SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Betahistine 2 HCl Accord
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Betahistine 2HCL Accord 8 mg tabletten
Betahistine 2HCL Accord 16 mg tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Betahistine 2HCL Accord 8 mg tabletten
Elke tablet bevat
Betahistinedihydrochloride 8 mg
Hulpstof(fen) met bekend effect: Elke tablet bevat 50 mg lactosemonohydraat
Betahistine 2HCL Accord 16 mg tabletten
Elke tablet bevat
Betahistinedihydrochloride 16 mg
Hulpstof(fen) met bekend effect: Elke tablet bevat 100 mg lactosemonohydraat
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tablet
Betahistine 2HCL Accord 8 mg tabletten
Witte, ronde, platte tabletten van 6,5 mm met schuin aflopende randen en met de opdruk ‘BE’ op de ene kant en een breukstreep op de andere kant.
De breukstreep is alleen om het breken te vereenvoudigen zodat het inslikken makkelijker gaat en niet voor de verdeling in gelijke doses.
Betahistine 2HCL Accord 16 mg tabletten
Witte, ronde, platte tabletten van 9,0 mm met schuin aflopende randen en met de opdruk ‘BF’ op de ene kant en een breukstreep op de andere kant.
De tablet kan verdeeld worden in gelijke helften.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Betahistine wordt toegepast voor de behandeling van het syndroom van Ménière, dat symptomen omvat zoals vertigo, tinnitus, gehoorverlies en misselijkheid.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen
De orale aanvangsbehandeling is 8 tot 16 mg driemaal daags, bij voorkeur in te nemen met voedsel.
De onderhoudsdoseringen bedragen meestal 24-48 mg per dag. De dagelijkse dosering mag niet meer bedragen dan 48 mg. De dosering kan worden aangepast aan de individuele behoeften van de patiënt. Soms wordt verbetering pas na een aantal weken behandeling bemerkt.
Patiënten met een verminderde leverfunctie
Er zijn geen specifieke gegevens uit klinische studies beschikbaar voor deze patiëntengroep, maar op basis van postmarketingervaring is een aanpassing van de dosis niet vereist bij patiënten met een verminderde leverfunctie.
Patiënten met een verminderde nierfunctie
Er zijn geen gegevens uit klinische studies beschikbaar, maar op basis van postmarketingervaring is een aanpassing van de dosis niet vereist bij patiënten met een verminderde nierfunctie.
Oudere patiënten
Hoewel er beperkte gegevens zijn uit klinische studies in deze patiëntengroep, suggereert postmarketingervaring dat er bij oudere patiënten geen aanpassing in de dosering vereist is.
Kinderen en adolescenten
Betahistinetabletten worden niet aanbevolen voor kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar. De veiligheid en werkzaamheid van betahistine tabletten bij kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof(fen) of voor (één van) de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen).
- Feochromocytoom. Aangezien betahistine een synthetisch analoog van histamine is, kan het de vrijzetting van catecholamines uit de tumor bewerkstelligen, met ernstige hypertensie als gevolg.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Voorzichtigheid is geboden bij het behandelen van patiënten met ulcus pepticum of een anamnese van maagzweren, omdat bij het gebruik van betahistine soms dyspepsie kan optreden.
Klinische intolerantie van betahistine kan optreden bij patiënten met astma bronchiale. Deze patiënten dienen derhalve tijdens de behandeling met betahistine zorgvuldig gecontroleerd te worden.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met ernstige hypotensie.
Waarschuwing voor hulpstof
Betahistine 2HCL Accord bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke afwijkingen van galactose tolerantie, personen met totale lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er zijn geen in vivo-interactieonderzoeken uitgevoerd. Gebaseerd op de in vitro data is er geen in vivo-remming van cytochroom P450 enzymen te verwachten.
In vitro gegevens wijzen op een remming van het metabolisme van betahistine door geneesmiddelen die monoamino-oxidase (MAO) remmen, waaronder MAO subtype B (bijvoorbeeld selegiline). Aanbevolen wordt voorzichtig te zijn met gelijktijdig gebruik van betahistine en MAO-remmers (waaronder selectieve MAO-B remmers).
Aangezien betahistine een histamine-analoog is, kan interactie van betahistine met antihistaminica in theorie de werkzaamheid van een van deze middelen beïnvloeden.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van betahistine bij zwangere vrouwen. De resultaten uit dierstudies duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten met betrekking tot reproductietoxiciteit bij klinisch relevante therapeutische blootstelling. Uit voorzorg heeft het de voorkeur het gebruik van betahistine te vermijden tijdens de zwangerschap.
