SmPC (samenvatting van de productkenmerken) - Oraliv menthol suikervrij 5 mg/1 mg zuigtablet
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Oraliv menthol suikervrij 5 mg/1 mg zuigtabletten
Oraliv citroen suikervrij 5 mg/1 mg zuigtabletten
Oraliv aardbei suikervrij 5 mg/1 mg zuigtabletten
Oraliv honing suikervrij 5 mg/1 mg zuigtabletten
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke zuigtablet bevat 5 mg chloorhexidinedihydrochloride (overeenkomend met 4,37 mg chloorhexidine) en 1 mg lidocaïnehydrochloridemonohydraat (overeenkomend met 0,81 mg lidocaïne).
Hulpstoffen met bekend effect
Oraliv menthol suikervrij
Elke zuigtablet bevat 1,2 g sorbitol (E420).
Oraliv citroen suikervrij
Elke zuigtablet bevat 1,2 g sorbitol (E420), 5 mg aspartaam (E951) en 0,0009 mg benzylalcohol.
Oraliv aardbei suikervrij
Elke zuigtablet bevat 1,2 g sorbitol (E420).
Oraliv honing suikervrij
Elke zuigtablet bevat 1,2 g sorbitol (E420) en 0,0000003 mg sulfieten.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Zuigtablet
Witte tot bijna witte, licht gevlekte, ronde zuigtabletten met een diameter van ongeveer 16 mm en een dikte van 5 mm.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Symptomatische behandeling van keelpijn
Oraliv is geïndiceerd bij
volwassenen, adolescenten en kinderen ouder dan 6 jaar.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen en adolescenten (> 12 jaar)
Eén zuigtablet 6 tot 10 keer per dag.
De maximumdosis is 10 zuigtabletten per 24 uur.
Pediatrische patiënten
Kinderen ≥ 6 en ≤ 12 jaar
Eén zuigtablet 3 tot 5 keer per dag.
De maximumdosis is 5 zuigtabletten per 24 uur.
Kinderen < 6 jaar
Oraliv is gecontra-indiceerd voor gebruik bij kinderen jonger dan 6 jaar (zie rubriek 4.3).
Duur van de behandeling
De duur van de behandeling mag niet langer zijn dan 3 dagen.
Als de toestand van de patiënt tijdens het gebruik van Oraliv niet binnen 3 behandeldagen verbetert of als de patiënt hoge koorts heeft, moet de patiënt een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg raadplegen.
Wijze van toediening
Voor oromucosaal gebruik.
De patiënt moet de zuigtablet langzaam in de mond laten oplossen.
Om lokale irritatie te voorkomen, moet Oraliv tijdens het zuigen door de mond worden bewogen.
Oraliv mag niet binnen 30 minuten vóór of tijdens een maaltijd of drankje worden gebruikt vanwege het risico op aspiratie en lokale brandwonden door heet voedsel/drankje als gevolg van verdoving van de keel en tong (zie rubriek 4.4).
De patiënt moet na het poetsen van zijn/haar tanden ten minste een half uur wachten alvorens Oraliv te gebruiken (zie rubriek 4.4 en 4.5).
4.3 Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen, lokale anesthetica van het amidetype of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
- Kinderen jonger dan 6 jaar.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bacteriële infecties met een verhoogde lichaamstemperatuur moeten afzonderlijk worden behandeld. In dergelijke gevallen kan Oraliv als aanvullend geneesmiddel worden gebruikt om de pijn als gevolg van keelpijn te verlichten.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met congestief hartfalen, een verminderde leverfunctie of bij gebruik in combinatie met lidocaïne-analogen (anti-aritmica klasse I), want de bijwerkingen van lidocaïne kunnen toenemen.
Oraliv moet voorzichtig worden gebruikt bij patiënten met aanleg voor ernstige allergische reacties.
Oraliv mag niet binnen 30 minuten vóór of tijdens een maaltijd of drankje worden gebruikt vanwege het risico op aspiratie en lokale brandwonden door heet voedsel/drankje als gevolg van verdoving van de keel en tong (zie rubriek 4.2).
Chloorhexidine-oplossingen zijn niet verenigbaar met bepaalde zepen of andere anionische verbindingen die vaak in tandpasta worden aangetroffen. Daarom moet de patiënt na het poetsen van zijn/haar tanden ten minste een half uur wachten alvorens Oraliv te gebruiken. (zie rubriek 4.2 en 4.5)
Het product dient met voorzichtigheid te worden toegediend aan patiënten met beschadigd mondslijmvlies op de plek van toediening.
