescheiden via de gal. De excretie vindt plaats zowel via de urine als via de faeces.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Bij zwangere dieren behandeld met corticosteroïden werd reproductietoxiciteit aangetoond (gespleten verhemelte, skeletmisvormingen en intra-uteriene groeivertraging). In reproductietoxiciteitsstudies bij ratten, waarbij corticosteroïden langdurig en oraal werden toegediend werd een verlengde dracht en een verlengde en moeilijke bevalling gezien. Daarnaast werd een verminderde overleving, een verlaagd gewicht en verminderde gewichtstoename waargenomen. Er zijn geen effecten op de vruchtbaarheid gezien. Of deze bevindingen relevant zijn voor de mens is niet bekend.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Vaseline, paraffine liquidum, paraffine solidum
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C, in de oorspronkelijke verpakking
6.5 Aard en inhoud van de verpakking en andere instructies
Betamethason Teva 1 mg/g, zalf is verkrijgbaar in aluminium tubes met kunststof dop à 15, 30 en 100 g.
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Teva Nederland B.V.
Swensweg 5
2031 GA Haarlem
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 16003, zalf 1 mg/g
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 22 december 1993
Datum van laatste verlenging: 22 september 2013
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 1 t/m 4.2, 4.4, 6.1, 6.3 t/m 6.5, 8 en 9: 3 december 2025.
1025.9v.LD
