SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Pyrazinamide CF
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Pyrazinamide CF 500 mg, tabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Pyrazinamide CF 500 mg tabletten bevatten per tablet 500 mg pyrazinamide.
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Tabletten.
Witte tot gebroken witte, ronde tablet met een diameter van 13 mm met aan één zijde een breukgleuf.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling van infecties van Mycobacterium tuberculosis in combinatie met andere tuberculosemiddelen.
Rekening dient te worden gehouden met de nationale en WHO richtlijnen voor het juiste gebruik van antituberculose middelen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Bij tuberculose:
Volwassenen:
Initiële behandeling:
- 30 mg/kg lichaamsgewicht per dag, zo mogelijk in één dosis, maximaal 2 g per dag gedurende 2 maanden
Kinderen:
35 (30-40) mg/kg lichaamsgewicht per dag, zo mogelijk in één dosis, maximaal 1,5 g per dag.
Bij tuberculeuze meningitis:
Initiële behandeling:
- 50 mg/kg lichaamsgewicht per dag, zo mogelijk in één dosis, maximaal 2 g per dag gedurende 2 maanden
In geval van resistentie tegen één van de componenten van de therapie kan een afwijkende behandelingsduur gelden, zie daarvoor en overige informatie, de officiële nationale richtlijnen.
Pediatrische patiënten
Pyrazinamide CF 500 mg wordt niet aanbevolen bij kinderen onder de 6 jaar wegens risico op aspiratie (zie rubriek 4.4).
Ouderen
Geen speciaal doseringsschema is noodzakelijk, maar met gelijktijdige lever- en/of nierinsufficiëntie dient rekening gehouden te worden. Toediening van pyridoxine (vitamine B6) kan nuttig zijn.
Leverinsufficiëntie
Pyrazinamide dient met voorzichtigheid en onder strikt medisch toezicht gebruikt te worden bij verminderde leverfunctie (zie rubriek 4.4). Pyrazinamide is gecontra-indiceerd bij patiënten met een voorgeschiedenis van geneesmiddelengeïnduceerde hepatitis en bij patiënten met acute leverziektes (zie rubriek 4.3).
Nierinsufficiëntie
Pyrazinamide dient met voorzichtigheid gebruikt te worden bij patiënten met gematigde nierinsufficiëntie (creatinineklaring 25-60 ml/min, zie rubriek 4.4). Pyrazinamide is gecontra-indiceerd bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring <25 ml/min, zie rubriek 4.3).
Duur van de behandeling
In standaard eerstelijnsbehandeling van Mycobacterium tuberculosis, wordt pyrazinamide in de eerste 2 maanden van therapie gebruikt in combinatie met 2 of 3 andere middelen. De duur van behandeling is afhankelijk van het gekozen regime, de klinische en radiografische respons van de patiënt, kweekresultaten en gevoeligheidstesten van Mycobacterium tuberculosis isolaten van de patiënt of de verdachte bron.
Indien therapie wordt onderbroken dient het behandelschema verlegd te worden naar latere datum afhankelijk van onder andere de duur van onderbreking, de timing in de behandeling (vroeg of laat) en de toestand van de patiënt.
Wijze van toediening
Oraal.
De inname van pyrazinamide is niet afhankelijk van voeding. Pyrazinamide CF 500 mg kan op nuchtere maag, dan wel tijdens de maaltijd worden ingenomen.
4.3 Contra-indicaties
Pyrazinamide CF 500 mg is gecontra-indiceerd bij:
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen
- Leverfunctiestoornis en/of leverziekte
- Acute jicht (zie rubriek 4.4)
- Porfyrie
- Ernstige renale insufficiëntie (creatinineklaring < 25 ml/min)(zie rubriek 4.4).
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Pyrazinamide wordt gemetaboliseerd in de lever.
De leverfunctie dient vóór aanvang en regelmatig gedurende de behandeling te worden bepaald.
Een leverfunctiestoornis kan zich ontwikkelen in de eerste weken en wordt meestal genormaliseerd in de derde maand van de behandeling met pyrazinamide. De behandeling dient gestopt te worden als de bovengrens van normale waarden 5 keer wordt overtroffen. Bij tekenen van hepatocellulaire beschadiging moet de behandeling gestopt worden. Bij prodromale symptomen van hepatitis (vermoeidheid, malaise, anorexie, misselijkheid, braken) moet de behandeling onmiddellijk gestopt worden. Pyrazinamide wordt gecontra-indiceerd bij leverfunctiestoornis en/of leverziekte (zie rubriek 4.3). Bij een chronische leverziekte, zoals chronische alcoholisme, dient de behandeling met pyrazinamide overwogen te worden.