Pediatrische patiënten:
Dit geneesmiddel mag niet worden gebruikt bij kinderen jonger dan 6 jaar (zie rubriek 4.3).
Hulpstoffen
Oraliv menthol suikervrij bevat sorbitol
Dit geneesmiddel bevat 1,2 g sorbitol per zuigtablet. Patiënten met erfelijke fructose-intolerantie (HFI) mogen dit geneesmiddel niet gebruiken. Sorbitol kan maag-darmklachten veroorzaken en een licht laxerende werking hebben.
Oraliv citroen suikervrij bevat sorbitol, aspartaam, benzylalcohol en natrium
Dit geneesmiddel bevat 1,2 g sorbitol per zuigtablet. Patiënten met erfelijke fructose-intolerantie (HFI) mogen dit geneesmiddel niet gebruiken. Sorbitol kan maag-darmklachten veroorzaken en een licht laxerende werking hebben.
Dit geneesmiddel bevat aspartaam (E951), hetgeen een bron van fenylalanine is. Kan schadelijk zijn voor mensen met fenylketonurie.
Dit geneesmiddel bevat 0,0009 mg benzylalcohol per zuigtablet. Voorzichtigheid is geboden bij zwangerschap, borstvoeding of lever- of nierfunctiestoornissen vanwege het risico op accumulatie en toxiciteit (metabole acidose). Benzylalcohol kan ook allergische reacties veroorzaken.
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per zuigtablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
Oraliv aardbei suikervrij bevat sorbitol en natrium
Dit geneesmiddel bevat 1,2 g sorbitol per zuigtablet. Patiënten met erfelijke fructose-intolerantie (HFI) mogen dit geneesmiddel niet gebruiken. Sorbitol kan maag-darmklachten veroorzaken en een licht laxerende werking hebben.
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per zuigtablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
Oraliv honing suikervrij bevat sorbitol, sulfieten en natrium
Dit geneesmiddel bevat 1,2 g sorbitol per zuigtablet. Patiënten met erfelijke fructose-intolerantie (HFI) mogen dit geneesmiddel niet gebruiken. Sorbitol kan maag-darmklachten veroorzaken en een licht laxerende werking hebben.
Dit geneesmiddel bevat sulfieten. Deze kunnen in zeldzame gevallen ernstige overgevoeligheidsreacties en ademhalingsproblemen (bronchospasme) veroorzaken.
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per zuigtablet, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Met interacties met de volgende geneesmiddelen moet rekening worden gehouden, want het product bevat lidocaïne: neuromusculaire remmers, hydantoïnes (anti-epileptica), epinefrine, opiaten, bètablokkers, cimetidine, mexiletine en andere anti-aritmica.
Chloorhexidine-oplossingen zijn niet verenigbaar met sommige zepen of andere anionische verbindingen die vaak in tandpasta worden aangetroffen (bijv. alginaten en tragacanth, onoplosbare poeders zoals kaoline en onoplosbare calcium-, magnesium- of zinkverbindingen). Daarom moet de patiënt na het poetsen van zijn/haar tanden ten minste een half uur wachten alvorens Oraliv te gebruiken (zie rubriek 4.4).
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van chloorhexidine bij zwangere vrouwen.
Een grote hoeveelheid gegevens over het topisch gebruik van lidocaïne tijdens de zwangerschap duidt niet op een verhoogd risico op geboorteafwijkingen of foetale/neonatale toxiciteit door lidocaïne. Lidocaïne passeert de placenta, maar wordt bij lokale toediening slechts in beperkte mate systemisch geabsorbeerd.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Het gebruik van Oraliv tijdens de zwangerschap kan zo nodig worden overwogen.
Borstvoeding
Het is niet bekend of chloorhexidine in de moedermelk wordt uitgescheiden.
Lidocaïnemetabolieten worden uitgescheiden in de moedermelk. Er zijn geen effecten van lidocaïne aangetoond bij met moedermelk gevoede pasgeborenen/zuigelingen van behandelde moeders.
Het gebruik van Oraliv tijdens borstvoeding kan zo nodig worden overwogen.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens over het effect van chloorhexidine/lidocaïne op de vruchtbaarheid.
