Bijsluiter: gebruik, bijwerkingen, dosering - Urapidil Nordic
1. Wat is Urapidil Nordic en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Urapidil Nordic, oplossing voor injectie behoort tot de groep van geneesmiddelen die alfablokkers wordt genoemd. Dit geneesmiddel verlaagt de bloeddruk door de wand van de bloedvaten te ontspannen.
Urapidil Nordic wordt gebruikt om ernstige hoge bloeddruk te behandelen:
- die in verband wordt gebracht met acute levensbedreiging of ernstige orgaanschade (hypertensieve crisis).
- tijdens en/of na operaties.
2. Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
- U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
- Als u een hartafwijking heeft die aortastenose wordt genoemd of als u een bloedvatafwijking heeft waarbij er een verbinding is tussen een slagader en een ader die arterio-veneuze shunt wordt genoemd (met uitzondering van arterio-veneuze shunts bij dialysepatiënten).
- Als u borstvoeding geeft.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Het is mogelijk dat het hart langzamer klopt of stopt met kloppen als de bloeddruk te snel daalt.
Urapidil Nordic dient niet te worden gebruikt voor acute behandeling van hoge bloeddruk die samenhangt met een beroerte (cerebrovasculair accident, CVA). Uw arts zal dit middel gebruiken bij acute levensbedreigende orgaanschade door hoge bloeddruk.
Voordat Urapidil Nordic wordt toegediend dient uw arts te controleren:
- Of u last heeft gehad van diarree of braken (of van andere problemen die kunnen leiden tot een verlaging van de hoeveelheid vocht in het lichaam);
- Of het natriumgehalte in uw bloed te laag is.
Speciale patiëntengroepen
Geldt een van de onderstaande punten voor u? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u dit medicijn krijgt. Het is nodig om dan extra voorzichtig te zijn:
Urapidil Nordic kan worden toegediend aan kinderen en jongvolwassenen onder de 18 jaar.
- Voor oudere patiënten (ouder dan 65 jaar) kan een lagere dosering nodig zijn.
- Als u lijdt aan ernstige leverfunctiestoornissen dient de dosering te worden verlaagd.
- Als u lijdt aan nierfunctiestoornissen kan het noodzakelijk zijn uw bloedsomloop te controleren.
- Als u lijdt aan hartfalen (het hart pompt het bloed minder goed rond) door een probleem in het hart (mechanische obstructie), zoals een hartklep die smaller is dan normaal (aortastenose of mitralisklepstenose).
- Als u een afgesloten slagader in de longen heeft (longembolie).
Als u een hart heeft, dat niet goed werkt door een ontsteking van het weefselzakje dat om het hart zit (pericarditis).
Weet u niet zeker of een van bovenstaande punten voor u geldt? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.
Krijgt u een oogoperatie om staar (vertroebeling van de ooglens) te behandelen? Vertel uw oogarts dat u urapidil gebruikt of heeft gebruikt voordat de operatie begint. Urapidil kan namelijk zorgen voor problemen tijdens de operatie. Uw arts kan deze problemen onder controle houden als uw arts weet dat u urapidil gebruikt.
Heeft u een ander medicijn tegen hoge bloeddruk gekregen voordat u urapidil kreeg? Uw arts wacht dan lang genoeg tot het andere medicijn begint te werken. Uw arts zal de dosis urapidil lager maken. Als de bloeddruk te snel daalt dan is het mogelijk dat het hart langzamer klopt of stopt met kloppen.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Urapidil Nordic nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker.
Informeer uw arts voordat dit geneesmiddel wordt toegediend als u één van de volgende geneesmiddelen gebruikt omdat er dan wisselwerkingen met Urapidil Nordic kunnen optreden waardoor de effectiviteit van Urapidil of de andere medicijnen kan worden veranderd of de kans op bijwerkingen kan worden vergroot:
- Alfablokkers die worden gebruikt bij urineproblemen veroorzaakt door prostaatafwijkingen.
- Bloeddrukverlagende geneesmiddelen.
- Baclofen (voor de behandeling van spierspasmen).
- Amifostine (voor de behandeling van infecties).
- Imipramine (voor de behandeling van depressies).
- Neuroleptica (geneesmiddelen voor de behandeling van psychosen).
- Corticosteroïden (ontstekingsremmende, hormoonachtige geneesmiddelen, ook wel steroïden genoemd).
- Cimetidine (gebruikt om te zorgen voor minder maagzuur).
