SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Phosphoral
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Phosphoral 24,4 g / 10,8 g, drank
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
per dosis van 45 ml per 1 ml natriumdiwaterstoffosfaat-dihydraat 24,4 g 0,542 g dinatriumfosfaat-dodecahydraat 10,8 g 0,24 g
Hulpstof(fen) met bekend effect: Ethanol, Natrium, Natriumbenzoaat (E211). Phosphoral bevat 29 mg ethanol per dosis.
Iedere 45 ml fles bevat 5 g natrium en 15 mg natriumbenzoaat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Drank. Heldere, kleurloze oplossing met gember-citroen geur, vrij van neerslag en troebeling.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Als darmreinigingsmiddel om de patiënt voor te bereiden op een colon-operatie of om het colon voor te bereiden op röntgen- of endoscopisch onderzoek.
Darmreinigingsmiddelen dienen niet te worden beschouwd als behandelingsmiddelen voor obstipatie.
Phosphoral is geïndiceerd voor gebruik bij volwassenen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Phosphoral wordt in twee afzonderlijke doses aan volwassenen toegediend.
Oudere patiënten:
Phosphoral dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij ouderen. Voor deze groep patiënten is aanpassing van de dosering niet nodig (zie rubriek 4.4).
Patiënten met een nierfunctiestoornis:
Phosphoral is gecontra-indiceerd voor patiënten met een nierfunctiestoornis (zie rubriek 4.3).
Patiënten met een leverfunctiestoornis:
De veiligheid en werkzaamheid van Phosphoral bij patiënten met een leverfunctiestoornis zijn niet vastgesteld. Phosphoral is gecontra-indiceerd voor patiënten met ascites (zie rubriek 4.3). Pediatrische patiënten:
Phosphoral is gecontra-indiceerd voor kinderen onder de 18 jaar (zie rubriek 4.3).
Wijze van toediening
De inname van Phosphoral moet op de dag vóór de ziekenhuisafspraak beginnen.
Indien de ziekenhuisafspraak vóór 12 uur ’s middags is dan moeten de dosis instructies voor een ochtendafspraak worden gevolgd. Voor afspraken na 12 uur ’s middags moeten de instructies voor een middagafspraak worden gevolgd.
De aanbevolen dosis mag niet worden overschreden.
Ochtendafspraak
De dag vóór uw afspraak
07.00 uur
In plaats van het ontbijt tenminste één vol glas “heldere vloeistof” of water drinken. U kunt meer drinken indien u dat wenst.
“Heldere vloeistoffen” zijn o.a. heldere soep, gezeefd vruchtensap zonder vruchtvlees, thee of koffie zonder melk, heldere koolzuurhoudende en niet-koolzuurhoudende niet-alcoholische dranken, bijv. limonade.
Eerste dosis – onmiddellijk hierna 45 ml in een half glas (120 ml) koud water verdunnen. Deze oplossing drinken, gevolgd door een vol glas (240 ml) koud water. U kunt nog meer koud water drinken indien gewenst.
Drink zoveel mogelijk extra om het vocht wat verloren gaat tijdens de ontlasting aan te vullen.
13.00 uur
middageten In plaats van het middageten tenminste drie volle glazen (720 ml) “heldere vloeistof”
of water drinken. U mag meer drinken indien u dat wenst.
19.00 uur
avondeten In plaats van het avondeten tenminste een vol glas “heldere vloeistof” of water drinken. U mag meer drinken indien u dat wenst.
Tweede dosis – Onmiddellijk hierna. 45 ml verdunnen in een half glas (120 ml) koud water.. Deze oplossing drinken, gevolgd door een vol glas (240 ml) koud water, of meer indien gewenst. Tot middernacht mag U zoveel water of “heldere vloeistof” drinken als u nodig acht.
Het drinken van grote hoeveelheden heldere vloeistoffen geeft meer zekerheid dat de darmen schoon zijn voor onderzoek.
