SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Terlipressine SUN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Terlipressine SUN 0,1 mg/ml, oplossing voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke ampul bevat 1 mg terlipressineacetaat in 8,5 ml oplossing voor injectie, overeenkomend met 0,85 mg terlipressine.
Elke ml bevat 0,12 mg terlipressineacetaat, overeenkomend met 0,1 mg terlipressine.
Hulpstof met bekend effect:
Natrium.
Elke ampul bevat 1,142 mmol (26,272 mg) natrium.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
Heldere, kleurloze vloeistof met een pH-waarde tussen 3,7 en 4,2 en een osmolariteit tussen 290 en 360 mOsm/kg.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Terlipressine is bestemd voor de behandeling van bloedende oesofagusvarices.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Terlipressine is aangewezen bij de urgente behandeling van acute bloedingen van oesofagusvarices tot het moment dat endoscopische therapie kan worden toegepast. Na endoscopische hemostase van bloedende oesofagusvarices kan terlipressine gebruikt worden als aanvullende behandeling.
Volwassenen
De aanbevolen startdosis bedraagt 1 tot 2 mg terlipressineacetaat# (overeenkomend met 8,5-17 ml vloeistof) toegediend via intraveneuze injectie over een bepaalde tijdsperiode. # N.B.: 1 tot 2 mg terlipressineacetaat komt overeen met 0,85 tot 1,7 mg terlipressine.
Op basis van het lichaamsgewicht van de patiënt kan de dosis als volgt worden aangepast:
- lichaamsgewicht lager dan 50 kg: 1 mg terlipressineacetaat (8,5 ml)
- lichaamsgewicht tussen 50 kg en 70 kg: 1,5 mg terlipressineacetaat (12,75 ml)
- lichaamsgewicht hoger dan 70 kg: 2 mg terlipressineacetaat (17 ml).
Na de eerste toediening kan de dosering worden verlaagd tot 1 mg terlipressineacetaat per 4 tot 6 uur.
De maximale dagelijkse dosis Terlipressine SUN bedraagt 120 μg terlipressineacetaat/kg lichaamsgewicht.
Overeenkomstig het ziektebeloop dient de therapie beperkt te blijven tot 2-3 dagen.
Ouderen
Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van terlipressine bij patiënten ouder dan 70 jaar (zie rubriek 4.4).
Pediatrische patiënten
Terlipressine wordt niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen en adolescenten wegens onvoldoende gegevens over de veiligheid en de werkzaamheid (zie rubriek 4.4).
Nierinsufficiëntie
Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van terlipressine bij patiënten met chronische nierinsufficiëntie (zie rubriek 4.4).
Leverinsufficiëntie
De dosis dient niet aangepast te worden bij patiënten met leverinsufficiëntie.
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Terlipressine mag enkel worden gebruikt met voorzichtigheid en onder strikte controle bij patiënten met de volgende aandoeningen:
- septische shock
- astma bronchiale, ademhalingsstoornissen
- ongereguleerde hypertensie
- cerebrale of perifere vaatziekten
- hartritmestoornissen
- acuut coronair syndroom, coronaire insufficiëntie of een eerder myocardinfarct
- chronische nierinsufficiëntie
- patiënten ouder dan 70 jaar vanwege onvoldoende gegevens over het gebruik bij deze groep
- zwangerschap (zie ook rubriek 4.6).
Bij hypovolemische patiënten wordt vaak een verhoogde vasoconstrictie en abnormale hartfunctie waargenomen.
Door de geringe antidiuretische activiteit van terlipressine (slechts 3% van de antidiuretische activiteit van het natuurlijke vasopressine) is observatie voor mogelijke hyponatriëmie en hypokaliëmie aangewezen, in het bijzonder bij patiënten met reeds bestaande stoornissen in de elektrolytenhuishouding.
Het product mag alleen toegediend worden onder gespecialiseerd toezicht en met regelmatige controle van het cardiovasculair systeem en analyse van serumelektrolyten en hematologie.
Bij urgente gevallen, waar onmiddellijke behandeling nodig is voordat een patiënt naar het ziekenhuis wordt gebracht, moet rekening gehouden worden met symptomen van hypovolemie.
Terlipressine werkt niet bij arteriële bloedingen.