- Barbituraten (geneesmiddelen voor de behandeling van epilepsie).
Waarop moet u letten met eten, drinken en alcohol?
U moet voorzichtig zijn met het drinken van alcohol gedurende de behandeling met Urapidil Nordic; alcohol kan de effecten van dit medicijn versterken.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Zwangerschap
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts voordat u dit medicijn krijgt.
Het gebruik van Urapidil Nordic wordt niet aangeraden bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen anticonceptie gebruiken. Er zijn geen goede gegevens om de veiligheid van het gebruik van Urapidil Nordic bij zwangere vrouwen te beoordelen. Behandeling met Urapidil Nordic wordt niet aangeraden tijdens de zwangerschap, tenzij uw arts van mening is dat het voordeel voor u groter is dan het mogelijke risico voor uw ongeboren baby. Als dit medicijn tijdens de zwangerschap gebruikt moet worden tegen hoge bloeddruk, dan moet de bloeddruk langzaam lager gemaakt worden. Dit moet altijd onder controle van een arts gebeuren.
Borstvoeding
Het is onbekend of Urapidil Nordic wordt uitgescheiden in moedermelk. Voor de veiligheid wordt het geven van borstvoeding tijdens de behandeling met Urapidil Nordic niet aangeraden.
Vruchtbaarheid
Dit medicijn wordt niet geadviseerd voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd als zij geen condoom of ander middel gebruiken om niet zwanger te worden (anticonceptie). Uit onderzoek op dieren blijkt dat urapidil een invloed heeft op de vruchtbaarheid. Het is niet bekend hoe belangrijk deze invloed is voor de mens.
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel gebruikt.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Het gebruik van Urapidil Nordic kan de rijvaardigheid of het vermogen machines te bedienen negatief beïnvloeden, vooral:
- Bij het begin van de behandeling of bij wijzigingen in de behandeling;
- Bij gelijktijdig gebruik van alcohol.
Als u zich onwel voelt, wordt afgeraden te rijden of machines te bedienen totdat de verschijnselen verdwenen zijn.
Urapidil Nordic bevat natrium
Urapidil Nordic bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per ampul, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
Urapidil Nordic, bevat propyleenglycol.
Urapidil Nordic bevat 1000 mg propyleenglycol per ampul. Propyleenglycol in Urapidil Nordic kan dezelfde effecten hebben als het drinken van alcohol en kan de kans op bijwerkingen vergroten.
Gebruik dit middel niet bij kinderen jonger dan 5 jaar.
Gebruik dit middel alleen op aanbeveling van een arts. Uw arts kan extra controles uitvoeren wanneer u dit middel inneemt.
Als u zwanger bent of borstvoeding geeft, neem dit middel dan niet in, tenzij aanbevolen door uw arts.
Uw arts kan extra controles uitvoeren wanneer u dit middel inneemt.
Als u een leveraandoening of nieraandoening heeft, neem dit middel dan niet in, tenzij aanbevolen door uw arts. Uw arts kan extra controles uitvoeren wanneer u dit middel inneemt.
3. Hoe gebruikt u dit middel?
Urapidil Nordic, oplossing voor injectie wordt voorgeschreven en toegediend door een arts.
Dosering
De arts zal bepalen wat de juiste dosering is op basis van uw gezondheid.
Wijze van toediening
Urapidil Nordic, oplossing voor injectie wordt intraveneus (via een injectie in een ader) toegediend.
Speciale patiëntengroepen
Bij patiënten met een leverziekte of nierziekte kan het nodig zijn om de dosis lager te maken.
Dit medicijn moet voorzichtig aan ouderen worden gegeven. Aan het begin van de behandeling worden kleinere doses gegeven, omdat ouderen anders kunnen reageren op dit soort medicijnen.
Duur van de behandeling
De duur van de behandeling met Urapidil Nordic dient niet langer dan 7 dagen te zijn.
Heeft u te veel van dit middel gebruikt?
Als u te veel van dit medicijn heeft gekregen, kunt u de volgende klachten krijgen: duizelig zijn, een licht gevoel in het hoofd hebben of flauwvallen als u opstaat, moe zijn en minder snel kunnen reageren. Als u deze klachten krijgt moet u op uw rug gaan liggen met de benen omhoog. Als de klachten niet weg gaan, neem dan direct contact op met uw arts of verpleegkundige.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
4. Mogelijke bijwerkingen
Zoals alle geneesmiddelen kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.