Het wordt aangeraden vóór en tijdens de therapie elke 2-4 weken s-ASAT (SGOT-), s-ALAT (SGPT-) en serumurinezuurspiegels te laten bepalen.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met verminderde nierfunctie, omdat pyrazinamide hoofdzakelijk via de nieren wordt uitgescheiden.
Bij patiënten met renale insufficiëntie moet de dosering worden verminderd of moet het gebruik van het middel worden vermeden.
Oppassen met het gebruik bij patiënten met hyperuricemia of jicht in de anamnese. Pyrazinamide verhoogt de serumurinezuurspiegels door remming van de renale uraatexcretie en kan daardoor bij deze patiënten een jicht aanval uitlokken.
Terughoudendheid met het gebruik is geboden bij diabetis mellitus, aangezien pyrazinamide de bloedsuikerspiegel kan verlagen en daardoor de diabetes ontregeld kan raken.
Pediatrische patiënten
Pyrazinamide is niet aanbevolen voor kinderen onder 6 jaar wegens risico op aspiratie (zie rubriek 4.2).
Patiënten dienen zich te onthouden van alcohol als ze behandeld worden met Pyrazinamide CF 500 mg.
Pyrazinamide CF bevat natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Gebruik van de volgende geneesmiddelen gelijktijdig met Pyrazinamide CF 500 mg vereisen voorzorgen bij gebruik door het monitoren van specifieke parameters of door klinische bewaking:
- probenecide
- sulfinpyrazon.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Het risico van het niet behandelen van tuberculose tijdens de zwangerschap is voor moeder en kind groter dan het risico op schadelijke effecten bij gebruik van het middel.
Over het gebruik van pyrazinamide in de zwangerschap bij de mens bestaan onvoldoende gegevens om de mogelijke schadelijkheid te kunnen beoordelen, echter de zeer beperkte beschikbare gegevens geven geen aanwijzingen voor schadelijke effecten voor het kind. Beperkt dierexperimenteel onderzoek geeft ook geen aanwijzingen voor teratogeniteit. Gezien de beperkte informatie dient pyrazinamide alleen gebruikt te worden tijdens de zwangerschap indien strikt noodzakelijk.
Borstvoeding
Pyrazinamide wordt in beperkte mate uitgescheiden in de moedermelk. Gezien de beperkte gedocumenteerde informatie over het gebruik van pyrazinamide tijdens de borstvoeding, wordt het gebruik van pyrazinamide tijdens de borstvoedingsperiode afgeraden tenzij strikt noodzakelijk.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn tot nu toe geen gegevens bekend over de invloed van dit middel op het reactie- en concentratievermogen.
Een beïnvloeding van deze functies door dit middel valt echter niet te verwachten.
4.8 Bijwerkingen
De volgende aanduiding van de frequentie wordt gebruikt om de bijwerkingen weer te geven:
Zeer vaak: ≥ 1/10
Vaak: ≥ 1/100 tot < 1/10
Soms: ≥ 1/1.000 tot <1/100
Zelden: ≥ 1/10.000 tot <1/1.000
Zeer zelden: < 1/10.000
Niet bekend: kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zelden: trombocytopenie, sideroblastische anemie, purpura, splenomegalie
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Vaak: hyperurikemie, jicht (zie rubriek 4.3 en rubriek 4.4 )
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak: misselijkheid, braken, anorexie, buikpijn
Lever- en galaandoeningen
Vaak: hypertransaminasemie* (zie rubriek 4.4), porfyrie (zie rubriek 4.3)
Zelden: hepatotoxiciteit, hepatomegalie, geelzucht
Nier- en urinewegaandoeningen
Zelden: interstitiële nefritis, dysurie
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen
Vaak: overgevoeligheidsreacties, zoals milde artralgie en myalgie
Zelden: overgevoeligheidsreacties, zoals huiduitslag, fotosensibiliteit, urticaria, pruritus, koorts, acne.
* matig en voorbijgaand gedurende de vroege fase van behandeling
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Toxiciteit
Er zijn tot nu toe geen gevallen van acute overdosering gemeld.
Symptomen
Bij hoge dosering bestaat de kans op ernstige leverbeschadiging met fulminante hepatitis.
Behandeling
Behandeling bij overdosering met pyrazinamide bestaat uit maagspoelen (binnen 1 tot 2 uur na inname) en algemeen ondersteunende maatregelen.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: middelen tegen tuberculose, ATC-code: J04AK01
Werkingsmechanisme
Pyrazinamide heeft een bacteriostatische of bactericide werking op Mycobacterium tuberculosis, afhankelijk van de concentratie die bereikt wordt op de infectieplaats en de gevoeligheid van de stam die de infectie veroorzaakt.
Pyrazinamide is alleen werkzaam in zuur milieu (pH 5-6) o.a. aanwezig intracellulair, maar niet bij een neutrale pH.
