SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Aminoplasmal B. Braun
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Aminoplasmal B. Braun 10% E-vrij, oplossing voor infusie
2. KWALITATIVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
De oplossing voor infusie bevat:
| per 1 ml | per 250 ml | per 500 ml | per 1.000 ml | |
| Isoleucine | 5,00 mg | 1,25 g | 2,50 g | 5,00 g |
| Leucine | 8,90 mg | 2,23 g | 4,45 g | 8,90 g |
| Lysine-monohydraat | 3,12 mg | 0,78 g | 1,56 g | 3,12 g |
| (equivalent met lysine) | (2,78 mg) | (0,70 g) | (1,39 g) | (2,78 g) |
| Lysine-acetaat | 5,74 mg | 1,44 g | 2,87 g | 5,74 g |
| (equivalent met lysine) | (4,07 mg) | (1,02 g) | (2,04 g) | (4,07 g) |
| Methionine | 4,40 mg | 1,10 g | 2,20 g | 4,40 g |
| Fenylalanine | 4,70 mg | 1,18 g | 2,35 g | 4,70 g |
| Threonine | 4,20 mg | 1,05 g | 2,10 g | 4,20 g |
| Tryptofaan | 1,60 mg | 0,40 g | 0,80 g | 1,60 g |
| Valine | 6,20 mg | 1,55 g | 3,10 g | 6,20 g |
| Arginine | 11,50 mg | 2,88 g | 5,75 g | 11,50 g |
| Histidine | 3,00 mg | 0,75 g | 1,50 g | 3,00 g |
| Alanine | 10,50 mg | 2,63 g | 5,25 g | 10,50 g |
| Glycine | 12,00 mg | 3,00 g | 6,00 g | 12,00 g |
| Asparaginezuur | 5,60 mg | 1,40 g | 2,80 g | 5,60 g |
| Glutaminezuur | 7,20 mg | 1,80 g | 3,60 g | 7,20 g |
| Proline | 5,50 mg | 1,38 g | 2,75 g | 5,50 g |
| Serine | 2,30 mg | 0,58 g | 1,15 g | 2,30 g |
| Tyrosine | 0,40 mg | 0,10 g | 0,20 g | 0,40 g |
| Elektrolytenconcentraties | ||
| Acetaat | 28 | mmol/l |
| Citraat | 1,0 – 2,0 | mmol/l |
| Totaal aminozuren | 100 | g/l |
| Totaal stikstof | 15,8 | g/l |
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor infusie.
Heldere, kleurloze tot licht strogele oplossing, die vrijwel geen zichtbare deeltjes bevat.
| Energie [kJ/l (kcal/l)] | 1.675 (400) |
| Theoretische osmolariteit [mOsm/l] | 864 |
| Zuurgraad (titratie tot pH 7,4) [mmol NaOH/l] | ongeveer 20 |
| pH | 5,7 – 6,3 |
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Toevoer van aminozuren voor parenterale voeding, als een orale of enterale voeding onmogelijk, onvoldoende of gecontra-indiceerd is. Voor volwassenen, jongeren tot 18 jaar en kinderen boven de 2 jaar.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
De dosis moet worden aangepast volgens de individuele behoefte aan aminozuren en vloeistof, afhankelijk van de klinische toestand van de patiënt (voedingsstatus en/of mate van stikstof katabolisme als gevolg van onderliggende aandoeningen).
Volwassenen
Dagelijkse dosis:
1,0 – 2,0 g aminozuren/kg lichaamsgewicht ≙ 10 – 20 ml/kg lichaamsgewicht
≙ 700 – 1.400 ml voor een patiënt van 70 kg
Maximale infusiesnelheid:
0,1 g aminozuren/kg lichaamsgewicht/u ≙ 1,0 ml/kg lichaamsgewicht/u
≙ 1,17 ml/min voor een patiënt van 70 kg
Paediatrische patiënten
Pasgeborenen, zuigelingen en peuters jonger dan twee jaar
Aminoplasmal B. Braun 10% E-vrij is gecontra-indiceerd voor gebruik bij pasgeborenen, zuigelingen en peuters jonger dan 2 jaar (zie rubriek 4.3).
Kinderen van 2 tot 18 jaar oud
De onderstaande doseringen voor de leeftijdsgroepen zijn gemiddelde richtwaarden. De juiste dosis moet individueel aangepast worden volgens de leeftijd, het ontwikkelingsstadium en de aanwezige ziekte.
