Bijsluiter: gebruik, bijwerkingen, dosering - Plasma-Lyte 148 + Glucose
Wat is Plasma-Lyte 148 + Glucose 5% en waarvoor wordt dit medicijn gebruikt?
Farmacotherapeutische categorie: “Elektrolyten met koolhydraten” - ATC-code: “B05BB02”
Dit medicijn is een oplossing van de volgende stoffen in water:
- suiker (glucose)
- natriumchloride
- kaliumchloride
- magnesiumchloridehexahydraat
- natriumacetaattrihydraat
- natriumgluconaat
Glucose is een van de energiebronnen van het lichaam. Deze oplossing voor infusie levert 220 kilocalorieën per liter. Natrium, kalium, magnesium, chloride, acetaat en gluconaat zijn stoffen die in bloed zitten.
Dit medicijn wordt gebruikt:
om een bron van vocht en koolhydraten (suiker) te leveren, bijvoorbeeld bij:
- brandwonden
- verwonding aan het hoofd (hoofdletsel)
- botbreuken
- ontsteking door bacteriën of virussen (infectie)
- ontsteking van het buikvlies (peritoneale irritatie)
- als een bron van vocht tijdens operaties
- bij metabole acidose die niet levensbedreigend is. Hierbij wordt uw bloed te zuur.
- bij melkzuuracidose. Dit is een soort metabole acidose waarbij er meer melkzuur ontstaat in het lichaam. Melkzuur wordt vooral aangemaakt door de spieren en wordt door de lever verwijderd.
Dit medicijn kan worden gebruikt:
- bij volwassenen, ouderen en jongeren
- bij zuigelingen en peuters van 28 dagen tot 23 maanden. En bij kinderen van 2 tot 11 jaar.
2. Wanneer mag u dit medicijn niet toegediend krijgen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
U mag dit medicijn niet toegediend krijgen als u last heeft van de volgende ziektes
- u heeft meer kalium in het bloed dan normaal (hyperkaliëmie)
- uw nieren werken niet goed (nierfalen)
- u heeft een hartritmestoornis met een langzame hartslag (hartblok)
- u heeft een ziekte waarbij het bloed minder zuur wordt (metabole of respiratoire alkalose)
- u maakt te weinig maagzuur aan (hypochloorhydrie)
- u heeft suikerziekte (diabetes) die niet goed wordt behandeld. Hierdoor kunt u meer suiker in uw bloed hebben dan normaal (niet-gecompenseerde diabetes)
u kunt glucose uit het bloed niet goed verwerken (glucose-intolerantie), bijvoorbeeld:
- de stofwisseling van het lichaam werkt niet goed (metabole stress). Bijvoorbeeld door een erge ziekte.
- bewusteloos zijn (hyperosmolair coma). Dit is een soort coma die kan ontstaan als u suikerziekte (diabetes) heeft en niet genoeg medicijnen binnenkrijgt.
- meer suiker in het bloed dan normaal (hyperglykemie)
- meer melkzuur in het bloed dan normaal (hyperlactatemie)
- overgevoelig zijn voor de werkzame stoffen. Of voor een van de in rubriek 6 genoemde stoffen.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit medicijn?
Plasma-Lyte 148 + Glucose 5% is een geconcentreerde (hyperosmotische) oplossing. Uw arts let hierop bij het berekenen van de hoeveelheid oplossing die u nodig heeft.
Vertel uw arts als u een van de volgende medische ziektes heeft of heeft gehad:
- het hart pompt het bloed minder goed rond (hartfalen)
- longziekte (respiratoir falen)
uw nieren werken niet goed (nierfalen)
(bij bovenstaande ziektes kan speciale controle nodig zijn)
- hoge bloeddruk (hypertensie)
- u heeft te veel vocht onder de huid. Vooral rond de enkels (perifeer oedeem)
- u heeft te veel vocht in de longen (longoedeem)
- hoge bloeddruk tijdens zwangerschap (pre-eclampsie of eclampsie)
- u heeft te veel van een hormoon in uw bloed. Dit hormoon heet aldosteron (hyperaldosteronisme).