De volgende bijwerkingen komen meestal doordat de bloeddruk te snel daalt.
Uit ervaring blijkt dat deze bijwerkingen binnen een paar minuten weg zijn, ook tijdens infusies die lang duren. De arts bepaalt of de behandeling moet stoppen of niet. Dit hangt af van de ernst van de bijwerkingen.
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op 10 patiënten):
Misselijkheid, duizeligheid en hoofdpijn.
Soms (komen voor bij minder dan 1 op 100 patiënten):
Problemen met slapen, hartkloppingen, toename of afname van de hartslagfrequentie, een pijnlijk en drukkend gevoel op de borst (zoals angina pectoris) en een gevoel van ademnood, daling van de bloeddruk bij het opstaan na zitten of liggen (orthostatische hypotensie), braken, diarree, droge mond, moeheid, onregelmatige hartslag en zweten.
Zelden (komen voor bij minder dan 1 op 1.000 patiënten):
Langdurige en pijnlijke erectie die niet overgaat, verstopte neus, allergische huidreacties (jeuk, ongewoon rode huid, galbulten (rash))
Zeer zelden (komen voor bij minder dan 1 op 10.000 patiënten):
Afname van het aantal bloedplaatjes (bloedplaatjes zorgen voor een korstje op een wond), rusteloosheid, gevoel meer te moeten plassen, meer moeite met het ophouden van uw plas (urine-incontinentie).
Onbekende frequentie (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
Zwelling van het gezicht, lippen tong en keel, uitslag op de huid met roze bulten en erge jeuk (netelroos of galbulten).
Wanneer één van de bijwerkingen ernstig wordt of als er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
5. Hoe bewaart u dit middel?’
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het doosje en de ampul na EXP. Daar staat een maand en een jaar .De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren beneden 30°C.
Na de eerste opening/verdunning:
De chemische en fysische stabiliteit is gedurende 50 uur bij 15-25°C aangetoond.
Vanuit microbiologisch oogpunt dient het product direct gebruikt te worden.
Indien het bereidde preparaat niet onmiddellijk in gebruik wordt genomen, vallen de bewaartijden en –omstandigheden onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
Voor zover de bereiding van het preparaat niet onder gecontroleerde en gevalideerde omstandigheden, zonder ziekmakers zoals bacteriën, virussen en schimmels (aseptisch), plaatsvindt, dient het normaliter niet langer dan 24 uur bij 2-8°C bewaard te worden.
Slechts voor eenmalig gebruik.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.
6. Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
- De werkzame stof in dit middel is urapidil (in de vorm van urapidilhydrochloride).
Een ampul van 10 ml bevat 50 mg urapidil.
- De andere stoffen in dit middel zijn propyleenglycol, natriumdiwaterstoffosfaat dihydraat, dinatriumwaterstoffosfaat dihydraat, (verdund) zoutzuur, natriumhydroxide, water voor injecties.
Hoe ziet Urapidil Nordic, oplossing voor injectie er uit en hoeveel zit er in een verpakking?
Dit geneesmiddel is een oplossing voor injectie in een ampul. Een doosje bevat 5 ampullen.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Nordic Group B.V.
Siriusdreef 41
2132 WT Hoofddorp
Fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte in het land van herkomst
Cenexi
52, rue Marcel et Jacques Gaucher,
94120 Fontenay Sous Bois
Frankrijk
Voor inlichtingen en correspondentie:
Nordic Pharma B.V.
Siriusdreef 41
2132 WT HoofddorpTel : +31 (0)85 48 35 871
Email :
info-nl@nordicpharma.com
In het register ingeschreven onder
RVG 120483//101895, Urapidil Nordic 50 mg/10 ml, oplossing voor injectie
Land van herkomst: Duitsland
Het product uit deze bijsluiter wordt in het land van herkomst op de markt gebracht onder de naam Urapidil Stragen i.v. 50 mg Injectionslösung
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in juli 2022.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
- 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Urapidil Nordic 50 mg/10 ml, oplossing voor injectie
- 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Urapidil (als urapidilhydrochloride): 5 mg/ml oplossing voor injectie.
Eén ampul van 10 ml bevat 50 mg urapidil.