Borstvoeding
Het is niet bekend of betahistine uitgescheiden wordt in moedermelk bij de mens. Betahistine wordt uitgescheiden in rattenmelk. De effecten die post-partum zijn gezien in dierstudies waren beperkt tot zeer hoge doses. Het belang van het innemen van het geneesmiddel door de moeder moet afgewogen worden tegen de voordelen van borstvoeding en het potentiële risico voor het kind.
Vruchtbaarheid
Uit dierstudies blijkt bij ratten geen invloed op de vruchtbaarheid.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Vertigo, tinnitus en gehoorverlies dat in verband staat met syndroom van Ménière kan een negatieve invloed hebben op het vermogen om te rijden of machines te bedienen. Klinische studies speciaal ontworpen om de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen te onderzoeken, toonden aan dat betahistine hierop geen of een te verwaarloosbare effect heeft.
4.8 Bijwerkingen
De volgende bijwerkingen zijn gevonden in placebogecontroleerde klinische studies met de hieronder vermeldde frequenties: zeer vaak (≥1/10); vaak (≥1/100 tot 1/10); soms (≥1/1000 tot 1/100); zelden (≥1/10.000 tot 1/1000) en zeer zelden (< 1/10.000).
Zenuwstelselaandoeningen
Vaak: hoofdpijn
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak: dyspepsie, misselijkheid
Aanvullend op deze bijwerkingen die gerapporteerd werden tijdens klinische studies, zijn de volgende bijwerkingen spontaan gerapporteerd in wetenschappelijke literatuur tijdens postmarketinggebruik. Een frequentie kan niet worden geschat vanuit de beschikbare gegevens en daarom worden deze bijwerkingen geclassificeerd als “niet bekend”.
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend: overgevoeligheidsreacties, bijv. anafylaxe
Maagdarmstelselaandoeningen
Niet bekend: Milde maagklachten (bijv. braken, gastro-intestinale pijn, gezwollen en opgeblazen buik). Deze kunnen meestal worden voorkomen door de dosering tijdens de maaltijd in te nemen of de dosering te verlagen.
Huid- en onderhuidaandoeningen
Niet bekend: cutane en subcutane overgevoeligheidsreacties, met name angioneurotisch oedeem, urticaria, rash en pruritus
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb; website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Er zijn enkele gevallen van overdosering gemeld. Sommige patiënten ervoeren milde tot matige effecten bij doseringen tot 640 mg (bijv. misselijkheid, slaperigheid, buikpijn).
Ernstigere gevallen (convulsie, long- of hartcomplicaties) traden op bij intentionele overdosering van betahistine, met name in combinatie met andere overgedoseerde geneesmiddelen. Behandeling van overdosering dient de standaard ondersteunende maatregelen te bevatten.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: vertigomiddel, ATC-code: N07C A01.
Het werkingsmechanisme van betahistine is slechts gedeeltelijk bekend. Er zijn verschillende aannemelijke hypotheses uit dierstudies en gegevens bij mensen:
Betahistine beïnvloedt het histaminerge systeem:
Bij biochemische studies bleek betahistine zwakke H1-receptoragonistische en sterke H3-antagonistische eigenschappen in het centrale zenuwstelsel en het autonome zenuwstelsel te hebben. De H2-receptoractiviteit bleek verwaarloosbaar te zijn (bv. stimulering van maagzuursecretie).
Betahistine verhoogt de turnover en het vrijkomen van histamine hoogstwaarschijnlijk door presynaptische H3-receptoren te blokkeren en de downregulering van H3-receptoren te induceren.
Betahistine kan de bloedstroom naar het binnenoor doen toenemen:
Men heeft kunnen aantonen dat in farmacologische dierproeven betahistine de doorstroming in de stria vascularis van het binnenoor verbetert, waarschijnlijk door een relaxerende werking van de precapillaire sfincters van de microcirculatie in het binnenoor.
Betahistine faciliteert de vestibulaire compensatie:
Betahistine versnelt de vestibulaire genezing na eenzijdige neurectomie bij dieren door het stimuleren en faciliteren van de vestibulaire compensatie; dit effect, dat gekarakteriseerd wordt door toename van de histamineomzet en -afgifte, wordt gemedieerd via het H3-receptor-antagonisme. Ook bij mensen werd de herstelperiode na vestibulaire neurectomie door betahistine gereduceerd.
