Bijsluiter-info.nl

Phosphosorb 660 mg – SmPC

De SmPC is bedoeld voor zorgverleners. Begrijpelijke informatie voor patiënten staat in de bijsluiter: dosering, bijwerkingen, andere geneesmiddelen, zwangerschap en borstvoeding.

Bijgewerkt:
Feiten
Status:
Alleen op recept
Sterkte:
660 mg
Werkzame stof:

SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Phosphosorb

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL

Phosphosorb 660 mg, filmomhulde tabletten

2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING

Elke filmomhulde tablet bevat 660 mg calciumacetaat, overeenkomend met 167 mg calcium.

Hulpstof(fen) met bekend effect

Elke filmomhulde tablet bevat 68,3 mg sucrose.

Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3. FARMACEUTISCHE VORM

Filmomhulde tablet.

Wit tot geelachtige, oblong vormige tablet met een breukstreep.

De breukstreep is alleen bedoeld om het breken te vereenvoudigen zodat het inslikken makkelijker gaat en niet om de tablet in gelijke doses te verdelen.

4. KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Therapeutische indicaties

Hyperfosfataemie bij volwassen patiënten met chronische nierinsufficiëntie die dialyse ondergaan (hemodialyse, peritoneaal dialyse).

4.2 Dosering en wijze van toediening

Behandeling met Phosphosorb moet altijd onder nauwkeurig toezicht gebeuren (zie rubriek 4.4).

Dosering

De aanbevolen aanvangsdosering is 2 tabletten (334 mg calcium) 3 maal daags. De dosering wordt gradueel verhoogd tot de gewenste fosfor serumconcentratie bereikt is, mits hypercalcaemie niet optreedt. De meeste patiënten hebben 3 tot 4 tabletten per maaltijd nodig.

De dosis moet mogelijk aangepast worden zowel naar boven als naar beneden, afhankelijk van de fosfaat inname en de eliminatie van fosfaat via dialyse.

Pediatrische patiënten

De veiligheid en werkzaamheid van Phosphosorb bij kinderen en adolescenten zijn niet vastgesteld. Daarom wordt het gebruik van Phosphosorb niet aanbevolen bij kinderen en adolescenten in de leeftijd tot 18 jaar.

Ouderen

De normale dosering wordt aangeraden bij ouderen.

Wijze van toediening

De tabletten mogen uitsluitend tijdens de maaltijd ingenomen worden, om een maximale fosfaat binding te bewerkstelligen. Bij voorkeur moeten de tabletten heel doorgeslikt worden. De breukstreep is er om de tablet te kunnen breken als u het moeilijk vindt om de hele tablet door te slikken. Indien de tabletten moeten worden gehalveerd, moet dit direct vóór het innemen gebeuren om de ontwikkeling van de smaak van azijnzuur te voorkomen.

In het geval van een vergeten dosis, moet de volgende dosis op de normale tijd worden ingenomen (de vergeten dosis dient niet alsnog ingenomen te worden).

4.3 Contra-indicaties

  • Hypofosfataemie
  • Hypercalcaemie
  • Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Patiënten moet geadviseerd worden om de orale geneesmiddelen genoemd in rubriek 4.5 niet binnen 1-2 uur voor en na inname van Phosphosorb in te nemen.

Tijdens langdurige therapie met Phosphosorb dient opgelet te worden op de progressie of het voorkomen van verkalking van vasculaire en weke delen. Het risico van hypercalcaemie neemt toe in het geval van gelijktijdige behandeling met thiazide-diuretica of vitamine D-producten.

Verhoogde hoeveelheden calciumzouten in het maagdarmkanaal kunnen resulteren in de neerslag van vetzuren en galzuren als calciumzeep. Dit kan leiden tot constipatie.

Serum fosfaat en calciumspiegels moeten nauwkeurig gecontroleerd worden op vaste intervallen. Het calciumfosfaatproduct mag niet hoger zijn dan 5,25 mmol2/l2, aangezien de incidentie van weke delen verkalking stijgt boven deze waarde. Controle dient frequenter te gebeuren na aanvang van de behandeling, bijvoorbeeld met wekelijkse intervals of elke 2 weken gedurende 3 maanden. Daarna is een maandelijks interval voldoende, afhankelijk van de medische toestand van de patiënt. In het algemeen is de controlefrequentie een beslissing van de arts en hangt deze af van het medisch profiel van de patiënt. Langdurende concentraties van een calciumfosfaatproduct hoger dan 5,25 mmol2/l2 moet tot een wijziging van de therapie leiden.