Urapidil Nordic bevat 1000 mg propyleenglycol per ampul.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
- 3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
- 4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van ernstige hypertensieve periodes:
- Geassocieerd met acute levensbedreiging of interne eindorgaanschade (hypertensieve crisis)
- Tijdens en/of na chirurgische ingrepen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Volwassenen
Bereiding van de oplossingen:
- Intraveneus infuus: voeg 5 ampullen van 50 mg urapidil toe aan 500 ml oplossing
- Infuuspomp: voeg 2 ampullen van 50 mg urapidil toe aan 50 ml oplossing
Aanbevolen dosering voor behandeling van hypertensieve crisis
Begin van de behandeling
Intraveneuze injectie:
25 mg urapidil (5 ml) als intraveneuze bolusinjectie. Indien de bloeddruk na 5 minuten voldoende is gedaald, wordt overgegaan op de onderhoudsdosering.
Indien de bloeddruk na 5 minuten onvoldoende is gedaald, kan de dosering worden herhaald (injectie van 25 mg (5 ml) in 20 seconden). Indien de bloeddruk na 5 minuten voldoende is gedaald, wordt overgegaan op de onderhoudsdosering.
Als de bloeddruk 5 minuten daarna nog steeds niet voldoende is gedaald wordt 50 mg urapidil (10 ml) als bolusinjectie toegediend. Indien de bloeddruk na 5 minuten voldoende is gedaald, wordt overgegaan op de onderhoudsdosering.
Intraveneus infuus of infuuspomp:
Intraveneus infuus:
De infuussnelheid dient 2 mg/min (88 druppels: 4.4 ml/min) te bedragen. Indien de bloeddruk voldoende daalt wordt overgegaan op de onderhoudsdosering.
Infuuspomp:
De infuussnelheid dient 2 mg/min (1 ml/min) te bedragen. Indien de bloeddruk voldoende daalt wordt overgegaan op de onderhoudsdosering.
Bij de behandeling van hypertensieve crisis dient de dosis zo te worden aangepast dat de daling van de bloeddruk niet meer is dan 25% van de oorspronkelijke waarde in het uur volgend op het begin van de intraveneuze behandeling; een te sterke bloeddrukdaling kan namelijk leiden tot myocardiale, cerebrale of renale ischemie.
Onderhoudsbehandeling (wanneer de bloeddruk voldoende is gedaald).
Toediening door intraveneus infuus :
Een infuussnelheid van 9-30 mg/uur (gemiddeld 15), ofwel 7-22 druppels/uur (gemiddeld 11).
Toediening door infuuspomp:
Een infuussnelheid van 9-30 mg/uur (gemiddeld 15), ofwel 4.5-15 ml/uur (gemiddeld 7.5).
Aanbevolen dosering voor behandeling van hypertensieve crisis tijdens en/of na chirurgische ingrepen:
Begin van de behandeling:
Intraveneuze injectie:
25 mg urapidil (5 ml) injecteren gedurende 20 seconden. Indien de bloeddruk na 2 minuten voldoende is gedaald, wordt overgegaan op de onderhoudsdosering.
Indien de bloeddruk na 5 minuten onvoldoende is gedaald wordt de behandeling herhaald (25 mg (5 ml) injecteren gedurende 20 seconden). Als de bloeddruk na 2 minuten voldoende is gedaald, wordt overgegaan op de onderhoudsdosering.
Als de bloeddruk na 5 minuten nog steeds niet voldoende is gedaald wordt 50 mg urapidil (10 ml) gedurende 20 seconden geïnjecteerd. Als de bloeddruk na 2 minuten voldoende is gedaald, wordt overgegaan op de onderhoudsdosering.
Intraveneus infuus:
De infuussnelheid dient 6 mg/min (264 druppels: 13.2 ml/min) te bedragen.
Toediening via infuuspomp:
De infuussnelheid dient 6 mg/min (3 ml/min) te bedragen.
Onderhoudsbehandeling (bij voldoende bloeddrukdaling als respons op de behandeling):
Toediening door intraveneus infuus:
De infuussnelheid dient 60-180 mg/uur (gemiddeld 120), ofwel 44-132 druppels/uur (gemiddeld 88) te bedragen.
Toediening door infuuspomp:
De infuussnelheid dient 60-180 mg/uur (gemiddeld 120), ofwel 30-90 ml/uur (gemiddeld 60) te bedragen.
Gebruik bij patiënten met nierfunctiestoornissen
Initiële dosisaanpassing is niet noodzakelijk bij patiënten met lichte tot matige nierfunctiestoornissen. Bij patiënten met ernstige nierfunctiestoornissen kan bewaking van de hemodynamische parameters noodzakelijk zijn (zie paragraaf 4.4).