Voor de bactericide werking is een enzym pyrazinamidase vereist. Dit enzym zet intrabacterieel pyrazinamide om in het actieve pyrazinamidezuur. De gevoeligheid van een stam van Mycobacterium tuberculosis t.o.v. pyrazinamide varieert met de activiteit van dit enzym. Minimaal remmende concentraties (MRC) in vitro bedragen bij een zure pH 20 μg/ml.
Pyrazinamide is niet werkzaam tegen Mycobacterium bovis en atypische myco-bacteriën (M.fortuitum, M serofulaceum, M.xenopi, M.kansasii en M.avium) en andere micro-organismen.
Resistentiemechanismen
Resistentie voor pyrazinamide treedt snel op (6-8 weken) als het wordt gebruikt als monotherapie voor de behandeling van tuberculose. Kruisresistentie voor andere tuberculostatica is niet waargenomen. Het preciese werkingsmechanisme van pyrazinamide is tot nu toe niet bekend.
Gevoeligheid
De prevalentie van resistentie voor pyrazinamide kan geografisch en in de tijd verschillen. Lokale informatie omtrent resistentie dient van een deskundige te worden ingewonnen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie
Pyrazinamide wordt na orale toediening vrijwel volledig geabsorbeerd. Eén tot 2 uur na orale toediening in gezonde vrijwilligers worden gemiddelde pyrazinamide Cmax waarden waargenomen van ca. 10 μg/ml. De absorptie wordt niet beïnvloed door gelijktijdige voedselinname.
Distributie
Pyrazinamide wordt uitgebreid over de verschillende lichaamsweefsels en vloeistoffen verdeeld en passeert de bloed-liquorbarrière. Een volume van de distributie wordt gerapporteerd van 0.57-0.84 l/kg.
De spiegels in cerebrospinaal vloeistof zijn binnen 5 uur na orale toediening ongeveer gelijk aan de plasmaconcentraties en hierdoor is pyrazinamide geschikt voor de behandeling van tuberculeuze meningitis.
Ongeveer 50% van pyrazinamide is gebonden aan plasma-eiwitten.
Biotransformatie
Pyrazinamide wordt voornamelijk in de lever omgezet door hydrolyse tot zijn belangrijkste actieve metaboliet pyrazinezuur wat vervolgens wordt gehydroxyleerd tot 5-hydroxypyrazinezuur.
Eliminatie
Binnen 24 uur wordt ongeveer 70% van de ingenomen dosis uitgescheiden in de urine: 4-14% in onveranderde vorm en 30-40% als pyrazinezuur en voor het overige als 5-hydroxypyrazinemide en 5-hydroxypyrazinezuur.
Pyrazinamide wordt in geringe concentraties uitgescheiden in de moedermelk.
De eliminatiehalfwaardetijd van pyrazinamide is ongeveer 10 uur en dat van de actieve metaboliet pyrazinezuur ongeveer 10-20 uur.
Speciale patiëntenpopulaties
Nierinsuffiëntie
Pyrazinamide wordt uit het bloed geëlimineerd door hemolyse, voornamelijk in de vorm van de actieve metaboliet pyrazinezuur. Patiënten met een verminderde nierfunctie kunnen beter gereduceerde doses voorgeschreven krijgen. Een single-dose studie bij hemodialyse patiënten vergeleken met gezonde mensen lieten een ongeveer tweemaal zo grote toename zien in pyrazinamide AUC en een vijfmaal zo grote toename in de AUC van pyrazinezuur. De halfwaardetijd van pyrazinamide en pyrazinezuur werden geschat op 26 en 22 uur.
Leverinsuffiëntie
Patiënten met cirrotische leverinsufficiëntie vertonen een reductie (40%) van de pyrazinamideklaring en een verlenging van de halfwaardetijd. De AUC (oppervlak onder de curve) van pyrazinezuur (de belangrijkste metaboliet) is drievoudig toegenomen (zie ook rubriek 4.4). De halfwaardetijd van pyrazinamide en pyrazinezuur namen toe met ongeveer 60% en 100%.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen bijzonderheden.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Aardappelzetmeel, polyvidon (E1201), natriumcarboxymethylzetmeel, talk (E553b), colloïdaal watervrij silica (E551), magnesiumstearaat (E470b), gezuiverd water.
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de originele verpakking beneden 25 °C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Flacon met 30, 50, 100, 200, 250, 300 en 500 tabletten.
Blisterverpakking met 30, 90 en 100 tabletten.
EAV (eenheidsafleveringsverpakking) met 50 tabletten.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Geen bijzondere vereisten.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Centrafarm B.V.
Van de Reijtstraat 31-E
4814 NE Breda
Nederland
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 50772
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/ VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 30 september 1992
Datum van laatste verlenging: 30 september 2012
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft rubriek 7: 13 augustus 2021.