- een andere ziekte waarbij het lichaam te veel natrium vasthoudt (natriumretentie). Zoals een behandeling met steroïden (zie ook hieronder “Gebruikt u nog andere medicijnen?”)
- suikerziekte (diabetes). De hoeveelheid suiker in uw bloed zal goed in de gaten worden gehouden. Uw insulinebehandeling moet misschien ook worden aangepast
een ziekte waardoor u sneller last heeft van te veel kalium in uw bloed (hyperkaliëmie), zoals:
- uw nieren werken niet goed (nierfalen)
- een ziekte van de bijnier die invloed heeft op hormonen. Deze hormonen regelen de hoeveelheid stoffen in het lichaam (bijnierschorsinsufficiëntie).
- het lichaam verliest water (acute dehydratie). Bijvoorbeeld door overgeven of diarree.
- uitgebreide weefselschade. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan bij erge brandwonden.
(in zulke gevallen is het nodig om goed te controleren hoeveel kalium er in uw bloed zit)
- een ziekte van de spieren die steeds erger wordt (myasthenia gravis)
- herstel na een operatie
- verwonding aan het hoofd (hoofdletsel) binnen de afgelopen 24 uur
- een hoge druk in uw schedel (intracraniële hypertensie)
- een beroerte door een stolsel in een bloedvat in de hersenen (ischemische beroerte).
- als u problemen heeft met het vochtniveau in uw hersenen. Bijvoorbeeld door een ontsteking van het vlies rond de hersenen (meningitis), een bloeding in de schedel of hersenschade.
als u een ziekte heeft die kan zorgen voor veel vasopressine. Dit is een hormoon dat het vocht in uw lichaam regelt. Te veel vasopressine kan ontstaan bij:
- een plotselinge en erge ziekte of letsel
- als u een operatie heeft gehad
- hersenziekte
- als u bepaalde medicijnen neemt
Deze ziektes kunnen ervoor zorgen dat u sneller een laag natriumniveau in uw bloed heeft. Dit kan zorgen voor hoofdpijn, misselijk zijn, insulten, lethargie (u voelt zich sloom, heeft weinig energie en wilt veel slapen), coma en zwelling van de hersenen.
Krijgt u deze infusie toegediend? Dan verzamelt uw arts uw bloed en plas om het volgende te controleren:
- de hoeveelheid vocht in uw lichaam
- de hoeveelheid stoffen in uw bloed en plas (uw plasma- en urine-elektrolyten). Zoals natrium en kalium.
- de hoeveelheid suiker in uw bloed
- hoe zuur uw bloed en plas is (uw zuur-base-evenwicht)
Dit medicijn bevat kalium. Maar dat is niet genoeg voor het behandelen van een erg kaliumtekort. U heeft dan heel weinig bloedplasma.
Dit medicijn mag niet worden gegeven met dezelfde naald die bij een bloedtransfusie is gebruikt. Dit kan de rode bloedcellen beschadigen. Of ervoor zorgen dat ze samenklonteren.
Dit medicijn bevat stoffen die ervoor kunnen zorgen dat uw bloed minder zuur wordt (metabole alkalose).
Dit medicijn bevat suiker (glucose). Hierdoor kunt u meer suiker in uw bloed hebben dan normaal (hyperglykemie). Als dit ontstaat dan kan uw arts:
- de snelheid waarmee het medicijn wordt toegdiend (infusiesnelheid) aanpassen
- u insuline geven om de hoeveelheid suiker in uw bloed te verlagen
Dit is vooral belangrijk als u suikerziekte (diabetes) heeft.
Heeft u meer behandelingen nodig? Dan zal uw arts u ook andere soorten infusies geven. Deze zorgen dat uw lichaam de nodige stoffen en voedingsstoffen (voedsel) krijgt.
Wordt uw bloed getest op de de schimmel Aspergillus? Dan kan het zijn dat de test de uitslag geeft dat de schimmel aanwezig is. Ook als de schimmel niet echt aanwezig is.