Dagelijkse dosis voor kinderen van 2 tot jonger dan 3 jaar oud:
1,0 - 2,5 g aminozuren/kg lichaamsgewicht ≙ 10 - 25 ml/kg lichaamsgewicht
Dagelijkse dosis voor kinderen van 3 tot 18 jaar oud:
1,0 - 2,0 g aminozuren/kg lichaamsgewicht ≙ 10 - 20 ml/kg lichaamsgewicht
Ernstig zieke kinderen: voor ernstig zieke patiënten kan de aanbevolen aminozuurinname hoger zijn (maximaal 3,0 g aminozuren/kg lichaamsgewicht per dag).
Maximale infusiesnelheid:
0,1 g aminozuren/kg lichaamsgewicht/u ≙ 1,0 ml/kg lichaamsgewicht/u
In het geval dat 1,0 g aminozuren/kg lichaamsgewicht/dag of meer nodig is, dient speciale aandacht te worden besteed aan beperking van de vochttoevoer. Om overvulling te vermijden, kan het in dergelijke situaties noodzakelijk zijn om aminozuuroplossingen met een hoger aminozuurgehalte te gebruiken.
Patiënten met een nier-/leverfunctiestoornis
De doseringen dienen op individuele basis te worden aangepast bij patiënten met lichte en matige lever- of nierinsufficiëntie (zie ook rubriek 4.4). Bij toediening tijdens dialyse moet rekening worden gehouden met verlies van aminozuren in het dialysaat.
Gebruiksduur
Deze oplossing kan toegediend worden zolang parenterale voeding geïndiceerd is.
Wijze van toediening
Intraveneus gebruik.
Uitsluitend voor centraal veneuze infusie.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen
- Aangeboren fouten in het metabolisme van de aminozuren
- Ernstige levensbedreigende circulatiestoornissen (bvb. shock)
- Hypoxie
- Metabole acidose
- Ernstige leverinsufficiëntie of gedecompenseerde levercirrose met hepatische encefalopathie (graad III en IV)
- Ernstige nierinsufficiëntie in afwezigheid van nierfunctievervangende therapie
- Gedecompenseerde hartinsufficiëntie
- Acuut longoedeem
- Verstoringen van de elektrolyten- en vochtbalans
Het geneesmiddel mag niet worden toegediend aan pasgeborenen, zuigelingen en peuters jonger dan twee jaar, omdat de aminozuursamenstelling niet goed voldoet aan de bijzondere vereisten voor deze pediatrische leeftijdsgroep.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Het geneesmiddel mag alleen toegediend worden na zorgvuldige afweging van voordelen en risico’s in gevallen van stoornissen van het aminozurenmetabolisme van een andere aard dan vermeld onder rubriek 4.3.
Voorzichtigheid is noodzakelijk bij de toediening van grote volumes infusievloeistof aan patiënten met hartinsufficiëntie.
Zorgvuldigheid is noodzakelijk bij patiënten met een toegenomen serumosmolariteit.
Stoornissen van de elektrolyten- en vochtbalans (bijvoorbeeld hypotone dehydratatie, hyponatriëmie, hypokaliëmie) dienen te worden gecorrigeerd voorafgaand aan de toediening van parenterale voeding.
Serumelektrolyten, bloedglucose, vochtbalans, zuur-base-evenwicht en nierfunctie moeten regelmatig gevolgd worden.
De monitoring dient ook de serumeiwitten en leverfunctietests te omvatten.
Nierfunctiestoornis
Bij patiënten met nierinsufficiëntie moet de dosis zorgvuldig aangepast worden aan de individuele behoeften, de ernst van de orgaaninsufficiëntie en het soort ingestelde nierfunctievervangende therapie (hemodialyse, hemofiltratie, enz.). Bij aanpassing van de dosis moet rekening worden gehouden met verlies van aminozuren door de dialyseprocedure.
Leverfunctiestoornis
Bij patiënten met lichte of matige leverinsufficiëntie of gedecompenseerde levercirrose met hepatische encefalopathie (graad I en II) moet de dosis zorgvuldig aangepast worden aan de individuele behoeften en de ernst van de orgaaninsufficiëntie.
Aminozuuroplossingen zijn slechts één component van parenterale voeding. Voor een volledige parenterale voeding moeten naast aminozuren ook substraten voor de toediening van niet uit eiwitten afkomstige energie, essentiële vetzuren, elektrolyten, vitaminen, vocht en sporenelementen worden toegediend.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Geen bekend.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen gegevens over het gebruik van Aminoplasmal B. Braun 10% E-vrij bij zwangere vrouwen. Er is geen dieronderzoek op het gebied van reproductie uitgevoerd met Aminoplasmal B. Braun 10% E-vrij. Het gebruik van Aminoplasmal B. Braun 10% E-vrij tijdens de zwangerschap kan zo nodig worden overwogen. Aminoplasmal B. Braun 10% E-vrij mag alleen aan zwangere vrouwen worden gegeven na zorgvuldige overweging.