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Oraliv heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen.
4.8 Bijwerkingen
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
De bijwerkingen staan vermeld in de tabel hieronder. Ze zijn gerangschikt op MedDRA systeem/orgaanklasse (SOC) en frequentie: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10), soms (≥1/1.000, <1/100), zelden (≥1/10.000, <1/1.000), zeer zelden (<1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
| Systeem/orgaan klasse | Vaak (≥1/100, <1/10) | Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) | Zeer zelden (<1/10.000) | Niet bekend (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
|---|---|---|---|---|
| Bloed- en lymfestelselaando eningen | methemoglobine mie | |||
| Immuunsysteema andoeningen | allergische reacties van de huid | ernstige allergische reacties, waaronder anafylactische shock | urticaria | vertraagde allergische reacties (contactallergie, fotosensitiviteit) of andere lokale reacties met invloed op huid of tanden |
| Psychische stoornissen | angst, agitatie, euforie | |||
| Zenuwstelselaand oeningen | suf voelen, duizeligheid, slechte oriëntatie, verwarring (ook verwarde spraak), vertigo, rillingen, |
| Systeem/orgaan klasse | Vaak (≥1/100, <1/10) | Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) | Zeer zelden (<1/10.000) | Niet bekend (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) |
|---|---|---|---|---|
| psychose, zenuwachtigheid, paresthesie, doof gevoel, convulsies, verlies van bewustzijn, coma | ||||
| Oogaandoeninge n | verstoord gezichtsvermoge n, wazig zien of dubbelzicht | |||
| Evenwichtsorgaa n- en ooraandoeningen | tinnitus | |||
| Ademhalingsstels el-, borstkas- en mediastinumaand oeningen | astma, dyspneu, ademhalingsnood syndroom, onderdrukte ademhaling, ademstilstand | |||
| Maagdarmstelsel aandoeningen | nausea, braken, buikpijn | slikproblemen, zweren in de mond | ||
| Huid- en onderhuidaandoe ningen | contactdermatitis | oromucosale peeling, zwelling van de parotisklier | ||
| Skeletspierstelsel - en bindweefselaando eningen | trekkende of trillende spier (tremor) | |||
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaats stoornissen | asthenie, tijdelijke problemen met smaak of branderige tong, koud of warm gevoel in de mond. |
Beschrijving van specifieke bijwerkingen
Deze termen en hun bijbehorende frequenties zijn degene die in het algemeen zijn gemeld naar aanleiding van het gebruik van chloorhexidine en lidocaïne via verschillende toedieningswegen en verschillend gebruik, waaronder systemisch gebruik. Oraliv wordt lokaal toegediend en werkt lokaal op het niveau van het mond-wangslijmvlies. Daarom is de verwachting dat de frequentie en ernst van systemische bijwerkingen zoals hieronder vermeld, zullen afnemen. Aan de andere kant kunnen lokale bijwerkingen, zoals een tijdelijk verminderde smaak en geur, slikproblemen, zweren in de mond, afschilfering van het mondslijmvlies, zwelling van de parotisklier, branderige tong, koud of warm gevoel in de mond, in een hogere frequentie worden waargenomen dan vermeld in de tabel.
Pediatrische patiënten
De frequentie, het type en de ernst van de bijwerkingen bij kinderen zijn naar verwachting gelijk aan die bij volwassenen.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb – Website: www.lareb.nl.
4.9 Overdosering
Het gebruik van overdoseringen (meer dan 20 zuigtabletten per dag) kan in uitzonderlijke gevallen leiden tot slikproblemen (verminderde slikreflex).
Systemische intoxicatie treedt op door effecten op het centrale zenuwstelsel en het cardiovasculaire systeem. De eerste effecten van overdosering worden zichtbaar als problemen met het centrale zenuwstelsel.
Methemoglobinemie is waargenomen en kan een symptoom van overdosering zijn.
Symptomen van systemische intoxicatie
Overdosering van lidocaïne: lokaal doof gevoel, metaalsmaak in de mond, duizeligheid, tinnitus, wazig zien, agitatie, paranoia, hoofdpijn, hallucinaties, vertigo, suf voelen, paresthesie, gehoor- of spraakstoornissen, metabole acidose, nystagmus, spiertrekkingen, psychoses, convulsies, ademstilstand, epileptisch coma, verminderd bewustzijn, circulatoire collaps, ernstige bradycardie, hartritmestoornissen (sinusstilstand, tachyaritmie), hartstilstand.