Kinderen
Dit medicijn moet met extra voorzichtigheid aan kinderen worden gegeven. Vooral bij pasgeborenen en in het bijzonder bij te vroeg geboren baby's en baby's met een laag geboortegewicht. Deze kinderen hebben sneller kans op het ontwikkelen van te weinig of te veel suiker in het bloed (hypo- of hyperglykemie). Dit kan zorgen voor problemen.
Gebruikt u nog andere medicijnen?
Gebruikt u naast Plasma-Lyte 148 + Glucose 5% nog andere medicijnen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of verpleegkundige.
Krijgt u een infuus met dit medicijn? Dan wordt het gebruik van de volgende medicijnen niet geadviseerd:
plaspillen die ervoor zorgen dat er minder kalium uw lichaam verlaat via uw plas (kaliumsparende diuretica). Bijvoorbeeld:
- amiloride
- kaliumcanreonaat
- spironolacton
- triamtereen
(Deze medicijnen kunnen in gecombineerde medicijnen zitten)
- remmers van het angiotensine-converterend enzym (ACE-remmers). Deze medicijnen worden gebruikt voor het behandelen van een hoge bloeddruk.
- antiotensine II-receptorantagonisten. Deze medicijnen worden gebruikt voor het behandelen van een hoge bloeddruk.
- Tacrolimus. Dit medicijn wordt gebruikt om afstoting van een transplantaat te voorkomen. En ook voor het behandelen van sommige huidziektes.
- Ciclosporine. Dit medicijn wordt gebruikt om afstoting van een transplantaat te voorkomen.
Deze medicijnen kunnen zorgen voor meer kalium in uw bloed. Dit kan dodelijk zijn. Het hebben van meer kalium in uw bloed zal eerder ontstaan als u een nierziekte heeft.
Sommige medicijnen kunnen zorgen dat u sneller bijwerkingen krijgt doordat u minder natrium in het bloed heeft. Deze medicijnen zijn bijvoorbeeld:
- sommige medicijnen tegen kanker
- selectieve serotonine-heropnameremmers. Deze medicijnen worden gebruikt voor het behandelen van depressie.
- Antipsychotica. Dit zijn medicijnen tegen onder andere psychose.
- opioïden
- medicijnen voor pijn en/of ontsteking. Deze medicijnen zijn ook wel bekend als NSAID's.
- sommige medicijnen tegen epilepsie
- oxytocine. Dit medicijn wordt gebruikt voor de behandeling van vrouwen tijdens de zwangerschap, bevalling en verzorging na de bevalling.
- plaspillen (diuretica). U plast meer door deze medicijnen.
Andere medicijnen die invloed kunnen hebben op dit medicijn. Of dit medicijn kan invloed hebben op andere medicijnen:
- corticosteroïden. Dit zijn medicijnen die een ontsteking kunnen remmen.
- Carbenoxolon. Dit is een medicijn die een ontsteking kan remmen. Het wordt gebruikt voor de behandeling van maagzweren.
- neuromusculaire inhibitoren. Dit zijn medicijnen die worden gebruikt bij operaties en die worden geregeld door uw anesthesist. Bijvoorbeeld tubocurarine, suxamethonium en vecuronium.
- Acetylcholine. Dit is een stofje in het lichaam dat signalen doorgeeft van de zenuwen naar de spieren.
- Aminoglycosiden. Dit is een medicijn dat bacterien doodt (antibioticum).
- Nifedipine. Dit medicijn wordt gebruikt voor het behandelen van hoge bloeddruk en pijn op de borst.
zure medicijnen, zoals:
- salicylaten. Deze medicijnen worden gebruikt voor het behandelen van ontstekingen (aspirine).
- slaappillen (barbituraten)
- lithium. Dit medicijn wordt gebruikt voor het behandelen van psychiatrische ziektes.
alkalische (basische) medicijnen, zoals:
- sympathicomimetica. Dit zijn stimulerende medicijnen zoals efedrine en pseudo-efedrine. Ze worden gebruikt in medicijnen tegen hoesten en verkoudheid.
