SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Prostin E2, gel voor vaginaal gebruik
1 NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Prostin E2, gel voor vaginaal gebruik 1 mg
Prostin E2, gel voor vaginaal gebruik 2 mg
2 KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Prostin E2, gel voor vaginaal gebruik 1 mg: 1 mg dinoproston per 3 gram gel
Prostin E2, gel voor vaginaal gebruik 2 mg: 2 mg dinoproston per 3 gram gel
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3 FARMACEUTISCHE VORM
Gel voor vaginaal gebruik
4 KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Prostin E2 gel voor vaginaal gebruik is geïndiceerd voor het inleiden van de baring bij à terme (vanaf 38 weken) en bijna à terme vrouwen (36 tot 38 weken bij gebleken foetale longrijpheid), bij wie priming van de cervix niet meer noodzakelijk wordt geacht.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Het gebruik is beperkt tot gekwalificeerde beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en tot ziekenhuizen en klinieken met gespecialiseerde verloskundige afdelingen met faciliteiten voor continue monitoring.
De aanbevolen dosis mag niet worden overschreden en het doseringsinterval mag niet worden verkort, aangezien dit het risico op uterushyperstimulatie, uterusruptuur, uterusbloeding, foetale en neonatale sterfte verhoogt.
De begindosis is 1 mg dinoproston (3 gram gel). Deze dosis wordt toegediend door voorzichtig de volledige inhoud van de spuit (3 gram gel met 1 mg dinoproston) in de fornix vaginae posterior aan te brengen. Afhankelijk van de initiële respons van de patiënte mag na 6 uur een additionele dosis van 1 of 2 mg worden toegediend:
- 2 mg indien geen reactie optreedt na de initiële dosis
- 1 mg om een reeds bestaande reactie op de initiële dosis te versterken.
Voor patiënten met ernstige nier- en/of leveraandoeningen dient de dosering te worden verlaagd.
Voor opeenvolgend gebruik van oxytocine na toediening van Prostin E2 gel voor vaginaal gebruik dient een doseringsinterval van tenminste 6 uur te worden aangehouden en moet de patiënte nauwlettend gevolgd worden.
4.3 Contra-indicaties
Prostin E2 gel voor vaginaal gebruik mag niet worden toegepast bij patiënten bij wie oxytocica in het algemeen zijn gecontraïndiceerd of bij wie langdurige baarmoedercontracties niet gewenst zijn, zoals in geval van:
- overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- polyhydramnion.
- grote multipariteit.
- uitblijven van de indaling van het hoofd.
- vroegere chirurgische ingrepen waarbij het cavum uteri werd geopend (bijv. een keizersnede).
- wanverhouding tussen de schedel van het kind en het bekken van de moeder.
- afwijkende ligging van de foetus (kind niet in hoofdligging).
- klinisch vermoeden van beginnende foetale nood, gebaseerd op het foetale hartfrequentiepatroon.
- uterusbloeding gedurende de huidige zwangerschap.
- verloskundinge noodgevallen waar, zowel in het belang van de foetus als van de moeder, een chirurgische ingreep te verkiezen is.
- hypertonie van de uterus.
- placenta praevia.
- bekkenontsteking in de anamnese.
- onverklaarde vaginale afscheiding gedurende de huidige zwangerschap.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Zoals bij elk oxytocisch middel moet het risico op uterusruptuur worden overwogen. Gelijktijdige medicatie, maternale en foetale status moeten in overweging worden genomen om het risico op uterushyperstimulatie, uterusruptuur, uterusbloeding, foetale en neonatale sterfte te minimaliseren. Tijdens het gebruik van dinoproston moet continue elektronische monitoring van de baarmoederactiviteit en de foetale hartslag worden uitgevoerd. Patiënten bij wie er zich een hypertonie of een hypercontractiliteit van de baarmoeder ontwikkelt of bij wie de foetus een abnormaal hartprofiel vertoont, zouden moeten behandeld worden met het oog op het algemeen welzijn van de foetus en van de moeder.
Dinoproston dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een verminderde cardiovasculaire, lever- of nierfunctie, astma, glaucoom of verhoogde intra-oculaire druk of ruptuur van de chorioamniotische membranen. Dinoproston moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een meerlingzwangerschap.