Bij patiënten bij wie het moeilijk is om de serumfosfaatspiegel te regelen, bijvoorbeeld met ernstige hyperfosfatemie (serumconcentratie > 2,26 mmol/l), kunnen calciumvrije fosfaatbinders worden gebruikt als een kortetermijnbehandeling (4 weken).

Patiënten dienen te worden gewaarschuwd voor de mogelijke symptomen van hypercalciëmie, zie rubriek 4.8. In het geval van hypercalcaemie moet de dosering verminderd of de behandeling gestaakt worden, afhankelijk van de ernst van de hypercalcaemie.

In het algemeen dienen calciumzouten vermeden te worden bij patiënten met calciumhoudende nierstenen of een voorgeschiedenis van nierstenen. Calciumzouten dienen met voorzorg te worden gegeven aan patiënten met aan hypercalcaemie gerelateerde ziekten.

Het gebruik van fosfaatbinders moet voorafgegaan worden door dieetadvisering aan de patiënt betreffende fosfaatopname en kan afhankelijk zijn van het soort dialyse dat de patiënt krijgt.

Dit product bevat sucrose. Door de aanwezigheid van sucrose, dient dit middel niet te worden gebruikt door patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie.

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Omdat de snelheid en/of mate van absorptie van andere orale geneesmiddelen kan variëren bij gelijktijdig gebruik met Phosphosorb, moet patiënten worden geadviseerd de in deze rubriek genoemde orale geneesmiddelen niet binnen 1-2 uur vóór en na inname van Phosphosorb in te nemen.

Effecten van andere geneesmiddelen op Phosphosorb

Bij gelijktijdige toediening van thiazide diuretica of vitamine D producten is er een verhoogd risico op hypercalcaemie. Als deze geneesmiddelen gelijktijdig worden voorgeschreven kan additionele controle van het serumcalcium, bijvoorbeeld wekelijks, noodzakelijk zijn naast de reguliere controleintervals, zoals aangegeven in rubriek 4.4.

Gelijktijdig gebruik van oestrogenen of vitamine A-producten met Phosphosorb kan de serum calciumwaarde verhogen.

Effecten van Phosphosorb op andere geneesmiddelen

Calcium heeft het vermogen om onoplosbare complexen te vormen met een aantal anionische bestanddelen, waaronder b.v. geneesmiddelen. Daarmee moet mogelijk rekening worden gehouden wanneer een verminderde of versterkte werking van een geneesmiddel wordt waargenomen.

Het gelijktijdig gebruik van calcium bevattende geneesmiddelen met antibiotica (zoals tetracyclines, enkele cefalosporines zoals cefpodoxime en cefuroxime, enkele quinolonen zoals ciprofloxacine of norfloxacine), bisfosfonaten, fluorides, ketoconazol, estramustine-producten en anticholinergica kunnen de absorptie uit de darmen van deze stoffen verminderen. Ook de absorptie uit de darmen van zink en ijzer kan verminderd worden.

Verhoogde hoeveelheden calciumzouten in het maagdarmkanaal kunnen de absorptie van therapeutisch toegediend urso- en chenodesoxycholzuur verminderen, door neerslag als calciumzeep.

Gelijktijdige therapie met hypoxie-induceerbare factor, prolylhydroxylaseremmers (HIF-PHI) en fosfaatbinders is gebruikelijk voor de behandeling van anemie bij patiënten met chronische nierinsufficiëntie. Er zijn interacties waargenomen tussen HIF-PHI en calciumhoudende fosfaatbinders. Uitgestelde toediening kan deze interacties tot een minimum beperken.

Calciumzouten, alleen of in combinatie met aluminiumhydroxide, kunnen leiden tot verminderde absorptie van levothyroxine.

Om een verhoging van het serumcalcium boven de normale spiegels te voorkomen, moet in het geval van een gelijktijdige behandeling met antacida en/of calciumsupplementen de hoeveelheid calcium die wordt toegediend met Phosphosorb in aanmerking worden genomen.

Calcium verhoogd het effect van digitalis glycosiden (digoxine), wat kan resulteren in digitalis vergiftiging, waaronder het risico op aritmieën. Bij gedigitaliseerde patiënten moet toediening van Phosphosorb met voorzorg gebeuren, bijvoorbeeld door controle met een ECG.

De toediening van adrenaline bij patiënten met een verhoogde serum calciumspiegel kan leiden tot ernstige hartaritmieën.