Betahistine verandert het afgeven van actiepotentialen van het neuron in de vestibulaire kernen:
Betahistine heeft tevens een dosisafhankelijk inhiberend effect op het afgeven van actiepotentialen van neuronen in de laterale en mediale vestibulaire kernen.
- Het syndroom van Menière wordt gekenmerkt door aanvallen van duizeligheid, oorsuizen, hoofdpijn en misselijkheid. Op den duur kan gehoorverlies optreden. Uit klinische studies blijkt dat betahistine een aanval kan voorkomen en de ernst van de aanvallen kan verminderen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Betahistidine wordt na orale toediening snel en compleet geresorbeerd vanuit alle gedeelten van het gastrointestinale systeem. Na absorptie wordt het snel en bijna volledig gemetaboliseerd in 2‑pyridylazijnzuur (2-PAA). Plasmaspiegels van betahistine zijn zeer laag. Farmacokinetische analyses zijn daarom gebaseerd op 2-PAA-metingen in plasma en urine. Na orale toediening van betahistine bereikt de plasmaconcentratie van 2-PAA zijn maximum na 1 uur.
Tijdens voedselinname is de Cmax lager dan tijdens vasten. De totale absorptie van betahistine is echter vergelijkbaar onder beide omstandigheden, wat erop wijst dat voedsel de absorptie van betahistine alleen vertraagt.
Distributie
Het percentage betahistine dat wordt gebonden door bloedplasmaeiwitten is minder dan 5%.
Metabolisering
Na absorptie wordt betahistine snel en bijna volledig gemetaboliseerd in 2-PAA (dat geen farmacologische activiteit heeft). 2-PAA heeft een halfwaardetijd van ongeveer 3,5 uur.
Eliminatie
2-PAA wordt snel in de urine uitgescheiden. Bij doseringen tussen 8 en 48 mg, wordt ongeveer 85% van de originele dosering uitgescheiden in de urine. Uitscheiding via de nieren of feces van betahistine zelf is van ondergeschikt belang.
Lineariteit
Herstelsnelheden zijn over het orale doseringsbereik van 8 – 48 mg constant, wat aangeeft dat de farmacokinetiek van betahistine lineair is en suggereert dat het betrokken metabolische traject niet verzadigd wordt.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Chronische toxiciteit
Bijwerkingen die het centraal zenuwstelsel betroffen werden gezien bij honden en bavianen na intraveneuze doseringen van 120 mg/kg en hoger.
Uit studies naar de chronische orale toxiciteit gedurende een periode van 18 maanden bij ratten met een dosering van 500 mg/kg en gedurende 6 maanden bij honden met een dosering van 25 mg/kg blijkt dat betahistine goed verdragen wordt zonder definitieve toxiciteit.
Mutageen en carcinogeen vermogen
Betahistine heeft geen mutageen vermogen.
In een 18 maanden durende chronische toxiciteitsstudie bij ratten met een dosis tot 500 mg/kg was er geen enkel bewijs voor carcinogeen vermogen.
Reproductietoxiciteit
Tijdens reproductietoxiciteitsstudies werden alleen effecten gezien bij blootstellingen die worden beschouwd als voldoende boven de maximale humane blootstelling, dit wijst op minimale relevantie tijdens klinisch gebruik.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Lactosemonohydraat
Povidon K25
Watervrij citroenzuur
Maïszetmeel
Microkristallijne cellulose
Crospovidon
Gehydrogeneerde plantaardige olie
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30ºC.
In de originele verpakking bewaren, ter bescherming tegen vocht.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
De tabletten zijn verpakt in doordrukstrips (PVC/PVdC/Alu).
Verpakkingsgrootte 8 mg: 14, 20, 30, 50, 60, 84, 90 en 120 tabletten.
Verpakkingsgrootte 16 mg: 14, 20, 30, 60, 84, 90 en 120 tabletten.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Alle ongebruikte producten of afvalmaterialen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Accord Healthcare B.V.,
Winthontlaan 200,
3526 KV Utrecht,
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Betahistine 2HCl Accord 8 mg tabletten – RVG 24028
Betahistine 2HCl Accord 16 mg tabletten – RVG 24029
9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning:16 februari 1999
Datum van laatste hernieuwing: 30 augustus 2015
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubrieken 4.2 t/m 4.5, 4.7 t/m 5.2: 14 juni 2025.