Om lokale necrose op de toedieningsplaats te voorkomen moet de injectie intraveneus worden toegediend.
Huidnecrose
Er zijn verscheidene post-marketingmeldingen van cutane ischemie en necrose ongerelateerd aan de toedieningsplaats (zie rubriek 4.8) Patiënten met perifere veneuze hypertensie of pathologische zwaarlijvigheid lijken meer risico te lopen op deze reactie. Daarom moet terlipressine met uiterste voorzichtigheid gebruikt worden bij die patiënten.
Torsade de pointes
Gedurende het klinisch onderzoek en post-marketing werden verschillende gevallen van een verlengde QT-tijd en ventriculaire aritmieën gemeld, waaronder "Torsade de pointes" (zie rubriek 4.8). In de meeste gevallen waren predisponerende factoren aanwezig zoals lange QT-syndroom of stoornissen in de elektrolytenhuishouding (hypokaliëmie, hypomagnesemie) of werden geneesmiddelen gebruikt met als nevenwerking een verlenging van de QT-tijd. Daarom is uiterste voorzichtigheid geboden bij het gebruik van terlipressine bij patiënten met een verlengde QT-tijd, stoornissen in de elektrolytenhuishouding of bij gebruik van geneesmiddelen die de QT-tijd kunnen verlengen zoals klasse IA en III anti-aritmica, erythromycine, bepaalde antihistaminica en tricyclische antidepressiva of geneesmiddelen die hypokaliëmie of hypomagnesiëmie kunnen veroorzaken (bijv. sommige diuretica) (zie rubriek 4.5).
Bijzondere voorzichtigheid is geboden bij de behandeling van kinderen, adolescenten en oudere patiënten, vanwege de beperkte ervaring en een gebrek aan beschikbare gegevens over de aanbevolen dosis voor deze speciale patiëntengroepen.
Dit geneesmiddel bevat 15,7 mmol (of 361 mg) natrium per maximale dosis. Hiermee moet rekening worden gehouden bij patiënten die een natriumbeperkt dieet volgen.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Terlipressine verhoogt het bloeddrukverlagend effect van niet-selectieve bètablokkers op het poortadersysteem. De vertraging van de hartslag en het verminderde minutenvolume die gepaard gaan met de behandeling, kunnen toegeschreven worden aan het onderdrukken van de vasovagale reflex van het hart ten gevolge van de bloeddrukstijging. Gelijktijdige behandeling met geneesmiddelen die leiden tot bradycardie (bijv. propofol, sufentanil) kan ernstige bradycardie tot gevolg hebben.
Terlipressine kan ventriculaire ritmestoornissen veroorzaken waaronder "Torsade de pointes" (zie rubrieken 4.4 en 4.8). Daarom dient uiterste voorzichtigheid geboden te worden bij het gebruik van terlipressine bij patiënten die tevens geneesmiddelen nemen die de QT-tijd kunnen verlengen, zoals klasse IA en III anti-aritmica, erythromycine, bepaalde antihistaminica en tricyclische antidepressiva of geneesmiddelen die hypokaliëmie of hypomagnesemie veroorzaken (bv. sommige diuretica).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Het gebruik van terlipressine is niet aanbevolen tijdens de zwangerschap. Tijdens de eerste fase van de zwangerschap kan terlipressine contracties van de uterus, verhoogde intra-uteriene druk en een verminderde doorbloeding van de uterus veroorzaken. Terlipressine kan schadelijk zijn bij zwangerschap en voor de foetus. Bij konijnen werden spontane abortus en misvormingen vastgesteld na behandeling met terlipressine (zie rubriek 5.3).
Terlipressine moet daarom alleen in levensbedreigende situaties gebruikt worden, vooral in het eerste trimester, als het bloeden niet kan verholpen worden met endoscopische therapie. Deze beslissing dient gemaakt te worden naargelang individuele omstandigheden.