Vrouwen van 35 jaar of ouder die complicaties vertoonden gedurende de zwangerschap of van wie de zwangerschap langer duurde dan 40 weken, vertonen een verhoogd risico op een diffuse intravasale stolling na de bevalling. Bovendien kunnen deze factoren later het risico geassocieerd met het inleiden van de bevalling, verhogen (zie rubriek 4.8). Bijgevolg moet dinoproston met voorzichtigheid worden gebruikt bij deze vrouwen. Er moeten maatregelen worden genomen om zo vlug mogelijk, een evoluerende fibrinolyse op te sporen gedurende de fase die volgt op de bevalling.
Om die reden mag Prostin E2 gel voor vaginaal gebruik uitsluitend klinisch en poliklinisch in goed uitgeruste ziekenhuizen gebruikt worden.
De arts dient erop bedacht te zijn dat intracervicale toediening van dinoprostongel kan resulteren in het onbedoeld vrijkomen en emboliseren van antigene stoffen (vruchtwater, foetaal en non-foetaal cel debris), welke in de maternale circulatie terecht kunnen komen. Dit kan in zeldzame gevallen de ontwikkeling van het anafylactoïde zwangerschapssyndroom (vruchtwaterembolie) veroorzaken.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
De reactie op oxytocine kan versterkt worden in de aanwezigheid van exogene prostaglandinetherapie. Gelijktijdig gebruik met andere oxytocische middelen wordt niet aanbevolen. Een doseringsinterval van tenminste 6 uur wordt aanbevolen, in het geval dat het oxytocinegebruik noodzakelijk wordt geacht na toediening van dinoproston.
De lokale endogene productie van prostaglandines kan verminderd zijn bij patiënten die met prostaglandinesynthetaseremmers behandeld worden. Bij deze patiënten kunnen de uteriene contracties voor of tijdens de geboorte met een niet voorspelbare intensiteit geremd zijn.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Prostin E2 is niet geïndiceerd voor gebruik gedurende het eerste en tweede trimester van de zwangerschap. Het is bekend dat gebruik van prostaglandines in het eerste trimester vasodisruptieve afwijkingen zou kunnen veroorzaken. Mogelijk schadelijke effecten bij topicaal en systemisch gebruik zijn: placentaloslating, uterusruptuur, foetale hypoxie, veranderde foetale hartslag, foetaal/neonataal overlijden. Systemisch gebruik kan eveneens leiden tot neonatale nood/een lage Apgar score.
Prostin E2 dient alleen te worden gebruikt indien strikt noodzakelijk.
Borstvoeding
Prostin E2 is niet geïndiceerd voor gebruik tijdens lactatie. Er zijn geen gegevens over het gebruik van dinoproston tijdens de lactatie.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er zijn geen gegevens bekend over het effect van deze producten op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Een effect is echter niet waarschijnlijk.
4.8 Bijwerkingen
De in onderstaande tabel genoemde bijwerkingen zijn gerapporteerd; ook de geschatte frequenties zijn erbij aangegeven.
Zeer vaak ≥1/10 | Vaak ≥ 1/100, < 1/10 | Soms ≥ 1/1000, < 1/100 | Zelden ≥ 1/10.000, < 1/1000 | Zeer zelden <1/10.000 | Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) | |
| Bloed- en lymfestelsel-aandoeningen | gedissemi-neerde intra-vasculaire stolling (DIS) | |||||
| Immuunsysteem-aandoeningen | overgevoelig-heidsreacties (bv. anafylactische reactie, anafylactische shock, anafylactoïde reactie) | |||||
| Bloedvataandoeningen | hypertensie | |||||
| Ademhalingsstelsel-, | ||||||
| bronchospasmen, borstkas- en mediastinum-aandoeningen | astma | |||||
| Maagdarmstelsel-aandoeningen | misselijkheid, braken en diarree | |||||
| Skeletspierstelsel- en bindweefsel-aandoeningen | rugpijn | |||||
| Zwangerschap, perinatale periode en puerperium | afwijkingen in de uterus-contracties (toename in frequentie, tonus of duur) | abruptio placentae, snelle cervixdilatatie, uterusruptuur, pulmonale vruchtwaterembolie | Foetale sterfte§, doodgeboort e§, overlijden van de pasgeborene § | |||
| Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen | warm gevoel in de vagina | |||||
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoor-nissen | koorts | |||||
| Onderzoeken | foetale stress/ veranderde foetale hartslag, neonatale stress/lage Apgar score | |||||
§ Foetale sterfte, overlijden in utero en neonataal overlijden zijn gemeld na toediening van dinoproston, vooral na het optreden van ernstige voorvallen zoals uterusruptuur (zie rubrieken 4.2, 4.3 en 4.4).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Er is een individuele gevoeligheid van patiënten voor prostaglandines. In uitzonderlijke gevallen kan een enkelvoudige dosis Prostin E2 gel voor vaginaal gebruik leiden tot overdosering.