Middagafspraak
De dag vóór uw afspraak
13.00 uur
middageten U kunt een lichte snack eten. Na het middageten mag u geen vast voedsel innemen, tot na uw ziekenhuisafspraak.
19.00 uur
avondeten In plaats van het avondeten tenminste één vol glas “heldere vloeistof” of water drinken. U mag meer drinken indien u dat wenst.
Eerste dosis – Onmiddellijk hierna 45 ml in een half glas (120 ml) koud water verdunnen. Deze oplossing drinken, gevolgd door een vol glas (240 ml) koud water. U kunt meer drinken indien gewenst.
Drink zoveel mogelijk extra om het vocht wat verloren gaat tijdens de ontlasting aan te vullen.
Gedurende de avond tenminste drie volle glazen (720 ml) “heldere vloeistof” of water drinken voordat u naar bed gaat.
De dag van uw afspraak
07.00 uur
ontbijt In plaats van het ontbijt tenminste één glas “heldere vloeistof” of water drinken. U mag meer drinken indien u dat wenst.
Tweede dosis – Onmiddellijk hierna 45 ml in een half glas (120 ml) koud water verdunnen. Deze oplossing drinken, gevolgd door tenminste één vol glas (240 ml) koud water.
Drink zoveel mogelijk extra om het vocht wat verloren gaat tijdens de ontlasting aan te vullen. Het drinken van grote hoeveelheden heldere vloeistoffen geeft meer zekerheid dat de darmen schoon zijn voor onderzoek.
U mag tot 08.00 uur ‘s morgens meer water of “heldere vloeistof” drinken indien gewenst.
Dit product zorgt gewoonlijk voor een stoelgang binnen 1/2 tot 6 uur.
Na de procedure:
Om tijdens de voorbereiding voor de procedure verloren vocht te vervangen dienen patiënten te worden aangemoedigd na afloop veel te drinken.
4.3 Contra-indicaties
Niet gebruiken bij:
- kinderen beneden 18 jaar;
- misselijkheid, braken of maagpijn;
- overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Niet gebruiken bij patiënten met:
- nierfunctiestoornis;
- primaire hyperparathyreoïdie in verband met hypercalciëmie;
- symptomatisch hartfalen (NYHA-klasse III of IV);
- ascites;
- bekende of vermoede gastro-intestinale obstructie;
- megacolon (aangeboren of verkregen);
- maagdarmperforatie;
- ileus;
- actieve inflammatoire darmaandoening.
Phosphoral dient niet te worden gebruikt in combinatie met andere natriumfosfaatbevattende laxativa.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Phosphoral is zelden geassocieerd met ernstige en potentieel fatale gevallen van electrolyten-stoornissen bij bejaarde patiënten. De benefit/risk ratio van Phosphoral moet zorgvuldig worden afgewogen voordat een behandeling wordt gestart bij deze risicogroep.
Wanneer Phosphoral voorgeschreven wordt aan een willekeurige patiënt dient speciale aandacht te worden gegeven aan de bekende contra-indicaties, het belang van adequate vochtinname en –bij risicogroepen (zie hieronder en rubriek 4.2 en 4.3)- het belang van het meten van electrolytenspiegels voor en na de behandeling.
Patiënten met een verhoogd risico
Men moet voorzichtig zijn bij patiënten met een verhoogd risico van onderliggende nierfunctiestoornis, reeds bestaande elektrolytverstoringen, verhoogd risico op elektrolytverstoringen (bijv. dehydratie, maagretentie, colitis, onvermogen voldoende vocht in te nemen, hypertensie of andere aandoeningen waarbij de patiënten producten innemen die kunnen leiden tot dehydratie, zie hieronder), hypotensie met klinische impact of in verband met hypovolemie, hartaandoeningen, acuut myocardinfarct, instabiele angina, of bij verzwakte of oudere patiënten. Bij deze risicopatiënten moeten de natrium-, kalium-, calcium-, chloride-, bicarbonaat-, fosfaat-, bloed-ureumstikstof- en creatininespiegels voor en na behandeling worden gemeten, indien klinisch geïndiceerd.