Borstvoeding
Het is niet bekend of terlipressine bij de mens in de moedermelk wordt uitgescheiden. Er zijn geen studies beschikbaar met betrekking tot de excretie van terlipressine via de melk bij dieren. Een risico voor zuigelingen kan niet worden uitgesloten. De beslissing om te stoppen/door te gaan met borstvoeding of te stoppen/door te gaan met de behandeling met terlipressine moet gemaakt worden rekening houdend met de voordelen van borstvoeding voor het kind en de voordelen van de terlipressine behandeling voor de moeder
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Bijwerkingen worden gerangschikt volgens de volgende frequentiegroepen: Zeer vaak (≥1/10)
Vaak (≥1/100, <1/10)
Soms (≥1/1.000, <1/100)
Zelden (≥1/10.000, <1/1.000)
Zeer zelden (<1/10.000)
niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Behandeling van bloedende oesofagusvarices met terlipressine (1 mg intraveneus en meer) kan gepaard gaan met de volgende ongewenste effecten:
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Soms: hyponatriëmie, wanneer de vochtbalans niet wordt gecontroleerd Zeer zelden: hyperglykemie
Zenuwstelselaandoeningen
Vaak: hoofdpijn
Soms: op gang brengen van epileptische aanvallen
Zeer zelden: beroerte
Hartaandoeningen
Vaak: ventriculaire en supraventriculaire aritmie, bradycardie, aanwijzingen voor ischemie op het ECG
Soms: angina pectoris, acute bloeddrukstijging, vooral bij patiënten die reeds aan hypertensie lijden (over het algemeen gevolgd door spontane afname), atriumfibrillatie, ventriculaire extrasystolen, tachycardie, thoracale pijn, myocardinfarct, vochtophoping bij longoedeem, hartfalen, Torsade de Pointes Zeer zelden: ischemie van het myocard
Bloedvataandoeningen
Vaak: hypertensie, hypotensie, perifere ischemie, perifere vasoconstrictie, bleekheid in het gezicht
Soms: ischemie in de darmen, perifere cyanose, opvliegers
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Soms: pijn op de borst, bronchospasme, respiratory distress syndrome, respiratoir falen Zelden: dyspneu
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak: voorbijgaande buikkrampen, voorbijgaande diarree Soms: voorbijgaande misselijkheid, voorbijgaand braken
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: bleekheid (pallor)
Soms: lymfangitis, huidnecrose niet verband houdend met de toedieningsplaats
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen
Vaak: buikpijn gepaard gaande met krampen (bij vrouwen)
Zwangerschap, perinatale periode en puerperium
Soms: uteriene hypertonie, uteriene ischemie
Niet bekend: samentrekken van de uterus, verminderde doorbloeding van de uterus
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Soms: lokale huidnecrose.
Tijdens het klinisch onderzoek en post-marketing werden verscheidene gevallen van een verlengde QT-tijd en ventriculaire aritmieën waaronder "Torsade de pointes" gemeld (zie rubrieken 4.4 en 4.5).
Er waren verscheidene post-marketingmeldingen van cutane ischemie en necrose ongerelateerd aan de toedieningsplaats (zie rubriek 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
De aanbevolen dosering mag in geen geval worden overschreden, omdat het risico op ernstige bijwerkingen op de circulatie dosisafhankelijk is.
Een acute hypertensieve crisis, vooral bij patiënten met reeds bekende hypertensie, kan worden behandeld met een vasodilerende alfablokker, bijv. 150 microgram clonidine intraveneus.
Bradycardie moet, indien nodig, worden behandeld met atropine.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Systemische hormoonpreparaten, hypofyse achterkwabhormoon, vasopressine en analogen daarvan, ATC-code: H01BA04.
Terlipressine voorkomt portale hypertensie en vermindert tegelijkertijd de bloedcirculatie in het portaalsysteem. Terlipressine veroorzaakt contractie van de gladde spieren van de slokdarm met compressie van oesofagusvarices tot gevolg.
Het inactieve prohormoon terlipressine stelt geleidelijk de actieve metaboliet lysinevasopressine vrij. Gelijktijdige metabolische eliminatie gebeurt binnen een periode van 4-6 uur. Daardoor blijft de plasmawaarde boven de minimale effectieve concentratie maar onder de toxische concentratie.