Overdosering van chloorhexidine: farynxoedeem, necrotische schade aan de slokdarm, verhoogde concentraties van serumaminotransferasen (dertig keer hoger dan de normale waarden), braken, gastroduodenale erosies waaronder actieve atrofische gastritis, euforie, wazig zien en totaal verlies van smaak (dat 8 uur duurde).
Maatregelen in geval van systemische intoxicatie
Bij tekenen van intoxicatie moet onmiddellijk met de inname van dit geneesmiddel worden gestopt. Wek braken op en voer een maagspoeling uit en er moeten anionische middelen worden gebruikt. In ernstige gevallen moet een patiënt in het ziekenhuis worden opgenomen om de ademhaling en bloedsomloop in stand te houden en uitdroging te voorkomen.
Methemoglobinemie kan worden behandeld door onmiddellijke toediening van intraveneus methyleenblauw (1-4 mg/kg).
Het voorkeursgeneesmiddel voor de behandeling van convulsies is diazepam.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Keelpreparaten, antiseptica (combinaties met anesthetica) ATC-code: R02AA05
Chloorhexidine is een bisbiguanide antisepticum. Het is actief tegen grampositieve en iets minder tegen gramnegatieve bacteriën. Het heeft bij een normale temperatuur een matige werking tegen sporen. Het heeft een antimycotische werking tegen dermatofyten en schimmels. Het maakt de besmettelijkheid van sommige lipofiele virussen snel inactief (bijv. influenzavirus, herpesvirus, HIV).
Het heeft in lagere concentraties een bacteriostatische werking, in hogere concentraties een bactericide werking.
Het adsorbeert op tandoppervlak, coatings of mondslijmvlies en blijft gedurende lange tijd in de mondholte. De effectiviteit van antiseptische en desinfecterende middelen hangt af van de concentratie, temperatuur en blootstellingstijd.
Lidocaïne is een lokaal perifeer anestheticum uit de amidegroep dat een oppervlakkig pijnstillend effect heeft.
Lidocaïne voorkomt het ontstaan of de overdracht van zenuwimpulsen in sensorische, motorische en autonome zenuwen. In principe zullen lokale verdovingsmiddelen autonome zenuwvezels, kleine niet-gemyeliniseerde vezels (pijngevoel) en kleine gemyeliniseerde vezels (tastzin, temperatuur) sneller blokkeren dan grote gemyeliniseerde vezels (tastzin, druk).
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Chloorhexidine
Absorptie
De absorptie van chloorhexidine na oraal of topisch gebruik is verwaarloosbaar.
Bij topische aanbrenging op intacte huid wordt chloorhexidine op de buitenste huidlagen geadsorbeerd, wat zorgt voor een langdurig antimicrobieel effect op de huid. In de farmacokinetische onderzoeken is vastgesteld dat er na het spoelen van de mondholte na gebruik van een orale dosis chloorhexidinedigluconaat als 0,12% topische orale oplossing nog ongeveer 30% chloorhexidine in de mond zit, wat daarna langzaam vrijkomt in het speeksel.
Distributie
Chloorhexidine bindt stevig aan de speekseleiwitten.
Biotransformatie en eliminatie
Chloorhexidine hoopt zich niet op in het lichaam. Een kleine hoeveelheid wordt gemetaboliseerd. Na inname van een dosis van 300 mg chloorhexidinegluconaat wordt ongeveer 90% langs de galwegen via de feces en minder dan 1% via de urine uitgescheiden.
Lidocaïne
Absorptie
De absorptie van lidocaïne varieert en hangt af van de locatie en de methode van aanbrenging. Lidocaïne wordt snel uit het spijsverteringskanaal, uit slijmvliezen en via beschadigde huid geresorbeerd. Bij gezonde volwassenen zijn er na gebruik van een 2% mondspoeloplossing geen merkbare plasmaconcentraties van lidocaïne geweest. Bij kinderen en bij volwassenen met een verminderde immuniteit wordt lidocaïne vanuit het mondslijmvlies in het plasma geresorbeerd. De waarden waren ongeveer 0,2 µg/ml, de farmacologisch actieve plasmaconcentratie was 1,5 tot 5 µg/ml.