Calcium kan het farmacologisch effect van calciumantagonisten reduceren.

Calcium is een competitieve antagonist van magnesium. Een dosisaanpassing van Phosphosorb kan nodig zijn.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

Zwangerschap

Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van Phosphosorb bij zwangere vrouwen. Dieronderzoek heeft onvoldoende gegevens opgeleverd wat betreft reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen. Tijdens de zwangerschap moeten de serumcalciumspiegels nauwkeurig worden gecontroleerd op vaste intervallen.

Borstvoeding

Calcium wordt uitgescheiden in de moedermelk. De effecten op met moedermelk gevoede pasgeborenen/zuigelingen zijn niet bekend. Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven aan vrouwen die borstvoeding geven.

Vruchtbaarheid

Er zijn geen gegevens beschikbaar.

4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Phosphosorb heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.

4.8 Bijwerkingen

Zeer vaak (≥1/10)

Vaak (≥1/100, <1/10)

Soms (≥1/1.000, <1/100)

Zelden (≥1/10.000, <1/1.000)

Zeer zelden (<1/10.000)

Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)

Voedings- en stofwisselingsstoornissen

Vaak: Milde hypercalciëmie, milde hypercalciëmie (Ca>2,6 mmol/l) kan voorkomen bij ongeveer 1% van de patiënten en kan asymptomatisch zijn of zich manifesteren als constipatie, anorexia, misselijkheid of overgeven.

Soms: Meer ernstige hypercalciëmie, meer ernstige hypercalciëmie (Ca> 3,0 mmol/l) kan voorkomen bij ongeveer 0,1% van de patiënten en kan geassocieerd worden met hartritmestoornissen, verwarring, lethargie, delirium, stupor en in zeer ernstige gevallen coma. Patiënten wordt geadviseerd om hun arts te raadplegen als een van deze symptomen optreedt.

Maagdarmstelselaandoeningen

Vaak: Misselijkheid, overgeven, een vol gevoel hebben, oprispingen, verstopping, diarree.

Melding van vermoedelijke bijwerkingen

Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.

4.9 Overdosering

Overdosering kan leiden tot hypercalcaemie.

Langdurige overdosering kan leiden tot de ontwikkeling van een adynamische osteopathie.

Behandeling in noodgevallen, antidota

In het geval van hypercalcaemie (serum calcium spiegel >2,5 mmol/l) moet zowel het calciumgehalte in het dialysaat (tot 1,25 mmol/l) en/of de dosering van Phosphosorb verminderd worden. Als de serum calciumspiegel boven de 2,75 mmol/l komt, moet de toediening van Phosphosorb tijdelijk onderbroken worden en zo nodig moet een calciumvrije fosfaatbinder toegediend worden. In geval van een hypercalcaemische crisis (serum calciumspiegel > 3,5 mmol/l) is een calcium-vrij dialysaat nodig.

5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Middelen bij hyperkaliëmie en hyperfosfatemie, calciumacetaat,

ATC-code: V 03 AE 07

Werkingsmechanisme

Phosphosorb bevat calciumacetaat, en is in de eerste plaats bedoeld voor patiënten met chronisch nierfalen. Zij kunnen geen fosfaat uitscheiden via de nieren tot een normale bloedspiegel en dit leidt tot hyperfosfataemie. Dieet of eliminatie van fosfaat is onvoldoende en fosfaatbindende stoffen moeten gebruikt worden om de fosfaat absorptie in het maagdarmkanaal te verminderen. Calciumacetaat ingenomen tijdens de maaltijden vormt samen met het fosfaat in het voedsel het slecht oplosbare calciumfosfaat, wat met de feces uitgescheiden wordt.

5.2 Farmacokinetische eigenschappen

Absorptie

Hoewel dit product is bedoeld om lokaal fosfaat te binden in het darmkanaal, is de hoeveelheid calcium betrokken bij de binding van fosfaat variabel en al het vrije calcium kan worden geabsorbeerd in het maagdarmkanaal door actief transport en passieve diffusie. Calcium wordt actief geabsorbeerd in het duodenum en de proximale jejunum en in mindere mate in het meer distale deel van de dunne darm. Na orale toediening van calciumacetaat wordt ongeveer 40% in de nuchtere toestand en ongeveer 30 % in niet-nuchtere toestand geabsorbeerd. Calcium absorptie is verminderd bij patiënten met chronische nierinsufficiëntie, bij andere ziektes en als calcium aan fosfaat bindt. Gebonden calcium kan niet worden geabsorbeerd.