Gebruik bij patiënten met leverfunctiestoornissen
Initiële dosisaanpassing is niet noodzakelijk bij patiënten met lichte tot matige leverfunctiestoornissen. Urapidil dient met voorzichtigheid te worden toegepast bij patiënten met ernstige leverfunctie-stoornissen (zie paragraaf 4.4).
Gebruik bij oudere patiënten
Bij ouderen kan een verlaging van de dosis noodzakelijk zijn (zie paragraaf 4.4).
Gebruik bij kinderen en adolescenten (< 18 jaar):
De ervaring bij kinderen is beperkt.
- Begin van de behandeling : 2 mg/kg/h
- Onderhoudsbehandeling : 0,8 mg/kg/h
Gezien de duur van de beschikbare toxicologische studies dient urapidil intraveneus niet langer dan 7 dagen te worden gebruikt.
4.3 Contra-indicaties
Urapidil Nordic mag niet worden gebruikt in geval van:
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Stenose van de isthmus aortae of arterio-veneuze shunt (met uitzondering van arterio-veneuze shunts voor hemodialyse).
- borstvoeding
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Waarschuwingen
Als de bloeddruk te snel daalt, kan dit tot bradycardie of hartstilstand leiden.
Hypertensie gedurende zwangerschap: vanwege het risico voor de foetus, waaronder foetale dood, dient men de bloeddruk geleidelijk en altijd op gecontroleerde wijze te laten dalen.
De toename van de hypertensie waarmee een cerebrovasculair accident vaak gepaard gaat is geen indicatie voor hypertensieve noodbehandeling. De beslissing dient te worden genomen met het oog op eventuele acute levensbedreigende complicaties door schade van de interne organen.
Bij sommige patiënten die worden behandeld of eerder zijn behandeld met tamsulosine, werd tijdens cataractoperaties het 'Intraoperative Floppy Iris Syndrome' (IFIS, een variant van het kleinepupilsyndroom) waargenomen. Er zijn ook incidentele meldingen ontvangen met betrekking tot andere alfa1-blokkers en de mogelijkheid van een klasse-effect kan niet worden uitgesloten. Aangezien IFIS kan leiden tot een groter risico op complicaties tijdens de cataract-operatie, moet de oogchirurg van tevoren op de hoogte worden gesteld als de patiënt alfa1-blokkers gebruikt of heeft gebruikt.
Voorzorgen bij gebruik
Vanwege het additieve effect van antihypertensiva wordt aangeraden om bij het gebruik, rekening te houden met hun halfwaardetijd om een te snelle bloeddrukdaling te voorkómen, die zou kunnen leiden tot bradycardie of hartstilstand.
Speciale voorzichtigheid is nodig bij hartfalen, veroorzaakt door een mechanische functionele obstructie, bijv. aorta- of mitralisklepstenose, longembolie of gestoorde hartfunctie als gevolg van een pericardiale aandoening.
Wanneer antihypertensiva bij ouderen worden toegepast dient voorzichtigheid te worden betracht en de startdosis dient lager te zijn aangezien ouderen gevoeliger zijn voor dit soort behandelingen.
In geval van volumedepletie (diarree, braken) bestaat het risico op een versterkt antihypertensief effect van urapidil. Bij patiënten met nierfunctiestoornissen kan bewaking van de hemodynamische parameters noodzakelijk zijn.
Gelet op de studies uitgevoerd met de orale formulering verdient het de voorkeur de dosering te verminderen bij patiënten met ernstige leverfunctiestoornissen.
Bij gelijktijdig gebruik van cimetidine (zie rubriek 4.5)
Urapidil kan worden toegediend aan kinderen.
Informatie met betrekking tot hulpstoffen met een bekend effect:
Urapidil Nordic bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per ampul, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’is.
Urapidil Nordic bevat 1000 mg propyleenglycol per ampul. Propyleenglycol in Urapidil Nordic kan dezelfde effecten hebben als het drinken van alcohol en kan de kans op bijwerkingen vergroten.
Gebruik dit middel niet bij kinderen jonger dan 5 jaar.
Bij zwangere vrouwen en patiënten met lever- en/of nierinsufficiëntie mag dit geneesmiddel uitsluitend worden toegediend op aanbeveling van een arts. Tijdens de toediening van dit geneesmiddel kan aanvullende monitoring worden uitgevoerd op instructies van een arts.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Niet aanbevolen combinaties:
- Alfa-blokkers gebruikt voor urologische doeleinden Versterking van het hypotensieve effect. Risico op ernstige orthostatische hypotensie.