De anesthetische werking van lidocaïne na topische toepassing treedt op na 2 tot 5 minuten en duurt 30 tot 45 minuten. Dit is een oppervlakkige anesthesie die het submucosa niet bereikt.
Distributie
Lidocaïne wordt goed in weefsels gedistribueerd (nieren, longen, hart, vetweefsel). Lidocaïne passeert de bloed-hersenbarrière en de placenta en komt terecht in de moedermelk.
Biotransformatie en eliminatie
Het wordt gemetaboliseerd na de eerste passage door de lever, de biologische beschikbaarheid na orale toediening is 35%. In de lever wordt 90% eerst gede-ethylateerd tot mono-ethylglycinexylidide en glycinexylidide. Deze twee metabolieten zijn farmacologisch actief. Bij sommige patiënten zijn ze toxisch voor het centrale zenuwstelsel.
Lidocaïne wordt via de lever uitgescheiden in de vorm van metabolieten, 10% wordt onveranderd uitgescheiden. De biologische halfwaardetijd van lidocaïne bij volwassenen ligt tussen 1,5 en 2 uur. De biologische halfwaardetijd van lidocaïnemetabolieten ligt tussen 2 en 10 uur.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens voor chloorhexidine duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde dosering, genotoxiciteit, carcinogeen potentieel en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.
Onderzoeken naar genotoxiciteit met lidocaïne hebben geen genotoxisch potentieel uitgewezen. Voor een metaboliet van lidocaïne, 2,6-xylidine (2,6-dimethylaniline), is zwak bewijs voor mutageniteit waargenomen. In langdurige onderzoeken naar toxiciteit leidden hoge doses 2,6-xylidine tot carcinogene effecten. De klinische relevantie van het vinden van tumoren die verband hielden met kortdurend/intermitterend gebruik van lidocaïne is onbekend.
Bovendien voegen niet-klinische gegevens over lidocaïne geen relevante informatie toe aan de bestaande klinische ervaring.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Oraliv menthol suikervrij
Sorbitol (E420)
Magnesiumstearaat (E572)
Watervrij citroenzuur (E330)
Levomenthol
Oraliv citroen suikervrij
Sorbitol (E420)
Magnesiumstearaat (E572)
Aspartaam (E951)
Acesulfaam-kalium (E950)
Citroensmaak (bevat
- benzylalcohol
- maïsmaltodextrine
- alfatocoferol
- natrium)
Oraliv aardbei suikervrij
Sorbitol (E420)
Magnesiumstearaat (E572)
Watervrij citroenzuur (E330)
Levomenthol
Sucralose (E955)
Aardbeiensmaak (bevat
- natrium
- maïsmaltodextrine
- glyceryltriacetaat (E1518))
Oraliv honing suikervrij
Sorbitol (E420)
Magnesiumstearaat (E572)
Watervrij citroenzuur (E330)
Stevia
Honingsmaak (bevat
- maïsmaltodextrine
- gemodificeerd maïszetmeel (E1450)
- glyceryltriacetaat (E1518)
- sulfieten
- natrium)
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3 Houdbaarheid
Oraliv menthol suikervrij: 3 jaar
Oraliv citroen suikervrij: 2 jaar
Oraliv aardbei suikervrij: 30 maanden
Oraliv honing suikervrij: 3 jaar
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25°C.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Blisterverpakkingen van Alu-PVC/PCTFE of Alu-PVC/PE/PVDC of geperforeerde Eenheids-Aflever Verpakkingen.
Verpakkingsgrootten: 12, 24 of 36 zuigtabletten. Het is mogelijk dat niet alle genoemde verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient in overeenstemming met lokale voorschriften te worden vernietigd.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Laboratoria QUALIPHAR N.V./S.A.
Rijksweg 9
2880 Bornem
België
8. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Oraliv menthol suikervrij 5 mg/1 mg zuigtabletten – RVG 128310
Oraliv citroen suikervrij 5 mg/1 mg zuigtabletten – RVG 128311
Oraliv aardbei suikervrij 5 mg/1 mg zuigtabletten – RVG 128312
Oraliv honing suikervrij 5 mg/1 mg zuigtabletten – RVG 128313
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 14 maart 2025
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Laatste gedeeltelijke wijziging betreft de rubrieken 1 en 7: 12 januari 2026