Dehydratie
De werking van dit product treedt meestal op na ½ tot 6 uur. Als er geen ontlasting binnen 6 uur na inname van Phosphoral heeft plaatsgevonden, instrueer de patiёnt dan het gebruik te stoppen en onmiddellijk een arts te waarschuwen omdat er dan dehydratie kan optreden.
Men dient patiënten te waarschuwen dat frequente, vloeibare ontlasting is te verwachten. Patiënten dienen bemoedigd te worden zoveel mogelijk water te drinken om dehydratie te helpen voorkomen. Onvoldoende vochtinname bij gebruik van een effectief laxeermiddel kan leiden tot overmatig vochtverlies waardoor dehydratie en hypovolemia kan ontstaan. Dehydratie en hypovolemia als gevolg van laxeermiddelen kunnen verergeren door onvoldoende vochtinname, misselijkheid, braken, verminderde eetlust of gebruik van antihypertensiva (bijv. angiotensine-converterend enzym remmers (ACE-remmers), angiotensinereceptorblokkers (ARB's), calciumkanaalblokkers), diuretica en niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID’s), en kunnen gerelateerd worden aan acuut nierfalen. Er zijn zeldzame rapportages geweest van acuut nierfalen bij laxeermiddelen waaronder natriumfosfaten en PEG-3350.
Van patiënten met een aandoening die kan leiden tot dehydratie of patiënten die geneesmiddelen gebruiken die de glomerulaire filtratiesnelheid kunnen verminderen, moet de vochtbalans worden beoordeeld voorafgaand aan het gebruik van een laxeermiddel en zij moeten op een voor hen geschikte wijze worden behandeld.
Nefrocalcinose als gevolg van acute fosfaatnefropathie
Nefrocalcinose, gerelateerd aan acuut nierfalen en afzettingen van calciumfosfaatkristallen in de niertubuli, is zelden gemeld bij patiënten die natriumfosfaat gebruikten voor darmreiniging. Nefrocalcinose is een ernstige bijwerking die kan leiden tot een blijvende nierfunctiestoornis waarvoor langdurig dialyse nodig is. Het merendeel van deze gevallen trad op bij oudere, vrouwelijke patiënten die geneesmiddelen gebruikten tegen hypertensie, of andere geneesmiddelen zoals diuretica of NSAID’s, die kunnen leiden tot dehydratie.
Voorzichtigheid moet worden betracht bij het voorschrijven van Phosphoral waarbij aanbevolen wordt vooral aandacht te besteden aan de bekende contra-indicaties, een adequate vochtinname vóórafgaand aan, tijdens de bereiding en na de procedure en de naleving van de aanbevolen tijd tussen beide doseringen.
Verstoringen van de electrolytenbalans
Er bestaat een kans op verhoogde serumspiegels van natrium en fosfaat en verlaagde spiegels van calcium en kalium, waardoor hypernatriёmie, hyperfosfatemie, hypocalciёmie, hypokaliёmie en acidose kunnen optreden.
| Hyponatriëmie, mogelijk met als complicatie neurologische aandoeningen, zoals verwardheid, coma | |
| of convulsies, kan voorkomen. | |
Een geringe QT intervalverlenging kan zelden als gevolg van elektrolytverstoringen optreden, zoals hypocalciëmie of hypokaliëmie. Deze veranderingen zijn klinisch niet significant.