Borstvoeding
Aminozuren/metabolieten worden uitgescheiden in de moedermelk, maar bij therapeutische doses van Aminoplasmal B. Braun 10% E-vrij worden geen effecten op met moedermelk gevoede pasgeborenen/ zuigelingen verwacht.
Desalniettemin wordt het geven van borstvoeding niet aanbevolen voor moeders die parenterale voeding krijgen.
Vruchtbaarheid
Geen gegevens beschikbaar.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Niet van toepassing.
4.8 Bijwerkingen
Bijwerkingen die echter niet specifiek verband houden met het product maar met parenterale voeding in het algemeen, kunnen zich voordoen, vooral in het begin van de parenterale voeding.
Bijwerkingen worden als volgt naargelang hun frequenties vermeld:
Zeer vaak (≥1/10)
Vaak (≥1/100, <1/10)
Soms (≥1/1.000, <1/100)
Zelden (≥1/10.000, <1/1.000)
Zeer zelden (<1/10.000)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend: allergische reacties
Maagdarmstelselaandoeningen
Soms: nausea, braken
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, Website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Symptomen van een overdosering van vocht
Overdosering of een te hoge infusiesnelheid kan de oorzaak zijn van hyperhydratatie, een verstoorde elektrolytenbalans en longoedeem.
Symptomen van een overdosering van aminozuren
Overdosering of een te hoge infusiesnelheid kan de oorzaak zijn van onverdraagbaarheidsreacties die zich kunnen voordoen in de vorm van misselijkheid, braken, hoofdpijn, hyperammoniëmie en renaal verlies van aminozuren.
Behandeling
In geval van onverdraagbaarheidsreacties moet het infuus met aminozuren tijdelijk worden stopgezet en later hervat worden met een lagere infusiesnelheid.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: bloedvervangingsmiddelen en perfusievloeistoffen, intraveneuze oplossingen voor parenterale voeding, aminozuren, ATC-code: B05B A01.
Werkingsmechanisme
Het doel van een parenterale voeding is de toediening van alle noodzakelijke voedingsbestanddelen voor de groei, het onderhoud en de regeneratie van lichaamsweefsels enz.
Aminozuren zijn van bijzonder belang aangezien zij ten dele essentieel zijn voor de synthese van eiwitten.
Intraveneus toegediende aminozuren worden opgenomen in resp. de intravasculaire en intracellulaire aminozurenpool. Zowel endogene als exogene aminozuren zijn substraten voor de synthese van functionele en structurele eiwitten.
Om het metabolisme van aminozuren ten behoeve van de productie van energie te voorkomen en tevens de andere energieverbruikende processen in het organisme van energie te voorzien, is een gelijktijdige toediening van niet uit eiwitten afkomstige energie (in de vorm van koolhydraten of vetten) noodzakelijk.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Aangezien dit geneesmiddel in een intraveneus infuus wordt toegediend, is de biologische beschikbaarheid van de aminozuren in de oplossing 100%.
Distributie
Aminozuren komen voor in diverse eiwitten in verschillende lichaamsweefsels. Bovendien is elk aminozuur aanwezig als vrij aminozuur in het bloed en in cellen.
De samenstelling van de aminozuuroplossing is gebaseerd op de resultaten van klinische onderzoeken van het metabolisme van intraveneus toegediende aminozuren. De hoeveelheden aminozuren in de oplossing werden zodanig gekozen dat een homogene toename van de concentratie van alle aminozuren in het plasma wordt bereikt. De fysiologische verhoudingen van aminozuren in het plasma, d.w.z. aminozuurhomeostase, blijft tijdens het infuus van het geneesmiddel dan ook behouden.
Een normale groei en ontwikkeling van de foetus hangen af van een continue aanvoer van aminozuren van de moeder naar de foetus. De placenta is verantwoordelijk voor de overdracht van aminozuren tussen de twee circulaties.
Biotransformatie
Aminozuren die niet worden opgenomen in de eiwitsynthese, worden als volgt gemetaboliseerd: de aminogroep wordt van het koolstofskelet gesplitst door transaminatie. De koolstofketen wordt ofwel rechtstreeks geoxideerd tot CO2 of wordt als substraat gebruikt door de gluconeogenese in de lever. De aminogroep wordt ook in de lever gemetaboliseerd tot ureum.