Distributie

Bot bevat 99% van het calcium in het lichaam, de overige 1% wordt in gelijke delen verdeeld tussen de intra- en extracellulaire vloeistoffen. Van de totale serum calcium concentratie is 50% in de ion vorm en 5% vormt een complex met fosfaten, citraten en andere anionen. Ongeveer 45% van het serum calcium is gebonden aan plasma eiwitten. Calcium passeert de placenta en wordt uitgescheiden in de moedermelk.

Biotransformatie

Het anion van calciumacetaat (het acetaat ion) is een metaboliet van het glucose metabolisme. Gebonden aan de sulfydryl groep van Co-enzym A kan het gekataboliseerd worden in de citroenzuurcyclus en eveneens in vele andere metabole routes. Geabsorbeerd acetaat wordt snel gemetaboliseerd tot bicarbonaat.

Eliminatie

Onder fysiologische omstandigheden wordt ongeveer 90% van de dagelijkse inname aan calcium via de faeces uitgescheiden en ongeveer 10% van de ingenomen calcium wordt via de urine uitgescheiden. Uitscheiding van calcium in de urine vermindert gedurende de ontwikkeling van nierfalen.

5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek

Preklinische studies met calciumacetaat zijn zeer beperkt en laten geen bijzondere bijkomende risico’s zien dan die reeds vermeld zijn in andere rubrieken van de SmPC. Effecten bij niet-klinische onderzoeken werden uitsluitend waargenomen na blootstelling die geacht wordt beduidend hoger te liggen dan het maximale niveau waaraan de mens wordt blootgesteld, zodat deze weinig relevant zijn voor klinische doeleinden en ontwikkeling.

6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen

Tabletkern

  • Sucrose
  • Gelatine (E441)
  • Croscarmellose natrium (E468)
  • Magnesiumstearaat (E470b)

Filmcoating

  • Gezuiverde ricinusolie
  • Saccharine natrium (E954)
  • Hypromellose (E464)

6.2 Gevallen van onverenigbaarheid

Niet van toepassing.

6.3 Houdbaarheid

2 jaar.

Houdbaarheid na eerste opening van de container: 3 maanden.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren beneden 30°C.

Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na eerste opening, zie rubriek 6.3.

6.5 Aard en inhoud van de verpakking

HDPE-container met LDPE-dop.

Verpakkingsgrootte

  • 100 filmomhulde tabletten
  • 200 filmomhulde tabletten

Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen

Geen bijzondere vereisten.

7 HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

Fresenius Medical Care Nephrologica Deutschland GmbH

Else-Kröner-Straße 1

61352 Bad Homburg v.d.H.

Duitsland

8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

In het register ingeschreven onder: RVG 32250

9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 11 juli 2006

Datum van laatste verlenging: 11 juli 2011

10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 4.1, 4.4 t/m 4.6, 4.9, 5.2 en 5.3: 6 juni 2025

Over dit document

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank · Registratienummer: RVG 32250

Datum van herziening volgens de tekst: 06-06-2025

Een fout gevonden? Schrijf ons via de contactpagina.

De informatie op deze website vervangt niet het advies van uw arts of apotheker.

Gegevens over het medicijn Phosphosorb

Afleverstatus
Alleen op recept?
  • Afleverstatus: alleen op recept (UR, uitsluitend recept)
Werkzame stof Calciumacetaat
Farmaceutische vorm Filmomhulde tablet
Toedieningsweg Oraal gebruik
Hulpstoffen
castorolie, croscarmellose natrium (e 468), gelatine (e 441), hypromellose (e 464) … (+3)+

castorolie, croscarmellose natrium (e 468), gelatine (e 441), hypromellose (e 464), magnesiumstearaat (e 470b), saccharoide natrium x-water (e 954), saccharose

ATC-indeling
  1. V Diverse geneesmiddelgroepen
    1. V03 Alle overige therapeutische middelen
      1. V03A Alle overige therapeutische middelen
        1. V03AE Middelen voor de behandeling van hyperkaliëmie en hyperfosfatemie
          1. V03AE07 Calciumacetaat
Registratiehouder Fresenius Medical Care Nephrologica Deutschland GmbH
Registratie 32250 sinds 11-07-2006 Procedure: NL/H/0887/001

Bron: CBG-MEB – Geneesmiddeleninformatiebank, gegevens van 31-10-2026. Gegevens uit de Geneesmiddeleninformatiebank van het CBG-MEB, zonder garantie. Ze vervangen niet het advies van uw arts of apotheker.