Hypomotiliteit
Wees voorzichtig met het gebruik bij patiënten met hypomotiliteitsstoornissen of die een chirurgische ingreep hebben ondergaan in het maagdarmstelsel of andere medische aandoeningen hebben die hen predisponeren voor hypomotiliteitsstoornissen. Wanneer een patiёnt een colostoma of ileostoma heeft gehad, of zich aan een zoutarm dieet moet houden, moet de drank met voorzichtigheid worden gebruikt, aangezien er een verstoring van de electrolytenbalans, dehydratie of een gestoorde zuurbalans kan optreden.
Laesies
Enkelvoudige of meervoudige aftoïde punctiforme laesies zijn door middel van endoscopie waargenomen in het rectosigmoïde gebied. Deze waren als lymfoïde follikels of discrete inflammatoire infiltraten of epitheelcongesties of epitheelveranderingen zichtbaar in het colonpreparaat. Deze afwijkingen waren niet klinisch significant en verdwenen spontaan zonder enige behandeling.
Dit geneesmiddel bevat 5000 mg natrium per dosis van 45 ml, overeenkomend met 250% van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor een volwassene. Er dient rekening mee te worden gehouden dat dit middel schadelijk kan zijn voor patiënten die een natriumarm dieet moeten volgen.
Dit geneesmiddel bevat 15 mg natriumbenzoaat (E211) in elke dosis van 45 ml.
Dit middel bevat 29 mg alcohol (ethanol) per dosis van 45 ml. De hoeveelheid per in dit middel komt overeen met minder dan 0.73 ml bier of 0.29 ml wijn. Er zit een kleine hoeveelheid alcohol in dit middel. Dit is zo weinig dat u hier niets van merkt.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die antihypertensiva gebruiken (bijv. calciumkanaalblokkers, angiotensine-converterend enzym remmers (ACE-remmers), angiotensinereceptorblokkers (ARB's)),, diuretica, lithiumbehandeling of andere medicatie gebruiken die de elektrolytenhuishouding zouden kunnen beïnvloeden, omdat hyperfosfatemie, hypocalciëmie, hypokaliёmie, hypernatriëmische dehydratie en acidose kunnen optreden.
Gedurende het gebruik van Phosphoral kan de absorptie van geneesmiddelen uit het gastro-intestinale stelsel vertraagd of zelfs volkomen verhinderd worden. De werkzaamheid van regelmatig gebruikte orale geneesmiddelen (bijv. orale voorbehoedsmiddelen, anti-epilepsiemiddelen, antidiabetica, antibiotica) kan verminderd of geheel afwezig zijn. Voorzichtigheid wordt ook aanbevolen indien geneesmiddelen worden gebruikt die het QT-interval kunnen verlengen.
Wees voorzichtig met het gebruik bij patiënten die parathyroïdhormoonmedicaties innemen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen klinische gegevens bekend van Phosphoral bij zwangerschap noch zijn er gegevens uit dierstudies beschikbaar met betrekking tot effect op zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, bevalling en postnatale ontwikkeling. Het mogelijke risico bij de mens is onbekend. Phosphoral mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt tenzij echt noodzakelijk.
Borstvoeding
Het is niet bekend of Phosphoral in de moedermelk wordt uitgescheiden. Aangezien natriumfosfaat terecht kan komen in de moedermelk, wordt aanbevolen de moedermelk te verzamelen en weg te gooien vanaf de eerste dosis tot 24 uur na de tweede dosis van het darmreinigingsmiddel. Vrouwen dienen hun kinderen geen borstvoeding te geven tot 24 uur na de tweede dosis Phosphoral.