De specifieke effecten van terlipressine zijn de volgende:
Maagdarmstelselaandoeningen
Terlipressine verhoogt de tonus van de vasculaire en extravasculaire gladde spiercellen. De toename van de vasculaire weerstand leidt tot een verbetering van de hypervolemie in het splanchnische gebied. De afname van de arteriële bloedtoevoer veroorzaakt een verlaging van de bloeddruk in de poortaders. Door het gelijktijdig samentrekken van de darmspieren wordt de darmmotiliteit bevorderd. Ook de spierwand van de slokdarm trekt samen, waardoor experimenteel geïnduceerde varices worden dichtgedrukt.
Nieren
Terlipressine bezit slechts 3% van de antidiuretische werking van lichaamseigen vasopressine. Deze residuele activiteit heeft geen klinisch belang. In normovolemische omstandigheden wordt de niercirculatie niet significant beïnvloed. In geval van hypovolemie neemt de niercirculatie toe.
Bloeddruk
Terlipressine heeft een trage hemodynamische werking die 2-4 uur duurt. Systolische en diastolische bloeddruk vertonen een lichte stijging. Bij patiënten met renale hypertensie of algemene arteriosclerose zijn grotere stijgingen van de bloeddruk waargenomen.
Hart
Geen van de studies melden cardiotoxische effecten, zelfs niet bij de hoogste doseringen terlipressine. Ongewenste effecten op het hart als bradycardie, aritmieën en coronaire insufficiëntie zijn wellicht een reflex of een gevolg van de directe constrictieve vasculaire werking van terlipressine.
Baarmoeder
Terlipressine veroorzaakt een significante afname van de doorbloeding van het endo- en myometrium.
Huid
De vasoconstrictieve werking van terlipressine veroorzaakt een significante vermindering van de doorbloeding van de huid. Alle studies melden duidelijke bleekheid van het gezicht en het lichaam.
Samengevat zijn de belangrijkste farmacologische eigenschappen van terlipressine het hemodynamische effect en het effect op de gladde spieren. Bij hypovolemie is de perifere vasoconstrictie met als gevolg een stijging van de systemische bloeddruk een gewenst effect bij patiënten met bloedende oesofagusvarices.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Na intraveneuze bolusinjectie wordt terlipressine geëlimineerd volgens het twee compartimenten model. De plasmahalfwaardetijd bedraagt 8-12 minuten tijdens de distributiefase (0-40 minuten) en 50-80 minuten tijdens de eliminatiefase (40-180 minuten). Er wordt minstens 180 minuten lysinevasopressine afgegeven. Na afsplitsing van de glycylgroepen van terlipressine wordt het lysinevasopressine langzaam vrijgegeven. De maximale lysinevasopressineconcentratie wordt bereikt na 120 minuten. Urine bevat slechts 1% van het geïnjecteerde terlipressine, wat duidt op een bijna volledige metabolisatie door de endo- en exopeptidasen in lever en nieren.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van toxiciteit bij herhaalde dosering en genotoxiciteit. Bij dieren werden bij doseringen relevant voor de mens alleen effecten waargenomen die kunnen toegeschreven worden aan de farmacologische activiteit van terlipressine.
De volgende bijwerkingen die relevant zouden kunnen zijn voor klinische doeleinden zijn bij dieren waargenomen:
Door het farmacologisch effect op glad spierweefsel kan terlipressine een abortus tot gevolg hebben tijdens het eerste trimester.
Bij onderzoek naar het effect van terlipressine op rattenfoetussen en -embryo's is geen ongewenst effect aangetoond. Bij konijnen trad abortus op, mogelijk veroorzaakt door maternale toxiciteit. In een aantal gevallen werden abnormale botvorming en één geval van gespleten gehemelte waargenomen.
Er werd geen onderzoek gedaan naar de mogelijke carcinogeniteit van terlipressine.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Natriumacetaattrihydraat
Natriumchloride
IJsazijnzuur (voor pH-aanpassing)
Water voor injectie.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Bij gebrek aan onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere geneesmiddelen gemengd worden.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C).
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Terlipressine SUN is verpakt in heldere type I glazen ampullen OPC (one point cut) van 10 ml met een blauw gestippelde groene band.
Verpakkingsgrootte: 5 x 8,5 ml.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale voorschriften.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sun Pharmaceutical Industries Europe B.V.
Polarisavenue 87
2132 JH Hoofddorp
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 110384
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 15 maart 2013
Datum van laatste verlenging: 5 november 2017
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 4.8 en 9: 30 oktober 2017