- andere stimulantia. Bijvoorbeeld dexamfetamine en fenfluramine.
Waarop moet u letten met eten en drinken?
Vraag uw arts wat u mag eten of drinken.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige voordat u dit medicijn gebruikt.
U mag dit medicijn krijgen als u zwanger bent of borstvoeding geeft. Uw arts zal de hoeveelheid stoffen in uw bloed controleren. Ook zal uw arts letten op de hoeveelheid vocht in uw lichaam.
Wordt er tijdens zwangerschap of borstvoeding een ander medicijn toegevoegd aan uw oplossing voor infuus? Dan moet u:
- contact opnemen uw arts. Wordt op hetzelfde moment ook het medicijn oxytocine toegediend tijdens de bevalling? Dan kunt u sneller last krijgen van minder natrium in het bloed (hyponatriëmie).
- de bijsluiter lezen van het medicijn dat wordt toegevoegd.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u gaat rijden of machines gaat gebruiken.
3. Hoe krijgt u dit medicijn toegediend?
Dit medicijn wordt toegediend door een arts of verpleegkundige. Uw arts beslist hoeveel u nodig heeft en wanneer het wordt toegediend. Dit hangt af van uw leeftijd, gewicht, hoe het met u gaat en de reden voor de behandeling. Andere behandelingen die u krijgt, kunnen ook invloed hebben op de hoeveelheid die u krijgt toegediend.
Dit medicijn mag niet aan u worden toegediend als er deeltjes in de oplossing zweven. En ook niet als de verpakking beschadigd is.
Dit medicijn wordt normaal gesproken in een ader toegediend via een plastic slangetje dat is aangesloten op een naald. Maar uw arts kan ook een andere manier kiezen om het medicijn toe te dienen.
Oplossing die niet gebruikt is moet worden weggegooid. Een infuus met dit medicijn mag niet worden gegeven uit een zak die voor een deel al gebruikt is.
Heeft u te veel van dit medicijn toegediend gekregen?
Heeft u te veel van dit medicijn gekregen (overinfusie)? Of is dit medicijn te snel toegediend? Dan kan dit zorgen voor de volgende klachten:
- te veel water en/of natrium (zout) met meer vocht in het weefsel (oedeem). Dit zorgt voor zwelling.
- tintelend, prikkelend of doof gevoel in de armen en benen (paresthesie)
- zwakke spieren
- u bent verlamd en kunt zich niet meer goed bewegen (paralyse)
- een onregelmatige hartslag (hartritmestoornis)
- een zeer trage hartslag (hartblok)
- het hart stopt met kloppen (hartstilstand). Dit kan dodelijk zijn.
- u bent in de war
- verlies van snelle onvrijwillige bewegingen van de pezen (peesreflexen)
- minder goed ademen (onderdrukte ademhaling)
- misselijk gevoel (nausea)
- overgeven
- meer blozen dan normaal (roodheid)
- dorst
- lage bloeddruk (hypotensie)
- suf voelen
- een trage hartslag (bradycardie)
- bewusteloos zijn (coma)
- uw bloed wordt te zuur (acidose). Dit kan zorgen voor de volgende klachten: moe zijn, in de war zijn, u voelt zich sloom, heeft weinig energie en wilt veel slapen (lethargie) en een snelle ademhaling
- u heeft minder kalium in uw bloed dan normaal (hypokaliëmie). Of uw bloed wordt minder zuur (metabole alkalose). Dit gebeurt vooral bij patiënten waarvan de nieren niet goed werken (nierinsufficiëntie).
- verandering in hoe u zich voelt (stemmingswisseling)
- moe zijn
- moeite hebben met ademhalen (kortademigheid)
- spieren zijn stijf
- spiertrekkingen
- samentrekken van de spieren
- uw bloed wordt te geconcentreerd (hyperosmolariteit)
- het lichaam verliest water (dehydratie)
- meer suiker in het bloed dan normaal (hyperglykemie)
- er zit suiker in uw plas (hyperglucosurie)
- u plast meer dan normaal (osmotische diurese)
Krijgt u last van een van deze klachten? Vertel dat dan direct aan uw arts. Het infuus wordt dan gestopt. Hoe u verder behandeld wordt hangt af van uw klachten.