Vruchtbaarheid
Er is geen informatie beschikbaar over de effecten van Phosphoral op de fertiliteit van de man en de vrouw
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Phosphoral kan duizeligheid veroorzaken, waarschijnlijk als gevolg van dehydratie , en dit kan een geringe tot matige invloed hebben op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
De volgende bijwerkingen werden gerapporteerd met frequenties die overeenkomen met: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100 tot < 1/10), soms (≥ 1/1.000 tot < 1/100), zelden (≥ 1/10.000 tot < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
IMMUUNSYSTEEMAANDOENINGEN
Zeer zelden
overgevoeligheid
VOEDINGS- EN STOFWISSELINGSSTOORNISSEN
Soms
dehydratie
Zeer zelden
hyperfosfatemie
hypocalciёmie
hypokaliёmie
hypernatriёmie
metabole acidose
tetanie
Niet bekend
Hyponatriëmie, met als complicatie neurologische aandoeningen, zoals verwardheid, coma of convulsies
ZENUWSTELSELAANDOENINGEN
Zeer vaak
duizeligheid
Vaak
hoofdpijn
Zeer zelden
bewustzijnsverlies
paresthesie
HARTAANDOENINGEN
Zeer zelden
myocard infarct
aritmieën
BLOEDVATAANDOENINGEN
Zeer zelden
hypotensie
MAAGDARMSTELSELAANDOENINGEN
Zeer vaak
diarree
buikpijn
opgezette buik
misselijkheid
Vaak
braken
abnormale colonoscopie (enkelvoudige of meervoudige aftoïde punctiforme laesies in het rectosigmoïde gebied die niet klinisch significant zijn en spontaan verdwijnen zonder enige behandeling)
HUID- EN ONDERHUIDAANDOENINGEN
Zeer zelden
allergische dermatitis
SKELETSPIERSTELSEL- EN BINDWEEFSELAANDOENINGEN Zeer zelden
spierkramp
NIER- EN URINEWEGAANDOENINGEN
Zelden
Nefrocalcinose als gevolg van acute fosfaatnefropathie Zeer zelden
acuut nierfalen
chronisch nierfalen
ALGEMENE AANDOENINGEN EN TOEDIENINGSPLAATSSTOORNISSEN Zeer vaak
koude rillingen
asthenie
Vaak
pijn op de borst
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb, website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Er zijn fatale gevallen voorgekomen van hyperfosfatemie gepaard gaande met hypocalciëmie, hypernatriëmie en acidose, wanneer Phosphoral in excessieve doseringen aan kinderen of aan patiënten met obstructie is toegediend.
Patiёnten met overdosering kunnen de volgende symptomen hebben: dehydratie, hypotensie, tachycardie, bradycardie, tachypnoe, hartstilstand, shock, respiratoir falen, dyspnoe, convulsies, paralytisch ileum, angst, pijn. Overdosering kan leiden tot verhoogde serumspiegels van natrium en fosfaat en verlaagde spiegels van calcium en kalium. In die gevallen kan dan hypernatriёmie, hyperfosfatemie, hypocalciёmie, hypokaliёmie en acidose optreden.
Er zijn ook gedocumenteerde gevallen van compleet herstel van een overdosering, zowel bij kinderen die per ongeluk Phosphoral kregen als bij patiënten met obstructie, van wie één een zesvoudige dosis kreeg toegediend.
Herstel van het toxische effect van het innemen van een te grote dosis kan gewoonlijk worden verkregen door middel van rehydratie, hoewel de intraveneuze toediening van 10% calciumgluconaat nodig kan zijn.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: osmotisch werkende laxeermiddelen, ATC-code: A06AD17
Phosphoral is een zouthoudend laxeermiddel; de laxerende werking ontstaat door het osmotische effect, hetgeen verhoogde retentie van vocht in het lumen van de dunne darm teweegbrengt. Door de toename van vocht in het ileum wordt uitzetting veroorzaakt, waardoor peristaltiek en ontlasting worden bevorderd.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Toediening van een orale oplossing met natriumfosfaten veroorzaakte bij gezonde vrijwilligers verschuivingen van serumelektrolyten van voorbijgaande aard. Er is een open-label studie uitgevoerd met vierentwintig gezonde, volwassen vrijwilligers die een orale natriumfosfaatoplossing kregen voor de evaluatie van het tijdsverloop en de mate van elektrolytenverschuivingen in twee leeftijds- en twee geslachtsgroepen. De studie was zo opgezet dat de darmvoorbereiding werd nagebootst, die gewoonlijk voorafgaand aan colonoscopie wordt toegepast, , inclusief een helder, vloeibaar dieet, tijdstip van natriumfosfaat toediening en de juiste vochtinname. Het gevolgde schema van 2 x 45 ml oraal natriumfosfaat en aanvullend heldere vloeistoffen was in overeenstemming met het goedgekeurde doseringsschema van het product. De studiepopulatie was qua leeftijd en geslacht in evenwicht. De helft van de studiedeelnemers was 65 jaar of ouder.