Combinaties die in acht moeten worden genomen in het kader van de voorzorgen bij gebruik:
- Baclofen Versterking van het antihypertensieve effect. De bloeddruk bewaken en indien nodig de dosering van het antihypertensivum aanpassen.
Cimetidine
Gelijktijdig gebruik kan de serumwaarden van urapidil met 15 % doen stijgen. Aangezien er nog onvoldoende ervaring is met betrekking tot combinatiebehandeling met ACE-remmers, wordt een dergelijke behandeling niet aanbevolen.
Barbituraten
Urapidil kan in hoge doses de werkingsduur verlengen.
Combinaties waar rekening mee dient te worden gehouden:
- Amifostine Toename van de hypertensie vanwege toegenomen bijwerkingen.
- Imipramine antidepressiva Het antihypertensieve effect en het risico op orthostatische hypotensie zijn toegenomen (additief effect).
- Neuroleptica Het antihypertensieve effect en het risico op orthostatische hypotensie zijn toegenomen (additief effect).
- Antihypertensiva behalve alfa-blokkers Toename van het hypotensieve effect. Toegenomen risico op orthostatische hypotensie.
- Corticoïden Vermindering van de antihypertensieve werking (natrium/waterretentie door corticoïden).
Drinken van alcohol kan het vaatverwijdend effect versterken.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd
Het gebruik van Urapidil Nordic wordt niet aangeraden bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen anticonceptie gebruiken.
Zwangerschap
Het gebruik van urapidil gedurende de zwangerschap wordt niet aanbevolen (zie paragraaf 4.4). Er zijn beperkt gegevens over het gebruik van urapidil bij zwangere vrouwen aanwezig. Studies bij dieren hebben reproductietoxiciteit laten zien (zie paragraaf 5.3). Het mogelijke risico voor mensen is niet bekend.
Urapidil Nordic mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, tenzij de klinische toestand van de vrouw behandeling vereist met urapidil.
Borstvoeding
Het is onbekend of Urapidil Nordic wordt uitgescheiden in moedermelk. Een risico voor de pasgeborenen/zuigelingen kan niet worden uigesloten. Urapidil Nordic mag niet worden gebruikt tijdens borstvoeding.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens van mensen over het effect van urapidil op de vruchtbaarheid van mannen en vrouwen. In dieren zijn effecten van urapidil op de vruchtbaarheid gedocumenteerd (zie rubriek 5.3).
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
De respons op de behandeling kan van patiënt tot patiënt verschillen. Urapidil kan het vermogen om te rijden of machines te bedienen negatief beïnvloeden, vooral tijdens het begin van de behandeling, bij dosiswijzingen of bij gelijktijdige inname van alcohol.
4.8 Bijwerkingen
Bijwerkingen zijn meestal het gevolg van een snelle bloeddrukdaling, maar ze verdwijnen meestal binnen een paar minuten of al tijdens het toedienen van de injectie zelf.
Afhankelijk van de ernst van de bijwerkingen dient men de mogelijkheid om met de behandeling te stoppen in ogenschouw te nemen.