Wordt er aan dit medicijn een ander medicijn toegevoegd voordat er overinfusie ontstaat? Dan kan dat medicijn ook zorgen voor klachten. Lees de bijsluiter van het toegevoegde medicijn. Hierin staat een overzicht van klachten die u misschien kunt krijgen.
Als u stopt met het gebruiken van dit medicijn
Uw arts bepaalt wanneer dit infuus wordt stopgezet.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit medicijn? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.
4. Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk medicijn kan ook dit medicijn bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
Vertel het direct aan uw arts of verpleegkundige als u een van de volgende bijwerkingen heeft. Dit kan een teken zijn van een heel erge of zelfs dodelijke allergische (overgevoeligheids) reactie:
- zwelling van de huid van het gezicht, lippen of keel
- moeilijk ademen
- huiduitslag
- rode huid (erytheem)
De behandeling die u krijgt hangt af van uw klachten.
Andere bijwerkingen zijn:
reactie door de manier van toediening:
- koorts (koortsreactie)
- een ontsteking door bacteriën of virussen (infectie) op de plaats waar het infuus is geplaatst
- pijn of reactie (rode huid of zwelling) op de plaats waar het infuus is geplaatst
- irritatie en ontsteking van de ader waarin de oplossing wordt toegediend (flebitis). Dit kan zorgen voor een rode huid, pijn, een brandend gevoel en zwelling. Deze klachten ontstaan langs de plek waar de ader loopt waarin de oplossing wordt toegediend.
- vorming van een bloedpropje (veneuze trombose) op de plaats waar het infuus is geplaatst. Dit kan zorgen voor pijn, zwelling of een rode huid in het gebied van het bloedpropje.
- de infusieoplossing komt in het weefsel rond de ader (extravasatie). Dit kan het weefsel beschadigen en er kunnen littekens ontstaan.
- te veel vocht in het lichaam (hypervolemie)
- te veel kalium in het bloed (hyperkaliëmie). Dit kan ervoor zorgen dat u een ander hartritme heeft dan normaal.
- te veel suiker (glucose) in uw bloed (hyperglykemie)
- aanvallen (insulten)
- uitslag op de huid met roze bulten en erge jeuk (galbulten of urticaria)
- erge allergische reactie. Deze reactie kan ervoor zorgen dat u moeite heeft met ademhalen of duizelig bent (anafylactoïde reactie).
- lage bloeddruk (hypotensie)
- ongemak op de borst
- moeite hebben met ademhalen (kortademigheid of dyspneu)
- piepende ademhaling
- meer blozen dan normaal
- er gaat meer bloed naar sommige delen van het lichaam (hyperemie)
- u bent erg moe en heeft weinig energie (asthenie)
- koud zweet
- koorts (pyrexie)
- koude rillingen
- minder natrium in het bloed (hyponatriëmie)
- zwelling van de hersenen. Dit kan zorgen voor hersenschade.
Is er een medicijn aan de oplossing voor het infuus toegevoegd? Dan kan dat medicijn ook zorgen voor bijwerkingen. Deze bijwerkingen hangen af van het medicijn dat is toegevoegd. Lees de bijsluiter van het toegevoegde medicijn. Hierin staat een overzicht van klachten die u misschien kunt krijgen.
Andere bijwerkingen die gezien zijn bij dit soort medicijnen:
- Andere signalen van overgevoeligheidsreacties/reacties op het infuus: een snelle hartslag (tachycardie), u voelt uw hart in uw borstkas of keel kloppen (hartkloppingen), pijn op de borst, een snelle ademhaling, u voelt zich vreemd, kippenvel (pilo-erectie) of het lichaam houdt te veel vocht vast (perifeer oedeem).
Het melding van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook voor bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan.
U kunt bijwerkingen ook melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
Door bijwerkingen te melden, helpt u ons om meer informatie te krijgen over de veiligheid van dit medicijn.