Eliminatie
Er worden alleen geringe hoeveelheden aminozuren onveranderd uitgescheiden in de urine.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Er is geen niet-klinisch onderzoek uitgevoerd met Aminoplasmal B. Braun 10% E-vrij. De aminozuren en elektrolyten die in Aminoplasmal B. Braun 10% E-vrij voorkomen, zijn stoffen die van nature in het organisme voorkomen.
Voor zover de indicaties, de contra-indicaties en de dosisaanbevelingen in acht worden genomen, worden dan ook geen toxische reacties verwacht.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Acetylcysteïne
Citroenzuur-monohydraat (voor instelling van de pH)
Water voor injecties
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen waarvan de compatibiliteit niet is beschreven. Zie rubriek 6.6.
6.3 Houdbaarheid
Ongeopend
3 jaar
Na de eerste opening
Het medische product moet onmiddellijk gebruikt worden.
Na toevoeging van additieven
Niet in de koelkast bewaren.
Chemische en fysische stabiliteit tijdens gebruik is aangetoond gedurende 24 uur bij 25 °C.
Vanuit microbiologisch oogpunt moet het product direct worden gebruikt, tenzij de methode van openen en mengen het risico van microbiële besmetting uitsluit. Wanneer het product niet direct wordt gebruikt, zijn de bewaartijd en -condities tijdens gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.
De fles in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
Koele bewaring van de oplossing bij een temperatuur beneden 15 °C kan tot vorming van kristallen leiden, die echter gemakkelijk weer opgelost kunnen worden door voorzichtig opwarmen bij 25 °C tot volledige oplossing. De fles zachtjes schudden om een homogene oplossing te verkrijgen.
Niet in de vriezer bewaren.
Voor de bewaarcondities na menging met additieven, zie rubriek 6.3.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Flessen uit kleurloos glas (type II), afgedicht met halogeenbutylrubberen stoppen, met 250 ml, 500 ml of 1.000 ml oplossing.
Inhoud: 250 ml beschikbaar in verpakkingen van 10 flessen 500 ml beschikbaar in verpakkingen van 10 flessen 1.000 ml beschikbaar in verpakkingen van 6 flessen
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Geen bijzondere vereisten voor verwijdering.
De flessen zijn uitsluitend bedoeld voor eenmalig gebruik. Fles en alle niet-gebruikte inhoud moet na gebruik worden vernietigd.
De oplossing mag enkel worden gebruikt als de sluiting van de fles niet beschadigd is en als de oplossing helder, kleurloos tot licht strogeel gekleurd is en vrijwel geen zichtbare deeltjes bevat.
Gebruik een steriele infuusset voor de toediening.
Als het in het kader van een volledige parenterale voeding noodzakelijk is andere voedingsmiddelen zoals koolhydraten, lipiden, vitaminen, elektrolyten en sporenelementen aan dit geneesmiddel toe te voegen, moet het mengen in strikt aseptische omstandigheden gebeuren. Goed mengen na toevoeging van alle additieven. Bijzondere aandacht is noodzakelijk voor de compatibiliteit.
- Glucose: fysisch-chemische stabiliteit is aangetoond gedurende 24 uur bij kamertemperatuur, tot een totale hoeveelheid van 158 g/l glucose in het mengsel.
- Elektrolyten: fysisch-chemische stabiliteit is aangetoond gedurende 24 uur bij kamertemperatuur, tot een totale hoeveelheid van 32 mmol/l natrium, 16 mmol/l kalium en 2 mmol/l magnesium in het mengsel.
- Lipiden: fysisch-chemische stabiliteit is aangetoond gedurende 24 uur bij kamertemperatuur, tot een totale hoeveelheid van 50 g/l lipidenemulsie in het mengsel.
- Sporenelementen en vitaminen: stabiliteit is aangetoond gedurende 24 uur bij kamertemperatuur met in de handel verkrijgbare multisporenelementen en multivitaminen (bijv. Tracutil, Cernevit), tot de door de respectievelijke fabrikant van de micronutriënt aanbevolen standaarddosering.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
B. Braun Melsungen AG
Carl-Braun-Straße 1
34212 Melsungen
Duitsland
Postadres
B. Braun Melsungen AG
34209 Melsungen
Duitsland
Telefoon: +49-5661-71-0
Fax: +49-5661-71-45 67
8. NUMMERS VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 113028
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 26/06/2013
Datum van laatste verlenging: 17 mei 2018
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubrieken 3, 4.2, 4.3, 4.4, 4.9, 6.2, 6.3, 6.5 en 6.6: 30 augustus 2025.