| Systeem/orgaanklasse | Vaak (≥1/100 tot <1/10) | Soms (≥1/1.000 tot <1/100) | Zelden (≥ 1/10,000 tot < 1/1,1000) | Zeer zelden (<1/10.000) | Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
|---|---|---|---|---|---|
| Hart-aandoeningen | Hartkloppingen , tachycardie, bradycardie, een pijnlijk en drukkend gevoel op de borst (zoals angina pectoris), ademnood | ||||
| Bloedvat-aandoeningen | Daling van de bloeddruk bij verandering van de houding (orthostatische dysregulatie) | ||||
| Maagdarmstelsel-aandoeningen | Misselijkheid | Braken, diarree, droge mond | |||
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen | Vermoeidheid | ||||
| Onderzoeken | Onregelmatige hartslag | Thrombocyto-penie* | |||
| Zenuwstelsel-aandoeningen | Duizeligheid, hoofdpijn | ||||
| Psychische stoornissen | Slaap-stoornissen | Rusteloosheid | |||
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | Priapisme | ||||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinum-aandoeningen | Verstopping van de neus | ||||
| Huid- en onderhuid-aandoeningen | Zweten | Symptomen van allergische huidreacties (pruritus, roodkleuring van de huid en exantheem) | Angio-oedeem, urticaria |
| Systeem/orgaanklasse | Vaak (≥1/100 tot <1/10) | Soms (≥1/1.000 tot <1/100) | Zelden (≥ 1/10,000 tot < 1/1,1000) | Zeer zelden (<1/10.000) | Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
|---|---|---|---|---|---|
| Aandoeningen van de nieren en urinewegen | Grotere mictiedrang, verergerde urine-incontinentie |
*in zeer zeldzame gevallen, werd een vermindering in de bloedplaatjestelling geobserveerd gelijktijdig met de toediening van urapidil. Er werd geen causaal verband met een behandeling met urapidil vastgesteld – bijvoorbeeld door immunohematologische onderzoeken.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb
Website: www.lareb.nl
4.9 Overdosering
Symptomen van overdosering
Tot de klinische manifestaties behoren circulatoire en neurologische symptomen:
- Hart-vaatsysteem: duizeligheid, orthostatische hypotensie, circulatoire collaps
- Centraal zenuwstelsel: moeheid, vermindering van de reactiesnelheid
Maatregelen bij overdosering
Een te sterke bloeddrukdaling kan worden behandeld door de patiënt plat te leggen met de benen omhoog en door vochttoediening. Als deze maatregelen onvoldoende blijken te zijn, kan een vasoconstrictief geneesmiddel langzaam, intraveneus worden geïnjecteerd met controle van de bloeddruk. In zeer zeldzame gevallen is toediening van catecholaminen nodig (bijv. adrenaline 0,5-1,0 mg verdund tot 10 ml met isotone natriumchloride-oplossing).
- 5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: antihypertensivum, perifeer werkende adrenolytische verbinding/alfa-receptorblokker, ATC code: C02CA06
Urapidil heeft een bloeddrukverlagende werking. Deze vasodilaterende werking komt tot stand door blokkering van de perifere postsynaptische α1-adrenerge receptoren. De bloeddrukdaling is een gevolg van de vermindering van de totale perifere weerstand.
Urapidil heeft ook een centraal effect. Het exacte mechanisme bij mensen is niet vastgesteld, maar in dierstudies is stimulering van de 5HT1A serotonerge receptoren aangetoond. Mogelijk treedt door dit centrale effect geen reflextachycardie op. Onder normale omstandigheden blijft de cardiac output gelijk, behalve bij patiënten met hartfalen, bij wie een verminderde perifere weerstand (afterload) een verhoging van de cardiac output kan bewerkstelligen.
Na intraveneuze injectie treedt het effect binnen enige minuten op. Een werkingsduur van enige uren kan worden verwacht op basis van de farmacokinetiek.
Wanneer er sprake is van een toename in de pulmonaire weerstand, is bij een gelijkblijvende dosis urapidil, de afname van de pulmonaire weerstand groter dan de afname van de totale perifere weerstand.
Er is geen versterking van bronchospasmen waargenomen. Er is geen toename in de afgifte van renine en aldosteron. Er is geen first-dose effect, noch tachyfylaxie, noch een rebound fenomeen waargenomen.
In klinische studies had urapidil geen effect op de vocht en electrolytenbalans, het lipidenmetabolisme, koolhydraattolerantie, lever- en nierfuncties en (of) hematologische parameters.
Verschillende studies hebben aangetoond dat bij patiënten lijdend aan longziekten met chronische respiratoire insufficiëntie (hypoxie en hypercapnie) en secundaire pulmonaire arteriële hypertensie urapidil een vasodilaterend effect op de pulmonaire circulatie heeft. Het heeft geen negatief effect op de alveolaire ventilatie, bronchoreactiviteit of gasuitwisseling.
Studies op het gebied van neurochirurgie hebben aangetoond dat er geen toename van de intracraniële druk optreedt en dat de intracraniële hemodynamische parameters op peil blijven na intraveneuze toediening van urapidil.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Na intraveneuze toediening daalt de plasmaconcentratie gedurende 10 minuten en blijft daarna gelijk gedurende ongeveer 1 uur. De gemiddelde serumhalfwaardetijd is 2,7 uur.
Distributie
Het distributievolume is 0,77 l/kg. De binding aan plasmaproteïnen is 80%.
BiotransformatieUrapidil wordt voornamelijk hepatisch gemetaboliseerd tot drie metabolieten, waarvan de belangrijkste bij mensen de inactieve parahydroxy-metaboliet (M1) is.