5. Hoe bewaart u dit medicijn?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Bewaren beneden 30 °C.
Gebruik dit medicijn niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de zak na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Dit medicijn mag niet aan u worden toegediend als er deeltjes in de oplossing zweven. Of als de verpakking beschadigd is.
6. Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit medicijn?
De werkzame stoffen in dit medicijn zijn:
- glucose (suiker): 55,00 g per liter
- natriumchloride: 5,26 g per liter
- kaliumchloride: 0,37 g per liter
- magnesiumchloridehexahydraat: 0,30 g per liter
- natriumacetaattrihydraat: 3,68 g per liter
- natriumgluconaat: 5,02 g per liter
De andere stoffen in dit medicijn zijn:
- water voor injecties
- geconcentreerd zoutzuur
Hoe ziet Plasma-Lyte 148 + Glucose 5% eruit en wat zit er in een verpakking?
Plasma-Lyte 148 + Glucose 5% is een heldere oplossing die geen zichtbare deeltjes bevat. Het wordt geleverd in plastic zakken van polyolefine/polyamide (Viaflo). Elke zak is verpakt in een verzegelde plastic beschermverpakking.
De verpakkingsgrootten zijn:
- 250 ml
- 500 ml
- 1000 ml
De zakken worden in dozen geleverd. Elke doos bevat een van de volgende hoeveelheden:
- 1 zak van 250 ml
- 30 zakken van 250 ml
- 1 zak van 500 ml
- 20 zakken van 500 ml
- 1 zak van 1000 ml
- 10 zakken van 1000 ml
- 12 zakken van 1000 ml
Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant
Vergunninghouder:
Baxter B.V., Kobaltweg 49, 3542 CE Utrecht, Nederland
Fabrikanten:
Baxter S.A., Bd René Branquart 80, 7860 Lessines, België
Bieffe Medital S.A., Ctra de Biescas-Senegüé, 22666 Sabiñánigo (Huesca), Spanje
In het register ingeschreven onder:
RVG 133370
Dit medicijn is geregistreerd in lidstaten van de Europese Economische Ruimte en in het Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland) onder de volgende namen:
| België | Plasmalyte 148 + Glucose 5 % w/v Viaflo, solution pour perfusion |
|---|---|
| Kroatië | Plasmalyte + Glucose 5% otopina za infuziju |
| Cyprus | PLASMA-LYTE®+GLUCOSE 5% |
| Tsjechische Republiek | PLASMALYTE S GLUKÓZOU, 5%, Infuzní roztok |
| Denemarken | Plasmalyte Glucos 50 mg/ml, infusionsvæske, opløsning |
| Finland | Plasmalyte Glucos 50 mg/ml infuusioneste, liuos |
| Frankrijk | Plasma-Lyte + Glucose 5 % solution pour perfusion |
| Griekenland | PLASMA-LYTE®+GLUCOSE 5% |
| IJsland | Plasmalyte Glucos 50 mg/ml innrennslislyf, lausn |
| Ierland | Plasma-Lyte 148 & Glucose 5% w/v solution for infusion |
| Italië | CRYSTALSOL G Soluzione per infusione |
| Luxemburg | Plasmalyte 148 + Glucose 5 % w/v Viaflo, solution pour perfusion |
| Malta | Plasma-Lyte 148 & Glucose 5% w/v solution for infusion |
| Nederland | Plasma-Lyte 148 + Glucose 5%, oplossing voor infusie |
| Noorwegen | Plasmalyte Glucos 50 mg/ml infusjonsvæske, oppløsning |
| Portugal | Plasma-Lyte 148 e Glucose 5% p/v Viaflo |
| Slowakije | Plasmalyte + Glucose 5% infúzny roztok |
| Slovenië | Plasmalyte z glukozo 50 mg/ml raztopina za infundiranje |
| Spanje | Viaflo Plasmalyte 148 y Glucosa 5% solucion para perfusion |
| Zweden | Plasmalyte Glucos 50 mg/ml infusionsvätska, lösning |
| VK (Noord-Ierland) | Plasma-Lyte® 148 & Glucose 5% w/v solution for infusion |
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in mei 2026.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Hantering en bereiding
Wanneer dit bij de oplossing en zak mogelijk is, moet de oplossing vóór toediening visueel worden geïnspecteerd op deeltjes en verkleuring. De oplossing kan eruitzien als een heldere, kleurloze tot lichtgele oplossing, zonder zichtbare deeltjes. Alleen toedienen als de oplossing helder is en de verzegeling intact is. De zak pas vlak vóór gebruik uit de beschermverpakking nemen.