Uit de resultaten bleken de serumconcentraties van natrium en fosfaat na iedere dosering toe te nemen en die van kalium en calcium af te nemen.
De gemiddelde concentratie serumfosfaat bedroeg bij alle proefpersonen 3,33 mg/dl op baseline, bereikte vervolgens een piek van 6,26 mg/dl op uur 3, daalde vlak voor de tweede dosis (uur 12) tot 4,70 mg/dl en bereikte opnieuw een piek van 6,86 mg/dl op uur 14. Op uur 36 waren alle serumfosfaatconcentraties weer normaal.
In de afbeelding is het tijdsverloop te zien van de gemiddelde concentratie serumfosfaat voor elke geslachts- en leeftijdsgroep. Oudere vrouwen (EF) ondervonden de grootste veranderende waarden.
De gemiddelde natriumconcentratie in het serum fluctueerde binnen het normale bereik (134-147 mmol/l), maar bij 4 proefpersonen kwamen de natriumwaarden uit boven de bovengrens van het normale bereik.
De daling in de concentraties kalium en calcium fluctueerde binnen het normale individuele bereik en keerde vervolgens 12 uur na toediening van de tweede dosis terug naar de baselinewaarden. 29% van de proefpersonen meldde serumcalciumwaarden onder de normale ondergrens (8,5 mg/dl) gedurende 36 uur na toediening van de eerste dosis. Er zijn echter geen klinische gevallen van hypocalciëmie waargenomen.
Samenvattend waren de verschuivingen in de serum elektrolytenconcentraties bij gezonde, volwassen vrijwilligers, die in verband worden gebracht met de toediening van 2 x 45 ml NaP, niet klinisch significant en van voorbijgaande aard en verdwenen deze binnen 12 tot 24 uur na voltooiing van de darmvoorbereiding .
Het effect op de farmacokinetiek van Phosphoral voor patiënten met nierfunctiestoornissen is niet onderzocht. Deze gegevens kunnen niet van gezonde vrijwilligers op risicopatiënten (bijv. nierpatiënten) worden geëxtrapoleerd (zie rubrieken 4.3, 4.4).
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Er zijn bij dieren geen reproductietoxiciteitsstudies uitgevoerd met Phosphoral.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Glycerol
Sacharinenatrium
Natriumbenzoaat (E211)
Gember-citroensmaak*
Gezuiverd water
*Gember-citroensmaak:
Oleoresin gember
Alcohol
Citroenolie
Deels gedeterpineerd citroenolie
Citroenzuur
Water
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
3 jaar
Na opening onmiddellijk gebruiken. Een eventueel niet gebruikt gedeelte weggooien.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Phosphoral wordt geleverd in verpakkingen met daarin 2x45 ml of 100x45 ml (ziekenhuisverpakking) polyethyleen flessen met een schroefdop van polypropyleen met aluminiumfolie-voering.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Dit geneesmiddel moet vóór gebruik worden verdund met water.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Casen Recordati, S.L.
Autovía de Logroño, Km. 13,300
50180 UTEBO. Zaragoza (Spanje)
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
RVG 21551
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/ VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 6 oktober 1997
Datum van laatste hernieuwing van de vergunning: 30 april 2010
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 2 en 4.4: 23 maart 2022