De voornaamste tekenen van overdosering met dinoproston zijn hypercontractiliteit of hypertonie van het myometrium, die aanleiding kunnen geven tot foetale nood.
Behandeling van een overmatige reactie van het myometrium bestaat uit het verwijderen van de medicatie uit de vagina en het plaatsen van de patiënte in een laterale semi-liggende houding.
De behandeling in geval van overdosering dient tot op heden gericht te zijn op de symptomen.
Vanuit literatuur is bekend dat ß-sympaticomimetica nuttig kunnen zijn bij de behandeling van hypertonieën veroorzaakt door oxytocica. Indien een dergelijke symptomatische behandeling niet tot het gewenste resultaat leidt, is een spoedverlossing geïndiceerd.
5 FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: prostaglandines, ATC-code: G02AD02.
Prostin E2 gel voor vaginaal gebruik bevat het natuurlijke prostaglandine E2 (PGE2), dinoproston. Prostaglandines bezitten zeer uiteenlopende farmacologische eigenschappen, waaronder het vermogen om glad spierweefsel te stimuleren. De belangrijkste farmacotherapeutische werking van dinoproston bestaat uit het bevorderen van de rijping van de baarmoederhals en het stimuleren van de uteriene contracties via een nog niet geheel opgehelderd mechanisme. Tijdens het proces van cervicale rijping vindt een aanzienlijke verslapping van cervicaal glad spierweefsel plaats. De baarmoederhals wordt van een rigide structuur in een zachte, gedilateerde toestand gebracht, om de passage van de foetus door de vagina mogelijk te maken. Bij dit proces speelt activering van het enzym collagenase een rol. De toediening van dinoproston in de vagina is er in hoofdzaak op gericht om de uteriene contracties te bevorderen.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
De halfwaardetijd van dinoproston is zeer kort (minder dan 1 minuut na intraveneuze toediening). De metabolieten, waarvan de voornaamste 13,14-dihydro-15-keto-PGE2 is, zijn veel minder actief en hebben een halfwaardetijd van ongeveer 8 minuten.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen bijzonderheden.
6 FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
- colloïdaal watervrij siliciumdioxide (E551)
- glyceryltriacetaat (E1518)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C)
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Prostin E2, gel voor vaginaal gebruik 1 mg: polyethyleen spuit met 3 gram gel (1 mg dinoproston)
Prostin E2, gel voor vaginaal gebruik 2 mg: polyethyleen spuit met 3 gram gel (2 mg dinoproston)
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Aanwijzingen voor het gebruik van de spuit:

- 1. Verwijder de beschermkap (te gebruiken als verlengstuk van de plunjer).
- 2. Breng de beschermkap in de spuit.
- 3. Dien de inhoud van de spuit toe.
7 HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Pfizer bv
Rivium Westlaan 142
2909 LD Capelle a/d IJssel
8 NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Prostin E2, gel voor vaginaal gebruik 1 mg: RVG 13823
Prostin E2, gel voor vaginaal gebruik 2 mg: RVG 13824
9 DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 9 juli 1990
Datum van laatste verlenging: 9 juli 2015
10 DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.2 t/m 4.5 en 4.8: 29 juli 2021
NLD 21G23