De binnenzak behoudt de steriliteit van het product. Onmiddellijk toedienen nadat de infusieset is ingebracht.
Om potentieel fatale over-infusie van intraveneuze vloeistoffen bij de zuigeling te voorkomen, moet speciale aandacht worden besteed aan de wijze van toediening. Wanneer een spuitpomp wordt gebruikt voor het toedienen van intraveneuze vloeistoffen of medicatie aan zuigelingen, mag een vloeistofzak niet gekoppeld blijven aan de spuit. Wanneer een infuuspomp wordt gebruikt, moeten alle klemmen op de intraveneuze toedieningsset worden gesloten voordat de toedieningsset van de pomp wordt verwijderd of de pomp wordt uitgeschakeld. Dit is noodzakelijk, ook als de toedieningsset een terugslagklep heeft. De hulpmiddelen voor intraveneuze infusie en toediening moeten regelmatig worden gecontroleerd.
Plastic zakken mogen niet in serieverbinding worden gebruikt. Dergelijk gebruik kan leiden tot luchtembolie als gevolg van achterblijvende lucht die uit de eerste zak opgezogen is, voordat de toediening van de vloeistof uit de tweede zak beëindigd is. Intraveneuze oplossingen in flexibele plastic zakken onder druk zetten om de doorloopsnelheid te verhogen, kan leiden tot luchtembolie als de zak voorafgaand aan toediening niet volledig luchtledig wordt gemaakt. Een intraveneuze toedieningsset met ontluchting gebruiken met de inlaat in open stand, kan leiden tot luchtembolie. Intraveneuze toedieningssets met ontluchting waarvan de inlaat in open stand is, mogen niet worden gebruikt met flexibele plastic zakken.
De oplossing is bestemd voor intraveneuze toediening middels een steriele toedieningsset en met gebruik van een aseptische techniek. De hulpmiddelen moeten worden geprimed met de oplossing om te voorkomen dat lucht binnendringt in het systeem.
Supplementen kunnen vóór of tijdens de infusie worden toegevoegd door middel van de hersluitbare injectiepoort.
Andere medicatie toevoegen of een onjuiste toedieningstechniek gebruiken, kan de schijn opwekken van koortsreacties vanwege de mogelijke introductie van pyrogenen. In geval van een ongewenste reactie moet de infusie onmiddellijk worden gestopt.
Vernietigen na eenmalig gebruik.
Ongebruikt product weggooien.
Gedeeltelijk gebruikte zakken niet opnieuw aansluiten.
- 1.
Openen
- Verwijder net voor het gebruik de Viaflo-zak uit de beschermverpakking.
- Controleer op kleine lekken door stevig in de binnenzak te knijpen. Als er een lek wordt gevonden, moet de oplossing worden weggegooid, aangezien de steriliteit kan zijn aangetast.
- Controleer de oplossing op helderheid en afwezigheid van vreemde deeltjes. Als de oplossing niet helder is of deeltjes bevat, moet de oplossing worden weggegooid.
- 2.
Toediening voorbereiden
De oplossing mag NIET via een perifere ader worden toegediend.
Gebruik steriel materiaal voor de voorbereiding en de toediening.
- Hang de zak op aan het oogje.
Verwijder de plastic beschermhuls van de uitlaatpoort onderaan op de zak:
- pak het kleine vleugeltje aan het uiteinde van de poort met één hand vast;
- pak met de andere hand de grote vleugel op de dop vast en draai;
- de dop draait los.