Eliminatie
50-70% van de toegediende dosis wordt geëlimineerd via de urine in de vorm van metabolieten samen met 15-50% van de oorspronkelijke, onveranderde verbinding.
Speciale patiëntengroepen
Bij ouderen en bij patiënten met gevorderde lever- en/of nierinsufficiëntie, zijn het verdelingsvolume en de klaring van urapidil verminderd; de eliminatiehalfwaardetijd is verlengd.
Er is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met nierfunctiestoornissen. Vanwege zijn metabolisme kan urapidil met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met ernstige leverfunctie-stoornissen. Bij oudere patiënten kan de dosering verlaagd worden in verband met de verminderde klaring.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit
In onderzoeken naar reproductietoxiciteit bij muizen, ratten en konijnen, zijn geen aan urapidil gerelateerde teratogene bevindingen vastgesteld.
In toxicologische onderzoeken naar chronische toxiciteit en onderzoeken naar reproductietoxiciteit bij ratten en muizen, werden effecten op de mannelijke vruchtbaarheid en histopathologische bevindingen bij de vrouwelijke geslachtsorganen vastgesteld.
De langere of afwezige oestrische cyclus die werd waargenomen bij vrouwelijke ratten en het lagere gewicht van de uterus worden toegeschreven aan het hogere prolactine-gehalte, geïnduceerd door behandeling met urapidil, en waren omkeerbaar na afloop van de behandeling. De vruchtbaarheid van de vrouwelijke dieren werd niet nadelig beïnvloed. De relevantie van deze bevindingen voor de mens is niet bekend, vanwege de verschillen tussen de soorten. Er werd geen effect op het hypofysaire-gonadale systeem waargenomen bij vrouwen in langdurige klinische onderzoeken.
In onderzoeken naar de embryofoetale ontwikkeling bij konijnen werd een hogere foetale mortaliteit waargenomen samen met gelijktijdige maternale toxiciteit.
De F1-generatie in peri- en postnatale onderzoeken bij ratten vertoonde een toename van foetale mortaliteit als gevolg van urapidil en een verlaagd geboortegewicht. Bij de F2-generatie waren er geen bevindingen.
Er zijn geen toxicokinetische gegevens (Cmax, AUC) ingediend. Veiligheidsintervals met betrekking tot klinische blootstelling kunnen daarom niet worden geschat.
- 6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Propyleenglycol, natriumdiwaterstoffosfaat dihydraat, dinatriumwaterstoffosfaat dihydraat, verdund zoutzuur, natriumhydroxide, water voor injecties.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen dan die welke vermeld zijn in rubriek 6.6.
De volgende werkzame bestanddelen [of oplossing voor reconstitutie/verdunning] mogen niet gelijktijdig worden toegediend:
- Alkalische injectie en infusie oplossingen
Dit kan troebelheid of uitvlokking veroorzaken.
6.3 Houdbaarheid
Gebruik Urapidil Nordic niet meer na de vervaldatum die staat vermeld op het doosje en de ampul. De vervaldatum verwijst naar de laatste dag van die maand.
Na de eerste opening/verdunning:
De chemische en fysische stabiliteit is gedurende 50 uur bij 15-25°C aangetoond.
Vanuit microbiologisch oogpunt dient het product direct gebruikt te worden.
Indien het bereidde preparaat niet onmiddellijk in gebruik wordt genomen, vallen de bewaartijden en –omstandigheden onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
Voor zover de bereiding van het preparaat niet onder gecontroleerde en gevalideerde omstandigheden, zonder ziekmakers zoals bacteriën, virussen en schimmels (aseptisch), plaatsvindt, dient het normaliter niet langer dan 24 uur bij 2-8°C bewaard te worden.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 30°C.
Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na opening en verdunning, zie rubriek 6.3.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
50 mg: 10 ml ampullen (type I glas). Doosjes met 5 ampullen.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Zoals bij alle parenterale geneesmiddelen dient de oplossing voor gebruik visueel gecontroleerd te worden op aanwezigheid van deeltjes, verandering van kleur en integriteit van de verpakking.
Geschikte vloeistoffen voor bereiding:
- Natriumchloride 9 mg/ml (0,9%) oplossing voor infusie
- Glucose 50 mg/ml (5%)
- Glucose 100 mg/ml (10%)
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
- 7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Nordic Group B.V.
Siriusdreef 41
2132 WT Hoofddorp
- 8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Urapidil Nordic 50 mg/10 ml, oplossing voor injectie
RVG 120483//101895 - Land van herkomst: Duitsland