- Pas een aseptische methode toe om de infusie voor te bereiden.
- Sluit de toedieningsset aan. Raadpleeg de volledige gebruiksaanwijzing van de set voor informatie over het aansluiten en primen van de set en over het toedienen van de oplossing.
- 3. Technieken voor het injecteren van toegevoegde geneesmiddelen
Waarschuwing: Het is mogelijk dat supplementen onverenigbaar zijn. Controleer vóór gebruik de verenigbaarheid van supplementen met zowel de oplossing als de zak. Wanneer een supplement wordt gebruikt, moet vóór parenterale toediening de osmolariteit worden gecontroleerd. Alle supplementen moeten grondig en zorgvuldig worden gemengd onder aseptische omstandigheden. Oplossingen die supplementen bevatten, moeten onmiddellijk worden gebruikt en mogen niet worden opgeslagen. (zie rubriek 5 “Onverenigbaarheid van toe te voegen geneesmiddelen” hieronder).
Medicatie toevoegen vóór de toediening
- Desinfecteer de injectiepoort.
- Gebruik een spuit met een naald van 19 gauge (1,10 mm) tot 22 gauge (0,70 mm), prik de hersluitbare injectiepoort aan en injecteer.
- Meng de oplossing en de medicatie grondig. Bij geneesmiddelen met een hoge densiteit zoals kaliumchloride, voorzichtig op de poorten tikken, de poorten rechtop houden en de oplossing en het geneesmiddel mengen.
Voorzichtig: zakken met toegevoegde medicatie niet opslaan.
Medicatie toevoegen tijdens de toediening
- Sluit de klem op de set.
- Desinfecteer de injectiepoort.
- Gebruik een spuit met een naald van 19 gauge (1,10 mm) tot 22 gauge (0,70 mm), prik de hersluitbare injectiepoort aan en injecteer.
- Haal de zak van de infuusstandaard af en/of zet deze rechtop.
- Maak beide poorten vrij van luchtbellen door voorzichtig op de poorten te tikken terwijl de zak rechtop geplaatst is.
- Meng de oplossing en de medicatie grondig.
- Plaats de zak weer in de positie voor gebruik, open de klem weer en zet de toediening voort.
Houdbaarheid bij gebruik: Supplementen
Vóór gebruik moeten de chemische en fysieke stabiliteit van eventuele supplementen worden vastgesteld bij de pH van de Plasma-Lyte 148 + Glucose 5% in de Viaflo-zak.
Vanuit microbiologisch oogpunt moet het verdunde product onmiddellijk worden gebruikt. Als het verdunde product niet onmiddellijk wordt gebruikt, is de gebruiker verantwoordelijk voor de bewaartijden en bewaarcondities. Deze zijn doorgaans niet langer dan 24 uur bij 2 °C tot 8 °C, behalve als reconstitutie onder gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden is uitgevoerd.
Onverenigbaarheid van toe te voegen geneesmiddelen
Wanneer supplementen aan de Plasma-Lyte 148 + Glucose 5% worden toegevoegd, moet daarvoor een aseptische techniek worden gebruikt. Meng de oplossing grondig wanneer supplementen zijn toegevoegd. Oplossingen die supplementen bevatten niet bewaren.
Onverenigbaarheid van het geneesmiddel dat wordt toegevoegd aan de oplossing in een Viaflo-zak, moet worden beoordeeld alvorens deze toe te voegen.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het geneesmiddel dat wordt toegevoegd.
Controleer voor het toevoegen van een stof of geneesmiddel of het supplement oplosbaar en/of stabiel is in water en of het pH-bereik van de Plasma-Lyte 148 + Glucose 5% juist is (pH 4,0-6,0). Controleer na het toevoegen op mogelijke kleurverandering en/of het optreden van neerslag, onoplosbare complexen of kristallen.
Glucose 5% oplossingen zijn niet verenigbaar met bloed of rode bloedcellen, aangezien hemolyse en bloedstolsels zijn beschreven.
Supplementen waarvan bekend is dat ze onverenigbaar zijn, mogen niet worden gebruikt.
